Huaraz - De macht der natuur

Gepubliceerd op 13 maart 2026 om 06:00

Het is druilerig nat in Huaraz bij aankomst. Het is nog ruim voor zeven in de ochtend als de nachtbus het station binnenrijdt. Het station waar ik Geertje moet wekken, in de bus waarin we weer een heerlijke nachtrust hebben gehad; donker is het niet, maar door de motregen en de bewolking oogt Huaraz bij aankomst somber en grijs. Maar goed, als een plaats de blogtitel krijgt die die gekregen heeft, dan moet dat uiteindelijk allemaal goedkomen toch?

Mariandes Hostel

Aanvankelijk blijkt dat nog vies tegen te vallen. Even geduld, het wordt vanzelf duidelijk waarom. We arriveren bij MariAndes hostel en de naam verklapt alweer genoeg: we zijn weer in de Andes. Ditmaal in de Peruviaanse, waar de bergen écht hoog worden. Huaraz ligt namelijk op 3052 meter boven de zeespiegel. Bogotá kan z’n biezen pakken, want nu is (voor korte tijd) Huaraz de hoogste plek waar we hebben overnacht. En dat is ook te voelen: we kunnen nog niet inchecken en we bedenken dat het een goed idee is om naar het dakterras te gaan op zes hoog. Het zal geen verrassing zijn: die treden slaan in als sloopkogels. Echt ongelofelijk!

Ik heb ontdekt dat niet iedereen hiervan op de hoogte is: als je de bergen in gaat, wordt de lucht steeds ijler. En hoe hoger je komt, hoe ijler de lucht wordt. Met andere woorden. Op 3000 meter hoogte zit er veel minder zuurstof in de lucht dan wanneer je in Nederland (op 0 meter boven zeeniveau en soms zelfs eronder) op straat loopt. Een sprintje van 100 meter is in pak 'm beet Amsterdam dus véél minder zwaar dan op 3000 meter hoogte, want je ademt gewoon veel minder zuurstof in en je bent veel sneller bekaf.

Als we onszelf buiten adem op het dakterras installeren, ontdekken we ook nog een verdieping lager te kunnen zitten (wel weer vijf extra calorieën de vernieling in geholpen), dus lopen we weer omlaag en doen we wat videobelletjes met het thuisfront om de tijd tot de sleuteloverdracht te verkorten en komen we ongewild in contact met de plaatselijke hostelclown (een besnorde Colombiaanse Fransoos die kleiner is dan Geertje) die ieder object en iedere vierkante meter van de gemeenschappelijke ruimte gebruikt om de aandacht op zichzelf te vestigen. Onze allergie is wederom getriggerd. Geertje loopt weg, die is immers met vadertjelief aan het bellen, maar die kan ze niet verstaan. Begrijp me niet verkeerd: we zijn allebei heel sociaal volgens mij en we ontmoeten graag nieuwe mensen. Sterker nog, da’s het leukste wat er is. Maar deze types die, zelfs als je aan het bellen bent of oortjes in hebt en op je laptop aan tikken bent, altijd tegen je aan lullen met verhalen waarvan het simpelweg knap is dat ze zó oninteressant zijn, kunnen ons gestolen worden. Waarom, mensen, wáárom is er altijd wel zo’n aandachtsgeile imbeciel aanwezig, iedere keer als we een reizigershostel tot overnachtingsplek bombarderen?

Het noodlot treft ons weer

Valt Huaraz daarom aanvankelijk tegen? Nee, zeker niet. Wanneer we rond tien uur de sleutel van onze kamer overhandigd krijgen en we even een ochtenddutje doen van anderhalf uur, begint de ellende. Ik word ziek wakker. Heb ik dan eindelijk die beruchte hoogteziekte? Nou, nee. Geen hoogteziekte. Dan heb je hoofdpijn en misselijkheid. En ik? Ik heb buikkrampen en, sorry voor de visuele omschrijving, mijn poep besluit carnaval te vieren en verkleed te gaan als waterval.

Daar gaan we weer. Iets heel verkeerds gegeten? De gedachte gaat meteen naar die chita van een dag eerder in Huanchaco. Ook komen er weer flitsen uit het verleden: Geertje in het Surinaamse ziekenhuis en ikzelf twee jaar geleden tijdens Oud & Nieuw op een bedje na een dollemansrit van drie uur in een ambulance. Wat de aanleiding deze keer is, weten we nu nog niet, maar laten we dat ziekenhuisgedonder deze keer maar voorkomen.

Ik blijf dus op bed liggen als Geertje lekker aan de wandel gaat voor een korte boodschap. Meteen ORS erin, veel water drinken en licht eten. We weten nu, in tegenstelling tot twee jaar geleden, in ieder geval wel wat we moeten doen. Geertje duikt dus einde van de dag maar even alleen de stad in en hoewel hoogteziekte dus voor ons een beetje een vierkante cirkel is, blijkt het wandelen op 3000 meter (de ijle, zuurstofarme lucht is iets heel anders dan die eigenlijke hoogteziekte) toch nog best vermoeiend. Puffend en hijgend baant ze zich een weg door het centrum, de supermarkten en bij terugkomst komt haar droom dan eindelijk uit: avondeten in Geertje-proporties! Ik houd natuurlijk niks fatsoenlijk binnen, dus Geertje is content met één paar kleine tostietjes terwijl ik me botvier op een cracker en een boterham met jam. Geertje is een gelukkig mens. 's Avonds is de Duitse Patrick Geertjes gesprekscompagnon en worden de eerste barstjes in het moralistische pantser van onze hosteleigenaar duidelijk: hoewel hij vriendelijk heel veel mooie tours aanbiedt, blijkt de prijs van z'n tours ronduit asociaal te zijn, maar gelukkig zit onze oosterbuur hier al langer en heeft hij het nummer van Edgar, een kompaan die z'n toeristische huid hier een stuk schappelijker verkoopt. Hoeveel goedkoper? Nou, soms is ons hostel zelfs drie keer (!) zo duur.

