Wijn drinken. De titel van deze blog laat weinig aan de verbeelding over. Het is 11 juni wanneer we aankomen in Cafayate en 11 juni is de dag dat het WK-voetbal van start gaat. Dat zal gepaard gaan met veel wijn. Cafayate is wereldwijd wellicht nog een onbekende, maar voor Argentinië is dit dorp dat net wat kleiner is dan Cuijk, nationaal bekend om de unieke wijnen die op hoge hoogte groeien. En dat kunnen we combineren met voetbal. We wrijven in onze handjes dat we in Zuid-Amerika zitten. Onorthodoxe tijden met wedstrijden van drie uur in de nacht, gaan aan ons gelukkig voorbij. Nee, wij zitten met vijf uur - en straks in Chili zes uur - vroeger op de tijdzoneradar en daar hebben de tijden waarop de scheidsrechter op z’n fluitje blaast, alleen maar baat bij.
Toch start ik in Cafayate aan het karakteristieke, vierkante dorpsplein in m’n eentje op. En zonder wijn, maar met een biertje. Cafayate ligt weer in de provincie Salta, dus de lokale bieren van de provincies Tucumán en Jujuy hebben plaatsgemaakt voor het hartverwarmende Saltabier die per liter over de toonbank gaan. Bier dat inmiddels al naar thuis begint te smaken. Geertje is namelijk haar zesde les (ik ben ervan overtuigd dat het haar zevende is, maar ik vertrouw er tegelijkertijd ook maar op dat zij het ietsje beter weet dan ik) Spaans aan de gang. Een prettig lesje, want als Wesley z’n werk goed doet, dan kan Geertje vanaf vanmiddag de bestellingen in restaurants en barretjes definitief overnemen.
Voetballen
Als een dageraad breekt het moment eindelijk aan! Het WK begint! Niet dat we er zo naar hebben uitgekeken als normaal, want als je aan het reizen bent, heb je vaak wel wat andere dingen aan het hoofd, maar nadat we in Tafí del Valle op de valreep nog even een paar WK-pouletjes van onze wijsheid hebben voorzien, is de zin in voetbal van vier, misschien vijf in één nachtje slapen naar vijfhonderd gegaan. Bij Geertje is het al helemaal een gekkenhuis: wie haar een beetje kent, weet dat ze compleet op hol staat wanneer er ook maar een héél klein competitief element in wat dan ook zit en bij het WK is het niet anders. Ik denk dat ze de enige Nederlander is die zenuwen ervaart voor het affiche Mexico - Zuid-Afrika.
We besluiten na de wedstrijd vroeg huiswaarts te keren. De volgende dagen zullen immers fysiek inspannende dagen worden – niet zoals ze de afgelopen maanden vaak fysiek zwaar waren, maar wat logisch denkwerk zal misschien alvast verraden waarom. We koken vandaag thuis, maar dat valt behoorlijk tegen. Ons appartement is knus, maar wie beter kijkt ziet dat onze kleine herberg voor de komende vier nachten vol zit met gebreken. De wasbak die we buiten hebben werd ook door de Flintstones gebruikt, de houten houders van het gordijn zitten vast met denkbeeldige lijm en als je even met andere dingen bezig bent tijdens het naar buiten lopen, riskeer je een hersenschudding en het spoelreservoir van de wc loopt alleen vol nadat Geertje een inventief systeem met de deksel van de prullenbak en de vlotter heeft bedacht en maakt een kabaal alsof het luchtalarm op de eerste maandag van de maand afgaat. Die gebreken kent de keuken ook. Of ja, een keuken is er niet, maar op de schap staat wel een tweepits elektrisch kookstel, maar Antarctica warmt sneller op dan die pitjes en als het eenmaal zo ver is dat de pannen warm zijn, sta je even later te kijken met een aangekoekte laag in je pan waar je een dierenasiel mee kan voeren. Vandaag koken we één keer, maar dat zal in Cafayate dan ook de enige keer zijn.
