Santa Marta - Vooroordelen zijn geen goede raadgevers

Gepubliceerd op 3 februari 2026 om 15:00

Santa Marta is eigenlijk geen boeiende stad, hebben we gehoord. Het is alleen makkelijk gelegen, want vanaf hier ben je zo in Minca, Taganga, Tayrona, Palomino of de Lost City Trek. Plekjes waarvan we de meeste op ons lijstje hadden staan, maar waarvan we er toch een heleboel hebben moeten schrappen vanwege dat noodweer van de afgelopen dagen. Ik dacht nog: dat Santa Marta kan ik wel samenpakken met de blog van Minca. Ik bedoel: lekker tot rust komen in de jungle van Minca, dat zal allemaal wel heerlijk tranquilo zijn en daar is niet zo veel boeiends over te vertellen. Nou, intussen weten we wel dat die gedachte als een tang op een varken sloeg en is de blog van Minca door omstandigheden flink uit de hand gelopen. Santa Marta, lelijkste stad tot nu toe, krijgt dus een eigen blog.

Waarom lelijk? Kijk maar naar de foto’s. We stappen uit op de publieke markt nabij het centrum en we staan plotsklaps op de allersmerigste plek waar we ooit in ons leven zijn geweest en ja, Ho Chi Minh Stad tellen we mee. De markt is een aaneenschakeling van fruitkramen waar de Colombiaanse warenwet overduidelijk geen vinger in de pap heeft en er ligt zowaar nog meer rottend fruit op de straten zelf dan op de tafeltjes van die kramen. De plassen water hebben radioactieve kleuren en de grootste hobby van de inwoners hier is blokkentorens bouwen van zo veel mogelijk verschillende soorten afval. Verbouwereerd lopen we rond. Als je ooit in Santa Marta bent: loop wel gewoon effe op die markt rond, want het is wel vet. Behalve als je Rob Geus heet, want dan zou je spontaan een hartaanval gekregen hebben.

Een bijzonder hostel

Ons hostel is een kleine tien minuten lopen en ook nu zijn we toch wél weer blij met onze backpacks, want koffers waren na een rondje rollen op de markt waarschijnlijk nooit meer schoon geworden. Helaas moet datzelfde gezegd worden over onze schoenen, maar ach.

Ons hostel is wel de meest rare tot nu toe. We dachten keurig een privékamer geboekt te hebben in ons hostel dat tevens als tattooshop fungeert, maar dat bleek een dorm te zijn. Nou vinden we dat niet zo’n ramp, maar deze dorm is wel heel apart. Er staan twee éénpersoonsbedden en één tweepersoonsbed, het bed dat wij krijgen. Ook dat is nog niet zo gek, maar het gebrek aan privacy is schrijnend. Geertje ligt aan de muurzijde en ik aan het midden, maar naast mij (het is slechts een koffer die ons scheidt, anders zouden we elkaar een kusje voor het slapengaan kunnen geven) ligt een oude man die continu hardop een dialoog aangaat met zichzelf en aan ons voeteneind ligt een Australische backpacker genaamd Will en we zijn ervan overtuigd dat deze kompaan continu onder invloed is van Colombiaans straathandelwaar, te oordelen aan de grootte van z’n pupillen waar een intercity doorheen zou passen. En dat allemaal op zo’n acht vierkante meter. We maken maar geen foto’s, maar zo’n tachtig procent van het kameroppervlak bestaat uit bed. Daarnaast loopt er in het hostel nog een verloren ziel de hele dag in zijn blote buik rond, terwijl hij de hele dag een of ander vocht slurpt uit een soort plastic zak. Ook niet zo’n ramp, ware het niet dat hij geen waarde hecht aan persoonlijke hygiëne (geur en vettig, verwilderd haar) en hij op de enige wc die het hostel kent immer staat te pissen met de deur wagenwijd open, zoals Geertje aan den lijven moest ondervinden.

Dan ben je er ook wel even klaar mee. We merken dat Colombia een nieuwe start nodig heeft en we willen gewoon weg bij de doorgaans geliefde noordkust die voor ons door het uitzonderlijke noodweer zo is tegengevallen. Dat gaan we doen vanaf Medellín, de beruchte stad die ooit het hoofdkwartier was van narcokeizer Pablo Escobar, maar ook een stad die inmiddels uitsluitend bejubeld wordt door iedereen die we erover spreken. 830 kilometer naar het zuiden, een bus van 16 uur. Geen zin meer in, dus we gaan voor de snelle optie en boeken in twee pogingen (de eerste wordt gecanceld, zo merken we als we eindelijk aan het eten zijn bij de Mac en een sushitent tegelijkertijd (goede combi) in een winkelcentrum) de eerste binnenlandse vlucht die we ooit geboekt hebben. 4 februari, ergens rond negen uur in de avond. Dat betekent dat we eerst nog een nacht met die twee personages door moeten brengen. 

