Bij dageraad is al besloten dat we bij terugkomst in Panama-Stad een paar dagen extra gaan boeken. Van tevoren hadden we vijf nachten geboekt, maar hadden we ook al ons verblijf op de volgende locatie geboekt, dus we kunnen niet verlengen. Iets met Latijns-Amerikaanse vakanties die nu plaatsvinden en vooruit boeken dus. Gelukkig weten we dat we uiteindelijk naar Zuid-Amerika willen en dus een lus maken in West-Panama alvorens we terugkeren naar de hoofdstad om van daaruit oostwaarts naar Colombia af te reizen. We hebben voor de eerste ronde Panama-Stad nog twee dagen te besteden. Het Panamakanaal, Lago de Gatún, Altaplaza Mall, Mercado de Mariscos, het Biomuseum, nog meer rondstruinen in Casco Viejo… allemaal onbekende namen (behalve die eerste en intussen die laatste) waarschijnlijk, maar er is in ieder geval genoeg te doen in deze stad. En als je domweg niet vergeten bent de titel te lezen, dan zul je vast weten waar we ons deze dagen op gaan focussen.
Juist! Het Panamakanaal! Voor velen is Panama nog een redelijk onbekend land, maar als er één ding is wat zowat iedereen in de hele wereld kent, dan is het wel dit kruispunt van de wereld. Een bizar staaltje menselijk ingenieurschap, want als je denkt dat zo’n uit de kluiten gewassen roeiboot gewoon van de Caribische Zee naar de Stille Oceaan vaart, dan zit je mis. Op drie verschillende plekken zijn er sluizen die de schepen omhoog of omlaag duwen, tot wel 26 meter hoogte. Kijk, dat Suezkanaal is eigenlijk maar kinderspel. Een droge, platte woestijn, zonder enige regenval. Panama is bergachtig en tropisch dus het regent hier zowat elke dag (alhoewel wij natuurlijk het droge seizoen hebben uitgekozen) en het is dus een behoorlijke opgave om hier zo’n kanaal leeg te scheppen. Denk maar aan dat zandkasteeltje op het strand van vroeger dat meteen instortte toen het ook maar een beetje vloed werd. En dat was toen al huilen hé?
Op pad
We besluiten een bodem nodig te hebben en hoewel het ontbijt hier abominabel is, is het wel gratis en Nederlands als we zijn, werk ik toch nog wat kurkdroge oliebollen in kibbelingvorm naar binnen en Geertje wat ei, alvorens we de taxi naar Allbrook Station pakken, de grootste bushalte van de stad vanwaar bussen in allerlei richtingen vertrekken. Zo ook noordwaarts, langs het 82-kilometerlange Panamakanaal. Allbrook Station is zo chaotisch als mijn klassen de week voor de zomervakantie, dus we stappen zonder kaartje de bus in, maar na een paar keer lief lachen en veel Spaans blèren, besluit de chauffeuse ons gratis de bus in te laten. Hebben we daar toch weer op bespaard. We besluiten haar een fooi te geven als bedankje bij het uitstappen, maar dan gaat alleen de uitgang in het midden open (en er zijn van die draaihekken in Panamese lijnbussen, oké, oké, is ook een keuze), dus ze moet het maar doen met onze goede intenties.
Het kanaal bij Miraflores Locks
We stappen uit bij Miraflores Locks. Dat is één van die drie sluizen waar ik het over had. Aan de Atlantische/Caribische kant heb je de Gatún Locks, aan de Pacifische kant de Miraflores Locks en de Pedro Miguel Locks. Miraflores is met enorme afstand de meest toeristische en dus doorgaans niet de plek waar wij voor kiezen, maar een bijkomend voordeel van de Miraflores Locks is een museumpje en een bioscoopfilm van 45 minuten waar alles over het Panamakanaal tot in de puntjes uiteengezet wordt. Als we dus voor Pedro Miguel gekozen hadden, had ik je die informatie hierboven ook niet kunnen geven.
En eerlijk is eerlijk: het enorme toerisme is hier ook wel terecht. We zien een 45-minuten durende docu over het kanaal die ingesproken wordt door Morgan Freeman (echt wel de nieuwe David Attenborough als je het ons vraagt). Echt, tijdens die docu krijg je soms een soort van buikpijn van de organisatie en logistiek die is vereist om dat kanaal te realiseren. Wát een gigantische, megalomane onderneming is dat geweest. Maar de opbrengst is enorm: het levert de Panamezen (het kanaal is sinds een aantal jaar volledig in hun handen, tot afgrijzen van onze oranje Amerikaanse vriend) een hoop geld op en het scheelt de boten een ommetje van 13.000 kilometer.
