Cachi - Het dorp van de cactussen

Gepubliceerd op 1 juni 2026 om 09:00

Roadtrippen! Onze Renault Logan is zo wit als sneeuw (nog wel) en Geertje flanst al snel een origin story in elkaar waarin deze wagen het broertje is van Snowie die ons in Chili van hot naar her wist te slepen. Een bijpassende naam is natuurlijk een vereiste. Namen als Witje en Sneeuwvlokje passeren de revue, maar dan blijkt de Renault volgens Geertje een jongen te zijn. Olaf zal hij gaan heten, vernoemd naar de sneeuwpop uit Frozen. Geertje is content. Ik dus ook. Voordat we met Olaf gaan rijden, duiken we nog even Bixi, mijn favoriete koffietentje in Salta, vlak nadat we eindelijk met succes die oplader voor de camera in de wacht hebben gesleept. Er komen dus weer prachtige camerafoto's aan.

Het noordwesten van Argentinië is een wonderbaarlijke plek om te roadtrippen. Binnen een paar uur kun je namelijk in de toppen van de Andes richting de 5000 meter zitten, terwijl Salta maar iets hoger dan 1000 meter boven de zeespiegel ligt. Anderzijds ben je met één knip in de vingers op de warme pampa’s ten oosten van de stad. Waar onze roadtrip in Chili gekenmerkt wordt door grote, dorre woestijnvlaktes, zal de roadtrip door Argentinië misschien wel de mooiste – slag om de arm, want Nieuw-Zeeland moet nog komen – van deze reis worden, met een variatie waar zelfs koningin Máxima u tegen zegt. Want dat kenmerkt roadtrippen door Salta en de omliggende provincies: verschillende Ruta’s die allemaal enorm van de ander kunnen verschillen. Onze eerste route leidt ons van Salta naar het bergdorpje Cachi en we maken al meteen kennis met de wonderschone Argentijnse natuur: we rijden dwars door het Nationaal Park Los Cardones.

Los Cardones

Wat vind je in Los Cardones? Bergen. We zitten immers nog altijd in de Andes. Maar het zijn niet zomaar bergen. In Los Cardones staat het namelijk bol van de cactussen. Buiten het feit dat cactussen van die aparte doch mooie planten zijn, zijn deze cactussen wel héél indrukwekkend. We herinneren ons Arturo die in Uyuni bij die cactussen vertelde dat de cactussen daar tot wel tien meter hoog konden worden, maar dat was zwaar overdreven. Nu bedenken we ons dat-ie zich misschien vergiste in de cactussen van Los Cardones. Wat zijn deze cactussen GROOT! We stappen uit op een plek waar we zo’n unit langs de weg zien staan en ja: deze cactussen worden écht tien meter hoog. Even voor je beeld: er zijn gevallen bekend waar mensen gewoonweg overleden zijn doordat er zo’n boom van een cactus op ze gevallen is. Die vergelijking met bomen gaat overigens wel op: die cactussen vallen wat ons betreft gewoon onder de categorie ‘bomen’.

Nog altijd onder de indruk van de cactussen en de bergen, rijden we door. Dan is het dat Olafs remmen goed werken, want anders hadden we een roadkill op onze naam kunnen schrijven. Midden op de weg staat daar in een haarspeldbocht opeens een culpeo, een andesvos, te chillen! Die kunnen we ook weer van het wildlifelijstje vinken.

De steen van de windmolen

Bij de Piedra del Molino vinden we een minuscuul, rustiek kerkje op de top van een heuveltje. Waar het even wat rustiger is qua cactusdichtheid, is het uitzicht op het hooggebergte wel immens en episch. Ook vinden we er een lokale verkoper van wie we een geurtje kopen, maar het geld ligt in de auto en als Geertje de portemonnee haalt, krijg ik een stukje lamaworst aangeboden. Sceptisch neem ik een hapje, maar tot mijn verbazing is het stukje lamaworst enorm smaakvol, maar als Geertje terug is vergeet ik alweer te vertellen wat ik zojuist geproefd heb, maar daar komen we nog op terug. Die lamaworst is in ieder geval een cliffhanger.

