Een moeizame start
Ja, inderdaad. Daar sta je dan. De e-SIM werkt en de standaard appjesstroom die binnenkomt is nog veel groter dan normaal. Tuurlijk, het is 2026 (in Nederland, in Panama gaan we het zo nog eens dunnetjes overdoen) dus de beste wensen vliegen ons om de oren. In de oceaan van appjes ontwaren we daar nog een andere, veel belangrijkere boodschap: we zijn oom en tante geworden van Obi! Een gevoel van trots, heimwee en ongeloof vult ons. Trots spreekt voor zich, lijkt me. Heimwee is er omdat die zandloper waar ik het in de vorige blog nog over had wat extra zand gekregen heeft: van alle dagen om te bevallen, wordt de dag dat wij van continent wisselen als bevaldatum uitgekozen. Wie houdt dat in godsnaam voor mogelijk!? En dan ongeloof. Een beetje raar, toch? Ik bedoel, als iemand zwanger is dan weet je al negen maanden dat zo’n kind eraan zit te komen. Logischerwijs weet je je wel een beetje voor te bereiden en mag zo’n geboorte geen verrassing meer zijn, toch? Ik weet het niet, maar iedere keer als ik een foto van die kleine Obi in de armen van mijn broertje zie liggen, denk ik dat hij aan het oppassen is.
We weten mijn moeder (en kersverse oma) onderweg naar de paspoortcontrole nog even aan de lijn te krijgen, maar dat is mede door de wijn aan mama’s kant en de hectiek van het vliegveld geen gesprek om over naar huis te schrijven. Eenmaal door de controle heen, vormt zich daar het eerste obstakel van onze reis: backpack kwijt. Band is leeg, gestopt met draaien, en geen donkergroene Forclaz die het netvlies binnendringt. Paniek? Nee, daarvoor zijn we simpelweg te moe en gedesoriënteerd (het is immers al half drie in de nacht volgens onze inwendige klok), dus hobbel ik naar de Lost and found waar de jongeman net zo stomverbaasd is als ik. Mijn Forclaz moet hier toch ergens zijn… En daar komt Geertje aan gewaggeld na wat rond gezocht te hebben, vergezeld door een tas net zo groot als haarzelf. Wat bleek? 1 April valt hier op 1 januari en iemand heeft mijn backpack tussen een stel van die bagagekarretjes gelegd. Gelukkig wordt dag één dus geen boodschappendag.
De chaos is nog niet voorbij. Wanneer de taxichauffeur ons bij Hotel Caribe heeft gebracht, blijkt al meteen dat ons hotel is volgeboekt. “Of je een nachtje bij een partnerhotel wil slapen”, vraagt de keurig geklede portier van het hotel. Nou, nee, eigenlijk liever niet, maar het is dat of slapen op de straat, dus we kiezen voor het partnerhotel en samen met een bejaarde man uit Boston (‘heb een huissie laten bouwen op de witte stranden van Bocas’) worden we naar Costa Inn gereden. Weinig Costa aan dit hotel, maar dat mag de pret niet drukken, want we willen potverdorie de stad in, maar daar wordt wéér een stokje voor gestoken! Mocht je het niet weten: Panama is een warm land. Echt, als je al die passagiersbrug instapt na het vliegtuig, dan ruik je gewoon al de tropen. Dan wil je, zeker in een grote stad en tijdens je eerste nacht, bijkomen met airconditioning. Is die afstandsbediening pleite! Wij weer naar beneden. No tenemos un control remoto del aire acondicionado. Mevrouw zegt: is goed, meneer loopt mee om te helpen. Het is half twaalf, half zes Nederlandse tijd, als het probleem opgelost is. Meneer liet ongeveer drie kwartier op zich wachten.
