Puffen, hijgen… en nog een keer puffen, en nog een keer hijgen. Ik sta al bovenaan de trappen van de Monserrate, de berg die de oostkant van Bogotá flankeert, maar Geertje heeft het er zwaarder mee en kijkt van een trede of twintig lager me met de handen in de zij aan alsof ze aan één stuk door op het punt staat om te niezen. De top van de Monserrate ligt op 3150 meter en we staan nu op de top. Een veel minder indrukwekkende prestatie dan dat het klinkt, want de Colombiaanse hoofdstad Bogotá ligt al op een duizelingwekkende 2600-2700 meter en de teleférico (zoals de kabelbanen in het Latijns-Amerikaanse heten) brengt ons al naar een beetje onder de 3100 meter. De laatste treden naar de kerk op de top van de Monserrate brengen ons dus maar een luttele vijftig meter hoger. Waarom zijn we dan toch zo vermoeid?
Toen de bus ons om stipt 12 uur in de nacht in zes uur tijd vanaf Neiva (32 graden bij vertrek) in de hoofdstad Bogotá (13 graden bij aankomst) dropte, wisten we dat dit zomaar eens de eerste plek zou kunnen zijn waar we de beruchte, alom gevreesde hoogteziekte konden gaan ervaren. Hoogteziekte begint boven hoogtes van 2500 meter boven zeeniveau op te treden. Tuurlijk: in Salento zijn we een berg af geracet met een hoogte van 3400 meter, maar het duurt een kwart tot een halve dag voordat je de symptomen pas begint te voelen. Hoofdpijn, misselijkheid: allemaal vanwege de ijle lucht die je inademt op hogere hoogte. Dat lijkt verdacht veel op een flinke kater na een avondje flink doorzakken.
Althans, dat denken we. Als we lekker uitslapen en tegen het eind van de ochtend opstaan, hebben we nergens last van. Geen hoogteziekte voor ons dus! Wel merk je meteen tijdens het lopen dat de lucht veel ijler is. Bij iedere ademhaling denk je van ‘potverdorie, ik had wel wat meer zuurstof in deze teug verwacht’. En met wandelen hebben we daar nog geen last van, maar als de lucht 500 meter hoger op die Monserrate nog ijler wordt, dan zijn die traptreden opeens véél zwaarder dan we gewend zijn! En vooral onze Geer heeft daar last van, maar die verschuilt zich achter het excuus dat ze klein is. Hoe dat excuus precies werkt, zou ik ook niet weten.
De Monserrate
Ja, de Monserrate: de reus van 3150 meter hoogte die samen met de Guadeloupe de oostkant van Bogotá flankeert. Beklimmen gaan we ‘m niet (wat wel kan) want je kunt op twee leukere manieren die Monserrate op: die teleférico die we de heenweg pakken of de funicular, een pendeltreintje zoals we die ook eentje in George Town, Maleisië hadden, maar die bewaren we voor de weg omlaag. Van uitzichten in de Teleférico komt het nog niet, want het is net alsof we in het hartje van de zomer staan te wachten op een achtbaan in Walibi World, zo druk is het. Het duurt langer dan een halfuur voor we eindelijk als sardientjes in een blik op elkaar gepropt in de teleférico zitten en wij in het midden van de meute staan. Bogotá lijkt onder voornamelijk Nederlandse toeristen niet zo geliefd (iedereen die we tegenkwamen was negatief over de stad, maar dat lijkt meer op kuddegedrag want echt duidelijk aantoonbare redenen worden nooit gegeven). Onder Colombianen daarentegen is de hoofdstad een geliefd bedevaartsoord en zijn de teleférico en de funicular naar de Monserrate twee van de vakjes die doorgaans in een Colombiaans leven afgevinkt moeten worden. Ondanks het gebrek aan uitzichten was het ritje van tien minuutjes naar boven wel heel leuk, want ik word door een Colombiaan aangesproken. En niet zomaar eentje: eentje die Nederlands spreekt. Nederlands! Je hebt me dertig bingokaarten kunnen geven met alle mogelijke combinaties, maar in een kabelbaan in Colombia door een Colombiaan in het Nederlands aangesproken worden, staat zeker weten op geen enkele van die dertig kaarten. Heeft in zijn jonge jaren (ik denk dat ik nog steeds ouder ben dan hij, dus die uitspraak doet me oud voelen) door Europa gereisd en is verliefd geworden op een Nederlander en woont nu vierenhalf jaar in Amsterdam. Wat zijn de kansen? Afgezien van zijn teleurstelling dat we niet in zijn geboortestad Calí zijn geweest (sorry, keuzes maken, en de salsahoofdstad hebben we overgeslagen vanwege onze houten motoriek), is de rit naar boven gezellig, amicaal en ontwapenend. Na de teleférico zijn we ‘m snel kwijt, want hij blijkt iets minder onder de indruk van de traptreden in de ijle lucht.