Op dag twee verslechtert de situatie. Geertje begint zich in te lezen als student geneeskunde, benadert voor de zekerheid alvast een arts in Huaraz en trekt de verzekering aan de haren. Het is pas dag twee, maar nare Thaise herinneringen drijven dus langzaam maar zeker weer boven en een bezoekje aan de huisarts kan wellicht nog wel nodig zijn. Buiten het ziek zijn, heb ik weinig te klagen. Elke dag word ik op ontbijt, lunch en diner van crackers door Geertje getrakteerd en er staat vaker wel dan niet een kop met thee of ORS op het schapje naast het bed. Ik voel me dus zo slecht, nog slechter dan gisteren, dus ik blijf de hele dag in bed. Het is weer aan Geertje om zich in haar eentje te vermaken in Huaraz. Huaraz blijkt geen baanbrekend indrukwekkend stadje te zijn of iets dergelijks, maar de 166.000 inwoners maken er wel een bijzonder chaotisch geheel van. Geertje dendert vandaag weer door het centrum op zoek naar wat warme kleding – want nadat we straks de kust van Peru gedaan hebben, zal het lang duren voordat we weer lekker warme temperaturen krijgen – en de markt die elke dag in Huaraz te vinden is, is er één met de chaos en hectiek die we van Azië gewend zijn. Gelukkig wel een markt die Geertje een lekker warme wollen lamatrui, een hippe regenjas en een pet oplevert. Want ze was haar trui verloren in het vliegtuig, weten jullie nog? Dringend een nieuwe nodig, want het kwik in Huaraz staat niet zo hoog.

In de middag is het mijn beurt om even te proberen naar buiten te gaan. Onder begeleiding van gids Geertje natuurlijk. Het is vreemd: ik lig hier al twee dagen op de korf te maffen, maar intussen is Geertje al bijna een local die me vrolijk door de straten van Huaraz rondleidt. Onder begeleiding van ontelbaar veel claxonnerende auto’s en motoren (de toeter is het favoriete auto-onderdeel van een Peruaan) banen we ons een weg richting het centrum, maar bij het Plaza Mayor de Huaraz (typisch dertien-in-een-dozijn Latijns-Amerikaans plein – leuk plein dus) geef ik er toch maar de brui aan. De maag- en darmkrampen zijn toch te intens. Geertje mag alleen de boodschappen gaan doen. Ik loop doorgaans toch alleen maar in de weg in een supermarkt als ik op haar oordeel mag vertrouwen. Bij thuiskomst gaat ze op 5 hoog onderzoeken welke hikes er te doen zijn hier en maakt ze een planning. Volgens mij heb ik al eerder een Intertoys-vergelijking gemaakt, maar ook hier gaat die vlieger op: Huaraz is een hike-Intertoys. Er zijn ontelbaar veel magnifieke plekken in de omgeving waar je heen kunt hiken, maar zoals het ook de Intertoys betaamt, kunnen we niet alle hikes kiezen, maar moeten we keuzes maken. Dat gaan lastige keuzes worden.

Gelukkig hoef ik die nog niet te maken. Op dag drie is m’n onderbuik nog steeds de flik-flak aan het oefenen en de tijd begint nu toch wel een beetje te dringen. Hikersparadijs Huaraz is bij lange na niet zo mooi vanaf de kamer van een vierderangs hostel zoals het onze. Of ja, de kamer is best prima, maar ook voor mijn bruine kanonsalvo twee dagen eerder begon, stonk de badkamer al naar het karkas van een koe dat dagen lag te rotten. Daarbij hebben we het in MariAndes hostel getroffen met de meest gierige eigenaar (ik had het al laten doorschemeren) ooit: hij biedt ons behoorlijk opdringerig vervoer naar hiking trails aan voor woekerprijzen die soms zelfs het driedubbele zijn van de doorgaans gangbare prijzen. Gelukkig ontmoette Geertje Patrick en hebben we met Edgar een veel fatsoenlijker alternatief. Bovendien moeten we betalen voor handdoeken. Op een plek waar mensen maar om één reden naar toe komen - hiken - moet je betálen voor handdoeken! En het eerste paar handdoeken dat we krijgen, zijn gewoon twee fleecedekentjes. Daar krijg je schuurpapier nog niet droog mee, maar gelukkig staat Geertje op d’r strepen voor een paar echte handdoeken en loopt ze naar beneden om deze te fixen, waarbij er zelfs de nodige overtuigingskracht nodig is om een paar fatsoenlijke handdoeken te bemachtigen. Bah. Wij doen in ieder geval de hele week met dit paar handdoeken, want voor ieder nieuw paar mogen we weer opnieuw in de buidel gaan tasten. En dat gunnen we ‘m niet zo heel erg hard, zul je wel begrijpen. Elke keer als Geertje het hostel weer binnenkomt of naar buiten gaat, vraagt hij weer of we een tour met hem willen doen of we nog nieuwe handdoeken willen. Geertje begint zich een beetje te ergeren aan de man en komt zelfs met het idee om wat schone handdoeken uit het hok met handdoeken te jatten. Ik praat Geertje toch maar van het idee af, overal hangen ook camera’s, dus laten we maar voor wat het is. Dan lappen we waarschijnlijk alleen maar meer.

