Picton - The sound of kiwi

Gepubliceerd op 10 juli 2026 om 16:30

The sound of music

De Marlborough Sounds. Daar varen we met de veerboot nog zo’n drie kwartier doorheen. Als docent moet ik wel eens straffen uitdelen, maar door die Marlborough Sounds varen zou niet als straf volstaan. Nee, Marlborough Sounds, waar het sigarettenmerk Marlboro overigens niet vandaan komt, is een beloning. Een beloning voor twee uur lang jezelf dronken op de boot voelen door de enorm wilde Straat Cook die we getrotseerd hebben. Een beloning, want gedurende die laatste drie kwartier is het alleen aan de kou te danken dat we niet de hele tijd buiten staan. De bergen die het water van deze sounds omarmen, het serene water dat in niets lijkt op de oorlog die op Straat Cook woedt, is adembenemend en onvoorstelbaar mooi.

Sounds. We zijn in de echte wereld en zitten echt niet naar The Sound of Music te kijken op die veerboot, want een sound is naast een geluid ook een aardrijkskundige term. Een Engelse term overigens, die geen Nederlandse vertaling heeft. Gemini vertelt dat sommige sounds afhankelijk van de vorm een ria genoemd kunnen worden, maar met die keuze ga ik niet in zee. Laat ik vanaf nu voorstellen dat het woord ‘sound’ in het Nederlands dan ook gewoon gebruikt kan worden. Eens? Ja? Mooi zo. Laat ik dan even uitleggen wat zo’n sound nou eigenlijk is. Weet je wat een fjord is? Waar mannen inhammen krijgen op de zijkanten van hun hoofden, krijgen sommige landen inhammen die door gletsjers veroorzaakt zijn. Hoge, steile bergen met water dat in die inhammen stroomt. Dat is een fjord. Een sound lijkt op een fjord, maar het ontstaan van een sound is net even wat anders. Een sound is namelijk een vallei die volgelopen is met rivier- of zeewater. Een soort ‘zeearm’ die landinwaarts reikt. Bergen die sounds flankeren zijn vaak lager dan de bergen langs fjorden, maar de wateren in een sound zijn vaak weer een stuk breder. Weet je dat ook weer.

Het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland heeft een paar wereldberoemde sounds zoals Milford Sound en Doubtful Sound. Googel ze maar eens, echt prachtig. Wij gaan er niet heen, maar de reden waarom we daar niet heen gaan, snijd ik straks nog wel aan. Maar hé, wat verwarrend: die twee sounds die ik noemde, dat zijn helemaal geen sounds, maar fjorden! Feitje tussendoor: toen James Cook het Zuidereiland verkende, gaf hij de naam Milford Sound en Doubtful Sound aan de twee fjorden in het zuiden van het Zuidereiland. Wat blijkt: meneer Cook wist alleen van het bestaan van sounds af en had de hele wereld al overgevaren maar nog nooit gehoord van een fjord. Het zou nog jaren duren voordat iemand zei: “jo, James, kerel. Die sounds van jou zijn helemaal geen sounds, maar fjorden, pik.” Maar ja, het kwaad was al geschiedt: de namen Milford Sound en Doubtful Sound waren al zó bekend, dat men maar besloot de namen niet meer te veranderen. Maar ik dwaal af, merk ik. Nooit goed voor de lengte van blogs en eigenlijk heeft dat verhaal van die twee sounds in het zuiden van het Zuidereiland helemaal niks met de plek waar wij heengaan te maken. Terug naar Marlborough Sounds. Dit zijn wél echte sounds. En ze zijn prachtig.

Het zuidereiland. Hoe?

