Cusco. Cuzco. Cusco. Cuzco. Cusco? Of toch Cuzco? Echt waar, ik heb geen idee. De Peruanen zelf trouwens ook niet. De ene keer schrijven ze de z. De andere keer de s. Wat ik ga doen? Ik kies voor Cuzco. Microsoft Word geeft me dan namelijk geen rood lijntje en dat scheelt me weer wat irritatie. Irritatie die ik niet kan gebruiken overigens, want hoewel Cuzco een van de bekendste plekken in Peru is en je er waarschijnlijk een maand lang kan spenderen zonder je ook maar een dag te vervelen, maken we zoals wel vaker de laatste tijd een heel erg valse start. En als je de afgelopen blogs een beetje gevolgd hebt, kun je vrij makkelijk raden waarom.
De valse start
Geertje voelt zich nog niet opperbest. De nachtbus die beloofde ons in twaalf uur van Ayacucho naar Cuzco te brengen, doet er zeventien uur over! Werkelijk geen idee waar die vertraging vandaan komt. Niet te veel over nadenken en gewoon bij neerleggen dat het is zoals het is. Wat weer bijzonder is in deze nachtbus, is dat in de nacht de airco volop wordt geblazen en je het pas warm hebt bij zeven lagen winterkleding en wanneer het overdag is en door de ramen de zon vol op je gezicht schijnt, de airco weggaat en je het gevoel hebt alsof je in de zomer in Dubai rondloopt. Ik mis de logica, Peru! Maar goed, de avond vóór de nachtbus was het voor Geertje zwaar: alles inpakken, terwijl ze zo’n buikpijn had en ze zich zo zwak voelde. En dan bij het inchecken bij de bus tussendoor nog die krampen: geen pretje. Het enige wat ze wilde was zo snel mogelijk die nachtbus in. Liggen is dan de beste houding. Liggen en slapen. Alleen dat vermindert de pijn. Gelukkig voelt Geertje zich wel al iets beter als we de nachtbus uitstappen. Nog wel slap, maar minder pijn. Geen honger, maar soms nog een raar gevoel in haar buik. Maar het gaat wat beter. En da's het belangrijkste. Het is die dag 7 april. Over twee dagen, op 9 april, staat de Inca Jungle Trail met hoofdletters in de agenda. Een vierdaagse trip die ons raftend, mountainbikend, hikend en ziplinend naar de mystieke, legendarische, majestueuze eindbestemming Machu Picchu brengt, de wereldberoemde oude Inca-stad, diep verscholen in de machtige bergen van de Andes. Maar ja, Geertje was wel een dagje ziek en is er nog niet helemaal bovenop. En ik heb ook nog wat buikkrampjes na mijn tweede medicatiesessie. Toch maar heel even voor de zekerheid naar een ziekenhuis in Cuzco. Want ja, vier dagen adrenaline op toch wel flinke hoogte (we slapen nu op meer dan 3500 meter – een nieuw record): we kunnen maar beter zeker zijn van onze zaak.
Het ziekenhuis
En dan komen we van een koude Kermis thuis. We dachten dat het mee zou vallen, maar dat was dus niet. We moeten allebei een kakje in een potje afstaan en staan vrijwillig wat bloed af aan het plaatselijke laboratorium. De conclusie? Ik heb SALMONELLA. Ja, what the fuck. Denk je eindelijk van die godvergeten parasiet af te zijn, kruipt er een Salmonella-bacterie in je darmkanaal. Ik ga niet eens meer een poging doen om uit te leggen hoe ik dat in godsnaam heb opgelopen, want we weten het ook allemaal niet meer. En dan te bedenken dat we met eten nog zo veel voorzichtiger zijn dan dat we in Azië waren. Bij Geertje is het nieuws ook niet om over naar huis te schrijven: een virusinfectie. Vermoedelijk salmonella/voedselvergiftiging. Bij waarden boven de 80 (wat voor waarden dat allemaal precies zijn, weten we ook niet precies, maar neem maar aan dat 'waarden' nou eenmaal goed moeten zijn) zou je salmonella hebben en Geertje zat precies op de 80. Ze heeft al symptomen gehad en het lijkt erop dat Geertjes lichaam het virus zelf al enorm heeft aangepakt. Toch is er veel vocht verloren, dus wordt er besloten om haar een nachtje in het ziekenhuis aan het infuus (Geertje heeft uit angst voor prikken mijn hand tot smurvenhand geknepen) te houden. Vanwege die uitdroging, dus. Tweede keer dat Geertje ooit wordt opgenomen. De eerste keer was in Suriname. Nu dus in Peru. Nog nooit in Nederland. De pijnmedicatie die ze te verduren krijgt, is een stevige. Alsof ze drie flessen pisco heeft ge-at (hoe schrijf je dit?), ziet ze de letters op haar telefoon dubbel, draait het plafond als een mallemolen en reageert ze verbijsterd als ze hoort dat ik die avond de avond niet één, maar twee keer heb verlaten om in het hostel onze spullen te halen. Cuzco begint goed, hé?