Maar goed, over op de orde van de dag. We ontbijten samen lichtjes boven in de gemeenschapsruimte op vijf hoog en vandaag blijkt een enorm heldere dag te zijn. Heldere dagen en op vijf hoog zitten, gaan goed samen. Vandaag zien we pas echt goed hoe mooi de omgeving van Huaraz is. Huaraz ligt in een dal en aan alle kanten steken de bergen boven het stadje uit, maar achter die groene bergen wordt op een heldere dag als deze duidelijk waarom de bergketen waar Huaraz in ligt, de Cordillera Blanca wordt genoemd: in de verte torenen spitse bergen die doen denken aan dat logo van Paramount nog ver boven de relatieve heuveltjes die Huaraz flankeren uit. Prachtig.

Geertje gaat op dag drie al wel vast aan het hiken. Het doel is dat ik nog één dag uitziek en dat ik dan met Geertjes planning meekan. Maar goed, Geertje gaat dus vandaag een hike doen, vlakbij de stad. Geen grote hike, geen gekke uitzichten of duizelingwekkende hoogtes, maar gewoon een inkomertje, om alvast te wennen aan hiken op hoogte. 1,5 uur heen, 1,5 uur terug. Nét buiten de stad ligt Mirador de Rataquenua, een klein klimmetje van iets meer dan 250 meter (naar 3320 meter), met een uitzicht over de stad heen. Klinkt eenvoudig, hé? Hoe dat ging? Dramatisch!

Op naar de Mirador

Ik vond het al spannend genoeg om Geertje er alleen op uit te sturen terwijl ik haar toevertrouwde om zelf te navigeren (als ik haar dat in Nederland laat doen, belandt ze doorgaans op een verlaten boerderij in Oost-Duitsland of zo), maar dat ze zichzelf daadwerkelijk in gevaar zou brengen, had ik niet verwacht. De route navigeert recht naar een arm wijkje van Huaraz en hoewel Huaraz nergens onveilig wordt door armoede of door mensen, zijn de honden hier wel een probleem. Geen drugsbendes die hier de straten domineren, maar het zijn de straathonden in Huaraz die hier de gekke straatbendes vormen en in dat arme wijkje wordt Geertje door wel twintig verschillende honden achterna gezeten (kleine honde, grote honden, herdershonden: van alles wat en het is verschrikkelijk!). Mensen kijken haar verbaasd aan, wanneer Geertje de weg vraagt. Natuurlijk begrijpt ze er de ballen niet van als de weg in het Spaans uitgelegd wordt, maar met handen en voeten komt ze uiteindelijk wel verder, maar nog voordat ze ook maar goed en wel gracias gezegd heeft, komen de eerste honden alweer blaffend en dreigend haar kant op gerend. Honden van die mensen, nog wel! En niemand die er iets aan doet! Doorlopen werkt ook niet denderend, en met de nodige acrobatische touren lukt het Geertje wonder boven wonder om niet gebeten te worden. De agressie van straathonden in Huaraz is echt van een andere categorie.

Geen geluid maken, stug doorlopen en oogcontact mijden zijn dus maar nét voldoende om niet gebeten te worden en op een helling bevindt Geertje zich letterlijk tussen twee vuren: voor haar is een groep straathonden en achter haar is een rivaliserende straatgang die bij letterlijk elke beweging of geluid al manisch beginnen te blaffen, maar de vierkante meter die Geertje heeft gevonden blijkt gelukkig neutraal terrein te zijn, waar Geertje haar beste immitatieact van een standbeeld opvoert. Even rust. Gevolgd door paniek. Het is dan dat ze mij opbelt (terwijl ook de straathonden nabij ons hostel een oorverdovend blaforkest aan het verzorgen zijn) en in tranen uitbarst, omdat ze niet weet hoe ze weg moet komen. Wat blijkt: ze heeft voor haar wandeling de kortste route gekozen en al bellende komen we erachter dat je voor Mirador de Rataquenua de langere route moet kiezen omdat die korte door die honden niet veilig is. Maar ja, da’s nu te laat. 

Het plan wordt om een taxi te bestellen en geen vin te verroeren. Een plan dat na vier taxi’s (Geertje zit op een looppad waar ‘eigenlijk’ geen auto’s komen) wel lukt, met het geluk dat de autobanden het straatganggeweld ternauwernood overleven, terwijl ook de chauffeur zijn stinkende best doet die honden weg te jagen. De taxi zet haar daarna bovenaan af, wat d’r ook nog eens een klimmetje scheelt. En het uitzicht mag er zijn hoor. Een Peruviaanse vrouw wordt door Geertje verzocht om een fotootje te maken en in het Spaans lult ze an een stuk Geertjes oren van de kop over poses die ze tijdens de shoot moet aannemen. Deze keer begrijpt Geertje het wel: achter de rug van de Peruviaanse, doet haar man ongezien lachend de poses voor die Geertje moet aannemen. Toch is ze dus blij dat ze gegaan is, zeker met de gedachte in het achterhoofd dat de terugweg, via de lange route met prachtige uitzichten die niet gedomineerd wordt door gevaarlijke straatbendes, voorspoedig verloopt. 

De les van de dag: laat Geertje autorijden, want dat kan ze heel goed, maar zorg alsjeblieft zelf voor de navigatie en geef haar nooit en te nimmer Google Maps in handen. Intussen ruikt onze kamer naar een vuilnisbelt en ben ik ook wel weer toe aan een frisse neus. Uiteraard ben ik ook jaloers geworden op de nieuwe kleding die Geertje in de wacht gesleept heeft. Als gids Geertje terugkomt van haar enerverende hikeje, neemt ze mij mee het centrum in. Nog steeds voelt Huaraz voor mij als brandnieuw terwijl Geertje al fluitend de weg weet (ja, in het stadje zelf dus wel!), maar het belangrijkste: ook ik heb aan het einde van de dag een nieuwe trui en regenjas!