Want dan zijn we in een keer op de top van de Monserrate. Er staan een paar eetkraampjes waar we empanada’s, kiprollen en hotdogs scoren en een mysterieus, rustiek kerkje, helemaal op de top dat we even van binnen bekijken terwijl het vooral Geertje is die om de vijf treden met de handen op de knieën op adem staat te komen. Maar waarom dit tripje naar boven het meeste de moeite waard is, zijn de uitzichten.
Dat gebrek aan uitzichten in de teleférico wordt hier op 3150 meter hoogte ruimschoots gecompenseerd. Het uitzicht over Bogotá is IMMENS! Wat is dit een enorme stad en net als in Medellín: de ligging tussen de bergen maakt de stad fabelachtig mooi en zeker vanaf de top van de Monserrate is het duidelijk dat Bogotá bepaald geen kleine speler is. Met een metropoolgebied van 11,5 miljoen inwoners, is Medellín met haar krappe 4 miljoen opeens maar een dwergje. 11,5 miljoen! Dat komt héél dicht in de buurt van steden als Parijs en Londen, maar het enige verschil is dat we hier aan de oostflank van de stad van het ene naar het andere uiteinde van de stad kunnen kijken. En echt, ik kan geen woorden vinden om goed uit de drukken hoe immens groot de Colombiaanse hoofdstad is.
Richting het vallen van de avond, besluiten we omlaag te gaan, maar we krijgen een teleurstelling te verwerken: de funicular is dicht! Vijf uur geweest! Geen pendeltreintje voor ons dus, maar toch maar weer die teleférico in. Om onverklaarbare redenen wachten we minder lang dan de heenweg (terwijl die funicular er dus uit ligt) en als we beneden zijn, crost onze taxi ons nog even naar een supermarkt in de buurt. Bogotá schijnt een stad te zijn die onveilig is na zonsondergang, maar je kunt je ook wel voorstellen dat er in een stad waar 11,5 miljoen mensen rondlopen, veel verschillen zijn tussen de wijkjes. Teusaquillo, de wijk waar wij zitten (Laureles in Medellín beviel goed, dus we maken een keuze voor een soortgelijke hippe wijk in Bogotá) is levendig en gemoedelijk tegelijkertijd en zelfs in het donker krijg je er het gevoel in adamskostuum rond te kunnen lopen zonder commentaar te krijgen.
We doen samen boodschappen. Geertje blij, ik wat minder. Maar hè, doen we maar een keer. Na Geertjes slechtst bereide maaltijd tot nu (ze was het met me eens) liggen we vroeg op bed, want morgen staat een heel erg volle dag op de planning. Niet wetende dat deze dag volledig in het water gaat vallen. Figuurlijk deze keer, want we zijn gelukkig niet meer in Minca.