Het zal je niks verbazen dat, als we de ochtend erna ontslagen worden, het advies van de arts luidt om die Inca Jungle Trail toch maar op te schuiven. Gelukkig kunnen we ‘m naar de 12e verplaatsen. Dan is Geertje volledig medicijnvrij en hoewel ik nog medicatie heb en een dieet moet volgen, kan ik ook gewoon mee. En dan komt er een tweede frustratie om de hoek kijken. Want om echt ontslagen te worden, wil een buitenlands ziekenhuis geld zien. Gelukkig zijn we uitstekend verzekerd, maar daar zit ook gelijk de frustratie. Begrijp ons niet verkeerd: we zijn dol- en dolblij met het feit dat we onszelf goed verzekerd hebben, maar het ziekenhuis in Cuzco heeft de facturen OP DE MIDDAG VAN OPNAME doorgestuurd naar onze verzekeraars en het duurt MEER DAN VIERENTWINTIG UUR voordat de verzekering ÉÉN MAIL weet te versturen, waardoor we de hele dag voor Jan met de korte achternaam op twee ziekenhuisbedjes liggen te wachten voordat we weg kunnen. Geertje hangt nog de hele dag aan het infuus: de borg die ons daar houdt. Nee geintje, het ziekenhuis levert uitstekende zorg en we zien het maar positief: meer vocht voor Geertje, dus die heeft meteen een extra boost! Tussendoor bellen we nog een keer of elf met zowel reis- als zorgverzekering (de medewerkers van zowel mijn als Geertjes verzekering zijn lekker met hun piemeltjes aan het spelen terwijl wij wachten), worden we van het kastje naar de muur gestuurd en lijkt het alsof niemand van niks kaas gegeten heeft en het is pas wanneer Geertje haar stem verheft en boos wordt aan die telefoon, voordat er ein-de-lijk iets gebeurt. Jeetje. Echt, heel blij dat we verzekerd zijn, dat we niet zelf voor deze rekening op hoeven te draaien, maar er gaat daar achter de schermen iets fundamenteel mis. Maar goed, we zijn eruit, dus we gaan er weer voor!
Goed, de frustratie kun je merken, maar die frustratie wordt alleen maar groter. We rusten ’s avonds lekker uit, maar in de ochtend ben ik degene die wat misselijk wakker word en een paar keer boven de wc moet hangen en naarmate de ochtend vordert, besluit Geertje toch maar contact op te nemen met het ziekenhuis, net wanneer we verhuisd zijn naar een nieuwe Airbnb om tot rust te komen. Ze appt of dit wel de bedoeling is, weet je wel? Nou, dat is het dus niet, vooral niet omdat ik ook medicatie heb meegekregen, dus er komt een arts bij onze hotelkamer op bezoek om te checken hoe het met mij gaat en of er wat meer medicatie moet komen. Ik heb medicatie tegen die Salmonella, dus dan zou ik me niet slechter moeten voelen, zegt die arts. Wat wordt dus het plan voor dag drie in Cuzco? Niet uitrusten en een klein wandelingetje maken, want even later zit ik met loeiende sirenes in een ambulance en maak ik weer rechtsomkeert naar het ziekenhuis. Het is niet meer te filmen.
Ik vind het wel een beetje een overdreven bedoening allemaal. Ik bedoel, ik ben gewoon misselijk, moet overgeven en heb diarree. M’n ledematen zitten er allemaal nog aan, snap je? Als we bij het ziekenhuis staan en ik de ambulance uitstap, weiger ik de rolstoel ook maar. Ik kan gewoon lopen. Wat een poppenkast, dit. Goed en lief bedoeld, maar effe niet.
We gaan weer bloedprikken en ik lever weer een potje diarree in, terwijl ze me ook maar alvast aan het infuus gehangen hebben. Dan komt de arts een uurtje later binnen gewandeld. Het vonnis? Giardia! En op dat moment zakt de moed toch wel in de schoenen. Het is 9 april. 13 Maart had ik voor het eerst diarree van die kloteparasiet en nu, bijna een maand later is dat ding nog steeds niet weg. En dinsdag konden ze die Giardia nog for whatever reason níét vinden in de ontlasting. Godverdomme. De dokter vermoedt dat de Giardia parasiet wel bestreden is met de vorige antibioticakuur, maar dat de kans groot is dat er eitjes zijn blijven hangen. Het zal me een rookworst wezen. Ik ben er echt wel helemaal klaar mee, maar er zit niets anders op dan weer aan het infuus. Salmonella en Giardia. Wat een combiticket.