De veerboot meert aan in Picton, een rustig vissersdorpje en in niets te vergelijken met Windy Welly waar we vanaf kwamen. Wellington is een stad, in Picton rekenen ze nog met staartdelingen. Wellington heeft verschrikkelijk weer, in Picton is het door de bergen die de wind blokkeren, altijd rustig toeven. Je vraagt je bijna af waarom Nieuw-Zeeland haar hoofdstad niet aan deze kant van Straat Cook gebouwd heeft. We checken in bij Tombstone Motel. Eén nacht hebben we geboekt in het motel dat z’n thema ontleent aan de begraafplaats aan de overkant van de weg en waar de voordeur zelfs een grafkist is. Dat neemt niet weg dat dit plekje een topper is en een van onze favoriete overnachtingsplekken van heel Nieuw-Zeeland en misschien zelfs van de hele reis is. We boeken zelfs een nachtje bij. Dat is niet omdat het hier zo knus en leuk is, maar dat is de meest logische conclusie die we trekken nadat we vanavond onze laatste zes dagen in Nieuw-Zeeland even kritisch onder de loep nemen.

Weet je nog dat ik in de blog van Wellington vertelde over het noodweer en de kapotte wegen van en naar het kustplaatsje Kaikoura, het dorp dat eigenlijk onze volgende bestemming zou zijn? Nou, je weet al dat er stront aan de knikker is wanneer je in de titel Picton in plaats van Kaikoura ziet staan. Picton dus, het dorpje waar we aanmeren na onze overtocht vanaf de Nieuw-Zeelandse hoofdstad. De staat van de wegen rondom Kaikoura, dat getroffen is door een storm die ze daar nog nooit hebben meegemaakt, moet nog worden hersteld. Gelukkig valt de schade op de route richting Kaikoura mee, maar dat geldt niet voor de schade op de weg ná Kaikoura, de weg richting het zuiden langs de oostkust. Die weg zal nog de hele week gesloten zijn en dus zijn we genoodzaakt om plannen te wijzigen. Eén van de belangrijkste trekpleisters van Nieuw-Zeeland is Queenstown in het uiterste zuiden vanwaar je ook dat eerder genoemde Milford Sound (wat geen sound maar een fjord is, dus) kunt bezoeken. Maar de overstromingen hebben dusdanige schade opgeleverd dat de route naar de oostkust dus niet te doen is. Queenstown wordt van het programma geschrapt. Ook Mount Cook, de hoogste berg van Nieuw-Zeeland, gaat de ideeënprullenbak in. Het is wat deze reis en het aanpassen van plannen en wensen. Jammer, maar tijd om te balen hebben we niet meer. Onze flexibiliteit wordt behoorlijk op de proef gesteld, maar net zoals we na de protesten in Bolivia, de tropische storm in Colombia en de ziekte in Peru zeiden: de keuze om dingen te schrappen, betekent ook dat we dingen gaan zien en dingen gaan meemaken die we anders nooit zouden hebben gezien of meegemaakt. Kansen. Geen onmogelijkheden. En waar we bij het aanvankelijke plan zouden doorrijden voor twee nachten in Kaikoura, slapen we nu twee nachten in Picton en gaan we op en neer pendelen naar Kaikoura: in één dag heen en weer terug. Dat doen we overmorgen, op 12 juli en 12 juli zal de enige dag zijn van de dagen die ons nog resteren in Nieuw-Zeeland waarop we dingen doen die op de aanvankelijke planning stonden. De rest is allemaal een verrassing. En dus allemaal een bonus.

Naar de snuit van de kiwi

Als we ’s ochtends wakker worden, we de uiterst vroege pot tussen België en Spanje kijken vanuit ons bedje en ik aanschuif bij het ontbijt van Tombstone Hostel, vraag ik Gary de allervriendelijkste hosteleigenaar, om bij te boeken. Mensen op het Noordereiland waren best vriendelijk hoor, maar op het Zuidereiland treffen we een volk aan dat zich met de gastvrijheid van de Zuid-Amerikanen kan meten. Ik zei het al: eigenlijk was het plan om na die veerboot meteen door te rijden naar Kaikoura, maar nu zitten we opeens twee dagen in het slaperige vissersdorpje Picton. En daar zijn we gruwelijk blij mee, want hoewel we gisteren al vanaf de veerboot door die Marlborough Sounds voeren, werd al meteen duidelijk dat die prachtige natuur naar meer smaakte en dat het eigenlijk zonde was geweest om meteen door te rijden, wat zal blijken wanneer Elsa’s verwarming aanspringt en we naar het startpunt van de Snout Track rijden waar het uitzicht bij het uitstappenal fantastisch is.

