Misti
De zon gaat onder. Ik lig in een schommelstoel, met het laptopje op schoot. Een koude Cusqueña ontbreekt wellicht, maar het leven is goed. We zijn beide gezond en we zijn na tweeënhalve week Cusco eindelijk weer verder gereisd. En hier, bij het vallen van de avond op dag twee in Arequipa, besef ik maar al te goed dat ook Arequipa, onze op één na laatste bestemming in Peru, ook weer een magnifieke plek is. Waarom? Kijk maar eens op de foto's hieronder en maak kennis met Misti. Niet de reisgezel van Ash Ketchum van Pokémon, maar de gigantische vulkaan die pal aan deze Zuid-Peruaanse stad ligt
Wat een surreëel beeld geeft deze plek weer. Ik val al tijden aaneen in herhaling, maar ’t is echt zo. Vraag je een kind een vulkaan te tekenen, dan tekent-ie Misti. Geïsoleerd, geen andere bergen eromheen en zo’n perfecte kegelvorm en gedurende de drieënhalve dag dat we in Arequipa zijn, kunnen we ‘m elke dag kraakhelder zien. Het doet me een beetje denken aan Tokyo. Niet dat we er ooit geweest zijn, maar dat beeld van wereldstad Tokyo aan de voet van die enorme Mount Fuji is natuurlijk iconisch. Wat mij betreft is Misti ook zo iconisch voor Arequipa, want waar je ook loopt, je ziet deze vulkaan (5800 meter, Arequipa ligt op 2300 dus dat heuveltje steekt drieënhalve kilometer boven ons uit) altijd boven de gebouwen uit torenen, als een gigantische, dramatische entiteit die eeuwig over de stad Arequipa waakt.
Nu al een bijzonder plaatsje dus. Maar tijdens onze eerste ochtend rusten we nog wat uit. Voor het eerst deze reis namen we tijdens een rit in de nachtbus plaats op de bovenverdieping. Op zich geen ramp maar de elf uur die Arequipa en Cusco van elkaar verwijderd liggen, wordt gekenmerkt door een bergachtige weg met bochten alsof de blauwdruk een slang met spasme was. Boven in zo’n bus zijn die bochten een stuk voelbaarder dan beneden, dus slaap weten we maar bijzonder weinig te pakken en als we zeggen dat we drie uur geslapen hebben, dan bestaat de kans dat we aan het overdrijven zijn. Nog heel even uitrusten, dus.
Het centrum van de Witte Stad
Aan het eind van de ochtend kan de ontdekkingstocht natuurlijk wel beginnen en de benenwagen brengt eerst mij en even later ook Geertje in een kleine tien minuten naar het centrum waar we wat lunchen en waar we ook meteen ontdekken waarom Arequipa de Witte Stad genoemd wordt. Dat laat zich wel raden: de meeste gebouwen zijn wit.
Na de lunch zet de verkenning zich voort en belanden we op het Plaza de Armas. De meest originele naam aller tijden, want je hebt intussen ook wel in de gaten dat werkelijk iedere stad of ieder dorp in Zuid-Amerika ergens een Plaza de Armas heeft, maar Arequipa kent dan weer wel een van de mooiste: het kenmerkende vierkante plein is groot, groen en geflankeerd door de mooiste gebouwen die je je maar kunt voorstellen, allemaal in verschillende tinten wit, van zuiver, tot gebroken en van warm tot koud. En dan die kathedraal. Basílica Catedral de Arequipa. In de blog van Ayacucho zei ik nog doodleuk dat we door prachtige Europese kerken niet meer onder de indruk zouden raken van koloniale Zuid-Amerikaanse kerkjes en kathedraaltjes, maar deze grote meneer hier in het centrum van Arequipa is het daar niet mee eens. Wat een ding! Deze had qua esthetiek perfect in een grote, Europese stad gepast.
