San Blas - Het paradijs van Guna Yala

Gepubliceerd op 21 januari 2026 om 05:00

De straten rondom Plaza de Santa Ana zijn nog pikkedonker wanneer we onze in vuilniszakken gehulde backpacks op het dak van een jeep hijsen en we ons installeren op de achterbank waar we ons voorstellen aan het flamboyante koppel van de Uruguayaanse Gonzalo en de Braziliaanse Luis en de twee Londense vriendinnen Holly en Lola. Het is half zes en de jeep is een uur te laat, maar daar had Noa ons al voor gewaarschuwd. Het is gek: we hebben alle zes kleine oogjes van de onmogelijke nacht die we achter de rug hebben, we zijn complete wildvreemden van elkaar, maar we staan op het punt om een vijfdaagse tour met elkaar te gaan doen die ons via de Caribische Zee naar Colombia gaat brengen. We weten wel dat we over een week geen wildvreemden meer van elkaar zijn, maar dat we elkaar een week later misschien wel vrienden zouden gaan noemen, hadden we ook weer niet gedacht.

We stoppen nog even bij een supermarkt. Intussen is al gebleken dat Gonzalo met gemak in de top drie ’s werelds meest aanstekelijke lachen komt en dat Holly en Lola een typisch Brits go-with-the-flow duo is dat geen idee heeft waar het zich instort: bij de supermarkt zijn ze in een worstelwedstrijd verwikkeld van twintig minuten met de pinautomaten om al het geld van de rekening te halen dat nodig is voor deze trip. Iets wat iedereen een dag eerder al gedaan had, maar Holly en Lola natuurlijk niet. Ach ja, pot verwijt de ketel een beetje, hé? Wij dachten twee dagen geleden nog een zeilboottour geboekt te hebben.

Geertje slaapt natuurlijk weer de hele weg, maar ik ben blij als we er zijn. Voor het eerst sinds mensenheugenis word ik wat wagenziek als we door het bochtige Panamese binnenland naar de noordelijke Caribische kust rijden, maar dat is aan mijn nonchalance bij het uitstappen door niemand te zien. Bij het uitstappen (waar het mannentoilet bestaat uit een letterlijk hok op een blok beton met helemaal niks dan beton om je behoefte op te doen) is het meteen duidelijk waarom de vuilniszakken voor de bagage nodig waren: de zee is ruig. Niet de Caribische Zee zoals je ‘m kent van Curaçao, Aruba en Bonaire, maar bruin, onstuimig en een continue stroom aan golven.

Zover het oog reikt zien we bergen aan golven die we keer op keer weer moeten trotseren. Echt waar: de golven zijn meters hoog. Stel je maar eens voor dat je in de Ardennen bent met al die heuvels, maar dan dat al die heuvels oceaanblauw zijn. Dan hadden we aanvankelijk liever een zeilboot gehad en dan hadden we op al dit oorlogsgeweld moeten slapen. Dolblij zijn we, dolblij  dat we nu toch in die speedboot zitten. Het is volkomen logisch waarom Noa ons op strenge toon aanmoedigde om zwarte vuilniszakken te kopen: onze grote backpacks kunnen we niet gebruiken en worden op een derde boot al naar Colombia gebracht, maar onze kleine backpacks met breekbare spullen en elektronica hebben we in een vuilniszak dicht bij ons. Zonder die vuilniszakken was de toekomst van onze bagage een zeemansgraf.

Dag 1 - Eiland 1 - Masargandup

We zijn van top tot teen doorweekt – echt, de lompheid van deze tochten is niet normaal - als we van de boot af stappen en voet aan de grond zetten in Masargandup, het eerste eiland van de San Blas eilanden. En dan Masargandup: werkelijk waar a-dem-be-ne-mend mooi. De enige bomen zijn palmbomen op het kleine eilandje. Het zand is wit en hoewel de zee nog altijd ruig en wild is, is ze nu hemelsblauw. Als je je ogen dicht zou doen en je je het paradijs voor zou stellen dan zou je de eilanden van San Blas voor je zien. We zijn tijdens het varen nog maar een paar eilanden tegengekomen en dit is pas de eerste waar we voet aan de grond zetten, maar we durven voorzichtig al te zeggen dat dit de mooiste eilanden zijn die we ooit hebben gezien.

