De zweetbus
Vier lagen trokken we aan in Huaraz om ervoor te zorgen dat we er comfortabel bij zouden liggen in de nachtbus naar Lima. Na twee bussen hebben we geleerd dat de chauffeur de knop van de airco doorgaans wel weet te vinden. Dat is niet erg hoor, is juist wel lekker. Dat we van Huaraz naar Lima om half één ’s nachts wakker zouden worden terwijl het zweet van de hitte over onze buiken, ruggen en voorhoofden gutst omdat de verwarming op standje Death Valley staat en ik zelfs in m’n blote buik nog geen beetje verkoeling vind, hadden we niet op bingokaart staan. Om ons heen ligt bijkans de hele bus te slapen. Hoe dan? Het grootste mysterie van de eenentwintigste eeuw.
Gelukkig oordeelde de chauffeur ook dat die verwarmingsstand misschien iets té opportunistisch was. Het koelt nog een beetje af, hoewel het heet blijft, en we pakken nog wat slaap, maar als we ’s ochtends wakker worden in Lima, wordt ons humeur door één ding overstemd: buikkrampen.
HEt ziekenhuis
Het is zover: diezelfde diarree-buikkrampbonuscombi heeft weer een weg teruggevonden in m’n verteringsstelsel. Gelukkig hebben we een luxe AirBnB (slaapkamer, aparte douche, keuken, woonkamer) geboekt, omdat ik al aan voelde komen dat mijn staat van zijn vandaag op een toss bepaald zou worden en waar we op kop hoopten, is het munt geworden. Na onze spullen uitgepakt te hebben en een verfrissende douche om het nachtzweet weg te krijgen, besluiten we dat er vandaag maar één activiteit op de planning staat: de kunstzinnige muren van het ziekenhuis bekijken.
We zijn een paar uur in het ziekenhuis, zo’n uur of drie, want ik kan bloed laten prikken en een… monster vanuit een bepaalde plek in een potje deponeren voor onderzoek. We wachten en wachten. Het resultaat is niet mals: er zit een of andere gare parasiet in m’n darmen. De Giardia, noemen ze 'm. Goed voor de lijn, minder goed voor de fitheid. We waren er als de kippen bij om die overheerlijke chita in Huanchaco al de schuld te geven, we maakten mij alweer uit voor een ezel die zich voor de tweede keer (*uch* Thailand *uch*) aan dezelfde steen stoot, maar deze parasiet komt voor in kraanwater. Met tandenpoetsen of met douchen uit de kraan per abuis meegenomen, dus. En natuurlijk: dat drink ik niet, dus het is gewoon pech. Domme, botte pech en niet meer dan dat. Nooit in mijn leven heb ik problemen met m’n darmen gehad. Op een goede dag schijt ik iedereen het snot voor de ogen, dat weet ik zeker. Maar twee keer, terwijl we op reis zijn, heb ik het dus wel. Eén keer door m’n eigen schuld in Thailand en één keer, nu, door stomme pech. Een parasiet dus.
We doen dus niks dan uitrusten die dag. Ik krijg medicijnen en een streng dieet mee (dat ik niet volledig begrijp, want medisch Spaans is weer een heel ander paar mouwen), maar Geertje doet online wat onderzoek en neemt de rol van diëtiste op zich. Morgen staat er een fietstour door Lima op het programma, dus veel doen we niet. We zijn al lang blij dat ik niet weer drie dagen in het ziekenhuis hoef te liggen.
Gewapend met een overvloed aan water, droge crackers en ORS stappen we de taxi in die ons naar Miraflores brengt, vanwaar de fietstour begint die ons door de drie wijken Miraflores, San Isidro en Barranco (waar wij slapen) brengt. Lima is weer zo’n enorme betongigant, net als Bogotá, maar Lima is met 500.000 inwoners meer (net geen 12 miljoen) zelfs nog net iets groter dan Bogotá. De grootste stad aan de westkust van beide Amerika’s (!) en de grootste stad die we deze reis gaan bezoeken. Wel hebben we een korte broek aan en een lekker shirtje, want in tegenstelling tot de Colombiaanse hoofdstad, ligt de Peruviaanse niet op 2600-2700 meter, maar bijna op zeeniveau. Bijna op zeeniveau. Lima ligt aan de kust, maar wel bijna op zeeniveau. Hoe dat zit, daar kom ik zo op.
De fietstour
Kijk, over die fietstour ga ik niet zo heel erg veel vertellen, maar weet wel dat-ie heel leuk was en dat gids Julio een enthousiaste jongeman is die veel over Peru en zijn stad Lima weet. Allemaal informatie die ik overal nog wel kriskras tussendoor ga verwerken. Waarom ik trouwens niet over veel over de fietstour ga vertellen? Nou, omdat we alle plekjes waar we langs rijden, later ook nog een keer gaan bezoeken en wat beter gaan verkennen, dus daar wijd ik later wel wat meer over uit. Oké, één ding dan: die vergelijking met Bogotá? Gaat ook hier op. Want ook van Lima is de ligging adembenemend mooi. Niet doordat het in de bergen ligt, maar doordat de stad aan een hoge, droge kust van kliffen ligt. Niet op zeeniveau, dus! Maar wel weergaloze uitzichten!
Bosque el Olivar
Oké, twee dingen dan: het rustige, serene parkje Bosque El Olivar in de wijk San Isidro. Daar zullen we later ook niet meer komen, maar het is een heerlijk parkje te midden van de stadse chaos om even héérlijk tot rust te komen. En ze hebben er eekhoorns. En schildpadden. We zijn twee tevreden mensen.
Parque del amor
Oké, drie dingen dan: het Parque del Amor. Voor iedereen die ooit in Barcelona is geweest, moet Parque del Amor toch wel een warm, oud en vertrouwd bad zijn. Aan de imposante hoge kusten van de wijk Miraflores, ligt een knus, schattig stadsparkje dat vol staat met mozaïeken bouwwerken als bogen, wanden en banken in alle kleuren van de regenboog. Jawel, precies zoals wij Park Güell in Barcelona ook kennen. Alsof Antoni Gaudí zelf een middagje in Lima de architect heeft uitgehangen.
Na de fietstour belanden we op het terras met Jelte en Isa. Er fietsten vier fietsen achter Julio aan tijdens de fietstour en die andere twee werden door deze medelanders bestuurd. Het is altijd hetzelfde liedje: je kunt er de klok op gelijk zetten dat er Nederlanders bij zijn wanneer je in het buitenland een stad per fiets gaat verkennen. Was in Bogotá zo, is in Lima ook zo. Geef ze eens ongelijk, want we hebben intussen geconcludeerd dat er niks beter is dan zo’n fietstour in steden die buiten het verkennen van de stad, ook nog eens een topintroductie bieden voor een land: ook al zijn we al anderhalve week in Peru, het land voelt toch nog een klein beetje als nieuw.
