En dan zijn we in Salento. Ik zei het al: alles gaat voorbij en zo ook die busrit. Geertje slaapt de hele dag: in de lompe Chiva van Jardín naar Riosucio en in de bus met kapotte airco van Riosucio naar Salento. Tuurlijk, de anti-allergiepillen maken haar zo duf als een luiaard, maar dat was haar anders denk ik ook wel gelukt en het is mede door die slaap overdag dat ik ’s avonds op bed tijdens het seriekijken als eerste de handdoek in de ring gooi en in slaap val.
Iets daarvoor arriveerden we voor zonsondergang in het plaatsje Salento. Niet meer in de provincie Antioquia, maar in de provincie Quindío, waar Salento dus in ligt. Bekend vanwege de koffie, dat Salento, maar daar gaan we tijdens ons bezoek helemaal niks van terugzien. Salento ligt in de Eje Cafetero, de koffiedriehoek. Hier wordt de meeste koffie geproduceerd, maar dat betekent wel dat de bedoening hier een stuk meer toeristisch is en de finca’s dus een stuk massaler zijn en we weten ook dat de koffietour in Jardín drie dagen geleden niet meer overtroffen gaat worden, dus de finca’s laten we hier links liggen. Nee, er is één heel belangrijke reden waarom we naar Salento komen, maar dat lees je straks pas. Sommige dingen moet je even aan de verbeelding overlaten.
La Cocina Colombiana
Na aankomst duiken we snel een restaurant in. Die plaatselijke keuken is ons in Jardín wel bevallen, dus besluiten we ons vanavond eens te meer aan de lokale delicatesse te wagen: de Trucha Gratinada! Ook deze keer liet Geertje me verrassen: wederom zin in een lokaal gerecht, dus Geertje gaat online op zoek in dat ene spaarzame uurtje bus waarin ze wél wakker is. Salento ligt dichtbij een rivier en het schijnt zo te zijn dat er een hoop forellen dat water hun thuis noemen, dus dat is precies wat we krijgen: een gegratineerde forel op typisch Salentose (geen idee of ik dat goed schrijf) wijze die we samen delen! Maar goed ook, want het is een flinke schaal, maar wel een schaal die ons gelukkig goed weet te bekoren.
Verder dan een biertje op een terras komen we die avond niet. Salento is een stuk kouder merken we al snel. Met mijn korte broek val ik op het drukke, gezellige dorpsplein behoorlijk buiten de boot, maar het zit ‘m vooral in de ellenlange, vermoeiende reisdag die ons parten speelt. We liggen vroeg op bed en zoals ik al zei, gaan bij mij de gordijnen eerder dicht dan bij Geertje.
Typische COlombiaanse dorpjes
Salento blijkt weer zo’n typisch dorpje te zijn zoals we ze inmiddels van centraal-Colombia zijn gaan kennen. Vierkant stratenpatroon naar het Amerikaanse model, gebouwen in alle kleuren van de regenboog en ergens in die gritopstelling zo’n centraal plein met kroegjes en restaurantjes geflankeerd door een mooie, oude kerk. Waar het dorpje zeker wel leuk is, is het wel de minste tot nu toe, gebiedt de eerlijkheid ons te zeggen. Salento is gewoon net wat meer toeristisch (wel veelal binnenlandse toeristen, zoals dat wel vaker is hierzo) en de gebouwen zijn net wat minder kleurrijk, maar alsnog is het geen straf om door de straten van het dorp te dwalen.
Dus doen we dat ook. Met iedere locatie die we bezoeken, daalt het kwik een beetje en aangezien Geertje schaars in de lange broeken zit en ik nog maar één trui heb omdat ik mijn tweede ergens op de San Blas-eilanden heb laten liggen, hebben we een duidelijk doel vandaag: kleding shoppen. Valt nog niet mee: de winkelstraat, die door toppers van straatmuzikanten als domein beschouwd wordt, barst van de leuke, schattige tiendas, maar broeken blijken hier niet zo populair, evenals truien die niet te veel ruimte in beslag nemen. Hoodies en paisa-poncho’s vormen hier de mode, maar het lukt ons uiteindelijk om die speld in de hooiberg te vinden en aan het eind van de dag zijn we twee kledingstukken rijker en weet ik zelfs nog een pet op de kop te tikken om die immer langer wordende haardos in bedwang te houden.
