Poh, wat was het een lange blog, die vorige, hé? Ja, ’t is wat. Als docent heb ik wel eens leerlingen met een rugzakje gehad, maar als steden rugzakjes zouden hebben, dan had Medellín een van de allergrootste gehad, hé? Gelukkig hebben we veel over de armoede geleerd en over de zaken waar El Patrón Pablo Escobar zich in z’n vrije tijd mee bezighield, dus de tweede helft van ons weekje Medellín gaat wat minder zwaarmoedig worden. Wel houden we de leus van Diego in ons achterhoofd: Medellín is niet meer de stad van dood, verderf en criminaliteit. Kijk om je heen: de stad is prachtig stijlvol en modern. Een leus die eigenlijk voor heel Colombia zou kunnen gelden met de vooroordelen waar het land nog steeds mee te maken heeft.
Maar daar heeft Diego wel een goed punt, hoor, die dekselse voormalig beroepscrimineel. Dat zien we alweer als we door de zijstraatjes van Laureles wandelen. Je weet wel, waar al dat groen is en waar om de haverklap een knus en prachtig restaurantje, winkeltje of koffietentje het decor van de straatkant bepaalt. Stijlvol, prachtig en modern. Verrek, ja.
De free walking tour
Dat is El Centro wat minder. In Cartagena deden we die free walking tour, maar daar hebben we van geleerd en in Medellín wandelen we die straattour lekker op ons eigen dooie gemakje. Maar El Centro, de meest originele naam voor een historisch centrum aller tijden, is een wijk die wat onguurder zou zijn dan de meeste in Medellín. Bij zonsondergang is het een no-go-zone, maar ook overdag is het een gebied waar zakkenrollen tot het uiterst beperkte pallet aan hobby’s behoort. Maar goed, we zijn niet van gisteren, dus het komt wel goed. We vragen Gemini (voor de 50-plussers: Gemini is AI (zeg: ‘ee-aj’), net als ChatGPT) de route van de Free Walking Tour door het stadscentrum en huppakee: de hele route ligt voor ons klaar! Wat een geweldige lifehack! “WeL oPPAsSen vOoR zAkKenROlLerS”, zegt Gemini er nog bij. Ja-ha, mam.
Ironisch is het dat er een sardientjesblik aan toeristen is opengetrokken, dat zich verzamelt rond een gids met een felrood shirt en een net zo rode paraplu, die enthousiast begint te zwaaien, wanneer we uit de taxi stappen om onze wandeling te beginnen. We bedanken ‘m, want nee, nee, wij zijn vandaag onze eigen gids in het oude centrum!
Plaza de las luces
We beginnen bij het Plaza de las Luces, een plein met een stuk of 300 grote pillaren van 24 meter hoogte die samen een soort bos vormen en ’s avonds licht geven, geflankeerd door twee prachtige bakstenen gebouwen, Vazquez en Carré. Weer zo’n park dat gebouwd is om de wederopstanding van Medellín te vieren. Ten tijde van de drugsoorlog was dit een van Medellíns gevaarlijkste pleinen, maar nu dus niet meer. Indrukwekkend, maar volgens Gemini (de plaatsvervangende gids van vandaag) zou het hier normaliter stikken van het kantoorpersoneel en de straatverkopers. Nou, kijk op de foto’s. Geen kip te bekennen. Slechte gids, Gemini, slechte gids.
Palacio Nacional
We lopen door naar het Palacio Nacional, het voormalige kantoor van de belastingdienst, maar vandaag de dag een winkelcentrum. Mooi architectonisch machtsvertoon. De weg ertoe is ook leuk. Zo uitgestorven als het Plaza de las Luces was, zo levendig maakt de markt de straten die richting en voorbij het Palacio Nacional lopen. Wel op onze hoede, want dit zijn natuurlijk van die chaotische plekjes waar die zakkenrollers lekker in hun handen wrijven als er een paar onoplettende toeristen langslopen, maar zoals het tot nu altijd in Colombia is geweest: het valt allemaal reuze mee.
