San Gil, San Gil, San Gil. Wát een plek. Alweer!
Een bochtige weg brengt ons in San Gil en we zijn maar wat blij als we arriveren. We hebben een groot gedeelte van de tijd op onze telefoons zitten koekeloeren, en gedurende de vijf uur waarin we in de tweede bus zaten, onderschatten we beiden die spaghettislierten die de weg naar San Gil vormden. De maaginhoud is gelukkig in de maag gebleven, maar in het vervolg toch iets minder aan die schermen gekluisterd zitten op het moment dat we door de bergen heen moeten.
In San Gil staat Lee op ons te wachten. Geen afspraak, maar Lee is een oude Amerikaan uit Oregon die z’n overstap in San Gil gemist heeft, medegringo’s ziet en vraagt aan Geertje waar we heen gaan en of hij met ons een taxi mag delen. Natuurlijk Lee, stap maar in. Dat bespaart ons weer een hele euro. De taxi zet ons af bij Traveler Hostel en een typischer backpackerhostel dan deze ga je niet vinden, maar tegelijkertijd stormt Traveler Hostel met speels gemak de top 3 overnachtingen van deze reis binnen, terwijl we niet eens een privébadkamer hebben. Waarom? Dit hostel heeft namelijk alles.
We krijgen een rondleiding samen met Lee. We zien de keuken waar ook ontbijt voor vier euro de neus in elkaar geknutseld wordt, we nemen een trap naar boven waar een terras met spelletjes en een pingpongtafel te vinden is, er is een zwembad, een terras met hangmatten, een kring om een kampvuur heen, een werkplaats met een aantal stopcontacten… Traveler Hostel heeft het allemaal. En dat voor meer twintig euro samen! Dat ziet Lee ook, die zich in één van de gemeenschapsruimtes in een boek stort dat hij heeft meegenomen. Maar of Lee ook lang in San Gil zal blijven, weten we niet: San Gil is namelijk dé outdoorhotspot van Colombia en misschien zelfs wel van Zuid-Amerika en die broze oude botten van deze vriendelijke man gaan dat niet leuk vinden. Nadat Geertje een rondje gelopen heeft door San Gil voor een boodschap, oriënteren we ons maar even op de komende dagen.
Wat te doen?
Wat kun je hier dan allemaal doen? Abseilen, quad rijden, paragliden, bungeejumpen, kajakken, ziplinen, canyoning, buggyrijden, rotsklimmen… noem het allemaal maar op. Maar je weet het al: daar zitten ook prijskaartjes aan. Dus het wordt kiezen. Alsof je een kind in de Intertoys neerzet en hij mag maar één stuk speelgoed uitkiezen, alleen nu zijn wij de kinderen en is San Gil de Intertoys. Maar de activiteit waar San Gil bovenal bekend om staat – een activiteit die ik niet genoemd had in die opsomming hierboven – is wildwaterraften. San Gil is enorm bergachtig en er zijn vele valleien en rivieren die perfect zijn om te trotseren in een opblaasbootje. Hoewel er bij Geertje nog wat overhalen nodig was, gaan we dat hier dus sowieso doen.
We plannen meteen de rivier Suarez in. Je hebt drie rivieren waarop je kan raften. Je hebt de Fonce: de goedkoopste en de rustigste. Je hebt de Chicamocha – de duurste. En dan heb je Suarez. De ruigste. Makkelijke keuze dus: Suarez de ruigste, dat wordt ‘m. Het meisje van het hostel (wie zich kapot schaamt omdat ze ons per abuis in de verkeerde kamer had gezet) zegt wel dat die Suarez heel gevaarlijk kan zijn en er iedere dag bepaald gaat worden of er wel of niet geraft kan worden op die rivier. Oké, prima: dat betekent dus dat we een activiteit achter de hand houden: quad rijden.
Wat wordt het?