Ik heb ook eigenlijk geen zin meer om er nog te veel woorden over uit te wijden. Uiteindelijk wordt Cuzco namelijk ook een magisch mooie bestemming, dus om alleen maar over die parasiet te gaan kletsen, daar wordt niemand vrolijker van. De snelle samenvatting: ik blijf een nachtje slapen, Geertje wordt gelukkig wel steeds beter met de dag, kan nog niet veel eten, maar hè, de medicatie slaat in elk geval aan en rust lekker uit in onze fijne AirBnB. De verzekering laat zich weer van z’n slechtste kant zien, er blijkt niemand daar in Nederland te zijn die de motivatie heeft om z’n werk te doen, dus belt Geertje weer tig keer richting de Lage Landen, want no way dat we nu weer een uur of zeven gaan wachten. Gelukkig kan ik een dag later richting het einde van de middag wel naar huis met een hoeveelheid medicatie op zak die doet vermoeden dat ik een 90-plusser ben die aan het eind van z’n Latijn is. En die Inca Jungle Trail van 12 april? Die hebben we nu helaas helemaal moeten cancelen. Hoe jammer ook, dat zit er gewoon niet in. Het lijkt ons voor nu de beste keuze voor de gezondheid.
En nu: uitrusten. Althans, voor mij dan. Ik ben de dag erna nog echt herstellende, maar Geertje gaat er voor een heerlijke massage wel even tussenuit. Groot gelijk heeft ze. Blijkbaar doen ze hier in Cuzco ook aan massages van de Zweedse variant. Zweedse massage in Peru. Oké dan. Geertje twijfelde tussen de Zweedse variant en de relaxmassage en anderhalf uur Zweedse massage leek haar een beter idee. Is een wat lompere variant en na een paar dagen op haar rug gelegen te hebben, was Gigi wel toe aan wat doorbloeding.
El centro
Eén dag later zijn we alweer op dag zes van Cuzco terwijl we nog niks van de stad gezien hebben. Ik ga nog even naar het ziekenhuis om mijn beloofde extra bakje schijt in te leveren en ik krijg een nieuwe arts die er geen gras over laat groeien. “Jij bent al drie keer bij het ziekenhuis geweest met die parasiet, dan gaan we je medicatie gewoon verzwaren.” Lekker. Geen gedoe, maar aanpakken. Wel heb ik nu negen verschillende medicijnen voor darmkrampen, darmflora, diarree, misselijkheid, pijn, de Giardia-parasiet en de Salmonella-bacterie. Ze schromen hier niet om een medicijntje meer of minder. Ik hang werkelijk van farmaceutische producten aan elkaar.
Geertje gaat wel even het prachtige centrum van Cuzco in. Ons nieuwe appartementje ligt drie goeie steenworpen van het Plaza de Armas verwijderd. De charme van de dorpjes en de steden van Colombia overtrof tot nu toe altijd wel die van de Peruaanse, maar Cuzco is een stadje dat gewoon met die magie wedijvert, merkt Geertje al snel als ze over het Plaza de Armas wandelt dat vol staat met de prachtige koloniale gebouwen en 17e-eeuwse kerken als de Kathedraal van Cuzco en de Iglesia de la Compañía de Jesús die het gevoel geven alsof je terug de tijd in bent gegaan. Alleen al in de stad Cuzco zou je makkelijk een halve week kunnen vertoeven. Terwijl ze zich aan de prachtige architectuur vergaapt, knalt ze op haar plaat door een gat in de stoep. Het zal ook eens niet. Een armbreuk had de valse start afgemaakt, maar die blijft haar gelukkig bespaard. Geertje geniet ervan om weer laagdrempelig op pad te zijn. Het energiepeil ligt nog niet bijster hoog. Dat het vandaag verkiezingsdag in Peru is, deert dus niet. Evenals Colombia, last Peru een alcoholvrijweekend in ten tijde van verkiezingen (politieke kruidvaten, weet je wel?), maar alcohol is op dit moment het laatste waaraan we denken.