Het oog van de condor

We maken nog één stop voordat we Cachi binnenrijden. Een heuvel midden in Los Cardones zou een prachtig uitzicht moeten bieden. Een uitzicht dat Ojo del Condor genoemd wordt. We zitten op 4000 meter en de acclimatisatie is volledig verdwenen, dus Geertje heeft de tong weer op de schoenen hangen wanneer we de top van de heuvel bereiken. Over de schoonheid van het uitzicht is niets gelogen: de horizon wordt door een dramatisch gebergte gevormd en voor ons strekt een gigantische vlakte uit gevuld met enorme cactussen, die vanaf hier stukke kleiner lijken. Het heeft wel iets griezeligs: van deze hoogte lijken de cactussen net de schimmen en silhouetten van mensen en is het alsof er duizenden zwarte schaduwen op de open vlakte ons als bevroren gadeslaan en in de gaten houden. Los Cardones wordt bewoond. Niet door mensen, maar door cactussen die tot in de eeuwigheid hun plek op de vlaktes hebben verworven.

Er zijn nog meer stops om te maken op de route naar Cachi, maar die bewaren we voor de terugweg. Tijdens onze roadtrip willen we zo min mogelijk routes dubbel rijden, maar de enige keer dat we niet aan een dubbele reisroute ontkomen, is op deze Ruta 33 dwars door het enorme cactussenbos. Gelukkig is de route dusdanig mooi, dat we genoeg ergere dingen kunnen bedenken dan twee keer door Los Cardones tuffen. Bovendien kunnen we als we straks in Cachi zijn, eindelijk onze camera opladen met die oplader die we vanochtend hebben weten te scoren.

In Cachi checken we in bij een kleinschalig maar mooi hostel. Om zeven uur wacht ons een welkomstcocktail, maar eerst duiken we een terrasje op waar we ons tegoed doen aan een voor Argentijnse begrippen enorm vroeg diner op een terrasje aan het pittoreske dorpsparkje slash dorpspleintje. De koude Salta’s – Salta is net als Utrecht of Groningen de hoofdstad van de gelijknamige provincie en het lokale bier is dus alsof Bavaria Noord-Brabant had geheten – gaan er goed in en voor zo’n klein pittoresk dorpje, is het eten verrassend lekker. Als we tegen achten terug wandelen, besluiten we de welkomstcocktail met één dag op te schuiven: Klaas Vaak begint al bij Geertje op de schouders te tikken.

Met ons hoofd bij huis

De terugkeer naar huis is nog ver weg, maar tegelijkertijd ook relatief dichtbij. Hoe weinig zin we er ook in hebben: we moeten ons langzaam maar zeker toch gaan bezighouden met het zoeken van een baan. Die ochtend is Geertje druk bezig op de laptop. Doodsaaie dingen als het maken van een paar motivatiebrieven staan even bovenaan de prioriteitenlijst. Ik kom er gelukkig wat makkelijker vanaf, want ik ga even het minuscule dorpje verkennen. Hoef ik dan geen baan als ik terugkom? Jazeker wel, maar dat is sneller geregeld dan dat ik voor mogelijk had gehouden. De geest mag wel uit de fles op het moment dat deze blog geplaatst wordt denk ik zo: als ik ga ontbijten bij het restaurantje van ons hostel, heb ik een belafspraak met het Pontem College en het nieuws is er eentje waar ik een vreugdedansje van ga doen: ik kan terugkomen bij mijn vorige baan!

Met die blije gedachte zakt bij mij dat anti-heimweesentiment een beetje naar de achtergrond. Het is toch fijn om te weten dat je bij terugkomst al meteen een baan hebt waarvan je weet dat je er op je plek zit en dat je het er naar je zin gaat hebben. Cachi is al een mooi dorpje, maar wordt daarna nog zelfs een stuk mooier!

