Jardín - Het Benidorm van Colombia

Gepubliceerd op 11 februari 2026 om 14:30

Op de achtergrond torenen een paar bergkammen van de Cordillera Occidental boven het pittoreske dorpspleintje uit. 2600 meter, hebben we ons laten wijsmaken. De imposante schaduwen vormen een indrukwekkend plaatje op de Basilica Menor de la Imaculada Concepción, de prachtige kerk die over het plein waakt. Een impact op de bewoners van Jardín hebben die schaduwen niet: hier drinkt men op de terrasjes op het plein gewoon een kopje koffie of een Aguila, vers uit de koeling met het ijs nog op de hals. Op de gekleurde terrasjes, wel te verstaan: hier staat een tafeltje met roodgele stoeltjes, daar weer eentje met groenoranje stoeltjes en even verderop kleurt het weer blauwgeel. De combinatie maakt niet uit: als de kleuren maar knallend fel zijn.

We kijken onze ogen weer uit als we een namiddagbui uitgezeten hebben op de woensdagmiddag dat de bus die ons via een veel te lange rit – de hoeveelheid wegwerkzaamheden deed vermoeden dat we op de Duitse Autobahn reden, maar dan met groene bergen als decor in plaats van de bruine fabrieken van het Ruhrgebied – van Medellín naar Jardín bracht, de handrem erop zet. Wat zijn we toch weer in een paradijsje beland: felgekleurde gevels, deuren, balkonnetjes en muren vullen onze netvliezen, welke kant we ook op kijken. Het lijkt een beetje op Guatapé, wat dat betreft. Maar ja, we zijn inmiddels alweer drie weken in Colombia en dat ze hier van felle kleuren houden, is intussen wel duidelijk.

Wel is er één ding anders: het is hier… rustig. Waar Colombia doorgaans een kakofonie van verschillende Spaanstalige meezingers is, blijkt dit schilderachtige bergdorpje een zeldzame oase van rust. En niet gek ook. Als we de terrassen van het centrale plein bekijken, dan ligt de gemiddelde leeftijd van de Colombianen die hier wonen of rondlopen zo rond de 70. Jawel, het Benidorm van Colombia dus.

En dat is geen ramp. Sterker nog, na de hectiek van Medellín, Cartagena, Santa Marta en het fiasco van Minca is dit wel effe heerlijk. We wandelen dus het dorp in, dat een en al Colombiaanse kneuterigheid en gemoedelijkheid uitstraalt, en belanden bij ons favoriete restaurant in Colombia tot nu toe: La Parrilla de mi Pueblo – De Grill van mijn Dorp. Ik had al tegen Geertje gezegd dat ik zin had in een lokaal gerecht en het zoeken naar een goed en passend restaurant hoef ik haar geen twee keer te vragen.

Colombiaans eten

Ze serveren hier lokale gerechten en hoewel de Colombiaanse keuken niet te boek staat als de keuken met het meest verfijnde culinaire vocabulaire, kan de Colombiaanse keuken mij toch wel bekoren. Geertje bestelt een kip in champignonsaus, maar ik ga voor een lokale specialiteit die kenmerkend is voor de Antioquia-provincie waarin we ons bevinden: de Bandeja Paisa, een gerecht dat ik al langer op het oog had. We zijn in het binnenland, dus vis verdwijnt van de kaarten en maakt plaats voor stevige, landelijke vleesgerechten waar de grote eter een streepje voor heeft. Want man, wat gooien ze die borden hier vol, ook die van Geertje, maar wat kunnen ze hier in La Parrilla de mi Pueblo lekker koken. De Bandeja Paisa: als je van vlees houdt, bestel dan maar eens zo’n dienblad: rijst met een flinke schep bonen, een avocado, een stuk spek zo lang als een basisschoolliniaal, een chorizoworst, een gebakken ei en de topper: een heerlijk gekruide Colombiaanse bloedworst. Als ik tot halverwege m’n nek vol zit, loop ik ook nog een gefrituurde banaan tegen het lijf. Waar Geertje opeens de maaginhoud van hongerige Viking heeft, krijg ik het niet voor elkaar vanavond.