Pauzeren op Plaza Botero
Even later arriveren we bij een van de oudste kerkjes van Medellín, Parroquia de la Veracruz. Die ligt weer op het Plaza Botero, een klein pleintje met allemaal standbeelden, waaronder eentje van een vrouw die nodig iets aan haar obesitas moet doen, die gemaakt zijn door de Medellínse kunstenaar Fernando Botero. Het is hier waar we een terrasje pakken en een uur lang twee biertjes soldaat maken en wat blijkt: Plaza Botero is de perfecte plek om mensen te kijken. Van zakkenrollen of andere kleine criminaliteit hebben we nog totaal geen last gehad en zonder stoer over te willen komen, denken we wel dat dat grotendeels te maken heeft met het feit dat we al wel wat gezien hebben en intussen wel redelijk doorhebben hoe we ons moeten bewegen op verschillende plekken (sowieso is de realiteit t.o.v. internet altijd tien keer minder erg, lijkt het wel), maar in El Centro zie je wel dat er nog een heleboel mensen in Medellín zijn die niet de beste versie van hun leven leven en dat het hier na zonsondergang inderdaad wel eens heel grimmig kan worden, is op zich wel begrijpelijk. Er zijn veel handen nodig om het aantal daklozen mannen te tellen die als bezetenen over het plein struinen terwijl ze de weg compleet bijster zijn en we schrikken ook wel van het aantal schaars geklede vrouwen dat op het plein rondhangt die daar niet alleen maar staan om naar de gevel van die oude kerk te kijken. Treurig, maar bijzonder boeiend tegelijk.
We kopen nog een lolly van een dakloze die langskomt. Geertje kon dat deze keer toch niet weerstaan. Van de meerdere bedelaars die langs zijn gekomen, kwam deze het meest oprecht over: niet dwingend, nee was oké en als je wat wilde kopen mocht je zelf het bedrag bedenken. Die geven we liever een paar peso's dan de boomboxboys (net als in Cartagena) die weer ongevraagd met consumptie bij je tafel komen rappen, ook al volstaat een no gracias dan blijkbaar niet.
Plazas Berrio en San Antonio
Nadat we onze biertjes hebben afgerekend, lopen we nog verder naar het Plaza Berrio waar een man in het midden omgeven door een grote menigte staat de prediken alsof hij een heraut in de Renaissance is en naar het Plaza San Antonio, waar een grote open ruimte het decor vormt voor voetballende kinderen en feestende Colombianen. Feestende Colombianen. Sorry voor het pleonasme.
’s Avonds zorgt Geertje voor de derde avond op rij voor gezonde kost in de vorm van een salade en eindigen we met een paar biertjes voor 7000 pesos (€1,61) per stuk, terwijl we de SuperBowl-finale gadeslaan. Althans, dat horen we als we de serveerster vragen waarom mensen in godsnaam op de stoep stoppen om naar een soort concert te kijken dat we op tv zien. Wij kennen helemaal niemand in Nederland die daarnaar kijkt, maar in de Amerika’s is het een hele bedoening hoor, dat American Football. En dan vooral die halftime show, want zodra Bad Bunny van het beeld verdwijnt, neemt de kijkende meute op de stoep ook met zo'n 75% af. Blijkt echt tien keer zo belangrijk te zijn, die halftime show, want een dag later staat het nieuws er vol mee. Wie die SuperBowl gewonnen heeft? Dat wordt nergens vermeld. Het zal wel. Amerikaanse hobby’s.
Op dik twee uur rijden van de stad ligt Guatapé, een dorp dat voor veel Colombianen een dagtrip is. Een dagtrip, twee uur rijden. Laat het even inzinken, hé? Wij Nederlanders zijn echt het meest verwende volk ter wereld als het om afstanden gaat, want als wij twee uur rijden in Nederland dan moeten we minimaal een weekendje weg zijn. Maar goed, Guatapé, dagtrip voor Colombianen. Waarom? Eén antwoord: de mysterieuze granietberg Piedra del Peñol.