Ik noem ze telkens de San Blas-eilanden, maar eigenlijk zouden we de eilanden tegenwoordig Guna Yala moeten noemen. Kun je je nog herinneren dat we in Panama-Stad zo’n dans met kleurrijke vrouwen en mannen met panfluiten zagen? Dat waren de inheemse Panamezen van de Guna-stam, één van de stammen die hier in Panama de ziektes en het geweld van de koloniale tijd hebben overleefd. Guna Yala betekent letterlijk ‘Land van de Guna’ en dat betekent dus dat de San Blas-eilanden letterlijk van deze Guna’s zijn! Maar daarover later meer. Je hebt vast geen zin in een geschiedenisles, dus ik drop op willekeurige momenten lekker wat Guna-feitjes

Er komen twee Guna’s aan met een papiertje waarop we ons allemaal moeten registreren. Alle 25 van ons, tien mannen en vijftien vrouwen. Een heel grote groep dus en het is op dat moment dat we opeens een bekend gezicht zien: de Australische Finlay van het duiken in Santa Catalina is ook van de partij! Die was niet bij de briefing van gisteren, maar een bekend gezicht is altijd prettig. We lopen een beetje over het prachtige eiland en zien een manta twee keer uit het water springen. Voor de derde keer hebben we onze camera paraat, maar het beest laat zich niet meer zien, dus je zult ons maar op ons woord moeten geloven. Even later staan we met de voeten in het zand te volleyballen met de Britse Jay, de Franse Simòn en Lucas, de Ierse Timothy en de Zwitserse Levi. Ja, je raadt het goed: de enige vrouw – en tevens de enige die niet boven het net uitkomt – is Geertje.

Als de overheerlijke lunch van rijst met verse vis ingedaald is, komt er een volledig uitgedoste Guna-vrouw naar voren: een outfit met alle kleuren van de regenboog en nog meer, een kleurrijk sjaaltje op haar hoofd en gewapend met een paar panfluiten, sambaballen en nog meer traditionele kledij. Even later staan de mannen en vrouwen tegenover elkaar (een paar vrouwen identificeren zich vanaf dit moment als man wegens de oneerlijke verdeling), heb ik een panfluit in mijn handen en Geertje een sambabal en is zo ongeveer een kwart van de groep in kleurrijke tunieken gestoken en krijgen we van de Guna-mevrouw te horen hoe we een traditionele Guna dans moeten doen. Geertje en ik waren een stapje voor, want we leren precies dezelfde dans als de dans die we in Panama-Stad drie weken geleden al zagen.

Dag 1 - Eiland 2 - Ortdub

We verlaten Masargandup en zetten koers naar eiland twee: Ortdub. Ortdub is zowaar nog mooier dan Masargandup. Ortdub is de plek waar we overnachten en we delen het eiland met één Guna-familie die er woont.

We slapen in een schattig klein huisje met wel 25 hangmatten bij elkaar. Geertje en ik wandelen in drie minuten nog even een rondje over het gehele eiland en sluiten ons aan bij een groep die op het strand ligt. We zitten immers de komende vijf dagen met elkaar opgescheept op deze prachtige bounty-eilanden. Dan kunnen we ook maar beter even wat moeite steken in het leren kennen van onze reisgenoten. 

Het is op dit eiland waar we voor het eerst in contact komen met medelander Floor en onze zuiderburin Ann-Julie. We ontdekken dat de dames een gedeelde voorliefde hebben voor realityprogramma's (oké, ik kijk ook wel eens mee). We weten het trouwens, er zijn inmiddels al veel namen langs gekomen en er komen er nog veel meer. Pak je notitieblokje er maar bij, terwijl je geniet van deze prachtige zonsondergang!