2026
En dan snel, snel, snel die stad in. Het is oud en nieuw en dat moet toch wel enigszins gevierd worden. We worden gedropt aan de rand van Casco Viejo, het oude centrum van de stad. We zijn moe. Maar dan ook echt heel erg moe. We vinden een pizzeria die nog serveert en we trakteren onszelf op een Balboa, een van de heerlijke plaatselijke Panamese biertjes. De pizza mag dan wel niet typisch Panamees zijn; hij is wel verrukkelijk en dat is alles wat je op zo’n moment even nodig hebt. Nog wachtende op het eten zien we het vuurwerk al de hemel versieren, maar dat mag de pret niet drukken. Laat maken we het niet, want na de pizza voeren we een strijd die we niet kunnen winnen tegen onze oogleden, dus geven we er maar de brui aan. Het ging in ieder geval beter dan oud en nieuw twee jaar geleden in Thailand. Toen staken we op het balkon van een ziekenhuis een paar sterretjes aan.
Voorzichtig op ontdekkingstocht
We hebben zeven en een halve maand de tijd. Waarom zouden we dan haasten? Geertje slaapt slecht die eerste nacht en ik slaap oké, maar de vermoeidheid overheerst nog steeds. Maar dat maakt niet uit. Want we hebben de tijd. Uitrusten en bijkomen vandaag. Bovendien wisselen we halverwege de dag weer van hotel en verder dan het verkennen van de buurt die dag komen we niet. En dat is geen ramp, want aan de kou ontsnappen en later op de dag op de tiende verdieping bij dertig graden een duik in het zwembad nemen, is nou ook niet bepaald een fikse taakstraf. Maar goed, eerst nog even de omgeving verkennen! We ontdekken al snel dat Panama-Stad (originele naam ook voor de Panamese hoofdstad) niet bepaald een zuidoost-Aziatische metropool is.
Het is heerlijk toepasselijk dat we juist met de jaarwisseling in Panama-Stad zijn, want het contrast tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ kan haast niet duidelijker zijn. Ik had het al over het oude centrum van de stad, Casco Viejo. Casco Viejo in het zuiden grossiert in kleurrijke prachtige gebouwen en kerkjes uit de koloniale periode, maar in het noordoosten duikt een indrukwekkende skyline op en daar ligt een moderne stad met een van de grootste dichtheden aan wolkenkrabbers van de Amerika’s. Oud en nieuw. Ons hotel ligt ergens tussen die twee. Niet in de oud, niet in nieuw. En in dat tussengebied ontdekken we al snel dat Panama-stad niet de veiligheid van bijvoorbeeld een Bangkok of Hanoi geniet.
Rondom ons hotel lopen veel vierbaanswegen, maar het is er wel leeg. Verlaten straten is eigenlijk al een indicatie. Veel plekken in Panama-Stad zien er keurig uit, maar nabij ons hotel is de verwaarlozing zichtbaar. Ook op straat lopen weinig, héél weinig mensen. Hier en daar ligt een dakloze op de grond en na een paar honderd meter aan blikken beginnen we nageroepen te worden, op straten die toch al vrij leeg zijn. We zijn niet gek: onze cue om toch maar weer snel om te draaien. Natuurlijk, er is nog niets gebeurd, maar laten we het lot niet tarten op dag één. Anders zitten we met Pasen alweer in Nederland. En note to self: in de volgende stad een paar dollar meer betalen voor een accommodatie in een goede buurt. Het is ook moeilijk om in een onbekende stad te weten waar je het beste zit. Dat moet je soms eerst zelf ervaren om ervan te leren.
Cinta Costera
Daarna maken we een betere keuze. Weer terug bij ons hotel lopen we een andere kant op, richting het strand: het kilometerslange boulevardgedeelte van de Cinta Costera, de kustweg die oud en nieuw met elkaar verbindt. En belangrijk: hier is het wél veilig! Aan de ene kant de Stille Oceaan en aan de andere kant een oceaan van groen. De complete kustroute, waar alleen fietsers en wandelaars over het pad mogen, is versierd met nog gesloten kraampjes, palmbomen en lichtjes.