Die middag wordt er bij een super knus restaurantje waar Geertje en ik tien stuks sushi delen, flink gepilsd. Of ja, door Geertje, Jelte en Isa. Niet door mij. Door het ziek zijn ben ik al een week van de alcohol af en ook vandaag beginnen de buikkrampen na een intensieve fietsdag me alweer een klein beetje parten te spelen. En al was dat niet, dan had ik alsnog mijn alcoholvrije streak verlengd met een tweede week, want die anti-parasietmedicatie maakt alcohol drinken verboden. (Sushi eten trouwens ook, blijkt later na een intensieve vertaalsessie van de nazorginstructies.) Ik kon me nauwelijks herinneren wanneer ik voor het laatst een week geen alcohol heb gedronken, laat staan de twee weken die ik nu met speels gemak ga aantikken. We zijn nu bijna twee weken in Peru en weten we nog niet eens de gemiddelde prijs van een biertje hier. Voor ons echt ondenkbaar in een normale situatie. Straks word ik nog een compleet nieuw mens.
Geertje overigens niet, hé. Die heeft zich lekker verwend in Huaraz met een fles gefermenteerde rode druiven. Maar ja, ook nog geen bier dus en dat is natuurlijk wel nieuw. Terwijl de drie zich tegoed doen aan de bieradviezen van onze ober en de ene naar de andere goudgele kanjer wegtikken, blijf ik lekker aan het water en trek ik met een cola even een paar heel erg stoute schoenen aan. Maar dat deert niet: het is onwijs gezellig.
DE geweldige keuken van Lima: een introductie
Zo gezellig dat we even opfrissen en voor het avondeten weer afspreken. Tijdens onze fietstour zagen we het winkelcentrum Lancomar in de wijk Miraflores en in dat winkelcentrum zijn boven die enorm hoge kust ook nog een aantal restaurants gebouwd. En we eten er héérlijk! Gemini helpt me deze keer goed uit de brand (geen leugen deze keer, hoop ik) en ik bestel een kipgerecht: het gerecht dat onderaan de favorietenlijst staat van mijn parasiet. Geertje gaat voor een geweldige Lomo Saltado, typisch Peruaanse beeflapjes met wat Chinese invloeden, gekruid met de aji amarillo, een Peruaanse gele peper. In de vuilnisbelt van keukens die Midden-Amerika en het westen van Zuid-Amerika schijnen te zijn (valt voor ons tot nu toe nog wel mee, overigens), blijkt Peru een ware diamant: de Peruaanse keuken moet een fantastische zijn. Sterker nog: Lima wordt (je zag het natuurlijk al in de titel) de culinaire hoofdstad van de wereld genoemd. Nou, die fantastische sushi en de Lomo Saltado van vandaag zijn daarvoor al de eerste betrouwbare bewijzen.
Bij thuiskomst gaan we snel naar bed. De buikkrampen bereiken na een heftige dag het toppunt, maar eerder die dag hadden we de knoop al doorgehakt om een langere tijd in Lima te verblijven. Ik blijf maar aanmodderen met die darmen en als ik weer te hard van stapel ga lopen, dan mag ik nog wel medicatie hebben, maar dan blijft de ellende net als in Huaraz gewoon weer terugkomen en lig ik dadelijk misschien wel in het ziekenhuis. Bovendien komt over precies een week mijn schoonmoeder op bezoek en om de goede vrede een beetje te bewaren, lijkt het ons verstandig dat ik m’n best doe om me in ieder geval zo goed mogelijk te voelen tegen die tijd. Onze reis wordt met een week verlengd en de planning die we met Geertjes schoonmoeder gaat op de schop, met de gedachte dat een week op zeven maanden reizen helemaal niks is. Ik kom de komende vier dagen onze AirBnB dus niet uit en Geertje gaat genieten van het alledaagse en stapt door het leven als echte Limeña. Vanaf nu wordt dit dus even de blog van Geertjes belevenissen. Mijn leven is de komende vier dagen net zo boeiend als kijken hoe verf droogt.
Het Lima van Geertje
Dag één van Geertjes solo-Lima-trip is geen boeiende. Boodschappen, sporten en heel veel regelzaken. We declareren onze ziekenhuisrekeningen ook nog even, en na al het geregel, de was doen en zorgen, brengt Geertje nog even tijd door in het zwembad en de jacuzzi op het dak van ons gebouw. Locatietje wel, hoor: op 22 hoog zijn er vanuit het water mindere uitzichten te bedenken.
Geertjes shoppingtour
Dag twee is iets spannender. Geertje gaat er weer op uit nadat ze gesport heeft en als ik er niet bij ben, is er natuurlijk alle ruimte om een shopdag in te plannen zonder mijn eindeloze gejammer over de hoeveelheid kledingwinkels aan je kop te hebben en over dat het allemaal te lang duurt. Geertje kan dus lekker haar tijd nemen. Door de wijk Miraflores, een ijskoffietje hier, een kledingwinkeltje daar. Voor de zoveelste keer deze reis raakt ze in een paskamer haar zonnebril kwijt, maar gelukkig houdt het winkelpersoneel haar zonnebrilletje apart. De dag wordt gebroken bij hetzelfde plekje als waar we met Jelte en Isa aten en Lancomar is bij daglicht weer van een heel andere orde: de uitzichten vanaf de hoge kust zijn prachtig en de zalmtartaar die smaakt alsof er engeltjes op je tong kussen, bewijst maar eens te meer de status van Lima als culinaire hoofdstad van de wereld. Er zijn slechtere plekken om onze draagbare kledingkast van een hippe nieuwe broek en trui te voorzien. En ze heeft ook nog aan mij gedacht! Ik ben al een maand passief op zoek naar nieuwe sokken nodig en die neemt ze ook mee voor mij. Tijd om weer naar huis te gaan, maar niet zonder een paar keer verkeerd te lopen. Geertje blijft Geertje.
Wat er ook gebeurt in Lancomar, is de wederopstanding van een zoektocht die we anderhalve maand eerder Medellín gestaakt hadden. Jawel, onze epische zoektocht naar drones is in Lima hervat! Na veel geïnventariseerd te hebben, heeft Geertje (heeft er meer verstand van dan ik) de knoop doorgehakt dat we tóch een drone gaan halen! Na heel veel onderzoeken en voor- en tegen argumenten tegen elkaar afgestreept te hebben, komt de lijst met voordelen als winnaar uit de bus! Op de vooravond van het bezoek van Anita, Geertjes moeder, staat er dan toch een vervolg te komen op die prachtige luchtshots die destijds in San Blas in Panama geschoten zijn. Nu dat machientje alleen nog even ophalen…
Drone kopen
Dat doet Geertje op de derde dag van mijn ziekteverzuim, nadat ze wederom gebruik heeft gemaakt van de gratis sportschool beneden. Hup, als de wiedeweerga terug naar Lancomar om die drone op de kop te tikken en jawel hoor: na meer dan twee maanden gewikt en gewogen te hebben, is die drone dan ein-de-lijk in ons bezit! Zoals Geertje hem noemt: onze dronie!
