Cartagena - Geef geen papaja

Gepubliceerd op 26 januari 2026 om 04:30

Beginnen met een sprookje

Er was eens een Duitse jongen. Negentien jaar, nog nat achter de oren, nog naïef voor hoe de wereld buiten het veilige, comfortabele Duitsland zou kunnen zijn. In de nacht van 26 op 27 januari ging hij op stap. Vol bravoure, de wereld was de zijne, maar als hij ’s nachts op straat loopt met een groepje van zijn hostel, komen daar in het donker een paar Colombiaanse jongens uit Cartagena op hem afgelopen. Of hij cocaïne wil, luidt de vraag. Eerder had hij ‘ja’ gezegd, maar nu was het al laat genoeg. Toch staat hij even later bij een pinautomaat om 650 euro van zijn bankrekening te halen. De jongens hadden een zakje wit goud in zijn broekzak gestopt. De cocaïne zat immers in zíjn broekzak en niet meer in de zakken van de dealers. Nu moest en zou hij betalen, want de messen die de jongens aan de Duitser hadden laten zien, die waren geslepen, scherp en absoluut niet van plastic. Tijdens het pinnen weet de jongen z’n locatie met een SOS naar een vriend te sturen, die meteen naar de politie gaat, maar de politie op de donkere straten van Cartagena spreekt opeens geen woord Engels meer en kaartlezen is al helemaal uit den boze. Ze zijn zo corrupt als ze maar zijn kunnen.

Hoe hij weet te ontkomen, weten niemand, maar het lukt hem wel. Volgens de verhalen lieten de drugsbendes hem gaan. De Duitser snelt naar zijn hostel om daar zijn paspoort, pinpassen en overbodig contant geld achter te laten en op de weg terug naar de kroeg, kruist zijn pad weer met die Colombianen. De messen komen weer tevoorschijn – hij moet en zal betalen.

Twee lugubere berovingen in één nacht. Zo luidt het cowboyverhaal van Floor als we op dag drie ergens in de kunstenaarswijk Getsemaní elkaar weer zien voor de lunch. Ze was er zelf niet bij maar als ze met Danielle – de Canadese van de San Blas trip – één dag later ook besluit de voetjes van de vloer te halen, hoort ze dit verhaal van haar Duitse hostelgenoot. En die avond was het weer raak: om vier uur ’s nachts verlieten ze de discotheek en Danielle liep naast de Duitse jongeman. Nu was het de politie die het op hen gemunt had. Danielle zat fout deze keer. Waarom? Niemand die het weet, maar er lag wel een leeg zakje cocaïne op de grond, vlakbij die agenten. Dat wordt duidelijk als één agent Danielle filmt, vervolgens met de camera naar haar paspoort gaat en tenslotte de lens mikt op het lege zakje op de grond. Niet van Danielle, dat niet: waarschijnlijk van de politie, de corrupte politie die domweg samenwerkt met de messentrekkers op straat.

Dan weet je genoeg. Hopelijk is het enige wat die lui willen, gewoon geld zien, maar als ze met haar peso’s begint te zwaaien, worden de agenten ongemakkelijk. Nogal wiedes, want nu ziet het hele plein dat de agenten een aanhouding in scène aan het zetten zijn. Het blijkt haar redmiddel, want in een poging dat allerlaatste beetje integriteit te behouden – of om de huichelachtige façade op te houden en niet door de mand te vallen – mogen ze weg. Iedereen weet het, maar men zou maar eens zien dat de politie hier corrupt is. Ik zei het al: Colombia wordt een wilde achtbaan.

Rust...

Maar dat begint pas vanaf dag drie. We liggen als we arriveren pas om half vijf 's ochtends op bed in onze luxe AirBnB in de ietwat luxere wijk Marbella. We kiezen er dus voor om twee dagen bij te komen in de kleinste van de vijf miljoenensteden in Colombia. Met uitzicht op de Caribische zee en de beschikking over een keuken, een wasmachine, een tv en een zwembad, zijn we voornemens om in het swingende Cartagena twee dagen alleen buiten de deur te komen als we naar de supermarkt moeten of in het zwembad willen. Chillen en de was bijwerken. Dat luidt het devies de komende twee dagen.
Dus dat doen we: we bestellen de eerste avond eten, maken onze eigen lunch, beginnen eindelijk aan het laatste seizoen van Stranger Things en het voelt even alsof we inwoners van de stad zijn.