‘Gefeliciteerd!’ zegt Geertje wanneer ik een hap uit een hotdog neem van een van de kraampjes, waarvan er met de minuut steeds meer geopend worden. ‘Waarom?’ luidt de logische wedervraag. Het ome Niels gedeelte was inmiddels al wel duidelijk, toch? Inderdaad, want verrek, we hebben er helemaal niet bij stilgestaan, maar nu we voet aan Panamese grond hebben gezet, kan ik twee jaar na Geertje ook eindelijk zeggen dat ik op ieder werelddeel van onze aardbol ben geweest! Voor het gemak tellen we Antarctica even niet mee en omdat Geertje al ooit in Canada is geweest, had ze de continentale zeskamp twee jaar terug in Perth al voltooid. Voor mij ontbrak Noord-Amerika nog in dat rijtje. MaaR PanAMa iS tOcH ZuiD-aMeRIkA?!?! NEE! Panama lijkt cultureel veel op veel Zuid-Amerikaanse landen, maar het hoort gewoon bij Noord-Amerika. En bij Latijns-Amerika. En bij Midden-Amerika. En bij Centraal-Amerika. Maar NIET bij Zuid-Amerika! Geloof je me niet? Bekijk het Venn-diagrammetje hiernaast/hieronder dan maar even goed. Werelddelen Zuid-Amerika en Noord-Amerika, subgroepen Latijns-Amerika, Midden-Amerika en Centraal-Amerika. Vanaf nu wordt dit basiskennis jongens, kom op.
Uiteraard gaan we deze mijlpaal vieren met bier en een zwembad. Had ik al verklapt hé? We proberen nog even te videobellen met Joost, Manon en ons nieuwe neefje Obi, maar er wordt roet in het eten gegooid door de boxen die nét wat te hard de Caribische muziek door de speakers knallen. De mond van Joost beweegt, maar we zijn nog niet bedreven genoeg in liplezen zo blijkt. We spreken een andere dag af. Buiten bier en zwemmen gaan we alleen nog even naar de supermarkt tegenover waar we ook een leuke buitenbar vinden die allemaal Panamese gerechtjes verkopen. Geen avondvullende maaltijd, maar we hebben ook nauwelijks honger, dus we eten vandaag heel lokaal, kluiven een kip af tot het bot en maken twee deegstengels met kaas soldaat. We zitten nog steeds in dat lugubere wijkje, we weten het, maar hier is het goed verlicht, druk met mensen en zit het onderbuikgevoel wel goed. Een uur later, wanneer we de straat weer oversteken om naar bed te gaan, trekken we de conclusie dat we ons onderbuikgevoel best kunnen vertrouwen.
De tweede dag van het nieuwe jaar. We gaan fietsen! Aan de rand van de oude stad Casco Viejo ligt op zo’n halfuurtje lopen Burke Bikes. Geen zorgen: na het povere ontbijtje in het hotel, lopen we weer via de prachtige Cinta Costera en niet door die vervallen, lege straatjes, naar de rand van het oude centrum. We mogen dan wel niet in de nieuwe of de oude stad zitten met ons hotel, maar die Cinta Costera om de hoek is ook wel een diamantje.
De fietsverhuur opent om half tien, maar in Panama komt de tijd niet zo nou. Als we om tien uur arriveren, is de deur nog op slot, terwijl een Koreaans koppel paniekerig telefonerend het precieze aantal seconden wil achterhalen wanneer de deur dan wél open gaat. Wij leunen intussen achterover op een bankje. We hebben de tijd. De Koreanen houden ons op de hoogte. ‘They’ll be here in ten minutes.’ ‘They’ll be here in five.’ ‘Now it’s three.’ Tranquilo. Somos en Latinoamérica!
De voorspelling van de Koreanen klopt aardig. We gaan naar binnen en huren een fiets en niet zomaar één. Geen bliksemsnelle e-bike. Geen mountainbike waar we de Amazone mee kunnen trotseren. Geen wielrenfiets die de 50km/u aantikt. Nee, een vierwieler zoals je die ook ziet bij de buggy-auto’s in de Efteling! Och, wat gaan die dingen daar traag, maar we komen er snel achter dat die van ons niet veel sneller dan stapvoets gaat. Maar daar tekenen we voor. Naast het functionele overkappinkje (mijn huid begint al Ierse kleuren te krijgen), hebben we er de grootste lol mee.