Guatapé
We stappen uit bij eindstation Guatapé en voorzien onszelf van wat benzine in de vorm van een ochtendbiertje (Aguila is het favoriete merk geworden), want op een kleine hoeveelheid alcohol is het maken van een dagplanning altijd net wat makkelijker. Even later is het alsof we weer in Zuidoost Azië zijn, want een tuktuk brengt ons voor een schijntje tien minuten verderop, naar de trappen die naar Piedra del Peñol leiden.
Die rots kun je dus beklimmen. Wij worden afgezet bij een tankstation omdat we 11.000 pesos (iets meer dan een euro per persoon) willen besparen. Voor 11.000 meer hadden we aan de voet van die Piedra gestaan, maar daar krijgen we al snel spijt van. Na tien minuten beuken op een pad zo steil als de Python in de Efteling, zijn we compleet buiten adem. En dan moeten we die bult nog op. Maar ja, wel weer twee euro bespaard.
Hoewel we bekaf zijn, is de omgeving een van de mooiste die we tot nu toe gezien hebben. Die Piedra del Peñol: het is alsof Moeder Aarde een enorme steenpuist heeft die ze een keer moet uitknijpen. Ik weet dat dat niet zo aantrekkelijk klinkt maar stel je maar eens voor dat die steenpuist echt super mooi is. 220 meter hoog, in een gebied van een kronkelend stuwmeer, groene heuvels en een heleboel vogels die om de steenpuist heen cirkelen. Nou maar hopen dat Moeder niet vandaag besluit om die puist uit te knijpen. Maar ja, ’t is ook geen vulkaan of zo, dus dat kan eigenlijk ook helemaal niet.
De steenpuist trotseren
Dan moeten we dat ding nog op. We waren al bekaf van de klim ernaartoe, maar nu willen we er natuurlijk ook op. 708 treden. Enkel. Dus 708 omhóóg! Nou, dat belooft wat, maar we zijn verre van de enigen die de steenpuist trotseren, dus het zal wel goedkomen. En inderdaad, het valt best mee. De weg naar boven die ons 11.000 peso’s bespaarde, leek veel zwaarder. Nou, terwijl we naar boven lopen trakteer ik je op een leuke anekdote van Steenpuist del Peñol. Je hebt hier twee dorpjes: Guatapé en El Peñol. De inwoners zijn al jaren verwikkeld in een vete over welk dorp die steenpuist nou mag claimen. Alsof twee kleuters vechten om een Tarzan-pop. El Peñol draagt de naam (Piedra del Peñol), maar Guatapé ligt dichterbij. Voor de mensen uit het Land van Cuijk: het is hetzelfde als zeggen dat SIOL de Katwijkse naam draagt, maar eigenlijk in Cuijk ligt. Voor mensen buiten het land van Cuijk: dit is echt een topvergelijking, maar je begrijpt ‘m waarschijnlijk niet. Hoe dan ook: op een dag dachten die lui uit Guatapé: we gaan die steenpuist nu écht claimen. Een paar dorpsbewoners klommen die bult op, namen een paar potten verf mee en begonnen met het schilderen van hun dorpsnaam Guatapé op de zijde van de steenpuist die naar El Peñol kijkt. Die lui uit El Peñol kregen er lucht van, gingen met hooivorken en fakkels de straat op en belden de politie. Die verscheen meteen ter plaatse, hebben waarschijnlijk toch niks beters te doen, en de Guatapé’ers moest meteen hun uit de kluiten gewassen muurschildering staken. Ver waren ze nog niet, halverwege de ‘u’, die nu op een ‘i’ lijkt. Ergens op één van de hellingen van Steenpuist del Peñol staat nu dus GI.