De mirador
Tussendoor racen we ook nog even de trappen van een mooie mirador op. Uitzichtpunt, betekent dat. De moeite waard, al is het maar om de calorieën van die Trucha Gratinada van gisteravond ervanaf te lopen. Kijk maar even: minimale inspanning voor zo’n uitzicht is geen straf, toch?
Dan even terug naar die ene heel belangrijke reden waarom we Salento bezoeken, weet je nog? Jawel, Salento heeft echt een unique selling point. Dé reden waarom Salento massaal bezocht wordt, is omdat je hier de Cocora Valley vindt, een van de laatste vier bossen met waxpalmbomen in de hele wereld. Die waxpalmboom: naast de nationale boom van Colombia (zoiets bestaat blijkbaar - iemand die de nationale boom van Nederland weet?), is die boom ook de allergrootste palmboomsoort van de hele wereld. Op naar Cocora Valley dus…
Of toch niet! Nee, de absolute trekpleister van Salento, uniek in de wereld, slaan we over. Waarom? Nou, ik zei toch dat er vier bossen waren? Deze palmbomen zijn dus uniek in de wereld, maar niet in Colombia. Sterker nog, ze zijn niet eens uniek in de regio. Alle vier die waxpalmboombossen staan tussen grofweg tussen Salento en Jardín, maar drie van de vier bossen zijn dood en groeien niet meer. Er staan dus ‘maar’ zo’n duizend waxpalmbomen in Cocora Valley, maar een stuk verderop staat het minder bekende, laatste levende waxpalmbomenbos op aarde: La Carbonera. Meer dan vijfduizend bomen? Ja hoor, zeg maar rustig vijftienduizend stuks. En ja: dáár gaan wij naartoe!
La Carbonera
En wel om zeven uur ’s ochtends. Ja, ’t is vroeg, maar we zitten zijwaarts met drie medelanders en vier Amerikanen in de laadruimte van een jeep gepropt, terwijl we vermoeid om ons heen kijken. De weg is hobbelig, typisch Colombiaans, zou je intussen zeggen, want één uur en een kwartier lang stuiterballen we over de modderige onverharde weg naar boven en we stoppen pas als we 3400 meter boven de zeespiegel zijn. En laat ons je vertellen: we mogen dan wel dichtbij de evenaar zitten, maar op zo’n hoogte wordt het toch wel een partijtje fris. Maar goed, La Carbonera zou nog maar luttele kilometertjes van ons verwijderd moeten zijn, als we ons richten op de daken van de twee jeeps waarmee we naar dit punt gereden zijn. We gaan niet zomaar naar La Carbonera, nee, we gaan downhill mountainbikend naar La Carbonera!
Maar we beginnen niet voordat we elkaar honderduit uitgelachen hebben. Het tenue van de dag is bijna crimineel te noemen en als we treintjes moeten maken van groot naar klein om de fietsen te verdelen, denkt Geertje dat ze niet de kleinste is, omdat een van de Amerikaanse dames zegt 'five five' te zijn, wat Geertje interpreteert als 1 meter 5. Tuurlijk. En Sinterklaas bestaat. Geertje is uiteraard de kleinste als ze rug aan rug gaat staan met de Californische. Voordeel: Geertje heeft wel de kleinste fiets. Dat past haar wel.
En joh, wat is dit GAAF! Gids Julio drukt ons op het hart om te stoppen wanneer we de allereerste palmboom zien staan, maar het is door de mist heen nog makkelijk te zien dat de vallei waardoor we fietsen enorm is. Wat nou als we er eentje zien staan een kilometer verderop aan de andere kant van de vallei? Stoppen we dan ook? Nou, goed, dat is niet onze zorg, want van de drie groepen waarin we verdeeld worden, belanden wij in het tweede groepje met de Waalwijkse Roy en Fleur, met wie het meteen klikt. Palmboomverstoppertje is dus een zorg voor groep één en wij kunnen lekker makkelijk met ons vingertje gaan wijzen als het op een fiasco uitloopt.