Het is heerlijk om weer even op adem te komen. Geertje kan haar ei kwijt in de keuken (wat betekent dat ik gebombardeerd wordt tot menselijke vaatwasser). Het klinkt ontspannen, een paar dagen op tropische eilanden, maar de nachten zijn kort in harde bedden zonder airco en hangmatten, de avonden zijn intensief en de speedbootritten zijn allesbehalve ontspannend. Het is dan ook heerlijk om na een week (!) eindelijk weer onder de straal van een douche met een fatsoenlijke straal te kunnen staan, in plaats van de drie emmertjes waar we ons gedurende bijna een hele week inmiddels onder hebben moeten wassen. Geertjes handen waren intussen aan het vervellen van al dat zoute water. Al is de douche ijskoud (dat is de normale gang van zaken in Panama en blijkbaar ook in Colombia): we worden ein-de-lijk weer schoon. De backpacks overigens, want die zijn volgens Geertje ook aan een grondige schoonmaakbeurt toe. Laat maar heen doen, laat maar heen doen.

 

 

...en op pad

Op dag drie nemen we de taxi naar Centro Histórico (je kunt je wel bedenken wat voor stadsdeel dit is), laten we onze bagage achter bij het hostel en kan het ontdekken van deze wilde stad pas echt beginnen. Cartagena de Indias (zo heet de stad officieel: bij het stichten in de 16e eeuw dacht men namelijk nog altijd dat ze aan de andere kant van India waren) heeft een groot, ommuurd centrum dat uit grofweg twee delen bestaat. Centro Histórico is een wijk die ontploft van de Spaanse koloniale architectuur, indrukwekkende antieke gebouwen en historische pleinen. Getsemaní is de andere helft, waar de cultuur bruisend is en streetart, graffiti en de mooiste schilderijen hoogtij vieren. In Getsemaní spreken we af met Floor om te lunchen waar een onwijs vriendelijke en aandoenlijke ober ons stap voor stap meeneemt in het maken van een bestelling. Geertje heeft haar brein blijkbaar ook in de zee gedeponeerd daar op de grens tussen Colombia en Panama, want waar Floor en ik hetzelfde bestellen, roept Geertje prompt 'TRES!' terwijl ze al de hele dag over ei met avocado loopt te dagdromen. Ze heeft pas door dat ze hetzelfde besteld heeft op het moment dat de borden op tafel komen te staan. 't Is wa.

Het is super gezellig, maar hier is dus de plek waar die horrorverhalen van Floor op tafel komen en we wanneer we later door Getsemaní wandelen, zijn we toch huiveriger en iets meer op onze hoede, maar dat neemt niet weg dat we genieten van de stad die misschien wel de kleurrijkste stad is die we ooit hebben gezien. Van de kleuren van de huizen en de vlaggen die de krappe, knusse straatjes versieren tot de meest gedetailleerde jurken die de vrouwen dragen en de mooiste schilderijen en muurschilderingen: Cartagena is een ontploffing aan kleur en je kunt bijna niet anders dan jezelf vrolijk voelen. En zoals we al hadden verwacht: Colombia leeft en Cartagena dus ook, want ook hier behoort muziek tot de orde van de dag. 

Als we onszelf inchecken, maken we nog even wat foto's van het uitzicht van ons balkon en er komt hier voor een paar stuivers langsgelopen, zeg. De hoofdtraktatie zijn de vrouwen die fruitschalen op hun hoofd dragen en gekleed gaan in felgekleurde jurken van die de Colombiaanse vlag representeren. Lopen er een hoop van rond, hier in Cartagena, maar normaal moet je voor een foto betalen. Nou, niet als jullie onder ons balkonnetje door wandelen en wij stiekem wat fotootjes kunnen schieten!

