We gaan eindelijk het Andesgebergte in! Rond de grens van Colombia en Ecuador splitst de Andes zich in drieën. En hoe iconisch: de drie grootste steden van Colombia zijn over deze drie uitlopers verdeeld. Op de westelijke Cordillera Occidental ligt salsahoofdstad Cali. Op de oostelijke Cordillera Oriental – die helemaal tot in Venezuela doorloopt – ligt de hoofdstad Bogotá. (Voor de nerds onder ons: de Sierra Nevada de Santa Marta is een losstaand kustgebergte en heeft niks met de Andes te maken.) Wij zitten nu op 1500 meter hoogte in een dal van de middelste uitloper, de Cordillera Central, in Medellín, het voormalige domein van misschien wel ’s werelds bekendste of beruchtste crimineel ooit: Pablo Escobar. Hoewel een groot gedeelte van deze blog in het teken staat van Pablo Escobar, hopen we ook dat deze blog je zal laten zien dat Medellín een prachtige stad is en veel meer is dan alleen maar een rauw verleden als drugshoofdstad.
Het is half twaalf in de avond als de bus vanaf het vliegveld een halfuurtje buiten Medellín via een tunnel de stad binnenrijdt, maar het moment dat de bus de tunnel verlaat, is magisch. Van hoge hoogte rijden we via een bergkam de stad binnen en de huizen van deze enorme metropool met tweeënhalf miljoen inwoners, verlichten het volledige dal. Als je van zo hoog over de stad uitkijkt, zie je pas hoe enorm hij is. Foto’s hebben we niet, want we zitten sowieso aan de verkeerde kant en de bus is volgepakt, maar dat is niet erg. Een tweederangs foto van dit indrukwekkende schouwspel had de stad sowieso geen recht gedaan.
Nadat de bus ons op zijn standaardplekje dropt, brengt een taxichauffeur ons verder naar de wijk waar we in verblijven. In tegenstelling tot 90% van de toeristen – die in de wijk El Poblado tukken (de bijnaam El Gringolado verraadt al genoeg lijkt me) – zitten wij een week lang in Laureles. Centraal gelegen, de uitgaansstraat voor de lokalen, eetgelegenheden en koffietentjes te over, aanzienlijk goedkoper dan El Poblado: ons hoef je niet te overtuigen. We hebben een AirBnB, maar het vinden van de ingang begint langzaam maar zeker te lijken op de speurtochten die we in Georgetown en Kuala Lumpur ook getrotseerd hadden, maar gelukkig staat onze taxichauffeur erop dat we niet om half één in de nacht met onze backpacks hoeven rond te sjouwen en loopt hij deur na deur voor ons af om te kijken welke poort ons naar onze hemel brengt. Tenemos que buscar un puerto negro, un puerto negro. Natuurlijk lukt het: zo verdien je je fooi!
Onze AirBnB is wel gehorig en we zitten pal aan de uitgaansstraat van Laureles. Je weet intussen wel hoe de Colombianen in het leven staan: het volume van de knallende Colombiaanse meezingers doet de ramen af en toe trillen, maar de vermoeidheid overwint het van het kabaal en we slapen een heerlijke nacht. Klaar voor Medellín, klaar voor een nieuwe start. Klaar voor Colombia deel 2.
En deel 2 is het echt: Medellín zou zomaar een ander land kunnen zijn. Het is ook een hele bedevaartstocht van meer dan 800 kilometer die we hebben afgelegd, maar het is hier de hele dag zo’n acht graden koeler dan we gewend zijn van Panama en Noord-Colombia. Heerlijk: 20-25 graden, lopen zonder dat het zweet als voetbaldouches over je rug loopt en ’s avonds weer gewoon een lange broek aan.
Comuna 13
Via een overvolle metro – Indiase stamppraktijken hier en personal space is een sprookje – zetten we koers naar het westen van de stad, waar gids Yolanda ons ook even een ritje laat maken met de kabelbaan. We gaan het in Zuid-Amerikaanse steden nog vaker zien, maar omdat hier overal bergen zijn en er zo veel steden in de bergen gebouwd zijn, zie je hier heel vaak dat kabelbanen ingezet worden als openbaar vervoer. Gewoon, zoals wij ook met de trein gaan, ga je hier met de kabelbaan naar hoger gelegen delen van de stad. Vet hé? Doen ze ook in Bogotá of bijvoorbeeld in het Boliviaanse La Paz, maar Medellín blijkt gepionierd te hebben met de kabelbaan als OV-transport.
Wij kijken uit over Comuna 13. Medellín is verdeeld in 16 comuna’s. Geen wijken, maar stadsdelen. Comuna 13 is zo'n comuna en die is weer in 21 wijken opgedeeld is. Comuna 13 is een bijzondere wijk. Ooit de armste wijk van de stad met een aardedonker verleden, nu een toonbeeld van vooruitgang en veerkracht. Een wijk die niet gered is, maar een wijk die zichzelf heeft getransformeerd.