Ik krijg dat nog niet te zien en na mijn korte check-up sluit ik bij Geertje aan in een cafeetje in een van de buitenstraten van het centrum. Geertje werkt op dat moment aan de Huacachina-blog. We kunnen niet meer terug naar ons fijne appartement in het centrum want dat was na vandaag volgeboekt, dus we moeten de tijd doden met wat koffie alvorens we in ons nieuwe appartement kunnen. Of ja, koffie: ik doe het met water, gezien het dieet dat doet vermoeden dat ik permanent in de Ramadan zit.
Mercado San Blas
Ons nieuwe appartement zit níét in het centrum, maar in de aanliggende wijk San Blas, niet te verwarren met de parelwitte eilandengroep die we in Panama bezocht hebben. San Blas is een wat artistiekere wijk die wat rustiger is dan het historische centrum en de plek waar de expats en de remote-werkers in Cuzco zich een beetje schuilhouden. Het toeval wil dat ons nieuwe appartementje zich pal naast Mercado San Blas bevindt. Na tig blogs moet je intussen wel weten dat een mercado een markt is en dat we liefhebbers zijn van Latijns-Amerikaanse markten, staat ook wel buiten kijf. Buiten een fles water koopt Geertje (ik blijf nog één middagje op bed uitrusten) er niks gezien de smetvrees die we de afgelopen weken zelfs voor schoonmaakmiddelen ontwikkeld lijken te hebben (en vanwege mijn ultrastrenge dieet natuurlijk), dus de grote boodschappen voor het avondeten worden in de supermarkt gedaan. Het is wel een leuke markt, die Mercado San Blas. De koffie kost er niet meer dan een koprol en er worden weer overal ceviches, causa en chicharrón uitgedeeld die er overheerlijk uitzien. Maar ons daaraan wagen, is op dit moment een doodsvonnis.
De free walking tour door onszelf
Eén dag later mag ik de markt ook bewonderen, als we besluiten om op dag 7 (!) in Cuzco er voor het eerst samen op uit te gaan. Wat gek. We zijn allebei flink ziek geweest, we zijn hier al een week, maar we zijn – zeker ik, want ik heb niks gezien – complete vreemden in deze stad. Hoe kunnen we onze dag dan beter inrichten dan middels een met AI-ondersteunde free walking tour, zoals we die ook in Medellín deden?
De Wijk San Blas
Het is dan ook logisch dat we beginnen bij het Mercado San Blas, dat een hink-stap-sprong van de voordeur van ons appartement verwijderd is, maar na de markt komen we erachter dat San Blas een wijk is die ons he-le-maal nauw aan het hart ligt. Knusse, kleine wandelstraatjes die de wijk tot een magisch doolhof maken, mystieke pleinen die ineens opdoemen wanneer je ergens een hoek omloopt, prachtige straatkunst (waar ze in Latijns-Amerika sowieso wel kaas van gegeten hebben), geen chaotische stadse drukte, maar een rustige, dorpse vibe, lieve, integere mensen die je altijd begroeten met een warme buenos días en een welgemeende glimlach: San Blas is een wijk waar esthetiek hoog in het vaandel staat en een wijk die voor ons gemaakt is.
Mirador San Blas
We lopen hijgend – lang leve de 3500 meter hoogte waarop Cuzco ligt – een paar trappen op en spotten al een paar barretjes die we in betere gezondheid van de bucketlist gaan strepen en stoppen bij Mirador de San Blas voor een weids uitzicht over de oude Incahoofdstad, alvorens onze stadswandeling abrupt afgebroken wordt.
Reünietjes
Edwin en Eva, dat koppel dat we in Lima en Paracas ook troffen, zouden we in het oude centrum van Cuzco nog treffen voor een bakje koffie. Die vliegen vanmiddag namelijk naar de Brazilianen en een afscheidskoffietje is dan wel leuk. Wat ik tijdens onze stadswandeling niet had gezien, was dat Eva me al appte dat ze naar San Blas gelopen kwamen en wanneer we bijna klaar zijn met onze afdaling en we een hartverwarmende Quechua-man met een handgemaakte gitaar tegen het lijf lopen, botsen we ook zowat frontaal tegen Edwin en Eva aan! Die stadswandeling onderbreken we dus maar, hervatten we een andere keer en we beuken die trappen weer op om bij een restaurantje met een prachtig uitzicht over de stad een paar coca-theetjes en koffie naar binnen te gooien. Het is vooral genieten om er weer samen op uit te kunnen en de gezelligheid om Edwin en Eva nog een keer te zien, maakt dat alleen maar beter.
