Man, man, man, wat een reisdag. Op weg naar het dorpje Villavieja nabij Tatacoa hebben we een recordpoging gapen gedaan. Doordat de kleine wijzer de elf al voorbij was op onze laatste avond in Salento met Roy en Fleur en er al behoorlijk wat biertjes in zaten, waren de oogjes klein toen de wekker om half zes ’s ochtends ging en we om kwart over 6 al paraat stonden bij Salento’s busstation om de één uur durende bus naar Armenia te pakken. In Armenia stappen we over op de bus naar Neiva. Die gaat om 8 uur, hadden ze ons verteld. Nou, dat bleek bij aankomst pas om 10 uur te zijn en de bus kwam ook nog eens drie kwartier te laat waardoor we pas om kwart voor 11 in de zes uur durende bus naar Neiva zaten.
Maar dan zijn we er nog niet. We delen de bus met een Slowaakse soloreizigster en een koppel bestaande uit een Engelse vrouw en een Peruaans-Deense man (coole combi). De busassistent (ik weet niet hoe ik ze moet noemen, maar iedere Latijns-Amerikaanse chauffeur is slechts verantwoordelijk voor het rijden en heeft een assistent voor letterlijk alle andere taken) is al vanaf minuut één bezig met onze reis van Neiva naar Villavieja en wil ons alvast aan de taxi helpen, maar de twee taxi’s die we met z’n vijven krijgen – de Slowaakse komt bij ons – blijken kamikazepiloten. We zitten met de tassen op schoot, want de kofferbak kan niet open. De backpacks liggen voorin en die van de Slowaakse ligt half in onze nek. In tandem rijden ze ons over een povere weg naar Villavieja, maar de snelheid waarmee we rijden doet vermoeden dat we op een Formule-1-circuit rijden. Eén uur en 10 minuten verbazen we ons met onze Slowaakse reisgenote over het rijgedrag van onze chauffeur, breken we meermaals bijna onze nekken en zijn we ervan overtuigd dat deze auto geen lang leven meer beschoren is. Het moge duidelijk zijn dat we blij zijn als we in Villavieja bij het hostel van de Slowaakse stoppen (de hele dag krijgt geen van ons vijven het idee om elkaars namen te vragen, dus je moet het doen met verwijzingen naar de nationaliteit). Niet naar ons hostel overigens, want een vervolg geven aan deze dodemansrit kost nog een paar peso’s ook! Dat was niet de afspraak en daar was Geertje heel duidelijk in, maar ja boeiend: we lopen wel. Villavieja kent maar 1000 inwoners, dus ver is ons hostel niet meer. Maar één minuut met de auto, dus lopend zijn we er ook zo wel.
Het is wel weer een bijzonder maar leuk hostel waar wij de enige gasten zijn. Als we na zessen (we zijn 12 uur onderweg geweest) een hoek voor ons hostel zijn, komt daar plotseling eigenaar Enrique met zijn kleindochter achterop de scooter langs gereden. Nog niet wetende wat voor absolute eindbaas Enrique is, volgen we hem naar het hostel waar we inchecken en onze spullen dumpen, want we gaan snel het dorp in om te eten. We slenteren over de knusse, slaperige, warme straten van Villavieja waar het na zonsondergang nog altijd 25 graden is. Een gekke gewaarwording: vanochtend was het nog tien dagen koeler en morgen overdag zal het nog zeker 10 graden warmer zijn dan nu. We eten verrassend goed in een van de enige restaurantjes van Villavieja, waar Geertje nog even aan de praat raakt met een ouder Nederlands koppel en waar we dat Brits-Peruaans-Deens duo ook weer tegen het lijf lopen en gaan weer terug naar het hostel waar Enrique ons aanbiedt om voor 100.000 peso’s ons morgen overal naartoe te rijden. We slaan het aanbod niet af, maar kijken even online hoeveel het kost om ons morgen van hot naar her te rijden en het duurt niet lang voordat we doorhebben dat het aanbod van Enrique toch wel een heel erg goede is, dus loop ik weer naar buiten om Enrique, die lekker in zijn hangmat ligt te chillen in het donker, te laten weten dat we morgenvroeg om 8 uur paraat staan. Enrique wrijft tevreden en goedkeurend over zijn snor: ‘ik zei toch dat ik goedkoper was’.