Wat Julio ons nog meer op het hart drukt, is dat onze veiligheid het best gewaarborgd blijft als we onszelf onderschatten. “Start with underconfidence”, zei die. Nou, die underconfidence heeft zo’n tien meter geduurd kan ik je vertellen, want die afstand overbruggen we voordat de innerlijke Puck Pieterse naar boven komen en we als malloten over die weg razen. Want razen, dat doen we. Downhill mountainbiken betekent natuurlijk alleen maar omlaag (daarom beginnen we natuurlijk op 3400 meter), dus die trappers zitten er voor de joeks op. En we razen deze ronde maar een klein kwartiertje, want dan zijn we bij La Carbonera.
Tussentijds stopt Geertje even om foto’s te maken van onderstaand uitzicht. Ook tijdens het mountainbiken is het verstandig om af en toe even stil te staan bij dit prachtige uitzicht. Beter even stoppen en kijken, dan met volle vaart je concentratie verliezen door het mooie uitzicht, hè lezertjes?
La Carbonera... WAUW! We hebben een lunchzakje meegekregen alsof we in groep drie zitten en Julio vertelde dat we beneden konden picknicken. Wij naar beneden, terwijl onze kin op onze schoenen hangt van het weergaloze uitzicht en we verorberen in no-time ons lunchpakketje. Komt Julio eraan: "hahaha, this is not the place to picnic! This is the most ugly part! Come on!" Een nóg indrukwekkender uitzicht!? Dat kan bijna niet! In ieder geval is het buikje al goed rond.
En wauw. Wauw, wauw, wauw. La Carbonera vormt het mooiste uitzicht dat we tot nu toe hebben gezien. We staan op de helling van een diepe vallei en overal waar we kijken zien we die enorme waxpalmbomen van vijftig tot zestig (en soms zelfs richting de zeventig meter) hoog, als paddenstoelen uit de grond geschoten. Het is alsof je midden in een sprookje bent beland. Het is werkelijk prachtig. Overal waar je kijkt, aan de kant waar we zitten, aan de overkant van de vallei, zien we deze wonderbaarlijke palmbomen.
En het allermooiste is: dit magische uitzicht delen we met niemand, behalve met de mountainbikers van ons groepje. Blijkbaar zijn alle waxpalmboombossen privéterrein. De eigenaar van Cocora Valley wil er een lekker zakcentje aan verdienen. Die heeft gewoon gezegd: ‘jongens, mijn bos is open, geef me een paar peso’s, dan bouw ik een mooie fotospot en dan hef ik nog wat entree voor bezoekers, Oké?’ Terecht overigens, zijn bos en hij moet ook doen wat hij wilt. De eigenares van La Carbonera doet dat niet. Oude vrouw, heeft geen familie en heeft de financiële schaapjes al rijkelijk op het droge. Het gevolg? Al het geld investeren in het behoud van dit laatste levende waxpalmbomenbos en geen bezoekers toelaten, behalve deze mountainbiketour. Die heeft een vergunning gekregen. En dan weet je dat je op een wel heel erg bijzondere plek bent.
Valt het je ook op dat ik de hele tijd ‘het laatste levende bos’ zeg? Niet voor niks natuurlijk. Dit bos groeit, terwijl de andere vier langzaam maar zeker afsterven. Hoe dat komt? La Carbonera ligt te hoog voor koffieplantages. De waxpalmbomen en die andere twee bossen nemen de pesticiden op die op de koffieplantages gebruikt worden, waardoor ze de vruchten die ze gebruiken voor de voortplanting niet meer kunnen produceren. En die vruchten? Die zien wij dus ook, terwijl die vruchten in die andere bossen een eeuwigdurend, niet te winnen spelletje verstoppertje met je spelen.