Vandaag was dus die ene, regenloze, heldere dag die we in Huaraz hadden. En dat wordt beloond met een magistrale zonsondergang. In het westen daalt de zon achter de bergen en geeft een indrukwekkende, rode gloed aan de hemel. Schitterend. Wel komt aasgier de hosteleigenaar nog even naar Geertje toe om veel te dure tours aan te smeren, maar die heeft ze gelukkig al via Edgar geregeld. Nee is nee, kameraad.

Op dag vier kan ik ein-de-lijk weer de deur uit! De onderbuik is rustig. Eigenlijk was Huaraz hét perfecte moment om ziek te zijn. Onze angst voor hoogteziekte heeft ervoor gezorgd dat we zes nachten geboekt hadden in Huaraz om eens effe lekker een potje flink te kunnen acclimatiseren (want dat wordt aangeraden als je plots naar hoge hoogtes reist), maar we hebben ook ontdekt dat hoogteziekte bij ons geen rol speelt. Kijk, we gaan die hoogtes zeker niet onderschatten, maar ik wed m’n roestige darmflora erop dat we de hoogtes ook niet meer gaan overschatten. Geluk bij een ongeluk dus: ik heb nu wel drie dagen de tijd gehad om uit te zieken, zonder dat onze planning in Huaraz volledig in het water valt. Thank god voor diarree!

Een kluizenaar verlaat zijn hol

De keuze is in elk geval gevallen op drie dagtrips. Door Geertje, wel te verstaan, en het gaat blijken of die keuze een goede is. We zitten aan het eind van het regenseizoen en dat betekent dat er elke dag nog wel regen valt, maar wel op heel voorspelbare momenten. Halverwege de middag, namelijk. Niet chill voor een meerdaagse trek, maar perfect voor dagtrips dus. Vroeg opstaan, begin middag klaar en wanneer de regen begint, zit je weer in de bus. Op dag één stappen we in ieder geval in het busje naar Laguna Llaca, een bergmeer op 4472 meter hoogte, nadat we weer ontbijten met ons prachtige uitzicht. Maar goed, 4472 meter, zo hoog zijn we in ons leven nog nooit geweest.

De tocht naar Laguna Llaca

Laguna Llaca ligt dichtbij Huaraz. Maar 24 kilometer. Toch is deze laguna niet populair onder de toeristen, omdat die 24 kilometer behoorlijk uitdagend zijn, naar het schijnt. En dan lopen we ‘m nog niet eens, maar zitten we in de bus. En inderdaad: als chauffeur moet je hier wel echt een rijbewijs voor hebben, zeg maar. De weg is de slechtste ooit, nog slechter dan die savanne in Los Llanos. Op sommige plekken is de weg naar boven serieus een stel losse, lukraak op elkaar gesmeten losse rotsen. Naast een rijbewijs heeft onze chauffeur gelukkig ook een paar stalen ballen tussen z’n benen en staan we in anderhalf uur (vierentwintig kilometer!) volledig ongedeerd bij een huisje in een werkelijk waar adembenemend mooie vallei.

Alsof dit nog niet genoeg was. Het uitzicht is zo grandioos en machtig omdat de bergen zo ontiegelijk groot zijn. En dan zijn we nog niet eens bij die lagune. Dat is niet zo heel ver, want we zitten nu al op 4400 meter hoogte, dus het klimmetje is minder dan 100 meter omhoog. We hebben niet voor niks voor Laguna Llaca gekozen: in twintig minuten zijn we al bij het bergmeer en na mijn drie dagen ziekte, moeten we maar makkelijk beginnen. Alhoewel makkelijk op deze hoogtes heel erg relatief is. Maar eerst even het uitzicht voordat we überhaupt begonnen zijn. Fe-no-me-naal.

De lagune

Twintig minuten later worden we getrakteerd op een van de mooiste uitzichten die we ooit hebben mogen aanschouwen. En ik weet het, ik gebruik deze blogs vaker van die superlatieven waardoor ik misschien wel wat geloofwaardigheid verlies, maar het is echt zo. Op zo onwijs veel vlakken overtreft Zuid-Amerika tot nu toe zo onwijs veel dingen. De natuur is een van die dingen. We lopen een hoek om en daar ontvouwt zich een gigantisch, sereen, episch meer met enorme bergen aan weerszijden. In de verte, helemaal achterin de lagune is een gletsjer zichtbaar, waarachter dramatisch de sneeuwwitte piek van de Ranrapalca, een berg met een top op 6100 meter, te zien is. Het is hier zo onbeschrijfelijk mooi en het moment dat je ogen de eerste keer zien wat ze zien, geloof je gewoon niet wat je ziet. Echt waar, dit is zoals we nog nooit gezien hebben.

Compleet uit het veld geslagen door de macht van de enorme Laguna Llaca lopen we links langs het meer op, terwijl we door twee viscacha’s, konijnachtige beesten die hoog in de bergen leven, vergezeld worden. We kunnen in onze arme knijpen tot we een ons wegen; dit tafereel is geen droom maar de realiteit. Ongelofelijk. En wat nog ongelofelijker is, is dat we dit bergmeer volledig voor onszelf hebben! Buiten ons is er he-le-maal niemand hier! Het is dan ook geen wonder dat we anderhalf uur lang wat leuke foto’s maken, wat langs de wanden en het water wandelen en lekker picknicken terwijl we het ijskoude water voelen. Alsof een sprookje waar geworden is.