LEvensgenieters
Onze eerste dag beginnen we met een rustige, ongedwongen dorpswandeling. Cafayate is met 20.000 inwoners geen stad, maar vergeleken met de pittoreske dorpjes die we na Salta hebben bezocht, voelt Cafayate bij vlagen wel aan als een stad. Het is een gemoedelijk dorpje. Mensen zijn uiterst vriendelijk en het stikt hier van de restaurants en de terrasjes. In Cafayate geniet je van de bourgondische kant van het leven, want twee dingen staan hier centraal en dat merk je werkelijk aan alles: hier ga je eten en hier drink je wijn.
Toeristisch is het allerminst. Zoals we van dit deel van Argentinië gewend zijn, is de kans op westerse toeristen hier mede door het laagseizoen ongeveer net zo groot als de kans dat je je WK-pouletje wint (niet ondenkbaar dus, maar doorgaans gaat altijd die ene irritante, betweterige oom er met de hoofdprijs vandoor om vervolgens nog maanden over de winst op te scheppen). Ondanks de rust en de authenticiteit, doen de proppers van de vele restaurants er alles aan om die paar toeristen binnen te harken. We besluiten namelijk op een bankje te rusten na ons wandelingetje op het centrale, groene parkpleintje Plaza de Cafayate. Een keuze die opvalt blijkbaar, want tien minuten later hebben we vijf (!) briefjes van verschillende restaurants in onze handen gedrukt gekregen. Ieder restaurant is natuurlijk de beste van het dorp en iedere aanbieding is uiteraard uniek. Gelukkig doen ze dat hier met een lachje en een grapje, dus we zwichten voor een kaboutermannetje met zo’n karakteristieke Zuid-Amerikaanse snor die zich voorstelt als Rafael. Wij slaan aan het lunchen bij het restaurant Chikan. Rafael bewijst z’n gelijk: we zijn weer in de provincie Salta en de empanada’s zijn vanzelfsprekend weer voortreffelijk.
Cafayate Artesanal
Dan lopen we een handwerkmarktje binnen dat vlak naast dit restaurant ligt. Het verwachtingspatroon ligt laag. In bijna zes maanden hebben we wel honderdduizend en één marktjes gezien. Voor de vorm en het afvinken lopen we even naar binnen en gevoelsmatig wordt het een plichtmatig rondje over het marktje, maar deze markt weet ons onverwachts te verrassen. Het geheel heeft een soort spirituele hippievibe die eigenlijk super knus en gezellig is. Cafayate staat naast de wijn ook bekend om handwerk. Overal staan keramieken kunstwerkjes, hangen schilderijen en staan blinkende fotolijsten die we met wat meer ruimte in de backpack maar wat graag hadden willen nemen, maar wat vooral in het oog springt, zijn de vele kraampjes met stenen in alle kleuren van de regenboog die we aanschouwen. Da’s ook niet zo’n wonder: noem een willekeurige kleur en ik weet zeker dat we een plek kunnen noemen in de regio waar de bergen die kleur hebben. Kleuren in bergen betekent een verscheidenheid aan verschillende mineralen in de grond en dus ook heel veel schitterende stenen. Die lokale kunstenaars weten daar wel raad mee.
We belanden bij het kraampje van de bijzonder vriendelijke Ignacio die uit Buenos Aires komt en naar het westen van Argentinië is verkast om de rust op te zoeken. Ignacio maakt armbanden, ringen en sieraden en gebruikt al die verschillende stenen in z’n draagbare kunstwerkjes. Onze keuze vandaag valt op wit en we gaan er met een ketting met een witte onyx vandoor. De boodschap je bij zo'n witte steen cadeau krijgt, is innerlijke vrede. Ik geloof daar natuurlijk geen zak van, maar hij is wel mooi. Misschien is het daarom dat juist Geertje in plaats van mij een ring cadeau krijgt die Ignacio ter plekke voor haar in elkaar draait.
