Santa Catalina - Op zoek naar de oceaanreus

Gepubliceerd op 13 januari 2026 om 14:51

Las Tablas – Chitre – Santiago de Veraguas – Soná – Santa Catalina. Ja, reisdagen in Panama zijn vermoeiend, want je ziet het goed: er zijn vijf plekken waar we vandaag uit de bus moeten stappen om eindbestemming Santa Catalina te bereiken en dat betekent dus dat we vijf verschillende bussen moeten nemen om die ene reisdag van negen en een half uur vol te maken. De realiteit is gelukkiger iets gunstiger, want de bus in Las Tablas rijdt Chitre voorbij en stopt in Divisa, voor Santiago en de bus die we dan nemen rijdt Santiago de Veraguas voorbij en gaat direct naar Soná. Eén bus minder en we snijden met het slagersmes anderhalf uur uit de reistijd van vandaag. Alsnog een vermoeiende reisdag, zeker omdat we in Soná (ja, Soná is een bekende voor Prison Break fans, maar helaas is de gevangenis uit de serie een niet bestaande en is Soná een slaperig stadje waar niets te doen of te beleven is) in een bus komen waarvan de airco uiteindelijk kapot gaat en in een land als Panama waar temperaturen beneden de 25 het nieuws van het jaar zijn, is dat op den duur best afzien. Uiteindelijk bereiken we zwetend en wel ons schattige hotelletje Sunset Catalina (met de beste kamer tot nu toe) gooien we onze spullen op bed en raken we meteen in de regelmodus, want hoewel het kleine vissersdorpje Santa Catalina héél mooi is, is er één hoofdreden dat we hier komen: duiken!

Tegenover Sunset Catalina is de best aangeschreven duikschool van het kleine plaatsje en tot onze verrassing kunnen we de duiken regelen in het Nederlands. Belgische instructrice, da’s handig. Wat minder handig is, is dat er vrijdag 16 januari pas plek is en we hier 3 nachten geboekt hebben en Sunset Catalina na ons vertrek vol zit. Dat wordt dus elders een nachtje bijboeken en een dagje backpacks rondsjouwen, maar duiken zullen we hier.

Als we richting Santa Catalina Beach (het kleinere strand van het dorp, zou je niet denken bij die naam) lopen, valt ons weer wat op in vergelijking met tropische Thaise of Cambodjaanse strandoorden. Waar alle eilandjes en stranden bij onze eerste wereldreis in het teken staan van niets dan toerisme, merk je als je door Santa Catalina loopt, dat je ook nog in een Panamees dorp bent. Tuurlijk, toerisme is een belangrijke drijfveer en inkomstenbron van de mensen hier, maar als we de duikschool verlaten en door de straten lopen, zien  we huizen waar Panamezen in hun hangmatten liggen, waar moeders de haren van hun dochters kammen en waar een viertal kinderen een hek gebruikt als net om een twee-tegen-twee volleybalwedstrijdje te spelen. Geen plek die gemaakt is puur en alleen voor toeristen, maar een plek waar mensen wonen en waar het toerisme omheen beweegt. Een bijzondere, maar mooie combinatie, die hopelijk nog heel lang in stand blijft.

We hebben besloten dat we het zelf koken met het uiteten afwisselen. Er is bij lange na niet zo’n streetfoodcultuur als in veel Aziatische landen, dus het eten buiten de deur is per definitie prijziger, maar we willen op iedere locatie waar we komen, sowieso één keer buiten de deur eten. Blijft toch altijd het leukste, hé? Aan de rand van Santa Catalina Beach hebben we misschien niet onze lekkerste maaltijd tot nu toe (“Deze pasta maak ik beter” – Geertje), maar wel de mooiste. Met uitzicht op het zeewater van de Golf van Chiriquí, is het water sereen en zakt de zon weg achter de rug van een eiland. Oordeel zelf maar op de foto’s. Dat is nog eens vakantie.

Wat te doen in Santa Catalina?