Kunnen wij niet zien, want we zijn druk bezig met die treden te trotseren. Geertje had namelijk op internet gelezen wat de gemiddelde tijd was om de steenpuist te beklimmen: 15 tot 25 minuten! Zoals het Geertje betaamt, moet daar natuurlijk een spel van gemaakt worden: sneller naar boven. Die wandeling omhoog naar het startpunt bracht de tong op onze schoenen, maar we blazen over deze 708 treden heen alsof het een warming-up is en bovenaan worden we getrakteerd op een magisch, fabelachtig uitzicht over de omgeving van Guatapé. Onze tijd? Iets meer dan twaalf minuten! BAM!
Op deze beeldschone steenpuist staan we een klein halfuur in alle richtingen weg te dromen, samen met een karrevracht aan Colombianen. Ja, veel Colombianen. Wat opvalt in deze contreien, is dat de Latijns-Amerikanen veel meer lijken te genieten van het leven dan – we gaan weer vergelijken – de locals in Laos en Cambodja en zo. Daar deelden we alle highlights met medebackpackers en andere witte toeristen. Hier? Hier zijn locals overal – ik kan me alleen het Panamakanaal bedenken waar dat niet zo was – in de meerderheid. En de mensen lijken bovendien 'echter'. Niet zo onderdanig (wat voor sommige mensen ook helemaal geweldig is, ieder zijn ding en niemand is fout) als bijvoorbeeld de Thai waar de extreme beleefdheid soms wel een act leek, maar rauw en echt. Begrijp me niet verkeerd: geweldige mensen, die Zuidoost-Aziaten, maar onze voorkeur ligt toch bij de latino's. En nogmaals: Panamezen en Colombianen genieten van het leven. Niks is verboden, alles mag en what you see is what you get. Als we dan ook nog bovenop die steenpuist een ijsje bestellen en een willekeurige Colombiaan voor ons betaalt, gewoon, omdat hij zo dankbaar is dat wij zijn land bezoeken, kan de vlag al helemaal uit. Na zo’n gebaar kan je dag toch niet meer stuk?
Het regenboogdorpje Guatapé
De rest van de middag pakken we wat terrasjes in Guatapé, waar de terrasjesbingo die de afgelopen Sinterkerstennieuw onze hoofdprijs vormde, voor het eerst het licht van de dag ziet. We vinden een terrasje op een balkonnetje waar het prima vertoeven is.
Ik had gezegd dat Cartagena de kleurrijkste stad was die we ooit gezien hadden, toch? Nou, Guatapé is weliswaar geen stad – is niet zo groot – maar in een land dat sowieso een explosie aan kleuren is, steekt Guatapé daar nog even met kop en schouders bovenuit. Het is alsof je wakker wordt in een Barbiefilm. Paraplu’s die de straten versieren, alle kleuren van de regenboog die de muren van de huizen toebedeeld krijgen en als echte blikvanger de vele kleurrijke zápaco’s, een soort plinten maar dan voor de buitenmuren aan de straatkant, die naast een decorerende ook een beschermende functie hebben. En die zápaco’s: het is net alsof alle kleutertekeningen die je in groep 1 en 2 gemaakt hebben op deze buitenplinten – zo noem ik ze maar – tot leven zijn gekomen. Wát een gezellig, knus en kneuterig dorpje is dat Guatapé zeg. Wat mij betreft mogen ze Piedra del Peñol wel claimen, al is het maar omdat het gevoel van esthetiek in dit dorp zijn weerga niet kent.
Over die claim gesproken: iets voor vijf gaan we weer terug naar Medellín en inderdaad: GI staat op één van de hellingen, zo zien we vanuit de bus! Raampje open, snel de telefoon tevoorschijn en nog wat bewijsmateriaal schieten. Missie geslaagd.