De Snout Track is geen zware hike. Een wandelingetje waar we heen en terug zo’n tweeënhalf uur zoet mee zijn. De naam is wel leuk: het eindpunt van de Snout Track is namelijk The Snout en die heet dan weer zo omdat het schiereiland waarover we hiken dat dwars door de Queen Charlotte Sound (één van de sounds in Marlborough Sounds) heen loopt op een kaart verdacht veel wegheeft van een neus van een kiwi. De kiwi, die kleine, duffe loopvogel die het handelsmerk is van de Nieuw-Zeelanders en waar ze zichzelf naar vernoemen. Een vogel die we overigens nog steeds niet gespot hebben. Het pad van de Snout Track is soms steil omhoog, soms vlak, soms steil omlaag. Het wisselt. Maar het is altijd mooi. De begroeiing van het schiereiland is een bos. Geen hoge woudreuzen die dertig meter boven ons uit torenen, maar een bladerdek dat wordt gevormd door bomen niet hoger dan een meter of zes. Het bos is vrij dicht, maar niet dicht genoeg om het kraakheldere water van de mystieke sounds onder ons te verstoppen. Waar we ook lopen: als we links of rechts kijken, weten we altijd wel een glimp van hemelsblauw water op te vangen.

Pracht en praal in de sounds

Goed voor de anticipatie natuurlijk en we nemen dan ook een welverdiende pauzes bij Queen Charlottes Viewpoint. Wat een magistraal uitzicht hebben we hier! Zover het oog reikt zien we groene bergen die pal uit het water omhoogschieten en een stuk of tien zeearmen die indrukwekkend tussen de bergen door kronkelen. Bijna twintig minuten vergapen we ons aan dit uitzicht en als dit het punt was waarop we rechtsomkeert hadden moeten maken, dan waren we al dik tevreden geweest, maar die dekselse Snout waar de route naartoe leidt, hebben we nog niet eens gezien.

Dus lopen we nog verder naar beneden, naar die snuit van het schiereiland. We zijn dichterbij het water en op een klein openingetje van gras in het verder bosachtige schiereiland is het alsof we in een plekje in het paradijs zijn beland. Een helderblauwe hemel schijnt haar daglicht op het prachtige, serene water van de zee. Het Zuidereiland zou qua natuur het Noordereiland flink moeten overtreffen en als we vandaag als leidraad mogen nemen, dan kan ik die uitspraak wel begrijpen. Wat is het hier ontzettend rustgevend en prachtig mooi. De Marlborough Sounds: een plek waar, net zoals bij zoveel plekken die we deze reis hebben mogen bezoeken, de natuur nog de baas is.

Kiwi's

“KIWI!” Schreeuw ik. We zitten in de auto op de terugweg en ik zie een klein vogeltje de berm inschieten en ik parkeer waarna Geertje en ik met de telefoons in de aanslag naar de berm lopen om dit illustere loopvogeltje op de foto te krijgen. We lopen zó voorzichtig dat het bijna voelt alsof we als zestienjarige pubers drie uur te laat thuiskomen en stilletjes naar onze kamer proberen te sneaken, want kiwi's zijn schuw. Je weet het intussen wel: maar de Nieuw-Zeelanders noemen zichzelf Kiwi’s. Ik dacht misschien nog dat het een beledeging was, maar dat is het niet: Kiwi is een benaming die de Nieuw-Zeelanders zichzelf gegeven hebben en een naam die ze met trots dragen. Maar zo’n kiwi is naast een vrucht ook een loopvogel. Ze vernoemen zichzelf niet naar de vrucht, maar naar die loopvogel. Een weinig opzienbarend vogeltje, de kiwi. Klein. Dik. Lange snavel. Kan niet vliegen. Maar toch intussen, net zoals zo veel zaken in Nieuw-Zeeland, een mythische status verworven. Wij willen heel graag een kiwi spotten, maar de kans is groot dat dat zonder doelbewuste tour niet lukt. Het zijn nachtdieren en ze zijn ook nog eens zo verlegen als een kind dat in groep 4 verhuist en naar een nieuwe basisschool moet. De meeste Nieuw-Zeelanders zullen zelfs hun hele leven nooit een wilde kiwi zien. En nu zien wij er opeens één, nee, zelfs twee, lopen! Hup, auto parkeren en foto’s schieten! Kijk zelf eens: vind jij de kiwi de hype waard? Wij vinden ‘m toch wel schattig. Terwijl ik nog in de zevende hemel ben, krijgt Geertje argwaan, want ze vraagt zich hardop af: is dit wel een kiwi? Het beest rent niet weg. En het is midden op de dag. Kiwi’s zijn angstige beestjes die bij het minste of geringste wegrennen en ze zijn juist ’s nachts actief. Steeds meer rode vlagen doemen op en Geertje gaat even op het wereldwijde web op onderzoek uit. En jawel: dit blijkt een zogenaamde weka. Godver! Het nieuwsgierige neefje van de kiwi die overdag wél actief is. Heb er nu al spijt van dat ik dit verteld heb, want ik had de schijn zo makkelijk hoog kunnen houden.