Later in de avond nemen we plaats bij Plaza Municipal, een terras aan het water in Getsemaní geflankeerd door foodtrucks die het decor vormen voor ons avondeten, samen met Floor. Als je niet weet wat je wil bestellen, moet je hier niet komen: hamburgers, sushi, pizza, Mexicaans… Voor keuzestress ben je hier op de goede plek. Onderweg is er overigens genoeg gelegenheid om van Cartagena een mooie skivakantie te maken. Witte mannen (hoi, hier ben ik) zijn continu het doelwit van schimmige lui die een boekje met tours als dekmantel gebruiken om na een eerste ‘nee’ een paar grammetjes cocaïne aan te bieden. We zijn niet van gisteren natuurlijk, want we zijn niet in Colombia gekomen voor de wintersport.

Een reünie!

De avond wordt ook een kleine reünie: naast Floor sluiten ook Timothy, Luis, Gonzalo, Danielle en de Engelse Grace – ook van de San Blas tour, volgens mij nog niet genoemd, dus voeg die maar toe aan het notitieboekje – ons vergezellen en zodra we allemaal gegeten hebben, zetten we koers naar een rooftop bar in Centro Histórico waar we gezien het muziekvolume blij mogen zijn dat we buiten en niet binnen staan, maar als we daar willen bestellen – en afscheid nemen van Luis en Gonzalo, want die hebben een vroege tour een dag later – maken we ons snel uit de voeten, omdat we alleen per bucket kunnen bestellen. Ja, dikke onzin natuurlijk, want de Colombianen op het terras zitten gewoon uit blikjes te drinken.

In het donker is het rond elven als we weer naar Getsemaní wandelen. Toch huiverig, gezien de horrormemoires van Floor tijdens de lunch, maar eerlijk gezegd voelen we ons best wel comfortabel. Afgezien van de boomboxboys – een wel heel bijzondere scam waarin Colombiaanse jongeren met een boombox voor je komen staan, als bezetenen gaan rappen en daarna héél opdringerig op fooien azen – gebeurt er helemaal niks bijzonders en als we in Callejón Ancho, een te schattig smal straatje in Getsemaní vol met plastic stoeltjes en goedkope cocktails, gaan zitten, is de avond relaxt. Grace – blond, vrouw, alleen – maakt zich zelfs wat eerder uit de voeten, in haar uppie, en komt probleemloos thuis, evenals de rest. Ook als wij met z’n vieren (Timothy moet de andere kant op) naar huis gaan, is er werkelijk waar geen enkel probleem. Wat was dat dan toch met die Duitser?

iNo dar papaya! Je las het in de titel al, maar in Colombiaanse steden geldt de vuistregel dat je absoluut geen papaja’s moet geven. En nee, we hebben natuurlijk geen papaja’s op zak, maar spreekwoordelijk moet je natuurlijk niet als een stinkend rijke westerling ’s nachts over de straten paraderen met een miljoen peso’s in je knip. Kijk, iedere Colombiaan weet met de ogen dicht nog wel dat we gringos zijn, maar dat is oké. Maak jezelf geen doelwit. En voor zover we gehoord hebben, is Cartagena de Indias de stad waar je als toerist in Colombia het meest moet opletten van alle steden in het gele gebied. No dar papaya geldt hier dus nét een beetje extra.

Onze naïeve Duitser, nog groener dan een gazonnetje in mei? Die deelde papaja’s uit alsof hij Sinterklaas was. Diamanten oorbelletjes in, grote, opzichtige zilveren ketting en een bravoure alsof hij de hele wereld aankon. Was al een keer een kroeg uitgeknikkerd en hoewel hij nee zei tegen een zakje drugs, had hij een keer daarvoor al ja gezegd en de volledige inhoud nasaal geïnhaleerd. De politieagenten kende hij al. Dat waren z’n vrienden vertelde hij aan Floor en Danielle. Handjeklap, amigo dit, hermano dat. Die Duitser waande zichzelf de hoofdpersoon van Narcos, met het enige verschil dat Cartagena geen film is maar de realiteit. Als Danielle dan met die jongen naar buiten gaat, met de jongen die al bekend is bij het volledige politiekorps van Cartagena, dan word je ook meteen een doelwit en dat weet ze zelf ook. Kijk, een gewelddadige beroving is nooit goed te praten en de corruptie van de wouten al helemaal niet. Maar hoe – pardon – kut het ook is: het hoort er nu wel eenmaal bij in steden als deze wanneer je jezelf als een naïeve, domme idioot gedraagt. Zonder papaya’s te geven lopen we in het donker over straat. We zijn op ons hoede, gedragen ons normaal en dan blijkt: er is niks aan het handje.

