Yopal & Bogotá - Een alcoholvrije afsluiting

Gepubliceerd op 7 maart 2026 om 17:11

Yopal

De terugreis

Na het emotionele afscheid met Joaquin hebben we al ruim anderhalf uur in de auto gezeten en moeten we nog een dikke tien uur in het bakbeest van Camilo afleggen. Ja, dat is veel, maar zoals al vaker deze reis is gebleken, is de mentale flexibiliteit van de mens niet te onderschatten. En hoe kan het ook anders: ook op de terugweg rijden we langs de mooiste watervogels, waaronder een unit die voor ons ook wel als struisvogel door had kunnen gaan, en hordes capibara’s die het zonnebaden werkelijk tot moderne kunst verheven hebben. Op de lijst van ‘dieren die ik wel had willen zijn’ (wie heeft zo’n lijst nou niet paraat?) is de capibara in vier dagen tijd toch wel de snelst rijzende ster geworden. Zwemmen, eten en zonnen, zonder natuurlijke vijanden. Dan is het leven compleet, toch?

We stoppen na dik negen uur rijden in Caño Chiquito. Ken je het nog? Dat plaatsje waar we op de heenweg ook stopten voor een ontbijtje rond zevenen? Nu is het middag en worden we bij het stoppen niet abrupt uit onze verlengde nachtrust getrokken, dus lukt het ons ook om het dorpje wat beter waar te nemen en we komen tot de conclusie dat dit ook weer zo’n compleet gekke plek is. Eén hoofdstraat die lijkt op de zandbak uit de speeltuin, een stuk of drie mammoeten van vrachtwagens die  aan de zijkant geparkeerd staan en een paar wegrestaurantjes. Nee, Caño Chiquito stelt nog geen kapotte fluit voor, maar het is wel het laatste dorp dat je vanaf Yopal tegenkomt voor je de eindeloze vlaktes van Los Llanos op rijdt en dan is het ook niet gek dat iedere trucker, boer of andere reiziger hier nog even stopt voor een goede bodem. Dat doen wij dus ook. Maar dan op de weg terug. Tijd voor empanada's!

We rijden nog een kleine drie uur naar Yopal en da’s best gek. Waarom, vraag je je af? Nou, dat ga ik natuurlijk uitleggen. Tik Caño Chiquito maar eens in op Google Maps en laat ‘m een route vormen naar Yopal. Qua kilometers is die route ongeveer net zo lang als die van Caño Chiquito naar de hato van Joaquin en Laudy, maar daar hebben we negen uur over gedaan. Snap je nu wat ik bedoel met hoe ongelofelijk slecht, afgelegen en ruig de route oostwaarts was?

Sushi

In Yopal, nemen we afscheid van Camilo in het huis van Jaime en Sonia, checken we in bij een prima hotel en maken we ons klaar voor een avondje sushi eten met Jaime, Hanna, Sonia en Bart, de vier mensen van wie we nog geen afscheid genomen hebben. Het is vrijdag en het stadje zelf is op vrijdag opeens een stuk drukker dan dat het op maandag was op de avond voordat onze memorabele trip naar Los Llanos begon. Eens te meer een bijzonder waardevolle avond met net zo’n bijzondere mensen. Het afscheid nemen gaat door en we zeggen vaarwel tegen Jaime en Sonia en zelfs de doorgaans stoere Jaime weet zijn rood geworden oogwit niet te kunnen verbergen.

Van Bart en Hanna nemen we nog geen afscheid, want die zien we nog in Bogotá. Bart neemt de nachtbus en Hanna zien we de volgende ochtend toevallig ook nog even op het busstation van Yopal, maar we gaan een andere kant op. Hanna stopt nog even in Tunja, wij knallen via de bergwand zuidwaarts naar Villavicencio, vanwaar we de Andes weer in denderen richting Bogotá. Onze laatste stop van onze reis door Colombia. Jeetje, we kunnen er bijna een traantje om laten, want dit land heeft alle verwachtingen op werkelijk waar ieder vlak weten te overtreffen.