Vervolgens lopen we met twee verrassend goedkope biertjes en een even zo meevallende hotdog mee naar de sluis die we daar samen delen. In de ochtend varen boten van de Stille Oceaan naar de Atlantische en in de middag leggen ze het omgekeerde traject af. Het is nu middag, dus er komt daar een enorme unit van een vrachtschip aan dat volgens de commentator op de achtergrond (ja, die krijgen we er voor een glimlach gewoon bij) 5000 duizend auto’s vervoert. Doen ze even. Het is echt een enorm gepriegel: aan beide kanten van het kanaal hebben de schepen maar zo’n 30 centimeter ruimte. Die schepen worden dan weer aan Panamese treinwagons (tja, gebrek aan een beter woord, hier lijkt het het meeste op) gekoppeld, die ervoor zorgen dat het schip op z’n plek blijft. Het is bijzonder indrukwekkend om te zien hoe zo’n enorm schip in tien minuten tijd een meter of tien zakt. En waar komt dat water allemaal vandaan? Uit Gatún Lake, of Lago de Gatún in de volksmond, en dat is een plek die we één dag later bezoeken, dus daarover later meer.
We gaan terug en krijgen in ons hotelkamertje Joost en Manon aan de lijn! Ik weet het, het is een reisblog, maar misschien wel het mooiste van de reis tot nu toe (al is het nog maar kort), is dat kleine mannetje even zien. Verhalen vertellen, die kleine bekijken, veel lachen en ook een klein traantje van trots laten: het hoort er allemaal even bij.
Terug naar de Cinta Costera
We brengen nog een uurtje door bij het zwembad, waarna we de straat op gaan en richting de Baai van Panama sprinten (geen heel jofele wijk waar dat hotel van ons staat, weet je nog?) naar de Cinta Costera. De zon komt hier op, dus de zon zakt hier niet in de zee, maar toch is de Cinta Costera bij zonsondergang een baken van bedrijvigheid. Twee dagen eerder waren de meeste tentjes nog dicht, maar nu is ieder tentje open. We genieten van de energie, de fietsers, de dansers, de skeeleraars, de prachtige schemering, het verlichte park en het prachtige decor dat door de wolkenkrabbers van de nieuwe stad op de achtergrond gevormd wordt.
En dan zijn daar opeens wasberen! We hadden er al over gelezen, maar nu is het dus bevestigd: wasberen in de parken van Cinta Costera! Ze zijn totaal niet schuw en het gros van de Panamezen geeft de beestjes te eten, wat eigenlijk helemaal niet goed is voor die dieren omdat het gedrag dan verandert en ze zelf niet meer kunnen jagen, maar dat doen ze waarschijnlijk uit onwetendheid. Ook komt er een drietal even bij ons kijken of we nog wat lekkers mee hebben, maar de wijsvinger van links na rechts bewegen is in wasberentaal blijkbaar hetzelfde als in de onze. Wat lachen.
We bellen even naar oma (die is jarig op 4 januari, en gezien het tijdsverschil is het net 12 uur geweest), lachen wat, en lopen de Cinta Costera verder noordwaarts af. Terwijl Geertje de getallen van één tot tien oefent in het Spaans, halen we voor een prikkie wat streetfood en raak ik in gesprek met een Panamees. Kunnen we allebei ons Spaans even oefenen.
Gisteren vermaakten we ons kostelijk in Casco Viejo, maar de Cinta Costera vinden we rond etenstijd misschien wel een nog leukere plek. Er zijn hier veel minder toeristen en vooral veel Panamezen die fietsen, skeeleren, voetballen, padellen, volleyballen en weten wij veel wat allemaal nog meer. Iedere vijf meter is er weer een nieuwe barbecue te vinden die zijn heerlijke streetfood voor absolute spotprijzen tentoonstelt. Bovendien, de sfeer is super relaxt en welke kant je ook op kijkt: het is hier geweldig mooi. Cinta Costera een aanrader? Zeker weten en al helemaal bij zonsondergang!