Op onze eerste dag staan we laat op en wandelen we wat door het prachtige dorp, waar Geertje, wiens creativiteit deze reis z’n weerga niet kent, een superidee krijgt voor de reel die op onze Instagrampagina gaat verschijnen. (Ik ga nog geen spoilers geven!) De tijd lijkt wel te hebben stilgestaan: oude mannen lopen nog met cowboyhoeden rond, de koffiekopjes hebben van die ouderwetse bloemetjesdecoratie, zoals de kopjes van onze oma's die ook hadden, en als er opeens een stel paarden in een drafje door de straten komt getrappeld, moet je niet gek opkijken. Wat een fantastisch dorpje!

Om één uur worden we samen met de Nederlandse Simon opgehaald door Danny – onze 36-jarige tourgids die is opgegroeid in Medellín ten tijde van de drugsoorlog en nu zijn droomplekje (geef de man eens ongelijk) heeft gevonden in Jardín. Een taxiritje rijdt ons over een kronkelig bergpad met uitzichten over koffieplantages en zeeën aan bananenbomen. Uiteindelijk stappen we uit bij een finca aan het einde van de weg. Een finca? Kunde da ete? Nee, maar wat ze bij een finca maken wel.

De koffietour

Finca’s zijn kleinschalige koffieboerderijtjes die gerund worden door families. Colombia blijkt met plek nummer vier net buiten het podium te vallen als het gaat om de koffieproductie van de wereld en Jardín ligt midden in zo’n koffieregio. Het blijkt dus zo te zijn dat de economie van al die oude luitjes in Jardín dus voor zo’n 80% op koffie en bananen draait. Salento, de plek waar we na Jardín heengaan, ligt in de koffiedriehoek dus daar biedt ook iedereen en z’n moeder zo’n koffietour aan, maar in het wat onbekendere Jardín is deze tak van toerisme nog iets minder bekend, dus leek het ons des te leuker om Danny even aan de oren te trekken om in Jardín even te kijken hoe de koffievork in de bonensteel steekt. En wat blijkt? Topkeuze. De middag is zeker zeventien keer leuker dan we van tevoren hadden verwacht.

De finca van Hugo en Juan is een van de grootste van de regio – wat nog steeds behoorlijk kleinschalig is – en hun finca heeft een uitzicht waar je u tegen zegt. Met een hoogte van 1900 meter zitten we nu echt in de bergen en we durven al voorzichtig te zeggen dat de natuur die we hier in de Andes van Zuid-Amerika gaan aanschouwen tot de mooiste natuur behoort die we ooit hebben gezien. We krijgen een witte cowboyhoed en een witte poncho (zo noemen ze het, maar het is niet zo’n foeilelijke regenhoes) om ons te verkleden als echte paisas, zoals de mensen hier zich ook nog steeds kleden. Geertje moet overigens haar hoed drie keer opnieuw passen. Ze zijn allemaal te groot. Uiteindelijk moet ze het doen met een kindermaat die nog niet helemaal perfect aansluit. Ach ja.

En dan begint de tour. Danny neemt ons mee door het gehele proces van koffie maken en wat de tour zo ongelofelijk leuk maakt, is dat we zelf iedere stap van het koffieproces helemaal zelf mogen doorlopen. We pellen een koffieboon, die we daarna in een kweekbakje planten en even later poten we een ander plantje van twee weken oud in het veld en leren we hoe die koffieplanten allemaal groeien en hoe lang die dingen goed blijven. Eén koffieplant is goed voor vierentwintig jaar aan koffiebonen! Maar als die Colombianen gemiddeld iets langer waren, dan zou zo’n boom wel dertig jaar meegaan. Na een jaar of acht is zo’n koffieboom te hoog en wordt-ie gesnoeid, maar als je een derde keer moet snoeien, dan gaat zo’n boom te weinig voedingsstoffen uit de bodem opnemen, wat ten koste gaat van de kwaliteit. Ik kan er met m’n 1.90m wel langer bij, dus bij mij zou een koffieboom langer meegaan omdat ik ‘m pas later hoef te snoeien. Voor Geertje zit een toekomst in de koffie er dus niet in: die zou zo’n boom al na vijf jaar voor het eerst moeten snoeien. Zonde van het rendement.