Geschiedenisles!

De bevrijding van Zuid-Amerika

Ik sta vroeg op, waar Geertje nog even blijft liggen en de socials bijwerkt. We zijn weer in een stad, dus ik ga weer op zoek naar een museum. De keuze is reuze, maar mijn oog valt op het Palacio de la Inquisición, een museum over de Spaanse inquisitie aan het prachtige Plaza Bolívar. Eerst even over die Bolívar en als geschiedenis je niks boeit: skip dan even vier alinea’s. Bolívar is een naam die we nog vaak gaan horen. Simon Bolívar is, samen met José de San Martin, de grootste held van de Zuid-Amerikaanse geschiedenis. Bolívar, geboren in 1783 in een rijke Venezolaanse familie in Caracas, ging in zijn tienerjaren naar Spanje. Daar raakte hij onder de indruk van de slagkracht van het leger van Napoleon, maar ontwikkelde hij ook een afkeer voor het koloniale regime. Niet zo gek ook, want dat zou ik ook hebben als ik de halve wereld afreis naar mijn kolonisator en erachter kom dat die lui mijn eigen volk gewoon keihard aan het verwaarlozen zijn. Met de kennis van die twee zaken – de slagkracht van Napoleon en de afkeer voor zijn kolonisator – keerde hij in 1807 terug naar Venezuela en het moment was perfect: Spanje had z’n handen vol aan die kleine Franse generaal (en ze kregen ook nog eens smeer als een jachthond), dus de Zuid-Amerikaanse koloniën hadden even geen prioriteit. Toen begon Bolívar dus maar eens flink huis te houden, want het lukte deze knaap om het huidige Venezuela, Colombia, Panama, Ecuador en Peru onafhankelijk te maken. Toffe peer, die Simon, of niet?

Rond dezelfde tijd was het ook De San Martin die hetzelfde deed vanuit het uiterste zuiden in Chili en Argentinië. Je weet wel, De San Martin, die andere verzetsheld van Zuid-Amerika. Deze eindbaas kreeg het voor elkaar om in 1816 Argentinië, Chili en een ander deel van Peru onafhankelijk te krijgen - en een vinger bij Bolivia in de pap te hebben. Wel met een andere insteek: De San Martin was voor een monarchie (lang leve de koning) en Bolívar wilde een republiek. Ze kwamen elkaar ook nog eens tegen in het Ecuadoriaanse Guayaquil, trouwens. Daar dronken ze een bakje koffie over de toekomst voor Zuid-Amerika, maar daar kwamen ze niet helemaal uit. Nog altijd een van de grootste mysteries van Zuid-Amerika waarover daar nou precies geluld is. Ze hadden geen zin in oorlog, deze twee, dus De San Martin besloot te pensioneren van het landen onafhankelijk maken en dat is dus de reden dat er geen monarchieën in Zuid-Amerika zijn en je Bolívar over het algemeen meer terugziet in dit continent. In Venezuela betalen ze nu met de Bolívar bijvoorbeeld (alhoewel Simon zich in z’n graf omdraait als hij ziet hoe het daar nu gaat) en is Bolivia zelfs naar hem vernoemd. Wat gek is, want Bolívar heeft helemaal niks met Bolivia te maken gehad. Maar ach, dat maakt de Zuid-Amerikanen niks uit, want Columbus is dus ook nooit in het hedendaagse Colombia geweest. Wist je allemaal niet hé? Lang leve de kroegfeitjes!