Monasterio de Santa Catalina de Siena
We vervolgen onze wandeling naar het nabijgelegen klooster Monasterio de Santa Catalina de Siena. Het Klooster van de Heilige Katrien uit Siena (= de vertaling) is lang net zo’n groot geheim gebleven als het dagboek van je tienerdochter, maar toen het in 1961 haar deuren opende voor het publiek, werd het een toeristische attractie en kon iedereen een kijkje nemen in het leven van de nonnen die hier leefden. Niet alleen interessant, maar ook bloedmooi: het klooster staat midden in het centrum, is enorm en compleet wit van buiten, maar de binnenkant heeft dan weer uitsluitend prachtige rode muren. Wij zijn benieuwd, maar bij de ingang hangt een bordje waarop de gortige entreeprijs van 50 soles per persoon staat. Da’s nogal. Helemaal afzweren doen we dat klooster nog niet, maar we parkeren ‘m wel even. Later wellicht. In drie dagen kun je namelijk heel wat doen en langs dat klooster lopen we toch nog wel een keer of tachtig. Dan dus maar naar de plaatselijke voedselmarkt. Als je ’t even niet meer weet, zoek dan de markt en winkeltjes op en struin wat door de stad. Perfect plekje om even een uurtje weg te moffelen wanneer je planning in het water valt, zeker wanneer je met twee nieuwe hartjesspelden voor Geertjes haardos weg weet te komen.
Peruaanse chef-koks
Vanavond bereiden we ons eigen maaltje! Nee, we gaan niet sinds lange tijd weer koken in de keuken van ons hotel, maar we gaan een kookworkshop doen! Ja, na zes weken onze vingers afgelikt te hebben bij al dat lekkers dat de Peruaanse keuken te bieden heeft, wordt het hoog tijd om zelf eens te leren hoe de vork van al die lekkernijen nou precies in de steel steekt. De hele wereld praat over Thais, over Italiaans, over Grieks, over Mexicaans, maar Jezus Christus, wat ligt de wereld te slapen bij die fenomenale Peruaanse keuken! Die verdient meer aandacht, dus bij dezen een uitnodiging: voor iedereen die wil, maakt Geertje bij terugkomst een Peruaans gerecht naar keuze!
Lang lopen naar de kookworkshop doen we niet, want de workshop vindt één deur verder plaats. We stellen ons voor aan de Nederlandse Bart en Julia (wéér Nederlanders, maar ja, deze kookworkshop staat dan ook op Nederlandse sites geadverteerd) en aan chefkok Arthur, een kerel wie het slechts seconden kost om je te laten zien dat-ie écht heel goed kan koken. Deze beste man heeft in Europa gestudeerd en gewerkt en het gros van z'n kennis heeft-ie daar opgedaan. Hoe dichtbij deze workshop ook is, zo dichtbij als-ie daadwerkelijk is, hadden zelfs wij niet verwacht. Als Arthur ons vraagt waar we overnachten en antwoord geven met het hotel een deur verder, vertelt-ie dat dat hotel van z'n moeder is! Het wereldje is klein. Maar pas als we naar buiten lopen om naar bed te gaan en de voordeur van het hotel openmaken, zien we wanneer we naar binnen pas echt hoe dichtbij dit was. Links van ons een wel héél bekend tafereel aan: precies hetzelfde restaurant als waar we net de kookworkshop deden. De kookworkshop was dus gewoon in de keuken van ons hotel! Was die uitspraak in de vorige alinea over ‘koken in de keuken van ons hotel’ toch behoorlijk op de waarheid gebaseerd.
Maar belangrijker, de gerechten waren heerlijk en we zijn het erover eens dat dit de beste kookworkshop is die we ooit gedaan hebben. Het is niet alleen maar even leren hoe je een Peruaans gerechtje in elkaar knutselt. Nee, we leren ook van die zieke lifehacks over het koken zelf! Ik bedoel, wist jij dat je aardappels op een gruwelijk makkelijke wijze kunt schillen MET EEN THEELEPEL!? Nee, hé? Nou, dit en nog veel meer leuke trucjes gaat Geertje je ook leren wanneer ze straks in Nederland Peruaans voor je kookt.
Het is leuk, intensief en gezellig. Maar het allerbelangrijkste is dat het allemaal zaligmakend lekker is! Als voorgerecht delen we een causa – een soort lasagne waarin zoete aardappel het lasagneblad vormt met een vulling van getrokken kip gekookt in een uienbouillon, vermengd met een hardgekookt eitje, afgetopt met een laag megaverse avocado’s - en hebben we allebei onze eigen ceviche van rauwe zeebaars vermengd met allerlei dressings van onder andere limoen, rode peper, geplofte maïs en rode ui. Het is heerlijk.