Daarna gaan we dus koffiebonen plukken met een heuptasje dat bij de gemiddelde tokkie-Nederlander niet zou misstaan. Zwaar werk, want de bomen staan op steile hellingen en in de brandende zon wordt dat op een gegeven moment best zwaar. In Colombia wordt de allerbeste koffie van de wereld verbouwd. Aldus Danny. Wij van WC-eend adviseren WC-eend. Toch snijdt z’n verhaal wel hout, want we worden gesommeerd alleen de rode koffiebonen te plukken en de rode bonen zijn verreweg in de minderheid. In andere grote koffielanden (Vietnam, Indonesië en Brazilië) wordt het plukken van bonen machinaal gedaan. Dan rijdt er zo’n unit langs die bomen op, schudt ze leeg en vangt alle bonen op, dus het gros van de bonen is groen. Robusta, noemen ze die koffie dan. Hier niet: omdat de koffiegebieden zo bergachtig zijn, zijn machines in het Colombiaanse hoogland als invaliden tijdens een hardloopwedstrijd: dat werkt voor geen meter. Onhandig, maar het grote voordeel is wel dat er handmatig alleen van die rode bonen geplukt worden. Arabica heet dat dan. Kwalitatief beter. En bovendien worden er op hoogtes tussen 1500 en 2000 meter geen pesticide gebruikt. We beginnen Dannys statement over de beste koffie steeds meer te geloven. Een Arabica-blend dus. Ik hoef je niet te vertellen in welke hoek van de wereld dit concept bedacht is.

Het plukken is leuk, terwijl vooral Geertje zich tegoed doet aan de eetbare witte bloemetjes die op de plantage groeien, maar we zijn ook maar wat blij dat we hier morgen niet om 6.00 paraat hoeven te staan om ons in het zweet te moeten werken voor twintig euro per dag. Twintig eurootjes maar, hé. Nee, koffiebonen plukken bezorgt je hier geen riant pensioen, maar die plukkers zijn ook niet van gisteren. Je wordt per kilo betaald en er groeien hier ook een heleboel sinaasappels en je struikelt menigmaal over losse stenen. Wat houdt een plukker dan tegen om af en toe een steen of sinaasappel in dat mandje te deponeren? Niks toch? Nou toch wel, want daar hebben Hugo en Juan ook weer iets voor bedacht.

Even later staan we een gigantische hoop koffiebonen te bezemen over een soort tralievloer die als filter werkt waar de werknemers hun opbrengst van de dag deponeren. Koffiebonen vallen erdoorheen en stenen en sinaasappels worden als Russische spionnen tijdens de Koude Oorlog ontmaskerd. Inventief hé?

Daarna worden de bonen machinaal gepeld en krijgen we het hele proces te zien van het pellen, drogen en roosteren van de bonen. En natuurlijk mogen we dat zelf ook even doen. De ultieme beloning? Na het roosteren van de koffiebonen (wat Geertje feilloos doet onder toeziend oog van een hele basisschoolklas uit Medellín die hier een veldtripje heeft) staat daar voor ons alle drie een bakje verse, natuurlijke koffie klaar. Of het de lekkerste ooit is? Geen idee, zo’n fijnproevers zijn we niet. Maar heerlijk is het wel.

De koffietour bracht ook een keerzijde met zich mee. Als Geertje ’s avonds weer aan het koken is geraakt, dan volgt de aller slechtste nacht tot nu toe. Haar benen zijn als een slagveld van muggenbeten en het lijkt zelfs alsof ze een flinke allergische reactie krijgt en haar kuiten en schenen zijn plotseling anderhalf keer zo dik van de zwelling. Ze jeuken, doen pijn en steken. Het is alsof die finca’s muggenmetropolen zijn en Geertjes benen als hun winkelcentrum fungeerden. Ik kom er met een bultje of drie/vier beter vanaf, maar ik ben doorgaans dan ook het minst populaire jongetje van de klas binnen muggenkringen, maar die arme Geertje ziet ieder uur van de volgende nacht en is dus hartstikke moe als vroeg de wekker gaat. En dan hadden we morgen eigenlijk twee hikes op de planning staan.

Bij het opstaan is de schade aan Geertjes benen enorm. Haar benen lijken wel meloenen, maar toch besluiten we om die dag eropuit te gaan en om Geertjes pijn en vermoeidheid niet te laten zegevieren, halen we wat energydrank en anti-allergietabletten bij de apotheek en na enige twijfel besluit Geertje toch gewoon mee te gaan. Ik loop met een lekker broodje van de bakker (een milhoja, het Spaanse dessert dat succesvol naar Latijns-Amerika is overgewaaid), samen met Geertje, toch het dorp aan de noordkant uit om de eerste van de twee wandelingen van vandaag te doen: de Cascada la Escalera. Gelukkig krijgen we daar geen spijt van. Kan ik de calorieën van die milhoja er meteen weer vanaf lopen. In tegenstelling tot Geertje, kan ik dit soort winkeltjes simpelweg niet weerstaan.