Zipaquirá en Guatavita
Een dubbele dagtrip! ChatGPT heeft voor ons besloten dat we in één dag makkelijk naar twee dorpen ten noorden van Bogotá kunnen: Zipaquirá voor de ondergrondse zoutkathedraal en Guatavita voor een kratermeer en de legende van El Dorado. Moet lukken, toch? Nou, we gaan het zien. Rond negen uur stappen we na een uurtje bussen uit in Zipaquirá. Ik zei het al: een dorpje ten noorden van Bogotá waar je dus een ondergrondse zoutkathedraal kunt vinden. Als dat niet vet klinkt, dan weet ik het ook niet meer!
Zipaquirá...
Dus lopen we in een halfuurtje naar Zipaquirá toe. Weet je nog dat ik het een paar blogs geleden over die drie uitlopers van de Andes had? Die drie Cordillera’s? Medellín lag in de Central, Jardín in de Occidental en nu in Bogotá zitten we in die derde Cordillera, de Cordillera Oriental. Waar die eerste twee Cordillera’s hun dorpjes in alle kleuren van de regenboog hullen, lijken dorpen in de Cordillera Oriental voor eenduidigheid te kiezen. Niet dat het minder mooi is: Zipaquirás keuze valt op een prachtig soort beige-bruin: alle huizen, alle paden en alle wegen zijn gehuld in een soort beige, met als uitschieter het Plaza Principal, geflankeerd door de kerk Diócesis Zipaquirá. Schitterend!
Eenmaal bij de zoutkathedraal wordt het minder schitterend. Blijkbaar is de zoutkathedraal van Zipaquirá de plaatselijke publiekslieveling en hoewel we er vroeg zijn is het al behoorlijk druk en ontdekken we dat er een heel toeristisch park om de kathedraal heen gebouwd is. Dat belooft niet veel goeds en inderdaad: 150.000 peso’s per persoon. €34,57 de neus! Afgelopen zomer hadden we nog een bijna aanstootgevende €55 euro betaald voor filelopen in het tegenvallende Topkapi-paleis in Istanbul en daar hebben we van geleerd. We betalen geen entreekaartje. Ondergrondse zoutkerkjes hebben ze ook in Polen en die bezoeken we daar dan wel een keertje.
en Guatavita..?
We lunchen wat: Geertje ei met groente die naar een viertal ongewassen honden ruikt en ik de meest slechte wafel ooit die zo taai was als mijn schoenzool. Goed, we hebben de magen in elk geval weer gevuld. Bij het verlaten van het lunchcafé, neemt Geertje als de enige aanwezige van heel Zipaquirá een onzichtbare drempel waar en maakt een ongemakkelijk sprongetje als een pasgeboren veulen met bijbehorende motoriek, waarop de bediende van het restaurant en ik in lachen uitbarsten en de bediende Geertjes sprongetje probeert te imiteren. Zelfs later toen we er nog eens langsliepen, begon ze weer te lachen.
Hierna besluiten we door te gaan naar Guatavita, maar de rit daarheen blijkt nog niet zo eenvoudig als ChatGPT ons een dag eerder beloofd had. We hadden gewoon voor Gemini moeten kiezen. Bussen gaan blijkbaar niet vanaf Zipaquirá naar Guatavita, maar je moet eerst terug naar Bogotá om vandaar naar Guatavita te gaan. Reistijd? 3 tot 3,5 uur. Aiaiai. Niet luisteren naar AI. Gemini en ChatGPT zijn deze reis heel erg aangename vrienden geweest, maar dit is verre van de eerste keer dat de informatie van AI niet klopt. Sterker nog, de vingers van al onze vier handen samen zijn bij lange na niet genoeg om de foutieve of verouderde informatie te tellen. Wijs lesje, lieve lezertjes: AI is leuk, maar dubbelcheck de bronnen, want als enige betrouwbare bron heb je er echt geen fluit aan.
