Panama-Stad - Terug naar het begin

Gepubliceerd op 17 januari 2026 om 17:00

Met een gerust hart ronden we ons lusje in West-Panama af en keren we terug in de hoofdstad om ons vanaf hier een weg te banen naar Zuid-Amerika, naar Colombia. We zijn erop gebrand dat geruste hart te behouden, dus dat betekent dat we een accommodatie gaan zoeken die niet in de buurt van Hotel Caribe ligt, dat hotel in dat sketchy wijkje waar we de vorige keer zaten. Wat we niet hebben verteld (jongens, het is allemaal goed gekomen) is dat ons onderbuikgevoel klopte wat betreft dat wijkje. Kijk maar eens even naar het reisadvies van Panama en klik op het kopje criminaliteit. ‘Ernstige criminaliteit komt vooral voor in de volgende gebieden: de wijken Panama-Viejo, San Miguelito, Calidonia, El Chorillo en Curundu in Panama-Stad’. En ons hotel? Hartje Calidonia, waar we na zonsondergang op straat lekker aanschoven voor een paar lokale delicatessen!

Geen zorgen, van geleerd, gaan we niet meer doen, maar ergens ook wel een reminder dat het niet betekent dat iedere vierkante meter van zo’n wijk doordrenkt is van ’s lands zwaarste criminele uitschot en dat ook in zo’n wijk het gezond verstand een behoorlijk goede leidraad is.

Met die gedachte stappen we in de bus. Een lange rit, eerst van anderhalf en daarna van vierenhalf uur. Misschien wel de taaiste tot nu toe. We zitten op de achterbank van de bus en Geertje zit ingeklemd tussen mij en een toerist van hetzelfde formaat. De zon staat de hele route op ons raam, het is ontzettend heet en ik ben de hele route in een stilzwijgend gevecht verwikkeld met een medebackpacker die continu in kleine stapjes de enige zonbescherming die ik heb in de vorm van een blauw gordijntje van me probeert te stelen. Het getouwtrek blijft aanhouden tot Albrook Station, dat grote, inmiddels voor ons bekende busstation in het westen van Panama-Stad, de plek die langzaam maar zeker toch onze favoriet van Panama aan het worden is.

Voor zover iets tijdens een reis in vreemde landen voelt als thuiskomen, voelt Albrook Station als thuiskomen. Tijdens de busreis raakten we aan de praat met de Groningse Jildau en meteen beginnen we te vertellen wat er in de stad die zij nog niet gezien heeft te doen is, waar ze moet eten en vanwaar de bus naar Miraflores Locks (het Panamakanaal) op dit station vertrekt. Thuiskomen. Panama-Stad is onze thuishaven.

Terug in Casco Viejo

Ons nieuwe hostel heeft met een plekje aan de rand van Casco Viejo bij Plaza Santa Ana (dat pleintje waar Geertje probeerde om met haar vader bellen in zo’n telefooncel) een gunstigere locatie dan dat we gewend zijn van de Panamese hoofdstad en na ons opgefrist te hebben staan we met een pas of veertig á vijftig alweer tegen de eeuwenoude Spaanse koloniale architectuur te kijken. Als we weer bij het vertrouwde Plaza de la Independencia zijn, worden we verrast: er is een bruiloft gaande bij de kerk waar we tweeënhalve week eerder nog naar binnen liepen! Feest, goed geklede Panamezen, muziek, zang, dans, confetti: de bingokaart is weer vol!

We vinden een terrasje in het meest zuidoostelijke hoekje van Casco Viejo, doen ons tegoed aan een heerlijke empanada en worden even later vergezeld door diezelfde Jildau van eerder vandaag en met z’n drieën struinen we wat door de stad, vullen we onszelf met balboa’s, eten we bij een Peruaan en laten we ons overhalen om op een dakterras een veel te duur pilsje voorgeschoteld te krijgen (20 dollar voor drie bier). Dat hoort er nu eenmaal bij wanneer je jezelf naar zo’n pretentieus dakterras laat brengen. Het bier valt vanavond wel goed, wat erin resulteert dat vanavond de avond is dat we, los van oudejaarsdag, tot het laatst op straat zijn. Goed teken!