Wandeling nummer één

De uitzichten zijn weergaloos. Hoewel het wandelpad wat te wensen overlaat (driekwart van de wandeling loopt over een onverharde weg en ik vind dat dat altijd wat af doet aan een wandeling), kun je op iedere plek pirouetjes maken en alleen maar prachtige natuur zien. Bovendien beginnen die anti-allergietabletten bij Geertje hun werk te doen. Op hoop van zegen.

Bovendien is Colombia het land met de meeste verschillende vogelsoorten ter wereld. En dik ook. Heel Europa en Noord-Amerika bij elkaar hebben nog MINDER vogels dan alleen Colombia! Noord-Amerika hé. Dat is dus inclusief wildlife hotspots als Panama, Mexico en Costa Rica! En laat me je vertellen: dat is tijdens deze wandeling héél goed te merken! Vogels in alle kleuren van de regenboog passeren je aan alle kanten, waardoor je soms niet eens meer weet waar je kijken moet! Op de foto krijgen we er vooralsnog geen, want het regent onderweg naar de waterval en onze camera is niet waterdicht, maar de eerste die we wél op de foto krijgen (het kost tijd om dat ding iedere keer uit je rugzak te halen en dan geven die vogels er natuurlijk al lang de brui aan), is de rotshaan: dé vogel die in iconisch is voor Jardín!

Als we bij het hoogtepunt van deze wandeling, de Cascada la Escalera, zijn, houdt de motregen eindelijk op! Hup, camera eruit, om de nek en vogelspotten maar. En och, wat hebben we hier schik mee. Echt, ik sta er niet van te kijken wanneer we bij terugkomst in Nederland opeens fervent vogelaars zijn. Een zwart-wit vogeltje ontbreekt het aan hersenen, gezien het feit dat hij springend de waterval probeert te beklimmen (gebruik je vleugels toch gewoon)  en vóór de waterval hangen – ja, hangen – twee vogelnesten van zwarte vogels met een felgele staart. De schermtijd van onze camera draait overuren vandaag.

We nemen een andere terugweg, krijgen nu wel heel veel verschillende vogels in alle kleuren van de regenboog op de foto, lopen langs finca’s die van hun erf botanische tuinen (Jardín betekent letterlijk ‘Tuin’ en doet zijn naam eer aan) hebben gemaakt en stoppen nog bij Café Jardín. Koffietje voor Niels, water met bubbels voor Geertje en een fenomenaal uitzicht voor ons allebei.

Daarna komt de steile afdaling dwars door een bananenplantage heen, waar we Simon van de koffietour nog tegen het lijf lopen die ervoor kiest om de wandeling in tegengestelde richting te doen. Geertjes benen werken weer prima en na een zelfgemaakte lunch is het tijd voor ronde twee.

Wandeling nummer twee

Nu lopen we de andere kant op, naar Cascada del Amor. Weer een waterval, maar nu eentje met een leuke volkslegende erbij. Ook bij gebrek aan kennis van de Spaanse taal, weet je waarschijnlijk wel dat je amor kunt vertalen naar liefde. De legende gaat dat als je kust onder de Cascada del Amor elkaar van een kusje voorziet, je voor eeuwig verliefd blijft op elkaar. Na bijna negen jaar samen te zijn geweest is de klad er nog niet echt in gekomen bij ons, maar we besluiten toch maar om elkaar even een pakkerd te geven (scrol snel door in de diavoorstelling als dit je te ver gaat) onder het ijskoude water van deze waterval. Nu weten we zeker dat we voor eeuwig verliefd blijven en samen blijven. Het zekere voor het onzekere, toch?

Het is wat drukker bij de Cascada del Amor dan bij de Cascada de la Escalera (waar we de enige waren). Er stoppen twee quads met toeristen, een jolige Colombiaans-Amerikaanse dame maakt een foto van onze kus alvorens ze haar schoenen uittrekt en de waterval in huppelt en er komt nog een onverzorgde, verloren reizigersziel aan die het een goed idee vindt om op zijn SOKKEN de wandeling te doen. Op zijn sokken! Het past wel bij zijn uiterlijk, want persoonlijke hygiëne lijkt niet in z’n vocabulaire voor te komen.