Onze eerste dag samen weer in de wijde wereld wordt er één die volop in het teken staat van reünietjes. Jelte en Isa zijn namelijk óók in Cuzco! Als Edwin en Eva in de taxi zitten naar het vliegveld, dan is het de beurt aan Jelte en Isa om van ons gezelschap te genieten. Ook voor hen is het de laatste dag in Cuzco, want over een uurtje of zeven zitten die twee in een nachtbus naar Puerto Maldonado in de Peruaanse Amazone. We gaan dezelfde trappen weer op, waar de schilders ons voor de vierde keer vandaag voorbij zien lopen, maar wij ook voor de vierde keer zien dat ze uit hun neus zitten te vreten.
San Blas is een wijk die tegen de bergwand is opgebouwd en het stikt hier dus werkelijk van de barretjes met een fenomenaal uitzicht over de stad. Het eerste barretje dat we bezoeken is dus ook weer prachtig, alleen ontbreekt er één ding dat enorm belangrijk is: BIER! AL HET BIER IS OP! Echt waar, hoe krijg je dat dan weer voor elkaar? Het is wel happy hour, dus Geertje, Jelte en Isa delen vier cocktails en ik proost mee met m’n glaasje water. Diëten, hé?
Ik heb het al een paar keer over dat dieet gehad en bij deze cocktails en bij de overheerlijke lunches die Jelte en Isa hebben besteld, word ik wel op de proef gesteld, zeg. Even een opsomming van wat God voor mij verboden heeft deze week: vet, ongebakken/ongekookte groente, melkproducten, alcohol, koolzuur, vis en fruitsappen. Oftewel, bijna alles. Echt waar, ik snap niet hoe mensen met allergieën door het leven moeten en gelukkig heeft Geertje verstand van eten en ingrediënten, want zonder haar zou ik dagelijks een keer of twaalf zondigen en maximale buikkrampen hebben. Ik proost dus mee met thee of water (sin gas, natuurlijk) want water is het enige wat ik drink en als we ’s avonds – na een switch naar datzelfde restaurant als vanochtend waar ze wél bier hebben en waar het uitzicht na zonsondergang met het oplichtende Cuzco nóg mooier is – afscheid nemen voor het diner en thuis koken, trakteert Geertje zichzelf op een broodje gezond als avondeten en schuif ik voor de zoveelste keer aan om doodsaaie rijst met wortel en droge kip te eten. Want dat is mijn dieet. Water, rijst, wortel en kip en overdag een broodje met jam. Ei (gekookt, niet gebakken) is deze dagen de traktatie. Ik ben wel blij dat Geertje mijn privé-kok is en alles zo lekker mogelijk probeert te maken, want anders had ik al lang een paar keer moeten biechten. In een land waar je met overheerlijk eten doodgegooid wordt, is dit saaie, eentonige dieet een flinke uitdaging om te handhaven. Maar ja, in de strijd tegen die Giardia-parasiet komen vrouw en kinderen eerst en vechten we voor volk en vaderland. Even de smaakpapillen martelen dus.
Het is inmiddels dag acht in Cuzco als we er écht op uit gaan. Oké, gisteren rustig aan ons wijkje verkend, maar vandaag gaan we weer ouderwets knallen voor een unieke ervaring. Om 7.45 staat een taxichauffeur klaar. We stappen in en rijden even langs het Plaza de Armas in het centrum om daar de Nederlandse Merel, Sofie en Thasja en de Engelse Mohsin op te pikken. Wéér die Nederlanders, hé? What are the odds? Nou ja, we hebben zelf de taxi geregeld en om de kosten te drukken kunnen we zo’n taxi beter delen. Normaal heb je daar hostels voor, maar omdat we sinds Huaraz geen hostel meer hebben gezien door Anita’s bezoek en door ons fysieke kwakkelen, biedt de groepsapp vol Nederlanders in Peru ons vandaag een uitkomst. En om het nog goedkoper te maken, gaat Mohsin ook mee. Waar we heen gaan? Naar Vinicunca. La Montaña de las Siete Colores. Cerro Colorado. Maar de meeste mensen zullen deze berg kennen als Rainbow Mountain.
Rainbow Mountain
De taxirit die voor ons ligt is een flinke. Iets langer dan drie uur zitten we met z’n zevenen (taxichauffeur incluis) opgevouwen in de toch wel krappe taxi. Als je dat met vier onbekenden doet, is het toch wel fijn dat het op dat moment ook klikt en we zijn dan ook dolblij dat de drie uur voorbij vliegen als we op bijna 4800 meter hoogte uitstappen bij het beginpunt van de hike naar Rainbow Mountain. Niet alleen door het gezelschap, maar ook door het buitenaards mooie landschap waarop we onderweg getrakteerd worden. Deze hike is er één die ons in anderhalf uur naar Rainbow Mountain moet brengen, maar die door de hoogte en de ijle lucht (Jezus Christus, wat zijn we weer door rietjes aan het ademen) nog flink pittig zal gaan worden.