Lang blijven we niet, want de wekker gaat vroeg. Om half zes nemen we de taxi naar het ophaalpunt voor onze tour naar Lago de Gatún, oftewel Gatún Lake, het enorme kunstmatige stuwmeer dat aan de Atlantische/Caribische zijde van het Panamakanaal is gevormd. En de tour stelt niet teleur: het is alsof de wilde dieren zich vandaag als burgers van een fastfoodketen aan ons presenteren. Ik beloof je: de foto’s die je vanaf nu gaat zien hebben we helemaal zelf gemaakt. Geen internet, geen Google, geen AI.
Gatún Lake
We worden om zes uur opgehaald door gids Mario en we hebben een grote groep van twintig, dus de standaard junglewandeling die bij deze tour is inbegrepen (bijzonder om in veertig minuten van het hartje van de stad opeens midden in de jungle te staan), gaat niet over een trail maar over een brede onverharde weg. Niet de mooiste wandeling, maar oké: het doel van deze wandeling is luiaards spotten. En dat lukt! We spotten een tweevingere luiaard. Hij zet wel hoog, dus we kunnen ‘m niet goed zien. Wel leuk dat het gelukt is.
We houden pauze in een dorp met grote herenhuizen dat voorheen door het Amerikaanse leger gebruikt werd. Meer achtergrondinfo heb ik niet, dus daar moet je het mee doen. We krijgen heerlijke empanada’s, weer die gekke oliebolachtige dingen in kibbelingvorm die ik bij ons slappe ontbijt ook heb gehad (Geertje niet, die houdt niet van die oliebollen smaak) en stukken ananas. En koffie. Dat misstaat nooit. Maar effe hé, die empanada’s: wat een uitvindingen! We zitten op dag vier, maar het is intussen al zo klaar als een klontje dat die empanada’s onze levensenergie in Panama gaan zijn.
De pauzeplek heeft ook een tuin waar allemaal van die voederbakken staan waar eten in gedaan wordt. Er zitten vijf enorme ratten in die tuin die zich te goed doen aan banaantjes. Dat klinkt vies, maar dat zijn ze niet. Volgens de zoon van gids Mario (echt aandoenlijk: Mario is het gidsenstokje aan zijn zoon aan het doorgeven) is dit een agouti. Familie van de rat, totáál niet mensenschuw maar heel nieuwsgierig en eigenlijk heel erg schattig.
Zodra Mario's zoon me dat zegt, springt hij op. Er komt een tropische oranje vogel aangevlogen. Hij roept zijn vader erbij, want dit is een zeldzame. Wauw! Wij zijn echt geen vogelaars, maar deze is wel heel mooi.
En het wordt alleen maar gekker. Wanneer Geertje in haar eentje aan het plassen is, ziet Mario een toekan overvliegen. Een toekan! Geertje blijft alleen achter als wij de tuin verlaten en twee straten verder lopen en de koek blijkt nog niet op te zijn: zeven toekans, hoog in de bomen! Wie ooit een toekan in het echt heeft gezien: dit zijn adembenemend mooie vogels! Gelukkig is Geertje snel klaar met het legen van de blaas en kan ze dit fenomeen ook aanschouwen.
En dan draaien we ons om. “MONKEYS!” roept Anthony, een jolige Trinidadiaanse toerist die met zijn vrouw Vic op vakantie is en precies het accent van Bob Marley heeft. En inderdaad: aan de overkant van de straat proberen vijf piepkleine tamarijnaapjes via het bladerdek de weg over te steken. Echt, serieus: wat is dit voor tour? We zijn gewoon in een dierentuin beland!
Dan denk je dat je er bent, maar dan moet je dat Gatún Lake nog op. Voordat we er zijn, springen we weer uit de bus. Krokodillen! Jawel, gewoon aan de oever van het meer doemen daar opeens drie krokodillen op. En dat niet alleen, er zitten ook nog potverdorie een stuk of zes schildpadden bij! Van gekkigheid weet je gewoon niet waar je moet kijken.