Nog meer vogels

Wij vervolgen onze tocht door het dieptepunt van het dal en lopen bergopwaarts via een kronkelige weg en een paadje door de jungle, waarna belanden we bij Mirador la Herrerita, een finca die aan uitzichten weer geen gebrek heeft. En ze hebben zo’n influencersnet. Nou, daar gaan we dan zelf maar even in influencen. Blijkbaar ook een vogelhotspot, deze finca. Het is aan mij om tussen het nippen van mijn Aguila door foto’s te maken van de oceaan aan vogels, want Geertje – de arme ziel – is uitgeteld en valt in slaap op het influencersnet. Dat heeft ze ook wel even verdiend na geen slaap en twee hikes.

La Garrucha

Als je goed op de foto’s kijkt, zie je Jardín aan de andere kant van het dal liggen. Om terug te komen in Jardín, lopen we naar La Garrucha. Een ervaring op zich.

Kijk, de leeftijd in Jardín ligt gemiddeld rond de zeventig en de rust en reinheid van Jardín maakt het een ideale plek voor de senioren om rustig van hun oude dag te genieten. Onhandig is het dus dat Jardín zo bergachtig is, want hoe kom je dan aan de overkant van dat dal? Daar zijn die oude spieren en gewrichten van de inwoners niet op gebouwd, toch? Het antwoord is La Garrucha, een C-merk kabelbaantje dat op een vrije zaterdagmiddag door een paar beunhazen in elkaar is geflanst, maar ook net zo goed door een achtjarige tijdens een paar lessen handenarbeid in elkaar gezet had kunnen zijn. Als er ooit een krakkemikkiger uitziende kabelbaan is geweest, dan hoor ik het graag. Eén karretje dat ongetwijfeld nooit door de veiligheidsinspectie in Nederland gekomen zou zijn, brengt bewoners van de ene kant  naar de andere kant van het dal en met het idee dat dit al jaren goed gaat, besluiten we ook maar een ritje te maken. We moeten immers terug naar de andere kant en het begint al laat te worden. Hoewel het voelt alsof je in een paar op elkaar geplaatste legoblokjes tientallen meter boven een dal zweeft, komen we veilig aan de overkant. La Garrucha, hoe krijgen ze het verzonnen.

De rotshanen

Onze laatste stop is Jardín de Rocas, een natuurreservaatje dat bijzonder is vanwege één vogelsoort die hier elke namiddag te vinden is. Jawel, de rotshaan van vanochtend! We betalen vijf euro per persoon om naar binnen te gaan en waar we vanochtend de iconische rode vogel met het kapsel van John Travolta ergens hoog in de bomen zagen zitten, zitten er in dit natuurreservaat tientallen op centimeters afstand! Blijkbaar is dit stukje bos een plek waar de vogels dagelijks bij elkaar komen en het is het daarom afgezet om dat kleine stukje leefgebied van ze permanent te beschermen. En een kabaal dat ze maken! Met recht een Colombiaanse vogel, als je het ons vraagt.

In de avond bestellen we nog een biertje op het terras van Jardín. Niet te veel alcohol met die anti-allergiepillen van Geertje, maar van één biertje is nog nooit iemand de pijp uit gegaan. Morgen gaan we weg en net als Medellín gaan we ook Jardín best wel missen. De rust, de kneuterigheid, de ongelofelijk vriendelijke, doorgaans bejaarde bevolking, de paarden die te pas en te onpas als auto’s over de straat galopperen, de hondjes waar Geertje dol op is en die ze wil adopteren, de kleurrijke huisjes, vogels en bloemen… Het centrale deel van Colombia is tot nu toe wel een favoriet van onze reis gebleken en die frisse start een week geleden heeft wonderen gedaan. Nu maar hopen dat die lijn zich voortzet (spoiler: ja).

Hoewel de wekker om kwart over vijf donders vroeg gaat, slaapt Geertje die nacht veel beter (twee allergie pillen in 24 uur zorgt voor wat sufheid, dus dat werkt perfect voor deze nacht en de rit), maar het is toch wel wrang als de eerste bus om zes uur ’s ochtends al vol blijkt te zitten en we pas om acht uur onze tocht kunnen vervolgen. Wel staat ons wildste ritje (over land, we tellen San Blas dan even niet mee) tot dusverre op de planning, want voor onze neus staat een chiva, een lokale bus die alles wat ‘Colombia’ kenmerkt, ademt. Hoe dan? Muziek en alle kleuren van de regenboog natuurlijk!