De hoofdgerechten doen we anders. We kiezen allebei voor onze Peruaanse favoriet. Ik heb de Ají de Gallina, getrokken kip in een intens lekkere gele pepersaus die naar het gerecht smaakt dat je krijgt als je doodgaat en je in de hemel belandt, waarna het God zelf is die je een welkomstgerecht voorschotelt. Geertje gaat voor de Lomo Saltado, die typisch Peruaanse ossenhaaspuntjes die geweldig zoutig smaken. Als klap op de vuurpijl leren we ook nog onze eigen heerlijke Pisco Sour mixen en maken we voor de dorst ook nog even zo’n Chicha Morada, dat kruidige drankje dat van kruidnagel, ananas en die wazige paarse maïskolf gemaakt wordt. Die lomo saltado maakt Geertje niet zomaar: die moet ze flamberen. Een beetje Pisco van 42% zorgt voor een flinke vlam in de pan en ik moet zeggen, ik ben best wel trots als de vlammen agressief uit haar pan schieten, terwijl ze als de vrouwelijke versie van Gordon Ramsey geen kik geeft en de boel volledig onder controle houdt. Geertje kennende had Bart, die naast haar stond te flamberen, namelijk net zo goed twee wenkbrauwen armer kunnen zijn.
De trilogie van de tourbus
1 - Mirador de Yanahuara
Een ochtendtourtje staat daarna op de planning. In een dubbeldekker laten we ons lekker gemakkelijk na drie verschillende highlights racen. Geen Hop-on-hop-off, maar het concept lijkt er gruwelijk veel op. We stoppen bij Mirador de Yanahuara voor het mooiste uitzichtpunt op die stad. Als je geen last hebt van kortetermijngeheugenverlies, dan zul je wel kunnen bedenken waar we naar staan te kijken: naar Misti. Echt een indrukwekkend heuveltje. Ik zal je even uitleggen waarom Misti zo indrukwekkend is: buiten het feit dat het hoogteverschil tussen de top van Misti en waar wij staan enorm is, zijn we ook weer in een nieuwe omgeving en Arequipa ligt aan de rand van een woestijn. Aan de ene kant woestijn, aan de andere kant beginnen de bergen. Dat betekent dat de omgeving van Arequipa vlak (niet laag, maar vlak) is. Afgezien van Misti is er links nog een gebergte zichtbaar, maar verder is die Misti de enige puist van Moeder Aarde in de omgeving, vlak aan de rand van de stad. Dan kun je je wel voorstellen dat-ie in het oog springt.
Hoe mooi het ook is, we zijn hier wel met een toeristenbusje. Oftewel: alle toeristenbusjes op hetzelfde moment daar. Het is dus een rugby free-for-all voor de beste foto’s en om er nog een schepje bovenop te doen, is onze gidsmevrouw behoorlijk gesteld op de tijd. Ja, je dacht dat mensen in doorgaans minder welvarende landen dan Nederland niet zo op hun horloge kijken, toch? Nou, Peru niet hoor. Daar zijn we na bijna zeven weken wel achter. De bussen vertrekken op de minuut op tijd en als een tour om 10 uur begint, dan begint-ie om 10 uur. Gaat onze Nederlandse punctualiteit doorgaans wel lekker op, maar niet als gidsmevrouw ons 5 hele minuten beloofd en op 4.45 minuten ons al geagiteerd begint te sommeren naar de bus te gaan. Toch weer een reden om die Get-Your-Guidetours mooi links te laten liggen in de toekomst.
Queso Helado
Wel pikken we nog even een queso helado mee. Nog zo’n tongstrelend fenomeen uit de Peruaanse keuken. Of ja, eigenlijk een Arequipaanse specialiteit. Vrij vertaalt is queso helado kaasijs. Je verwacht dat het smaakt naar de kaasmarkt in Gouda tijdens een strenge januarimaand, maar dat doet het niet: het is verrassend lekker. Sterker nog, we zijn allebei fan geworden. Hup voor de kaasijs!