In de jaren ’50 en ’70 ging het niet zo goed in Colombia. Geen verrassing, want het lijkt wel dat het buiten de afgelopen pak ‘m beet tien jaar nooit goed heeft gegaan in Colombia. Maar goed, boeren op het platteland (of bergachtige land, is het hier eigenlijk) hadden last van geweld en armoede. We moeten naar de stad, dachten ze, want daar kunnen we mooi geld verdienen.
Bleek dus tegen te vallen, want in de stad vestigden die boeren zich massaal aan de randen, illegaal en ongeregistreerd, en werd die armoede alleen maar groter. Je ziet het ook als we door Comuna 13 lopen: dit deel ligt hoger dan het centrum van Medellín en aan alle zijdes van de stad wordt tegen de berger opgebouwd en dat gebeurde in de tijd dat de boeren massaal naar de stad trokken: ze vestigden zich aan de buitenkant, waardoor de stad zich steeds verder naar buiten en omhoog uitbreidde. Hoe hoger de huizen gelegen zijn, hoer armer dus de buurten en hoe informeler die buurten tot stand kwamen.
Armoede, wetteloosheid en heul veul geweld volgden in de jaren ’80 en ’90, toen die drugskartels hoogtij vierden. Comuna 13 ligt in het westen en vormt de toegangspoort voor Medellín naar de Grote Oceaan. Super chill voor drugsbendes, paramilitairen en guerrillagroepen als de FARC en de ELN. Konden ze mooi drugs, wapens en geld wegsluizen en binnenhalen. Iedereen wilde dus de macht hebben in dit stukje Medellín, dus vuurgevechten behoorden tot de orde van de dag.
Operación Orión
Het werd helemaal een gekkenhuis in 2002. Operación Orión. Dat klinkt al als slecht nieuws en inderdaad, want toen dacht de overheid even de boel te sussen: Bogotá stuurde meer dan duizend soldaten, politieagenten en paramilitairen in een poging guerrilla’s weg te jagen. Het gevolg: honderden doden, grotendeels onschuldige mensen. Dieptepunt van Comuna 13, maar ook een belangrijke drijfveer voor de ommekeer. Niet door overheidsinvesteringen, maar door de bevolking zelf die het heft in handen heeft genomen. Een wijk die zichzelf heeft gered, niet een wijk die is gered. De lokale bevolking zette in op toerisme om het verhaal van hun wijk te vertellen. Overal in de wijk zijn de prachtigste muurschilderingen te zien die het verhaal van Comuna 13 en de geschiedenis van het geweld van Operación Orión vertellen.
Ons oordeel
Mooi hé? Nou, eerlijkheidshalve valt de tour behoorlijk tegen. Yolanda is een super lieve tourgids, maar behoorlijk lui (ze vertelt Geertje dat ze tourgids zijn leuk vindt, maar dat ze moet doorstuderen om grotere tours te doen, waar ze totaal geen zin in heeft) en Comuna 13 is intussen een behoorlijk uitgemolken concept.
Je ziet weliswaar dat Comuna 13 informeel is ontstaan en zonder enige vorm van logische infrastructuur is opgebouwd, door de krappe steegjes die kriskras overal heengaan, maar het geheel is zo commercieel als de Eiffeltoren. We zien de ene na de andere tourgids met hun groepen toeristen en als je niet verdwaald raakt in de steegjes, dan raak je wel verdwaald in de souvenirswinkeltjes met de gebruikelijke prullaria aan voetbalshirts, shotglazen en koelkastmagneetjes en als we een streetdanceshow voorgeschoteld krijgen op een minuscuul pleintje, bestaat het publiek volledig uit een stuk of tien tourgidsen en zo’n vijftig/zestig op elkaar gepropte witte toeristen. Comuna 13 tour? Niet doen!
Comuna 13 zelf? Wel doen! Huh? Wat? Ja, maar dan dus zonder gids. De wijk is zo veilig als een wipwap, maar een gids is echt compleet onnodig. Achteraf hadden we vurig gewenst dat we onszelf gewoon geïnformeerd hadden over de geschiedenis en op eigen houtje een Ubertje westwaarts genomen hadden. Hoe commercieel de wijk ook is: de geschiedenis en de veerkracht is bijzonder. En toegegeven: ondanks dat commerciële, is de wijk zelf ook wel heel erg mooi.
Na drie keer is het écht klaar
Danielle is ook nog in Medellín! Weet je nog? Onze compagnon van de San Blas tour die sinds het aan land gaan in Colombia precies dezelfde route lijkt te volgen. Grace is al huiswaarts gekeerd, maar Danielle heeft nog één dag vakantie, dus in de avond eten we samen wat in El Poblado. We hebben intussen al twee keer afscheid genomen, maar vanavond in Medellín plakken we daar nog een derde – en echt de laatste – keer aan vast. Eigenlijk zou de Comuna-13-tour ook al deel uitgemaakt hebben van Danielles afscheidstournee, maar daarvoor was ze te laat. Ach ja, ze heeft niet zo veel gemist. Wel komen we erachter dat Colombiaans eten, ondanks de slechte reputatie, prima smaakt zo lang je de koriander maar weglaat. iTodas las comidas sin cilantro!