Oké, even geen dieren, maar wat achtergrondinformatie over het Gatún Lake. Het Gatún Lake is met 26 meter boven zeeniveau het hoogste punt van het Panamakanaal. Inderdaad: als we zo meteen met de boot het meer op gaan, bevinden we ons dus letterlijk in het Panamakanaal. Al het water dat gebruikt wordt om de boten omhoog en omlaag te laten gaan in de sluizen (de locks), komt uit Gatún Lake. Niet met waterpompen, geen enkele zelfs, maar gewoon een inventief systeem gebaseerd op zwaartekracht dat per schip 200 biljoen gallons (geen zin om op te zoeken hoeveel liters dat ook alweer zijn, maar dat is bizar veel) aan water vereist. Geen waterpompen. 200 biljoen gallons. Zwaartekracht. Hoe het werkt, weten we echt niet meer, maar dat het werkt is echt een ongekend groot mirakel.
Om dat fabuleuze kanaal te bewerkstelligen, is Gatún Lake gevormd: een enorm stuwmeer dat is gevormd door de vallei waar de rivier Chagres doorheen stroomde, op te vullen met water. Een groot deel van de bodem van dit meer, was nog geen honderd jaar geleden dus gewoon jungle. Toen stuwmeer Gatún Lake ontstond en de Chagres dus verdween zijn op de hoogste punten eilanden ontstaan en de dieren die daar op zaten, die kwamen er dus vast te zitten. Daarom heeft Gatún Lake nu dus zogenaamde Monkey Islands.
Weer terug naar de dieren dus: het kan nog gekker en het wordt nog gekker. We spotten meteen een luiaard die maar één misgreep verwijderd is van een duikvlucht naar de bodem van Gatún Lake. Van veel dichterbij deze keer.
En daarna een brulaap. En niet zomaar een brulaap, maar ook eentje die ons heel interessant vindt en hangend aan een liaan als een waar fotomodel bij onze boot komt poseren. Zó bijzonder, keer op keer op keer op keer.
Kan het nog gekker? Jazeker. Kapucijnapen. Een stuk of zes of zeven of weet ik veel hoe veel het er waren. En deze klimmen gewoon de boot in. Terwijl Geertje nog foto’s maakt van een aapje op het eiland, zit er eentje op liniaalbreedte van haar te kijken. Ze schrikt zich het apensnot. Mario weet ons nog snel te instrueren: het zijn wilde dieren, dus geen eten geven en laat je handen zien zodat ze zien dat je niks hebt. Oh ja, en geen tanden laten zien, want dat is een teken van agressie. Gelukkig denkt onze tandarts daar niet zo over. Maar zonder gekheid: oog in oog en zó dichtbij die kapucijnaapjes: onvergetelijk.
Er leven hier vier apensoorten: drie overdag en één apensoort is een nachtdier, dus die gaan we niet zien. De derde zijn die tamarijnaapjes die we eerder in het dorp al zagen, maar ook nu worden we daar wéér op getrakteerd en ditmaal van wel heel dichtbij: één tamarijnaapje komt op een tak zo’n halve meter van Geertjes neus zitten. Wat hij doet? Schreeuwen en gillen. Geen idee waarom, maar het is wel weer retegaaf.
We varen terug en stappen de bus in. We hebben nog één stop: een natuurlijk zwembad bij een waterval waar Geertje en ik een duik in wagen. Heerlijk verkoelend en ik ben al lang blij dat Geertje meegaat, want naast ons zijn het alleen Anthony en Vic van onze groep die er ook in springen. Het is namelijk zo dat als ik water zie en het is er veilig: dan moet ik er in. Geertje ervaart die hunkering vaak niet zo, maar tot haar eigen vreugde is ze ditmaal geen pretbederver en geniet ze ook wel van deze afkoeling van de dag.
Oh ja, en we komen een kaaiman tegen op de weg naar de waterval. En op de terugweg spotten we ook nog een drievingerige luiaard hoog in de bomen. We kijken er bijna niet meer van op. De complete dierenbingokaart van Gatún Lake is gevuld. Als we terug zijn in Panama-Stad en uit de bus stappen is het nog nét geen twaalf uur. Wat een ongelofelijke tour die werkelijk alle verwachtingen overtroffen heeft. Noem ons eens een ochtend in je leven die meer indrukken heeft gegeven. Kom maar. We dagen je uit. We wachten wel.
Die middag vertoeven we weer aan het zwembad en in de avond lopen we nog één keer naar die Cinta Costera. We twijfelden lang over de nieuwe stad of het oude centrum, maar we komen nog een keer terug in Panama-Stad, dus we besloten maar weer naar de Cinta Costera te gaan. Het hele park is per slot van rekening nog in kerstlicht gehuld en daar zullen we de volgende keer niet meer van kunnen genieten (en het is vooral Geertje die met weemoed naar de enorme sneeuwval in Nederland kijkt en de kerstsferen dus wel kan gebruiken).