De Spaanse inquisitie

Maar goed, ik was dus bij het Palacio de la Inquisición. Prachtig koloniaal gebouw, mooie gevels, romantische balkonnetjes, maar binnen speelden er zich wat luguberdere dingen af. Even een recap: de Spaanse inquisitie begon in 1478 en je moet dit eigenlijk zien als IS of Al-Qaida van het christendom. Spanje was bang voor joden en moslims, dus ze stelden een gerechtshof in: alles wat tegen de bijbel in ging, werd bestraft. Vaak door de dood, soms door marteling of verbanning. Op een gegeven moment werd de argwaan en de achterdocht van de Spaanse inquisitie zo groot, dat ook het bezit van verkeerde boeken en dingen als waarzeggerij en kruidenbrouwsels (hekserij, tovenarij) strafbaar werden en mensen massaal op de brandstapel gemieterd werden. Dan reinigt de ziel, vonden de Spanjaarden. Allemaal mooi, maar je bent wel zo dood als een pier.

Nou, Spanje was op koloniaal gebied natuurlijk ook een bezig bijtje, dus die inquisitie moest ook naar Zuid-Amerika. In Cartagena, Mexico-Stad en in het Peruaanse Lima stonden de grootste inquisitiebureaus en ook hier ging hetzelfde regime gelden. Alles moest met het christendom te maken hebben. Zo niet? Dood en verderf! Of ja, niet alleen maar dood en verderf, want een keer ‘godverdomme’ zeggen, dat kostte je dan maar tweehonderd zweepslagen. En dan zeggen dat het christendom een vredige religie was. Het waren net kleuters toentertijd. “Tuurlijk mag je bij mij spelen! Maar we doen wel alleen wat ik wil!”

Terug naar de orde van de dag

Nou ja, boeiend museumpje was het dus wel. Daarna herenigen we weer in een lunchcafeetje in Getsemaní waar het personeel de halve kaart niet op voorraad had, voor Floors afscheid. Die zal later vandaag helaas alweer naar huis vliegen. We lopen samen nog één keer door de straatjes en dan moeten we het toch echt voor gezien houden, maar de afspraak om een keer met z'n drieën naar Ann-Julie in Antwerpen te gaan, die staat!

In de middag sluiten we voor het eerst in ons leven aan bij een Free walking tour. Ken je dat? Iedere stad ooit biedt wel een paar van die dingen aan. Iedereen is er lyrisch over, want een gids brengt je gratis (er worden – terecht – wel fooien verwacht) langs de highlights van de stad en vertelt overal wat achtergrondinformatie. Lijkt top hé? Nou, het is zeker niet slecht allemaal, maar gewoon niet helemaal ons ding. Alex (onze gids) is een super vriendelijke jonge gast en hoewel zijn Engels echt goed is (grammaticaal moeilijke zinnen, brede woordenschat, enzovoorts, enzovoorts), is zijn accent onmiskenbaar sterk aanwezig en praat hij soms een beetje als een robot, met als gevolg dat we eigenlijk vrij weinig informatie meekrijgen. De wandeling levert mooie plekken op, maar als we straks een keer in Medellín of Bogotá zijn, vragen we wel even aan de Chat hoe de route loopt en lopen we 'm zelf terwijl we de achtergrondinformatie opzoeken. Geertje krijgt van gidsen met ellenlange verhalen nooit informatie binnen lijkt het wel en bij mij werkt het beter wanneer ik informatie lees dan wanneer ik het hoor. We maken voortaan samen een wandeling, ik ga me daarna dus voortaan inlezen en ik speel dan de gids. Eén voordeel van Geertjes concentratiegebrek: ze spot een aap in het park! Heuj. Eerste aap van Colombia. Tja, die free walking tours? Echt wel aanraders, maar dan niet voor ons.

’s Avonds gebeurt er weinig en lopen we alleen nog even terug van de Free walking tour die in Centro Histórico begon en in Getsemaní eindigde. Tussen die twee in halen we wat arepa’s. De Colombiaanse keuken is niet om over naar huis te schrijven. Werkelijk alles mieteren ze hier in de frituur (hoewel ik dat stiekem weer heel lekker vind, maar ik moet gesofisticeerd blijven en niet als een tokkie overkomen). Arepa’s zijn de zeldzame uitzondering op de poverheid van de Colombiaanse keuken: gevouwen maïsbrood (heel bijzondere textuur) gevuld met van alles en nog wat. Kip in het geval van vanavond.