Dat gaat verrassend goed, want we slapen aan één stuk door, maar de dag die op deze nacht volgt moeten we nog wel zien te vullen in Santa Marta aangezien we pas zuidwaarts vliegen om half tien in de avond. We gaan aan de wandel, het centrum van Santa Marta in.

Santa Marta Centrum

En dat centrum is best wel leuk. We besluiten de lunch en het diner te draaien en eten uitgebreid bij een fantastisch hamburgerrestaurant - voor mij de hamburger en voor Geertje een kipsalade - en als we verder door de straten lopen, is Santa Marta eigenlijk best wel de moeite waard en oordelen we dat het jammer is dat Santa Marta alleen als hub gebruikt wordt om naar andere, omliggende delen te reizen. Het is eigenlijk een rustige variant van Cartagena: prachtige, kleurrijke straatjes, mooie, historische pleintjes, knusse, plaatselijke markten (waar Geertje op zoek gaat naar een haarklemmetje) en een redelijk strandje om uit te waaien. Of ja, uitwaaien: de heftige storm is inmiddels voorbij en stilstaan heeft al zweten als gevolg. Hoe dan ook: de knop hebben we weer omgezet en Santa Marta is dus helemaal niet zo rampzalig als dat we op het eerste gezicht dachten.

Hoe beter ik die Colombiaanse tongval begin te begrijpen, hoe meer ik erachter kom dat het Colombiaans Spaans ontzettend hoffelijk is. Overal op straat beginnen of eindigen winkeliers hun zinnen met ‘a la orden’. Vertaling: tot uw dienst. Overal en iedereen. Zie het maar een beetje zo: het ‘a la orden’ is voor Colombianen een beetje wat ‘allee’ voor de Belgen is. En de vergelijking met onze zuiderburen is ook nog eens een vrij accurate. Het schijnt zo te zijn dat Colombianen iedereen, van ouderen tot vrienden tot zelfs huisdieren, met ‘u’ aanspreken! Hoe is ’t met u!? En warempel: dat doen de Belgen ook! Hoe beleefd het Spaans van de Colombianen ook mag zijn: het lukt Geertje in Santa Marta niet om een haarklemmetje te bemachtigen.

Onze wegen scheiden

Rond drieën keren we terug bij ons hostel en we zweten alsof we een middag CrossFit in een broeikas hebben gedaan, dus voordat we naar het vliegveld gaan, besluiten we terug te gaan naar die mall waar we McDonald’s en sushi gegeten hadden. Airconditioning. Bovendien is Geertje verliefd op winkelcentra in het buitenland, dus laat ik haar daar lekker een anderhalf uurtje rond banjeren. En wie weet wordt dat haarklemmetje hier wel binnen geharkt. Ik niet: ik ga naar een landgoed tegenover de mall.

Quinta de San Pedro Alejandrino

Quinta de San Pedro Alejandrino is een bijzondere plek in Santa Marta. Weet je nog dat ik je vertelde over die Zuid-Amerikaanse legende Simón Bolívar? Of heb je dat stuk geskipt? Zonde, want da's leuk om te lezen. Nou, die beste man heeft de laatste dagen van zijn leven op dit landgoed gesleten. Dagen, inderdaad, want Bolívar was op 1 december 1830 al ernstig ziek toen hij arriveerde in Quinta de San Pedro Alejandrino en 16 dagen later op 17 december kwam hij op pas 47-jarige leeftijd te overlijden.

Gelukkig was Alexandre Révérend, een Franse arts, continu aan zijn zijde om hem te verzorgen en zijn laatste dagen in Santa Marta zorgvuldig te documenteren. Bolívar leed waarschijnlijk aan tuberculose en vrolijk was hij allerminst. Elf jaar eerder in 1819 vierde hij hoogtij met z’n bevrijdingsacties en stichtte hij het land Gran Colombia. Dat bestaat uit het huidige Panama, Colombia, Venezuela, Ecuador en een deel van Peru. Min of meer de landen waarin hij bekend staat als de grote bevrijder. Bolívar was ervan overtuigd dat het land groot moest zijn en één front moest vormen om inmenging van Europa en de Verenigde Staten (toen ook al aardig sterk en een behoorlijke vinger in de pap) tegen te gaan. Logisch: Gran Colombia was net onafhankelijk en zo kwetsbaar als een porseleinen vaasje, dus eenheid vond-ie belangrijk.