Cachi

Cachi is, als ik me niet vergis, het allerkleinste dorpje waar we deze reis overnacht hebben. Maar dat Cachi klein is, betekent alleen maar dat de charme ervan des te groter is. Qua dorpjes staan Colombiaanse dorpjes als Jardín, Villa de Leyva en Salento fier bovenaan, maar Cachi past moeiteloos in dat rijtje. De huisjes hier zijn gemaakt van leem en adobe en alles is wit. De charme spat er werkelijk vanaf. En zoals ik al zei: groot is het niet. Na een halfuur heb ik het hele dorp gezien. Er is één straat met een paar terrasjes, een mooie wijngaard aan de rand van het dorp met een prachtige bergwand als achtergronddecor, maar het hoogtepunt is het dorpsparkje dat omringd wordt door stenen muren en schilderachtige bogen waar je doorheen moet om de rust van het groen op te zoeken. Naast het park staat een beeldschoon kerkje van leem in een stijl zoals we die nog niet eerder hebben gezien. Cachi is sereen, authentiek en arcadisch en het ik-zou-hier-kunnen-wonengehalte is bijzonder hoog.

Er is ook nog een museumpje te vinden. Evenals Cachi zelf is dat museumpje ook klein en ben ik er binnen een halfuur doorheen gelopen. Het museum vertelt over de geschiedenis van Cachi en de Calchaqui-vallei waar het dorpje in ligt. Cachi ligt in de uithoeken van het voormalige Inca-rijk en voordat de Inca’s hier met de scepter begonnen te zwaaien, was het de Calchaqui-bevolking die hier woonde. Ik vind het altijd wel interessant om wat van die geschiedenis te leren, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat er genoeg Precolumbiaanse volkeren waren die wat hoger scoren qua interessantheidsgehalte. Gewoon een volk van jagers en verzamelaars en toen de Inca’s de boel hier overnamen, maakten die lui natuurlijk geen schijn van kans.

Terwijl Geertje nog druk bezig is met het tikken van een paar motivatiebrieven, installeer ik me op een terras van dat kleine terrasstraatje met een cappuccino. En daar moet ik me toch even over uitweiden. Over die terrasstraat? Nee, over die cappucino’s hier. Er is bijna geen enkele reden te bedenken waarom die koffie’s in Argentinië zo enorm lekker zijn. Want ja, Argentinië is geen koffieland, hé? Maar toch merkten we in Salta al dat de koffie hier van een werkelijk ongekende kwaliteit is. Die cappuccino’s bijvoorbeeld: de verhouding melk en koffie is ronduit perfect en om het geheel nog wat beter te maken, gooien ze er een bodem van chocolade in om die cappuccino’s als door engelen gekust te maken. Maar liefst 50% van de Argentijnen heeft sinds de onafhankelijkheid van het land Italiaanse roots (ja echt, een bizar aantal), dus misschien verklaart dat waarom de cappuccino zo ontiegelijk lekker is.

Daarmee eindigt mijn ode aan de Argentijnse cappuccino. Die was wel even verdiend, vind je niet? Nou ja, dat weet je niet, want de hoeveelheid lezers die in Cachi of Salta ooit een cappuccino geproefd heeft, zal vast op één hand te tellen zijn. Geertje heeft er intussen wat sollicitaties uit gedaan en nadat ook zij zo’n cappuccino naar achteren gekegeld heeft, is het tijd om op pad te gaan. We hebben twee stops vandaag. Eén obscure en één heel erg leuke.