Helaas komen we ook weer in aanraking met die gehaaidheid van Cartagena. Ik zei al: het is soms alsof we in het hoogseizoen in Vietnam of Istanbul lopen, want iedereen in Cartagena - op onverklaarbare wijze compleet anders dan in de rest van Panama of Colombia - is continu bezig met handelen en met verkopen en je kunt nog geen milliseconde naar een winkel kijken voordat er wederom een Colombiaan in je aura staat met een of andere aanbieding die minder voordelig is dan je op het eerste gezicht denkt. Daar hoort de wisselgeld-scam ook bij. Ik onderhandel voor 40.000 peso’s voor twee arepa’s. Dat is al redelijk aan de prijs voor twee van die dingen, maar hij wil er eerst 60.000 voor hebben. Dan geef ik ‘m een briefje van 50.000 en dan is er opeens geen wisselgeld voorhanden. De wisselgeld-scam, dus. Ja, lik onze witte gringokonten maar. Meneer de verkoper adviseert ons dan om wat drinken te halen bij het karretje van zijn buurvrouw (zal wel weer één pot nat zijn), maar Geertje weigert principieel mee te doen aan dit soort spelletjes, al is het maar om twee euro. "Ik ben geen wandelende pinautomaat", hoor ik haar nog roepen als ze lichtjes agressief de arepa's op het karretje teruggooit, "dan verkoop je maar niks, dan moet je je shit maar regelen". Verstaat die knakker natuurlijk geen snars van, maar ze heeft wel gelijk en het werkt ook nog: want uit het niets verschijnen daar opeens twee briefjes van 5000. Cartagena de Indias. Je moet er altijd op je scherpst zijn. En bovendien: des te meer genoten van de arepa's. Kijk hieronder maar: Geertje is dik tevreden.

Shoppen

Kennen jullie die droneshots van de San Blas-eilandentour nog? Die maakten Simòn en Ninon, het Franse koppel dat we daar ontmoet hadden (kijk even op hun Insta, echt de moeite waard). Het is ze onbewust gelukt om ons te overtuigen ook te gaan droneshoppen, dus de hele ochtend en het begin van de middag spenderen we in twee shopping malls buiten het oude centrum op zoek naar drones. We kopen er nog geen, want we twijfelen over welke goed is, maar wees maar vast voorbereid: binnenkort gaan we er eentje kopen als we wat weten te scoren en worden de foto’s op deze website nóg een stuk mooier!

Castillo de San Felipe de Barajas

’s Middags gaat Geertje aan de slag met het bewerken van de foto’s. Althans, dat was het idee: de taxi heeft er bijna één uur over gedaan om thuis te komen, dus dat plan verdronk als een kat zonder zwemdiploma. Maar ik maak nog één uitstapje: het historische Castillo de San Felipe de Barajas. Op een heuvel net buiten de oude stadsmuren, ligt het grootste fort dat Spanje ooit in hun koloniën heeft gebouwd. Als je ‘het grootste ooit’ hoort, dan verwacht je een fort tegen te komen dat zo groot is als de Johan Cruyff ArenA, maar dat valt een beetje tegen. Oké, het fort is echt groot en vet, maar ik verwachtte van ‘het grootste fort’ nog wel wat meer.

Desondanks een prima middagvulling. Prachtige uitzichten, kanonnen, muren van koraal (hard en bestand tegen de zee en het zout), mysterieuze gangen die gebruikt werden om veilig van de ene kant na de andere kant te komen en een grote uitleg over waarom dit fort in de gehele geschiedenis nog nooit veroverd is. Wil ik je graag vertellen, maar ik ben de grens van 3000 woorden waar ik doorgaans onder probeer te blijven, net gepasseerd en je hebt nu de naam van het fort, dus de uitgebreide geschiedenis kun je zelf wel even googelen of ChatGPT’en als je wil. Ik hoef niet alles in je leven voor je voor te kauwen.

Nog een reünie

Er komt weer een reünie aan op onze laatste avond, maar we maken eerst nog een klein laatste stadswandeling met z'n tweeën, om de laatste hoekjes van de stad te zien die we nog niet hadden gezien. Zoals altijd, bruist Cartagena als fles cola die je door elkaar geschud hebt. Straatverkopers, muzikanten en als klap op de vuurpijl een wonderschone dansvoorstelling in het Plaza Bolívar, waar we arriveren via een wandelingetje over de oude stadsmuur. Filmpjes kunnen helaas niet op de website (kost ons te veel geld), dus daarvoor moet je - binnenkort - maar even op onze Instagrampagina kijken.