Zodra we aan land komen, beginnen Noa (nog steeds eng en pittig volgens Geertje, maar ze begint eraan te wennen) en haar assistentes Jessy en Ashton meteen met het koken van een lopend buffet waarvan later zal blijken dat-ie overheerlijk is. Omdat we een grote groep zijn, bedeelt Noa ons allemaal een nummer toe. Geertje is voortaan Gigi, want Geertjes naam is wederom te moeilijk voor iedereen, dus ontstaat de nieuwe bijnaam die we voortaan bij alle tours gaan gebruiken. Bedacht door Noa, die eerst met G begon, maar Gigi leuker vond klinken. Mee eens. Gigi krijgt nummer één, een keuze waar Noa later nog spijt van gaat krijgen, want bij werkelijk ieder moment dat we de neuzen van 1 tot 25 gaan tellen om te checken of we compleet zijn, ontbreekt bij aanvang van de telling onze nummer 1.

Op Ortdub chillen we vooral op het strand, leren elkaar een beetje kennen, doen we wat snorkelen zonder echt wat te vinden; je kent het wel. Als de zon onder is, komt de rum op tafel en onder leiding van Finlays Australische vriendin Sara (ook uit Perth, topstad) begint het eerste potje Bullshit van de vele potjes die nog komen gaan.

We zijn klaar met eten, het kampvuur wordt aangemaakt en we wassen onze borden in de zee. In de zee, ja. De resten zijn voor de visjes. Die komen niks tekort hier in Guna Yala, want Geertje en een vol bord niet kunnen opeten, vormen al jaren een gelukkig huwelijk. Echter ben ik daar wel blij mee, want dan kan ik nog wat restjes meepikken. Als Geertje en ik onze borden wassen, schrikken we ons rot: een Portugees oorlogsschip! Nee, we zijn niet terug in de koloniale tijd en het is niet Vasco de Gama die ons met boordkanonnen aan diggelen komt schieten, maar een enorme, aangespoelde paarse kwal met tentakels die tot dertig meter lang kunnen worden en wier steken ervoor zorgen dat de komende dagen in San Blas door koorts, shock en misselijkheid opeens een stuk minder leuk zijn. En dan moet je nog hopen dat je er niet allergisch voor bent. Moet je dat ding maar eens voor de gein googelen…

Gelukkig dragen we slippers en komen we er veilig vanaf en voor we naar het kampvuur gaan, maakt Noa het moordspel van de komende dagen bekend. Heb je vast wel ooit van gehoord, denk ik. We moeten allemaal iemand ‘vermoorden’ met een bepaald wapen onder bepaalde omstandigheden. Geertje moet bijvoorbeeld een schelp geven aan Gonzalo vóór het avondeten. Als dat lukt, krijgt Geertje de opdracht van Gonzalo en ligt Gonzalo uit het spel. Geertje kan dan voor meer punten gaan door Gonzalo’s opdracht uit te voeren. Voor degenen die Geertje een beetje kennen: bij het horen van het woord 'spelletje' slaat haar hoofd al op hol en begint ze al te bekokstoven. En ik? Ik moet Simòn vermoorden door ‘m een handvol zand in een hangmat te geven. Klinkt allemaal behoorlijk makkelijk, maar vanaf dit moment ademen we meer achterdocht in dan lucht. Ik blijf nog even wat piekeren over mijn opdracht terwijl ik een marshmallow voor Geertje en mij in het vuur steek en een slok rum neem. We slapen vanavond met alle vijfentwintig in hangmatten en dat in één tent, maar ik slaap niet in de buurt van Simòn. Moeilijk. Ach ja, we gaan het zien.

Dag 2 - Eiland 3 - Bugadup

Simòn vermoorden is niet gelukt, dus ik heb al het idee om vanavond een hangmat dicht bij hem te nemen. De crew ruimt de hangmatten op – op die van Holly na, die vergeten is haar spullen op te ruimen (why does this always happen to me?). Ortdub zeggen we gedag en we zetten koers naar eiland nummer drie: Bugadup. Qua namen lijken die Guna Yala eilanden wel op al die microscopisch kleine wijd verspreide dorpjes en gemeenschapjes in Western Australia, maar daar houdt de gelijkenis ook wel mee op. Bugadup stoot wat ons betreft Ortdub alweer van de troon qua mooiste eiland. Echt waar, wat een natuurschoon hebben die Guna’s toch als grondgebied bemachtigd. Palmbomen die Playa Estero in Santa Catalina alweer doen vergeten, prachtige stranden, hemelsblauw water… echt, het paradijs! Ik kan me wel voorstellen dat er vierhonderd jaar geleden piraten bleven hangen en hier hun schuilplaatsen maakten. Wat een weelde.