Maar nu ik het toch over de menselijke kiwi’s en de kiwi’s die we als loopvogels kennen hebben gehad, wil ik er ook nog even een kroegfeitje over de kiwivrucht in fietsen, terwijl we thuis eventjes lunchen en op krachten komen. Dus even schakelen: van de vogel gaan we naar de vrucht. Die kiwi, die wordt massaal verbouwd op Nieuw-Zeeland. Maar daar komt die kiwi helemaal niet vandaan. Sterker nog, een kiwi heet eigenlijk helemaal geen kiwi. Eigenlijk heet dat ding een Chinese kruisbes en hij komt uit – je verwacht het niet – China. Op een gegeven moment was er een punt in de tijd dat die Chinese kruisbes ook in Nieuw-Zeeland kwam koekeloeren en toen kwamen ze erachter dat die vrucht behoorlijk goed gedijd in deze uithoek van de landkaart. Verkopen aan de wereld lukte helaas nog niet zo. Geef ze eens ongelijk: de Chinese kruisbes uit Nieuw-Zeeland klinkt nou niet bepaald als de delicatesse waar ik in de Jumbo m’n hoofd nog een keer voor om zou draaien. Nee, de Nieuw-Zeelanders besloten hun obsessie over de kiwivogel ook maar te botvieren op die Chinese kruisbes en vanaf 1959 zou de Chinese kruisbes uit Nieuw-Zeeland wereldwijd bekend komen te staan als de kiwi en de harten van veel fruitliefhebbers overnemen. Die PR-machine van Nieuw-Zeeland werkte zó goed dat een jaar later IEDERE Chinese kruisbes (dus ook die uit China, het land dat nog steeds de grootste kiwiproducent is) in de wereld als kiwi verkocht werd. Kijk, dit zijn feitjes waar je iets mee kunt, hé? Er mag echt iemand het idee gaan opperen om een wetenschappelijk onderzoek los te laten om de manier waarop Nieuw-Zeeland zichzelf op de wereldwijde markt heeft gezet.