Het wordt quad rijden. In de avond begint het nog wat te regenen en het oordeel luidt dat de rivier te onvoorspelbaar is vandaag, dus tijdens het ontbijt bepaal ik (Geertje ligt nog op één oor) dat Suarez naar morgen verzet wordt (als-ie maar niet bijt) en iets na tienen zitten we in een busje naar Curití waar Juan Diego ons een uitleg geeft over de quad. Volledig in het Spaans, overigens, dus ik moet me nog gaan concentreren ook.
Geertje vindt het maar niks, dat quad rijden. Op het binnenplaatsje mag Geertje een oefenrondje doen en na twee keer goed schakelen en het vinden van de gasknop en de twee remmen, krijgt ze een fictief Colombiaans quadrijbewijs in de armen geschoven. Nog steeds is de zelfverzekerdheid nog niet op het niveau van een voldoende, dus ik mag beginnen en Geertje gaat achterop zitten. Drie keer quadrecht zal straks wel volgen.
Rijden maar!
En dat quadrijden is super! We rijden door het dorpje Curití heen en het duurt niet lang voor we op de zanderige en modderige bergweggetjes racen met prachtige uitzichten op finca’s, boerderijtjes en andere bergwoninkjes. Het stikt hier ook van de tabaksplantages en die zijn, voor ze in een peukie gerold zijn, nog wel beeldschoon om te bewonderen.
La casa del Conde
En dan staat daar een groot, verlaten pand voor ons: het Huis van de Graaf. Ooit in een ver verleden (zeker twee generaties terug) was de enorme haciënda waar we doorheen lopen het eigendom van de excentrieke graaf José María Rueda y Gómez. Naam is verder niet zo boeiend, maar dat was dus een rijke Conde (Graaf) die hier een enorme hut op de heuvel had staan, met meerdere keukens, een café, een badhuis, slaapvertrekken voor slaven en zelfs een heuse kerk. Vandaag de dag is het huis nog een ruïne en heeft het geheel wel iets griezeligs en huiveringwekkends. Leuk om even doorheen te lopen.
Geertjes beurt
Daarna probeer ik Geertje zover te krijgen om toch even op die quad te rijden. Immers, ze heeft haar rijbewijs in twintig seconden daar straks gewoon behaald, toch? Juan Diego doet zelfs een duit in het zakje door te zeggen dat er straks een fijn recht stuk is dat niet zo moeilijk is. Nou, perfecte plek om al die nieuwe skills in de praktijk te gooien, toch? ‘iListo!’ roept Juan Diego. Ik rijd een minuut of vijf en inderdaad: een lang, recht grindpad. Uitgelezen mogelijkheid om Geertje even het stuur toe te vertrouwen, niet wetende dat die wissel wel eens desastreuze gevolgen zou kunnen hebben.
Het begin gaat voortreffelijk. Ik kan honderduit filmen en Geertje houdt de quad moeiteloos op het pad, maar dat is ook zo makkelijk als het oplossen van een legpuzzel van negen stukjes. Bovendien, jullie weten ook dondersgoed dat ik dit verhaal niet zomaar begin en dat er natuurlijk geen fluit aan is als ik een verhaal zo lang aan het rekken ben terwijl de clue niet komt en de afloop helemaal goed is. Jawel, na ongeveer vijf minuten rijden, volgt het allereerste heuveltje van Geertjes rit. Het ALLEREERSTE heuveltje. Na de heuvel is er een flauwe bocht, een heel erg flauwe, naar links. En Geertje? Die stuurt gewoon helemaal niet! Ze zegt achteraf dat het stuur te zwaar was, terwijl ze 3 jaar in een Atos gereden heeft zonder stuurbekrachtiging. Geloof ik dus niks van en ze rijdt bijna frontaal de rechterberm in terwijl de quad naar links kantelt. Tijdens haar twintig seconden durende rijexamen op de quad, heeft ze ook geleerd dat je te allen tijde je poten op die quad moet houden. Geertje? Die gaat vrolijk met haar linkerbeen in het rond zwaaien terwijl we kantelen en rijdt met het achterwiel tegen haar onderbeen aan en het is een godswonder dat zowel kuit- als scheenbeen nog intact zijn. We zijn net niet volledig gekanteld en met de schrik nog in de ogen begint Geertje "NEE, NEE, NEE” te oreren. “Cambiar!” roep ik lachend. Ik zit weer voorop en ik zal het ritje zelf wel even afmaken. Dat lijkt me voor iedereen het beste.