Koffie en drones
De volgende ochtend loop ik in 25 minuutjes naar Pergamino, een koffiecafeetje in Laureles waar ik een ochtend op de laptop doorbreng. En het grote woord mag eruit: ik heb mijn eerste gesprek met een geïnteresseerde uitgever voor mijn boek gehad! Goed gesprek, wederzijdse interesse, maar ik heb wel even een parkeerplek tot na de reis gereserveerd. Ik vond wel dat jullie dit even mochten weten, dus ik dacht, ik fiets ‘m er tussendoor even in, maar daar verder niks meer over, want deze blog gaat immers over onze vakantieavontuurtjes. Toch nog even over Laureles: onderweg blijkt Laureles echt een fantastische woonwijk te zijn. Overal groen, de huizen en appartementen zijn mooi, groot en met gevoel voor esthetiek en om de haverklap verschijnt er een hip koffietentje, restaurantje of winkeltje waar de sfeer altijd relaxt en gemoedelijk is. Zo ook Pergamino, een stereotiepe digital nomad café waar je uit de toon zou vallen als je er zonder laptop zou zitten. Als ik in Medellín zou wonen, dan zou ik Laureles als wijk uitgekozen hebben.
Waar ik aan het schrijven en aan het bellen was, heeft Geertje zichzelf tot verantwoordelijke van de boodschappen gebombardeerd. Tijdens haar wandeling naar de supermarkt denkt ze prompt aan haar vader: in een wijk met zo veel groen heb je natuurlijk hoveniers te over! Na onze hereniging hebben we onze jacht op een drone weer kunnen hervatten in het winkelcentrum Monterrey, dat compleet in het teken staat van digitale en technische rotzooi. Je struikelt er werkelijk over de laptops, telefoons, gameconsoles en tablets. En dus ook drones. Geertje blij, allemaal technische snufjes. Wel alleen super dure A-merk drones, of goedkope, Chinese namaakspeelgoeddrones. Geen middenweg. Heel Colombia kent geen middenweg qua drones. We staken onze zoektocht naar drones dus tijdelijk en we keren weer terug naar Laureles, want vanavond staat er een topactiviteit op het programma: een voetbalwedstrijd!
De zesde primaire levensbehoefte
Medellín kent twee clubs op het hoogste niveau: Atlético Nacional en Independientes Medellín. Klinkt allemaal prachtig natuurlijk. Het schijnt vrij toegankelijk te zijn om in Medellín naar een voetbalwedstrijd te gaan, dus die ervaring willen we natuurlijk wel meepakken. Atlético Nacionál is de grootste club van Colombia met de grootste prijzenkast, maar die club speelde op de avond dat we ’s nachts aankwamen en speelt haar eerstvolgende wedstrijd pas weer over een week, dus we moeten het doen met Independiente, een laagvlieger die vandaag een pot tegen koploper Inter de Bogotá op het programma heeft staan. Wel de favo club van Pablo Escobar, voor wat het waard is.
We zitten op de noordtribune, bij Rexixtenxia Norte, de harde kern van Independiente. Dat beloofd wat. Als je jonger dan 14 jaar bent, dan kom je deze tribune niet op. We lopen een beetje rond het stadion met onze witte gringokoppen en voelen toch ook wel een lichtelijke drang om dan ook maar een Independienteshirtje te kopen om er in ieder geval een beetje bij te horen, dus tikken we voor minder dan tien euro allebei een nepvariant van het rode thuisshirt op de kop. We moeten toch een beetje inburgeren, hé?
Na een biertje buiten, lopen we het stadion binnen. We worden twee keer gefouilleerd, maar binnen is het een ongecontroleerde bende. De stoeltjes missen rugleuningen (alleen op de noordtribune, want de familietribunes zullen die rugleuninkjes wel niet afbreken en als munitie gaan gebruiken) en je kunt overal gaan zitten waar je wilt. Wij nemen in de hoek van het stadion plaats, want de echte beroepsmalloten schijnen recht achter de goal te gaan zitten. En dan begint de wedstrijd.
Independiente Medellín - Inter de Bogotá
Het stadion zit nog niet voor de helft vol, maar het is een grote kakofonie aan getrommel, geschreeuw en gefluit. Op de noordtribune lijkt staan verplicht (en ik denk niet dat dat aan de plasjes water van de regenval op de stoeltjes ligt), hangen mensen op de tweede ring aan de railing en wordt er, zeker vanuit het midden door de Rexixtenxia Norte, aan één stuk door gezongen. Wát een sfeer!
De wedstrijd zelf? Niet om aan te gluren. Inter maakt 0-1 na vijf minuten en vlak voor rust wordt het 0-2. Zoals het het Zuid-Amerikaanse voetbal betaamd, wordt er meer op de grond gelegen, is een onzichtbare speler degene die de meeste overtredingen maakt en wordt de scheidsrechter per minuut gemiddeld vier keer omsingeld door spelers die het ergens niet mee eens zijn.