Gelukkig rijden er wel taxi’s en het duurt niet lang voordat we een Uber aan de haak slaan die ons in 75 minuten naar Guatavita wil rijden, maar als we instappen, wil hij extra geld hebben. Scam? Nee, de man komt ons betrouwbaar over. In Guatavita is geen service voor Uber, hij moet via een tolweg rijden en als hij ons voor het schamele bedrag van elf euro (waarvan ook nog een deel naar Uber gaat) naar Guatavita moet brengen en hij ook nog tol moet betalen, houdt hij misschien vier euro over aan tweeënhalf uur werktijd. Dat is best treurig, maar de beste man snapt ook dat we het niet willen, dus cancelt hij zonder problemen ons ritje gratis en stappen we weer uit. Geen zoutkathedraal van Zipaquirá dus en ook geen kratermeer met de legende van El Dorado in Guatavita vandaag. Sjongejonge. Wat dan wel?
Bier drinken! Ja, de lunch zit er al in en de bodem is al gelegd, dus we zoeken maar een terrasje op en warempel: we vinden speciaalbier! Wanneer ik besluit om een keer van de Aguila af te stappen en een Club de Colombia te proberen, komt de jolige barman aanzetten met een paar speciaal-variantjes. Dat is ook een primeurtje, speciaalbier in Colombia. Dat hoef je ons geen twee keer te vertellen, want een uur later zitten we nog steeds van de blonde Club de Colombia Trigo Verde te pimpelen, met een spelletje aan onze zijde. En er zitten ook nog nootjes bij! Hoort er altijd bij, als ik mijn schoonvader Harrie en schoonbroertje Jarno mag geloven. Geertje geniet er ook van, dus de appel valt niet ver van de boom.
En God! Wonderbiertjes zijn het, want waar Geertje een avond eerder nog stond te schutteren in de keuken, maakt ze die avond een zalm met broccoli in een zelfgemaakte champignonsaus die smaakt alsof er engeltjes op je tong een wonderschone balletchoreografie dansen. Wat was dit goed zeg! Tijdens het koken maakt ze ook nog even vrienden met een Colombiaanse man in de keuken. Het Duo-Lingo Spaans van Geertje hielp daarbij voor nog geen halve meter, maar de rode wijn die ze met 'm deelde, deed wonderen!
Nog voor het koken zien we vanuit ons slaapkamerraam op drie hoog voor ons op straat twee jonge gast op straat met een soort aanhangwagen aan vuilnis vooruit trekken en we zien ze voor ons hotel stoppen bij de stapel vuilnis die bij ons op straat opgespaard ligt. Het is aandoenlijk: een stad met zo veel inwoners kent natuurlijk ook de grootste verschillen en in een rijke wijk als Teusaquillo is het niet vanzelfsprekend dat je de schaapjes op het droge hebt. Keurig nestelen ze zich in de hoop afval voor ons huis, maken de zakken open, op zoek naar eten, maar belangrijker: ze maken de zakken ook weer dicht om de straat schoon te houden waardoor de vuilnismannen gewoon keurig hun werk blijven doen. In de hoek van de kamer ligt een grote zak brood. Die gaan we weg mieteren, wisten we al, maar Geertje krijgt het nobele idee om het brood beneden aan de jongens te geven, dus dat gaat ze doen. Zij zijn op zoek naar eten, wij mikken het overbodige weg. Da's oneerlijk en met een goede daad maken we, denk ik, de wereld weer net een klein beetje beter.
De fiets op!
Onze laatste dag in Bogotá doen we een fietstour. We komen iets te laat en in de taxi zijn we vooral even elkaar de schuld aan het geven van het te laat komen (soms komt de drang voor een grote boodschap bij twee personen precies tegelijk op het verkeerde moment), maar als we onder leiding van Mike, een oude, onwijs grappige man uit Californië wiens bakkebaarden doorlopen over zijn gehele nek en keel, op de fiets stappen, is de irritatie al snel vergeten. Eerder zei ik dat voornamelijk Nederlandse toeristen Bogotá niet zo hoog hebben zitten, maar daar snappen wij echt helemaal niks van en zeker na deze tour niet. Bogotá is echt een heel erg mooie en levendige stad.