De hike op 4800 meter hoogte
Het eerste stuk is nog redelijk vlak. Ik lijk met de Eindhovense Merel (die ook nog eens jarig is) de minste last te hebben van de ijle lucht en loop voorop, maar later hoor ik van Geertje dat ze het ook makkelijk had, maar het gewoon heerlijk vond om lekker met de rest te stoppen om op adem te komen. Voor ons is het namelijk na de Pastoruri Gletsjer in Huaraz niet de eerste keer op dit soort onmenselijke hoogtes: voor de rest van onze groep wel. Over Huaraz gesproken: de omgeving hier lijkt een beetje op die van Huaraz. En da’s een compliment: we lopen door een weidse, gigantische vallei en op de achtergrond ontwaren zich de besneeuwde bergtoppen van zesduizenders wier namen ons onbekend zijn. Het is hier adembenemend mooi.
En dan de roze olifant in de kamer. Meer dan een maand lopen we al op Peruaanse grond, maar één karakteristiek Peruaans beest hebben we nog niet gezien: de lama! Maar vandaag is het dan eindelijk zover. Op de hike naar Rainbow Mountain lijkt het wel alsof er speciaal een blik van kamelen met schapenvacht voor ons is opengetrokken: overal waar we kijken staart een lama ons schattig in de ogen. Wat zijn die beesten leuk en knuffelbaar! Na een anderhalf uur wijzen, grinniken en lachen om al die schattige lama's die overal rondlopen, worden we op onze vingers getikt door een local: dit zijn helemaal geen lama's. Het zijn allemaal alpaca's!
De vier kameelachtigen van Peru
Lieve lezers, na al die aardrijkskunde- en geschiedenislessen, volgt er nu een biologieles! Het lesdoel van vandaag? Na deze alinea weet jij het verschil tussen de vier kameelachtigen van Peru. Jawel, vier. We hebben dus lama’s en alpaca’s. Die twee zijn allebei gedomesticeerd. Lama’s zijn trek- en lastdieren (een beetje de paarden, ezels of kamelen van de Andes) en alpaca’s hebben ze hier vooral voor de wol. Alpaca’s zijn ook een stuk schattiger (kunnen we vanaf nu beamen), en lama’s zijn groter, sterker en vooral een stuk duffer. Die alpaca’s hier zijn dus allemaal van een Quechua-boer die hier ergens in de bergen leeft. Naast lama's en alpaca's heb je nog twee soorten: guanaco’s en vicuña’s. Dat zijn wilde soorten. De guanaco is een soort van voorouder van de lama en die leeft wat meer verspreid over Zuid-Amerika en de vicuña is een exemplaar die wel leeft in deze contreien en de hoop is dat we die nog gaan spotten. Vicuña’s hebben overigens wel exclusieve wol, maar er zijn dus geen boerderijen van omdat het wilde dieren en geen boerderijgeitjes zijn. Als je dus een sjaal van vicuñawol hebt, dan flex je dus wel met je portemonnee zeg maar. Vicuña’s zijn dus een beetje Ferrari’s onder de kameelsoorten van Peru.
Nou, nu je weet welke kameelsoorten ze hier hebben (op onze nieuwe bingokaart van vier vakjes is de eerste dus afgestreept), kunnen we op naar de klim omhoog. Tours vertrekken doorgaans om 4 uur in de ochtend, en de truc schijnt dus een taxi te regelen die later gaat, zodat je in je eentje op die berg kan staan. Onderweg komen we al grote groepen mensen tegen die op de terugweg zijn; onze tactiek werkt dus. Als we aan de klim beginnen, hebben we zelfs al geen tegenliggers meer. Vol verwachting kloppen onze harten. Maar we krijgen ‘m niet voor niets: hoewel zeker Geertje véél beter met de hoogte omgaat dan toen in Huaraz, is de klim steil en de zuurstof schaars op deze hoogte. Pfoe. Als een verdwaalde groep nomaden in een woestijn wiens waterzakken al twee dagen leeg zijn, slenteren we kauwend op de coca-bladeren die we hebben meegenomen, naar boven. Stap voor stap. Stap voor stap.