De eerste bodega van vele
Maar dan eindelijk die wijn. Want dat is Cafayate ten voeten uit. Anderhalve week geleden waren we in Cachi en daar hebben we al van de hoogtewijn Torrentés mogen proeven, maar Cafayate blinkt al helemaal uit in de wijnhuizen. Dat valt al op als je vanuit het noorden of het zuiden Cafayate inrijdt: de wegen worden geflankeerd door wijngaarden zover het oog reikt. Je zou bijna kunnen zeggen dat Cafayate in een wijnbos ligt. Ik weet het, wijnbossen bestaan niet, maar wie ooit in Cafayate is geweest, zal weten dat dat begrip prima in het leven geroepen zou kunnen worden, puur en alleen voor deze plek.
Naar wijnhuizen zoeken in Cafayate is als naar een achtbaan zoeken in Walibi World. Die heb je zo gevonden. Het ongetrainde oog zal zelfs denken dat er in Cafayate meer wijn- dan woonhuizen te vinden zijn. Vanwege die ellendige siësta’s sluit zowat de helft van de wijnhuizen in de middag haar deuren, maar gelukkig zijn er hier zo veel wijnhuizen, waardoor we al snel belanden in de tuin van de prachtige bodega die naar de knuffelbare naam Nanni luistert. Wijnhuizen en wijngaarden – die in het Spaans dus bodega’s heten – hebben altijd een chique, elegante uitstraling en in Argentinië is dat niet anders. Als we plaatsnemen in de tuin van Nanni en na veel te lang wachten een heerlijke fles typisch Cafayataanse Torrontés voorgeschoteld krijgen, voelen we ons net twee veel te rijke filantropen die niet weten waar ze hun geld moeten laten.
Het is een verrukkelijke middag. Het zonnetje schijnt onkarakteristiek fel waardoor het als een warme lentedag voelt en die Torrontés wier druif dus alleen in de bergen van Salta groeit, is een wijn die (nog) onbekend is, maar kwalitatief meedingt om de bovenste plekken. Heer. Lijk.
Wijn, bier en het wk-voetbal
Niet dat we de hele middag blijven, want we willen natuurlijk weer dat WK zien. Net als de zoektocht naar wijnhuizen, is het zoeken naar een kroeg of restaurant waar het WK te zien is in het voetbalgekke Argentinië een makkelijke opgave. Niet veel later zijn we precies op tijd voor de aftrap van de wedstrijd waarin de Canadezen de punten met Bosnië delen. De alcohol in de vorm van wijn en bij mij toch weer bier, blijft ook vandaag weer rijkelijk vloeien. Vier nachten hebben we de tijd in Cafayate. Wijn drinken en voetbal kijken is een combinatie die ons tot nu toe prima bevalt.
Een spotgoedkoop driegangendiner volgt bij een van de vele peñarestaurants waar we die ochtend nog een kwartetverzameling aan pamfletten van in de hand gedrukt kregen. Een daadwerkelijke peña maken we niet meer mee: we besluiten er al één meegemaakt te hebben en ons niet meer te wagen aan die onchristelijk late tijden van Argentinië. Dat maakt niet dat we geen typisch Argentijnse maaltijd voorgeschoteld krijgen. De aftrap wordt door één lekkere Saltaanse empanada en bruschetta met blauwe kaas en ham gevormd, als hoofdgerecht hebben we respectievelijk een kip- en runderschnitzel (goedenavond, Duitse invloeden) en als nagerecht een heerlijk fruitige perzik in dulce de leche. De keerzijde van een Argentijns feestmaal is dat je telkens het gevoel krijgt dat je nog nooit in je leven zo vol gezeten hebt. Gelukkig maar, want we zitten wederom aan de wijn en ik denk dat dit de eerste dag is in heel 2026 dat wij twee dagen achter elkaar aangeschoten naar huis wandelen.