Picton town

Tijd om Picton in te gaan. Waar we in Nieuw-Zeeland in de dorpjes onszelf nog niet echt de tijd van ons leven hebben weten te gunnen, zal Picton daar geen verandering in brengen, maar toch vinden we dat hier op het Zuidereiland niet zo’n ramp. Picton is rustig en slaperig. Er zijn wel leuke restaurants te vinden en het leven speelt zich door de kou vooral binnen af, maar in Picton past dat ook beter dan in een dorp op het Noordereiland. Het Zuidereiland voelt na één dag al ruiger en meer afgelegen en die rustige sfeer waarin het voelt alsof het dorp één is met de machtige natuur, is hier veel meer op z’n plek dan in bijvoorbeeld Cambridge of Taupo. Bij de haven lopen we bij Oxley’s naar binnen, waar we een paar lokale specialiteiten op de kop tikken: twee verschillende Sauvignon Blancs (Marlborough blijkt ook een wereldberoemde wijnregio te zijn, hoewel we nog geen wijngaard gezien hebben hier) en een schaaltje met twaalf greenshell mussels. Groenschelpmosselen, rechtstreeks afkomstig uit de Marlborough Sounds. Ik ben fan van schaaldieren; Geertje niet. Toch was het Geertjes idee om ze hier te proeven, want als het over lokale delicatessen gaat, staat Geertje doorgaans vooraan in de rij en verrek: het is voor het EERST dat Geertje een schaaldier eet en ze de beoordeling ‘lekker’ geeft! De wonderen zijn de wereld nog niet uit, maar ze heeft wel gelijk: deze mosselen zijn kwalitatief dik in orde, hoor.

Al helemaal wanneer een oudere vrouw naar ons toekomt en vraagt of we Nederlanders zijn omdat ze ons accent herkent. Compleet onverwacht raken we aan de praat met de vrouw wier zoon getrouwd is met – hoe toevallig is het – een Nederlandse! De lieve mensen voorzien ons van wat tips van plekken waar we echt heen moeten en even later bij het afrekenen blijkt zelfs dat ze onze rekening hebben betaald! Geertje en ik zijn helemaal onder de indruk dat deze mensen zó lief zijn om onze groenschelpmosselen te betalen, maar even later blijkt de vork iets anders in de steel te steken: het attente meisje dat onze tafels bediende, heeft voor het oudere koppel per abuis de tafel van ons in plaats van die van de twee vriendelijk senioren aangetikt… en dat echtpaar met een Nederlandse schoondochter had iets groter uitgepakt en de rekening die voor ons ligt bestaat uit één getal meer dan de onze. Gelukkig is het uiterst vriendelijke personeel van Oxley’s de beroerdste niet en hoeven wij niet voor de rekening van die twee oude levensgenieters op te draaien en gaan we met een normale rekening op zak de deur uit, waarna we bij de ondergaande zon nog even genieten van de haven en de sound waar die in ligt. De rust van Picton is prachtig.

We doen nog goudgele rakker en een bubbelend wijntje in de naastgelegen Irish Pub, voordat we weer naar ons motel gaan. De avond sluiten we tijdig af, maar in ons knusse hostel dat met dvd-sets, vaste monitoren als computers, stereoboxen en zachte schommelfauteuils aanvoelt alsof de ruimte twintig jaar stilgestaan heeft in de tijd en voor ons dus héél nostalgisch aanvoelt doen we nog wel even een drankje en een spelletje. We delen de gemeenschappelijke ruimte met twee zestigplussers met wie we aan de praat raken: een koppel bestaande uit Will en Waikohatu. Nu denk je van Waikohatu natuurlijk dat het een heel eigenaardige naam is, maar deze mevrouw blijkt van Maori-afkomst te zijn. Het is best gezellig, tot onze verbazing. Leeftijd zegt niet altijd alles: dit zijn de oudste mensen met wie we een klik hebben ondervonden. Ze adviseren ons om absoluut NIET naar Queenstown te gaan overigens, een dorp dat voor buitenlanders misschien wel de bekendste van het Zuidereiland is en een plek die bij ons ook heel hoog op het verlanglijstje stond vóór de wegen van Kaikoura naar Christchurch overstroomd waren. Nu zijn we maar wat blij dat we hebben besloten om Queenstown – dat volgens Will en Waikohatu bestaat bij de gratie van het toerisme en in niets vertegenwoordigt wat Nieuw-Zeeland belichaamt – over te slaan. Waar we wel heengaan? Hokitika. En wat blijkt? Will en Waikohatu WONEN in dit 3000 neuzen tellende gat aan de oostkust. We spreken af om elkaar in hun woonplaats te meeten. Wel over twee of drie dagen, want morgen staat iets anders op de planning. Morgen is het tijd om naar Kaikoura te reizen, om de enige dag te beleven op het Zuidereiland die aanvankelijk wél op de planning stond.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.