ALtaplaza Mall

We nemen afscheid van Jildau, want Jildau doet morgen Panama-Stad in recordtempo en gaat op 19 januari via de eilandengroep San Blas naar Colombia. Wij gaan hetzelfde doen, maar dan op 21 januari. Vijf dagen duurt deze zeiltocht maar liefst, dus een goede voorbereiding is nou niet per se abnormaal te noemen. Op onze eerste dag terug in Panama-Stad nemen we een taxi noordwaarts, naar Altaplaza Mall, een modern winkelcentrum in een van de rijkere buurten van de stad, waar we boodschappen doen en ons voorbereiden op de tocht die ons naar Colombia gaat brengen. Maar eerst? Eerst gaan we natuurlijk ultraculinair uiteten in een restaurant met een van de beste, traditioneel Panamese keukens, waar het koken nog een ambacht is en kruiden en specerijen afkomstig zijn uit de rijke, voedzame grond van Panama zelf.

Oké, het werd toch de Mac. Daarna is het simpel en leven we weer als een local in het winkelcentrum dat naarmate de dag vordert, steeds levendiger wordt. Geertje krijgt er een rugzak bij en ik een paar sokken. We slaan nog wat pillen tegen zeeziekte in, verorberen nog een ijsje en halen alvast wat Panamese rum om het alcoholpromillage voor de overtocht ook op peil te kunnen houden, schrikken van de woekerprijzen van de bowlingbaan hier (43 dollar voor één uur), maar in onze belangrijkste opgave slagen we vooralsnog niet: de elektronicawinkel heeft géén oplader voor de batterij van onze camera. We beginnen zoetjes aan met billenknijpen.

En ook weer terug bij de Cinta Costera

Gelukkig gaat dat ’s avonds uit het hoofd, want we komen weer bij het leukste fietspad van het land: de Cinta Costera! Maar… het valt een heel klein beetje tegen. Tegen? Hoe kan dat toch? We waren toch juist zo lyrisch over de Cinta Costera? Jawel, jawel, maar we waren er de vorige keer met kerst en nu alle kerstversiering en -verlichting weg is, is het ietsjes minder mooi dan dat het hier normaal is. Nog steeds blijft het een van onze persoonlijke favorieten, maar toch. Dat de chorizoworst die ik er eet smaakt alsof hij net uit de koelkast gehaald wordt, heeft daar niks mee te maken – de arrepa’s waar we ons aan tegoed doen, zijn namelijk voortreffelijk.

De jacht op de cameraoplader

’s Ochtends is het maandag en peinzen we toch weer over die oplader die we toch wel echt moeten gaan scoren vandaag. Tot onze grote opluchting is er een Canonshop in de buurt waar Geertje op zoek gaat naar een oplader. Ik wilde namelijk nog graag naar een museum in het hart van de stad en aangezien Geertje na meer dan een uur in een museum door te brengen spastische stuiptrekkingen krijgt, ga ik doorgaans alleen naar musea hebben we afgesproken en vermoei ik haar daarna tot in den treure met verhalen. Dus halen we een taartje bij een toeristloze bakker, waarna ik op pad ga.

Maar het museum is dicht. Sterker nog: men heeft besloten dat op maandag geen enkel museum open gaat en als ik Geertje bel wanneer ik voor de gesloten deur sta, neemt ze op en ben ik op tijd om mee te gaan naar de Canon Shop. Nou, met onze lege Canon in de aanslag, vertrekken we weer naar het noorden van de stad. En hebben we een oplader? Nee! Die hebben we niet! De winkel die nota bene in Canons gespecialiseerd is heeft geen oplader voorhanden! Vrouwtje achter de balie is net zo teleurgesteld als wij, dus ze belt naar een andere camerawinkel in de stad. Of zij ‘m op voorraad hebben. Ook niet! Ten einde raad, dat zijn we. Dus belt ze nog maar een winkel, maar de kans is klein daar, vertelt ze. En dan… Si. Si? Si! Hay una ahí! Dat laten we ons geen twee keer vertellen en binnen no-time zitten we in de auto en lukt het ons dan eindelijk om succesvol die dekselse batterijoplader te scoren. Als we op San Blas zitten, zullen er weer een paar fabelachtige kiekjes verschijnen!

Dat winkeltje zit tevens in de nieuwe stad en die nieuwe stad met al die wolkenkrabbers is een stadsdeel dat we eigenlijk nog niet verkend hebben. Weet je wat? We zetten het dus maar op een wandelen.