We worden geïnstrueerd om niet verder dan de pier van dit eiland te lopen. Wat blijkt: de Guna zijn echt de eigenaars van deze eilanden. De grond van de San Blas-eilanden zijn daadwerkelijk bezit van de inheemse Guna stam. Bugadup wordt gedeeld door twee gezinnen en we hebben het gezin van de ene helft van het eiland betaald en de andere helft van het eiland niet. Dat is dus ook de reden dat we niet naar dichtbije eilandjes mogen zwemmen. Die eilandjes zijn ook in het bezit van deze indianenstammen. Privéterrein dus.

Nu weten we ook waarom het niet mogelijk is om zonder gids deze eilanden te bezoeken. Gidsen hebben toestemming om het privéterrein dat ieder eiland is, te betreden. Maar hoe is het dan zover gekomen dat die Guna hier alles voor het zeggen hebben? Nou, samen met een grote stam in het uiterste westen van Panama, heeft de overheid de inheemse bevolking zelfbestuur gegeven over de Comarca (provincie) waarin ze leven. Dat wil zeggen dat Guna Yala wel onder Panama valt, maar dat de Guna grotendeels zelf bepalen welke wetten, regels en afspraken er op hun eilanden gelden. Panama pioniert daarin binnen Latijns-Amerika (en voor zover ik weet ook in de hele wereld) en de manier waarop ze met hun inheemse bevolking omgaan, is nog steeds behoorlijk uniek.

Die Guna hebben dus bijvoorbeeld de regel dat er niet gedoken mag worden in hun gebied (wel snorkelen), maar ook dat kokosnoten geld zijn. Als we kokosnoten vinden, dan zijn die logischerwijs ooit gegroeid op het eiland en dat betekent dus dat die kokosnoten van de Guna zijn, net zoals de palmbomen dat zijn en net zoals de grond waar de palmbomen op groeien dat is. Alles is van het Guna-gezin dat het eiland bezit. Als je een kokosnoot vindt? Prima, mag je houden, maar je moet er wel voor betalen, zelfs al valt er opeens één uit een boom voor je voeten. Alle eilanden zijn Guna Yala, alle eilanden zijn van de Guna, dus ook de onbewoonde, de eilandjes waar ogenschijnlijk nog nooit een levende ziel zijn voeten gezet heeft.

Op Bugadup gebeurt niet zo veel. Er zwemt weer een Portugees oorlogsschip in het water, dus Geertje laat het snorkelen dit keer achterwege. Ik wil nog voetvolleyen met onze Franse kompanen Lucas en Simòn, maar we komen erachter dat het laatste potje volleybal en voetvolley tot het verleden behoort, want we zijn de bal op Ortdub vergeten. Zonde. Dan maar bier drinken om elf uur in de ochtend. We raken voor het eerst aan de praat met de van top tot teen verbrande Canadese Danielle die naar eigen zeggen de meest fotogenieke spot van het eiland heeft gevonden - beoordeel zelf de foto’s maar – en Geertje begint haar plannetje om Gonzalo te vermoorden in werking te stellen door van de plaatselijke Guna-familie een schelpenketting te kopen. Ze vertelt me dat ze een plan A en plan B heeft. Vervolgens heeft ze het met lief lachen voor elkaar gekregen dat Gonzalo én zijn partner Luis haar hielpen om de ketting mooi te laten matchen bij de andere kettingen en opnieuw aan te doen. Zaadjes planten, noemen we dat. Zo'n spel is wel grappig, hé? Je ontmoet en leert op deze manier weer mensen kennen, waar je van te voren nog niet echt mee had gesproken. 

Dag 2 - Eiland 4  - Tupile

Halverwege de middag – na wéér een heerlijke maaltijd van Noa die fabelachtig blijkt te kunnen koken – vertrekken we naar Tupile. Tupile is heel anders dan de vorige eilanden, omdat Tupile een eiland is waar een complete Guna-gemeenschap woont. Geen palmbomen, maar houten en rieten hutjes. Ook geen stranden: Geertje baalt natuurlijk, want die had al een plannetje bedacht om Gonzalo te vermoorden met een schelp die bij haar ketting zou passen die ze op het strand zou gaan vinden.

