Los Llanos - Het leven van een cowboy

Gepubliceerd op 1 maart 2026 om 10:30

Met de ogen op standje deurkier doen we ons om half elf in de avond tegoed aan een plastic pizza die de alleraardigste mevrouw van het hostel en tevens held van de avond (koffie bij aankomst én super behulpzaam), voor ons besteld heeft. De pizza is met afstand de smerigste van deze reis (niet de smerigste ooit, die zagen we in Sapa, Vietnam, toch Guus?), maar op het moment dat de wekker diezelfde dag om 6 uur 's ochtends ging in San Gil en we ’s avonds om 10 uur pas in Yopal staan na lang wachten op busstations, wegafzettingen in de bus en eindeloos lange stops in nietszeggende dorpjes op de route, smaakt zelfs deze pizza van recycleafval als een vijfsterrenmaaltijd als je nauwelijks tot niets gegeten hebt. Wat. Een. Ontiegelijk. Lange. Rit.

Yopal

We zijn maar wat blij dat we dus een dagje in ons prachtige hostel kunnen bijkomen, want morgen begint onze vierdaagse tour door de oostelijke savannes van Casanare, een gebied dat compleet onbekend is bij de gemiddelde reiziger (er is letterlijk niemand die dit gebied kent, ontdekken we in gesprekken die we voeren met medereizigers) en op deze mooie zonnige dag doen we niet veel meer dan chillen bij het zwembad en genieten van een paar ijskoude Aguila’s.

Twee keer verlaten we vandaag toch het hostel. Allereerst voor de lunch, waar we tien minuten van het hostel vandaan een paar superlokale wegrestaurantjes bij het plaatselijke ziekenhuis vinden. Een lieve bouwvakker wil ons nog graag even brengen, maar we bedanken 'm vriendelijk omdat dit wandelingetje de enige beweging van de dag vormt. De geïmproviseerde tosti smaakt verrassend lekker, maar Geertje laat haar smoothie staan als ze ‘m half op heeft en tot de conclusie komt dat de smoothie met kraanwater gemixt is en tegen die bacteriën zijn die arme darmflora van onze aan niets gewende westerlinge buikjes niet bestand, dus we hopen na een halve smoothie dat de munt de juiste kant op valt. En ik? Gewoon een smoothie met melk laten mixen. Dan gaat er ook niks fout. 

Frappant stadje, dat Yopal. Een van de rijkste steden van heel Colombia, ontdekken we. Buiten het feit dat het de uitvalsbasis is om de savannes van de provincie Casanare te verkennen (wat dus bijna niemand doet) is er ook olie gevonden hiero. Resultaat? Yopal heeft nu net geen 200.000 inwoners terwijl de stad er in de jaren ’90 nog maar 20.000 had. Een vertienvoudiging! Als dat later maar niet zo gaat wanneer we aan kinderen beginnen.

Als we teruglopen en onderweg een zevental zwaarbewapende militaire vrouwen (vet random) tegenkomen, belanden we na een middagje zwembadlamballen in het centrum van Yopal. Hoewel het centrum niet aftands is, is het vrij doorsnee en is de eerdergenoemde rijkdom er nou ook niet echt aan af te zien. Die rijkdom zal vast meer in de buitenwijken te zien zijn. Wel zijn er – naast het feit dat we werkelijk de enige gringo’s in de hele stad blijken te zijn – veel straatjes met heel erg leuke restaurantjes. Hoef je ons geen twee keer te vertellen en we stranden na 35 minuten lopen bij een Mexicaan waar het eten top is. Een goede bodem voor de vroege nachtrust die we gaan pakken. Sterker nog: de ochtend erna is nog veel vroeger want om vier uur in de morgen staan we klaar om door Bart, Hanna (die we al kenden van het raften) en chauffeur Camilo meegenomen te worden naar Hato San Pablo, een boerderij diep in de wildernis, ver in de eindeloze vlaktes van de oostelijke savanne Los Llanos in de provincie Casanare.

De rit naar het wilde oosten

En dat is een lange tocht. Hanna, die bevriend is geraakt met een van de bewoners van de boerderij en als een soort van gids fungeert, vertelt ons vooraf dat we 12 uur in de auto zitten. Pfoe. Valt niet mee. Maar aanvankelijk lijkt dat wel mee te vallen! Luxe hadden we totaal niet verwachten, maar de terreinwagen van Camilo is van alle gemakken voorzien. Camilo crost ons met speels gemak over de verharde wegen en na een stevig ontbijt in het dorpje Caño Chiquito waar het meisje dat er werkt dolgraag met ons op de foto wil, blijkt ook het zandpad dat volgt geen partij voor Camilo’s hypermoderne jeep. Buiten dat is het geen straf om hier te rijden: Los Llanos is dé thuishaven van ’s werelds grootste knaagdier die we de hele route vaak genoeg tegenkomen: de capibara.