Lekker kleien
Dag drie gaat goed van start. Via een zandweggetje buiten het dorp waarbij we als drie ware avonturiers (Olaf is weer van stal gehaald) een heus riviertje doorkruisen, arriveren we bij een boerderijtje. Als je goed hebt opgelet, heb je al geleerd dat we er gisteren achter kwamen dat Cafayate een regio is die naast wijn ook bekend staat om handwerk. We starten in de vroege ochtend met een cursus pottenbakken! Ja, lekker cliché, maar gelukkig zijn we de fase dat we intiem borst tegen rug zitten al lang en breed voorbij en gaan we vandaag op bezoek bij deze boerderij gewoon leren hoe de keramiekbewerking in noordwest-Argentinië werkt. En dit is niet zomaar een boerderij: hij wordt gerund door een Nederlander en dat is misschien wel het allergrootste toeval van deze hele reis.
Nou, een Nederlander is misschien ietwat gechargeerd, maar deze man (verschrikkelijk moeilijke naam die we maar niet onthouden krijgen; iets met een ‘s’ dus vanaf nu heet hij Sergio) heeft een Nederlandse moeder. Sergio heeft zelfs een jaar in Wassenaar gewoond! Gebroken Spaans is vandaag dus niet aan de orde, maar compleet tegen onze verwachting in spreken we Nederlands bij de enige spreker van onze moedertaal in heel Cafayate. En echt, dit was ons van tevoren onbekend.
Stel je een stereotype kunstenaar voor, en je hebt Sergio voor je. Warrig haar en dito baard, oude kleren waar de klei nog op zit en een rustgevende stem die ons in het Nederlands, zei het heel gebrekkig, maar alsnog heel knap, alles uitlegt. We krijgen een rondleiding door het atelier van hem en zijn broer dat bol staat van de keramieken kunst en even later is het tijd om zelf de handen in de modder te steken. Geertje gaat een klein nootjespotje bakken en in het atelier heb ik een leuke kikker op het oog gekregen die ik op m’n opperbest ga proberen na te bootsen. Spoiler: ik heb wel eens keuzes gemaakt die makkelijker zijn. Misschien had ik ook beter een potje kunnen maken. Van de klei die rechtstreeks uit de naastgelegen valleien afkomstig is, probeer ik mijn kikker vorm te geven, maar het duurt niet heel lang voordat ik erachter kom dat de keuze om die kikker te maken, misschien niet de beste was voor mijn beginnende artistieke zelfvertrouwen. Waar Geertjes potje keurig en rechtlijnig is en ze al lang en breed bezig is met alle details, ontdek ik dat het een verschrikkelijk lastig priegelwerkje is om al die pootjes, oogjes en rugschubdingen (of wat het ook is wat kikkers op hun rug hebben) na te maken van plakkerige klei die structureel niet doet wat ik wil dat hij doet. Geertjes potje is af, geverfd en al, met prachtige details, mooie, natuurlijke aardekleuren en een vorm die een soort voldoening geeft alsof je bubbeltjesplastic aan het uitknijpen bent. Mijn kikker? Die lijkt meer op Mike van Monsters en Co.
Na afloop hebben onze wonderbaarlijke sculpturen nog wat tijd nodig om te drogen, dus we laten onze keramieken kunstwerken nog twee dagen bij Sergio staan. Hij geeft ons nog een rondleiding door zijn tuin en er is een heuse wijngaard te vinden waarin Sergio ieder onderdeel van het wijnproces op natuurlijke, biologische wijze doet. Het is niet gek dat we hier een wijngaard vinden: dit is immers Cafayate en als je buiten de bebouwde kom van Cafayate woont, dan is het hebben van een wijngaard bijna verplicht. Hij is ons zo dankbaar dat we bij hem zijn komen pottenbakken, dat we een kersverse fles Torrontés van ‘m meekrijgen. Gewoon, als cadeau. Sergio vindt het geven van pottenbakkerslesjes heel erg leuk, maar hij is de boel nog echt aan het opstarten. Gelukkig spreekt hij een beetje Nederlands (nog steeds bizar), zijn wij ook Nederlands en is de enorme reisdrift van Nederlanders onmiskenbaar aanwezig in Latijns-Amerika. Mochten we ons Sergio’s echte naam gaan herinneren, dan zullen we zijn namen welig voort zingen. We hebben in ieder geval z’n Instagramkanaal. Da’s al heel wat, hé?