Onze goed gevulde dag in Villavieja
Desierto Rojo
En dan staan we in de ochtend klaar voor vertrek, achter het hostel onder de overkapping waaronder Enriques auto staat. Of ja, auto… het duurt een minuut voordat Enrique z’n roestbak aan de praat krijgt, de schokdempers liggen zo te voelen al sinds COVID op de schroothoop, de rondvliegende fruitvliegjesfamilie voeden op de achterbank volgens mij alweer hun zeventiende generatie op en een APK-keuring heeft-ie in het nieuwe millennium niet meer doorstaan. Geertje en ik kijken elkaar aan, maar ach, wat zou het? Na veel gepiep, gekraak en enthousiaste verhalen over oude treinstations en glampings in de woestijn van een aimabele Enrique die trots is op zijn dorp en zijn omgeving, staan we wel bij Mirador Laberinto El Cusco, de ingang van de immens mooie Desierto Rojo, de Rode Woestijn, waar Enrique (die overigens verdacht veel lijkt op een bejaardenversie van Dustin uit Stranger Things mét snor) zichzelf promoveert tot gids en fotograaf, waarna hij tevreden zijn hangmatje ophangt in de schaduw en ons door de woestijn laat wandelen.
We zijn dus in Desierto Rojo van de Tatacoa Woestijn, dé reden waarom mensen Villavieja bezoeken. Het mooiste van deze hele woestijn is dat de Tatacoa Woestijn eigenlijk helemaal geen woestijn is. Ja, op de pagina Colombia staat dat er één woestijn in Colombia is en één wannabe-woestijn. Nou, Tatacoa is dus die wannabe-woestijn. Iedereen hier noemt het de Desierto (letterlijk: woestijn), maar het regent hier gewoon net iets te veel om een woestijn genoemd te mogen worden. Kijk, het is hier droog, maar gewoon nét niet droog genoeg. Een droog tropisch bos, is de veel minder sexy benaming die Tatacoa dus officieel krijgt, dus ik snap wel dat de locals hier met de term ‘woestijn’ blijven smijten.
Tatacoa is met 330 vierkante kilometer enorm, maar tegelijkertijd ook maar een klein moedervlekje op de Colombiaanse kaart en het overgrote deel van de Tatacoa Woestijn is de Desierto Gris, de Grijze Woestijn. Maar daar gaan we straks heen. Nu nog even die rooie. Dit relatief kleine stuk is door de mineralen in de grond zo rood van kleur.
Kijk, het mag dan wel geen echte woestijn zijn, dat Tatacoa, maar dat maakt geen bal uit. Deze woestijn is fabelachtig mooi en het blijft bizar dat we achtenveertig uur geleden nog vanaf de koude La Carbonera in Salento klappertandend onze helmen strak trokken en we nu in shirtjes en hemdjes staan te verbranden in de brandende zon in een woestijn van 35 graden. Echt een ode aan de diversiteit van Colombia. Van bergen naar stranden, naar jungles en nu naar een woestijn. En dat allemaal in één land. En ja, ik blijf gewoon lekker woestijn zeggen want van ‘droog tropisch bos’ word je kurkdroog als een aseksueel.
Tijdens onze wandeling worden we verbaasd door de ene na de andere prachtige rotsformatie. Zo nu en dan zien we bovenop de kliffen gieren zitten die hun innemende woestijn gadeslaan alsof ze de allesziende ogen zijn die de boel hier in de gaten houden. We vinden roze vruchten, die we volgens internet alleen met een gids zouden kunnen vinden (nou, niet dus). We vinden er meerdere en we nemen er drie mee: twee voor ons, eentje voor Enrique, maar helaas knappen ze alle drie in mijn witte broek en lijkt het alsof ik menstruatieproblemen op mijn linker bovenbeen heb. Wel een schouderklopje voor het idee.