Wie zo’n beest nog niet kent, heeft iets gemist in z’n leven, dus doe je ogen maar te goed aan de schattige versie van een enorme rat: 60 kilogram en soms wel meer dan 1 meter lang. En we zien ze overal. Wat ons betreft worden de capibara’s de nieuwe lama’s en hebben we over een jaar of vijf capibaraknuffelboerderijen. Effe serieus, deze beesten doen heel de dag niks dan in het water liggen, zichzelf onder smeren met modder, eten en zonnebaden. Wat wil je nog meer?

Ondanks de capibara's, is de weg een lange eentonige: urenlang rijden we over onverharde wegen die ons alleen maar verder van de bewoonde wereld brengen. Savannes en vlaktes vormen een landschap dat compleet buitenaards lijkt in vergelijking tot de stranden van Cartagena, de jungles van Minca, de bergen van Bogotá, de kloven van San Gil en de woestijnen van Tatacoa – hoezo een divers land? We stoppen onderweg alleen voor een plaspauze en dat ontbijt in de vroege ochtend waar ik eerder over vertelde. In gebieden als deze waar er dagen aaneen fysiek hard gewerkt wordt, bestaat een ontbijt niet uit een boterham en een bakje kwark. Nee, we vragen plechtig om alleen een volle kom soep, want het bord dat Camilo om zeven uur 's ochtends weg staat te bunkeren zou een heel Nederlands gezin kunnen voeden. En dat als ontbijt!

Het lukt zelfs mij om vandaag goed in de auto te slapen! Met een rit van 12 uur knijp ik dan toch maar m'n handjes. Van Geertje zul je intussen wel weten of het lukt of niet. Als we niet slapen, hebben we de uitgelezen kans om ons reisgezelschap wat beter te leren kennen, terwijl we de uren maar wegrijden. We zien urenlang slechts sporadisch een boerderijtje langs de weg en geen enkel dorp totdat we, na acht lange uren (geteld vanaf ontbijtplaats Caño Chiquito) opeens La Hermosa binnenrijden, een dorp met zo’n 250 inwoners.

En daar begint de fascinatie van deze ongekend unieke trip al. Na uren aan open vlaktes en een horizon die slechts felblauw kleurt, doemt daar aan de Mesa-rivier die de provincies Casanare en Vichada van elkaar scheidt, opeens een gehucht op. Hoe is het toch mogelijk dat er hier, op zo’n plek, opeens mensenleven te vinden is? Blijkbaar is dat dus op de een of andere manier toch mogelijk. In het enige winkeltje van het dorp scoren we een paar ijskoude pilsjes en na een kort wandelingetje en het knuffelen van een kalfje die ergens naast een huis staat, ontmoeten we Sonia, de zus van de eigenaar van Hato San Pablo en Jaime, haar zoon, die in Yopal wonen en met de bus (lees: een soort pick-uptruck die in evenveel uur de achtbaanrit richting La Hermosa voltooit) vandaag hetzelfde traject afgelegd hebben. Zij komen ons ophalen voor het laatste stukje van de route die ons bij de hato moet brengen waar we de komende drie nachten gaan spenderen.

Het is maar een paar kilometer, maar dat duurt nog wel behoorlijk lang. Het laatste stuk naar La Hermosa ging door het losse zand al op het wandeltempo van een invalide, maar de laatste anderhalf uur van La Hermosa naar Hato San Pablo kent helemaal geen weg meer. En met helemaal geen, bedoel ik, naast een incidenteel bandenspoortje hier en daar, ook echt helemaal geen. Sonia zit voorin naast Camilo en terwijl Sonia af en toe links en rechts instrueert, knalt Camilo op een gegeven moment bijna pontificaal de struiken in! Die twaalf uren rijden beginnen ook onze chauffeur op te breken! Gelukkig is Sonia alert en schudt ze onze kameraad net op tijd wakker. Voor hen is het land natuurlijk bekend terrein, maar hoe je hier desondanks überhaupt weet te navigeren, is ons een raadsel.

Hato San Pablo

En dan zijn we er eindelijk. Joviale man des huizes Joaquin Rivera heet ons bijzonder hartelijk welkom en druk pratend leidt hij ons rond door zijn boerderij en er zijn luttele seconden nodig om te beseffen dat de komende dagen een van de meest unieke van ons hele leven gaan worden. Het is alsof Camilo’s auto een tijdmachine is en het ritje naar het verleden zo’n twaalf uur geduurd heeft, want afgezien van de stopcontacten en het wifi-modem, is het alsof we op een boerderij rondlopen zoals die hier honderd jaar geleden ook gestaan zou kunnen hebben.  Naast Joaquin heten ook zijn vrouw Laudi, werknemer Fredi, twee hele lieve hondjes en evenzoveel katjes ons welkom en de gastvrijheid die getoond wordt, is zoals we het werkelijk zelden in onze levens ervaren hebben. Wát een plek.