Bodega Tosca
Sergio verkoopt z’n wijnen ook aan wijnhuizen in het dorp en op verzoek van ons heeft-ie ze op een blaadje gepend. Wij kiezen er eentje uit om vanmiddag langs te gaan om de middag (verrassing) weer wijnend door te brengen. Maar zo voorspoedig loopt dat niet. We bestellen bij Tosca, één van die wijnhuizen die klant is van Sergio, een heerlijke Torrontés, wanneer de man met de hamer plotsklaps op bezoek komt. We. Zijn. Moe. Maar dan ook echt heel erg moe. Twee dagen achter elkaar hebben we onszelf volgegoten met alcoholische druivensap (en ik ook nog met een paar bier) en we zijn daar simpelweg niet meer aan gewend. We hebben morgen nog één dag in Cafayate en ook die staat verrassend genoeg wéér in het teken van wijn. Maar voor vandaag voelt de koek op. Té veel wijn gedronken. Dat dat in Geertjes woordenboek voorkwam, wisten wij tot vandaag ook niet.
We spenderen de avond dus lekker thuis na het drinken van dat ene wijntje en met een afhaalhamburgertje en voetbalwedstrijden op tv, komen wij de namiddag en de avond wel door. We willen morgen naar een aantal bodega’s buiten de stad, dus daar zullen we de energie voor nodig hebben. Het is ergens ook wel een lekker gegeven: we ondervinden aan den lijve hoe positief het effect van minder alcohol (geen asociale zuipavonden waar je een halve week van moet herstellen) op onze lichamen heeft. Eigenlijk is het alleen maar goed om weer even te ervaren wat twee dagen volle bak wijnen voor effect heeft op je fitheid. Of we dat in Nederland ook kunnen volhouden, waar iedere gelegenheid om de een of andere reden vraagt om een glas alcohol, valt nog te bezien. Hopelijk gaan we die lijn kunnen doortrekken.
De dag van de wijn
Bodega 1: Het geheime schip
In Cafayate blijven we de wijnen op de laatste dag in ieder geval nog even opzoeken. We hebben de bodega’s in het dorp gezien, nu willen we naar de bodega’s buiten het dorp, wijnhuizen met klasse, met gaarden die tot aan de horizon uitstrekken. De energie is weer op en top na een alcoholvrije avond en dit dagje daydrinking begint dan ook vroeg in de ochtend. Drie bodega’s staan op de planning vandaag en we beginnen bij Vasija Secreta, een wijngaard die nét buiten het dorp ligt. Het is pas een voorproefje van hoe elegant, stijlvol en gepolijst de Argentijnse bodega’s zijn. Een prachtig wit pand met een grote, rustieke tuin en achteraan wijngaarden waar in hoogseizoen waarschijnlijk miljoenen druiven te plukken zijn.
We krijgen ook een rondleiding, volledig in het Spaans, en hoewel we het klappen van de zweep als het om wijn maken gaat intussen wel kennen, blijft het interessant om het proces te zien en te horen. Zoals ik al vaker heb gezegd, staat deze regio nationaal (nog niet internationaal) bekend om haar Torrontés: aromatisch en fris in geur, elegant en levendig in smaak. Of ja, zo wordt het ons verteld. Wanneer je praat over het voedsel dat op je bord ligt, dan praat je in termen als zoet, hartig, bitter of zuur. Waarom er bij wijnen opeens in obscure termen als ‘rond’, ‘subtiel’, ‘levendig’, ‘complex’ en ‘zuiver’ gesproken wordt, is ons compleet onduidelijk. Om af te sluiten krijgen we nog voor de klok elf keer slaat een proeverijtje voorgeschoteld. Wat wij van de Torrontés van Vasija Secreta vinden? Subtiel? Complex? Aromatisch? Nee hoor. Gewoon, lekker.