Buitenaardse wezens

Allereerst de obscure. We bevinden ons in ufogebied. Ja, we geloven natuurlijk allemaal in buitenaardse wezens en ooit was er een Zwitser op bezoek in Cachi die zo’n vliegende schotel heeft gespot hier. Stel je eens voor: je bent op vakantie of op reis en je spot een ufo. Wat doe je dan? Vertel je het je vrienden en familie? Benader je de plaatselijke krant? Koop je een fietsje met een mandje voorop zodat je met je eigen E.T. kan rondrijden? Nee. Deze Zwitser dacht er anders over. Die trommelde een paar locals op om een ufo-landingsplaats in elkaar te knutselen. En daar rijden we heen, maar dat is dan toch eigenlijk niet zo bijzonder. Waar we nog intens hopen om een of ander futuristisch ruimteschip te spotten, zien we in werkelijkheid een verzameling stenen op de grond liggen waar ufo’s zouden mogen landen. Volgens mij is dat tot op heden nog niet gebeurd. Zo snel als we er waren, zijn we ook weer weg. Geen nieuw alienvriendje voor ons vandaag.

Bodega Puna

Door naar belangrijkere dingen. De provincie Salta staat bekend om haar wijnen. De bekendste wijnbron van Salta is het grotere dorp Cafayate waar we later nog heen gaan, maar ook in Cachi worden de nodige druiven uit de grond getrokken. Argentinië – rondom Mendoza – staat bekend om de rode Malbec die jij ongetwijfeld ook wel eens buitgemaakt hebt, maar in Cachi vind je ook de witte druif die voor de Torrontés gebruikt wordt. Best bijzonder, want Cachi ligt op bijna 3000 meter hoogte en dat zijn best extreme omstandigheden voor een goed glas wijn. Daar moeten we toch maar eens ons culinaire wijnkennersoordeel over gaan vellen.

Wat volgt is een bijna perfecte middag. We arriveren bij Bodega Puna waar we aanschuiven op het prachtige terras terwijl de warme herfstzon ons heerlijk verwarmt. Het is half vier in de middag, maar het aanbod van een viergangenmaaltijd waarvan elke gang gepaard gaat met een bijpassend wijntje, kunnen we eigenlijk niet weigeren, dus besluiten we maar voor een vroeg diner te gaan en vanavond misschien nog een klein hapje te doen als de maag dat straks nog een goed idee vindt. Daar krijgen we geen spijt van. Er zijn vier opties van viergangenmenu’s en Geertje gaat voor de High-Altitude Terroir en ik kies voor het veganistische Andean Roots. Ik ben niet opeens van de dierlijke producten afgestapt, maar naast heerlijke cappuccino’s, bevat zowat de helft van de Saltaanse specialiteiten geitenkaas omdat de geit hier doorgaans het favoriete boerderijdier is. Als je mij een nachtmerrie wil bezorgen, dan schotel je me geitenkaas voor. Je raadt het al: drie van de vier wijn-voedselcombi’s lopen over van de geitenkaas. Daarom de veganvariant. 

Niet dat ik bedrogen uitkom, want de veganistische optie blijkt ook van topkwaliteit. Ik open het buffet met een geroosterde maïssalade, waar Geertje geniet van een carpaccio van rode biet, geitenkaas en walnoot. De openingswijn is meteen een plaatselijke delicatesse: een witte Puna Torrontés! Heerlijk. Gang twee en drie (respectievelijk een lamravioli en een lendebiefstuk – de lomo – en tofu van quinoa en gegrilde portobello’s) worden vergezeld met een stevige Malbec en bij het dessertje (chocolademousse en limoenijs) krijgen we weer wit in de vorm van nog een andere Torrontés en een Chardonnay. En dat met een heerlijk zonnetje op het gezicht. Genieten met een hoofdletter G!

De avond begint al te vallen als we weer teruggaan. Dat ene terrasstraatje in Cachi is al ietsjes drukker dan normaal en we willen maar wat graag die welkomstcocktail van gisteren in de wacht slepen, maar tot onze teleurstelling krijgen we alleen een klein hapje voorgeschoteld en een sausje dat we eroverheen kunnen gieten. Zal wel een communicatiefoutje in de taal zijn geweest bedenk ik me, dus bestel ik maar een halve liter Salta. Geertje niet, want die is wat alerter dan ik. Dat sausje dat we geserveerd krijgen? Da’s de cocktail! Ik weet niet wat het is, maar als cocktails dieren waren geweest, dan was deze cocktail een kameleon. Twee kleine kopjes gemaakt van klei staan voor onze neus. Van die kopjes waar je doorgaans je dipsausjes van je borrelplank in mikt, maar geen glas waaruit je een cocktail drinkt. Nou, hier in Cachi dus wel.