Ergens in de blog van Capurganá vertelde ik dat Colombianen vijf primaire levensbehoeften hebben. Maak daar met voetbal maar nummer zes van. Hoewel het Spaans van de Colombianen dus het meest hoffelijke schijnt te zijn van de Spaanstalige wereld, blijkt dat niet helemaal aan het recordaantal ‘puta’s’ dat ik om me heen gescandeerd hoor worden. Na het laatste fluitsignaal van de wedstrijd kunnen we de songtekst van La puta es su madre ook wel dromen en dat A la orden (tot uw dienst) écht het Colombiaanse ‘allee’ is, blijkt wel uit de supporter achter mij die met het stemvolume van een volwassen brulaap zeker een keer of dertien iPuta! iA la orden! roept in vaste combinatie. Bovendien hadden we de voetbalbingokaart er wel bij kunnen pakken: grote troepen van de ME verzamelen zich voor de noordtribune, bij de 0-2 én in de rust bestormen twee afzonderlijke supporters het veld en de hevigheid van de fluitconcerten heeft er hoogstpersoonlijk voor gezorgd dat die gaatjes in onze trommelvliezen nog een extra weekje hersteltijd nodig hebben.
Ja, dat fluitconcert: in Nederland zeggen we altijd om de een of andere reden dat je altijd je club moet aanmoedigen. Ben ik het niet helemaal mee eens, want als je ploeg gewoon ruk speelt of geen inzet toont, dan hoef je wat mij betreft niet met je dweilorkest ‘Hup Holland Hup’ te gaan zingen. Die Colombianen vinden dat ook niet: winnen, godverdomme, goedschiks of kwaadschiks. Stel je even voor dat je supporter bent van FC Volendam. Ja, ik weet het, niemand die dat wil, maar probeer het even. Je speelt tegen PSV. Het gaat tegen verwachting in best wel gelijk op, maar PSV maakt de kansen af en het is 0-2 met rust. Onder een daverend fluitconcert van de thuissupporters verlaat FC Volendam het veld en met een nog harder fluitconcert komen ze weer het veld op na rust. Zeker drie keer zo luid als het concert dat PSV ontvangt. Gek hé?
Nou, zo gaat het hier. Inter de Bogotá staat bovenaan, Independientes op plek 17. En fluiten dat ze hier doen, niet te filmen! Zelfs als de spanning terugkeert en Independientes de aansluitingstreffer een kwartier voor tijd middels een penalty scoort, wordt er niet gejuicht (Geertje overigens wel, maar het viel haar meteen op dat ze de enige was), maar worden de oren van je kop gefloten. WINNEN GODVERDOMME! MAAKT ME NIET UIT TEGEN WIE JE SPEELT! 2-2 wordt het helaas niet meer, maar wat ons betreft hebben de mannen van Independiente het behoorlijk gedaan, maar ja, er wordt voor de drie punten geleefd. En of de sfeer vijandig wordt? Nee, dat eigenlijk nooit. Er wordt een blik politieagenten en ME’ers opengetrokken die bijna de hele tweede helft de Rexixtenxia Norte in de gaten houdt, maar het gevoel dat er iets staat te gebeuren, krijgen we nooit. Sterker nog, het voelt zelfs minder vijandig dan in Nederlandse stadions, maar misschien is dat de emotie van het moment. Hoe dan ook: Independiente heeft er twee gringosupporters bij gekregen en in ons nieuwe rode shirtje lopen we naar huis, terwijl La puta es su madre nog naklinkt in onze oren. iA la orden!
El Patrón
De olifant in de kamer: Pablo Escobar! Ja, het heeft bijna 2600 woorden geduurd, maar daar is-ie dan: dag drie staat in het teken van de voormalige grootmeester van het Kartel van Medellín. Die gaan we op heel bijzondere wijze leren kennen: we ontdekken vandaag de plekken in de stad die voor Escobar kenmerkend zijn of waren vanuit een uniek perspectief. We gaan namelijk met Diego, een kerel die 17 jaar in de Amerikaanse gevangenis heeft gezeten als gevolg van de 9 jaar die hij als geldkoerier voor Escobar heeft gewerkt. Dat belooft me een dagje te worden hé?
Diego
Maar geloof je zo’n kerel dan? Dat hij echt in het kartel gewerkt heeft? Het uitkiezen van een Pablo Escobartour in Medellín is behoorlijk lastig, omdat er heel veel gidsen hier de man verheerlijken en ophemelen en er weer anderen zijn die verhalen verzinnen. Diego is the real deal: we krijgen dikke vette krantenkoppen van Amerikaanse kranten te zien die met trots vertellen dat Diego is opgepakt. Want Diego zat dichtbij het vuur. Als zoon van een Colombiaans immigrantengezin, kwam hij in New York al vroeg in aanraking met de onderwereld. Hij zat in het ondergrondse straatracen en was op super jonge leeftijd al behoorlijk goed, maar hij was jong, onbezonnen en geilde op adrenaline: de perfecte pion om te charteren als koerier en zo werd hij chauffeur waarin hij vanaf zijn veertiende tussen New York en Miami pendelde, waar hij op z’n drieëntwintigste opgepakt werd en tot z’n veertigste heeft vastgezeten. Met een strafblad kwam hij niet aan het werk in de States, maar omdat zijn ouders in Colombia geboren zijn, heeft hij ook een Colombiaans paspoort en besloot hij naar de stad waar zijn ouders geboren waren te verhuizen om hier een nieuw bestaan op te bouwen aan de goede kant van de wet.