Als we terugkomen en we afstappen, blijkt de schade er wel degelijk te zijn, want met de nodige zelfspot hinkt Geertje als een manke piraat met een houten poot door het binnenplaatsje heen. Alleen een ooglapje, een haak als hand en een papegaai op de schouder ontbreken nog. Als we binnen zijn, vraagt de vrouw bij de balie of het leuk was. “Muy divertido!” luidt mijn antwoord. Want leuk was het zeker: de wegen waren modderig, zanderig en slecht (en dus fantastisch voor een quad) en de uitzichten waren prachtig. Bovendien vond Geertje het achterop leuker dan voorop. Zodra we naar buiten lopen om op de colectivo terug naar San Gil te wachten, roept ze ons nog na: “iListo!”
Een aantal blogs terug (een stuk of zes alweer, denk ik, intussen) zei ik nog dat A la orden een beetje de Colombiaans-Spaanse equivalent van het Vlaamse allee is. Da’s fout. Dat neem ik terug. Overal horen we A la orden, maar wat we ook overal (en nog véél vaker!) horen, is listo. Ja, listo, dus. Iedere Colombiaan zegt altijd listo. Wat het betekent? Alles. Maar dan ook echt alles. Wil je een biertje? Listo. Gaat het goed? Listo. Gaat het slecht? Listo. Was het leuk? Listo. Was het stom? Listo. Wil je om 3 uur ’s nachts in een verlaten IKEA tegen de achterkleinzoon van Sherlock Holmes een potje badminton spelen, waarna de verliezer luisterend naar Bohemian Rhapsody tien keer een roltrap op en afrent terwijl hij non-stop in het Frans zijn CV opdendert? Listo!
Je kunt dus altijd listo zeggen. Net als allee. Dat zegt de medewerker van Traveler Hostel dus ook wanneer we bij terugkomst betalen en aangeven dat we morgen graag die Suarez-rivier op willen. We zijn rond tweeën weer terug en hebben nog even lekker de tijd om van ons prachtige hostel te genieten. Dat doen we bij het zwembadje, alvorens we even San Gil induiken voor een boodschap. Met veel dure activiteiten, lijkt het ons net als één dag eerder logisch om op de dinertjes lekker te besparen.
San Gil is overigens het eerste stadje dat we deze reis bezoeken. Tot nu toe bezoeken we dorpjes van minder dan 10.000 inwoners, of we gaan naar megasteden die meer dan één miljoen neuzen tellen. San Gil is dus de eerste middenweg! 60.000 Colombianen die San Gil hun thuis noemen. Het is wel een onlogisch stadje, dat San Gil. Ja, echt: een stadje van 60.000 in het dal van een steile vallei. Door het midden loopt de rivier Fonce (je weet wel, die makkelijkste, rustigste raft-rivier, maar als we over een loopbrug over de Fonce lopen, dan breekt het zweet ons wel een beetje uit wanneer we beseffen dat het geweld van deze rivier als ‘rustig’ bestempeld wordt) en aan weerszijden van de rivier is San Gil tegen de berghellingen opgebouwd. En dat is steil. De hellingen van de wegen lopen hier op tot wel 25%! Blij dat we hier niet hoeven te fietsen, maar het huwelijk tussen Geertjes manke poot en die steile hellingen, is ook geen gelukkige. Wel een prima, leuk centrumpje overigens. Een typisch Latijns-Amerikaans park-pleintje geflankeerd door een kerk en verderop een modern winkelcentrum dat weer een wat luxere flair heeft. Dikke prima.