Nu we een extra dag te besteden hebben, rest de vraag: hoe gaan we die extra dag in godsnaam vullen? Want heel veel buiten duiken is er nou ook weer niet te doen in Santa Catalina. Op anderhalf uur varen ligt het natuurparadijs Coiba, een eiland van – naar verluid – ongekende schoonheid, maar omdat het beschermd is, mag je er alleen met gids komen, maar die tours zijn meer dan 80 dollar de neus. Voor het duiken betalen we al ruim 150 dollar waar ook al de entree voor Coiba bij inbegrepen zit (we gaan duiken rondom Coiba), dus dat lijkt ons een beetje van de zotten. We kunnen ook snorkelen, maar dat is ook maar duf als je eenmaal één keer gedoken hebt. We doen wat research en warempel: ook Santa Catalina blijkt een surfhotspot te zijn!

Nadat we een strijd winnen met een kakkerlak die zich in mijn zwembroek had verstopt door 'm per abuis te onthoofden met een leeggemaakte prullenbak, schuiven we onze tenen in de slippers en benen naar de andere kant van het dorp richting Playa Estero. Flink eindje weg, zo blijkt, en hoewel we Santa Catalina véél sfeervoller vinden dan Playa Venao, zien we onderweg naar Playa Estero ook weer hetzelfde gebeuren als dat wat we in Playa Venao zagen: Santa Catalina zit in een toeristische tussenfase. Santa Catalina is nu nog een rustig vissersdorpje. Toeristisch, maar nog mijlen- en mijlenver van de doorsnee Zuid-Thaise standaard. Ik vertelde al: je ziet de lokale gezinnen en families hier ook gewoon hun leven leven. Maar over een jaar of tien zijn we benieuwd hoe het er hier uitziet. Als je wat verder van de stranden landinwaarts gaat, verandert Santa Catalina van een rustiek, schilderachtig vissersdorpje in een grote ground zero voor bouwprojecten. Op zeker vijftien tot twintig plekken staan Panamese bouwvakkers met hun stalen neuzen in de aarde, sjouwend en kruiend om langzaam maar zeker weer nieuwe hostels, hotels, skateparken of reptielentuinen te bouwen. Dit is typisch zo’n plaatsje: ga erheen nu het nog authentiek is. Gelukkig zijn wij net op tijd.

Dan zijn we bij Playa Estero. Hoewel dit pas het derde strand is dat we zien, is dit wel met gemak het mooiste strand tot nu toe. Het is erg rustig, maar de Caribische muziek die door de tentjes ten gehore wordt gebracht, zorgt wel weer voor die gezellige, zwoele sfeer. Om aan de andere kant van het strand te komen, doorwaden we een beekje, waar Geertje door drie Panamese vrouwen en mij uitgelachen wordt omdat Geertje, terwijl we die vrouwen kruisen hardop begint te gillen omdat ze denkt een vis (goh, het is de zee) te spotten.

We lopen naar de receptie van een surfplankverhuurder, over een idyllisch paadje dat geflankeerd wordt door magnifieke palmbomen van zeker tien meter hoog, maar helaas worden we daar uit onze sprookjeswereld gerukt. “The sea is flat as a pancake”, citeer ik de verhuurder. “Dan hedde gij nog nooit een koeienwei in de Brabantse Peel gezien!” zei ik ‘m. Oké, nee, dat zei ik niet, dat zou het gesprek wel een heel rare wending gegeven hebben, maar als we naar de zee kijken, dan heeft de man wel een punt. De golven van Playa Venao waren véél hoger en frequenter. We bedanken de man vriendelijk: hij had ons ook gewoon plankje kunnen aansmeren voor de hoofdprijs en dan hadden we daar de hele middag op deze pannenkoekenzee liggen dobberen.

Dan maar een beetje chillen. Meer wordt het niet vandaag. Gelukkig is dat op Playa Estero niet zo’n straf. Er is geen kip op het strand te vinden, het water is heerlijk, de palmbomen zijn gracieus (doet een beetje denken aan de palmentuin in Paramaribo) en de zon is nog altijd net zo tropisch als dat-ie tot nu toe altijd geweest is.