De fabeltjeskrant
Eerst zijn er wat fabeltjes die de wereld uit moeten, want er zijn een heleboel mythes over Escobar die als een tang op een varken slaan. Allereerst Narcos op Netflix: 90% onzin. De acteurs zijn niet eens Colombianen en de accenten kloppen dus ook totaal niet. Alsof je een film maakt over Ridouan Taghi en de hoofdrollen door Belgen, Antillianen en Surinamers laat vertolken. Escobar is ook niet verantwoordelijk voor de moord op de speler Andres Escobar (geen familie, toevallig zelfde achternaam) die met een eigen doelpunt op het WK van ’94 voor de uitschakeling van Colombia zorgde – wat overigens een gekke mythe is, omdat Pablo Escobar in december ’93 overleed. Daarnaast was Pablo Escobar niet het absolute hoofd van de operatie. Escobar was de grote meneer in Medellín en zorgde voor de toevoer van cocaïne naar Amerika. De distributie van cocaïne in de V.S. werd geregeld door de Griselda Blanco, bijgenaamd de Zwarte Weduwe, omdat ze drie van haar echtgenoten met de blote handen vermoordde, de vrouw waaraan Diego direct verantwoording moest afleggen. Want direct, zo ging het bij Griselda altijd. Wat Griselda en Pablo met elkaar gemeen hadden, was dat ze bizar slim waren en hun vijanden altijd twee stappen voor waren. Wat maakt dan dat Pablo zo bekend was en Griselda, de enige persoon tegen wie Escobar opkeek, zo onbekend was? Nou, over tante Griselda is heel weinig bekend (de tv-serie Griselda klopt volgens Diego ook totaal niet, omdat er nauwelijks informatie beschikbaar is) omdat ze in haar leven nooit een telefoon of andere digitale middelen heeft gehad. Al heel vroeg had ze in de gaten dat digitale middelen haar wel eens makkelijker te traceren zouden maken. Als Escobar met Griselda Blanco wilde praten, dan moest dat face to face. Dan kwam Blanco naar Colombia, of Escobar naar de V.S. Escobar werd daarentegen wél bekend. Hij koos er namelijk voor om niet alleen een anonieme drugsbiljonair te blijven, maar hij maakte zichzelf publiekelijk bekend. Pablo Escobar wilde president worden.
Inflexión Memorial Park
Dat dit geen dagje masturberen op Escobar wordt, is wel duidelijk als we beginnen bij Inflexión Memorial Park, een park waar een zwart gedenkmonument staat aan alle doden die tijdens de drugsoorlog tussen 1984 en 1993 hebben plaatsgevonden. Voor we erheen gaan, laat Diego ons allemaal foto’s zien van namen die indertijd bekend waren die Escobar heeft laten vermoorden. Vaak met bommen, waardoor het lijstje met namen die op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren, nog velen malen groter is dan het lijstje met daadwerkelijke doelwitten. Escobar is simpelweg een terrorist.
Maar niet de enige terrorist. Een oorlog betekent per definitie dat er minimaal twee partijen betrokken zijn. In een drugsoorlog is dat niet anders. Het grootste kartel zit in Medellín, maar in Cali zat het kartel van de broers Rodriguez die ook wel een vinger in de witte poederige pap hadden zitten, maar waar Escobar het meest bang voor was, was de overheid in Bogotá. Waarom? De kartels in Medellín en Cali waren illegaal, maar Bogotá had in de toenmalige Overheid de legale criminelen. Op de muur staat iedere bomaanslag in Colombia vermeld tussen ’84 en ’93, maar er staan geen daders bij. Het is makkelijk om naar Escobar te wijzen, want die is toch dood. Als de overheid daders bij de aanslagen had moeten zetten, dan hadden de hoge piefjes in Bogotá hun eigen naam bij ongeveer een derde van die aanslagen moeten graveren. Wat een ramp moet het Colombia van veertig jaar geleden geweest zijn.
Het kerkhof van Escobar en Blanco
Daarna gaan we naar het kerkhof van Pablo Escobar, waar we ook het graf van Griselda Blanco vinden. Griselda heeft het nog tot 2012 volgehouden. Ze heeft kort gebromd in Amerika (voor belastingfraude, ze was zó goed en onvindbaar als het om haar drugsmisdaden ging: men wist dat zij het meesterbrein was, maar er kon maar geen concreet bewijs komen), maar is later vermoord door een moto-sicario in Medellín, zomaar, toen ze uit de supermarkt liep. Ironisch, aangezien Blanco zelf de bedenker was van de moto-sicario: twee mannen op een motor. Eén bestuurder, één schutter. Wie dat heeft gedaan is onduidelijk. Oude vijanden, concurrenten die bang zijn dat ze weer terug het vak in zou gaan... Sommige dingen zullen altijd geheim blijven.