Voor het eerst deze reis is het diner dat gemaakt wordt een teameffort van ons beiden. Bijna twee maanden heb ik de keuken met succes weten te mijden, maar op 26 februari dolf ik toch het onderspit en werd mijn hand in de groentekapsalon met kip van vanavond ook een keer zichtbaar. Het natuurtalent van Geertje bezit ik niet (gelukkig kan ik beter quad rijden), maar dan ben ik buiten mijn standaardfunctie als afwasser, ook een keer van waarde.
Nog voordat we goed en wel aan het koken zijn, moeten we een klopjacht op mijn scheerapparaat maken. Geertje zit nog wat te kloten aan die blogs, wanneer Peter - we weten z'n naam niet - eraan komt gewandeld. Of we een scheerapparaat voor zijn donzige baardje hebben. Peter was eerder Geertje al van dienst geweest, dus ze wilde 'm wel een wederdienst bewijzen, dus terwijl ik nog in de hangmat lig, komt Geertje me vragen of ik m'n scheerapparaat wil uitlenen. Ik ben van m'n a propos. Kijk, 't is toch best wel een gek ding om van iemand te lenen, zo'n scheerapparaat, toch? Verbluft door de vraag zeg ik maar ja, maar na anderhalf uur hebben we die trimmer tijdens 't koken nog steeds niet terug. Dan maar zorgvuldig dit hostel uitkammen en even jawel, even later weet Geertje de trimmer op een wc te vinden. Gelukkig wel goed schoongemaakt en geen haartjes van haan Peter (zo'n haantje de voorste was 't wel). Rare kornuit.
De Rio Suarez..?
De dag erna staat het raften op de Rio Suarez op de planning, maar de regenbui van gisteravond was een van de heftigere tot nu toe (oké, Minca is niet te overtreffen), dus ook op dag twee in San Gil is de rivier buiten zijn oevers getreden. We willen wel per se raften hier in San Gil (anders ben je er eigenlijk gewoon niet geweest) dus we gaan toch maar voor keuze twee: de Chicamocha. De duurste rivier, maar ook niet de ruigste. Op voorhand zou je zeggen dat de Rio Chicamocha dan keuze drie wordt, maar achteraf zijn we maar wat blij dat we geraft hebben op de Rio Chicamocha. We hebben die andere twee niet gedaan, maar toch kunnen we zeggen dat Rio Chicamocha wat ons betreft keuze nummer één is. Waarom? Dat ga ik je zo vertellen.
We zijn nu op het punt gekomen dat er steeds meer verrassingen binnen onze reis op beginnen te treden. Dat is leuk, dat heeft wel wat. Voor we gingen, hadden we Panama en de noordkust van Colombia al van top tot teen uitgepluisd, maar de locaties die wat verder van ons startpunt lagen, zijn dan ook wat onbekender in onze hoofden. Dat zeg je met Villa de Leyva dat ons compleet verraste of met de Ciclovía in Bogotá. En dat hebben we nu dus ook in San Gil, want die Chicamocha? Een van de mooiste plekken die we ooit gezien hebben.
Rio Chicamocha en de Chicamocha Canyon
De Chicamocha loopt namelijk door de op vijf na grootste kloof ter wereld. En kloven? Man, wat zijn die fenomenen immens, machtig en indrukwekkend. De grootste kloof vind je in Tibet, China en de tweede ligt in Nepal. Drie en vier vind je allebei in Peru (halleluja: waar ze liggen weten we niet, maar na de Chicamocha Canyon MOETEN we daarheen). Op het diepste punt kijk je twee KILOMETER naar beneden die kloof in. De Chicamocha Canyon is dus dieper dan de Grand Canyon. Dieper dan de FUCKING GRAND CANYON, mensen! Laat dat even bezinken. Echt waar: we wisten dat de Zuid-Amerikaanse natuur mooi zou worden, dat-ie imposant zou zijn. Op de pagina van Zuid-Amerika zei ik al dat het de regio is die mij het meeste aanspreekt, maar de natuur hier is alles wat we ervan gehoopt hadden en nog veel en veel meer. Verwachtingen worden eens te meer overtroffen.