Nogmaals: wauw. Wat is het hier mooi. Cocora Valley overslaan en in plaats daarvan gaan mountainbiken in La Carbonera? Als de gezondheid nog op een zesje staat: JA! Meer dan de helft van de groep heeft daarentegen een dag eerder al een wandeling gemaakt in Cocora Valley, maar als de Nederlandse Pieter bij aankomst al meteen de Cocora Valley een Temu-versie van La Carbonera noemt en we gedurende het volgende anderhalf uur waarin we picknicken op de helling zo’n vijfendertig keer te horen krijgen dat Cocora Valley absoluut niet meer de moeite waard is wanneer we deze veel mooiere vallei al hebben gezien, is het duidelijk: bijboeken in Salento speciaal voor Cocora Valley is absoluut niet meer nodig.
Na de picknick worden de jeeps weer volgeladen en rijden we terug naar dat punt op 3400 meter boven het zeewater. Dat mountainbiken duurt gelukkig nog wat langer, want we gaan de andere kant op weer helemaal terug naar Salento. Iets meer dan twintig kilometer die ons een van de vetste uurtjes van de reis tot nu toe heeft opgeleverd. Paden met losse stenen en keien, meterslange en decimeters brede kloven die over de lengte van de weg zigzaggen (slangen, zo noemen ze die hier), stukken waarop engeltjes op je schouder je ervan weerhouden uit te glijden in de zeeën aan modder en kuilen die je door plassen regenwater pas ziet wanneer je ze frontaal van een voorwielbeuk voorzien hebt. We vormen weliswaar weer groep twee van de stelletjes, maar als de mountainbikelucht een uur later geklaard is, zijn Roy en ik als eerste over de finish terwijl iedereen eruitziet alsof we een jacuzzi gevuld hebben met modder. Of elkaar in het wilde weg met diarree volgespoten hebben. Kies zelf maar de vergelijking die je passender vindt.
Geertje en Fleur waren ook zeker niet de langzaamste, die kwamen al vrij snel na ons, maar als we klaar zijn en op het aan ons beloofde koude biertje wachten en Fleur aan zien komen waaien, is er van Geertje, die de hele ochtend al in haar kielzog fietste, geen spoor te bekennen. “Ik keek nog achterom en heb haar helm” – een veel te grote feloranje helm – “nog gezien voordat we Salento in fietste, maar daarna was ze spoorloos!” zegt Fleur. Ik kijk op m’n telefoon hoor en jawel, Geertje heeft geappt: “ik ben in het dorp de weg kwijt”, zegt ze, “en de ketting lag er ook af”. Mijn ogen gaan dicht en ik slaak een zucht. Geertje en navigeren... In de kleurrijke straten vol toeristen in de vierkante gritvorm die Salento is, loopt ergens een modderig mens met een oranje helm van 1 meter 58 met de mountainbike aan de hand verloren in het rond. Wat zullen ze toch wel weer denken hier.
Ik besluit toch maar even te gaan kijken, maar als ik de hoek om ben, dan komt daar opeens een mens vol modder mijn kant op gefietst. Ze zag me overigens niet, zo enthousiast was ze van deze ochtend, tot ik haar gedag toeschreeuw. Jawel trouwens: gefietst, want onze kleine fietsenmaker heeft zelf dat kettinkje erop gekregen. Van haar opa geleerd! Nou heeft ze dat biertje na deze megavette tour wel dik en dubbel verdiend, hé?