Het wildste ritje, zei ik, want de bus brengt ons 53 kilometer verder naar Riosucio, maar daar doet-ie dan wel vier uur over. Eén lang onverhard bergpad dat ons over een pas van 3000 meter hoogte (het is ijskoud op de pauzeplek en Geertje draagt er vier lagen) leidt, dus ontspannen is er niet bij. Of ja, wel voor Geertje: die slaapt overal en de anti-allergiepillen maken haar zo duf als een ezel dus ook al is het alsof we in houten achtbaan uit het jaar 1920 zitten, slapen lukt haar alsnog. Voor mij wordt het nog lastiger gemaakt: die verloren ziel die op sokken aan de wandel was geslagen bij de Cascada del Amor? Die komt naast mij zitten! De hypothese dat de persoonlijke hygiëne van deze Oostenrijker (te oordelen aan zijn trui) te wensen overliet, wordt bevestigd: zijn lichaamsgeur verraadt een allergie voor douches. Ach ja, we komen er vanzelf wel.

Reactie plaatsen

Reacties

Marianne
21 dagen geleden

Wat heb ik genoten van dit blog! De beschrijving van jullie voettochten, de geweldige foto's, de uitzichten, de vogels...
BEJAARDEN van 70+ en bijna 70 kunnen deze digitale wereld heel erg waarderen!!
Het koffie proces was volgens mij ook een unieke ervaring. Jammer dat de muggen tijdens deze leerschool hun domicilie bij Geertje gekozen hadden. Het is echter een bikkel dus daar kwam ze wel snel weer overheen. Haar eigen medicijn (slapen!) gaf het laatste zetje natuurlijk?!

Opa en oma
20 dagen geleden

Wat een leuke blog weer. Jullie in zo'n kleurrijk ""ouwemensen" dorp! Prachtig beschreven. De koffietour vond ik fantastisch! Ook de wandeltochten en al die kleurige bijzondere vogels.ik vond het heerlijk om te lezen en op afstand mee te beleven! Liefs van ons

Anita
19 dagen geleden

Niels en Geertje als twee hongerige Vikingen, klaar om hele dorpen leeg te eten… behalve Niels, want ja, een echte Viking laat blijkbaar nog wat over voor de volgende eeuw.
Wat een knapperds waren jullie met die Colombiaanse hoeden bij het koffievorkje-in-het- bonensteel-koffiehuisje — alsof jullie per ongeluk een reclamecampagne voor “Stoere Koffie & Mooie Mensen” waren binnengelopen.
En op die finca dan. Die foto waarop Niels ineens twee meter lange benen lijkt te hebben en een bovenlijf per ongeluk in de was is gekrompen. :) Maar goed, met zo’n lang lijf kun je natuurlijk extra lang genieten van je koffieboompje… al geniet jij al meer dan 9 jaar van mijn Geertje, dus je bent duidelijk een ervaren genieter.
En Geertje… het zal ook weer eens niet zo zijn: iedereen plukt braaf koffiebonen, en jij staat ergens witte bloemetjes te eten alsof je een verdwaalde berggeit bent. :)
Arme Geertje, onder de muggenbulten, maar nog steeds stralend.
En bij de foto van Cascada del Amor… ja hoor, traantjes in de ogen van mama. Pure liefde. Of pure nostalgie. Of allebei.
En dan die geweldige bus, alsof een regenboog en een confettikanon samen een voertuig hadden gekregen. Alleen jammer van die ene vreemde passagier die duidelijk al jaren ruzie had met zeep en water. Arme Nilis.
-X- mama

Jarno del Café
12 dagen geleden

Wat een leuk blog Gigi en Niels! Vooral het stukje over de rotshaan en de foto’s daarbij vond ik geweldig. Wist je dat dat die vogel een soort danswedstrijd doet om indruk te maken op de vrouwtjes? Het deed me denken aan een mini talentenshow als je in het regenwoud kijkt 🐦

En jullie verhaal over de koffie uit Jardin was ook interessant. Als die koffiebonen zo goed zijn door het bergklimaat, snap ik wel dat ze populair zijn. Maar misschien mogen de oudere koffietelers daar de prijzen voor ons Nederlanders wel een beetje laten zakken, want hier worden ze bijna onbetaalbaar! Misschien is een rechtstreekse koffiereis van Jardin naar Cromvoirt, Vianen en Helvoirt (en omstreken dorpen voor de lezers die zich hierbij willen aansluiten) een goed idee. Dan kunnen we hier ook volop van die heerlijke koffie genieten. ☕