Met duizelingwekkende uitzichten, met recht behorend tot de mooiste uitzichten ooit, worden we getrakteerd op een bakje koffie bij een restaurantje en op dat moment ontvouwt zich een van de meest toevallige momenten aller tijden. Na San Gil reizen we door naar het onbekende Yopal in het oosten waar een Nederlandse een tour leidt naar een Llanero-boerderij op de oostelijke savannes. Haar naam is Hanna. Drie keer raden wie we hier tegen het lijf lopen? Jawel: Hanna! En ook Bart, de jongen die ons gaat vergezellen, zit straks ook op de raft. Je kunt in San Gil honderd verschillende tours op honderd verschillende tijdstippen boeken en wij zijn op precies hetzelfde moment in San Gil en we kiezen ervoor op hetzelfde moment precies dezelfde tour te doen. Wat een toeval. Maar hoe mooi dat allemaal ook is; het uitzicht op de Chicamocha Canyon is nog veel mooier.
We stappen uit in een dal. Logisch, daar stroomt die rivier natuurlijk. We worden omringd door gigantische bergen. Niet zo hoog als in Bogotá of Salento, maar ze zien er wel veel en veel hoger uit, want het verschil tussen waar we nu staan en waar de top van die berg is, is veel groter dan we gewend zijn. Nogmaals: indrukwekkend. Evenals de temperatuur trouwens, want na het koele Bogotá en Villa de Leyva, is het alsof we weer in een frituurpan gestapt zijn hier in San Gil, want het kwik is op het heetst van de dag de 30 weer gepasseerd.
Irritante backpackers
Wij zitten op de raft in de groep met een Duitser en een Britse van wie we de namen niet weten en bij de Panamees Carlos en de Israëlische Assaf. En die Assaf… dat is me een aparte. Voordat ik naar het raften ga, wil ik nog even een pleidooi over irritante backpackers van wal steken. Gelukkig is het zo dat je die in Zuid-Amerika, zo hebben wij het idee, veel minder tegen het lijf loopt dan in Zuidoost-Azië (mede door het leeftijdsverschil, denk ik zo), maar je hebt een bepaalde groep backpackers die het geilste worden wanneer je ze naakt in een spiegeldoolhof plaatst. Assaf is er zo eentje. Als ik met ‘m aan de praat raak op dat koffieterrasje (daar met dat uitzicht, weet je wel) en hij geveinsd geïnteresseerd aan me vraagt waar ik allemaal geweest ben deze reis, weet ik slechts Capurganá en Cartagena over mijn lippen te krijgen voordat Assaf het verhaal kaapt als een Somalische piraat en nietszeggende, ongetwijfeld overdreven anekdotes (natuurlijk ook een over het witte goud in Colombia) begint te oreren. Hou alsjeblieft op! Als ik ‘m weet te lozen en het gesprek met Bart weet te hervatten, gaat Assaf midden in de groep staan en doet hij een HANDSTAND. En dan blijft-ie op z’n kop staan. Geen aankondiging, geen waarschuwing, helemaal niks, hé? Niemand die 'm vraagt van 'goh, Assaf, kerel, kunde gij een handstand of nie?' En dan staat-ie daar, op z’n handen en iedereen heeft zoiets van oké, wat ben je aan het doen? Dat vraagt iedereen zich hier af. Zoiets snappen wij dus echt niet. Dan ben je in een groep onbekenden en dan ga je ongevraagd jezelf in de hoofdrol plaatsen. Waarom denk je van goh, laat ik te midden van deze groep mensen die ik nog nooit gezien heb, opeens een handstand gaan doen. En dit, lieve mensen, dit soort mensen kom je onevenredig vaak tegen op een backpackreis. Sociaal-emotionele leeghoofden die zichzelf nog veel interessanter vinden dan het land dat ze bezoeken en de locaties van de plekken die ze bezoeken, gebruiken als verlengstuk van hun eigen identiteit om vervolgens naakt in dat spiegeldoolhof nóg geiler van hun eigen spiegelbeeld te kunnen worden.