Maar als we de boot in stappen, gebeurt het onverwachtse: “I just killed you”, klinkt het vanuit Simòn, nadat ik een plastic kom van hem aannam toen hij zijn handen leeg wilde maken om op de boot naast me te komen zitten. Wat? Maar ik moest hem toch vermoorden!? Maar hij moest mij dus ook vermoorden! Grrr… en eigenlijk is het zelfs Geertjes schuld! Want Geertje zei een minuut eerder nog dat ze Simòn niet vertrouwde en dacht dat-ie het op haar gemunt had, waardoor ík naast hem ben gaan zitten! Geertje is zo fanatiek tijdens dit spel, dat ze volgens mij niemand meer vertrouwde en van niemand meer iets aannam. Na Timothy – die door Sara naar het hiernamaals gestuurd is – ben ik pas de tweede van de groep die het loodje heeft gelegd. Zie hieronder een overleden Niels.

Iemand met een beetje kennis van de wereld zou denken dat je in Tupile in een archaïsch nazi-bolwerk bent beland. Overal in het dorp steken vlaggen die veel lijken op de Spaanse in de lucht, maar in plaats van een schild, is het een hakenkruis dat potsierlijk midden in het geel van de vlag staat te pronken. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij hebben de meeste van onze groep tijdens de rondleiding die we van een Guna door het dorp krijgen een soort onbehaaglijk gevoel bij die vlaggen. Dan adresseert Jessy gelukkig de olifant in de kamer: de swastika van ome Adolf gaat de andere kant op en bovendien is de vlag van de Guna (want dat is deze liefdesbaby tussen de vlag van Spanje en de NSDAP) vijftien jaar ouder dan het hakenkruis dat door Hitler en de zijnen gedragen werd. Gelukkig. Fascisme mag dan wel weer op schrikwekkende wijze in opkomst zijn, maar in noordoost Panama is dat dus gelukkig niet het geval.

Die rondleiding is overigens echt heel vet. Het is namiddag en heel Tupile is op straat te vinden. Op een pleintje voetballen twee teams tegen elkaar en slidings op de betonnen ondergrond zijn eerder de regel dan de uitzondering. We lopen langs een schooltje en we leren dat de kinderen op de tropische afgelegen eilanden soms wel een week in Tupile verblijven om naar school te gaan, waarna ze per boot weer teruggebracht worden naar hun familie in de weekenden.

We komen langs een grote hal waar een of andere feestdrank gemaakt wordt. Van de 1400 inwoners zijn er iets meer dan 500 minderjarig (die buitengewone hoeveelheid is ook op straat te zien), waarvan er 254 meisjes zijn. Als je als ouders hier een meisje krijgt, dan is het feest. Zo rond hun vijfde of zesde is al het eerste feest maar wanneer meisjes hier voor de eerste keer menstrueren, worden ze naar die hal van de feestdrank gebracht, waar ze ingesmeerd worden met een of ander pikzwart goedje dat dagen moet blijven zitten. Als ze eenmaal ingesmeerd zijn, spenderen ze zo’n vier dagen in die hal, helemaal alleen, als een soort next level Thais meditatieretreat en wacht moeders buiten om dochter van eten te voorzien en na vier dagen komt dat kind dan naar buiten en is er in het hele dorp feest. Of er dan dus een naakt minderjarig kind door de straten moet marcheren, weet ik niet helemaal zeker, maar dat de fantasie van de mensheid ver reikt als het om gewoontes en gebruiken gaat, wordt eens te meer bewezen.

Dan komen we bij de dorpshal: ook weer zo’n buitengewoon bijzondere plek. Iedere bewoner is verplicht om twee keer per week naar de dorpshal te komen. Alleen bewoners, want wij zijn binnen niet toegestaan. Ik had je al verteld dat de Guna in Guna Yala zelf hun regels en wetten bepalen. Nou, deze dorpshal is waar de spreekwoordelijke zweep eroverheen gaat als er iemand hier een paar kokosnoten jat. Of ja spreekwoordelijk: als Timothy – die kerel spreekt vloeiend Spaans en doet me inzien dat ik nog wel een goeie weg te gaan heb – vraagt wat dan de straffen zijn, dan resulteert diefstal in een brandnetelbad en dan zonder beschermend duikpak. Als je meer op je kerfstok hebt, dan word je uit Tupile verbannen. Het is net alsof we in de middeleeuwen zitten.