De laatste avond alvorens we verder noordwaarts reizen, spenderen we weer aan het Terraza Municipal bij een prachtige zonsondergang, op de plek waar we twee dagen eerder ook aten. Wéér een reünie overigens, want deze keer sluiten onze Franse vrienden Simòn, Ninon en Lucas weer aan. Die zijn vandaag in Cartagena aanbeland na een tussenstopje op de weg van Turbo naar Cartagena. Als we de verhalen over de Duitser die papaja’s gaf aan ze vertellen, kijken ze met dezelfde argwaan om zich heen zoals wij dat twee dagen eerder deden, maar we stellen ze ook gerust: wij gedragen ons gewoon normaal, dus ons zal waarschijnlijk niks gebeuren. Of ja, zo lang Lucas zijn clownsact in bedwang weet te houden. Als we even later onze tijd in Cartagena met z’n vieren (Ninon is naar bed gegaan) afsluiten in het schilderachtige Callejón Ancho met een heerlijke, goedkope daiquiri, dan weten Lucas en Simòn het ook: Cartagena de Indias is gek. Gestoord, misschien wel. Een overload aan kleuren, geuren, geluiden en prikkels en ze zorgt ervoor dat je continu op je hoede bent, continu alert bent. Maar tegelijkertijd is Cartagena zoals Colombia hoort te zijn: een stad die levensvreugde en feest ademt, een stad die kleurrijk is als geen andere, een stad met een unieke, markante energie. En bovendien een stad die ons een belangrijke les heeft geleerd in Colombia, en ook daarbuiten: no dar papaya.

Reactie plaatsen

Reacties

Marianne
een maand geleden

Kippevel over mijn hele lijf bij het lezen van dit soort verhalen. Wat een gehaaide sodemieters daar in Cartagena!!! Pas in godsnaam goed op elkaar!

Opa en oma
een maand geleden

Wat een verhalen, wat een lugubere belevenissen... was echt billenknijpen!
Mag wel een tandje minder wat ons betreft. Zoek niet de uiterste grenzen op en pas heel goed op elkaar! 🍀🙏

JaggieBackOnTrack
een maand geleden

Het is maar goed dat Geertje geen Spaans kan en die man van de 50000 peso, in het Nederlands heeft toegesproken ;).

En Niels … dat kleine vlechtje… ik weet niet of dat iets standaards bij je gaat worden, maar het staat je beeldig. Misschien moet je overwegen om een keer een Sean O’Malley kapsel te nemen. Ik zie het wel bij de volgende blog verschijen, net zoals de nieuwe drone shots ;)!
Succes met de research welke het beste is

HetwasvroegJarno
een maand geleden

Het is maar goed dat Geertje geen Spaans kan bij het stuk van die man van de 50000 peso. Anders had ze hem wel even toegesproken ;)

En Niels … dat kleine vlechtje… ik weet niet of dat iets standaards bij je gaat worden, maar het staat je beeldig. Misschien moet je overwegen om een keer een Sean O’Malley kapsel te nemen. Ik zie het wel bij de volgende blog verschijen, net zoals de nieuwe drone shots ;)!
Succes met de research welke het beste is

Anita
een maand geleden

Steeds als ik iets over Colombia lees krijg ik toch een beetje buikpijn. Ik vind het maar niks, ook al gebruiken jullie zelf je boerenverstand.
Ga die stad maar snel uit, op naar de natuur.
Niels je moet echt naar de kapper hoor, als ze al een vlechtje kunnen maken. EN je moet ook echt geschiedenis gaan studeren. Je kunt als geen ander mensen boeien met jouw geschiedenisverhalen.
En Geertje? Trots op je. Laat je geld niet zomaar uit je zakken kloppen!
-X- mama

Niels en Geertje
een maand geleden

Helaas vormen de steden wel de hele tijd hoogtepunten 😂