Keuzestress
In de middag zijn we na een grondige schoonmaak in de douche nog maximaal aan het nagenieten van misschien wel de leukste ochtend tot nu toe. Want dat was het: om 1 uur waren we alweer klaar dus de dag was nog jong. Toch doen we vanmiddag niks meer, want we verkeren in een lastig reisparket: waar gaan we in godsnaam heen? We zijn er al uit Ecuador over te slaan. Hoewel al gebleken is dat reisadviezen niet onoverwinnelijk zijn, is het daar momenteel redelijk onrustig en kent meer dan de helft van het land een oranje – eigenlijk dus negatief – reisadvies. Zal in de praktijk dus wel meevallen, maar ja, ook een goede reden om ergens een knoop door te hakken, dus we bewaren 'm voor een reis later. We gaan dus naar Peru, na Colombia, en we hebben twee manieren bedacht om daar te komen. Met het vliegtuig van Bogotá naar Lima, of via de Amazonerivier in het uiterste zuidwesten van het Colombiaanse Leticia naar het Peruaanse Iquitos. Aan beide keuze zit een wonderbaarlijke, unieke, meerdaagse tour gekoppeld, maar dat zijn wel dure keuzes waar de portemonnee een allergische uitslag van krijgt: een prachtige tour door het Colombiaanse Amazone waarin je in en met de jungle leeft, of een tour over de savanne van Los Llanos ten oosten van Bogotá, waarin je Afrika-achtige safari’s maakt en de Colombiaanse cowboycultuur leert kennen. Als kleine kleuters in een snoepwinkel willen we het liefst allebei, maar dat is wel heel budgetonvriendelijk. De keuze die we gemaakt hebben? Nog geen, maar dat hoor je vanzelf wel!
’s Avonds spreken we af met Roy en Fleur. Onze ontmoeting blijft maar bij één avondje, want we reizen morgen allebei in tegengestelde richting, maar dat ene avondje wordt wel een bijzondere. We gaan vanavond naar Los Amigos, een kleine, rokerige hal waar zeven tejobanen liggen. Vanavond gaan we op z’n Colombiaans een potje tejo spelen.
Tejo
De seconde dat we binnenstappen, worden onze reukorganen al getrakteerd op een geur die doet vermoeden dat we om 12 uur ’s nachts op Oudejaarsdag ergens in een straat staan vol fervente vuurwerkhobbyisten, maar die geur went al snel. Daar gaan we dan! De hal zelf is een gezellige: kleurrijk, gezellig vol en tegen de twee korte wanden staan respectievelijk drie en vier tejobanen opgesteld. In de hoek zijn Roy en Fleur al aan het spelen, dus bestellen wij bij de bar een biertje en leggen we 5000 peso’s per persoon neer waarvoor we een metalen schijf (de tejo) en een handvol papelita’s krijgen – driehoekige papieren origamikunstwerkjes gevuld met, jawel, buskruit. Je zult je intussen vast afvragen: wat is dat tejo toch in godsnaam?
We nemen plaats in de hoek. Op een meter of twaalf ligt een bak vol met klei in een hoek van 45 graden. In het midden is een ring waarop vier papelita’s liggen. En dan begint het maniakale jeu des boules, want het doel is zo dicht mogelijk bij die ring te gooien met die metalen schijven. De dichtstbijzijnde krijgt na een werpronde een punt, maar als je zo’n papelita op die metalen schijf laat knallen, dan haal je er drie. En man, dat gaat hard! Ik zei al, er zit buskruit in die papelita’s en dat is wel effe wat harder dan een paar knalerwtjes van de kermis! Geen wonder dat het hier ruikt naar een kampvuur dat in je woonkamer is aangestoken.
Als we internet mochten geloven, dan geeft werkelijk iedere website aan dat dat tejo onverwachts toch nog best wel lastig is. Je leest het zo vaak, dat je er een punthoofd van krijgt. En de realiteit? Nou... het is... best wel lastig! We spelen drie potjes twee tegen twee in alle mogelijke combinaties en het komt vaak genoeg voor dat die metalen tejo door de lucht vliegt, je jezelf al onoverwinnelijk waant, hij precies in het midden van die ring landt, maar er geen enkele papelita de verdoemenis in geknald wordt. In het begin denken we dat ze ons voor de gek houden en er niets in die driehoekjes zit. Dus Geertje bedenkt om van dichtbij met Roy zo’n steen effe op die driehoekjes te gooien. Spijt komt na de daad, want de reactie doet vermoeden dat er een aanslag wordt gepleegd, zo hard is die eerste knal. Ik krijg de meeste papelita’s tot ontploffing gebracht vanavond (ik denk, ik zeg het toch maar even), maar ook even een shout-out naar Geertje, die bij haar eerste succesvolle knal matig gillend een paar meter naar achteren rent alsof ze een giftige vogelspin ziet die het op haar gemunt heeft.