Overal op de weg zwaaien de kinderen en raken ze je aan. Lucas en ik voetballen nog wat met een paar gastjes en we wandelen pardoes in zo’n dans die we gisteren zelf nog gedanst hadden, met het enige verschil dat de choreografie van de Guna er iets gecoördineerder en professioneler uitziet dan de onze. Had ik al verteld dat deze dans gedaan wordt om energie te krijgen? Geen idee, ik heb geen zin om het terug te zoeken, maar goed: die Guna-kinderen zijn vijftien minuten met hun optreden bezig. Wij zouden met z’n allen buiten adem geweest zijn.

De avond is weer geweldig. Geen hangmatten deze keer, maar een kamer die we met Danielle delen. Het is bizar hoe snel we weer een hechte groep aan het worden zijn. Met Ann-Julie, Floor, Simòn, Ninon (Simòns vriendin), Luis, Gonzalo, Fin (zo noemen we Finlay voortaan), Holly, Sara en Dani (dat is dus Danielle) hebben we vanavond de grootste lol en ook Ashton, Noa’s schuchtere Amerikaanse assistente, begint steeds losser te komen. Sowieso hebben we een heel erg bereisd gezelschap. Zo hebben Luis en Gonzalo elkaar in Europa ontmoet en jaren in Praag gewoond, zijn we onder de indruk van het landenlijstje dat Sara en Fin weten te overleggen (maar is Lola dat dan ook weer van het onze) en bovendien lijkt het zo te zijn dat iedereen hier op één iemand na al een bepaald rondje in Zuidoost-Azië gehad. Dat gevoel hebben we over het algemeen ook wel gehad. Hoewel Latijns-Amerika ook prima te bereizen is, is het in alle opzichten wel ruiger en lastiger dan Zuidoost-Azië, maar voelt dit stukje van de wereld ook weer ‘echter’. Wat we daar precies mee bedoelen, weten we nog niet, maar ja we hebben de tijd. We hebben het gevoel dat dat gevoel over dit levendige, boeiende stukje aardbol, met de week beter te beschrijven zal gaan zijn.

En dan slaat Geertje toe! Ze heeft met Floor en Ann-Julie ook haar opdracht gedeeld en zoekt wanneer Gonzalo even in de kamer is naar schelpen. Schelpen zijn zo schaars als diamanten op dit eiland, dus plan B wordt in werking gezet: de schelpenketting. Ann-Julie wacht nog minutenlang met douchen, omdat ze de moord wil zien en het is komisch hoe Gigi ongemakkelijk door de zitruimte ijsbeert, zenuwachtig dingen in prullenbakken gooit en de hele tijd met zichzelf in gesprek lijkt te zijn. We moeten lachen. Geertje is zo fanatiek in dit spel, dat ze er nu zenuwachtig van wordt, omdat ze écht wil dat haar plannetje slaagt. Na het winnen van het kaartspel, besluit ze maar bij Gonzalo te zitten en begint het gesprek in het Engels. Ze vraagt: ‘hoe hebben jullie die drie kettingen zo perfect kunnen vastmaken? Mijn schelpenketting is losgeraakt.’ Ze wacht tot de man van Gonzalo nier kijkt en in het spel vermengt is. En dan slaat Geertje toe. ‘Gonzalo, can you help me with this necklace?’ ‘No, I can’t’ zegt Gonzalo. Geertje bedenkt snel wat en vraagt of hij hem alleen om haar hoofd kan doen en dan pakt hij de ketting vast… Vlak voor het avondeten begint Gonzalo te gillen als een keukenmeid, want está muerto! Schelpenketting in zijn klauwen en ik kan Gonzalo welkom heten op het kerkhof dat langzaam maar zeker steeds groter wordt. Nieuwe opdracht? Janine, in het donker, met een regenjas. Dat wordt een pittige, want Janine is een grote, blonde, breedgeschouderde Duitse, met een streng gezicht en ze valt het best te omschrijven als een heel erg strenge kleuterjuf die nog dagelijks verongelijkt voor tetsen met de liniaal pleit. Bovendien is ze onderdeel van het vier neuzen tellende Zwitsers-Duitse ensemble dat zich al vanaf minuut één van de rest van de groep afzondert en geen moment de indruk wekt om contact te leggen. Dat gaat nog lastig worden.