Geertje is aan de kook geslagen. Dat vereist behoorlijk wat creativiteit: vandaag zijn de pannen op en ontdekt Geertje dat vorken volgens Sunset Catalina niet tot het essentiële keukengerei behoren. We gaan onze gehaktwraps dus met lepels. Om nog wat olie op het vuur te gooien, komen we ook nog voor een verrassing te staan: als de klok op het punt staat om negen uur te slaan, loopt er opeens een Duitser bij ons de kamer naar binnen! Althans, dat wisten wij niet, maar dat komt de in paniek geraakte Saskia ons even melden als ze volgeladen met twee rugzakken de keuken in komt gebonjourd. ‘Sorry, sorry, sorry’, zegt ze, maar ze is overduidelijk een beetje in paniek. ‘Er is niemand bij de receptie’, zegt ze, ‘en ik heb kamer één volgens de mail’. En dat is de onze, en die hebben we open laten staan. Even uit het veld geslagen hebben we met z’n allen geen idee wat te doen. Geertje kookt verder, ik ga nog even tevergeefs op zoek naar personeel en Saskia zoekt naar het telefoonnummer op Booking advies van Geertje. Inmiddels is het half tien en is er een personeelslid van Sunset Catalina gearriveerd en heeft Saskia dan eindelijk haar kamer en gelukkig was het niet de onze. Omdat ze nog niet gegeten hebben en wij een hoop voedsel in de gelederen hebben, geven we haar wat van onze wraps en Geertjes splinternieuwe gehaktrecept. Zo breekt er een Duitse bij je in en als reactie geef je haar te eten. We hengelen de positieve karma binnen alsof het eendjes op de kermis zijn.

Peddelend naar Isla Santa Catalina

Wat je ook kunt doen in Santa Catalina, is een kajak huren. We hebben nog een dag te doden voor we onszelf na twee jaar eindelijk weer in een duikkostuum hijsen, dus huren we maar een kajak en varen we naar Isla Santa Catalina, een eiland voor de kust van Santa Catalina dat we bereiken door vanaf Playa Santa Catalina een halfuurtje zuidwaarts te roeien. Wie die Heilige Katleen was, weten we niet, maar die heeft op dit stukje aarde toch de nodige dingen bewerkstelligd.

We hebben weer een heerlijk dagje. Als we arriveren is het net Expeditie Robinson waar we in zitten, want we zijn de enigen op het eiland en de rest van de dag komen er maar acht andere toeristen onze kant op gepeddeld en is er rond het middaguur één Panamees gezin dat met een bootje komt aangevaren. Het is een klein paradijsje, dat Isla Santa Catalina, met water bijna net zo blauw als hoe we het in Thailand, Cambodja en Australië zagen.

Ze hadden het overigens ook wel Isla of de krabben kunnen noemen. Isla Santa Catalina is echt de Randstad van de Panamese krabbenpopulatie. Als je eenmaal weet waar je moet kijken (veel diertjes verschuilen zich stiekem in schelpjes) dan wed ik dat er wel drie per vierkante meter zitten. Zelfs als ik (Geertje brengt de dag lekker zonnend door) een korte wandeling de jungle in maak naar een uitzichtpunt in het midden van het eiland, kom ik in de jungle zelfs nog overal krabben tegen en zie ik krabben die zich terugtrekken in hun holen in de zijkant van boomstammen. Gelukkig doen de beestjes niks kwaad en zijn ze gewoon vet lief, maar de huizenmarktcrisis op Isla Santa Catalina heeft wel zijn dieptepunt bereikt, als ze zelfs al hun toevlucht zoeken in bomen.

Het is half drie als we onze kajak weer instappen om terug te gaan naar Santa Catalina (het dorp, ik begrijp dat het verwarrend wordt). Dat wordt dus weer peddelen. We weten niet of jullie dat ook hebben, maar dat kajakken dat wordt vaak al snel vervelend. Kijk, als je een bochtige, kronkelende rivier met allemaal stroomversnellingen hebt, dan is kajakken een feest. Maar nu? Nu steken we gewoon een halfuur lang een kleine zeestraat over en hebben we na één minuut en zesenveertig seconden al geen zin meer. Maar ja, je snap zelf ook wel dat je niet de rest van de middag in die brandende tropische zon rond kunt blijven dobberen. Dat hotelbedje komt ook niet opeens jouw kant op gezwommen en hoewel dat strand van Santa Catalina dan nog zó ver weg lijkt: peddelen zullen we toch moeten.