Halverwege de middag zijn we weer terug en hoewel we dus niet veel gelopen hebben, is een beetje klimmen in die ijle lucht gecombineerd met het feit dat mijn lichaam natuurlijk nog niet helemaal de oude is, genoeg om de middag lekker te niksen in de gemeenschappelijke ruimte. Ik had het ook wel nodig, merkte ik. Geertje dendert nog even naar beneden. Boodschappen doen en Edgar dient betaald te worden, maar onze hosteleigenaar staat weer paraat met een zwoel verkoperspraatje over veel te dure tours, maar gaat zelfs op de emotionele tour: 'maar je kunt mij toch ook gewoon helpen door via mij de tours te doen?' NEE, WE HEBBEN AL!

Na de boodschappen gedaan te hebben, kookt Geertje weer eens vandaag. Voor het eerst sinds vier dagen dat we fatsoenlijk avondeten naar binnen werken. In combinatie met de vroege nachtrust een goede basis voor activiteit twee de volgende dag.

Op naar... iets in Huascarán National park

Weer staan we vroeg naast ons bed, want vandaag gaan we het een stapje moeilijker maken. We worden opgehaald en moeten van onze Edgar om 7:40 klaar staan, want de bus kan tussen 7:40 en 8:20 ons ophalen. Ruim geschat hè? Om 8 uur (valt nog reuze mee dus) zitten we achter in de bus die alleen maar Peruvianen kent met een gids die geen Engels spreekt. Dat wordt de oren dus goed spitsen vandaag, maar gelukkig is dat Peruviaanse Spaans best wel prima te volgen. Het is een lange rit zuidwaarts die we vandaag afleggen want we zitten, inclusief een halfuur pauze, drie uur in de bus. Waar we heen gaan? Dat laat ik nog even in het midden. Niet alles hoeft direct verklapt te worden, hé?

Thermale teleurstelling

Als we door de poorten van het Huascarán National Park rijden, maken we nog twee stops voor ons eindstation. De eerste van die twee stops is niet zo boeiend. Blijkbaar is er een klein thermaal bronnetje te vinden dat we kunnen zien als we een trapje aflopen. Die informatie was aan ons voorbijgegaan, dus wanneer we naar beneden lopen duurt het zeker anderhalve minuut voordat we doorhebben dat onze reisgenoten hun fotorolletjes op een klein bronnetje ter grootte van een putdeksel botvieren. En wij maar denken dat we voor de imposante vergezichten uitgestapt waren. Dat was overigens ook genoeg geweest voor ons, want net als gisteren is de natuur in Huascarán National Park weer overweldigend, groots, machtig en fantastisch.

Verfomfaaide bomen

De tweede stop is wel wat interessanter. Onderweg zagen we er in de verte al een paar groeien op de bergwanden, maar nu stoppen we bij een helling waar er een stuk of dertig bij elkaar groeien: de Puya Raimondi. Oftewel, de meest markante bomen die je ooit hebt gezien.


Normaal vergelijk ik van alles en nog wat met van alles en nog wat, maar met die Puya Raimondi weet ik het gewoon even niet meer. Een ananas met een indianenveer? Een palmboom die een handstand maakt? Je oom tijdens een kringverjaardag? Ik weet het niet. Wel weet ik dat-ie buitenaards, bizar en mooi is en dat deze tussenstop veel meer de moeite waard was dan die waterbron. En al helemaal omdat er drie schattige Peruviaanse vriendinnetjes van een jaar of vijftig/zestig met ons op de foto willen. Maar wat al helemaal de moeite waard is, is ons eindstation van vandaag.

Het hoogterecord van gisteren hebben we alweer verbroken wanneer we op 4800 meter hoogte op een dorre, verlaten parkeerplaats uit onze bus stappen. Naast ons stopt nog een bus: allemaal witte gezichten die uitstappen, vergezeld met een gids die de Engelse taal wél machtig is. Potver, dat had onze bus moeten zijn, want hoewel ik onze gids bij vlagen prima kon volgen, had hij voor zijn gidsenpraatje vandaag een compleet hoorcollege ingestudeerd. En probeer zo'n college maar eens te volgen als je een taal nog niet vloeiend machtig bent.

De laatste meters zijn de zwaarste meters

Maar goed, 4800 meter dus. Da’s echt keihoog, kan ik je vertellen. En we gaan nog hoger: in ongeveer anderhalf uurtje stijgen we voor het eerst in ons leven naar een hoogte BOVEN de 5 kilometer, want de hoofdattractie van vandaag ligt op 5100 meter. Hebben we dat record van gisteren één dag later alweer verbroken. Ik weet nog dat we op 3 kilometer op de Monserrate in Bogotá stonden te hijgen, maar echt waar: 5 kilometer is koek van een compleet ander merk. Alsof we door een rietje ademen, puffen en slenteren we het pad op. Een gevoel van benauwdheid, continu te weinig lucht, alsof je op de longafdeling thuishoort als patiënt. De omgeving is buitenaards: op 5000 meter is de wereld grauw, ruig en ruw, maar wel indrukwekkend. Evenals de staat waarin onze conditie gevoelsmatig lijkt te verkeren. Maar dat ligt niet aan ons hoor, we zijn niet alleen. Sterker nog, we lopen er een paar voorbij en de keuze om te paard naar boven gebracht te worden, laten we aan ons voorbij schieten. Rustig leggen we het pad af. Als de hartslag te hoog zit en de duizeligheid en hoofdpijn optreedt, luidt wachten en water drinken het devies. En dat rustig aan doen, helpt ons goed. Hoogte is maar een emotie, proberen we onszelf wijs te maken.