Dag 3 - Eiland 5 - Ogobnega

We gaan weer de Ardennenzee op. Doei Tupile, hallo Ogobnega! En eerlijk is eerlijk, het is niet altijd rozengeur en maneschijn, dus de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Ogobnega het lelijkste eiland tot nu toe is, maar dat is een beetje alsof je je hele leven een relatie hebt gehad met Miss Europa en je daarna opeens naar de runner-up overstapt. Kortom, het is hier wat kaler en er zijn wat minder palmbomen, maar het is er nog steeds prachtig. En de Cuba Libre Mojitos die hier verkocht worden, helpen ook wel mee.

Snorkelen en Mojitos bunkeren zijn de hoofdactiviteiten van vandaag. Waar dat tweede goed gaat, gaat dat snorkelen minder. Ik raak iets te arrogant met het freediven en als ik een metertje of vijf onderwater ga, ga ik te snel naar beneden en ben ik te laat met het klaren van mijn oren en PATS! Er gebeurt iets in mijn oor wat behoorlijk wat pijn voelt en als ik boven kom, ben ik duizelig alsof ik in een op hol geslagen draaimolen heb gezeten. Geertje denkt wat ik ook denk: helaas weet ik anderhalve week na Geertje ook een klein gaatje in mijn trommelvlies op te lopen.

Ik zwem teleurgesteld naar de kant en de duizeligheid neemt gelukkig af. Gigi zwemt voor de zekerheid uit veiligheid met mij mee, maar als ik benoem dat de duizeligheid verdwenen is, krijgt ze groen licht om weer terug te zwemmen. Geertjes snorkelavontuur zit er dus nog niet op als Jessy plots begint te schreeuwen: shark! Shark! Shark! En jawel: er komt een prachtige verpleegsterhaai aan gezwommen! Geertje en Ann-Julie moeten er niks van hebben en maken rechtsomkeert en maken dat ze weg komen. Ja, als Geertje niet in een duikpak gehesen is, dan voelt ze zich opeens niet meer zo stoer in het water. Het beest zwemt ze voorbij en begint om ze heen te cirkelen en komt op een gegeven moment zelfs recht op Gigi af gezwommen. Geertje bang, oog in oog met een verpleegsterhaai, niet wetende dat het beest compleet ongevaarlijk is. Uit blinde paniek raakt ze zelfs haar snorkel kwijt (gelukkig vindt Luis 'm nog terug) en snijdt ze haar voeten open aan het vlijmscherpe koraal. Maar effe, die haai! Fantastisch (vind ik)! Maar ja, door hoogmoed heb ik het moeten missen. 

Dag 3 - Eiland 6 - Atidub

We zetten in de middag koers naar het laatste eiland van ons weergaloze San Blas avontuur: Atidub. Geen dollemansrit per speedboot deze keer, maar een peddelritje per cayuca, de houten kano’s die de Guna gebruiken, moeten ons naar Atidub brengen. En sterker nog: het wordt een race en er staat heel wat op het spel: het duo dat als eerste Atidub bereikt, ontvangt de koningssuite met uitzicht op zee! Natuurlijk vorm ik een koppel met Geertje (zou ook wel raar zijn anders), we nemen een aanloop en springen de cayuca in, maar al het peddelen ten spijt: de eerste plek moeten we aan Simòn en Ninon afstaan. De tweede plek van de dertien weten we (tegen luid protest van Lucas die zich intussen tot clown van de groep heeft ontpopt) wél binnen te slepen. Laatste? Dat waren Gonzalo en Luis. Zo slecht dat ze het strand niet eens wisten te verlaten en Jessy bij ze in de Cayuca is gesprongen. Die Brazilianen en Uruguayanen moeten het maar bij voetbal houden.