We trakteren onszelf op een overheerlijke smoothie gevolgd door een paar ijskoude Balboa’s bij Café Panachocolat, waar ik verder aan het werk ga met het schrijven van de blogs en Geertje de foto’s op de website plaatst. Ons stamcafétje is het geworden, dat Panachocolat: hip tentje, met fantastische keuzes voor veganistische, zelfontdekkende, open-minded backpackers zoals affogato, diverse lattes en een veelvoud aan opties voor je matcha en als klap op de vuurpijl nog een dozijn aan verschillende vullingen voor je late-morning super healthy yoghurt-veggie bowls. Kortom: je zit hier echt heerlijk.

Waar Santa Catalina wat slaperig wordt naarmate de kleine wijzer van de klok steeds verder omhoog begint te gaan, maken wij de rest van ons eten nog even op onder het genot van een koud Panama-biertje. Gelukkig heeft Saskia gisteravond niet de hele voorraad buitgemaakt.

Eindelijk weer duiken!

De ochtend daarna banen we ons al vroeg een weg naar Panama Dive Center (met backpack en al, we moeten namelijk van hotel wisselen), want na bijna twee jaar is het dan weer zo ver: we springen EINDELIJK met beademingsapparaten en duikbrillen weer die zee in! En als je zo lang niet hebt gedoken, dan moet je een refresher doen, om de theorie weer op te halen, maar ik ga deze keer geen theoretisch stuk van de duiksport uiteenzetten, daarvoor kun je altijd terecht bij de blog van Koh Tao in Thailand.

Dat gezegd hebbende: de refresher bij Panama Dive Center is wel de meest laagdrempelige van de hele wereld denken we zo. Normaliter schijnt het de bedoeling te zijn dat je ergens onder water wat skills moet uitvoeren, maar dat is deze keer niet zo. Niet je beademingsapparaat weggooien en terugvinden. Niet hoveren op je plek. Zelfs niet je masker afhalen, het weer opzetten en het vervolgens klaren. Tot Geertjes ongeëvenaarde opluchting overigens, want van op de zeebodem je duikbril afhalen, wordt Geertje na twee jaar nog steeds wel eens gillend en zwetend wakker.

Nee, de refresher was een stuk simpeler. De Zwitsers-Italiaanse duikinstructrice Kara nam ons mee naar boven en trakteerde ons op een hoorcollege van een klein halfuur. Een paar keer bevestigend ‘ja’ knikken en we waren good to go! Waarom we hier wilden duiken, is logisch. Haaien en walvishaaien. Als we die zien, dan moet dat fantastisch zijn!

Dus daar zaten we dan. Op de boot met Kara, twee Panamese kapiteins en de duikers: de Spaanse Sara, studerend in Chili, die ons op de hoogte houdt of de kapiteins in het Spaans over ons roddelen, de Canadese Benny, een avontuurlijke vijftiger die in zijn eentje de wereld rond gaat, de Franse Charles, op vakantie met vrouw en kinderen en woonachtig in het Boliviaanse La Paz voor een jaar of drie omdat zijn vrouw daar een baan gevonden had en de Australische Finlay, een meid uit Perth die het helemaal geweldig vindt dat wij twee jaar geleden níét het standaardrondje oost-Australië hebben gedaan, maar naar het westen zijn geweest. En wij natuurlijk. En waar gaan we heen? Naar Coiba. We halen opgelucht adem dat we niet voor een peperdure tour naar Coiba hebben gekozen, want met onze duikdag gaan we deze bounty-eilanden in de Golf van Chiriquí gelukkig ook zien.

Duik 1 - Bajo Piñon

We duiken vandaag nabij Isla Afuera, een eiland in het National Park-gebied van Coiba. Nietszeggend dom feitje: ik (Geertje wel… *ahum* Canada *ahum*) ben nog nooit zo ver in het westen geweest in mijn leven als Isla Afuera! En héél waarschijnlijk ga ik dat record ook niet verbreken deze reis. Goed, dat waren weer acht seconden van je leven die je niet terugkrijgt, dus ik ga maar over op de duik zelf. Onze eerste duik is bij Bajo Piñon (die Spaanse namen blijven prachtig). En hoe die duik daar was? Die was FANTASTISCH!

Waarom? Een stuk of drie witpunthaaien! De eerste die we zien is niet zo'n grote, maar vlak voordat we weer omhoog gaan, komt er nog een absolute unit meer dan twee meter lang (ze kunnen zelfs boven de drie meter halen) langs ons op gezwommen. WAT EEN MOMENT! Echt, de rilling die je krijgt als je de eerste keer zo’n exemplaar in jouw richting ziet zwemmen, dan gaan er toch wel heel veel emoties door je heen! Dat smaakt naar meer, meer, meer, meer, meer!