Bogotá

We checken in Bogotá in bij La Casa de las Plazas, een hostel midden in de populaire wijk La Candelaría. Ik neem aan dat iedereen nog wel weet wat La Candelaría is en zo niet: dan moet je de vorige blog van Bogotá nog maar eens doornemen. De moeite waard. Maar ja, dat zijn ze allemaal als je het mij vraagt. Maar goed, dat hostel: niet het fraaiste hostel aller tijden, want de gemeenschappelijke ruimte lijkt wel een begraafplaats en Geertje raakt na de eerste nacht in een intens gevecht verwikkeld met een of ander onidentificeerbaar reuze-insect in de badkamer, maar we hebben wel een warme douche, een zijdezacht bedje en een heel erg lieve hostess die op ieder tijdstip van de dag de voordeur openmaakt door met een mondkapje uit haar raam te hangen als we van buiten aanbellen om weer naar binnen te mogen. Lief.

De voetjes van de vloer

Die eerste avond in Bogotá maken we kennis met een stukje super bekende cultuur van Colombia die we eigenlijk tot nu toe ontlopen hebben. Wat? Wij? Cultuur ontlopen? Ja, inderdaad, ontlopen. We zitten namelijk in een salsabar. Voorafgaand aan onze reis zeiden we nog fier wel even een paar salsalesjes te gaan ondernemen, maar toen we eenmaal voet aan Colombiaanse grond gezet hadden en even hadden gereflecteerd op onze motoriek die misschien wel het best te vergelijken is met die van twee pasgeboren kalfjes, zijn we stilletjes die salsalessen steeds meer voor ons uit gaan schuiven. Het resultaat is dat we tijdens de op één na laatste avond in Colombia (hallo, zesenhalve week in de land!?) nog steeds geen salsales gedaan hebben. Shame. On. Us. (Toegegeven: Geertje heeft al vaak naar salsalessen gezocht, maar ik deed er een beetje knorrig over.)

Vanavond komt in onze salsaervaring geen verandering, maar we zijn wel lekker aan het observeren gegaan. Samen met Bart en de Franse Flor en Colombiaanse Valentina belanden we in het hartje van La Candelaría in een salsabar en het is fantastisch om te zien wat daar gebeurt. Een livebandje vult de gehele ruimte met de meest swingende salsamuziek en iedereen staat te pas en te onpas op om tussen de tafels salsa te gaan dansen! Bart, Flor en Valentina hebben duidelijk meer kaas van de salsa gegeten dan wij en het is toch wel jaloersmakend om te zien dat zij zich wél in dat dansje verdiept hebben terwijl wij stoïcijns aan tafel moeten blijven zitten omdat we anders hoogstwaarschijnlijk alleen maar de glazen van de tafels om ons heen af zouden beuken. Wel zijn we tot de conclusie gekomen dat we spijt hebben nooit een salsales gedaan te hebben, maar van spijt komen ook goede voornemens: als we straks in Peru zijn, gaan we in Lima op zoek naar een dansschool. Wellicht niet in het hol van de leeuw, want Colombia mag dan wel een patent hebben op die salsa: het is natuurlijk ook niet de enige plek waar je de voetjes van de vloer kunt doen.

Bogotá sin alcohól

Die hele avond brengen we trouwens door zonder ook maar één druppel alcohol in te slikken. Goed van ons, hé!? Nou, valt allemaal reuze mee, want de timing van onze laatste dagen in Colombia kan niet slechter zijn. Op zondag 8 maart, onze laatste volledige dag in Colombia, vinden de landelijke verkiezingen plaats. Doorgaans is Latijns-Amerikaanse politiek als een kruitvat vol benzine en is er maar het minste vonkje nodig om de hele boel tot ontploffen te brengen en in Colombia schijnt dat niet anders te zijn. Om de gemoederen een beetje in bedwang te houden, heeft de overheid besloten om in het weekend van de verkiezingen nergens alcohol te verkopen. Lekker nagenieten van dit prachtige land met een koud pilsje in je rechtervuist? Nee!

Eén dag later blijkt dat allemaal geen probleem te zijn, want we worden zonder kater (net als elke dag op die ene ochtend (*uch* Gigi op de boot *uch*) in San Blas na) wakker. Geertje slaapt lekker uit, ik vind met de laptop in de gelederen in La Candelaría een heerlijk koffietentje waar ik ontbijt en waar Geertje later voor de lunch aansluit om onze laatste voorbereidingen voor Peru af te ronden. Genoeg tijd om in de middag nog wat te ondernemen. Trouwens, even tussendoor: 't is wel weer wennen. Van 36 naar 14-18 graden. Als je niet tegen temperatuurschommelingen kunt, is Zuid-Amerika niet jouw continent.