Onze tijd op Atidub is top. Ik bedoel, de Guna van Atidub hebben hier babyschildpadjes en in de vorm van een fles water van zes liter één van de beste douches die we tijdens onze hele trip gehad hebben. Ons hoor je niet klagen.

De laatste eilandavond is een feestavond en alle liefde en al het plezier van vanavond komt vanavond in een geweldig feest weer terug.  Nog voor het ondergaan van de zon heeft Noa de karaoke al ingezet, is het een groot feest en is zo nu en dan de sektarische Duits-Zwitserse enclave onder de mensen te vinden. Ik raak bevriend met de Guna jongen achter de bar (Bibiballer is z’n naam zegt-ie) en weet een hoop gratis Cubra Libre Mojitos te bemachtigen, terwijl Geertje – het is immers karaoke – voor veel lezers op intussen welbekende wijze Brabant van Guus Meeuwis ten gehore brengt, terwijl ze achteloos Boswaldo, een crewlid van onze speedboot die ongeveer net zo groot is als een afstandsbediening, van zich afwimpelt die veel vergeefse pogingen doet om Geertje zijn hangmat in te krijgen.

Uiteraard hebben we de avond van ons leven. Alle puzzelstukjes vallen ineen en de broederschap is voelbaar in de tropische lucht van het prachtige San Blas, van Guna Yala. Tweeënzeventig uur nog wildvreemden van elkaar, maar nu de beste vrienden. Wat een dag. Maar de tour zit er nog niet op: hoewel we morgen niet meer op een nieuw eiland komen, gaan we wel verder. De tour beslaat vijf dagen. We moeten nog de grens over. We gaan nog naar Colombia. En zelfs de enorme kater die Geertje een dag later het leven zuur maakt, steekt daar geen stokje voor. Dus om af te sluiten: hier nog even twee prachtige droneshots die Simón en Ninon met hun drone op het derde eiland gemaakt hebben.

Reactie plaatsen

Reacties

Connie
een maand geleden

Wauw! Dat ziet er echt geweldig uit, en wat een avontuur. Niels met kokosnoot maakt het natuurlijk helemaal af.

Opa en oma
een maand geleden

Weer veel sparte en leuke (en een paar minder leuke) "avonturen" beleefd en veel nieuwe vrienden gemaakt!
En ik weer ongeveer een boek uit...🤗 prechtig!

Marianne
een maand geleden

Wat een schitterende, prachtige, verleidelijke Bounty eilanden! Fijn dat jullie als groep zo verbroederd zijn. Splitst zich dat zo meteen in Colombia weer op?

Niels en Geertje
een maand geleden

We splitsen inderdaad weer op helaas! Maar er komen ook nog genoeg minireünietjes aan, maar dat lees je vanzelf! 😄

Tim
een maand geleden

Wat een ontzettend mooie foto’s! Leuk om iedere keer dit te lezen en jullie avontuur te volgen.

Jaggie Back on track
een maand geleden

Een ‘moordspel ’ spelen op een klein eilandje lijkt me net zoals in de film. Erg griezelig. Hopelijk komen jullie als twee winnaars uit de strijd ;). Geertje ziet er trouwens wel eng uit in die hangmat, alsof ze daadwerkelijk iets in de nacht iets wil bekokstoven. Maar los daarvan een prachtig avontuur en wat een eiland zeg. Ik ben verkocht!!
Het oorlogsschip ziet er prachtig uit, maar ik heb gelezen wat het met je kan doen! Met een ruime boog eromheen jullie en gauw ;). Maar goed ook weer meegemaakt. Deze kwal is trouwens gevaarlijker dan de code rood gebieden waar jullie zijn geweest. Dus mijn voorkeur gaat dan toch uit naar zo’n gebied bezoeken dan op zo’n ding te gaan staan. Dus in de nacht; zaklamp aan op een slakkentempo lopen.

Anita
een maand geleden

Ik loop een beetje achter, had natuurlijk al het één en ander gehoord, maar wat een prachtig avontuur en wat een prachtige eilanden. Deze ga ik zeker op mijn bucketlist zetten!
-X- mama