2 - Ruta del Sillar
Onze tweede stop! De route van het sillar-gesteente! Zegt je natuurlijk niks, maar kijk maar even naar de foto’s. We bevinden ons in een enorme steengroeve een klein stukje buiten de stad. Mooie plek, dat zeker, maar wat deze plek vooral bijzonder maakt, is het feit dat hier een heleboel stenen gewonnen worden voor de bouw van Peruaanse gebouwen. Nadat vulkaan Misti in het verleden een paar keer moest overgeven, is dit gesteente hier ontstaan en toen men het ontdekte, ontdekten ze dat het enorm sterk gesteente was, maar dat het ook enorm makkelijk te bewerken is. Nou, dat doen ze hier dus. Stenen winnen en bewerken voor de bouw. En ze doen hier nog iets meer en dat gaan we zo meteen zien. Maar voor we gaan, tikt de gidsmevrouw streng op haar klokje: “treinta y cinco minutos!”
Jawel, ze maken standbeelden van het gesteente! Verklaart misschien waarom zo’n driekwart van de Peruaanse huizen en gebouwen onafgemaakt een beetje in de vergetelheid staan te raken, want blijkbaar is iedereen hier bezig met het houwen van verschillende sculpturen in plaats van het afronden van al die bovenverdiepingen. ’t Resultaat is er daarom niet minder om, hoor: je hebt hier de gekste standbeelden die om de meest ludieke foto’s vragen (het doet me een beetje denken aan de Clay Tunnels in Da Lat, Vietnam). Van leeuwen waar je in de bek kan zitten en het gehele kerststalletje van Jezus’ geboorte onder de kerstboom, tot een heus huis dat in de rotswand is uitgehouwen en tot Geertjes genoegen is zelfs de kerstman met twee rendieren en z’n arrenslee vandaag speciaal voor haar in de groeve neergestreken. Geertje vond het maar waanzin, om zo overdreven toeristisch met die sculpturen op de foto te gaan. Ze lachte me bij de eerste (het paard) zelfs uit. Maar toen ze haar idool in de vorm van de kerstman zag, ging ook Geertje overstag.
De Ruta del Sillar is een hotspot voor binnenlandse toeristen en we trekken ook de conclusie dat die Latino’s eigenlijk helemaal niet verschillen van Chinezen of Japanners. Zodra je een Latino een Canon, Nikon, of zelfs een oude Nokia-koelkast in de hand drukt, moeten alle denkbare poses op alle verschillende standbeelden gefotografeerd worden. Het is dat Latijns-Amerika zo relatiefdunbevolkt is en dat ze niet de middelen hebben om verre reizen te maken, maar ik durf er een hoop soles om te verwedden dat je ook je ogen uit je kop ergert als je opeens een blik Latino’s in pak ‘m beet Giethoorn of Volendam opentrekt.
Treinta y cinco minutos, weet je nog? Dat zijn er 35 en ook nu is de stiptheid van hoog niveau. Na 37 minuten besluiten we terug te lopen en waar we een reprimande van gidsmevrouw verwachten, is de consequentie erger: we zien de bus ons keihard voorbij rijden! Rennend, schreeuwend en zwaaiend weten we ‘m een halt toe te roepen. Het is wat. We gaan door. Kijk, het is niet de allerbeste tour die we ooit gedaan hebben, maar we zijn toch wel benieuwd geworden naar die laatste stop.
3 - Quebrada de Culebrillas
Een stop waar Geertje héél content mee is! De Quebrada de Culebrillas is namelijk een kloof. Na het ziektefiasco van Geertje in Ayacucho, zit ze dagelijks om een kloof te jammeren en nu is het dan eindelijk zo ver! We maken een wandeling (15 MINUTEN zegt de beste mevrouw) door de schitterende, witte kloof. Het is druk, want alle toeristenbusjes arriveren rond hetzelfde moment, maar wanneer we even wachten en de fotogekke Peruanen even hun gang hebben laten gaan, hebben we het grootste deel voor onszelf. Héérlijk.