Bodega 2: De aster
We gaan na de proeverij door. Het terras met restaurant waar we wijntjes kunnen bestellen gaat pas om twaalf uur open en wij willen nú meer wijn. In het centrum van Cafayate huren we twee fietsen (geen druppeltje alcohol meer achter het stuur hier) om ons naar de volgende bodega’s te brengen. De eerste op de planning is El Esteco. Hoewel die dichterbij is dan wijngids Geertje dacht (we hadden ‘m kunnen lopen: vertrouw nooit op Geertjes navigatievaardigheden) is El Esteco wel de mooiste wijngaard van de verzameling werkelijk schitterende wijngaarden die we hebben gezien en die we zullen gaan zien. Een behoorlijk prestigieuze titel, dus.
Door een chique poort fietsen we geflankeerd door bruine wijnranken naar een landgoed dat in de verte machtig en imposant boven de velden uitsteekt. El Esteco is waarlijk een filantropisch kasteel van een bodega en haar hoge witte muren en keurige, grootse voortuin geven een indruk die bijna het gevoel geeft alsof we allebei de reïncarnatie van Lodewijk de Zonnekoning zijn terwijl we ons laten bedienen in ons eigen Argentijnse Versailles. Wát een prachtig gebouw! De wijnproeverij waarop El Esteco ons trakteert mag er ook wezen: met een pasje en een glas krijgen we zelf volledig de zeggenschap over welke van de acht gepresenteerde (drie witte, vier rode en één rosé) wijnen we drinken door middel van zo’n zelfservice die doet denken aan ’t Taphuys in Nederland.
Met ons eerste wijntje wandelen we rustig door de tuinen. Je waant je bijna in zo’n tuin in Game of Thrones waar je om de hoek opeens een ridder van de koningsgarde tegen het lijf verwacht te lopen of smiespelende jonkvrouwen ergens onder een bloemenhaag verwacht te zien. Natuurlijk gebeurt dat niet, maar je begrijpt de sfeer een beetje. De rest van onze wijntjes doen we zittend in de grote voortuin, terwijl we een kaasplankje met de enige echte Gouda kaas bestellen. Met het zonnetje op onze huid en Geertjes nieuwe zonnebril die op haar neus balanceert is het duidelijk: vandaag is een heerlijke dag
Bodega 3.1: landgoed 'de wolken' (?)
Maar niet alles is heerlijk. De alcohol beginnen we al een beetje te voelen (oh, wat waren de wijnen van El Esteco goed), dus het fietsen gaat al wat moeizamer. We doorkruisen Cafayate en gaan er aan de andere kant uit. Onze laatste wijngaard is Finca las Nubes, maar die ligt een kilometer of vijf buiten de stad. Op zich niet zo erg, daarom hebben we die fiets, maar wat we niet weten, is dat we continu een klein beetje bergop moeten fietsen. BERGOP! Onderweg vervloeken we zowat alles wat ons lief is en loopt het zweet op plekken waarvan we niet wisten dat het er gaan kon. Evenals twee dagen eerder, is vandaag een ongebruikelijk warme dag in de beginnende Argentijnse winter en wanneer we hijgend pauze nemen van onze dodemansrit en op Google Maps zien dat we nog een dikke vier kilometer van Finca las Nubes verwijderd zijn, besluiten we toch maar een rigoureuze koerswijziging in te lassen. Om de hoek van waar we staan bevindt zich Bodega Amalaya. Hoewel we nog zo’n vierhonderd meter een klein beetje omhoog moeten, fiets ik alleen. Geertje gaat lopend met de fiets aan haar hand. Ze weigert om zelfs nog maar één keer te trappen. Bergopwaarts hiken gaat ons beter af dan bergopwaarts fietsen, is een veilige veronderstelling.
Bodega 3.2: de hoop op een wonder
Gelukkig is Bodega Amalaya (Amalaya is Quechua voor 'de hoop op een wonder') net als al die andere ook weer om door een ringetje te halen. Verfijnd, stijlvol, chic en een uitzicht om van te watertanden: onder het terras strekken de wijngaarden zich weer oneindig ver uit, in de verte ligt Cafayate vredig te bestaan en de horizon wordt gevormd door de prachtige, kenmerkende, schilderachtige bergen. Om hier te wijnen, is het wel verplicht om een bestelling te doen van minimaal dertigduizend peso’s (zo’n vijfentwintig euro), maar daar komen we met de aankoop van een fles bubbels wel aan: in Amalaya kopen we namelijk de wijn die van de gehele reis Geertjes favoriet zal worden. Een fles die bestaat uit 80% Torrentés en 20% Riesling: een bruisend wijntje dat een beetje doet denken aan een Cava.