La Candelaría
We starten ons tochtje in La Candelaría. Dit is de toeristenwijk waar de meeste backpackers en vakantiegangers zitten. Een beetje wat El Poblado voor Medellín is, is La Candelaría dat voor Bogotá, dus. Via een kunstenaarswinkel (Bogotá blijkt een stad van enorm veel kunst te zijn) fietsen we over een fietspad door een enorme markt waar geen einde aan lijkt te komen. Overal zitten mensen op straat met kleedjes en de meest diverse prullaria die je maar kunt bedenken. Van hoeden en kleding, tot hondenvoer en fietsonderdelen: je kunt het vinden op de (illegale) straatmarkt van Bogotá.
Ja, illegaal klinkt weer zo spannend, maar het is gewoon een markt waarop mensen hun waar verkopen zonder officiële vergunning. Overal loopt gewoon politie rond en niemand heeft kwaad in de zin, dus de boel blijft gewoon lekker de boel. Illegaal, dus zonder vergunning, maar gewoon een prachtige plek waar mensen uit de stad samenkomen.
Als de zon ondergaat, moet je heel erg opletten in Bogotá, vertelt Mike. Niet eens omdat het dan op sommige plekken wat grimmiger wordt, maar vanwege de gaten in de weg! We zien een gat in de grond waar lange palmboomtakken en een geel lint met peligroso zijn geplaatst. Blijkbaar stelen bedelaars, zwervers en daklozen Bogotaanse putdeksels op straten omdat het materiaal een flinke som geld oplevert. Klinkt ludiek en dat is het ook wel een beetje, maar er zijn ook gevallen waarbij kinderen erin gevallen zijn en verdronken. ’s Avonds oppassen dus.
Daarna passeren we een stierenvechtersarena. Ja, dat Spaanse stierenvechten is met het koloniseren meegegaan naar Zuid-Amerika, maar sinds 2020 is er in Bogotá geen stierengevecht meer geweest. Elders in Colombia nog wel, maar Bogotá schijnt dus een progressief stadje te zijn en na de enorme protesten die iedere keer plaatsvonden, is besloten om maar mooi te kappen met die gevechten. Goede zaak, lijkt ons, want dat stierenvechten blijkt voor 90% dierenmishandeling te zijn.
We fietsen nog door, zien het hoogste gebouw van Bogotá, fietsen door een wijk met streetart (ook eentje van Popeye, maar daar zijn de Colombianen helemaal geen fan van want dat was de bijnaam van één van Pablo Escobars voornaamste huurmoordenaars) en een wijk die op een stereotiepe Londense buurt lijkt, waarna we in het park terechtkomen. Daar wordt gesport. En flink ook. Alle basketbalveldjes, voetbalveldjes, tennisvelden en squashbanen zijn bezet. En er is ook nog een hockeyveld waarop skeelerhockey (ijshockey, eigenlijk, maar ja, hier is geen ijs) gespeeld wordt en een pleintje waarop een stuk of zestig Colombianen een openbare aerobicsles volgen. Colombia leeft, wordt hier eens te meer bewezen.
Ciclovía
Daarna komen we toch wel bij het meest bijzondere stukje Bogotá. Ik vind het leuk om mezelf van tevoren al helemaal lekker te maken wat ik op een bepaalde kan doen of zien. Een jaar van tevoren kijk ik al waar ik Geertje mee naar toe wil nemen op reis en wat we daar dan gaan doen. . Maar soms, heel soms, ontglippen er ook wel eens dingen aan het intensief analyserende oog. Eén daarvan is de Colombiaanse Ciclovía.
Iedere zondag en elke feestdag sluiten Colombiaanse steden de grootste verkeersslagaders van de stad. Zo ook Bogotá en zo ook vandaag: vandaag is het namelijk zondag en zonder te weten wat ons te wachten stond, fietsen we opeens op de Ciclovía van Bogotá. Een bizar fenomeen: op een vierbaanse snelweg is geen auto te bekennen. Alleen maar fietsers en skeeleraars. Een sociaal-cultureel fenomeen dat mensen samenbrengt. Muziek, eetkraampjes, fietsers, hardlopers en skeeleraars: allemaal op deze snelweg.