De wolkenkrabbers van Panama-Stad

Logisch ook, dat gebrek aan verkenning. Zo veel is er in dat moderne stadsdeel niet te beleven. Kijk, wolkenkrabbers zijn super indrukwekkend en dat maakt een wandelingetje de moeite waard, maar activiteiten, bezienswaardigheden of noemenswaardige cafeetjes zijn er nauwelijks. Wel hadden we in de verte al een spiraalvormige toren gespot - de LEGO-toren volgens mijn wederhelft en ze heeft me een of ander gek fantasierijk verhaal verteld waarom ze dat nou een LEGO-toren vond. Serieus mooi gebouw, zo dachten we op foto's, dus die markeren we als ware het een kruis op een piratenschatkaart. In werkelijkheid heet-ie de F&F Tower, en de creatieve geest die dit gebouw ontworpen heeft, verdient wat ons betreft wel een sticker. In het echt is-ie namelijk ook wel het bewonderen waard.

De nieuwe stad is eigenlijk een bolwerk van grote bedrijfsketens, kantoren, haastigheid, bedrijvigheid en spierballentaal in de vorm van indrukwekkende hoogbouw. Lachen om met ons rugzakje doorheen te bonjouren en naar die prachtige wolkenkrabbers te apegapen, maar na één keer hebben we het ook wel gezien. In een absolute unit van een betonreus, vinden we een schaars buitenbarretje. Er moet natuurlijk wel geproost worden op het eindelijk vinden van een oplader, dus besluiten we onder het genot van vier kaartjes Black Stories ons de rest van de middag maar lekker te bezatten.

We stappen toch nog vrij helder de taxi in, een taxi die ons niet naar huis brengt, maar naar weer een nieuwe plek in deze toch al zo verrassende stad waar we nog niet geweest waren: Mercado de Mariscos, een grote vis- en zeevruchtenmarkt die precies tussen de Cinta Costera en Casco Viejo in ligt.

Mercado de Mariscos

Weet je nog dat ik in de eerste blog vertelde dat die Panamezen ons wel konden bekoren? De echtheid die ze hebben? De gemeende glimlachen in plaats van de gespeelde? Dat we door de toeristische centra konden lopen zonder dat er ook maar één Panamees een kaart pontificaal in ons gezicht duwt? Nou, die mening gaat bij Mercado de Mariscos weer het de ijskast in. Mercado de Mariscos is een grote verzameling aan omheinde visrestaurants en ieder restaurant heeft wel twee of drie proppers op de loonlijst staan die de kaarten richting de gele vlek in je oog duwen alsof het spitsuur is in de straatjes van Sultanahmet in Istanbul. Mijn hemel, wat lijken deze Panamezen weer op de Vietnamezen.

Uiteindelijk is het logisch dat we ergens een keer toehappen, want we zijn hier niet om de hoeveelheid straatstenen te tellen, dus gaan we zitten en bestellen we met z’n tweeën een ceviche. Ik wilde zeggen dat het een traditioneel Panamees gerecht is gebaseerd op de frequentie waarmee we ceviche hier op de menukaarten zien staan, maar een snelle Google-search wijst uit dat het oorspronkelijk uit Peru komt en dat vandaag de dag de hele Latijns-Amerikaanse keuken met ceviche pronkt. Nou, wat is het dan? Ceviche is een mengsel van stukjes rauwe vis dat gemarineerd wordt in zure limoen- of citroensap. Dat klinkt óf heel lekker, óf heel vies. Ik kan wel genieten van de Ceviche Pescado die we voorgeschoteld krijgen. In de ceviche iets te veel koriander, dat wel, maar ik weet er wel doorheen te prikken. Geertje blijft er liever vanaf. Die heeft al een paar dagen ietwat onstuimige darmen en neemt het zekere voor het onzekere voordat ze straks de hele Caribische Zee vult met diarree. Ik maak 'm dan maar baas. 

Het is een niet zo heel opzienbarend bakje ceviche, maar toch vult het alsof je vers gemixt cement in je strottenhoofd giet, dus na één bakje ben ik al voorzien van avondeten en besluiten we naar huis te gaan, terwijl Geertje de beslissing maakt om nog een lichte maaltijd bij de super te gaan scoren voor vanavond. Als we opstaan van ons tafeltje, worden de aasgieren die we intussen als proppers van Mercado de Mariscos hebben leren kennen, onmiddellijk geactiveerd. Ongelofelijk. No tenemos más hambre! We hebben potverdorie net zitten eten!