Wat is er nog meer zo bijzonder? Er lopen hier tig geiten, schapen, kippen, koeien, paarden, varkens en dikke ronde minikalkoenen (doe met die omschrijving wat je wilt) en de hele boerderij is op de rijst, het bier en de sigaretten van Jaime na, volledig zelfvoorzienend. Het vlees dat we eten? De koeien en de varkens. De vis? Gevangen in de vertakking van de Meta die achter de finca loopt. Het fruit? Uit een van de vele bananen-, limoen- of mangobomen die ook op het erf staan. En dan dat erf zelf. Enorm is een understatement. 3600 hectare grond heeft de familie tot hun beschikking. En dan geen massaproductie, maar eindeloze vlaktes waar de dieren op kunnen grazen. Biologischer dan San Pablo ga je het nooit, maar dan ook nooit kunnen krijgen.

Kennismaking

Nadat we onze hangmatten in het buitenstuk opgehangen hebben, de uitgebreide, volledig uit eigen boerderij afkomstige avondmaaltijd gegeten hebben en de twee afgestoten babygeitjes (zo zielig) en het te vroeg geboren kalfje van melk voorzien hebben, steekt Joaquin een kampvuur aan en komen de biertjes, marshmallows en de whiskey (met dank aan Jaime, die niet vies is van een beetje alcohol) tevoorschijn en de avond die volgt is er een om nooit meer te vergeten. Joaquin blijkt in de muziekscene van de Llaneros - zoals de cowboys in Los Llanos (de savanne in de provincies Meta, Vichada en Casanare, waar wij zijn) heten - een hoge pief te zijn. Met een stemvolume vergelijkbaar met de boxen van de mainstage van Tomorrowland brengt hij met zijn gitaar en zijn cowboyhoed prachtige, geïmproviseerde (!) liedjes ten gehore die het best te vergelijken is met een soort Spaanstalige country. Gelukkig woont er gevoelsmatig binnen een straal van honderd kilometer niemand anders hier, want eventuele buren waren er minder blij mee geweest. De beste man zei dat de buurman één uur te paard van hem af woont, dus dan weet je wel hoe ver het is. Ook Jaime kan er wat van: zijn stemvolume is een paar toontjes lager, maar weer veel gevoeliger. Uiteraard moeten wij er ook aan geloven en in het licht van het vuur en de volle maan aan de nachtelijke hemel van Casanare, zingen we even later uit volle borst Brabant van Guus Meeuwis. Hoe kan het ook anders. En de Colombianen? Die hebben ook de armen over onze schouders en blèren vrolijk mee. Dit gaan een paar heel erg bijzondere dagen worden.

Het boerenleven leven

Dat blijkt al wanneer we om zes uur naast onze bedden staan. Het boerenleven hé: de koeien moeten gemolken worden! Voor mij de eerste keer – althans, voor zover ik me kan herinneren -, maar Geertje trekt aan de uiers van de koe alsof het dagelijkse kost is.  Negentien melkkoeien heeft Joaquin. Gelukkig hoeven wij er maar eentje te melken, want Joaquin en Fredi staan al vanaf drie uur ’s nachts met hun klauwen om die uiers geklemd. Van één koe krijgen wij al verkrampende vingers: laat staan van negentien stuks. En ook daarna mogen we de lammetjes en het kalfje (super zielig deze lammetjes en kalfjes zijn afgestoten door hun moeder, dus geven wij ze maar alle liefde).

Met die melk doen Joaquin en Laudi weer van alles en nog wat: er wordt kaas van gemaakt, er wordt een of andere zure substantie van gecreëerd die aan de varkens gegeven wordt en hij wordt natuurlijk ook gedronken. Slechts minuten na het ontbijt hebben Laudi en Sonia alweer een uitgebreid ontbijt voor ons klaargemaakt. Echt hoor, je komt hier niks tekort: stevige, landelijke maaltijden vol koolhydraten die ervoor zorgen dat je buik net een iets te hard opgepompte voetbal wordt en het laxerende effect van de tinto’s die hier rijkelijk aangeboden worden, is dan ook behoorlijk welkom. Geertje zit doorgaans al na anderhalve cracker vol, maar gelukkig heeft ze het voor elkaar gekregen dat ze zelf haar porties mag bepalen. 't Is net een resort.

Montar a Caballo

En dan gaan we paardrijden. Joaquin en Laudy hebben een hoop paarden die door hun ontelbare weilanden rennen en er zijn er twee die ze voor toeristen zoals wij betrouwbaar genoeg achten. Kijk, ik heb nog nooit paardgereden dus ik heb sowieso geen idee wat ik doe en Geertje heeft nog een trauma aan de Shetlander die haar vroeger van z'n rug smeet. We zijn dus best wel op ons hoede.