Usaquén

Ons oog valt op Usaquén, een hippe wijk in Noord-Bogotá. Ons oog was daar al eerder op gevallen, maar vandaag is het ook nog eens zondag en op zondag schijnt er in Usaquén een amusante zondagmarkt te zijn. Daar gaan we onze middag maar doorbrengen, maar daar steekt ChatGPT bijna een stokje voor: het is verkiezingsdag dus die zondagmarkt gaat niet door! Godverdegodver. Moeten we weer wat zoeken. We hadden al een graffititour in een achterbuurt van Bogotá op het oog, maar na appjes, e-mails, bellen en benaderen via de socials ontdekken we dat reageren niet in het takenlijstje van die touroperator staat. Gelukkig komen we erachter dat Usaquén sowieso wel een leuk wijkje is om doorheen te slenteren, dus we gaan alsnog. In het slechtste geval eindigen we met een biertje op het terras. Oh nee, dat kan door die vervloekte verkiezingsdag dus ook niet!

Maar goed, die verkiezingsdag dus. Je merkt er eigenlijk maar weinig van als je op straat loopt. Alleen de politievertegenwoordiging loopt de spuigaten uit en zelfs het leger patrouilleert zwaarbewapend de straten om de boel in toom te houden, maar aan de sfeer op straat is te merken dat die aanwezigheid al genoeg schrik inboezemt om de boel onder controle te houden. Echt waar, buiten het overschot aan gecamoufleerde carnavalspakken zou je niet zeggen dat deze dag anders dan andere is.

In Usaquén struinen we door een prachtig winkelcentrum heen. Echt heel mooi! De buitenkant is een antiek koloniaal gebouw en de binnenkant is een heus doolhof aan winkels, binnenpleintjes en restaurantjes, waardoor mijn queeste naar een toilet ruim een kwartier in beslag neemt. Maar dat deert niet: als Bogotaan zou ik dit winkelcentrum toch snel als m’n favoriet aanvinken.

Na even rond geslenterd te hebben (en een of ander gezichtsmasker voor Geertje rijker), lopen we naar buiten. En verrek: een grote markt! Je zal het haast niet geloven, maar die dekselse zondagmarkt heeft complete lak aan de verkiezingen en gaat wél gewoon door! Ja, die dekselse AI: we hebben het al vaker gezegd, maar we kunnen het niet vaak genoeg zeggen: er klopt de helft van de tijd echt geen fluit van wat die denkbeeldige gast tegen je zegt! ALTIJD bronnen checken! Hebben we nu weer één keer niet gedaan en hij blijkt het gewoon WEER fout te hebben!

De verhalen over de zondagmarkt kloppen wel: het is een bijzonder leuke. De gebruikelijke prullaria zijn uiteraard aanwezig, maar het stikt hier ook van de handwerksieraden en kleien potjes en bakjes en weet ik veel wat allemaal nog meer. Kopen kunnen we niet, want we moeten die backpack nog een dikke vijf maanden met ons mee sjouwen en dan blijf je aan de gang, maar een vleesspiesje van de barbecue op de hoek kan er altijd wel in. Net als ijs. IJs maakt gelukkig.

Het laatste avondmaal

’s Avonds is het andermaal tijd voor een afscheid. Hanna is inmiddels ook in Bogotá beland en zit bij Bart in het hostel, dus die avond spenderen we bij het hostel van onze Nederlandse vrienden, ook omdat ons hostel La Casa de las Plazas met haar uitgestorven gemeenschapsruimte niet de meest geschikte locatie leek om de bloemetjes buiten te zetten. Niet voordat we nog één wandelingetje door La Candelaría maken, waar we een hotdog en drie pizzapunten scoren (wegens gebrek aan stevige trek) en waar het vanavond ook extreem rustig is. Verkiezingsdag en geen alcohol: dat zorgt ervoor dat zelfs het levendige en bruisende hart van de stad een ongekende oase aan rust is vanavond. Dé uitgaansstraat is leeg en uitgestorven, we zien bars tegen acht uur de deuren sluiten omdat ze natuurlijk grotendeels op alcohol draaien en zelfs de louche gasten op het pleintje die aan iedere gringo te pas en te onpas cocaïne aanbieden, kiezen vandaag eieren voor hun geld. 