De terugweg naar ons appartement gaat wandelend langs de kust via een paar punten die we ook tijdens de fietstour hadden aangedaan. Niet veel verder van Lancomar staat een universiteit met een meterslange wand, gedecoreerd met allemaal zwart-witte foto’s. Medisch personeel dat dodelijk slachtoffer is geworden van Corona. Buiten het feit dat de wand hartverwarmend en indrukwekkend is, is het ook mooi om te beseffen dat we weer in een vrije wereld leven. Of ja, relatief vrij, gezien het psychedelische wereldfeestje dat 2026 tot dusverre is. Ook realisatie dat Peruaanse vrouwen in ziekenhuizen immuun voor Corona leken, gezien het opzienbarende gebrek aan vrouwenfoto’s aan de wand. Of het is gewoon een mannenberoep hier in Peru. Dat kan natuurlijk ook.
Puente de la paz
Even later loopt ze over de Puente de la Paz. Een spiksplinternieuwe loopbrug, vers uit de kartonnen doos, die het moderne Miraflores met het kunstzinnige Barranco verbindt. Saillant detail: een glazen middenstrook waardoor je direct naar de drukke autoweg onder je kijkt. Heerlijk voor Geertjes hoogtevrees.
Wat opvalt aan het lopen door de straten door Lima, is het gebrek aan waterafvoer. Serieus: je vindt nog eerder een Amerikaan in een sportschool dan een putdeksel in Lima. Als het hier regent, dan heb je meteen driehonderd Olympische zwembaden klaar voor gebruik, want dat water kan geen kant op. Gelukkig regent het hier maar 10 tot 20 millimeter. PER JAAR. Waar Huanchaco nog een droog bos was, en Tatacoa een droog tropisch bos, wanen we ons in Lima voor het eerst in een echte woestijn: de Sechura-woestijn! Dan hoef je inderdaad geen moeite te steken in het bouwen van putten of goten.
Koortsdromen naar de Maleisische hoofdstad
Via de supermarkt keert Geertje met een volle boodschappentas weer thuis. Ik begin me steeds beter te voelen, dus we besluiten naar het dakterras te gaan. Daar hebben ze een zwembad en twee jacuzzi’s. Geertje is er al eens geweest, ik heb m’n ellendige lichaam nog niet naar verdieping 22 gelift, maar nu gaan we dat toch maar eens proberen. Eenmaal boven is de kermis nog kouder dan dat-ie in een Nederlandse herfst is: lege jacuzzi’s en alles afgezet met gele linten! Hmm… een luxe AirBnB boeken voor langere tijd in een enorme hoofdstad van een land, met een zwembad op het dakterras dat middels gele linten is afgesloten voor de bewoners… dat klinkt toch wel héél erg als Kuala Lumpur!
Een dagje sociaal isolement
Dat Geertje een karrevracht aan boodschappen gedaan had, is niet voor niets: om mijn beterschapstraject een fleurig vervolg te geven, hebben we besloten dat we samen één hele dag de flat van onze AirBnB níét verlaten (op één uitzondering voor een HDMI-kabel bij de electronicawinkel om de hoek na)! Een maskertje voor onze gezichten (ik ben 'm na één minuut en twaalf seconden weer beu), chippies, kaasjes en komkommertjes, worstjes, M&M’s, stokbrood, toastjes, zelfgemaakte eiersalade en een enorme bak KitKat-ijs voor mij. En de hele dag Gen-V, American Horror Story, Lubach, een Pixar-film en een kerstfilm (halverwege maart begint voor Geertje het kerstseizoen alweer): wij komen de dag wel door!
Deze ultieme chilldag heeft er gelukkig wel voor gezorgd dat ik mezelf weer genoeg boven Jan voel om eropuit te gaan. Samen met Geertje weer de straat op na zo veel dagen? Nee, nee, mijn eerste dag in de buitenwereld kenmerkt zich door een solotripje! Als Geertje en ik eerst sporten in het complex, belt Geertje met het thuisfront en ga ik in m’n eentje op pad. Dan weet je hoogstwaarschijnlijk alweer hoe laat het is. Jawel, we duiken weer de geschiedenis in.
Huaca Pucllana
Ik sta pal voor de Huaca Pucllana. Je weet van Huanchaco nog dat Huaca Quechua is voor piramide (toch? TOCH?), dus bezoek ik vandaag een prachtige, lemen piramide dia bijna tweeduizend jaar oud is. Gebouwd door de Inca’s? Nee, door de Lima’s (hee, verrek daar komt de naam van de hoofdstad vandaan!). Als het goed is, weet je ook nog wel dat de Inca’s alleen maar zo bekend zijn omdat ze met de scepter zwaaiden toen de Spanjaarden in de 16e eeuw hier voor het eerst voet aan de grond zetten, terwijl ze eigenlijk nog geen honderd jaar het machtigste volk in het huidige Peru waren. Gewoon een kwestie van uitmuntende timing dus.
De Lima's en de Wari's
Nee, het waren de Lima’s die Huaca Pucllana bouwden in het jaar 200. Duurde lang, dat bouwen, want pas 500 jaar later rond het jaar 700 was de piramide klaar. Dat geduld kon een vijfjarige Niels voor zijn legobouwwerk niet opbrengen. Voor de Lima’s was Huaca Pucllana een religieus centrum en een plek waar ze de administratie bijhielden. Na de Lima’s? Toen kwamen de Wari’s. Die namen de boel over (en daar sloten ze zeker geen bloedeloze huurovereenkomst voor af met die Lima’s) en die maakten er een iets luguberdere plek van. Een begraafplaats en een ceremoniële verzamelplaats. Hier werden namelijk vrouwen geofferd. Wari’s waren geen voorlopers van toxic masculinity, wees maar niet bang, want voor al die Amerikaanse indianenculturen was de dood helemaal niet iets verdrietigs en was geofferd worden juist een eer. In Huaca Pucllana werd de vruchtbaarheid aanbeden en als je als vrouw geofferd werd, was je juist dolblij!