Voor onze neus staan twee pezige beesten en hoewel ik nooit iets met paardrijden heb gehad: het zijn toch best wel indrukwekkende beesten. Geertje weet ondanks d'r trauma dus wel al hoe het moet en bestijgt Maceta, terwijl ik de basis aan het leren ben terwijl Fredi het touw vasthoudt en Bachaco, het paard dat mij wordt toebedeeld, begeleidt. Geertje loopt een paar minuutjes met Hanna aan het touw mee en draaft even later vol zelfvertrouwen door de wei heen. Ik moet nog even een mini cursusje doen en dan mogen we samen op pad met Fredi. Eerst laat ik me met touw begeleiden, maar lang duurt het niet want even later lopen we beiden los door de eindeloze velden die allemaal tot het terrein van Hato San Pablo behoren. Het is ongelofelijk: op een gegeven moment zien we de hato niet meer en kijken we uit over eindeloze vlaktes, welke kant we ook op kijken. En die Fredi: één avond eerder nog de stille kracht van de boerderij en altijd rustig genietend in het hoekje, maar nu brandt hij los. Honderduit vertelt hij over zijn familie in La Primavera, het dorp aan de andere kant van de Rio Meta die de provincies Vichada en Casanare van elkaar scheidt, over zijn liefde voor het leven op de vlaktes, over het paardrijden en over coleo, een bizarre Llanero-sport waarbij ruiters te paard een stier bij de staart moeten pakken en ‘m moeten vloeren (echt waar, zoek alsjeblieft naar beelden op Youtube). De trots voor de savanne en haar cultuur is als een kinderboek te lezen van het gezicht van deze cowboy. Geen telefoon, man te paard, cowboyhoed, revolver in z'n holster: hoe kun je hem anders omschrijven.

Rond de middag rusten we veel uit in onze hangmatten. Siesta houden, zeg maar. Belangrijk, want het is zomer in Los Llanos en het kwik tikt met behoorlijke regelmaat getallen bovenin de dertig aan en het is niet voor niets dat de dag van Joaquin om 3 uur in de ochtend al begint. Het leven in Los Llanos is prachtig, authentiek en rustig, maar ook hard, zwaar en vermoeiend.

Onder het genot van een kersverse watermeloen krijgen we te zien hoe ze hier kaas maken van de koeienmelk. Niks gaat verloren op deze hato, want al het afval dat overblijft, kan weer fungeren als voer voor de boerderijdieren. Ik ga verder met relaxen en Geertje doet nog even een middeleeuws handwasje tussen de kippen, lammetjes en varkens. Of de kleding brandschoon wordt, durf ik niet te zeggen, want het wasblok dient ook als snijplank voor het vis en het vlees. Ach ja.

En als je een paar uur in de hangmat toeft, heb je ook de tijd om na te denken. Om na te denken hoe bijzonder het is dat wij hier zijn. Hanna heeft een tijdje terug Jaime in Yopal ontmoet en het idee om buitenlandse toeristen uit te nodigen op de finca speelde al een tijdje bij Joaquin en Laudi. Jaime en Hanna raakten bevriend en Jaime deed het voorstel aan Hanna of ze wilde helpen bij het ontwikkelen van het toerisme voor de hato van zijn oom en tante. Een paar weken terug zijn Hanna en een vriendin van haar als eerste buitenlanders ooit naar Hato San Pablo geweest en wij, nu, zijn dus samen met Bart (en dus weer Hanna) de tweede groep buitenlanders ooit. De authenticiteit van deze plek is dus ongeëvenaard en aan alles merk je dat iedereen hier zo ontzettend gelukkig en vereerd is om hun bijzondere cultuur met ons te kunnen en mogen delen. De dynamiek tussen Joaquin en Geertje bijvoorbeeld: het is net alsof ik mijn opa daar zie staan. Hoewel ze geen woord van elkaar kunnen verstaan, zitten ze te ouwehoeren alsof ze elkaar al jaren kennen. ‘Mi amigo’  en ‘si, si’ zijn Geertjes oneliners (lang leve DuoLingo) wanneer Joaquin weer wat in het Spaans blèrt. Tussen knuffels en een boks geven zit dan weer geen taalbarrière.

Dat zit ‘m dus ook in de gastvrijheid van deze mensen. Die is werkelijk ongeëvenaard en er zijn geen woorden om uit te drukken hoe dat precies zit, want dat is echt iets wat je alleen maar kunt ervaren. Te gast op een boerderij, uren en honderden kilometers van de bewoonde wereld verwijderd, maar er zijn luttele minuten nodig om een gevoel te krijgen of je volledig thuis bent. Of ja, volledig thuis… iedereen staat er hier wel op dat we zo min mogelijk doen. Ik heb in alle vier de dagen geen enkele keer ook maar iets afgewassen. En ik heb het geprobeerd hé. Na veel kopjes tinto probeer ik zo onopvallend als mogelijk met mijn pontificale 1.91 meter naar de afwasbak te sneaken om m’n kopje af te wassen maar werkelijk elke keer staat daar Sonia of Laudy paraat om me op strenge wijze erop te attenderen dat ik hier absoluut níét af hoef te wassen. Qua materiele waarde hebben ze niet zo denderend veel op deze boerderij, maar aan liefde, geluk en levensvreugde hebben ze een overschot en zelden, misschien zelfs nog nooit, zijn we zo dankbaar dat we daar een gedeelte van mogen voelen, van mogen ervaren.