Halverwege de wandeling komt Geertjes droom uit: het begint te sneeuwen! Hardop juichend vergeet ze dat de lucht hier een stuk minder zuurstof verpakt en als een kind dat de kaarsjes op haar verjaardagstaart mag uitblazen zo blij, zwaait ze met haar nieuwe handschoenen door de lucht heen en begint ze sneeuwballen te maken. Zelfs al breekt ze zo meteen haar been: Geertjes dag kan nooit meer stuk.

El Glaciar

Na een uur openbaart zich daar opeens weer een nieuw wonderbaarlijk natuurfenomeen: nabij een gigantisch meer, ligt daar de hagelwitte Pastoruri-gletsjer. Net als gister vallen onze monden weer open van verwondering en verbazing. Dit was namelijk dat eindpunt van onze tour: een beeldschone gletsjer, wit van de sneeuw en een prachtig, mystiek lichtblauw in de kleine grotten die gevormd zijn. Het is simpelweg weer ongelofelijk hoe mooi de plekken zijn die we mogen bezoeken en – hoe vaak heb ik het al gezegd? – hoe divers dit continent is. Minder dan een week geleden stonden we in onze zwembroek op een surfplank. Nu staan we met onze nieuwe winterhandschoenen naar een gletsjer te koekeloeren. Mijn hemel, wat is het hier mooi.

Op de terugweg stoppen we weer dertig minuten bij een restaurant, waar wij onze bananen en bammetjes eten. Na nog een ommetje naar de supermarkt waar we ons dinertje bij elkaar shoppen en ook nog wat snelle energiebommetjes in de vorm van mueslirepen in de wacht slepen, keren we terug in het matige MariAndes Hostel. De hike van morgen is de topper van ons bezoek aan Huaraz, dus die energie, die zullen we nodig hebben. Lekker op tijd naar bed...

... maar niet voordat Geertje aasgierio de hosteleigenaar nog een keer afgewimpeld heeft! Nog één laatste keer komt-ie weer met z'n veel te dure tourpapiertje aankakken, maar bij Geertje is de emmer intussen behoorlijk vol. "YOU ARE TOO EXPENSIVE! USE NORMAL PRICES!" Aasgierio is definitief onder de duim gedrukt.

Het ajax van de drie daghikes

En dan zijn we nog niet klaar. We hebben nog een dag en die ene dag is voor de absolute, ultieme klapper van ons verblijf in Huaraz. Eén dag gewend aan de hoogte op 4500 meter bij Laguna Llaca. Daarna een korte wandeling op 5100 meter waarin je ervaart hoe het is om te wandelen terwijl je aan de beademing ligt en nu op dag drie (of eigenlijk dag zes) gaan we ons echt uit de naad werken. Een hike van 15 kilometer naar de azuurblauwe Laguna 513.

Door de keuze voor Laguna 513, kiezen we er ook voor de bekendste trek in Huaraz achterwege te laten. Ik hoor mensen die in Huaraz zijn geweest (zullen er wel niet zo heel veel zijn) al denken: waArOm gEeN LAgUNa 69!?!?1? Ja, Laguna 69 is een zware hike en een beetje de be-all and end-all van de hikes in Huaraz, maar daarom ook de meest toeristische. Ik weet het, Laguna 513, Laguna 69... niet de meest sexy namen. Het is een beetje alsof je Monica Geuze Vrouw 622 noemt. Het haalt toch een beetje de charme weg, maar daar kijken we maar even overheen. Gisteren deelden we die Pastoruri gletsjer al met behoorlijk wat anderen en Geertje stuitte op Laguna 513 op advies van Patrick, Geertjes Duitse vriend. Ook een bergmeer (duh, Laguna), maar dan met minder toeristen. Onder de tours die mensen aanbieden, zie je grappig genoeg geen Laguna 513 staan, maar die Laguna 69 wel. Rots in de Huarese branding Edgar bood ook geen Laguna 513 aan, maar na het vragen zei hij er wel heen te kunnen rijden. Laguna 513: minder toeristisch, nét wat zwaarder... dat spreekt wel aan. Nou, we gaan eens kijken of onze Duitse buurman gelijk heeft.

En dat blijkt-ie te hebben. ’s Ochtends stappen we het busje in om zes uur in de ochtend en we delen het busje met een Spaans koppel, twee Amerikaanse gasten en een Française. Voor we beginnen, maken we nog een stop in het dorpje Carhuaz. Ontbijten. Met de ziekte van de afgelopen week in het achterhoofd, werken we toch maar argwanend een Peruviaanse soep vol koolhydraten naar binnen. Koolhydraten die ongetwijfeld van pas gaan komen. Even later tikken we nog wat coca-snoepjes op de kop. Jazeker, gemaakt van de enige echte cocaïneplant! Hier dus op straat verkrijgbaar. Weet je nog dat ik in Bogotá een cocablad soldaat kauwde? Ja, nu zijn we dus in het gebied waar we dat spul dus gewoon in de etalages zien liggen. Puur natuur, geen drugs, maar bijzonder behulpzaam om effectief met hoogte om te gaan.

We vervolgen de route naar boven. Saillant detail: continu hebben we de Nevado Huascarán, met 6768 de hoogste berg van Peru, op de achtergrond. Als gids Edgar (die tijdens onze hike de hele dag lekker gaat tukken in z’n bus) ons bij het startpunt van de hike afzet, ontdekken we ook dat we deze hele dag de enigen zijn die bij Laguna 513 te vinden zijn. Maar als we beginnen aan de wandeling door een weide vol koeien en ezels die rechtstreeks uit een La Vache qui rit-reclame had kunnen komen, inclusief uitzicht op een fabuleuze bergketen, beseffen we nog niet helemaal hoe zwaar deze hike vandaag gaat worden.