Was het leven dan zó ontzettend ruk als Wari? Nee, viel wel mee. Men dacht gewoon dat het huidige leven één van de vele andere levens was die ze nog zouden krijgen en al gehad hadden. De dood was slechts een nieuw begin. Er ging dus ook nooit rouw of verdriet mee gepaard. Als je als werkende man vroegtijdig overleed, dan werden je vrouw en kinderen ook gewoon gedood. In je volgende leven moest je immers ook werken en daar had je je vrouw en kinderen gewoon bij nodig, toch? Het is om die reden dat we tijdens onze wandeling op een aantal plekken de stoffelijke resten vinden van hele families, waar zelfs kleine baby’tjes bij liggen. En dat klinkt heel cru, maar schijnbaar was dit dus een doodnormale, volledig geaccepteerde gang van zaken. Als je doodging, ging je gewoon weer verder leven, maar dan ergens anders. Hah, ze moesten eens weten dat dat klinkklare onzin is. Iedereen weet toch dat reïncarnatie onzin is en dat Jezus en God dadelijk bij de Poorten des Hemels hun oordeel over ons vellen, toch?
De ontdekking van Huaca Pucllana
Het is een behoorlijk indrukwekkende plek, dat Huaca Pucllana. Tijdens de fietstour zagen we ‘m al van buiten, maar om op de muren te mogen lopen en de piramide te mogen beklimmen, is toch een ander verhaal. Aan alle kanten wordt Huaca Pucllana omsingeld door moderne betonreuzen en het contrast van bijna 2000 jaar kan dus bijna niet groter zijn. Dat deed me aan het denken zetten: wat een gekke plek om je hypermoderne metropool te bouwen, terwijl hier gewoon een 2000-jaar oude stad ligt, toch?
Nou, ook dat valt wel weer mee. Huaca Pucllana is namelijk pas in 1981 ontdekt. Da’s echt kei laat. Toen was Lima namelijk al een stad met 4 miljoen inwoners. En Huaca Pucllana? Dat was gewoon nog een grote bult met zand. In het jaar 1000 was de macht van de Wari tanende en welk volk het ook was dat na de Wari kwam: ze vonden Huaca Pucllana niet boeiend genoeg om er iets mee te doen. Het klimaat van de woestijn rondom Lima deed de rest: wind, zand en droogte zorgde ervoor dat het complete complex jaar na jaar onder een steeds dikker laagje zand verborgen kwam te liggen. En man wat ging dat snel, want zelfs de Inca’s, wier hegemonie in 1438 begon, hebben nooit geweten dat Huaca Pucllana bestaan heeft. Even doorspoelen met de tijdmachine naar 1981: het hedendaagse Lima wil uitbreiden en de zandbult die door kinderen, voetbalteams en zelfs motorcrossers als speeltuin gebruikt wordt, moet gaan wijken en nieuwe flatgebouwen moeten gerealiseerd worden. Een logisch plan, totdat één van de hijskranen op een lemen muurtje onder die zandbult stuit. Huaca Pucllana is herontdekt!
Om die reden lopen we ook met een groep door het complex. Je móét met gids, want omdat Huaca Pucllana pas zo recent ontdekt is, zijn archeologen nog steeds bezig met het uitgraven van de piramide en de omliggende huizen. Droog, leem, zanderig: de hele bedoening is zo kwetsbaar als een pasgeboren kindje. Uiteraard is er weer een viertal Chinezen dat schijt heeft aan de regels en tot drie keer toe op strenge, typisch Latijns-Amerikaanse wijze teruggeroepen moet worden door de gids. Twee stereotype vooroordelen in één keer bevestigd.
Frappante keuzes binnen de Peruaanse gastronomie
We lopen ook nog even langs een moestuintje in de piramide. Het zijn typisch Peruaanse gewassen die er groeien. De quinoa komt bijvoorbeeld uit Peru, dus iedere hypermoderne, ultrahippe, vega-healthy-lifestyle influencer kan z’n hart in het culinaire Lima dus wel ophalen. En aardappels. Ja, newsflash: aardappels komen uit Peru. Fucking aardappels! 3500 verschillende soorten aardappels hebben ze hier in Peru. Maar waar ik vooral van sta te kijken, is dat we zonder Peru dus gewoon geen aardappels gehad hadden en dat het vóór de herontdekking van Amerika dus helemaal niet mogelijk was om een frietje bij je frikandel te bestellen.
Wees niet bang: er komen nog véél meer aardappelfeitjes in de komende blogs, maar die zijn te leuk om allemaal in één keer te vertellen. Dus ik ga door naar andere voedselgerelateerde feitjes. We lopen langs een soort kinderboerderijtje (ja, nog steeds Huaca Pucllana) waar vier lama’s staan. De roze olifant in de kamer, want na drie blogs heb ik het nog niet over lama’s gehad. Maar zo leuk is het allemaal niet, want lama’s zijn naast hun wol ook nuttig voor de slacht. Of ja, dat zijn vooral de alpaca’s. Alapacavlees schijnt lekkerder te zijn en lamavlees is veel taaier, dus die vraag ligt veel lager. Wat ze hier ook eten, zijn cavia’s. En die zitten met een man of veertig in een hok naast de lama’s. “Jullie zien hier natuurlijk lieve huisdiertjes”, zegt de gids met een duivelse glimlach, “maar ik zie alleen maar lekker eten, heheheh.” De Peruviaanse caviadelicatesse. Peru is immers de culinaire hoofdstad van de wereld, toch? We zijn ook aan de andere kant van de wereld om gekke dingen te proberen. Die cavia? Misschien slaan we ‘m over. Misschien ook niet.
Kennedy Park
Tijd om door te gaan. Geertje is bezig met de blog en maakt het appartement wat schoon, maar ik heb de smaak te pakken en ben aan de wandel geslagen in de moderne wijk Miraflores, wanneer ik per abuis bij Kennedy Park beland. In eerste instantie een weinig opzienbarend parkje, maar dan zie ik een kat. En nog een. En nog een. En daar nog twee. En daar weer eentje. Een heel blik straatkatten is hier opengetrokken! Een soort Istanbul in het klein: dit park biedt een thuis aan straatkatten. Voederbakjes die dagelijks worden aangevuld, kleine kattenhotels waar die beestjes lekker in liggen te lamballen en genoeg locals en toeristen zoals ik die die beesten aaien. Je maakt het mee.
De namiddag spenderen we in een van de jacuzzi’s op het dakterras. Vandaag is het zwembad nog afgesloten, maar de jacuzzi is weer begaanbaar, maar Geertje krijgt ook wel zin om katten in Kennedy Park te bekijken, dus na zonsondergang maken we nog een ommetje en lopen we door Kennedy Park (en verkennen de wijk waar we eventueel met Anita kunnen gaan zitten als ze hier is). Van Geertje is even later niet veel meer over: die is helemaal gesmolten.