Op het einde ontwaren we nog wat rotstekeningen van de Wari-beschaving (die zaten ook overal hé?) en als we weer boven komen, vinden we steenaltaren. En niet eentje. Wel duizenden, zo ver het oog reikt zien we torentjes van rotsen en stenen. Nou, deze steenaltaren zijn al eeuwen oud. Wat deden ze vroeger? Wanneer men van de vlaktes, de woestijnen en de kust de bergen in ging, dan wist men natuurlijk dat het geen wandelingetje door het park ging worden. Dan bouwden ze een torentje van een paar stenen en gooiden er wat water en een cocablaadje bij als offer aan Pachamama, de Inca-god van de aarde, die volgens de legende gevoed moest worden. Als je neemt, moet je ook teruggeven, luidt de gedachte, en een reis door de bergen zal dan voorspoedig verlopen. Leuk bijgeloof, maar als je door die bergen moet, had je wat mij betreft dat cocablaadje en dat water beter op zak kunnen houden.
Mundo Alpaca
Als we rond tweeën weer terug in de stad zijn en de conclusie getrokken hebben dat we een prima ochtend gehad hebben, maar dat we deze drie stops veel beter op eigen houtje hadden willen verkennen (soms geef je even aan het gemak van een dertien-in-een-dozijn touroperator toe), is het tijd voor ons driedelige plan voor de rest van de dag, te beginnen met een alpacaboerderijtje.
Kijk, in de Heilige Vallei hebben we al geleerd hoe men kleding maakt van alpacawol. Dat complete riedeltje vijf dagen later besparen we onszelf en we lopen zelf het boerderijtje in. Eerst een minimuseumpje, waar het verschil tussen de vier Latijns-Amerikaanse kameelsoorten wordt uitgelegd. De lama, de alpaca, de guanaco en de vicuña. Pedant en zelfingenomen kijken we elkaar aan: dat wisten we natuurlijk al. Even verderop is een opslagplaats van al het wol dat geschoren wordt (voor zo’n kleine boerderij wordt hier flink wat afgeschoren), een open ruimte waar twee Quechua-vrouwen en een Quechua-man met hun heupweefgetouw kleding aan het maken zijn en aan het einde is er een winkeltje met alpacawollen truien en andere kleding die ons de bevestiging geven dat de aankoop vijf dagen geleden in Chinchero de keuze is die onze portemonnee de grootste glimlach geeft.
Maar de grootste glimlach wordt op ons gezicht getoverd doordat we van de vier vakjes van de kamelenbingo het derde vakje kunnen afkruisen! Jawel, er is natuurlijk ook een klein hok met alpaca’s en lama’s en – je voelt de bui al hangen – kameelsoort nummer drie is in deze wei ook van de partij! Staan daar opeens twee guanaco’s ons aan te gapen! Guanaco’s lijken meer op de lama’s, kunnen we je vertellen, maar ze zijn wat groter, slanker en peziger. Als kameelsoorten de mensheid zouden vertegenwoordigen, dan is de guanaco een beetje de ruige motorrijder op een Harley Davidson. Hell’s Angels baby! Nu alleen die vicuña nog.
Peru en Japan
De middag sluiten we af bij een dakterrasje bij ons om de hoek met een paar lokaal gebrouwen speciaalbiertjes en bij een Nikkei-restaurant een paar straatjes verder. Peru loopt nu echt op haar einde en we moesten en zouden nog één keer van die hemelse Nikkei-keuken proeven. Even kort voor degenen die Lima (langste blog ooit) niet volledig wisten te verorberen: de Nikkei-keuken is de fusion tussen de Japanse en de Peruaanse keuken. Yúsha in Lima was een restaurant apart en deze komt niet in de buurt, maar nog één keer genieten van deze keuken is ons gelukkig nog wel gegund.