Daarnaast zien we ook nog vijf groene murenes, ook wel behoorlijke eindbazen van de zee. Het zijn een beetje van die Super Mario-achtige vijanden, van die lange, dikke slangachtige vissen met enorme, noeste klompenkoppen die zich onder de stenen verstoppen en hun kop erbovenuit steken. Je ziet ze eigenlijk zelden zwemmen. Behalve vandaag! Wij zien er potverdorie TWEE zwemmen! Als we van enthousiasme kunnen schreeuwen onder water, dan hadden we het gedaan.

We zien nog blauwvinmakrelen, de agressieve trekkervis (trigger fish) en een hoop verschillende schopvissen, maar die haaien… die blijven wel het absolute hoogtepunt! Bajo Piñon stelde allesbehalve teleur! Helaas zul je nog even moeten wachten tot we alle onderwaterfoto's van de duikinstructrice in ontvangst mogen nemen...

We arriveren op een verlaten strandje om ergens op Isla Afuera de sappigste ananassen ooit te nuttigen, waar we ontdekken dat het vinden van die walvishaai nog behoorlijk lastig kan worden. Wij lazen online dat de walvishaai zich doorgaans in december en januari in deze contreien laat zien, maar dankzij de opwarming van de aarde en dus ook de zeeën, is dat volgens Kara niet meer zo vanzelfsprekend. De migratieroute is door de afwijkende temperaturen in de war geschopt en er zijn al weken geen walvishaaien meer gezien en het kan zomaar zijn dat ze over een maand – na het seizoen – opeens opduiken. We hebben dus heel veel geluk nodig, maar ook wel weer nijpend om te horen. Goede reminder om weer wat beter op de natuur om ons heen te letten. Niet zodat duikers zoals wij in januari met walvishaaien kunnen zwemmen, maar gewoon, omdat de kleine beetjes wel degelijk een verschil kunnen maken.

Duik 2 - Buffet

Daarna varen we naar duiksite twee: Buffet. Duik twee gaat wat minder. Wanneer we het water in springen en op het punt staan af te dalen naar de zeebodem in de hoop nog een van die oceaanreuzen te vinden, merkt Geertje op last te hebben van haar oor. Een jaar geleden is ze hersteld van een trommelvliesoperatie (gaatje in het trommelvlies) en waar de eerste duik vlekkeloos verliep, begint er nu opeens pijn te komen en heeft ze het idee. Ze komt nog even boven, probeert het nog een keer, maar merkt eigenlijk direct dat het mis is. Het is maar goed dat we een goede cursus hebben gehad twee jaar geleden. Geertje herinnert zich nog dat wanneer ze op dit moment door zou gaan met duiken en er daadwerkelijk een gaatje in haar oor zou zitten, haar middenoor vol zal lopen met water. Dan wordt het al helemaal ellende: duizelig, blijvende gehoorschade, verlies van oriëntatievermogen... Zie je het al voor je? Ze durft het niet aan, is er niet zeker over en is helaas genoodzaakt boven te blijven, zegt het gevoel. Geen buffet voor Geertje dus.

Ik ga wel naar onder. Hoewel ik het doodzielig vind, moet ik bekennen: duik twee is ook een geweldige! Nóg meer haaien! De eerste blijft absoluut de speciaalste, maar wanneer we langs onze rechterhand een rif afzwemmen, doemen daar opeens weer vijf witpunthaaien op! Twee grotere en drie die wat kleiner (dat is heel relatief) zijn. Ze ‘spelen’ met elkaar. Ik plaats spelen tussen aanhalingstekens, want spelen betekent in deze dat ze in hoog tempo bijtend achter elkaar zwemmen. Ik vorm de linkerflank en zwem dus het dichtst bij die haaien, maar dat vind ik toch maar niks. Nonchalant flipper ik wat naar rechts en zorg ik dat ik achter Sara zit. Die hebben ze dan als het eventueel misgaat als eerste te pakken. Paella smaakt beter dan stamppot, lieve haaitjes!