Eindelijk weer samen op pad
Reflecteren met een bakje koffie bij lunchcafé Don Guto is de volgende ochtend de activiteit. Niet op onszelf (we voelen ons allebei, ik dus ook, helemaal top), maar op Lima. Als we internet mochten geloven, dan was Lima een plek waarvan we de highlights moesten zien, waarna we met hun peper in onze reet weer moesten maken dat we wegkwamen. Of we zouden de stad in z'n geheel over moeten slaan. De realiteit blijkt, net als bij Bogotá, weer heel anders te zijn. Lima is weer echt een topstad en we betrappen ons er eens te meer op dat we metropolen steeds meer gaan waarderen om hun diversiteit en de duizenden verhalen die er zich tegelijkertijd afspelen. Kijk alleen al naar de lengte van al die stedenblogs die we schrijven. We zijn hier al een dikke week en hoewel ik veel op bed heb gelegen, heeft zeker Geertje een steeds beter beeld van de stad gekregen. Lima is hip, bruisend, kunstzinnig, modern en mooi. En misschien wel het allerbelangrijkste: het voelt er gewoon heel erg veilig.
Dat gaat wel gepaard met de wijken waarin we verblijven. Miraflores, Barranco en San Isidro zijn super hip, modern, mooi, leuk en veilig, maar daarbuiten schijnt het in Lima allemaal wel tegen te vallen. Hoogste criminaliteitscijfers van alle steden waar ik ooit geweest ben en voor Geertje gaan alleen Zuid-Afrikaanse steden daaroverheen. Het zal je niks verbazen dat wij gewoon lekker in dat veilige gedeelte blijven ronddartelen.
Dus dolen we wat rond door het modernere centrum waar het dus wel veilig is en je op je kop kunt staan zonder een mes in je rug te krijgen. Langs de adembenemend mooie kust met de enorme kliffen waar stedelijk Lima op rust, belanden we in een park. Het is zomaar een park. We weten de naam niet. Daar ligt een stelletje beschut tussen de planten, daar een jongen met AirPods te werken aan z’n tan. Even verderop loopt een hovenier in de zon te ploeteren terwijl hij van de heggetjes een keurig afgewerkt, bijna Nederlands geheel maakt. Dat is het leven voor een Limeño. Daar doen wij vandaag aan mee, maar er komt eventjes iets nieuws bij kijken: wij trekken onze nieuwe drone uit de tas om de eerste testrondjes te vliegen!
Barranco, het domein van de streetart
Daarna struinen we door naar het aangrenzende Barranco. Barranco is het koloniale, kunstzinnige gedeelte van de stad. Kleurrijke huisjes met antieke architectuur doen ons weer helemaal het gevoel geven dat we in Zuid-Amerika zijn. Het overschot aan muurschilderingen en graffiti helpt daar natuurlijk ook een flink handje aan mee.
We eindigen op een terras, waar Geertje geniet van een trigo, dat blonde speciaalbiertje dat in Zuid-Amerika overal te vinden is. Ik heb zojuist m’n laatste anti-parasietenpil naar binnen gewerkt en moet nog 48 uur alcoholvrij blijven, dus ik vermaak me met een Chicha Morada. Typisch Peruaans weer: een zoete, frisse en een tikkeltje kruidige dieppaarse drank van paarse (dit bestaat dus) maïs. Klinkt raar, maar valt wel mee, want het is reuze lekker.
De Peruaanse topkeuken
Voor een blog met een titel die Lima als de culinaire hoofdstad bestempelt, heb ik vooralsnog heel weinig over de culinaire diversiteit van Lima gesproken. Voor de foodies onder ons: daar gaat vanaf nu verandering in komen, want dat Lima de culinaire hoofdstad van de wereld wordt genoemd, is wat ons betreft helemaal terecht. Om even een beeld te schetsen van het niveau waarover we praten: in 2023 is het restaurant Central in Barranco uitgeroepen tot het beste restaurant van de HELE WERELD. En nu denk je, bliksem kan overal een keer inslaan, maar dat de bliksem twee keer inslaat, is weer van een heel andere orde. Afgelopen jaar, 2025, is het restaurant Maido, ook in Lima, Miraflores deze keer, ervandoor gegaan met de gouden medaille. Consider me impressed. Ik denk, ik ben wel benieuwd naar dat lijstje, dus dat zoek ik even op. The World’s 50 Best Restaurants is dus echt een ding, blijkbaar. En verrek: in die top 50 staan 4 (!!!!) restaurants uit Lima! Waarvan twee in de top 10! Dus niet eens in Peru, maar gewoon in Lima! Even ter vergelijking: er staan 0 Nederlandse restaurants in de top 50. 0. Nul. N-u-l. 15-8+3-7+5-8. Zelfs in de uitgebreidere top 100 vind je er geen enkele terug. En dan in alleen Lima heb je er al vier. Absolute recordhouder en een compleet bizarre statistiek als je ’t mij vraagt. Maar nu vraag je je af: hoe komt dat dan? Nou, da’s een mooi verhaal. Schud dat lege bakje chips maar weer vol.
We gaan terug de tijd in. In 1899 was Peru op zoek naar gastarbeiders voor katoenvelden en suikerplantages. Japan bood antwoord. Het ging economisch niet helemaal crescendo in het land van de rijzende zon en Peru was de beroerdste niet. “Kom maar hierheen”, zeiden ze, “jullie kunnen wel eens goed van pas komen”. Wie een beetje een fatsoenlijk wereldbeeld heeft, weet dat een hoop gastarbeiders naar je land toe halen niet altijd alleen maar positieve gevolgen heeft (kijk alleen al naar Nederland), maar daar wijd ik misschien in een andere blog wat meer over uit (de Japans-Peruaanse geschiedenis is bijzonder fascinerend, terwijl we niet eens wisten dat die er was). Want nu hebben we het over de keuken. En dat er honderd jaar geleden zoveel Japanners naar Peru kwamen, heeft in Lima een wereldwijd unieke keuken en een gastronomische positie aan de wereldtop opgeleverd.
Nikkei. Zo heette de Japanse bevolking in Peru. Nu, 120 jaar later, is de Peruaanse bevolking zo erg met de Japanse vermengd, dat die groep niet echt meer bestaand is (naar schatting heeft meer dan 20% van de Peruanen op een bepaalde manier Japanse roots), maar de Nikkei-keuken is nog steeds een ding. De Japanse keuken is ons allemaal wel bekend. De Peruaanse wat minder. Maar ik zei al dat de Peruaanse keuken in een omliggende culinaire vuilnisbelt een zeldzame diamant is. Die Nikkei-keuken maakt het nog beter: sushi met Peruaanse ingrediënten en sauzen van gele pepers. Ceviche gemaakt met Japanse snijtechnieken en oriëntaalse sauzen. De Nikkei-keuken moet een genot zijn.