En een shout-out naar Fleur. Die heeft geen enkel papiertje laten knallen vanavond en de vuistregel was dan ook dat degene die bij Fleur belandde, praktisch in het verliezende team zat, maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken. Is wel weer eens wat anders dan een locatie afsluiten met een drankje op het terras, toch? Oh wacht, na drie potjes tejo vonden we nog tijd voor een Aguila op het terras aan het dorpsplein. Ach ja, waarom ook niet, hé?
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een tocht met die mountainbike! Zeldzaam mooi en een onvergetelijke ervaring lijkt me! De foto's zeggen alles...
Dat tejo spel zou niets voor mij zijn...ik zou te vaak schrikken.
Ben ook benieuwd welke route het wordt naar Peru.
ukken gebeurd zijn. Degene die jullie voedsel gegeven heeft om de reis op deze manier met al jullie avonturen te kunnen maken, verdient een groot compliment! Je kunt al die avonturen niet verzinnen zonder het zelf al eerder ervaren te hebben. WoW wow wow!
Denk dat het heel verstandig is om Ecuador over te slaan. Jullie hebben de oranje mijnheer en de naweeën van vriend Escobar al weten te weerstaan dus een derde uitdaging aangaan is bijna vragen om moeilijkheden...
Ben benieuwd hoe jullie Peru uiteindelijk zullen gaan bereiken
Geertje slaapt inderdaad overal – volgens mij kan ze zelfs horizontaal op een waxpalm in de Valle de Cocora een dutje doen. Typisch Colombiaans hoofdje vol muziek, salsa in haar dromen. En jouw trui Niels? Die is blijkbaar op wereldreis zonder jou. In een hooiberg zoeken had meer kans gehad dan in je backpack.
En Niels… die zapatas zijn top hoor 👞✨ maar dat kapsel? Zeg eerlijk, ben je undercover teruggekeerd naar San Francisco in 1969? Als je straks met bloemen in je haar bij de douane staat, weten we genoeg. Een kapper is geen overbodige luxe, tenzij je een auditie doet voor “Hippies Gone Wild”.
Stuiterballen in de bus lijkt mij ook fantastisch – maar ik snap dat die vermoeide koppies op 3400 meter daar anders over denken. Hoe was het met de zuurstof trouwens? Op die hoogte in de Bogotá-sferen is zelfs veters strikken een topsport. Respect hoor 💪
Arme (maar dappere!) Geertje, alweer de kleinste van de groep – maar ongetwijfeld degene met het grootste hart. Navigeren laten we voortaan toch maar niet alleen aan haar over… we weten allemaal hoe dat afloopt. Opa’s legacy leeft voort zullen we maar zeggen.
En ja… alweer een traantjesmoment. Tussen alle grapjes door: wat zien jullie er stralend uit. Dat uitzicht met die gigantische waxpalmen is echt magisch. Maar eerlijk is eerlijk… ik mis mijn kleine meisje ook meer dan ik wil toegeven. ❤️
Blijf avonturen maken daar – en hou je kleding bij je deze keer! 😘
Ha Niels en Gigi, terugkomend op de vraag wat de nationale boom is in Nederland. Ik zal deze beantwoorden, als zoon van een hovenier: dat is een zomereik! Ook wel genoemd Quercus robur. Kan 500 jaar worden +-. Dus hier het antwoord! Deze informatie kun je ook weer in je broekzak steken.
Wat ziet Gigi er prachtig uit met dr mountainbike outfit 😂 En dan ook nog de route kwijtraken….. Niels je had geen Hans en Grietjes pad moeten maken met broodkruimels… dat gaat m niet worden, deze worden helaas opgegeten door de vogels en insecten daar… Achja volgende keer . Gebruik de volgende keer wijn, bier en ingepakte kaas (voor tegen de insecten)
Maar chapeau Geer, komt die kennis van opa die hij over heeft gegeven goed van pas. Wijze man die opa. Hij heeft van boven meegekeken, daar geloof ik wel in (misschien zelfs wel wat meegeholpen)