En wie goed doet, goed ontmoet! Onderweg naar Bart en Hanna willen we nog even bij een supermarkt wat lekkers halen voor ons laatste avondje in Colombia en dan raak ik aan de praat met twee Venezolaanse vluchtelingen terwijl ik buiten op Geertje wacht. Of ik wat voor 'm kan kopen. Even twijfelen, twijfelen... "Vooruit dan maar, laten we dat doen Niels", zegt Geertje, die inmiddels weer buiten is en het gesprek mee krijgt. Ach, waarom ook niet? Geertje met de jongen naar binnen om boodschappen te doen en even later zijn ze een pak rijst, een pak melk en vijftien eieren die Geertje bijna naar de ellende laat vallen, rijker. En dankbaarheid. Dat blijft 't mooiste.

En dan eindigen we in het Dreamers Hostel. Zo noemt het hostel waar Bart en Hanna in vertoeven zich en ironisch genoeg past het ook wel bij de slaperige, slome sfeer die in het hostel hangt, maar daar gaan we verandering in brengen. Naast het afscheid van Bart en Hanna, is vanavond ook het afscheid van Colombia. Voor ons allemaal. Het toeval wil dat we allemaal het land gaan verlaten. Wij gaan naar Peru, Hanna vliegt huiswaarts en Bart heeft z’n zinnen op een bruiloft in Texas gezet. Helaas moet dat dus zonder bier… of toch niet! Wonder boven wonder is het Hanna gelukt om in een tienda 12 blikjes op de kop te tikken! De winkelier achtte het wel nodig om het bier in het tasje volledig met servetjes en plastic zakken te omhullen, want er zou maar eens iemand ontdekken dat je bier verkoopt op verkiezingsdag…

DOei, Colombia...

Na een super fijne avond en alweer een belofte om na de reis een keer een reünie te houden (we krijgen het weer typisch Nederlands druk straks), is het ’s ochtends tijd om afscheid te nemen. Karakteristiek blijft Geertje nog even onder de wol, maar ik loop een laatste rondje door de stad Bogotá om even nog wat boodschapjes te doen, waar het besef toch weer indaalt: wat is deze stad toch mooi. De streetart, de levendigheid van de mensen, de kerk op de top van Monserrate die majestueus boven de stad uittorent… We gaan het hier wel missen.

En niet alleen hier, want wat heeft heel Colombia ons toch met een onverwachte rechterhoek knock-out geslagen. Serieus, het lijkt wel alsof we in een droom geleefd hebben. Dit land heeft alles. Werkelijk alles. Met bergen, woestijnen, jungles, savannes en nog veel meer hebben we hier de meest onvoorstelbaar diverse natuur gezien. De Colombiaanse cultuur, van de Paisa’s rondom Medellín tot de Llanero’s in het verre oosten. En zelfs de keuken die als verre van de beste te boek staat, is enorm meegevallen. Hadden we allemaal nooit durven hopen na die eerste tegenvallende anderhalve week in Noord-Colombia. En nog even: hoe jammer is het dat de meeste bezoekers zich blind staren op die noordkust? Ja, we hebben er pech gehad, maar de natuur in het binnenland is mooier dan die in Minca. En Cartagena de Indias aan de noordkust mag dan wel bruisen als geen ander: Medellín en Bogotá vinden we toch een heel stuk prettiger. En toch, toch wordt meer dan de helft van de bestemmingen tijdens onze reis in het binnenland van Colombia steevast overgeslagen door andere reizigers. Maar misschien is dat ook wel de reden dat Colombia een van de mooiste landen is die we ooit bezocht hebben.

En dan springen we in de taxi. Onzichtbaar geëmotioneerd kijken we een beetje rond. We zouden nog best langer in Colombia kunnen blijven, blijven tussen deze lieve mensen, de fijne cultuur en de ongekende diversiteit van dit land, maar als puntje bij paaltje komt, zitten we hier ook alweer zesenhalve week te koekeloeren. Waarom blijven we niet langer? De wens om naar het zuiden te reizen wint het van de liefde die we voor Colombia ontwikkeld hebben en we willen in juli/augustus natuurlijk niet wéér terugkomen met de boodschap dat we niet naar alle landen geweest zijn waar we heen hadden willen gaan. Dus inderdaad: tijd om vaarwel te zeggen tegen het magistrale Colombia. En wie weet, tot ooit.

Reactie plaatsen

Reacties

Rene Pieterson
6 uur geleden

Aaaaahh kan je z’n wombat meenemen voor mij. Die zijn super leuk