Het is weer heerlijk en er gebeurt weer van alles. Als we een van de inmiddels kenmerkende rode bruggen oversteken, duwt een jongen met zijn vriendin zijn oma in een rolstoel voort. Ze is oud, maar de kleine glimlach verraadt dat daar een avond gecreëerd wordt die de oma nooit meer zal vergeten. Op een van de vele pleintjes danst een groep inheemse mannen en vrouwen een ludieke dans, waarbij de vrouwen rondjes huppelen en de mannen in een soort springende foetushouding ritmisch een hypnotiserend deuntje panfluiten. Helaas kunnen we geen filmpjes op de site plaatsen met ons huidige abonnement, anders hadden we dat gedaan. Even verderop ontwaren we een lange rij die uiteindelijk voor een – hoe bedenk je het in een tropische stad? – kunstschaatsbaan blijkt te zijn, maar je hoeft geen kenner te zijn om te zien dat de nieuwe Sven Kramer of Jutta Leerdam hier niet tussen schaatst.
Het is dus weer genieten van de bedrijvigheid en van het leven op de Cinta Costera. Hier lééft de stad, de echte stad, want toeristen zien we weer sporadisch. We doen ons tegoed aan een bord salchipapas, een maaltijd die we het beste kunnen omschrijven als een Latijns-Amerikaanse kapsalon. Hij smaakt denderend, dat natuurlijk wel. We maken nog één ommetje alvorens we de taxi terug nemen. We halen een ijsje, zien nog twee kerstmannen en even zoveel grinches en lopen door het prachtig verlichte park. Daar zien we die jongen weer, met zijn vriendinnetje en zijn oma. De rolstoel staat iets verderop, op het trottoir en oma is eruit geklommen en is zes meter verder in het park onder de bomen met takken van licht gaan staan. Ze poseert voor een foto die haar kleinzoon aan het maken is, terwijl zijn vriendinnetje lacht. En oma? Die kleine glimlach van twee uur geleden is inmiddels een breed stralende lach van oor tot oor. Dat is het leven. Waarlijk een avond om nooit meer te vergeten.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een belevenissen! Fantastisch en ook prachtige foto's!
Wèl weer bijna een half boek 😉😜
Ik geniet van je enthousiaste en humoristische schrijfstijl Nilis. Hoe bedenk je het.
En Geer wat een prachtige foto’s!! Er schuilt een nieuw talent in je. 🥰
Panama is prachtig hè! Je gaat er nog veel meer van genieten. Dikke kus, mama
Wat weer een mooie avontuur zeg, leuk om deze verhalen te lezen en ook de foto’s zijn geweldig.
Dit is weer extra genieten: de schrijfstijl die zo werkelijk is dat je zelf meeloopt over de kades, je de geur van de eettentjes in je neus krijgt en het geroezemoes op de achtergrond hoort. Niet te vergeten de big smile van twee oma's (één jarige en één die geniet van het leven).
In de jungle is de doos van Pandora pas echt opengetrokken met de exotische dieren. Zie het helemaal voor me hoe Geertje zich het apelazarus schrok met die aap op 30cm afstand. Schitterende foto's!
De nog steeds aanwezige kerstverlichting maken de stad feeëriek en ik snap dat jullie dat nú nog meenemen en niet willen missen. Geniet er van!
Het is net een aflevering van National Discovery Channel op jullie blog! Hier vliegen de gewone vogeltjes voorbij, zoals koolmeesjes en roodborstjes, maar over het zeldzame vogeltje dat in jullie vlog voorkomt, heb ik even wat research gedaan. Het blijkt een Rosse MotMot (Baryphthengus martii) te zijn.
Jullie geven mij een boekwerk aan feitjes over het land mee, dus hierbij iets terug: de Rosse MotMot is de op één na grootste motmot en staat bekend om zijn roodbruine kop, groene lichaam, blauwe vleugels en opvallende lange staart, die hij als een pendel heen en weer zwaait als hij opgewonden is. Een fascinerend detail is dat de ene ondersoort (B. m. semirufus) “racket-tips” op zijn staart heeft, terwijl de nominaatsoort deze mist — een subtiel maar belangrijk verschil.
Tot de volgende blog!