Over de meta heen

En dan gaan we na weer zo’n enorm stevige lunch de Meta-rivier op. Aan de oever staat kapitein Fransisco al te wachten, naast een hekwerk dat lijkt op de wachtrij voor de Piraña. Over piranha’s gesproken: die zwemmen hier dus ook, dus we moeten in het bootje blijven. En er zit ook een overschot aan kaaimannen onder het bruine wateroppervlak verstopt. Pootje baden kan je hier dus duur komen te staan. Wie hier ook zwemmen, zijn roze zoetwaterdolfijnen. Dolfijnen in een rivier. En ook nog eens roze! Het doel van de namiddag is al duidelijk.

En zo’n ingewikkeld doel is het niet want we zitten nog geen tien minuten op het water voordat de eerste toninas hun snuiten al laten zien. Wel moeilijk om ze fatsoenlijk op de foto te krijgen, want het water is zo troebel als een cappuccino, dus je weet nooit waar die beesten besluiten adem te gaan halen.

Even later meren we aan bij een drooggelegde zandbank in het midden van de rivier. Het is als een stukje Sahara-woestijn middenin de savanne. Komt omdat het zomer is en ’s winters is het waterpeil veel hoger, dus dan ligt die hele zandbank onder water. Wat we hier gaan doen weten we aanvankelijk niet, maar dat wordt al snel duidelijk als Sonia en Joaquin de rivier in springen. Maar wacht… hier zaten toch kaaimannen? “Nee, die zitten alleen op plekken waar geen stroming is”, wordt ons verzekerd. En die piranha’s? “Die bijten alleen als je een vinger bij ze in de bek steekt”. Ik kan niet zeggen dat we volledig overtuigd zijn, maar goed: go with the flow en do as locals do, nietwaar? Niet nadenken en gewoon zwemmen, klinkt het devies en even later laten we ons lekker door de stroming meevoeren in het heerlijke verkoelende water. Geertje wint een zwemwedstrijd van Bart en Joaquin tegen de stroom in (en verliest haar zonnebril) en ze juicht alsof ze goud op de Olympische Spelen heeft gehaald. Ze had verreweg de minste stroming omdat ze het dichtst bij de oever zwom, maar dat mag de pret niet drukken. Zoals al wel vaker het geval is geweest, lijkt het leven de afgelopen 24 uur met héél weinig omhanden weer even helemaal perfect. Zelfs als we op de terugweg zo’n driehonderd meter van onze badplaats een kaaiman in het water zien springen. Niemand is immers een vinger of teen verloren.

Bij terugkomst komt er nog een grote familie capibara's een kijkje nemen bij de boerderij. Hoe tevreden kunnen we zijn als mens? Nou, tevreden zijn we zeker, maar dan moeten we die honden wel weg houden. Eén van de twee honden heeft de bijnaam matanegra gekregen. Vertaling? De zwartendoder. Dat klinkt als een heel slechte racistische grap van Thierry Baudet in het Uil-van-Minervatijdperk, maar die capibara's zijn natuurlijk best donker (eerder bruin dan zwart, maar oké) en schijnbaar heeft matanegra het al vaak op capibara-babytjes gemunt. Met succes. Rustig naar de capibara's dus, geen hondjes meenemen en daarna lekker genieten van de zonsondergang met een pilsje in de koeienweide. 

Na een joekel van een diner (het zal je niet meer verrassen, vrij bijzonder overigens, popcorn met vlees en banaan) zijn Joaquin, Fredy, Camilo en Laudy en snel naar hun hangmatten vertrokken. Morgen begint de dag immers weer om drie uur ’s nachts en gisteravond hebben ze het bij het kampvuur al bont genoeg gemaakt. Met Bart, Hanna, Jaime en Sonia leggen we nog een kaartje (eenendertigen – voor de kenners – met net wat andere regels en Geertje komt als de grote verliezer uit de bus) en geven wij er ook vroeg de brui aan. Zes uur opstaan is weliswaar later dan drie uur, maar alsnog vroeg genoeg.

Melken, zingen, fruitbomen en de cultuur

Als je dacht dat die tweede dag al een bijzondere was, dan sta je er vast niet van te kijken dat we daar op de derde dag nog doodleuk een schepje bovenop doen. We melken wederom de koeien en vandaag krijgen we er een ongevraagde gratis les bij. Tijdens het melken moet er gezongen worden. Joaquin trapt vanzelfsprekend af en oreert weer luidkeels met z’n prachtige stem. Wij volgen natuurlijk, maar onze geïmproviseerde hitjes hebben met slechts de woorden ‘melk’ en ‘koe’ de vocabulaire afwisseling en kwaliteit van een gemiddeld spreekkoor in het Philips Stadion.