De stip op de horizon
En dan zijn we boven. En het is het allemaal waard. Op een duizelingwekkende hoogte van 5007 meter hoeven we de beeldschone Rainbow Mountain alleen te delen met de lokale Quechua-bevolking die souvenirs verkoopt en een wazige Belg die op z’n vingers getikt wordt omdat-ie tegen de regels in tóch met z’n drone besluit te vliegen, te delen. Waarom dit de Rainbow Mountain heet, is meteen duidelijk. Een prachtige berg in zeven verschillende kleuren ligt voor ons en als we denken alles gezien te hebben en niet meer verbaasd te kunnen worden, staan we hier op vijf kilometer boven zeeniveau wéér met de mond vol tanden, wéér te kijken naar een fenomeen dat we nog nooit gezien hebben. We hebben geluk met het weer: hoewel we drie lagen én handschoenen dragen, schijnt de zon fel (mijn gezicht verbrandt flink) en springen de prachtige kleuren er nóg veel harder uit. Wat mij betreft had het ook eerder de Rainbow Valley kunnen heten, want de hele vallei is een explosie aan kleuren. Er zijn groene bergen. Er zijn grijze bergen. Besneeuwde witte bergen. Bruine bergen. Rode bergen. En dan die knalblauwe lucht. Wát een plek weer.
Dan wil ik toch even de materie met jullie induiken: tijd voor aardrijkskunde! Want ja, we mogen dan wel voor honderdtachtigste keer in een nieuwe verbazing gevallen zijn: dat verklaart nog allerminst waarom we hier naar een berg met 7 fucking kleuren staan te kijken. Zet op Google Maps maar eens de satellietview aan en dan zie je een paar rode bergen opdoemen ergens ten oosten van Cuzco. Daar spot je deze vallei dus al. En wat blijkt? De grond hier is net Holle Bolle Gijs, maar in plaats van afval zit-ie vol met mineralen. En al die mineralen geven blijkbaar een ander kleurtje. IJzeroxide geeft rood/roze, chloriet geeft groen, kalksteen geeft wit, enzovoorts, enzovoorts. Met als resultaat dit bizarre fenomeen. We hebben ook geluk dat we hier überhaupt kunnen staan, want pas sinds 2015-2016 is deze berg bloot komen te liggen. Lag eerst een gletsjer overheen, maar door de klimaatcrisis is die gesmolten en kunnen we nu van deze berg genieten. Doorgaans ben ik toch wel heel erg pro-klimaat, maar durf ik dan héél voorzichtig te zeggen dat klimaatverandering niet altijd slecht is, al is het in deze maar puur uit eigenbelang?
De lama
En hier hebben ze wél lama’s! Onderaan het uitzichtplatform dat op zo’n 5060 meter hoogte ligt, staat nog een Quechua met twee lama’s die carnaval aan het vieren zijn. Ja, wél lama’s deze keer. Gekke gebreide pakjes aan en zelfs zonnebrillen op. Klinkt niet heel diervriendelijk, maar we deduceren dat lama’s per slot van rekening lastdieren zijn en dat dit eigenlijk niks anders is dan een paard dat gezadeld wordt. Het te verwachten verschil met de alpaca gaat wel op overigens: die lama’s zijn groter, forser en sterker en ze kijken je aan zo duf als een ezel met een TIA. En dan dat geluid dat ze maken! Ik kom niet meer bij. Mmmmmm…. Mmmmm….. mmmmmmmmmmmm! Je wist het waarschijnlijk niet, maar het geluid dat een lama maakt laat zich het best vergelijken met een hippiemeisje dat slurpend aan een avocado-guacamoleshake met volle mond probeert uit te drukken hoe lekker het wel niet is. Mmm! Mmm! Mmm!
Na een geweldige, memorabele dag zijn we moe en voldaan als we in de schemering weer bij Mercado San Blas worden afgezet. Sofie, Merel en Thasja reizen alweer door dus de ontmoeting is een eenmalige, maar ik wissel nog een nummertje uit met Mohsin (komt trouwens van het Britse eiland Isle of Man, hoe groot is de kans, dus als we daar ooit heengaan hebben we al een gids) die morgen misschien meegaat naar een paar Incaruïnes in de stad. Ik lever de was in, Geertje doet boodschappen en na weer zo’n doodsaaie maaltijd belanden we vermoeid in bed en gaan de oogjes al vroeg toe. Maar die doodsaaie maaltijd was (hopelijk) wel de laatste: want op dag negen kan dat dieet dan ein-de-lijk de groenbak in, want een dag later genieten we na een belletje richting de Lage Landen bij het schattige lunchcafé Maestra Vida voor het eerst sinds tien dagen van een gezamenlijke brunch. En oh, wat heb ik dingen proeven toch gemist. Nu weet ik hoe deelnemers van Expeditie Robinson zich voelen bij het Samensmeltingsdiner.