Zoals het de verschillen tussen de twee betaamt, is het graf van de Zwarte Weduwe anoniemer dan dat van Pablo, die pompeus een paar vierkante meter voor hem en z’n familie heeft gereserveerd. Even verderop ligt z’n neef Gustavo begraven. Penningmeester van Pablo, zo kun je ‘m zien. Interessant om rond te lopen, zeker als je je de longen uit je lijf schrikt als je opeens ziet dat er een inwoner van Medellín op het kerkhof rondloopt die een gat in de markt zag door zichzelf te transformeren in de dubbelganger van Escobar en voor 5000 pesos met je op de foto wil terwijl hij ‘Plata o plomo’ (geld of een kogel) roept.
Ons groepje met Diego is het enige groepje toeristen dat hier vandaag is. Verder zijn er slechts Colombianen. De meningen over Escobar zijn verdeeld, vertelt Diego. Voor sommigen de duivel, voor sommigen een held. Maar één waarde in Colombia is gruwelijk belangrijk: respect voor de doden, wat ze dan ook in hun leven gedaan hebben. Dat gezegd hebbende: wat hebben Wiz Khalifa en een willekeurige Nederlander met elkaar gemeen? Nee? Niemand? Nou, grafschennis van Escobar. Wiz Khalifa vond het grappig om bij z’n graf wiet te roken en de rook over het graf uit te blazen en er was dus ook een Nederlander die dacht dat het wel tof was om een lijntje coke van Pablo’s graf te snuiven. Echt, krankjorum. Gevolg? Opgepakt, beboet en niet meer welkom in Colombia.
Even later staan we oog in oog met een voormalig oud-collega van Diego. Big Face, is z’n bijnaam, want bijnamen hadden ze in die tijd allemaal. ’t Is af en toe net een film. Big Face was een van Pablo’s bodyguards en een kerel die gepokt en gemazeld in de narcowereld is, want deze kameraad heeft behoorlijk wat op z’n kerfstok. Big Face is amicaal, joviaal en gelukkiger dan dat hij ooit geweest. Net als Diego, is-ie nu wel weer op het rechte pad. Hij verkoopt boeken, doet lezingen voor jongeren over drugs en de bijbehorende criminaliteit en is zelfs verschenen in documentaires, waaronder eentje op History Channel (Secrets of Escobar) waar we een stukje van te zien krijgen. We kopen een boekje van ‘m dat-ie ook nog voor ons signeert en een paar seconden later staan we met een voormalig moordenaar op de foto. Verwerpelijk? Wellicht, maar het is wel een man die geboet heeft voor zijn daden en nu alles op alles zet om wél een positieve bijdrage aan het leven te geven. Iedereen verdient een tweede kans. Life is not quantity, life is quality.
De laatste dagen van Escobar
Stop drie is het huis waar Escobar zich in de laatste jaren schuilhield, maar waar hij en zijn hoofdbodyguard Limón op 2 december 1993, één dag na zijn verjaardag, vermoord werden. Escobars macht was tanende en de Amerikaanse overheid, de Colombiaanse overheid en Los Pepes (de verzamelnaam voor alle kartels, guerrilla’s en paramilitaire groepen die Escobar als vijand markeerden) hadden het op hem gemunt. Limón werd neergeknald door de wouten, maar Pablo vluchtte naar de achterkant van het huis naar buiten, een dak op. Dat is de plek die je op de foto’s hieronder ziet en het is op dat dak waar een kogel precies door het oor van Escobar gejaagd werd. Lugubere foto’s van het lijk op die specifieke heeft Diego nog en die laat hij aan ons zien. Als een Britse meid vraagt hoe hij aan die foto’s komt, schrikt ze even als het antwoord ‘You ask too many questions’ luidt, maar lachend geeft Diego antwoord dat hij zo nu en dan contact heeft met de zoon van Pablo Escobar, Juan Pablo. En die zoon, die leeft nog, maar wel met zijn moeder (Escobars vrouw) en zus onder een schuilnaam in Argentinië. Of ze nog geld hebben? ‘Filthy rich’, luidt het antwoord van Diego.
Los Pepes, Colombia en Amerika hebben alle drie de dood van Escobar geclaimd, maar niemand heeft écht recht op die claim. Er zijn foto’s van een Amerikaanse journalist bij het lijk, maar er is ook een Colombiaanse man uit de regering die op de foto staat en de dood claimt, maar waarschijnlijk heeft Escobar zichzelf van het leven beroofd. Daar op dat dak, toen hij omsingeld was door zijn vijanden. Waarom? Diezelfde dag heeft hij 25 minuten gebeld – wat hij nooit deed, wetende dat het gesprek getraceerd werd – met zijn gezin met de boodschap dat Juan Pablo vanaf nu de man van het gezin was en voor iedereen moest gaan zorgen. De kogel in het oor is zo precies geschoten, dat het bijna alleen maar door zichzelf zou kunnen zijn gedaan. En bovendien was Pablo voor alle groepen meer waard dood dan levend, gezien de hoeveelheid informatie waarover hij beschikte en als er één ding was dat hij niet wilde, was het wel opgepakt worden, want dan zou hij de helft van zijn tijd in de Amerikaanse gevangenis moeten uitzitten. Escobar heeft altijd gezegd liever dood te gaan dan in een Amerikaanse gevangenis te belanden. Diego gelooft in zelfmoord. Wij geloven met hem mee.