De negentien koeien zijn weer gemolken, de kaas is middels een bijzonder inventief hefboomsysteem alweer in de maak, het zware ontbijt is verorberd en er is alweer een kip uitgekozen die niet aan zijn noodlot kan ontkomen en geslacht wordt om tijdens de lunch opgegeten te worden en waarvan de organen mooi als aas voor het vissen (spoiler) kunnen gaan dienen. Met volle magen brengt Joaquin ons naar z’n fruitbomen, want ook daar staat z’n landgoed vol mee. Van mango’s tot bananen, van limoenen tot sinaasappels: aan fruit hebben Joaquin en Laudy geen gebrek, leren we terwijl Joaquin melancholische verhalen verteld over het opgroeien in deze streek met de kinderen van alle andere boerderijen. Over hoe de jongens altijd wilden paardrijden en met lasso's koeien wilde vangen en over hoe de meisjes altijd vader en moedertje wilde spelen. De jongens waren slim: ze begonnen met vader en moedertje, op voorwaarde dat de meisjes daarna als koeien fungeerden bij het paardrijden. Heerlijk. In de essentie blijven jongens mooi jongens en meisjes mooi meisjes.

Helaas worden alle prachtige, oude culturen in de wereld bedreigd door de alom aanwezige modernisering. Ook die llanero-cultuur van de oostelijke savannes. Meer telefoons, mensen die naar steden verhuizen, je kent het wel. En oh, wat is dat doodzonde en de melancholie is hoorbaar wanneer Joaquin vol trots en weemoed over zijn jeugd vertelt. Gelukkig wordt de llanero-cultuur sinds 2017, mede door Joaquins inzet, bestempeld als UNESCO Cultureel-immaterieel erfgoed, wat grofweg betekent dat er extern geld en moeite in het behoud van deze cultuur gestoken moet worden. Want culturen zoals deze mogen simpelweg niet ophouden te bestaan.

Na de wandeling buiken we nog een uurtje uit en springen we in Camilo’s jeep en zetten we koers naar de plek waar we gaan lunchen. Na een halfuurtje stuiteren, stappen we uit bij een riviertje waar Sonia en Laudi al snel beginnen met het voorbereiden van de lunch. Waar we precies zijn? Nog steeds ergens op het enorme landgoed van de familie Rivera. Hun land is onmetelijk groot.

Lunchen bij de riviervertakking

Sonia en Laudi staan met hun voeten in de rivier de kip die vanochtend geslacht is te ontleden. Bart en Geertje kijken geïnteresseerd toe: zou dit nou een kippendij zijn? En dit een kippenvleugel zoals die van de KFC? Bart gaat een stapje verder en vindt de organen wel interessant en vist zo de maag uit het karkas. Laat die twee maar heen doen; mij niet gezien. Terwijl Sonia en Laudi de kip voor de soep als lunch verder klaarmaken spelen wij op een geïmproviseerd veldje met takken als goals een potje voetbal. Geertje en ik krijgen Jaime, waar we het opnemen tegen Camilo, Hanna en Bart. Appeltje eitje: de techniek is er bij ons nog steeds en we delen een afstraffing van 10-4 uit, terwijl we de gehele wedstrijd ongevraagd kunnen genieten van het ongegeneerde geschreeuw van Jaime, die naast onze keeper ook dienstdoet als Spaanstalige commentator. Multifunctionele man, die Jaime.

Kleine waarschuwing: de volgende diavoorstelling bevat kippenmagen en andere ontleden kippenonderdelen en -organen. Heb je een zwak maagje? Scrol dan even verder! 

Na de wedstrijd ontspannen we wat in het water en maak ik de fout om dat in m’n onderbroek te doen. Ken je het merk muchachomalo? Nou, dat is het merk van m’n onderbroek en Jaime komt niet meer bij van het lachen als-ie dat voor het eerst op die tailleband ziet staan. Muchachomalo betekent dus slechte jongen. Een nieuwe bijnaam is geboren. Gelukkig smaakt de bouillon getrokken uit de vers geslachte kip er daarna niet minder om. Geertje moet wennen: die had de kip vanochtend voor de slachting nog kunnen aanwijzen, heeft nu de volledige ontleding gadegeslagen en nu ligt die kip in d'r soep. In IJsland heeft een bezoek aan een schapenboer haar al van het lamsvlees geholpen, maar met de kip gebeurt gelukkig voor haar niet hetzelfde.

Even later gaan we vissen. Er moet vanavond natuurlijk weer gegeten worden, dus een meter of vijftig verderop is Laudi de eerste die een koord met een haakje de rivier in slingert. Vissen hier gaat niet met een superdeluxe hengel van 500 euro, maar gewoon met een koord en een haakje aan het uiteinde en als aas gebruiken we stukken vis (de vissen die we vangen en niet lekker zijn, zijn dus aas) zodra de overgebleven kippenorganen op zijn. Zoals de Flintstones het ook doen, zeg maar.

 vissen

Laudy blijkt bekend te staan is grootmeesteres van het Llanero-vissen, want ze hengelt de ene na de andere vis binnen. Het is bizar, want mij lukt het geen enkele keer om er eentje aan de haak te krijgen, maar Laudy kan na een middagje de gehele Casanare-provincie van een maaltijd voorzien. Het zit hier werkelijk bomvol met vissen en er zijn slechts seconden nodig of je voelt al dat er getrokken wordt aan je haak en als je dat voelt, ben je onderhand al te laat want iedere keer als ik aan dat verdomde koord trek, is m’n haakje al weer leeg. Als ik Geertje vraag om te filmen wanneer ik weer een hopeloze poging doe, slinger ik zelfs m’n haakje achterwaarts de bossen in, tot hilariteit van Sonia die me daar vandaag en morgen vandaag nog vaak aan zal herinneren. Na het muchachomalo-incident, ben ik mezelf heel rap goed aan het verkopen.