Daarnaast vinden we nog één murene, een mooie school (niet zo groot als de school in Koh Tao) vissen en kunnen we weer een nieuw apart beest afvinken: de tijgerslangaal! Ik snap de naam, want het is net een slang met een identiteitscrisis die graag als tijger door het leven wil. Lijkt gruwelijk giftig, deze zeeslang, maar dat is-ie gelukkig niet. Trouwens, het is geen slang. Maar hij heeft wel ‘slang’ in zijn naam. Het is een aal. En een aal is geen slang. Maar zo ziet-ie er wel uit. Ik snap het niet meer. Mooi beestje, dat is het belangrijkst.

Als we boven komen, heeft Geertje tranen met tuiten gehuild en baalt ze enorm. Ze had zo’n ongelofelijk zin om de andere duiken ook te doen. Teleurgesteld heeft ze drie kwartier op de boot gewacht en ik heb zo met haar te doen dat ik bijna mee wil huilen. Als we weer een wit zandstrand vinden voor de lunch, zit ze écht in zak en as en wil ze de laatste duik niet eens meer proberen. Ik hoop dat het angst is, dat het misschien tussen de oren zit en er geen gaatje in het trommelvlies zit (alhoewel: een gaatje zit fysiek ook letterlijk tussen de oren, maar je snapt wat ik bedoel). 

Duik 3 - Wahoo Rock

Na nog wat bemoedigende woorden van mij, Benny en Kara, gaan we voor duik drie in ieder geval wel even het water in, maar als we naar onder gaan en Geertje mij vraagt of ik inderdaad bubbeltjes zie (extra test: is het Geertjes angst of is het echt zo?), durf ik het niet toe te geven, noch te ontkennen. Kara zou ook nog kijken. Die heeft er meer verstand van, maak ik mezelf wijs, maar even later geeft ook Kara dezelfde diagnose. Wéér een gaatje in hetzelfde trommelvlies dus. Enorm balen, Geertje kan wel huilen (en dat doet ze ook), maar ook de laatste duik moet ze uitzitten. Wat wel bemoedigend is: er komen echt veel minder luchtbellen uit het oor dan de vorige keer. Dat betekent dat het gaatje een stuk kleiner en kans op natuurlijk herstel veel groter is. Ik wil nog bij haar blijven op de boot, maar Geertje zegt me gewoon te gaan, dus doe ik dat. Gelukkig is ze niet alleen, want Sara (is wat zeeziek geworden) blijft de laatste ronde ook aan de oppervlakte. Na het verdriet en de teleurstelling komt opluchting. Geertjes gevoel was goed en niet op angst gebaseerd en ze heeft haar grenzen aangegeven en ze is er niet overheen gegaan. Zo moet je het uiteindelijk ook zien en ik vind haar relativeringsvermogen bewonderenswaardig.

Dan duik drie. Kapitein Marcos (een beetje het type mollige, joviale knuffeloom) trekt wel zijn zwembroek aan om mee te duiken. Op zoek naar de walvishaai wordt er gekscherend geroepen, maar eerlijk gezegd hoop ik de walvishaai niet te zien vandaag. Zo’n magistraal dier zou ik voor het eerst toch het liefst samen met Geertje willen zien.

‘Gelukkig’ spotten we de reus van de oceaan ook in ronde drie bij Wahoo Rock niet. Duikronde drie was ook wel de minste ronde (wat ook weer relatief is, want tijdens het duiken kijken we iedere minuut onze ogen uit) met als een van de uitschieters twee reuzehengelaarsvissen, een gele en een oranje: vissen die zich aan de rotswand schuilhouden en zichzelf fantastisch weten te camoufleren. En een schildpad trouwens, maar ik zwem achteraan en die is al aan het wegzwemmen wanneer we in de buurt proberen te komen.