Voordat we een dag later in de avond aanschuiven bij Nikkei-restaurant Yúsha (geen top-50-restaurant, maar wel een goede – iets met prijzen en beschikbaarheid), werk ik de blogs nog bij. Geertje gaat naar Lancomar om nog wat meer kleding te shoppen (of ja niet slaagt, maar wel lekker ronddartelt daar en geniet van alles om zich heen), waar ze getuige wordt van een of andere immense straatact met Peruaanse klederkracht (die ze snel probeer te ontwijken, omdat ze naar het publiek lopen) nadat ze bij ons stamkoffietentje Don Guto weer een chemisch smakende Jugo Détox gedronken heeft (smaakt naar motorolie die je lichaam naar de fabrieksinstellingen helpt, maar Geertje vindt ‘m lekker). Ook bezoeken we nog even de Inka Market in Miraflores. Het is maar klein en overzichtelijk, maar op deze markt gooien we bij ieder kraampje dat we bezoeken zes. Een van de leukere marktjes met de meest uiteenlopende souvenirs die we tot nu toe hebben gezien. Via Kennedy Park (waar het bruist als een bruisbal in een heet bad: er wordt volop gedanst) lopen we naar Parque del Amor en daar gaan de paragliders van de kliffen af. Het brengt ons op ideeën: zou Anita dit leuk vinden? Wie weet... Ook zijn we getuige van een top drie zonsondergang van deze reis. Dezelfde zee als toen in Huanchaco: de zon die langzaam in de zee verdwijnt en de zielen van de overledenen met zich meeneemt.
Het tongstrelende genot van de nikkei-keuken
En dan Yúsha. Als het tegen zou vallen, dan had ik hiervoor niet een hele uiteenzetting van de Peruaans-Japanse Nikkei-keuken en -geschiedenis met jullie gedeeld. Yúsha is door mij gekozen (de eerste keer deze reis dat ik een restaurant kies) en is een ervaring op zich. We krijgen een ober van onze leeftijd. Aandoenlijke jongen, want hij vindt het zichtbaar spannend om Engels te praten. In drieënhalf uur krijgen we vier gangen voorgeschoteld. Van maki’s en nigiri’s met smaken die we werkelijk nog nooit in ons leven geproefd hebben, tot twee extreem lekkere ceviches in sauzen die smaakpapillen weten te bereiken waarvan we niet wisten dat we ze hadden. Misschien wel het beste restaurant waar we ooit gegeten hebben! En dan bestelt Geertje ook nog een overheerlijke, typisch Peruviaanse Pisco Maracuyá, maar deze blog wordt al lang genoeg en de Peruviaanse pisco’s (uiteindelijk nog in deze blog zelfs) gaan ongetwijfeld nog terugkomen, dus die is voor later. Hou je van eten? Dan is er geen reden meer om Lima niet linea recta naar plek 1 op je bucketlist te plaatsen.
Een dag later is een heel bijzondere: overdag checken we uit en neem ik voor de tweede en Geertje voor de derde keer plaats bij het koffietentje Don Guto dat inmiddels dienstdoet als ons nieuwe stamcafé, want we hebben een belangrijke voorbereiding te treffen. De komst van Geertjes moeder en mijn schoonmoeder Anita!
Reünie!
Dat weerzien is natuurlijk fantastisch. Keurig op tijd staan we bij de arrivalhal van het vliegveld in Lima, waar we elkaar na drie maanden eindelijk face-to-face een gelukkig nieuwjaar kunnen wensen. Daar moet natuurlijk op gedronken worden: buiten het feit dat ik tweeënhalve week clean ben van de alcohol en ik nu 48 uur lang geen medicijnen meer op heb en dus weer mag drinken, is het weerzien met Anita natuurlijk al reden genoeg om de glazen te laten klinken. Geertje haalt een paar trigo’s bij de supermarkt terwijl Anita en ik alvast inchecken – wat makkelijker gezegd dan gedaan is, want na een stuntelpartij in de lift waarbij Anita en ik iedere verdieping zien behalve de onze, staat Geertje alweer met ons in de lift om ons naar de juiste verdieping te helpen. En om Anita's spullen uit te laden, want Anita heeft bijna het complete Nederlandse voedsel- en warenassortiment op ons verzoek in haar koffertje gepropt: van drop, tot Milka-repen, tot stroopwafels en zelfs frikandellen. Daardoor smaakt die trigo zeker niet minder!
Proosten op een hereniging in Miraflores
Na een paar hartverwarmende biertjes op 20 hoog, zetten we koers naar het levendige centrum van Miraflores. De komende 48 uur zijn we de gids voor Anita in de prachtige Peruaanse hoofdstad die wij, maar vooral Geertje, al bijna als onze broekzakken kennen. Zo is Park Kennedy met de katten en kattenhotels voor ons na drie bezoeken geen verrassing meer, maar voor Anita natuurlijk wel.
Evenals de bruisende, gezellige bar street die aan het park grenst, waar de nodige Cusqueña’s een weg door onze slokdarmen vinden. Laat wordt het niet. Door de verzette klok is het tijdsverschil opgelopen naar zeven uur en Anita heeft gevoelsmatig al een nachtje doorgehaald. Die heeft haar nachtrust wel verdiend.
De daaropvolgende dag gaan we knallen! In de stad waar gastronomie de boventoon voert, is er één tour die we bewust voor ons uitgeschoven hebben: de Lima bites tour. Een tour die ons langs al het streetfood brengt dat Lima rijk is. Niet langs de Nikkei-restaurants en de bovenkant van de culinaire wereld van Lima, maar langs het voedsel dat door de gewone Limeño genuttigd wordt.
DE Lima Bites tour
Bij een busstation ontmoeten we gids Daniel. Ook ontmoeten we Edwin en Eva, die de tour met ons gaan doen vandaag. Natuurlijk, het zijn weer Nederlanders. Het is en blijft ongelofelijk hoe veel van ons we buiten de grenzen tegen het lijf weten te lopen. Gelukkig is het geen straf deze keer: het koppel uit Terneuzen blijkt geweldig gezelschap van de dag te zijn.
En zo ook gids Daniel. Hoewel hij zijn best doet, is z’n Engels niet van wereldniveau en zorgt het zinnetje ‘so what happenend?’ dat we zo’n 843 keer horen ervoor dat de fantasieën over een veel te heftig drankspelletje vooral bij mij en Edwin continu de boventoon voeren. Maar aan enthousiasme ontbreekt het Daniel niet. Naarmate de dag zich meer vordert, ontdekken we ook steeds meer de alcoholistische kant die achter deze jonge Peruaan schuilgaat. Iedere stop en ieder gerecht weet hij wel aan een of andere bekende of minder bekende alcoholhoudende drank te koppelen. Dat onthouden we dan weer wél.
De tour doen we overigens in de wijk El Centro, oftewel Cercado de Lima. Een wijk die voor zowel Anita als voor ons een compleet nieuwe is. Gekenmerkt door chaos en hectiek, maar ook door levendigheid, mooie pleinen en schitterende architectuur, is dit een wijk waar je je ogen uitkijkt terwijl je je broekzakken goed in de gaten blijft houden. Verrassend genoeg is er op onze laatste dag in Lima nog een nieuwe, extra dimensie van de stad die we mogen leren kennen.