Ja, die Japanners. ’t Is wat met Japanners en Peru. Het meeste over die Japanners en waarom er nu zo’n enorm deel van de Peruanen Japans bloed heeft, heb ik al uitgelegd in de blog van Lima, maar ik zou er nog wat over vertellen. Buiten een fusion-keuken waar alle smaakpuzzelstukjes perfect op hun plaats vallen, is het niet altijd koek en ei geweest tussen de Japanse arbeidsmigranten die 120 jaar geleden naar Peru kwamen. Racisme tegen Japanners was aan de orde van de dag en op het hoogtepunt (Tweede Wereldoorlog, Japan was toen een beetje stout), werd geweld tegen Japanse Peruanen oogluikend toegestaan en werden er zo’n 1800 Japanners naar interneringskampen gestuurd! Later werd dat allemaal wat minder, want ja, de bevolkingen mengen steeds meer met elkaar en steeds meer mensen in Peru worden zelf een Nikkei-gerecht, maar ook toen Alberto Fujimori in 1990 aan de macht kwam, was dat racisme er nog altijd. De eerste en enige president van Japanse komaf ooit. Kijk, onze Alberto had z’n neus ook niet bepaald de goede kant op staan (corruptie in Peru, weet je wel) en is na z’n ambtstermijn in 2009 nog tot 25 jaar cel veroordeeld (een van de vijf oud-presidenten die in de bak is beland) wegens fraude, corruptie en zelfs moorden en ontvoeringen. Maar goed, iedereen rijdt wel eens een scheve schaats, toch? Alberto werd dus steevast El Chino genoemd. De Chinees! Het enige wat erger zou zijn, is dat je naar Oezbekistan verhuist, dat je daar president wordt, en de bevolking je De Belg of De Duitser gaat noemen!
Genoeg over de Japan-Peru combinatie, want we moeten door naar de laatste dag. Het is vroeg bedtijd, want morgen gaat een zware worden. Eentje die erin gaat rammen als sloophamer. Een ultieme test van uithoudingsvermogen. Ons derde feestje (!) van deze reis staat op het programma: morgen is Koningsdag.
Online hebben we al afgesproken met een hoop Nederlanders. In Lima en Cusco wordt in een Nederlandse bubbel flink Koningsdag gevierd, maar in Arequipa was er nog niet zo veel gaande. Nou, geef op zo’n momenten het stuur maar even aan Geertje. Die weet altijd wel wat te regelen en zo ook vandaag: in het backpackershostel Viajero wordt dankzij Geertje en haar online-compagnon Nienke vanavond een Arequipa Kingsday Party georganiseerd! Maar niet voordat we met een aantal Nederlanders die ook in Arequipa zijn, even gaan raften op de Chili. Niet in het land. Niet op een rivier vol met pepers. Nee, de naam van de rivier is Chili. Ook geregeld door Geertje, overigens.
Raften op de Chili
Het is de tweede keer dat wij gaan raften. Niks zo leuk, als de eerste keer, toch? Dat dachten wij ook. Ik bedoel, daar in Colombia, op die immense, machtige Chicamocha Canyon raften: daar kan toch niets tegenop? Het was daar zó ontzettend mooi en de bergen naast ons waren zo buitenaards hoog… en dat klopt. De kloof waar de ruige Chili-rivier in stroomt, is mooi, maar de schoenveters van de Chicamocha Canyon strikken? Dat is er niet bij. Die Chicamocha is honderd keer mooier. Voordat we hier naartoe gaan, krijgen we deze geweldige outfits aan, want het water is tien graden!! TIEN! Dit clownskostuum moet ons warm houden en gaan beschermen, is het idee.
Maar weet je nog dat ik in die blog van San Gil vertelde dat dat raften weliswaar heel leuk is, maar dat het er ruiger uitziet dan dat het is? Nou, daar kom ik deze keer dan wel weer op terug. Als je de kracht van de Chicamocha naast die van de Chili legt, dan is het alsof je jezelf na een maand lang twee avondjes per week naar de sportschool gaan vergelijkt met Arnold Schwarzenegger. En die Chili? Die is Arnold Schwarzenegger. Net als jij met je paar grammetjes extra spiermassa niet met Arnold te vergelijken bent, zo kun je de Chili niet met de Chicamocha vergelijken. Mijn vrouwelijke compagnons (Geertje en de Nederlandse Koningsdag-vierende Nienke en Laura) doen het voortreffelijk, maar het uur dat we op die Chili dobberen is de keren dat we door elkaar geschud worden alsof we in een cocktailshaker zitten niet op één hand te tellen. Chicamocha is mooier, Chili is duizend keer ruiger.