De laatste volledige dag die we hebben, staat grotendeels in het teken van onze reis over het water richting Colombia: de San Blas eilandentour. We zijn heel lang in de veronderstelling geweest dat we een zeiltour geboekt hadden, maar een dag van tevoren ontdekken we dat we een speedboot geboekt hebben! Wat dom! We balen als twee natte stekkers, maar ontdekken ook dat het aan de noordkust een ruiger seizoen is en dat we met de speedboot niet op het water slapen, maar op de eilanden. Misschien toch wel een voordeel, niet? We gaan het zien.

We hebben om elf uur ’s ochtends een briefing in een hostel elders in de stad. Klote tijd, want je kunt ervoor niks doen en van je middag wordt ook wat afgehaald, maar goed, het zij zo. We worden welkom geheten door Noa, onze tourgids. Noa, da’s wel een pittige. Een Argentijnse vrouw die het stereotype beeld van een vurige Latina volledig onderstreept. Geertje wordt er helemaal bang van. Oogt voor de duivel niet bang en heeft een blik waar zelfs de militairen van Kamp van Koningsbrugge nog een nat scheetje van moeten laten.

Buiten Noa, is de rest ook wel een beetje spannend, om daar opeens met een groep van ruim twintig onbekenden te zitten waarmee je de komende dagen een boot gaat delen. Het is alsof je verhuisd bent, je naar je nieuwe school gaat en je daar je volledige nieuwe klas opeens ziet zitten. Wat wel leuk is, is dat het een divers gezelschap is. Op onze boot zit straks van alles: uit mijn hoofd Colombianen, Britten, Fransen, Duitsers, Belgen, Zwitsers, Australiërs, Brazilianen, Ieren en Uruguayanen. Waar het woord gemêleerd voor bedacht is, nietwaar?

BioMuseo

Met het inhoudelijke deel ga ik je niet vermoeien, want dat komt de volgende blog wel, dus ik ga snel door naar de laatste maandag die we in onze favoriete stad van Noord-Amerika (veel concurrentie, ja ik weet het) hebben, want nadat we betaald hebben en kopietjes hebben gemaakt van onze paspoorten, brengt de taxichauffeur ons weer terug naar het begin van de Amador Causeway. Weet je nog: die dijk die de stad met een paar eilanden verbindt. Toen we de vorige keer met die buggyauto-turned-fiets in de weer waren, kwamen we langs het BioMuseo, maar wegens gebrek aan tijd, zijn we toen niet naar binnen gegaan. Deze keer wel en onze laatste dag in Panama-Stad spenderen we aan dit kleurrijke museum dat als een van de absolute paradepaardjes van de stad geldt.

Hoewel Geertje normaal gesproken dus spastische trekjes krijgt van musea, gaat ze dit keer wel mee. BioMuseo is modern, kleurrijk, afwisselend en het belangrijkste: interactief. Dan is Geertje wel in voor wat studeren. Binnen leren we van alles over de immense biodiversiteit van het land en leren hoe bijzonder Panama, geologisch het jongste land van de Amerika’s, eigenlijk is.

Waarom? Vroeger waren de twee Amerika’s continenten die niet met elkaar verbonden waren. Ze lagen los van elkaar. Ze zijn niet tegen elkaar aan gebotst, maar Panama is omhoog gekomen. 75 miljoen jaar geleden, bewogen de Zuid-Amerikaanse plaat en de Caribische plaat tegen elkaar. De Caribische schoot eronderdoor en doordat die platen tegen elkaar aan schuurden, ontstond er magma. Magma is verrekte warm en dat wil eruit, dus dan krijg je vulkanen onderwater. Miljoenen jaren lang bleven die vulkanen uitbarsten en die gestolde lava (magma is in de grond, als het erbuiten komt is het lava) zorgde ervoor dat die zeebodem omhoog kwam en warempel: 40 miljoen jaar geleden lagen er tussen het huidige Costa Rica en Colombia de eerste eilandjes! Wat een jolijt. Toen duurde het nog maar zo’n 15 tot 20 miljoen jaar voordat het stuk helemaal gesloten was: door vulkaantjes en een heuleboel magma en lava is een landbrug tussen de Amerika’s ontstaan.

En als er zo’n landbrug ontstaat, dan wordt het één groot gekkenhuis. Twee zeeën die niet meer in verbinding staan, dus enorme klimaatverandering en alle dieren die opeens van links naar rechts en andersom kunnen lopen. Immens veel diertjes en planten begonnen opeens te floreren maar ook net zo veel soorten raakten door dit onverwachte uitwisselingsprogramma uitgestorven. Denk maar aan het Amerikaanse zebrapaard of de Amerikaanse olifant. Ja, die hebben echt bestaan. Dankzij Panama dus niet meer.