En het streetfood mag er ook zijn. Als we door de straten van El Centro lopen, krijgen we eerst een bakje bonen en gekookte aardappelen. Die aardappels komen uit Peru, weet je nog? Zonder Peru geen frietje speciaal bij de Febo, hé? Volgens Daniel zijn er 800 verschillende aardappelsoorten in Peru te vinden. Rijmt toch niet helemaal met de 3500 van de gids in Huaca Pucllana, maar goed. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen.
Mercado Central de Lima
We lopen een overdekte markt binnen. Mercado Central de Lima, klinkt de meest originele naam ooit. In tegenstelling tot de naam, is het aanbod hier wél wat origineler. Penetrante geuren dringen bij binnenkomst al door tot in de diepste cellen van je reukorganen en overal hangen de meest uiteenlopende vissen en stukken vlees en wordt er weinig moeite gedaan om te verhullen van welke dieren bepaalde tentoongestelde lichaamsdelen komen. ’t Is wat. Daar beginnen we vooralsnog niet aan, want het eerste wat we nemen is een kaasje dat smaakt naar de kaas van de Hato San Pablo in Oost-Colombia en olijven zo groot als pingpongballen. Olijven: ja. De kaas: nee. Dat was onze Michelinreview. De ceviche (die tevens HAAI bevat, maar voordat we kunnen oordelen of dit ethisch verantwoord is of niet, hebben we ‘m al naar binnen gewerkt) kan Geertje niet bekoren, maar bij mij en Anita wordt er een dikke voldoende genoteerd. Evenals de gefrituurde inktvis (die we als topper van de dag bombarderen): veel en veel lekkerder dan de rubberen autobanden die doorgaans in de Hollandsche keuken geserveerd worden.
Even later krijgen we nog een lepeltje maca negra te verwerken. Een zwarte pot met een poederachtig goedje dat zich het best laat vertalen als pre-workout voor stereotiepe gymbro’s. Niet onze favoriet. Niet dat we anders wel een pot gekocht hadden, want die potten maca negra zijn populair om cocaïne in te verstoppen voor de smokkel, dus als je die een in je tas hebt, dan staat je bij je vlucht naar huis nog even een grondig bagageonderzoek te wachten. De fruitafdeling kan ons daarna wel wat meer bekoren: de topper is de maracuyá (passievrucht, waarvan we ook heel vaak het heerlijke sap hier in Peru drinken), maar het brede palet aan smaken dat de verschillende soorten fruit (van cactus en mango, tot peper en aguaymanto) ons bieden, weet sowieso goed een weg naar onze magen te vinden. We sluiten de markt af met een coca-blad. Weet je nog? Dat blaadje dat de basis voor dat witte Colombiaanse goud vormt? Wordt dus eigenlijk vooral in Peru en Bolivia geoogst, want ja, ultieme Andeslanden. Deze keer slik ik ‘m niet in z’n geheel door en trek ik samen met Anita, Geertje, Edwin en Eva de conclusie dat het maar een saai blaadje is. Maar goed, we zitten ook in Lima en dus niet op hoogte. Dat kaakschaatsen op cocaïne, daar wachten we maar even mee tot we hoog in de Andesbergen van Cusco zitten.
Een barbecue van eigenaardige organen
Weer buiten bezoeken we een barbecue en biedt Daniel ons een verrassingsvleespakket aan. Terwijl ons wordt beloofd dat we niet onwetend een cavia staan weg te werken, beginnen we aan het krulvlees dat wat wegheeft van kebab en het stokje ogenschijnlijke varkenshaas dat aan ons gepresenteerd wordt. Zo taai als een schoonzoel, die kebab! Blijkt een koeiendarm te zijn. Dat stokje is niet veel beter en even later blijkt dat we op koeienhart zitten te kauwen. Geen aanraders, jongens, geen aanraders.
Snel door naar China Town. Dit is het stuk waar Daniel ons waarschuwt om onze handen nog net even wat steviger op onze broekzak te houden. Het is niet dat die Chinezen niet te vertrouwen zijn, maar de hectiek hier is zoals op geen andere plek in El Centro: overal waar je kijkt wordt er handel gedreven, belasting ontdoken (overal blaadjes met solo efectivo (alleen contant) wat erop wijst dat winkeliers de boel helemaal zwart regelen) en chaos voert de boventoon. De Chinees-Peruaanse vleesdumpling die we in onze handen gedrukt krijgt, geeft wel aan dat de mix tussen China en Peru, evenals de Japans-Peruaanse fusion, voor de lokale keuken niet verkeerd is.
De afsluiter is wat ons betreft een knaller. Het loopt al tegen vieren (terwijl de tour tot 2 uur in de middag zou duren), we hebben er qua kilometers al een halve Vierdaagsedag opzitten en de mierzoete churro’s gevuld met karamelsaus en de picarones (moddervette deegdonuts met anorexia, gevuld met zoete aardappel en pompoen die smaakt naar een oliebol) zorgen voor een volle buik, dus we hebben alle zes (ja, zes, Daniels voorliefde voor alcohol weet-ie intussen niet meer te verbergen) wel zin in een afzakkertje. En hoe kan dat nou beter dan met een proeverij van hét drankje van Peru: Pisco!
Pisco
We zitten dus in een stijlvolle, charmante kroeg waar een meneer ons hartelijk welkom heet en we een shotje voorgeschoteld krijgen van vijf verschillende pisco’s. De Pisco Sour is de welbekende cocktail uit Peru, maar Pisco kun je ook gewoon uit de fles drinken. Voor we onze bestiale drang naar alcohol op die shotjes mogen botvieren, krijgen we nog een herkomstlesje: Pisco komt ALTIJD uit Peru. Anders is het geen Pisco. Net als dat je de Champagne-druif in de Champagnestreek moet groeien en dat Scotch altijd in Schotland gedestilleerd en gerijpt moet worden, moet Pisco altijd in de regio Pisco (een stad ten zuiden van Lima nabij Paracas waar we morgen heengaan) gemaakt worden. Regionale trademark hebben ze dus. Toevallig weet ik dat over Pisco (of over Pisco Sour, of over allebei, ik weet het niet) een echte food war tussen Peru en Chili gaande is, want Chili claimt ook de bedenker te zijn van het drankje, maar vanaf vandaag vinden we de claim die Peru heeft, een behoorlijk sterke. Benieuwd wat die Chilenen over een paar maanden gaan claimen: daarna oordelen we wel of we vinden dat Pisco uit Peru of Chili komt. En ons oordeel is leidend.