Het aller ruigste moment moet nog volgen. In Chicamocha mochten we een paar keer lekker dobberen in het water. Onze raftgids Sadan stelt dat op een gegeven moment ook voor. Hoeft niet per se, want het is wel héél erg ruig, zegt-ie. Ach ja, beetje dobberen. Wat kan er nou misgaan? In Colombia ging dat ook voortreffelijk, toch? Alle vier zeggen we nonchalant, niet wetend wat er komen gaat, ja. Zes stappen dienen we te volgen. Ga naar de rand. Ga in een treintje zitten. Pak elkaar vast. Laat elkaar niet meer los. Val tegelijk in het water. Zwem naar rechts. Nou, dat hebben we geweten. Vanaf dat moment zitten we op de bijrijdersstoel terwijl de Chili-rivier de chauffeur is. We schreeuwen het uit van hoe koud het water is, maar dat koude water is onze ergste vijand niet. Ik kneus mijn rechterbilbot op een iets te hoge rots onder het water, waarna we allemaal onderwater schieten. En dan denk je dat het is gebeurt. Je zwemt. Je baant je een weg omhoog. Maar je komt niet meer boven. Je bent onderwater. En hoe hard je ook werkt, hoe hard je ook zwaait met je armen, je komt niet meer aan die oppervlakte. De kracht van het water zuigt je mee, zuigt je naar beneden. Laura heeft Geertje al losgelaten door de kracht van het water en Nienke en Laura raken elkaar ook kwijt. Geertje is de enige die mij nog stevig vast heeft, maar die wordt samen met mij naar beneden gezogen door de kracht van het water. En dan komt de bezinning. Zou God daarboven de koffie al klaar hebben staan? Zou ik eigenlijk eerst m’n schoenen uit moeten doen als ik door de deur wandel? Of houd ik ze aan? En wat als ik… en na de bezinning schiet je plotsklaps weer naar de oppervlakte. Geertje heeft naar een van de gidsen ‘touw’ geroepen - komt de uitleg in geval van nood in San Gil die we hier niet kregen toch goed van pas - en we hebben geluk dat Geertje voor het eerst ooit een uitleg onthouden heeft - en uiteindelijk een touw gevangen. Geertje dacht dat dit het einde was, tot ze spartelend boven water wist te komen (komen haar diploma's A, B en C toch nog van pas) en het touw heeft weten te vangen. Haar ene hand schuurt kapot bij het het grijpen van het touw, terwijl ze mij kundig met haar andere hand uit het water vist. Ik weet Nienke bij haar nekvel te grijpen. Laura komt er wat slechter vanaf. Die mist het touw en die is een meter of twintig verderop uit het water gevist door de safety-kano. En de rest van de crew? Filmen, foto’s maken en vooral heel hard lachen. Bijna-doodervaring. Maar dat hoort er schijnbaar bij, zegt Sadan schaterlachend als-ie ons aan boord van de raft hijst. En eerlijk? We vonden het allemaal vet. We zouden het zo nog een keer doen.
Party!
Dat bier in de middag hebben we wel verdiend. In de middag slaan we ons eerste biertje open en lopen we halsoverkop Mohsin (die Engelsman van de Rainbow Mountain en Sacsayhuamán) tegen het lijf. Hij past voor de rood-wit-blauwe gezichtsschmink (een paar vakantiegangers waren goed voorbereid), dus wij gaan een feestje vieren met de Nederlanders. Nienke en Laura zijn er ook. Bart en Kim – die op een andere raft zaten – zijn er ook. Veel mensen die op vakantie zijn in Peru er ook, evenals veel mensen die van Chili of Bolivia komen. Ook veel die net als wij aan het einde van hun reis in Peru zijn. Maar bovenal ongelofelijk veel gezelligheid. Met koud bier, een warme jacuzzi die het hoofd lekker rozig maakt, een paar potjes beerpong en onwijs leuke mensen hebben we een van de leukste Koningsdagfeestjes – doorgaans zijn wij niet zo’n fan – ooit.
Veel foto’s hebben we er niet van. Veel heldere herinneringen aan het einde van de avond ook niet. Ik denk dat het genoeg zegt wanneer het plan om dat prachtige klooster dat we aanvankelijk oversloegen in de ochtend te bezoeken bij de eerste keer dat de ogen opengaan al meteen in de prullenbak verdwijnt, nog vóór onze busreis naar de volgende locatie vertrekt. Zonde? Absoluut niet. Zo’n prachtige avond met eens te meer dat prachtige uitzicht op die innemende Misti was dat meer dan waard.
Reactie plaatsen
Reacties