Genietend van elkaar, het uitzicht en de wijn, moedigen we via een livestream onze Curaçaose medekoninkrijkbewoners aan tegen onze oosterburen. De matige verbinding laat ons meermaals in de steek, maar gezien de einduitslag blijkt dat niet zo’n ramp te zijn. Bij het afrekenen blijkt dat ik een vertalingsfoutje heb gemaakt: een bestelling moet minimaal 30.000 peso’s PER PERSOON zijn! De portemonnee is wat minder blij, maar ik weet in overleg een fles Torrontés van precies 17.000 peso’s (waardoor ik exact 60.000 afreken) op de kop te tikken die mee naar huis mag. In de rugzak die we bij ons hebben past-ie niet meer, dus dan maar in de waterhouder op Geertjes fiets. Of het aan het feit ligt dat we bergafwaarts fietsen of dat Geertje opeens een bidon heeft gevuld met witte wijn laat ik even in het midden, maar de terugweg naar Cafayate is in tegenstelling tot de heenweg met een knip in de vingers voorbij.
Nederland, oh nederland, jij bent de kampioen!
Na het inleveren van de fiets duiken we al enigszins aangeschoten het terras op. Met nog altijd al onze contanten (ruim 300.000 peso’s, meer dan 200 euro) op zak, schuiven we aan bij de Nederlandse Sterre en Melanie, twee vriendinnen die respectievelijk in Zuid-Afrika en Colombia wonen en elkaar in Salta aan het meeten zijn. Het is frappant: in een Cafayate dat totaal niet toeristisch is, zijn een van de weinige westerse toeristen die we wél tegen het lijf lopen, wederom twee Nederlanders. Hoezo een reislustig volk? Hoewel het plan is om samen ons Oranje richting de overwinning tegen de Japanners te juichen, krijg ik niet de indruk dat de drie dames veel van de wedstrijd meekrijgen. Niet dat het heel veel uitmaakt: onze medefans zijn bijzonder interessant en gezellig en de avond vliegt dus als een vallende ster voorbij. Het is de eerste keer dat we met westerlingen spreken in Argentinië. Ook wel weer eens lekker en gezellig, maar ook tekenend voor hoe onontdekt dit deel van het magisch mooie Argentinië is. Het is zelfs zo gezellig dat we later die avond bij thuiskomst constateren dat we zelfs vergeten zijn om een foto te maken! Dan moet deze avond maar in ons geheugen gegrift blijven staan.
We mogen trouwens best wel wat positiever over Nederland zijn. Omdat we (en onze telefoons dus ook) in het buitenland zijn, krijgen we veel buitenlands nieuws mee en internationale media zijn werkelijk lyrisch over de pot Nederland-Japan. Nederlandse media? Die niet. Daar is Nederland slap en is Nederland slecht. Maar die buitenlandse media? Beste wedstrijd van het WK tot nu toe, nog beter dan Brazilië-Marokko. Nee, we hebben niet gewonnen, dat klopt, maar Japan vond ik best wel goed. De hele wereld vond Japan best wel goed. Maar Nederland vonden ze ook goed. Fe hele wereld behalve Nederland is er dus van overtuigd dat Nederland een goeie pot gespeeld heeft. Als Nederland niet wint, dan is Nederland slecht. Maar weet je? Argentinië verloor op het WK 2022 haar eerste wedstrijd, hé. Geen man overboord. Van nota bene Saoedi-Arabië. In tegenstelling tot Japan, denken ze daar nog dat een voetbal vierkant is. Wij Nederlanders pissen soms azijn, lijkt het wel.