Raften moet de hobby van iedereen zijn
Rant over. Raft begins. Zodra we het water opgaan (het begin is rustig), leren we eerst even wat basisvaardigheden, van simpele zaken als het peddelen zelf, tot wat te doen wanneer we het water in vallen, hoe elkaar te helpen en wat te doen als we op een klif of rotspartij af varen. Vrij eenvoudig, zo lijkt het tot dusverre. We kunnen aan de 18 kilometer van de Chicamocha die we gaan trotseren, gaan beginnen.
We zijn omringd door de allermooiste natuur op een woeste rivier waarvan het water alle kanten op klotst, kolkt, gutst en beukt. Dit is dus waarom die Chicamocha het duurste is: geen raftroute is langer dan deze in San Gil dus we zitten lang op het water, maar we worden ook nog eens getrakteerd op de mooiste, meest dramatische decors op de achtergrond die je je maar kunt voorstellen. Ongetwijfeld de mooiste omgeving van de drie raftingrivieren die je in deze regio hebt. Op gepaste afstand. En dan dat raften zelf: ook geweldig. Toegegeven; hoewel je helemaal vol zit van de adrenaline, ziet het er van buitenaf wel nog nét een stukje ruiger uit dan dat het op de boot voelt (gelukkig hebben we dan niet voor pussy-rivier Fonce gekozen). Onderweg stoppen we kort voor het nuttigen van wat vers fruit, springen we nog een keer van een zes meter hoge rots af (zelfs Geertje met haar hoogtevrees wordt door de groepsdruk geveld, maar de tien dorpen verder horen ze haar geschreeuw nog) de razende Rio in en zijn er twee stukken van een paar honderd meter die rustig zijn die we dobberend in het water doorbrengen. Waar ik overigens bijna mijn knieschijf verbrijzel aan een van de rotsen in het water, waarna ik onmiddellijk weer weet waarom Sebastian (de hoofdgids en de kapitein van onze raft) ons op het hart drukte dat we te allen tijde horizontaal moesten blijven liggen wanneer we in het water liggen.
Van de drie groepen is ons groepje het beste groepje. We kantelen nooit en niemand van ons valt van de raft af. Of ja, Assaf doet vijf keer net alsof hij zich ternauwernood weet te redden, maar iedereen met een beetje inschattingsvermogen weet dat hij op die momenten net te lang niet de spotlights op zichzelf gericht had, dus hoewel hij het zelf graag wil: aandacht besteden we niet aan z’n gedrag. Van een andere boot valt iedereen wel een keer en de derde boot kantelt zelfs twee keer volledig waarna onze reddingsskills dus getest worden en we onze peddels uitsteken als ware het reddingsboeien. Maar goed: team Sebastian is dus simpelweg het beste team. We baalden dat het voorbij was, want was dit vet zeg!