Welk dier zich ook fantastisch weet te camoufleren, is de octopus, het hoogtepunt van duik drie. Ongeveer halverwege de duik dartelt daar opeens een octopus over het rif. En ja, dartelen is het goede woord want het is net alsof hij zijn acht tentakels gebruikt als pootjes om behendig over het rif te rennen. En het mooiste: tijdens dat rennen licht hij op en wanneer hij stil gaat zitten, verdwijnt hij helemaal! Hoe dat kan, is behoorlijk ingewikkeld, maar gelukkig hebben we de afgelopen blogs een terugkerend reageerder die steevast één mysterie voor ons op weet te lossen…

Ik ben nog nooit zo blij geweest om tijdens een duik wat minder verschillende dieren te zien en ik ben maar wat blij om te zien dat Geertje zich inmiddels wat heeft herpakt. We varen terug naar Santa Catalina, en ze is zowaar tevreden en positief, aangezien ze toch één duik heeft mee kunnen pakken. “Ik heb wel gewoon met haaien gezwommen”, zei ze nog terwijl ik een arm om haar heen sla. Inderdaad, dat heeft ze. Dat hebben wij. En ook al was het voor Geertje maar één duik: er is meer dan genoeg om positief over te zijn en dat ze daarom als afsluiting van het prachtige Santa Catalina een ijskoud biertje en een heerlijke pizza heeft verdiend, staat buiten kijf.

En dat doen we dus. We wisselen nog nummers uit met Charles die we misschien over een paar maanden in La Paz zullen treffen en zeggen gedag tegen ons groepje. We gaan naar ons nieuwe hostel waar we nog één nachtje zullen blijven, douchen en trekken snel weer het dorpje in, waar we ook Finlay nog even tegen het lijf lopen. Want inderdaad: dat biertje en die pizza hebben we wel verdiend en de teleurstelling en het verdriet die Geertje vanochtend en vanmiddag nog overmeesterden, behoren alweer lang en breed tot het verleden. We hebben gewoon met koelkasten van haaien gezwommen. We kunnen met een gerust hart naar Panama-Stad.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
10 dagen geleden

Och arme Geertje… met tranen in mijn ogen heb ik de blog gelezen…😢. Wat verschrikkelijk verdrietig. Maar wat fijn dat je wel de eerste duik heb meegemaakt.
Goed dat je je hebt herpakt. Positief blijven.
En Nilis, je bent echt een lieve schat voor Geertje ❤️.
En Geertje, die foto met het rode jurkje moet je echt gaan inlijsten. Prachtig!!!
🍀😘 mama

Jaggie
10 dagen geleden

Ik kijk ernaar uit naar de foto’s die onder water zijn gemaakt van alle diersoorten! Vanavond steek ik een kaarsje aan voor jou Geertje, zodat je trommelvliespijn misschien even op vakantie gaat… en niet meer terug wil keren.

Niels, bedankt dat je daar voor Geertje bent. Ik had niets anders van je verwacht. Keep up the good vibe samen! Los van het duiken, wat hebben jullie een mooie locatie gehad om naartoe te peddelen. Daar wordt jullie samenwerking op de proef gesteld 😉, maar ook dan is het goed om in dat kleine bootje te blijven genieten van alles om jullie heen en van elkaar.

Gelukkig had je de strijd gewonnen van de kakkerlak, Niels! Anders hadden de haaien er misschien een lekker hapje van gemaakt en had je echt een probleem 😉 Had wel voor extra spanning gezorgd in de blog om te lezen.

Ik hoop dat jullie hebben kunnen genieten van een Panamese/Santa Catalina-pizza, het ziet er in ieder geval heerlijk uit! En dat biertje erbij natuurlijk ook. Proost!

Marianne
9 dagen geleden

Tjonge wat is dat balen Geertje! Ik leef heel erg met je mee. Hoop dat een potje ouderwets janken je verdriet wat kan verzachten. Maar.... Je hebt inderdaad wel met haaien gezwommen!!! Dat neemt niemand je meer af! Zoals we wel eens op tv zien, is die onderwater wereld een fantastische wereld ook de beschrijving van jullie maakt het erg levend. Ik kijk uit naar de foto's 📸!
Heb dit verhaal in drie keer gelezen. Het is zo boeiend en levendig geschreven dat ik telkens het idee had dat ik er bij was. Geniet van dit prachtige land.

Marianne
3 dagen geleden

Wat een GEWELDIGE foto's van het duiken! Een schitterende wereld daar onder water. Prachtig, fabeltastisch!
Als ik niet zo'n schijtlijster zou zijn waar het met mijn hoofd onder water gaan betreft, zou dit toch ook nog op mijn bucketlist hebben gestaan!

Anita
3 dagen geleden

Prachtige foto's!!!!