Ik zei al in de blog van Medellín dat Colombianen skeelerfanaten zijn, maar daar kun je fietsen ook wel aan toe voegen. Bogotá stikt van de fietspaden en hoewel het nog geen Nederlandse proporties zijn, lijkt het overgrote deel van de Colombiaanse stadsbewoners ook een fiets te bezitten en dat zie je op die Ciclovía ook terug: de hoeveelheid fietsers doet soms vermoeden dat je je in Amsterdam bevindt.
Dat verklaart ook wel die vreemde (of toch niet zo vreemde) oververtegenwoordiging van topwielrenners in de wielrennerswereld. Doorgaans heb je enkel Europese namen in de wielrentop en dan doemen daar ineens een paar Colombianen op. Voor kenners zullen namen als Egan Bernal, Nairo Quintana en Rigoberto Urán niet vreemd zijn. Niet gek: Colombia is een bergachtig land en tijdens onze vele busreizen passeren we te pas en te onpas renners die de bergpassen van de drie Colombiaanse Cordillera’s op hun wielrenfietsen trotseren en ook in de steden is het dus een en al fietsen geblazen.
Bogotá is de hoofdstad, dus hier zit ook de regering. Logisch. Dat is altijd zo, toch? Oh nee, Nederland is met Den Haag letterlijk ’s werelds enige uitzondering hierop (geloof ChatGPT dus andermaal niet op de bewering dat dat in Zuid-Afrika en Bolivia ook zo is, want die hebben gewoon meerdere hoofdsteden). Maar dat betekent dus ook dat hier die ‘legale criminelen’ zaten waar Pablo Escobar zo bang voor was.
We komen bij een begraafplaats (zie de afbeelding hieronder/hiernaast, we zijn vergeten goede foto's te maken van deze plek). Een luguber plekje, met een bijzonder monument dat de jongens eert die door het Colombiaanse leger vermoord werden in de hoogtijdagen van de drugsoorlog in Colombia. Waarom? De regering loofde een flinke som geld uit aan militairen voor gedode guerrilla’s. Wat deden die militairen? Willekeurige jonge gasten van de straat plukken, in koelen bloede vermoorden en de lijken hullen in guerrillakleding. Lekkere fooi voor het vermoorden van onschuldige jongens. Bi-zar. Volgens de Colombiaanse overheid zijn er in de 600 slachtoffers geweest, maar iedereen weet dat dat aantal in de duizenden loopt omdat Bogotá vandaag de dag nog altijd hun boontje heiliger doet laten voorkomen dat dat het is. Akelig.
Een herhalingslesje koffie
Bogotá is overigens de stad waar zo’n 90% van de reizen door Colombia start en dat merken we ook wel echt aan deze fietstour. We stoppen bij een koffietentje. De koffie is heerlijk, maar het rondleidinkje dat we krijgen geeft leuke maar basale informatie en het onwijs boeiende verhaal van Mike over de drugsoorlog en de guerrillastrijd aan de kust van de Grote Oceaan, de Darién Gap en de zuidwestelijke Amazone is voor ons wel interessant om te horen, maar na bijna vijf weken Colombia niks nieuws. Is dat erg? Nee, absoluut niet. Mike is een energieke man met een gave voor verhalen vertellen en Geertje en ik kunnen tijdens zijn verhaal meermaals misplaatst arrogante blikken met elkaar uitwisselen die maar één ding betekenen: ‘dat wisten wij al, hé!?’ Heerlijk. Evenals de koffie. We genieten van wat verse cacaobonen en luisteren netjes naar onze Mike.