Nagenieten in Jordán
Na zo’n drieënhalf uur (!) op die raft, stappen we uit in het dorpje Jordán. 34 mensen wonen er in Jordán. Da’s bijna niks, maar geen reden om geen plein, kerk en restaurant-bar in het dorp te hebben. Op het boventerras wordt in de namiddag een overheerlijke lunch voor ons verzorgd en zijn we met z’n allen aan het nagenieten: wat een unieke, bizarre ervaring in zo’n onwerkelijk mooie omgeving. Het is al één ding om in zo’n immense omgeving te zijn waar je je als een mier in New York voelt, maar het is iets compleet anders als je zulke indrukwekkende natuur mag ervaren door te raften, iets wat voor ons beiden de allereerste keer was. En dan kom je opeens in Jordán, pittoresk te midden van de reuzen van Chicamocha. Klein en onbeduidend, maar niet onder de indruk van het natuurgeweld dat ze omsingelt. Ik heb het al vaker gezegd, maar ik zeg het weer: de charme van Colombiaanse dorpjes is bijna niet te evenaren.
Alcohol achter het Colombiaanse stuur komt trouwens ook niet zo nauw. Sebastian is de bijrijder en haalt wanneer we Jordán uitrijden een biertje voor zichzelf en de chauffeur. Ach, het is maar een hobbelige bergroute met kuilen als meteoorkraters, toch? En wie komt er in deze contreien nou achter dat ze alcohol achter het stuur drinken? Hier komt toch geen politie? Fout. Vijf minuten later worden we al door een patrouillerende politieauto gepasseerd. Sebastian en de chauf? Ze heffen hun fles en PROOSTEN richting de politieagenten, die lachend terugzwaaien! Dit gaan we in Nederland maar niet proberen, of wel?
Rustdag
Die avond slapen we vroeg en goed, want het is stiekem toch vermoeiend om drieënhalf uur op zo’n rivier met zo’n peddel in je hand te stieren. We hebben nog een laatste dag in San Gil, maar hoewel er nog genoeg activiteiten te doen zijn, maken we er een rustdag van. Rio Chicamocha was aanzienlijk duurder dan Rio Suarez en alle activiteiten hakken flink in de portemonnee. Ik heb Geertje (zelfs na filmpjes van de Panamese Carlos) niet weten te overtuigen van een bungeejump (maar we hebben wel stappen gezet, dus ooit gaan we dit doen is mijn overtuiging) en activiteiten als canyoning, paragliden en abseilen zijn op meer plekken beschikbaar, dus die bewaren we. Ook heeft Geertje een flink blauw been door haar quadongeluk en was ze al lang blij dat ze het raften mee kon pakken. De zelf gestelde diagnose met behulp van internet luidt een zweepslag en ervanuit gaand dat dat klopt, besluiten we lekker uit te rusten en het lot niet verder te tarten.
Dat gezegd hebbende, is het geen ramp om een dag bij het fantastische Traveler Hostel te chillen. We zwemmen wat, we maken die mango Tommy die we in Bogotá kochten nog soldaat, liggen in de hangmatten, spelen potjes tafeltennis (2-1 voor Niels, (ook voor de tweede keer ooit dat ie gewonnen heeft groetjes Geertje)) en kletsen wat met de Amerikaanse senior Lee, die de adrenaline zoals verwacht niet heeft opgezocht maar de afgelopen dagen heeft rondgebracht in het rustige plaatsje Barichara. Klonk wel leuk, ware het niet dat de andere activiteiten ons toch net wat meer aanspraken. Daarnaast ben ik een nieuw leertraject in gegaan: vlechtjes maken. Zie hier ook het ronduit abominabele eerste resultaat.
De afsluiting
Toch gaan we nog wel eventjes het hostel uit, want we hebben nog niet gegeten buiten de deur en de afspraak was dat we dat op iedere locatie sowieso één keer zouden doen. We trekken dus het kleine centrum in en doen voor het eten ook nog wat boodschappen. Soms loop je tien winkels in zonder dat je vindt wat je wilt, maar vandaag lopen we twee winkels in en vinden we bijna alles van de boodschappenlijst die al twee weken in ons achterhoofd zit en wordt het lijstje na het shoppen gereduceerd tot slechts ‘sokken voor Niels’. De topaankoop van vandaag zijn de nieuwe slippers van Geertje, die ze al sinds Cartagena moet missen. Het kan soms opeens allemaal goed vallen.