Terwijl het afkoelt hebben we een gezellige avond. Morgen gaan we alweer door naar de volgende locatie. San Antonio de los Cobres, heet het dorpje. De vrouw die in het restaurant werkt drukt ons – na een blik op Olaf geworpen te hebben - nog even op het hart om morgen absoluut NIET de rechtstreekse Ruta 40 van Cachi naar San Antonio te nemen. “Jullie zullen niet de eerste toeristen zijn die halverwege die route stranden met niets dan zand, steen en cactussen om je heen!” Ruta 40 is de bekendste weg van Argentinië die dwars door het land van noord naar zuid (of andersom natuurlijk) loopt. Ruta 40 staat erom bekend adembenemend mooi te zijn, maar het stuk dat voor ons eventueel op de planning zou liggen, is nog slechter dan de gemiddelde verbindingsweg van onze Zuiderburen. “Daar moet je alleen rijden met een four wheel drive”, wordt ons aanbevolen. Geen zorgen, lieve bezorgde mevrouw van ons hostel. We hadden ons er al lang bij neergelegd om twee keer door Los Cardones te rijden.

Geen Ruta 40 dus, maar Olaf nog een keer klaarstomen voor Ruta 33. Ik ontbijt nog even - tegen zevenen zou de ontbijzaal open moeten gaan maar in het nog donkere Cachi is geen kip op straat te vinden en staan de stoelen nog op kop op de tafels (Argentijnen zijn écht geen ochtendmensen). We gaan terug richting Salta, maar niet voordat we nog een klein ochtendwandelingetje maken naar een heuvel voor een mooi uitzicht over Cachi. En eerlijk? Vanaf die heuvel lijkt Cachi toch wel ietsjes groter dan dat LEGO-dorpje waar we het een dag eerder nog van beschuldigden. Tijd om te gaan. We waren maar kort in Cachi, maar toch heeft het dorpje ons hart al snel weten te veroveren.

Terug naar Ruta 33

De rechte weg van tin tin

Op de terugweg wekken we onze camera uit de winterslaap die bijna een maand (!) heeft geduurd. Als we stoppen in Los Cardones bij Recta del Tin Tin, is van opstartproblemen allerminst sprake. We staan in een flauwe bocht waar we precies uitkijken op een stuk kaarsrechte weg van 18 kilometer. Oké, geen 90 Mile Straight van de Australische Nullarbor, maar alsnog een mooi kiekje om te maken, zeker met al die cactussen die het desolate landschap versieren. Die Recta del Tin Tin is een weg die gebouwd is precies waar Qhapaq Ñan vroeger ook liep. Qhapaq Ñan? Ken je het nog? Dat is de eeuwenoude weg die de Inca’s bouwden tussen grofweg hier en het zuiden van Colombia. Hier liep dat stuk dus ook zo kaarsrecht. Mooi. Wel even oppassen waar we lopen hierzo, want er staan waarschuwingsbordjes. Hier leven zwarte weduwes. Niet de chagrijnige buurvrouw die haar man verloren is, maar van die spinnetjes. Enorm dodelijke spinnetjes. Steentjes optillen kan je hier wel héél duur komen te staan.