Sacsayhuamán
Met een nieuwe dosis zin trek ik er vanmiddag op uit. Geen Geertje, die ligt in de middag lekker in de korf (heeft wat buikpijn na vanochtend, haar maag en darmen hebben na een week ook opeens een heel andere maaltijd te verduren gekregen) met Love is Blind op de achtergrond en werkt aan de blog van Ayacucho. Maar ik ga ook niet alleen. Ik ga naar de Inca-ruïnes van Sacsayhuamán, aan de rand van de stad, maar dat doe ik samen met Mohsin, die Brit die gisteren ook mee was. Voordat we elkaar ontmoeten, loop ik door een deel van San Blas waar Geertje en ik allebei nog niet geweest waren en als ik dacht dat het hier niet leuker kon, dan wordt het dat hier toch: de schilderachtige Calle de Siete Borregitos (de straat van de zeven geitjes) voelt zo sprookjesachtig aan als-ie klinkt en het naastgelegen Acueducto de Sapantiana maakt het idylissche plaatje compleet. Cuzco staat bekend om enorm veel dingen, maar dat de schoonheid en de sfeer van de stad zo zouden verrassen dat het zelfs wedijvert om de titel ‘leukste stad van Zuid-Amerika’, hadden we van tevoren niet gedacht.
Als ik Mohsin bij Sacsayhuamán ontmoet, worden we blij verrast door de ruïnes die we tegen het lijf lopen. Ik was een beetje bang dat de ruïnes wat overeen zouden komen met Huaca Pucllana in Lima en Chan Chan in Trujillo, maar dat blijkt niet waar te zijn. We zijn natuurlijk niet meer in droge woestijnen maar in regenachtige bergen. De architectuur van dit voormalige fort van de Inca’s bestaat uit grote grijze stenen en indrukwekkende bouwwerken waar we doorheen lopen. Het huidige Cuzco was in het vroegere Inca-rijk namelijk de hoofdstad en Sacsayhuamán een verdedigingslinie op de bergrand. Sacsayhuamán, ja: een prachtig fort dat een zeldzaam verdedigingsbouwwerk was voor het doorgaans vredelievende Incavolk.
Hoe langer Mohsin en ik door het complex wandelen, hoe meer ik erachter kom dat het een fout is geweest om Geertje vandaag níét mee te nemen. Er staat geen uitverkoop aan informatiebordjes waar Geertje huiduitslag van krijgt en we hebben ook geen gids met ellenlange verhalen over de oorsprong van de stenen met ons meegenomen. In plaats daarvan lopen we door de ruïnes, genieten we van de mooie, weidse uitzichten over Cuzco, glijden we van een natuurlijke rotsglijbaan af (waar ik m’n vingers tot bloedens toe openhaal), lopen we tussen de lama's die hier rondrennen en banen we ons een weg door de grotten die de Inca’s in vervlogen tijden voor ons gemaakt hebben. Buiten het feit dat dit indrukwekkend is, is het ook gewoon heel erg mooi.
Ik heb met Mohsin een topmiddag, beseffen we als we ons tegoed doen aan een kopje slappe warme chocola. Dit had Geertje ook leuk gevonden. Dat vertel ik haar wanneer ik afscheid neem van Mohsin (hoera, we hebben een gids als we ooit naar de Isle of Man gaan) en in het prachtige, oude koloniale centrum van Cuzco bij haar aanschuif voor ons eerste dinertje samen buiten de deur sinds die avond in Ayacucho voor de ellende weer begon. Het eerste dinertje buiten de deur, ja, in een restaurant met allemaal gerechten waarvan de ingrediënten puur Peruaans zijn. En wat is dat toch genieten!
Heel veel achtergrondinformatie over de Inca’s heb ik je deze keer niet verteld. Want als je een beetje op de hoogte bent van Peru en waar Peru voor staat, dan weet je dat er in de buurt van Cuzco één niet te missen bezienswaardigheid is, misschien wel dé bekendste bezienswaardigheid die we deze reis gaan aandoen (of het Panama-kanaal, welke van de twee bekender is, daar twijfelen wij nog over). Nabij Cuzco ligt, mystiek verscholen in het Andesgebergte, de verloren Inca-Stad en één van de zeven wereldwonderen Machu Picchu. Een geschiedenislesje bij Sacsayhuamán had gekund, maar ik denk dat dat nog nét even wat meer geschikt is voor hét icoon van Peru. Daar gaan we morgen naar toe.
Reactie plaatsen
Reacties