We dwalen door paden geflankeerd door keien met cactussen en wandelen door oranjerode doolhoven gevormd door de imposante, droge rotspartijen. Het wandelingetje duurt maar anderhalf uur, maar iedere seconde ervan is betoverend mooi en als we terugkomen en in de roestbak van Enrique stappen, rijdt hij ons grijnzend naar de volgende bestemming. Hij weet dondersgoed hoe mooi het hier is.
Desierto Gris
Het tweede gedeelte is El Desierto Gris, de Grijze Woestijn en zoals ik al zei: het overgrote deel van de Tatacoa Woestijn behoort tot dat grijze gedeelte. Het is nog altijd ochtend, maar het begint inmiddels wel echt heel warm te worden, maar het is niet voor niks dat we afsluiten met het grijze gedeelte van Tatacoa, maar daar kom je straks wel achter.
We lopen door een indrukwekkende vallei en het pad hier is makkelijker te volgen dan het doolhof dat de Rode Woestijn was, want we volgen namelijk een drooggelegde rivierbedding (het lijkt in één oogopslag een onverharde weg, maar dat is het dus niet). Hoewel de rode variant van Tatacoa het qua schoonheid toch net wint van de grijze, is het ook zeker geen straf om door de grijze te lopen. We weten niet hoe het er op de maan uitziet, maar als de zon op de maan ook zo fel schijnt en het daar ook voelt alsof het 50 graden is, dan is die Grijze Woestijn net de maan. Het voelt in ieder geval niet alsof we op planeet Aarde rondlopen. Wel even opletten bij die rivierbedding: de eerste keer dat ik m’n rechtervoet in de vochtige aarde zet, zak ik weg alsof ik in een Indiana-Jonesfilm zit. Drijfzand!
Het einde van de ochtend nadert en de zon begint z’n tol te eisen, maar dat is precies waarom we de Grijze Woestijn als tweede doen. Aan het eind vinden we namelijk een plek waar een of andere mesjogge mafkikker bedacht heeft om drie zwembaden te bouwen. Drie zwembaden! Midden in een (wannabe-)woestijn! Als je die zwembaden ziet, dan wrijf je je eerst even in je ogen want je bent bang dat je in zo’n typisch tekenfilmpersonage bent veranderd dat door de uitdroging denkt dat het zand in de verte in een bloedhete woestijn plots een tropische oase is. Als we ons omgekleed hebben en het water in willen springen, gaat de gedachte door ons hoofd dat we precies als dat tekenfilmpersonage zo meteen wakker worden uit onze dagdroom en het zwembad niet meer dan een luchtspiegeling was en we in het drijfzand van de droge rivierbedding aan het verdrinken zijn. Gelukkig blijkt dat niet zo te zien. Die mesjogge mafkikker heeft met zijn heerlijke zwembaden onze dag nog twintig keer beter gemaakt.
Terwijl we goddelijk lekker aan het afkoelen zijn, hangen we over de rand van het zwembad, kijkend naar de beeldschone rotsformaties van de grijze vallei. Terwijl het echt door begint te dringen hoe mooi en bijzonder deze omgeving in een overwegend tropisch land als Colombia is, zien we in de verte in de vallei vier wandelaars. En verrek: twee daarvan zijn de Nederlanders waar Geertje gisteren nog even mee gekletst heeft! En even later wordt de reünie compleet: het koppel van de Britse en de Deens-Peruaanse komen er ook aan gewandeld! Wat een toevalligheid, nietwaar? Nou, nee, dat valt dus eigenlijk best wel mee.