Eerst fietsen we de Cinta Costera verder zuidwaarts en om het oude centrum, dat niet gebouwd is voor veel auto’s, is er een prachtige ringweg over de zee om het centrum heen gebouwd om het oude centrum van verkeer te ontzien. Een prachtig plaatje en het toeval wil dat ze daar ook een fietspad langs hebben gelegd. Een weg van zo’n vier kilometer en door ons stapvoetse tempo kunnen we lang genieten van de mooie uitzichten op de oude stad.
Na de Cinta Costera denderen we met 3,5 km/u door richting de Amador Causeway. Ook weer een héél mooi stukje Panama-Stad hoor, die Amador Causeway. Amador Causeway is een dijk van een kilometertje of zes die het vasteland met vier eilanden voor de kust verbindt en de prachtige Baai van Panama in tweeën splitst. Mooie eilandjes wel, ware het niet dat de Panamezen hier zesentwintig jaar geleden nog niet mochten komen omdat het Amerikaanse leger hier tot 1999 hink-stap-sprong speelde. Gelukkig zijn ze nu weg en kunnen wij als toeristen gewoon met onze fietswagen uit 1869 die dijk af fietsen. Mooie kiekjes levert het wel op. Kijk maar.
We leveren na een kleine vier uur trappen onze overdekte tandem weer in, pakken een terrasje en doen ons tegoed aan een vijftal overheerlijke empanada’s, alvorens we een Über nemen naar het oude centrum. Een kind kan de was doen als het om Übers gaat, maar de Panamezen maken het ons niet altijd even gemakkelijk. We hebben inmiddels zo’n 35 landen gezien, maar dit is het eerste land waar de auto’s géén nummerborden aan de voorkant hebben! Kijk, als je normaliter een Übertje neemt, dan kijk je altijd naar die nummerborden, toch? Nu kan zo’n hele straat vol auto’s staan, maar weet je pas dat je Über er is wanneer die je voorbij is gereden, maar goed, dat maakt het ook wel weer leuk allemaal. Maar wat hebben die auto’s dan wel voorop? In de meeste gevallen helemaal niks, maar we hebben ook al gezien dat die voorkant naar eigen invulling vormgegeven wordt. Soms staat er wel eens in grote letters het automerk op, alsof het logo vijf centimeter hoger de fabrikant nog niet verraden had. We hebben ook al een chauffeur langs zien komen die zich identificeert als pitbull. Als klap op de vuurpijl was er een witte Toyota die in felpaars op een wit veld ‘OnlyFans’ en twee dansende vrouwen heeft laten drukken en daar de blits mee dacht te maken. Ieder zijn ding natuurlijk.
We belanden in Casco Viejo, het oude centrum van de stad die ons steeds meer weet te bekoren en wanneer we onze eerste stappen in Casco Viejo hebben gezet, raken we alleen maar meer onder de indruk van deze stad. Dit centrum is precies wat we ons hadden voorgesteld van al die oude centra van Latijns-Amerikaanse steden. Weergaloos mooie koloniale gebouwen, knusse straatjes met leuke winkeltjes waar we heerlijk in verdwalen, gezang dat de straten vult, prachtige kerken met oog voor detail en uit het niets opdoemende kleine pleintjes met groen en wat bankjes. Hier voelen we ons onmiddellijk thuis: wat is het hier fantastisch mooi! Geen wonder dat het complete oude gedeelte een UNESCO-status in de wacht heeft gesleept.
Op het Plaza de la Independencia duiken we nog even een van de zeven kerken van de Oude Stad in: Catedral Basilica Metropolitana Santa María la Antigua de Panamá. Mond vol, niet? Zetel van de aartsbisschop van Panama, er is meer dan 100 jaar lang aan gebouwd… bla, bla, bla. Het is een mooie kerk, zowel van buiten met het prachtige, pittoreske plein op de achtergrond, als van binnen, waar je merkt dat het Christendom in dit deel van de wereld nog totaal niet aan terrein inlevert. Binnen steken we een kaarsje aan voor onze overleden opa’s en oma’s. Het mooiste was wel het complimentje van de meneer bij de entree over mijn Spaans, want hij dacht niet dat ik Spaanssprekend was. ‘Así es’, zei ik en ik kreeg een schouderklopje. Het egolevel is gestegen.