Liep allemaal niet zo lekker, want in het jaar van overlijden viel Gran Colombia uiteen. Niet zo gek, want je had het Ecuadoriaanse Quito, het Venezolaanse Caracas en het Colombiaanse Bogotá. De Zuid-Amerikaanse politiek is doorgaans een licht ontvlambaar kruitvat en tweehonderd jaar geleden was dat niet anders. Al die steden wilden meer zeggenschap en in de klim op de apenrots van Gran Colombia wilde iedereen haantje de voorste zijn. Bolívar werd door de hoge piefjes uit verschillende delen van Gran Colombia verraden en het land viel uiteen.

Wel treurig voor Bolívar, die in zijn nadagen teleurgesteld, verbitterd en verdrietig was. Zijn droom van Gran Colombia was uiteengespat. Het volk waarvoor hij geploeterd had, had hem verraden. Hij had zijn hele leven geploegd in een zee, niet wetende dat zijn nalatenschap tweehonderd later enorm groots zou zijn. Zijn arts Révérend heeft zijn laatste dagen nog wel zo draaglijk mogelijk gemaakt, want buiten zijn uitgemergelde staat van zijn was het nog best prima toeven in Quinta de San Pedro Alejandrino. Een enorme tuin (met gigantisch veel leguanen, althans: vandaag de dag) en een landhuis met twee keukens, rookruimtes, een prachtige slaapkamer (met het bed waarop hij gestorven is) en een kapel.

Daar loop ik dus anderhalf uur rond. Het is een behoorlijk treurig verhaal. Misschien wel de allergrootste verzetsheld van Zuid-Amerika die op zijn sterfdag dacht dat alles wat hij voor dit continent betekend had, voor niets was geweest. Gelukkig is de lof die hem in de eenentwintigste eeuw wordt toebedeeld, overal zichtbaar en alom aanwezig. Begraven is hij hier niet, maar in de kapel zie ik nog wel de stoffelijke resten (in een kist, rustig maar) van Alexandre Révérend, die Franse arts die tot aan de dood van Bolívar trouw aan zijn zijde is gebleven.

Dat was weer een geschiedenisles. Belangrijke knul, die Simón Bolívar. Ik koel nog even met Geertje af in het winkelcentrum, waarna we koers zetten naar het vliegveld van Santa Marta en we één backpack aan ruimbagage inchecken. Ons dagje in Santa Marta is enorm meegevallen. Ik opende deze blog nog met de uitspraak dat Santa Marta geen boeiende stad is, maar wie verder kijkt en niet alleen uitgaat van wat er online te vinden is, ontdekt dat Santa Marta toch best wel boeiend kan zijn. Het is maar hoe je de stad beleefd. Maar hoe erg vandaag ook was meegevallen: het is hoog tijd voor een nieuwe start in Colombia. Op naar het roemruchte Medellín.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
een maand geleden

Gatverdegatver, dat hostel van 8 m2!!! Dat kostte
€ 2,50 pp wellicht? Brrrrr, en dan met zo'n wazig tuig naast je. Dat gaan we niet doen als ik jullie kom opzoeken he!
Goed dat jullie een nieuwe start gaan maken in Colombia. En zoals Jarno zegt, na regen komt zonneschijn.
Tot de volgende!
-X- mama

Rob Géus González
een maand geleden

Soms krijg je geen ansichtkaartversie, maar de behind-the-scenes 😄 Inclusief de minder perfecte momenten. Dat maakt het verhaal alleen maar beter.
Ik had wel verwacht dat jij, Niels of Geertje een buikschuiver zouden maken in dat plasje bij het marktje, meer voor het verhaal.

Fijn dat jullie elkaar ook de ruimte geven om ieder je eigen ding te doen. De één lekker shoppen en de ander op ontdekkingsreis in een omgeving met een rijke geschiedenis.

Fijne vlucht en tot de volgende blog maar weer!

Marianne
24 dagen geleden

Sorry, heb dit blog om de een of andere reden niet gelezen toen het in de mail verscheen...
Staat Santa Maria niet in Trivago opgenomen??? Daar had je mss een iets beter hotel zonder roommates kunnen vinden tegen een schappelijke prijs??? Gatsie, zie de bedwantsen al voor me .