De meest bizarre beesten die hier rond dartelden? De drie meter hoge vleugelloze schrikvogels zijn kanshebbers. Of anders wel de megalodon, haaien die gemiddeld 24,3 meter werden en dolfijnen als ontbijt aten, walvissen voor de lunch en het tijdens het diner maar op elkaar voorzien hadden. Of de grondluiaard. Luiaards die niet in bomen klimmen, omdat ze 6 meter lang werden en 4 ton wogen. 6 meter lange luiaards met het gewicht van een klein vliegtuig. Dus.

Goed, veel boeiende informatie in dat BioMuseo dus. Aanradertje als je het mij vraagt, maar ook in de helft van de tijd te doen als je het Geertje vraagt. Onze laatste avond op het vasteland van Panama gaan we nog één keer lekker uiteten en in een wel héél speciaal plekje: Coca Cola Café.

Coca Cola Café

Op het eerste gezicht is dit vintage cafeetje geen heel bijzondere. Het is wel mooi van buiten, maar dat is ieder gebouw in Casco Viejo. Ook het interieur is niets bijzonders. Tafeltjes, een barretje: niks geks, niks bijzonders. Totdat je beseft dat je in het oudste café van Panama zit.

Coca Cola Café is het enige café in de hele wereld (!) dat de naam Coca Cola draagt, het van datzelfde merk mág dragen en tevens het allereerste café van de stad is en precies 151 jaar geleden in 1875 werd gebouwd in de hoofdstad die indertijd met zo’n 10.000 inwoners misschien wel gewoon Panama-gehucht had geheten. Een historische plek en zodra je dat weet, voel je die geschiedenis ook. Coca Cola Café was een plaats waar poëten en politici kwamen, waar atleten en kunstenaars aten en waar koningen en revolutionairen de glazen lieten klinken.

Het café kent veel grote namen die hier door de deuren zijn gestapt. Misschien zat Daniel Craig die James Bond speelde wel op mijn plek. Of Juan Pujol Garcia, een dubbelagent die een cruciale rol tijdens D-Day speelde en hier dagelijks kwam toen hij in Panama woonde. En bij Geertje. Misschien zat Argentijnse legende Evita Perón wel in de hoek waar zij nu zit. Of was het Che Guevara, sleutelfiguur van de Cubaanse revolutie? In ieder geval heeft iemand van de cast van Prison Break hier wél gezeten, want die zaten er per slot van rekening allemaal.

Hoe een weinig opzienbarend cafeetje waar we al zeker twintig keer langs zijn gelopen, met een beetje achtergrondinformatie opeens zo veel mooier, magischer en mysterieuzer kan worden. Coca Cola Café, een waardig afscheid van deze magnifieke, enerverende stad.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
3 dagen geleden

Wat een mooie afsluiting van Panamastad. Ik lees wel dat ik nog veel moet gaan zien als ik weer eens in Panama ben.
Tot de volgende!
-X- Mama

Marianne
3 dagen geleden

Tjonge jonge jullie avonturen houden maar aan! De lezers worden heen en weer geslingerd tussen Thailand en Suriname en vliegen van Australië naar Panama!
Gelukkig hebben jullie pas achteraf gehoord over de criminaliteit in jullie stadsdeel en niet al op de eerste dag. Geertje kennende had ze drie dagen over haar schouders gekeken of het wel veilig was. Het lijkt wel of neven en nichtjes dat op een of andere manier aantrekken. Wij kennen de verhalen over onveiligheid in Johannesburg en overvallen worden in Kaapstad uit eerste hand...
Ook bekend is de bijna hopeloze zoektocht naar een oplader voor de camera. Hoe luidt het spreekwoord over appel en boom ook al weer?
Jullie hebben bij het Hard Rock Cafe toch wel een glaasje voor mama/schoonmama meegenomen? Dat bezorgt iig veel pluspunten 😂.
Enjoy!

Opa en oma
een dag geleden

Wat fantastisch, wat jullie allemaal weer meegemaakt hebben!! We genieten volop mee, maar af en toe blij dat we sommige gebeurtenissen pas achteraf geweten hebben!
En nu op naar Colombia...weer heel andere ervaringen opdoen.