Toch is het Spaans spreken wel moeilijk. Bij de cursussen was het leuk en aardig, maar jeetje, wat spreken die mensen toch allemaal snel en bij simpele vragen moeten die Panamezen steevast antwoorden met het transcript van een boek of zo. En ik ben er al snel achter gekomen dat het Panamees accent inhoudt dat je zo min mogelijk s-en uitspreekt. Comó estás? Nee, Comó ettá! Uno! Do! Tre! Misschien zijn ze bang voor slangen, we weten het niet.
Geertje vindt het Spaans ook wel leuk en we hebben bedacht dat we iedere dag een lesje Spaans doen. Terwijl we verdwalen in de prachtige, kleurrijke en sfeervolle straatjes van dit heerlijke centrumpje, leren we de kleuren. Ik wijs, Geertje noemt een kleur. Deze gevel? Azul! Die deur? Blanco! Deze muur? Rojo! We vermaken ons prima en merken dat we al behoorlijk goed geacclimatiseerd zijn.
Panama blijkt best wel een leuk land te zijn tot nu toe. Als we een gedeeld dinertje bestellen, ontkomen we er eens te meer niet aan om deze reis al met de vorige te vergelijken en Zuidoost-Azië op de ene en Panama op de andere weegschaal te leggen. De Aziaten zijn over het algemeen veel vriendelijker en treden je altijd tegemoet met een glimlach. Dat klinkt als iets negatiefs over Panama, maar dat valt eigenlijk best mee. Als je een Panamees een brede glimlach geeft, krijg je hem bijna altijd ook weer net zo breed terug. What you see is what you get. Ook achter die strenge, stoere Latino’s zitten mensen van vlees en bloed, wittewel? Waar we soms twijfels hadden in Azië of de personen die we tegen het lijf liepen een masker op hadden, hebben we dat hier totaal niet. Het is geweldig om overal met een glimlach begroet te worden, absoluut, maar het is minstens zo mooi om die glimlach te krijgen, wanneer je ‘m verdient. En waar we in Vietnam geen tien meter konden lopen of er zat alweer een Vietnamees die ons zijn winkel in wilde trekken, kunnen we nu eindeloos door de straten van Casco Viejo struinen. Weet je? We kunnen hier best wel aan wennen, denken we zo. Bovendien vindt Geertje het hier ruiken naar Suriname. Dat is ook niet zo heel ver weg vanaf hier en het voelt dus wel al een beetje als thuis, zullen we maar zeggen. Zo erg thuis, dat Geertje zo’n tien minuten een poging waagt om via een telefooncel haar papa te bellen. Tevergeefs, zo zul je wel begrijpen. We zijn nog niet klaar in Panama-Stad, want morgen staat er een enorme toeristische trekpleister op de planning. En belangrijker: we gaan via de telefoon ons gloednieuwe neefje voor de eerste keer zien.
Reactie plaatsen
Reacties
Niet lang zeg je????? Mijn God, 15-20 minuten lezen!!! Maar goed, het heeft me wel geboeid anders was ik wel afgehaakt.
Dat goedkope hotelletje zint me niet zo… dat gaan we niet meer doen he. Maar Panama Stad is inderdaad prachtig. Ik ben benieuwd naar de tripjes naar de eilanden.
Dikke kus. Mama
Twee jaar terug waren er blogs die bijna drie keer zo lang waren 🤭 en het komt wel goed, het gezonde verstand van ons blijkt goed te worden!
Werken* natuurlijk 😅
Wat ontzettend leuk om jullie op deze manier te volgen. Panama is een heerlijk land, ben nu al benieuwd naar het vervolg. Liefs, Marja
Niels & Geertje, veel succes en plezier met jullie reis !!! Groetjes van Sjan en Walter
En ik zit hier met een heel pak sneeuw, ik ben nu jaloers 😜
Leuk om te lezen, complimenten aan de auteurs 😉 De kiekjes geven er ook meteen een compleet beeld bij!! Have fun lovebirds ;). Ennuhhh Niels die haarband staat je goed :), net David Beckham in zijn prime!
Niels en Geertje weer prachtig om te lezen. Veel plezier en geniet van jullie reis,