Een goede start bij Mario Kart

We beginnen op 3480 meter hoogte. De lucht is dus al ijl, maar intussen zijn we al zo gewend aan de hoogtes dat dit voortaan kinderspel is voor getrainde longen als de onze, dus we schieten als raketten uit de startblokken, halen de Spanjaarden in en maken er een race van. “Je moet oppassen dat je geen blauw schild op je krijgt afgevuurd,” roept Geertje nog. Ik lach erom, maar uiteindelijk raakt dat blauwe schild ons wel in de vorm van een verkeerde afslag. De Spanjaarden halen ons in en we staan weer op plek twee.


Na de eerste kilometer, begint de klim. In totaal klimmen we een hele kilometer vandaag. Na die eerste kilometer vlak wandelen moeten we er nog zesenhalf en als je een beetje kunt rekenen, weet je dat één kilometer stijgen over een afstand van zesenhalve kilometer, behoorlijk steil is. We gaan niet zomaar steil klimmen: dat doen we allemaal boven een hoogte van 3500 meter. En dat voelen we. We lopen door een bos, kruisen via een geïmproviseerde boomstambrug een waterval, klimmen over rotsen en denderen tussen de koeien, ezels en de alpenweides gestaag door de hoogte in, terwijl we al die tijd door de mooiste bergwanden van inktzwarte rots en talloze watervallen in de verte omringd worden. Jongens, wat is het hier onbeschrijfelijk mooi, maar wat is dit tegelijkertijd ook zwaar!

Lang blijven we tweede en houden we de Spanjaarden in het zicht, maar rond 3900 meter hoogte slaat het noodlot toe. Buikkrampen! Ik kan wel een van die koeien tegen hun kop schoppen van de frustratie. Na twee topdagen, begint halverwege de zwaarste hike van ons leven die buikkramp weer op te spelen. We klimmen nog tevergeefs honderd meter hoger, maar dan moet ik echt stoppen om uit te rusten, een diarreeremmer te nemen en mezelf even te herpakken. Tegen een hoge prijs: plek twee moeten we afstaan aan de Frans-Amerikaanse equipe.

Laguna Yanahuanca

Na tweeënhalf uur beuken en sleuren tegen die berg op, zijn we op 4100 meter op een magisch mooi pauzeplekje: Laguna Yanahuanca. Ja, Laguna 513 is niet de enige lagune die we op deze route gaan zien, maar voorafgaand aan de top op 4492 meter, hebben we het voorrecht om een broodje te mogen eten bij deze prachtige uit de kluiten gewassen vijver! Het is hier zo sereen, zo rustig, zo mooi! Als de hike alleen naar dit punt had geleid, waren we al tevreden geweest.

Maar toch moeten we door. Het is belangrijk om niet te laat bij Laguna 513 te zijn, want dan komen die middagbuien weer en op deze hoogtes zit je dan midden in de wolken en da’s natuurlijk zonde. Dus we gaan door. Nog anderhalf uur. Nog 2,4 kilometer. Nog 400 hoogtemeters. En nu we boven de 4000 meter zitten, is dat echt onbeschrijfelijk zwaar. Want als de hike naar Laguna 513 om één ding bekend staat, dan is het wel om hoe godvergeten steil die is. Dat hebben we geweten. Maar niet te vergeten, de uitzichten bleven geweldig.

Ik heb me behoorlijk goed herpakt. Geertje heeft tot nu toe altijd al meer moeite gehad met de hoogtes dan ik en dat is ook nu merkbaar. We zigzaggen de rotsen op, slaan door de vermoeidheid geen acht meer op de nieuwsgierige koeien, hebben geen puf meer om fatsoenlijke foto’s te maken en Geertje vraagt wel 513 keer of we er al bijna zijn. We blijven gaan, stap voor stap. En dan is het precies één uur en dan zijn we er. Laguna 513. De euforie is enorm. Eén van de mooiste plekken waar we ooit geweest zijn.

Laguna 513

Wát een plek. Een unit van een bergmeer met water blauwer dan je je kunt voorstellen, aan alle kanten omgeven door steile, zilvergrijze bergwanden met als achtergronddecor de besneeuwde toppen van de Cordillera Blanca. Het is alsof we in een videospel zitten en er op ieder moment een megagrote eindbaas onder dat wateroppervlak vandaan kan komen waar ik met m’n zwaard de strijd mee aan moet gaan. Het is onwerkelijk. Het is magisch. Het is euforisch. En wat een trots voelen we dat we dit samen bereikt hebben. Een kilometer geklommen, ons helemaal de naad uit gewerkt en dan mogen we hier staan. Bij Laguna 513. Een plek waarvan maar zo weinig mensen het geluk hebben er te mogen zijn, maar wij staan hier gewoon. En dat is onbeschrijfelijk.

En we zijn alleen. Of ja, ons groepje is alleen. De turbo-Spanjaarden waren alweer op de terugweg, dus we zijn samen met de Française en de Amerikanen. Niemand anders. Niemand is hier. De hele dag niet. De hele trek niet. Niemand. Alleen wij, de koeien en de ezels. Dat maakt deze plek des te bijzonderder. 

De race voor zilver

Maar dan moeten we ook weer omlaag. De race zetten we voort. De Spanjaarden gaan ‘m winnen, want die hebben op de heenweg niet gepauzeerd bij het lager gelegen Laguna Yanahuanca ontdekken we later - de 'turbo'-benaming kan er dus weer af - dus we moeten het Frans-Amerikaanse trio voorblijven. Dat lukt aardig, want zoals altijd: afdalen is een stuk makkelijker dan stijgen.