Misschien vraag je je intussen wel af waar we dan precies op vissen, maar als je goed nadenkt, weet je denk ik wel waarop. Juist, piranha’s! Die hebben ze hier te over en het is maar goed dat we een halfuur terug niet te veel nagedacht hebben, want vijftig meter van de plek waar we nu vissen, lagen we zojuist nog in het water. Die vissen bijten alleen als je je vinger in hun mond steekt, hoor ik Joaquin nog zeggen. Net als gisteren, hebben we vandaag allemaal onze vingers en tenen nog intact, dus ik begin ‘m intussen steeds meer te geloven.

Geertje gaat het als echte visser een stuk beter af. Die heeft tweeënhalf keer (eentje weet nét te ontsnappen, zo’n tien centimeter voor de oever) succes. En de lol zit er goed in. Bart weet er ook een paar te vangen, Hanna slaat even over en ik geef de hoop op en lig verderop weer in het water. Geertje niet: zelfs wanneer Jaime, Camilo, Sonia en Laudi het wel mooi geweest vinden, blijft Geertje onverhoopt doorvissen. “Nog eentje, nog eentje”, zegt ze telkens als ze iedere keer weer luidkeels schreeuwend haar koord binnen hengelt wanneer ze beet heeft, alsof ze Joaquin bij het kampvuur is. Laat Geertje vissen en je hebt er de rest van de dag geen kind meer aan.

Nog één rondje te paard...

Bij terugkomst mogen we allemaal nog een rondje gaan paardrijden. Ik trap af op m’n oude vertrouwde ros Bachaco, maar deze keer is het niet Fredi die me begeleid, maar stapt patrón Joaquin zelf op de motor om in de weilanden voor me uit te rijden. Waar Fredi met z’n paard gewoon voor ons uit liep, weet Joaquin het gaspedaal van z’n motor wel te vinden en moet ik nog veel meer m’n best doen om Bachaco te beteugelen, maar als ik de spanning van me afgooi, galoppeer ik met Bachaco over de prachtige, uitgestrekte savannes van Los Llanos. Galopperen! Wat. Is. Dit. VET! Ik heb het gevoel dat ik wel honderd kilometer per uur ren en in mijn hele leven heb ik me nog nooit zo’n cowboy, of beter gezergd, llanero, gevoeld als nu. De wind door je haren, de eindeloze wildernis die zich tot aan de horizon uitstrekt en de warme namiddagzon op je armen… ware het niet dat het voelt alsof mijn edele delen met een staafmixer tot een cakebeslag vermalen worden, dan had ik dat nog de hele avond willen doen.

Omdat ik Bachaco meer moest beteugelen (hij wil immers instinctief achter die motor aan), geeft Geertje aan toch niet te willen rijden. De angst om onwillig in galop te gaan is te groot, dus gunt ze Hanna nog een rondje (Hanna blij), die na Bart nog de wei in mag, alvorens we tafelen voor ons laatste diner van deze onvergetelijke ervaring op het oostelijke platteland. Het wordt tevens de beste maaltijd: de piranha’s, waaronder de piranha’s die Geertje heeft binnen gehengeld, worden op overheerlijke wijze bereid. Laat me je vertellen: de piranha is een delicatesse die op je bucketlist moet komen te staan en Laudi hoefde me geen twee keer te vragen of ik het overgebleven piranhaatje ook nog baas wilde maken. Goeie vis, die piranha’s.

...en afsluiten met aguardiente

’s Avonds is het weer tijd voor een laatste kampvuur. Het laatste bier wordt geopend en de laatste pakken aguardiente, de plaatselijke sterke drank, vinden makkelijk een weg via de koffiekoppen waaruit we ze drinken naar onze monden. Jaime improviseert op zijn gitaar liedjes over Geertjes viskunsten, over mij (él monta a caballo, el muchacho malo) en ook over Bart en Hanna en Joaquin deelt met een lofzang die ons recht in het hart raakt zijn dankbaarheid dat hij ons heeft mogen ontvangen en zijn cultuur waar hij zo trots op is met ons heeft mogen delen. Joaquin, als je ooit Nederlands leert en dit leest: die dankbaarheid is van onze kant net zo groot. Want authentieker als dit, als tweede groep buitenlanders die ooit het privilege heeft gehad om dit landgoed te mogen betreden, hebben we het nog nooit gehad en gaan we het ook waarschijnlijk ook nooit meer krijgen.