We zitten een klein anderhalf uur in dat zwembad te koekeloeren en we kletsen gezellig over van alles en nog wat, maar dat het niet toevallig is, is wel logisch. Villavieja en de Tatacoa Woestijn liggen niet op de standaard toeristenroute en dat merk je ook aan alles. Villavieja is maar gewoon een dorp, souvenirswinkeltjes zijn er niet of nauwelijks en hetzelfde geldt voor de medetoeristen. Buiten de woestijn en een paar verdwaalde hostels, zijn er nauwelijks toeristische voorzieningen. Deze twee prachtige woestijnen zijn zo ontzettend mooi, maar door het gebrek aan toerisme heb je ze ook vrijwel volledig voor jezelf en iedereen die van plan is om hierheen te komen, loopt ook langs de zwembadoase bij de Grijze Woestijn op. Kortom: een buitengewoon mooie plek in Colombia, waar het doorgaans echte Colombia NOG echter voelt, die je simpelweg aan je route toe móét voegen!
Het startpunt van de wandeling door de Grijze Woestijn ligt een stuk verder dan de Rode, dus als we afscheid nemen van onze vier nieuwe naamloze kameraden (nog even ‘tot vanavond’ grappend, gezien het beperkte aantal restaurants in Villavieja), staat er een lange rit in Enriques roestige koektrommel op de planning en als de auto na onderweg drie keer af te slaan en Enrique luidkeels door zijn open raam naar letterlijk iedereen geschreeuwd heeft (Enrique is de cultheld van het dorp), hebben we uiteindelijk Hostal Sarita veilig en (relatief) wel bereikt en bedanken we God op onze blote knieën, ook wetende dat dat ritje niet onze laatste is.
Een horoscoop nodig?
’s Avonds doen we nog een extra duit in het zakje dat Enriques beunmobiel is. Over de paar onverharde straten in Villavieja jubelt en schreeuwt Enrique weer naar iedereen die we tegenkomen, maar buiten het dorp, waar het pikkedonker is en je écht geen hand voor ogen ziet, begint de dodemansrit. Z’n auto slaat nu een keer of zes af, maar blijkbaar kan Enriques bonenblik alleen opnieuw starten als hij eerst z’n lampen uitzet, wat hij telkens AL ROLLENDE doet! Tel daarbij op dat het na zonsondergang voor de inwoners van Villavieja eindelijk koel genoeg is om iets productiefs te doen, dus het lijkt net alsof we buiten het dorp in de Marathon van Villavieja zijn beland en uiteraard loopt geen enkele hardloper met een zaklampje of een reflecterend vestje rond. Combineer dat met Enriques beunhazenbolide en je hebt een recept voor een ramp. Na tien minuten rijdt er een ambulance met zwaailichten en sirenes langs ons op. Daar zal wel een hardloper tegen een motorkap gerend zijn, denken we. Gelukkig niet door toedoen van Enrique in ieder geval. Stress? Eigenlijk nooit. Je moet je gewoon overleveren aan alles wat er gebeurt.
Maar wat gaan we in godsnaam in het pikkedonker in een wannabe-woestijn doen? Nou, Tatacoa is een van ’s werelds (!) beste plekken om sterren te kijken. Droog klimaat, geen lichtvervuiling, dichtbij de evenaar. In de Tatacoa Woestijn liggen een stuk of drie observatoria en wij bezoeken de favoriet van Enrique. Laat me je vertellen: dat tripje is de moeite waard!