In het oude centrum raken we niet onder de indruk van het voedselaanbod, maar in het nieuwere winkelcentrum aan de andere kant van de Rio Fonce, wordt onze zoektocht beloond met twee van de allerlekkerste hamburgers die we deze reis hebben mogen verorberen. Het is zaterdag, dus in het hostel is nog een feestje gaande. Geertje blijft op de kamer en ik pik vanuit de hangmat en het kampvuur nog wel wat van de sfeer mee, maar geef er daarna ook snel de brui aan. De wekker staat namelijk om half zeven morgenvroeg en misschien wel belangrijker: met bijna vijftien uur is de reis van San Gil naar Yopal die morgen plaats gaat vinden, met afstand de langste tot nu toe.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een ervaring geweldig en Geertje beterschap met je been Niels laten masseren dan komt het goed en wens jullie nog een fijne reis toe
Dankjewel Piet!
Elke euro is een euro — lang leve die oude Lee. 😄
Met al die activiteiten is het kind in de snoepwinkel inmiddels doorgelopen naar de speelgoedwinkel.
Quadrijden was nooit echt Geertjes favoriet, maar wat een leuke foto van jullie samen op de quad. 🥰 Al moet ik zeggen: als je je rijdende koekentrommel al eens in de sloot hebt gekregen, dan moet dat met een quad natuurlijk ook kunnen. Ik heb keihard zitten lachen.
En die puzzel van 9 stukjes… bleek gewoon een Jan van Haasteren van 2000 stukjes. Kleine misrekening. 🤣
Gelukkig heb je je trimmer teruggevonden Niels anders had je over een paar weken zelf niet meer geweten wat je voor- of achterkant was.
“Alsof we in een frietpan zijn gestapt” — ik ging stuk. 😂 En Assaf, van zijn ego kreeg ik echt buikpijn van het lachen. Ik zie je gezicht al helemaal voor me daar ter plekke.
Beterschap met je been Geertje! Zorg dat je over twee weken weer fit bent als ik kom.
Dikke kus,
Mama 💋
Dankjewel🥰. Hey hey hey dat soort dingen moet je niet verklappen. 🤪
Mooi dat we je hebben kunnen laten lachen.
Komt goed. Zorgen we voor xx
Spannende blog zeg! 2 heel pittige activiteiten quadrijden en raften. Natuurlijk een spannende ervaring en tegelijkertijd oog voor de overweldigend mooie natuur!
Hopelijk is je been weer beter Geertje!
Prachtig Niels, jouw ergernis over die Assaf! Bij dit lezen heb je diecreis van 15 uur er al lang en breed opzitten en stapelenstapelen de nieuwe belevenissen zich al weer op! We zien er naar uit...
Wat een activiteiten daar in San Gil. Moeilijk te kiezen lijkt me. Gelukkig kunnen gevaar en portemonnee de doorslag geven.
Nog eventjes en je kunt je eigen haren vlechten Niels!🤣
Wat een ontzettend mooie foto's van het raften. Om jaloers op te worden.
Daarnaast ook nog dikke pech Geertje! Hopelijk is Niels er nu van overtuigd dat quad rijden echt, echt, echt niet jouw ding is. Laat hem voortaan maar rijden en geniet jij over zijn schouder mee.
Wat die slippers betreft: Wéér een familietrekje. A. moet ook iedere vakantie nieuwe kopen. Ze zal ze niet snel vergeten mee te nemen maar die dingen slijten zo snel als je er dag in dag uit mee loopt.
En die Assaf: dorpsgekken heb je overal! Hij staat op zijn handen in Colombia, in Moskou zit er een op de Rode Plein en wat kilometers ten noorden van jullie zit er een in zijn ovalen kantoor! Stelletje narcisten maar ze hebben wel de aandacht of het nu positief of negatief is.
We kijken uit naar de volgende bladzijde van jullie avontuur! Beterschap meis!