Maar goed, al komt die Pisco uit Appeltern: hij smaakt verrekte goed. We krijgen zoals gezegd vijf pisco’s en de een is nog lekkerder dan de andere. Geertje heeft zo haar favorietje en Anita ook - de Italian (die dus niet uit Italië komt) - en koopt een fles van de beste meneer, die we later samen gaan nuttigen. Eén is er heel sterk (bevat 40% alcohol) en daar wordt Geertje wat minder blij van, maar Anita en ik vinden ze allemaal lekker. Bij ieder shotje brengen we in het Spaans een andere toost uit, de een nog ludieker dan de ander: ‘Oh heilige Maria, ik wil niet meer, ik wil niet meer. Maar oh, Heilige Vader, wat is het toch gruwelijk lekker!’ Of nog eentje: ‘Als ik stress heb, dan neem ik er drie. Maar als ik geen stress heb, dan neem ik voor de zekerheid alvast anderhalve liter.’ Geef ze eens ongelijk.
We zeggen gedag tegen Eva en Edwin en vier uur later dan gepland (Daniel had er zin in vandaag) zitten we in de taxi terug naar ons hotel in Barranco. Het plan is nog even op het dakterras een biertje te doen, maar bij mij gebeurt waar ik al bang voor was: bij thuiskomst is mijn ontlasting nog wateriger dan een flesje babyvoeding. Voordat je denkt: WAAROM DOET-IE DAN EEN F*CKING FOOD TOUR: de eerste krampen traden al op voor ik goed en wel aan de tour begonnen was en bovendien had ik groen licht gekregen om alles weer te eten, op het verroeste chassis van een Toyota Starlet uit 1996 na. Verstandig lijkt het me om weer naar de SEH te gaan voor de zekerheid, voordat we de stad in gaan. Geertje en Anita duiken nog wel even het dakterras op en gaan daarna uiteten. Misschien sluit ik later aan.
Het uitzicht op het dakterras is fantastisch. Bij ons vorige hotel keken we naar de zee: nu kijken we meer over de stad. Het is er adembenemend mooi! En zoals ik me heb laten vertellen: die Cusqueña trigo’s smaakten prima. Even later vertrekken madre y hija naar Miraflores om bij dat weergaloos lekker Nikkei-tentje Yúsha te gaan eten, maar vlak voor ze naar binnen wandelen gaat de telefoon. Althans, Anita haar telefoon. Geertje is met de verzekering aan het bellen voor een akkoord. Ik ben het, met de vraag of ze naar het ziekenhuis kunnen komen. Ik mag vanavond aan het infuus.
Oh nee!!!
Wat een manier om een alinea te beëindigen, hé? Nu ben je waarschijnlijk in blinde paniek, draait je hart overuren en pompt je bloed als Max Verstappen door je lichaam. Maar het is een beetje een storm in een glas water: tuurlijk, ik voelde me slecht, maar ook weer niet zó slecht en zodra dat infuus in de arm zit, voel ik me alweer als Superman. Ik lig er nog wel de hele avond, dus Geertje en Anita gaan met z’n tweeën terug naar Yúsha, waar het eten eens te meer tongstrelend smakelijk is. Ik gun ze gewoon een beetje moeder-dochter quality time, weet je? Mijn avondeten bestaat uit een magnetron-kipwrap die ik na thuiskomst ergens rond elven in de avond nog even wegwerk. Na mijn infuus krijg ik weer een nieuwe medicijnkuur mee en voel ik me weer goed, maar de eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat ik steeds meer wantrouwen krijg in m’n herstel. In drie weken is dit namelijk de derde keer dat ik ziek werd. Argwanend begin ik dan maar weer aan die nieuwe kuur, met de diepe hoop dat dit toch echt de laatste is.
In de middag verlaten we Lima en kan ik eindelijk een einde gaan breien aan deze veel te lange blog. Maar ja, we zijn immers twaalf dagen in de Peruaanse hoofdstad geweest en de blog in tweeën splitsen… tja, dat voelde met veel eentonig shoppen en ziekteverzuim toch ook een beetje saai. Als je het tot hier hebt volgehouden: een dikke vet pluim en een sticker naar keuze als we terug zijn in Nederland! (Hopelijk vergeet je dit, want ik heb geen zin om deze belofte na te komen).
De aflsuiting
Wel doen we nog wat herhalinkjes van zetten in de ochtend. Hoewel ik ziek ben geweest, hebben we toch een heel warm gevoel aan het prachtige Lima overgehouden en intussen voelt de stad een beetje als thuis. We kennen de mensen van koffiebar Don Guto (waar ik bij werkelijk ieder bezoek een grote boodschap heb achtergelaten) en de mensen van de tiendas om de hoek. We kennen de straten en we kennen het verkeer. We voelen ons soms zelfs echte Limeños. Dus nemen we Anita nog een keertje mee door de leuke plekken van 'onze' wijkjes.
We wandelen langs ons oude hotel, naar het kunstzinnige Barranco met de vele muurschilderingen en de kleurrijke gebouwen en proberen een glimp op te vangen van Central, dat restaurant dat in 2023 er met de eer van ’s werelds beste restaurant vandoor ging.
We lopen een stukje langs de kust. Na een paar oefenrondjes met onze nieuwe drone (door Geertje tot dronie gedoopt), gaan we ‘m nu voor het eerst écht gebruiken. En dat Lima een prachtige stad is, zie je hier wel goed, want door die immense kliffen waar Lima op gebouwd is, is het een stad geworden die een bepaald kenmerk heeft gecreëerd waardoor wij ‘m nooit meer zullen vergeten.
Even later over de Puente de la Paz. Ik was er na die fietstour zelfs niet meer geweest! Nu met Geertje en Anita. De twee zijn zo bang als schapen met agorafobie en kunnen niet anders dan zich kruipend een weg naar de glazen vloer bewegen. En door naar het bord met de letters Miraflores. Ik dacht dat vrouwen altijd mooie foto's konden maken, maar deze opmerking neem ik weer terug. De letters van Miraflores leken er volgens de beste mevrouw niet helemaal op te hoeven. Welkom in Miraflo!
We sluiten af bij het winkelcentrum Lancomar waar Geertje de afgelopen anderhalve week overuren heeft gedraaid. Want dat zalmtartaartje dat ze met een onbetaalbaar uitzicht een week geleden gegeten had, mogen wij ook ervaren. Ik ga veilig voor een gegrilde kip (ik heb voor vandaag nog een streng dieet van de dokter), maar de zalmtartaar ziet er onweerstaanbaar uit. Zo bevestigen de twee dames die mijn tafelgenoten zijn, dat ook. Het moge duidelijk zijn dat dit een perfecte afsluiting is voor een bijzonder enerverende anderhalve week, een anderhalve week die we nooit meer over willen doen, maar ook nooit hadden willen missen.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat fijn dat je weer opknapt Niels! Met angst en beven de blog gelezen, hoe is het met Niels en... als ze maar geen cavia's gaan eten...