We rijden de Recta del Tin Tin af en banen ons een weg door het bochtige, met cactussen versierde berglandschap van Los Cardones, wanneer er links en rechts van ons wat aan het bewegen is. Eerst denken we dat het lama’s zijn, maar we zien geen halsbanden. Lama’s zijn gedomesticeerd, dus die zijn allemaal bezit van een boer. Vicuña’s dan? Nee, ook niet. Daarvoor lijken de beesten te weinig op herten. Dan valt het kwartje! Guanaco’s! De vierde in de lijst van Zuid-Amerikaanse kameelsoorten! Tuurlijk, we hadden er al eentje gezien in Arequipa in die lamaboerderij, maar dit zijn de eerste wilde guanaco’s die we tegen het lijf rijden! Grover en robuuster dan de vicuña, dikkere en donkerdere kop en eigenlijk een beetje een neanderthalerversie van de lama. Geweldig! Nu mogen we toch écht zeggen dat we de Zuid-Amerikaanse kameelsoortenbingo voltooid hebben!

De bisschopheuvel

Onze laatste stop is Cuesta del Obispo. Laten we eerlijk wezen: het allermooiste uitzicht van onze reis door Argentinië tot nu toe. Bergen die doen denken aan de Peruaanse Colca Canyon vormen het decor vanaf het uitzichtpunt waar we staan en ik weet dat de vergelijking al vaker gemaakt is, maar het is net een schilderij waar we naar staan te gapen. Tja, ’t is nou eenmaal een vergelijking die hout snijdt. Zó indrukwekkend!

Ook staan er een stuk of vijf/zes kraampjes bij deze mirador voor toeristen zoals wij. Wat ze daar verkopen? Geen dertien-in-een-dozijn hebbedingetjes, maar eten. Vooral kazen. En worst. Lamaworst. Diezelfde lamaworst die ik op de heenweg richting Cachi al stiekem had geproefd, maar nu is Geertje aan de beurt. Ik krijg er spijt van dat ik haar op die lamaworst attendeer. Ze vindt het lekker. Té lekker. Zo lekker, dat ik bang ben dat die nikkei-verslaving van haar aangevuld gaat worden met een verslaving voor deze heerlijke, smaakvolle lamaworst. We kopen er één, met paprikasmaak. En het zal niet de laatste keer zijn dat we er een kopen.

“Mira, mira, mira!” We willen wegrijden als een van de eigenaars van het kraampje naar ons komt gesneld. Wat is er aan de hand? Lekke band? Vergeten te betalen? Zit er poep onder m’n schoen? Allemaal niet. De man wenkt ons en we volgen hem waarna hij met z’n vinger naar het hemelblauw van de lucht wijst. Wat-ie wil zeggen? Da’s meteen duidelijk: er zweven opeens twee enorme andescondors door de vallei! WAUW! We kennen ze nog, die andescondors, maar hier zijn ze nog véél dichterbij, vlak over onze hoofden heen! Toen we in de Colca Canyon waren, had ik nog geroepen dat die vogels een beetje tegenvielen, maar dat neem ik maar al te graag terug nu ik ze hier zie. Wat zijn ze groot! Imposant zweven ze – ze wapperen geen enkele keer met hun vleugels, maar als een vliegtuig gebruiken ze de thermiek van de bergen en de vallei om hoogte te winnen – cirkelend door de vallei, als wakers van de bergen die alles en iedereen in de gaten houden. Bedankt voor de ‘mira, mira, mira!’, meneer. Dit is een waardige afsluiter van Cachi en onze rit door Los Cardones. We zouden bijna vergeten dat we even later onze derde andesvos vinden. 

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
2 dagen geleden

Wat een prachtig blog weer. Het zou zo de Sanipass kunnen zijn, maar dan anders en meer overweldigend. En die condor dan!!!! Gelukkig hebben jullie een goede camera (en oplader) om deze prachtige roofvogel vast te leggen.
Ik heb al gezegd dat we in het najaar/winter ECHT naar Argentinie moeten gaan!
-X-

Marianne
een dag geleden

Wat een geluk dat jullie gehoor hebben gegeven aan Mira mira mira!! Wat een joekel en met recht de koning van de lucht!
Die worst ziet er heerlijk uit! Om in te bijten jammie.
Welkom Olaf en pas goed op onze avonturiers.