We krijgen ook nog wat cocabladeren voorgeschoteld. Ken je ze? Dat zijn die bladeren waar ze cocaïne van maken. Daar mogen we op gaan kauwen. Vooral in Peru en in Bolivia zijn die bladeren heilig en wordt er door iedereen op gekauwd, want het helpt dus tegen de hoogteziekte zoals een ibuprofen je kater weet te onderdrukken. Onbewerkt is het dus een behoorlijk onschuldig plantje. Een godsgeschenk voor mensen die op hoge hoogte leven, een ramp wanneer het witte goud ervan gemaakt wordt. Ook een potentiële ramp als je het doorslikt, want na het kauwen spuug je het spul uit. Althans, als je de uitleg van Mike hoort ('don't swallow!'). Dat stukje gaat even aan mij voorbij en na een paar ferme kaakbewegingen en een stevige slikreflex werk ik het blaadje naar m'n maag, maar kijk ik verbouwereerd als iedereen hun uitgespuwde blaadje op tafel heeft liggen. Wat blijkt? Nu heb ik kans op maag- en darmklachten en hartkloppingen! Gelukkig is me dat uiteindelijk bespaard gebleven. Geertje zag me al gaan en dacht nog dat ik niet zo Oost-Indisch doof was, maar die blijkt me te hoog ingeschat te hebben. Dan denk je dat je na je dertigste verstandig en wijs bent geworden, maar dan werk je zo op een zonnige zondagmiddag in Bogotá na een drugsvrij leven, toch voor de eerste keer per abuis cocaïne naar binnen. Het kan verkeren.
Fruit met mike
Dus op naar betere oorden: de fruitmarkt! Onze laatste stop van de dag is de fruitmarkt van Bogotá, waar een doolhof aan fruitkraampjes met tropisch fruit waarvan je de helft nog nooit gezien hebt, het bruisende decor van ons komende halfuurtje vormt. Mike is gretig en tikt wel twintig verschillende soorten avocado’s (je hebt hier blijkbaar veel varianten van, wisten wij helemaal niet, grote en kleine avocado’s en ze hadden allemaal een andere smaak, bijzonder hè?!), mango’s, passievruchten en andere exotische vruchten op de kop. Wel interessant: wist je dat er in Colombia tegen de vierhonderd soorten fruit van nature groeien? Dat betekent dat je elke dag één soort fruit kunt eten en je na een jaar dus nog niet eens alles geproefd hebt. Wij mogen van al dat lekkers proeven en in luttele minuten passeren de meest bittere, zoete en zure smaken de revue en met een tasje gevuld met twee mangostenen, vier uchuva’s en een grote, uit de kluiten gewassen mango Tommy, verlaten we dik tevreden de fruitmarkt.
De fietstour zit erop! We bedanken de onverzorgde, maar tevens superleuke gids Mike, alvorens we geïntroduceerd worden aan een typisch Colombiaans spel: Tejo! Oh, wacht, dat kennen we ook al, denken we als de arrogante, alleszeggende blikken van Geertje en mij elkaar weer kruisen. Maar goed, het blijft leuk, hé?
We sluiten Bogotá af in de schattige straatjes van La Candelaría. De laatste vijftien minuten van de fietstour regende het pijpenstelen. Na de fietstour blijven we nog even in deze wijk en zelfs de schattige straatjes van La Candelaría die tot het UNESCO werelderfgoed behoren (het lijkt alsof je in een knus dorpje te midden van een miljoenenstad bent) en de lekkere biertjes in een knus café met onmisbare open haard op tv, krijgen ons niet warm en zelfs als Geertje haar sokken uitdoet, lukt het de tv niet om ze op te warmen. Maar leuk is het wel: het bier smaakt en de winkeltjes die we bezoeken zijn leuk. En de pizza waarmee we afsluiten is overheerlijk. Maar die warme douche die avond, is onbetaalbaar.
Dan is het tijd om gedag te zeggen. We zijn niet zomaar weg, want de bus die vanaf Terminal Salitre, centraal gelegen in de stad, gaat, laat eens te meer zien hoe enorm de omvang van deze metropool is. Pas na 51 minuten rijden, terwijl het verkeer niet eens zo heftig is vandaag, zijn we aan de noordkant van de stad. Een. En. Vijf. Tig. Minuten. De halve stad door. Dat is bijna net zo lang als van Geertjes ouderlijk huis naar Schiphol. Voor wie dat wat zegt. Voor wie dat niks zegt: bedenk maar iets dat zo lang rijden is en dat je dan de halve stad gehad hebt.