Afscheid

We nemen een zwaar afscheid van Laudi en even later Fredi. Jaime en Sonia zijn weer na La Hermosa om terug te keren naar Yopal (die gaan we daar nog zien). We gaan de boerderij wel missen, zelfs het wc-gordijntje dat continu aan de kant waait als je effe rustig denkt te kunnen kakken, en maken nog even wat foto's om Hato San Pablo nooit meer te vergeten. Wij rijden ook naar La Hermosa en we volgen vanaf daar Joaquin die ons nog naar een paar laatste plekken brengt. Maar voor we La Hermosa bereiken, stoppen we nog even bij een vijver.

Wat is er zo speciaal aan deze vijver? Nou, hij zit vol met zeker een stuk of dertig kaaimannen! Over de vijver loopt een wankele, ogenschijnlijk overbodige brug (in de winter staat het water hoger en dan is hier een beek waardoor die wankele brug wel nut zal hebben) die in elkaar gezet lijkt te zijn door iemand met zes flessen aguardiente in z’n nek. Het is precies zo’n plek waar een piraat uit een tekenfilm z’n gevangene met een zwaard naar het randje dwingt, terwijl daar beneden dertig hongerige kaaimannen hongerig met hun bekken klapperen, wachten op een hapje eten. Geertje denkt nog even een anaconda te spotten. Die zitten hier dus ook, maar het blijkt een kaaiman met een andere kleur te zijn. We mogen dan wel op veel plekken gezwommen hebben de afgelopen dagen: deze vijver des doods gaat ons nét een stapje te ver.

Als we na La Hermosa nog even met Joaquin rondrijden en een aantal meren zien met prachtige watervogels (te zien op de foto's in de diavoorstelling hierboven), is het tijd om definitief afscheid te nemen. Het doet wel wat: de afgelopen dagen waren zo intens, zo bijzonder, zo uniek. We beseffen ons echt dat we onwijs veel geluk hebben gehad dat we dit hebben kunnen en mogen meemaken. Nogmaals: de dankbaarheid en de gastvrijheid die we ervaren hebben zijn met geen woorden te omschrijven. Onmogelijk. Het is hier zó ontzettend mooi en het was hier zó ontzettend bijzonder en als we ooit terugkomen in Colombia, durven we wel te stellen dat we hemel en aarde proberen te bewegen om nog een keer bij Joaquin, Laudi en Fredi terug te keren. Mensen die ons in kwestie van uren als familie en vrienden hebben laten voelen, mensen wier hart niet in woorden uit te drukken is, waar de gastvrijheid geen grenzen kent en waar het gevoel van warmte iets is zoals we nog nooit ervaren hebben. Als we nog een laatste foto maken en een laatste knuffel met de bijzondere Joaquin delen, is aan zijn rode ogen (hij zet maar snel een zonnebril op) af te lezen dat dat gevoel wederzijds is. Waarlijk een ervaring die we nooit meer gaan vergeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
2 dagen geleden

Hahaha, wat een verhaal weer 😄 en helemaal niet lang ofzoooo.
Een rit van 12 uur in de auto… verschrikkelijk, maar nog altijd beter dan die andere dollemansrit van jullie. En die capibara—wat een maf beest! Net een uit de kluiten gewassen cavia. Worden die eigenlijk gegeten? De 'normale' cavia wel weet ik.
En dan die “boerderieeee”… haha, die dikke ronde “minikalkoenen” — dat zijn dus gewoon parelhoenders, Nilis! Arme trommelvliesjes trouwens, met het stemvolume van Joaquin en de rest 😆. Als dat nu niet definitief naar z'n gallemiezen is..
En Niels… jij een koe melken. Dat had ook niemand ooit op z’n bingokaart staan. Arme koe.
Geertje, Pancho was hartstikke lief hoor! Die andere pony’s gingen er als een stelletje gekken vandoor, en ja… toen deed Pancho even een kontwipje en daar lag je ineens 😅 Het zijn wel kleine paardjes daar zeg, maar met zo’n westernzadel moet je echt moeite doen om eraf te vallen!
En dan varen op de Meta-rivier tussen piranha’s en kaaimannen… om vervolgens ook nog even te gaan zwemmen?! Dat is echt het niveau: afscheid nemen van het leven en denken “ach, laat ik gewoon meedoen aan Russische roulette” 😂
“Wij trekken ten strijde” zingen… in het Philips Stadion, Niels?! Heb je een klap van de molenwiek gekregen?
Laat dat kleine meisje lekker visjes vangen, joh. Jij hebt je avondeten zo toch al binnen 😜
En eh… hoe was de cake na het paardrijden? Zijn je edele delen nog een beetje intact gebleven voor het nageslacht? 😬
Maar serieus, wat een prachtig en onvergetelijk verhaal. Echt genoten van het lezen!
Dikke kus,
mama 💕

Opa en oma
2 dagen geleden

Een enorm lange maar supermooie blog!
'n brok in mijn keel... nostalgie, melancholie, noem maar op. Een onvergetelijke en unieke ervaring. Dat er nog plekken op de wereld zijn waar zo'n rust, eenvoud, plezier in werk, ontspanning en vrijheid is! Geen woorden voor verder...SUPER! Liefs van ons