Nog nooit in ons leven hebben we zo’n indrukwekkende sterrenhemel gezien! De foto’s die je ziet, doen in de verste verte geen recht aan de sterrenhemel die we voorgeschoteld krijgen, want de camera’s weten nog niet de helft van het schouwspel te vangen. Op het dak van het observatorium staan we met open mond naar de hemel te gapen en zijn er twee astrologen die ons van de nodige informatie voorzien. De oudere astroloog heeft een sterke, groene zaklamp bij zich (zo eentje die je in Griekse en Turkse voetbalstadions bij je biertje krijgt) waarmee hij een tiental sterrenbeelden aanwijst in de Melkweg die zich over de lucht van noord tot zuid schitterend uitstrekt. We zien de Grote Beer, de Kreeft, de Centaur, de Lier, de Jager, de Boogschutter, de Schorpioen, de Tweeling en nog veel meer, maar hij noemt ze allemaal bij de universele Latijnse naam, dus ik heb wat proberen te onthouden en te vertalen. Waar je die sterrenbeelden in godsnaam terug kan zien op foto’s? Geen flauw idee. Wij zijn totaal geen astrologen, maar wat we wel weten, is dat het adembenemend mooi is!
Dan zoomt de jongere astroloog in op vier wel heel erg mooie punten. Allereerst op de Sirius, de ster die we kennen als de helderste van het heelal, maar daar vergeten we via de lens van de telescoop een foto van te maken. Wel een foto van de Betelgeuze, een zogenaamde rode superreus in het sterrenbeeld van de Jager. Hier kun je ‘m altijd zien, maar in Nederland kun je ‘m dus wel eens aan de winterhemel zien. Als je dan een ster met een rood-oranje gloed ziet, dan weet je ‘t: Betelgeuze is naar je aan het zwaaien. Die andere twee punten zijn nog bijzonderder als je het mij vraagt: Jupiter en Saturnus! Alsof de jongere astroloog een boterham met pasta smeert voor z’n ontbijt, zoomt hij z’n telescoop in op deze twee megaplaneten die door de lens van de telescoop opeens maar twee kleine grindsteentjes lijken. Besef, we zitten gewoon naar twee planeten te kijken.
Na ruim een uur met open mond naar boven gestaard te hebben als zombies, begint de maag honger te krijgen en rijdt Enrique ons terug naar Villavieja (de Marathon van Villavieja is gelukkig klaar, lijkt het), waar het hele dorp op het centrale plein te vinden is. Verrek: het is Aswoensdag! Heel Villavieja is eropuit getrokken om een askruisje te halen bij de plaatselijke kerk en als we niet beter hadden geweten, dan was het net alsof er een houtskoolgevecht had plaatsgevonden in het dorp. We gaan weer bij datzelfde restaurantje zitten. Veel keuze is er niet hier, maar gelukkig is dit restaurantje van bovengemiddelde kwaliteit.
Eenmaal terug bij het hostel is de deur gesloten en moeten we aanbellen waar een slaperige Enrique voor ons opendoet, maar tien seconden nadat hij onze deur opendoet, hebben we z’n hulp alweer nodig. Er zit een schorpioen op onze kamer! Een fucking schorpioen, zo groot als een kam! En nee, niet die constellatie die we net aan de hemel zagen, maar een levensechte. “Enrique, ayudanos por favor”, en de droge Enrique beent zich op z’n teenslippers een weg door het oorlogsveld dat onze kamer intussen weer is en stampt met een houding alsof hij de vaat aan het uitruimen is in vijfentwintig pogingen de schorpioen dood, waarna hij ‘m bij z’n staart pakt, naar buiten neemt en aandoenlijk grinnikt wanneer we ‘m bedanken. Geertje besluit Gemini te raadplegen: de dodelijkste schorpioen van Zuid-Amerika! We hadden Enrique bijna de dood in gejaagd, maar dat had je aan z’n houding niet af kunnen lezen.