Voor het eerst sinds die avond met Danielle – onze eerste avond in Medellín – eten we weer buiten de deur. Het is tijd om die uitgaansstraat van de locals in onze wijk Laureles wat verder te verkennen. Ja, lezers, ik ben bijna manisch, maar het is gewoon zo’n topwijk. Weinig tot geen toeristen en het échte Medellín krijgen we hier te zien. We belanden eerst bij een streetfoodtentje waar we ons te goed doen aan een hamburger en salchipapa’s (die varkenskapsalon met mozarella die we ook in Panama-Stad hadden). De Colombiaanse keuken hebben we nog niet zo heel erg ontdekt, maar hij staat ook niet zo goed bekend omdat ze alles in de frituur flikkeren. Om te compenseren, kookt Geertje regelmatig en dan eten we altijd gezond, maar eerlijk is eerlijk: wij (ja, stiekem ook Geertje) zijn echt wel fan van dat goedkope spul dat we op de straat tegenkomen. Dus genieten doen we, van een biertje en Colombiaans fastfood, terwijl er op straat ineens een complete skeelervereniging langs komt geskeelerd. Blijkbaar is Colombia wereldtop in de skeelerwereld. Zo, dan weet je dat ook weer.
Waar we ook fan van zijn, zijn de bierprijzen. Na de hamburger en salchipapa’s (die samen met een drankje 9 euro in totaal waren) sluiten we dag af bij een nieuw dieptepunt. Of ja, qua prijzen bedoel ik. 4000 peso’s (€0,91) voor een ijskoud flesje Aguila is voor het humeur namelijk absoluut geen dieptepunt.
De laatste dag - denk aan je gezondheid!
Nog één dag hebben we in waarschijnlijk de leukste stad – en dat zegt wat na Cartagena en zeker na Panama-Stad – die we deze reis hebben bezocht, maar vandaag rusten we lekker uit. Of ja, in de middag verplichten we onszelf tot uitrusten, want we knutselen ’s ochtends in een sportschool in de buurt onze eigen crossfitsessie in elkaar. We lopen natuurlijk veel op een dag. Serieus. De sportschool als voorbeeld: 'oh maar een halfuurtje lopen', dus dan ben je in totaal al een uur aan de wandel met de heen en terugweg. Maar dat lopen, da’s dan toch wel wat anders dan een uur beulen in zo’n zaaltje. Het middagje thuisfront bellen op bed komt dus als geroepen, want fysiek zijn we tot weinig bijzonders meer in staat. Vooral ik ben helemaal naar de gallemiezen: op de terugweg moet Geertje voor mij maar een proteïnereepje scoren, want ik kan he-le-maal niks meer.
Helemaal murw gebeukt door de telefoonschermen, besluiten we dat onze laatste avond in Medellín er toch nog wel eentje moet zijn waarin we iets doen. Geertjes speurneus stuit op een dakterras op slechts vijf minuten lopen en met een uitzicht over een Medellín in schemering sluiten we onze dag op wonderlijk mooie wijze af. Verder dan twee Corona’s komen we niet vandaag, want ik kan je vertellen dat de alcohol op zo’n dakterras wel wat meer kost dan de 4000 peso’s die we een dag eerder nog betaalden en ik houdt financieel budgetbeheerder Geertje maar liever te vriend. Maar goed, ook ik wil Chili gewoon halen, dus ze heeft gewoon gelijk. Mag de pret niet drukken, want het uitzicht is natuurlijk magistraal en er vliegt – geloof ons maar op ons woord – nog een dozijn groengele papegaaien langs. Oh ja, en er is zo’n glazen dek waardoor je op twaalf hoog regelrecht naar beneden kijkt. Die dingen doen het ook altijd goed op feesten en partijen.
Hoe anders kunnen we de avond afsluiten dan met een dikke vette pizza? Nou, niet anders dus, aangezien we heel de dag naast het bakje fruit en een proteïnereep niets meer op hebben. Rammelend van de honger nemen we tegen achten plaats op een knus, fotogeniek terrasje waar ik de eerste terrasbingo-overwinning in de wacht sleep dankzij de straatartiest die het terras komt opgelopen en een dijk van een stem ten gehore brengt. Uitgeteld als we zijn, is het vroeg bedtijd vanavond.