Bogotá heeft ons wel verrast. Alle steden hebben ons verrast, tot nu toe. Of ja, verrast: misschien is dat niet het goede woord. Door de jaren heen zijn we grote steden veel meer gaan waarderen, want wat gebeurt er ontzettend veel in steden. Wat zijn er toch ontzettend veel verhalen te vertellen in steden. Wat is iedere stad op zijn eigen manier toch weer bijzonder en och, wat zouden we graag met deze mindset nog een keer naar Bangkok, Hanoi of Ho Chi Minh Stad gaan. Het nachtleven valt naar het schijnt ietwat tegen in vergelijking met Cartagena, Medellín of Cali, en gezien het grote aantal drugstoeristen dat Nederland aan Colombia levert, is dat misschien de reden dat onze medelanders wat negatief zijn over Bogotá. Maar wij? Wij gaan daar niet in mee. Bogotá is een topstad.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een stad! Ik zou gillend gek worden in zo'n metropool! Wel fijn dat ze ook autoloze zondagen hebben (doet me denken aan de A2 in 1973) waardoor je als fietser letterlijk de ruimte krijgt. Alles beter dan klimmen in die ijle lucht 🥵! Geweldig die rommel markt en wat te denken van al dat fruit?? Een waar El Dorado voor fruit liefhebbers!
Kijk aan, El Garno komt gewoon voor in de blog! 😎 Zeker Niels, nootjes horen er altijd bij. In Den Bosch betaal je er meestal zo’n €2,50 extra voor, maar geloof me… dat zorgt alleen maar dat je nóg meer bier gaat drinken door die zoutige kick. Perfecte combinatie al zeg ik het zelf!
En wat een verschil met Nederland als het gaat om “afvalzoektocht”. In Amsterdam bijvoorbeeld knopen ze de vuilniszakken niet eens dicht als ze alles over de weg hebben gesmeten op zoek naar statiegeldblikjes. Niet voor eten, gewoon voor centjes… Dat is nog eens een verschilletje met Colombia.. Lief dat jullie iets hebben gegeven, want wie goed doet, goed ontmoet.
En Niels, jongeh… cocaïneblad inslikken! 🤯 Wat een man, nergens bang voor dat blijkt (en ook niet kapot te krijgen). Gelukkig zonder bijwerkingen, anders had je misschien hallucinaties gekregen van pratende nootjes en dansende bierglazen… Hahah!
Bogota: in die enorme miljoenenstat (mij wat te groot af), is werkelijk alles te beleven! Teveel om op te noemen! We hebben weer van alles genoten! Lieve groetjes van ons en tot de volgende keer!
Leuk blog weer. Geertje, kleine mensen hebben dus geen excuus meer op hoogte, begrijp ik — het ligt gewoon aan de conditie 😅. Respect dat je de klim naar de Monserrate hebt overleefd; ik zou halverwege al strategisch naar een koffietentje zijn uitgeweken, maar ja, die waren daar waarschijnlijk ook niet.
De zoutkerk overslaan klinkt als een prima kosten-besparende pelgrimstocht.
En mooi dat ChatGPT officieel is goedgekeurd als reisgenoot, al vermoed ik dat speciaalbiertjes en nootjes bij een mindere dag nog altijd betrouwbaarder advies geven.
Pluspunten voor de sociale kant mensjes! ‘Oud’ brood delen met minderbedeelden, dat is weer typisch Geertje.
En die straatverkopertjes in La Candelaría houden het zo ook lekker duurzaam: lokaal, informeel en waarschijnlijk 100% recyclebare marketing.
Kortom: Bogota klinkt als een stad waar je buiten adem raakt van de hoogte, maar ook van de verhalen. 😄