Dat was de laatste keer dat we Enrique zagen. Nee, hij is niet alsnog door die dode schorpioen gestoken, maar de ochtend daarna blijkt dat-ie de hele dag op pad is en z’n kleindochter Andrea neemt nu de honneurs waar. Onze bus naar Bogotá vertrekt pas om half vijf in de middag vanaf Neiva (uiteindelijk met nog anderhalf uur vertraging erbij om zes uur pas) dus we slapen lekker uit en maken nog een wandelingetje door Villavieja. Er wonen maar duizend mensen in het dorp. Mensen hangen voor hun huis, zitten in de schaduw en lijken erop te wachten totdat het donker wordt. Het is echt stervensheet hier. Na een klein wandelingetje door het pittoreske dorpspleintje installeren we ons maar op een terrasje waar we wat ijs, plaatselijk gebak en bier naar binnen werken. Villavieja hebben we wel uitgespeeld. Geen groot level, maar wel een heel erg mooie. Heerlijk om op zo'n plekje te zijn, waar het toerisme nauwelijks te zien is. De rust, het dagelijkse leven van de Colombianen zien, niks opgezet voor toeristen, gewoon, zoals het is en hoort te zijn. We houden ervan. Dat maakt dit plekje uniek.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat is die wannabe woestijn p r a c h t i g!!! Het is dat wij de energie niet meer hebben om zo'n wandeling te maken maar anders....
Die Enrique zou je in moeten kunnen blikken of klonen voor het vervolg van jullie reis! Denk dat hij nog aardig van pas zou kunnen komen.
Wat een geweldige sterrenhemel en wat een verrassing om midden in de woestijn te kunnen genieten van zwembaden!
We kijken uit naar het volgende avontuur!
Haha, wat een mooie beschrijving van Enrique, zijn roestbak, zijn rol als gids en fotograaf, schitterend! Ook schitterend die wandelingen in die 2 semi- woestijnen in al die hitte en prachtige reusachtige cactussen! Met al die mooie foto's erbuj lijkt het of je zelf meeloopt. En als toetje een heerlijk zwembad!
En nog een adembenemend mooie sterrenhenel...jeetje, daar moet je ECHT bij geweest zijn! Maar goed, wij dien het wel met de tekst en de foto's!
Ook weer wat bijgekomen van de schrik, na de ontmoeting met de giftige schorpioen? Benieuwd waar jullie inmiddeks zijn...
Groetjes van opa en mij
Als ik jullie blogs lees, vraag ik me toch vaak af hoe het zit met een APK keuring van een auto. Nou heb het even opgezocht het heet een RTM in Colombia. Je moet bij een nieuwe wagen pas na 5 jaar een RTM laten doen en daarna gewoon elk jaar. Toch blijft het me verbazen dat een auto zo op de weg kan 😂 Zo van heeft de auto 4 banden en een stuur, prima. En vooral.... als de radio het maar doet en graag op standje gehoorbeschadiging!
Ik begrijp dat er een alternatief moest komen op het Hans en Grietjespad (Nielske en Gigi'spad) van de vorige blog.. maar Niels om dan een drijfzand pad te lopen lijkt me toch niet zo fraai. Ik heb dan liever dat je een ander pad bedenkt ;)
Hahaha, heerlijk verhaal weer! 😄
Dat “geen-woestijn-woestijn” verhaal en meneer snorremans in z’n hangmatje… ik zag meteen een Suske en Wiske-achtig tafereel voor me. Je mist alleen nog een geheimzinnige tempel en Lambik die ergens in het zand ligt te snurken.
Maar serieus, die Tatacoa-woestijn ziet er echt bizar mooi uit. Die kleuren, die vormen… en dan die sterrenhemel! Daar kunnen onze Hollandse wolkendekken nog een puntje aan zuigen. Foto’s doen dat soort nachten inderdaad nooit helemaal recht, maar ze geven wel genoeg om ons hier jaloers te maken. 🌌
Ik twijfel wel enigszins wat nou enger is: nog een dodemansrit met een chauffeur die denkt dat remmen soms een optie is, of een schorpioen die besluit dat jullie hostel een prima vakantiehuis is. Spannend blijft het in ieder geval.
Tot slot; applaus voor Niels 👏 — het blog was voor jouw doen opvallend kort! Ik moest bijna twee keer kijken of er geen pagina miste. Ga zo door, straks raken we nog gewend aan dit tempo. 😉