Barrio Pablo Escobar
Was Pablo Escobar dan alleen maar slecht? Nou, nee. Er zitten ook goede kanten aan deze totaalidioot, hoe gek het ook klinkt. Voor hij zich in 1984 publiekelijk maakte en zijn politieke ambities uitsprak, wilde hij eerst een goede beurt maken bij het volk. Zo ontstond Barrio Pablo Escobar in Comuna 9, een wijk die vijftig jaar geleden één ellendige vuilnisbelt was, maar die door Escobar zelf volledig werd opgeknapt en hij zonder er iets voor terug te verwachten, huizen gaf aan de armste mensen van de stad. Tijdens onze reizen zijn we nog nooit een figuur tegengekomen dat zo erg aan beide kanten van het goed-slecht spectrum zit. Voor veel mensen is Pablo Escobar een terrorist, een megalomane gek met grootheidswaanzin. Maar voor veel armen in Medellín, is Escobar een soort god.
Barrio Pablo Escobar ligt ook hoog tegen de bergranden van de stad. Geeft al aan dat het gebied arm is: hoe hoger in Medellín, hoe lager de rijkdom. Het is een beetje als Comuna 13, maar dan aan de oostkant van de stad met een compleet gebrek aan de toeristische, commerciële flair. We stoppen bij een muurschildering. Vroeger was de muurschildering een groot hoofd van Pablo Escobar, maar dat moesten de bewoners van deze Barrio veranderen uit opdracht van de overheid. Geen Escobarverheerlijking meer. In plaats daarvan kwam dit kunstwerk hieronder op de muren, maar wie goed kijkt, ziet dat Escobar hier nog steeds vereerd wordt. In de vleugels van de grote mug zie je bijvoorbeeld het gezicht van Escobar en als je dat brein dat je ziet omdraait, kun je de woorden ‘Pablo Escobar’ vinden. Probeer maar eens. De Colombiaanse overheid weet dit overigens niet, dus ik hoop maar niet dat ze meelezen, want anders kunnen de bewoners van Comuna 9 hun zuurverdiende centen weer aan nieuwe verfbussen uitgeven.
We lopen ook nog door een pittoresk minimuseumpje heen, alvorens we leren dat 's werelds beste cocaïne in Nederland te verkrijgen is. De beste cocaïne komt binnen bij Rotterdam (blijkbaar is het altijd makkelijk geweest om cocaïne naar Nederland te krijgen), vanwaar het door heel Europa verspreid wordt, maar vanzelfsprekend kiezen de duistere meneertjes in Rotterdam er natuurlijk weer voor om het beste van het beste in Nederland te houden. Er zijn hier in Colombia een heleboel toeristen, zo hebben we al gemerkt, die puur voor de drugs naar Colombia komen omdat ze denken dicht bij de bron de beste rommel te kunnen scoren (echt waar, we hebben die mensen al ontmoet en ik denk dat ruim de helft van de backpackers sowieso al wat chemisch poedersuiker ingesnoven heeft), maar dat is dus flauwekul. Cocaïne in Colombia is van mindere kwaliteit. Bijna alle cocaïne hier is versneden en vermengd met fentanyl, meth of andere chemische rommel. Diego's advies luidt dan ook: gebruik het hier niet en als je nog nooit gebruikt hebt, ga dan überhaupt nooit meer beginnen. Tenzij je uit Australië of Nieuw-Zeeland komt, want de cocaïne daar is de slechtste van de hele wereld. Een goede zaak, want de controles zijn daar dus beter dan in Rotterdam. Doe met deze informatie wat je wilt.
Maar even terug naar dat museum. Allemaal foto’s hangen er aan de muur die met Escobar te maken hebben. Zo hangt er een foto van de vuilnisbelt die Comuna 9 was voordat Escobar z’n geld aan de buurt gaf en is er een foto van Escobar op de jetski uit de eerste James Bond film die hij gekocht heeft toen hij in Hollywood op bezoek was. Even verder hangt een foto van een paar nijlpaarden, zijn lievelingsdieren, die hij gekocht heeft, over heeft laten komen uit Afrika en die na z’n dood ontsnapt zijn, waardoor er nu een wilde nijlpaardenpopulatie in Colombia heeft. Op weer een andere foto zie je stapels met geld alsof je naar Dagobert Ducks geldpakhuis kijkt en op weer eentje zie je ‘m aan de onderhandeltafel, waar hij zich waarschijnlijk van de dommen hield. We zien de foto's van de Colombiaanse afgevaardigde en de Amerikaanse journalist bij het lijkt van Escobar op dat dak. Hij sprak naast Spaans namelijk vloeiend Russisch, Engels, Italiaans en Mandarijn. De grootste maffiosi in Amerika waren namelijk de Russen, Chinezen, Italianen, Mexicanen en de Ieren. Hij nam altijd vertalers mee, zodat de tegenpartij dacht dat ze over Escobar konden roddelen, maar intussen begreep hij altijd alles wat er gezegd werd. Serieus, deze gast: misschien wel de meest markante man ooit.