En dan is het tijd om te gaan. Geertje slaapt nog wat uit, ik haal nog een koffietje aan de hoofdstraat van Laureles en sleep nog twee koekjes, één in de vorm van een eenhoorn, één in de vorm van Stitch, in de wacht. Heb ik ook weer schattigheidspunten bij Geertje gescoord. Vanaf dag één in Medellín zeggen we al een paar van die koekjes te kopen vanwege het feit dat iedere bakkerij een voorraad heeft liggen.
En een koffie to-go natuurlijk. Met dat bakje loop ik nog één keer door de straten van Medellín, waar de stoepen versierd zijn met de namen van alle Zuid-Amerikaanse landen. Wát een stad, zeg. Eén van onze favorieten tot nu toe. Niet eens van deze reis, maar van ons hele leven. Bij Geertje heeft-ie zelfs Kuala Lumpur van de troon gestoten, maar ik laat het allemaal nog even op me indalen. De emotie van het moment spreekt boekdelen, in ieder geval. Maar echt, deze stad heeft alles. De eeuwige lente. Een bijzonder boeiende recente geschiedenis. Straten zo groen alsof ze door hoveniers ontworpen zijn. Bergen op de achtergrond. De vriendelijkste mensen ooit. En boven alles: een wederopstanding waar zelfs Jezus Christus nog goedkeurend van zou fronsen. Topstad. We gaan het hier wel missen.
Reactie plaatsen
Reacties
Haha, ik moet zeggen, 50-plussers en Gemini? Geen zorgen, wij weten inmiddels dat het geen nieuwe soort yoghurt is 😎. En Geertje… ach, die heeft gewoon het ultieme talent: dakloze-lollyshoppen combineren met bergbeklimmen alsof het een Olympische sport is. 708 treden extra? Moeder Aarde geeft geen halve maatregelen, hè.
En die competitiedrang van Geertje… herkenbaar! Ik ren ook altijd om als eerste bij het uitzicht te zijn, al is het maar om te checken of de kleurtjes van Guatapé wel écht Instagram-waardig zijn. 🌈✨
Oh, en Barbie… roze natuurlijk, Nilis, dat is heilig! Maar eerlijk, tussen die lolly’s, treden en kleurtjes door, lees ik vooral één ding: enthousiasme is besmettelijk. Zelfs vanaf mijn stoel hier en met de regen buiten zou ik wensen dat ik daar ook zou zitten met een ochtendbiertje 😉.
Ik denk dat de kinderen in Guatape eerst leren skeeleren, dan lopen. Heel eerlijk wie wil nou niet met 40 km door de straat heen ipv met de benenwagen.
Maar wat een kleurrijk stadje zeg! Prachtig. Jullie hebben je ogen uit gekeken. Ik hoop alleen niet dat jullie in zo’n gekleurd huisje hebben geslapen. Als je even de weg kwijt bent, en vraagt aan een Colombiaan; “we wonen boven een blauw huisje, naast een paarse woning met rode kozijnen”, kan die jullie ook niet verder helpen, omdat het daar allemaal zo kleurrijk is!
Lekker genieten samen (en met de lekkere drankjes die er nog aan zitten te komen!!)
Wat een mooie blog weer! Weer heel veel bijzondere indrukken opgedaan. Ik sta het meest te kijken van de vriendelijkheid van de Colombianen. De kleurrijke straten de bevolking spreken voor zich! Superleuk en de prachtige foto's... genoten!!
Het zou een stad zijn voor ons aller hovenier! Wat zou hij ervan genieten. En wat die zakkenrollers betreft en jullie opmerking jaha mam, vraag bij jaha mam maar eens naar haar ervaring in Napels met dit gespuis!
Het was een bezoek met heel wat tegenstellingen: van en in-en-in triest deel met een kunstwerk ban 300 betonpalen tot de beklimming van die prachtige steenpuist!
Volgende stop Chili??