Gedragen door de euforie denderen we als de Eurostar naar beneden, langs een volledig koeienkarkas dat we door een verkeerde afslag op de heenweg niet zagen liggen en nog één keer langs die mooie Laguna Yanahuanca. En bovendien, door de regen. We waren nét op tijd voor de middagbuien bij Laguna 513. Bij aankomst zagen we de besneeuwde bergen op de achtergrond nog, een halfuur later zagen we door de ingedaalde wolken de overkant niet meer. En nu omlaag, regent het dat het giet. Maar dat deert niet. De euforie is te groot.

Hoeveel moeite Geertje met de laatste kilometer naar boven had, zo makkelijk dartelt ze naar beneden. Eerlijk, waar ze dit vandaan heeft, mag Joost weten. Als Rudolph in de weide van de Kerstman. Of het nou fijne paden, gladde rotsen, losse keien of druiperige grassen zijn: ik houd Geertje gewoon niet meer bij en ze moet gewoon af en toe wachten totdat ik weer bijgesloten ben. Geen ramp: mede door haar ijver zijn we tien minuten eerder dan de Franse en Amerikanen bij het busje. Drijfnat op plekken waarvan we niet wisten dat we ze hadden, mede dankzij een verraderlijk stuk drijfzand in het weiland waar Geertje tot haar bovenbenen inzakt tweehonderd meter voor de finish, en ijskoud alsof we naakt door Lapland rennen. Maar wel de zilveren plak en een unieke, onvergetelijke ervaring rijker. Wat is de Peruviaanse natuur toch machtig.

Vet verbranden

Na twee uur klappertanden in de auto nemen we de lekkerste douche aller tijden, maken we een ravage in onze slaapkamer en gebruiken we de handdoeken (we hebben ze toch niet meer nodig en ook een beetje een ‘lekker puh’ voor de eigenaar) als dweil om nog enigszins iets van onze kamer te maken. En dan gaan we uiteten. Voor het eerst in Huaraz. En dat hebben we namelijk wel verdiend, want we hebben het even uitgerekend: we zijn vandaag tussen de 3000 en 4000 calorieën kwijt! En dat komt dan nog bovenop je standaardverbranding! Je zou er bijna elke dag zo’n hike van gaan maken.

Doei, Huaraz

En dan uitslapen. Of ja, dat is het plan. We moeten uitchecken om 10.00, maar Geertje heeft om wat extra uitslaaptijd en we mogen van aasgierio de hosteleigenaar wel een uurtje langer op één oor blijven liggen, maar gezien de vroege ochtenden de afgelopen dagen en het feit dat Klaas Vaak al tussen 9 en 10 zand in de oogjes kwam strooien, besluit de natuurlijke klok dat het voor zevenen alweer mooi geweest is met de nachtrust. Dan nog maar wat dom tegen het plafond kijken. Totdat de gekke Colombiaanse Fransoos op onze deur klopt. Gefrustreerd doe ik open en blij om zijn snor te zien ben ik allerminst. En dan houdt hij m'n paspoort voor m'n neus. Ik slik. Ik ben m'n paspoort verloren en deze gast heeft 'm voor mij bewaard, geeft 'm nu terug en bespaart mij een waslijst aan ellende. Wat voelen we ons allebei plotseling schuldig over de irritatie die we naar 'm hebben uitgesproken. Vrolijk dartelt hij de trap op naar boven. Het mag wel een aparte zijn, maar deze spring in 't veld doet eigenlijk geen vlieg kwaad. Sterker nog, hij heeft zojuist heel goed gedaan. Een lesje: waar maken we onszelf in godsnaam toch eigenlijk druk om?

Als bedankje trakteer ik 'm op een fles rode wijn. Het etiket verwijdert-ie en plakt-ie in een reisdagboek dat-ie heeft meegenomen. Of we er even wat in willen schrijven, vraagt-ie aan ons. Met angstvallig spijt over onze gedachtes, schrijven we met een glimlach een kort stukje in z'n boekje, waarna hij even vrolijk weer door de kamer springt en aanpapt met iedereen die binnenkomt. Tuurlijk, Colombiaanse Fransoos, laat mensen af en toe even hun ding doen, maar eerlijk: het ventje zou nog geen mug op de muur kapotslaan.

Onze tijd in Huaraz sluiten we af bij een knus pleintje waar we lekker gaan uiteten, maar wel nadat we ons lekker voorzien hebben van een Incamassage. Klinkt bijzonder, maar eigenlijk is het gewoon een full body terwijl ons hele lichaam afgezien van het gedeelte dat gemasseerd wordt, continu onder een lekkere, wollen, warme deken ligt. In een stadje waarvan de omgeving de mooiste is die we tot nu toe hebben gezien en waarin hiken de norm is, is er geen betere manier om de nachtbus naar hoofdstad Lima te betreden dan deze.

Reactie plaatsen

Reacties

Marianne
20 uur geleden

Onvoorstelbaar hoe mooi de natuur daar is.vde mooiste, grootste superlatieven kunnen niet beschrijven hoe fenomenaal het daar is.
Jammer dat je een paar dagen zo stront ziek bent geweest. Hopelijk blijft het nu voor de rest vd reis weg!
Dartele Geertje heeft dat van haar papaatje. Die heeft de weg door de kloof die we op Kreta gelopen hebben, wel drie keer afgelegd in de tijd dat mijn oude benen zo gehoorzaam waren om te klimmen en te klauteren.
Dank aan de Colombiaanse fransoos die jullie veel ellende heeft bespaard!