We kopen bij de overbuurman nog een Arepa Choclo, een typisch Colombiaanse snack. Helaas verwachten we een chocolade arepa (klonk al bijzonder) tegen het lijf te lopen, maar een Arepa Choclo is dus een Arepa met een lap witte kaas erop. Ik vond 'm wel lekker, Geertje is een minder groot fan.
We lopen nog even naar een dakterras met een weergaloos uitzicht over deze innemende stad om de dag met een biertje af te sluiten. In de krappe, steile straatjes zwaaien de kinderen geïnteresseerd en is iedereen maar wat spontaan om ons te helpen. Dit is het rauwe, échte Medellín. Geen toneelstuk maar de realiteit. En zo sluiten we de tour af. “Jullie verdienen het om de waarheid te weten”, begint Diego, “Waarom? De meningen over Escobar zijn extreem en gaan beide kanten op. Van goed, naar slecht. Maar Medellín is meer dan Escobar. Medellín is een stad die het verleden wil loslaten en wil kijken naar de toekomst, maar toch denkt de hele wereld bij Medellín en bij heel Colombia nog aan oorlog, aan drugs, aan geweld. Ga naar huis en vertel het aan je vrienden en aan je familie. Vertel wat Medellín nu is. Vertel wat Colombia nu is. Daarom verdienen jullie de waarheid te weten. Niet alleen over Escobar en alle glamour die erbij bedacht is, maar ook om de waarheid van de stad te weten. Noem mij maar eens één stad in de wereld die zo getransformeerd is als Medellín. Noem er maar eentje. Medellín is veel meer dan Pablo Escobar en niet een stad van dood, verderf en criminaliteit. Kijk maar eens om je heen. Wat is dit? Deze stad is prachtig, stijlvol en modern. En iedereen moet dat weten.”
Reactie plaatsen
Reacties
Stel je iemand voor met claustrofobie die besluit naar Colombia te gaan. Niet zen in een bergdorpje… maar zoals jullie in een overvolle bus in Medellín. De deuren dicht, geen centimeter bewegingsruimte, vast tussen drie onbekenden. Voor de Colombianen gewoon openbaar vervoer, voor de ander een exposure. 😂
Wel mooi hoe de stad hard werkt aan een nieuw hoofdstuk en willen laten zien hoe mooi het is daar. Ik vond het trouwens erg interessant om het stuk over onze vriend Pablo E. te lezen!
Wat tof dat je een uitgever hebt gevonden Niels! 👏
Wordt het het verhaal van de cliënt, of een mooie bundel van al jullie blogs bij elkaar? 😉 😝
En dan nog even dit… PSV – Volendam als voorbeeld gebruiken… waarom precies díe wedstrijd? Omdat wij PSV’ers verloren hebben? Scherp Niels, scherp 😝 Ik voelde me héél even geraakt hoor.
Geen idee of je Ajax volgt trouwens, maar kleine update, ze staan vierde… en zaterdag tegen de nummer drie. Dus agenda vrijmaken en klaarzitten voor de tv met een aantal tissues en een knuffel van Gigi! 📺⚽️
Hahahah, ik heb een vooruitziende blik! Ik had dat stuk al een week vóór die wedstrijd geschreven met de teleurstellende gedachte dat de naam Ajax tegenwoordig geen angst meer inboezemt.
Dit weekend NEC inderdaad, maar van NEC mogen ze wel verliezen. Ook wel een beetjr ons cluppie he 😆😉
Allereerst: Nilis proficiat met je mogelijk toekomstige uitgever!!!
Haha, dat verhaal over voetbal is echt hilarisch :)
Maar Medellin? Wat geweldig indrukwekkend, jullie/Diego's verhalen over de stad, Escobar en alles daar omheen. Ook deze stad komt zeker op m'n bucketlist te staan. In één woord, GEWELDIG!
-X- mama
Wat weer een mooi verhaal Niels je word vast een goede schrijver en wens jullie nog een fijne vakantie toe
Ik heb er vier keer over gedaan om het hele verhaal te lezen en helaas is niet alles blijven hangen. Dit blog heeft een nog diepere indruk op me gemaakt dan veel van de vorige verslagen die toch ook wel voor naweeën in mijn hoofd hebben gezorgd.
Pablo Escobar: wat heeft die man een gevaarlijk leven geleid. Ook al is er maar 75% waar van wat Diego verteld heeft, het leven van de drugsbaron kun je je in de verste verte niet voorstellen. Zelfs twee levens zijn te kort om uit te vreten wat hij allemaal uitgespookt heeft!
De muurschilderingen: die zouden in onze Berenkuil niet misstaan. Schitterend!
Bucketlist: toch maar eens een gaatje boren in de emmer van mesus in de hoop dat deze idiote wens er langzaam uit druppelt! 🍀
De muzikale voetbalwedstrijd: ik erger me altijd groen en geel als ik op tv naar zo'n concert moet luisteren dus ik zou al snel vertrokken zijn. Wel mooie shirtjes!