Zonder foto’s nemen we al snel afscheid van Melanie en Sterre: wij gaan morgenochtend weer weg uit Cafayate en de alcohol begint ons alle vier echt parten te spelen, want ook Melanie en Sterre hebben bodega’s bezocht vandaag. Dat die alcohol ons parten speelt, blijkt al helemaal als we ontdekken dat die volle zak met 300.000 Argentijnse peso’s uit Geertjes jaszak is gevallen ergens op dat terras. NEE! SHIT! Minder dan 200 euro rechtstreeks naar de gallemiezen! We komen er te laat achter want als we terug lopen is van peso’s geen spoor meer zichtbaar, dus we moeten ons verlies nemen. Ach, weet je? Geld is maar geld en er is in ieder geval ergens in Cafayate een Argentijn die 14 juni 2026 vanaf vandaag als geluksdag heeft aangemerkt.
Voordat we Cafayate verlaten, gaan we eerst nog even langs bij onze half-Nederlandse vriend Sergio. De warrige kunstenaar opent voor ons de poort en we halen onze inmiddels opgedroogde sculptuurtjes op. Geertjes potje is prachtig opgedroogd en mijn kikker… ja inderdaad, het is net Mike, maar dan met twee ogen in plaats van één. Sergio is ook nog vriendelijk genoeg om even zijn automonteursjas aan te trekken en nog even naar het chassis van Olaf te kijken dat nog nét niet helemaal naar onze zin vastzit. Of Klusjesvrouw Geertje had zich al een paar keer onder Olaf begeven en trekt de conclusie dat er gereedschap nodig is. Dan luister ik natuurlijk maar wat graag naar de man in onze relatie. Met een zakmes als schroevendraaier, draaien we samen de laatste beetjes van Olaf aan mekaar en zal Olaf na een grondige wasbeurt in Salta er weer als nieuw uitzien. De hulp die we Olaf bieden, zal gewaardeerd worden, want intussen weten we dat we een dag later het bericht krijgen van de autoverhuurder dat we de auto in ‘perfecte staat’ teruggebracht hebben. Wij lachen mooi in ons vuistje.
Na een mooi afscheid van Sergio – die we toch als één van de meest vriendelijke en gastvrije mensen van een bijzonder vriendelijk en gastvrij Latijns-Amerika hebben leren kennen – zetten we koers naar Salta-stad waar onze Argentijnse roadtrip ten einde zal komen. Maar er zal nog één stop op de planning staan. Een heel erg mooie en heel erg bijzondere. Herinner je je de blog van Tafí del Valle nog? Waarin ik zei dat we per abuis toch nóg een route zouden dubbelen? Nou, dat is dus deze. De Ruta 68 van Cafayate naar Salta. De Quebrada de las Conchas. Het Ravijn van de Schelpen. Een waardige afsluiter van onze roadtrip, want zelfs na natuurwonderen als El Hornocal, Los Cardones en Salinas Grandes, durven we dit de mooiste natuur van onze reis door Argentinië te noemen.
Nog even de Argentijnse natuur
De blog is al lang, dat besef ik wel degelijk. Ik zal daarom niet te veel uitweiden over die Quebrada de las Conchas, maar vooral de foto’s voor zich laten spreken. De Quebrada de las Conchas is een anderhalf uur durende rit door dieprode bergen waarvan de foto’s in de verste verte geen recht doen aan de kleuren en epiek van deze wonderbaarlijk mooie route. Bergen in vormen waarvan je denkt dat ze simpelweg niet kúnnen bestaan. Wegen die slingeren langs bergwanden waarna je getrakteerd wordt op en verrast wordt door weer een nieuwe, dramatische rotsformatie. Het lijkt een beetje op El Valle de la Luna in het Chileense San Pedro de Atacama, maar dan nog een keer of acht zo indrukwekkend en imposant. De natuur op z’n aller-, allermooist. Nogmaals: kijk de foto’s maar gewoon. Want beelden vertellen in het geval van deze machtige Quebrada, meer dan woorden.
Reactie plaatsen
Reacties