Mag ik zeggen dat Nieuw-Zeeland tot nu toe een beetje tegenviel? Ach ja, natuurlijk mag ik dat. Ik bepaal zelf wel wat ik doe. En misschien is ‘tegenvallen’ ook wel een groot woord, maar de wereldwijde faam die Nieuw-Zeeland toekomt, vonden wij toch wel ietwat overdreven na twee weken over het Noordereiland gedenderd te hebben. Ja, het is hier echt wel mooi, maar het tipt nog lang niet aan wat we tijdens de rest van onze reis hebben gezien. Nieuw-Zeeland is niet het summum, het hoogste goed van het wereldtoerisme. In veel opzichten vonden we Nieuw-Zeeland zelfs best wel op Nederland lijken. Veel weilanden en boerderijen, weliswaar niet op platte vlaktes maar op groene heuvels. En van écht avontuur, van écht ontdekken is weinig sprake. Veel dingen voelen voorgekauwd en voor de toerist gepresenteerd. Ik zei het in de blog van Taupo al: sommige dingen voelen gemaakt en opgezet voor de toerist. De boot door de Waikato Caves. De huisjes van Hobbiton. De voorstelling van de Maori. De geiser Lady Knox. De Aratiatia Dam die driemaal daags haar sluizen opent. Zelfs in de onmiskenbaar prachtige, adembenemende natuur van het Tongariro National Park ben je nooit écht in de wildernis en loop je immer over een perfect aangelegd vlonderpad. Qua avontuur scoren zo veel landen een stuk hoger, want bij vlagen voelt het alsof we de passagier zijn van een attractie die ons veilig beschermd middels veiligheidsbeugels van hoogtepunt naar hoogtepunt brengt. Natuurlijk is het ook weer niet zo dat we in een hoekje tranen van verdriet aan het wegvegen zijn. We zijn dolblij dat we hier zijn en dat we de mogelijkheid hebben om dit land te verkennen, om te ontdekken wat Nieuw-Zeeland net als al die andere landen die onze prachtige wereld rijk is, uniek maakt. En daarvan hebben we nog geen halve seconde spijt gehad.