Wellington - Windy Welly's wispelturige weer

Gepubliceerd op 8 juli 2026 om 11:00

Het verborgen woud der elven

We zijn nog een klein uurtje van Wellington verwijderd als we de laatste tussenstop van de route van Napier richting de Nieuw-Zeelandse hoofdstad inlassen. Als we de deur openen, blijkt dat de weergoden niet mals zijn. Het werd ook een keer tijd: de maand juli in Nieuw-Zeeland moet druilerig en nat zijn, maar tot nu toe hadden we alleen de dag van de Huka Falls in de regen moeten doorbrengen. In Kaitoke Regional Park blijkt dat vandaag de tweede dag zal zijn waarin we het niet droog zullen houden, maar dat houdt ons niet tegen: we moeten en zullen een wandeling maken in dit regenwoud.

Dat hoor je goed: het Kaitoke Regional Park net buiten het dorpje Upper Hutt is een regenwoud. Een regenwoud! We hebben ieder drie lagen aan en dragen tevergeefse capuchons om de regen zo veel mogelijk te weren, maar de wandeling die langs de River Hutt en door het dichte bos loopt doet qua omstandigheden niet denken aan een regenwoud. Bij regenwouden denken wij aan tropische hitte, aan een klamme, vochtige lucht waar het zweet zittend al over de rug stroomt. Aan giftige insecten en gevaarlijke, gecamoufleerde dieren. Niet aan kou. Niet aan het gebrek van al die beesten. Maar wat blijkt? Een regenwoud hoeft dus helemaal niet tropisch te zijn. Een regenwoud hoeft maar aan één voorwaarde te voldoen en de naam verklapt al veel: het moet er regenen. En heel veel ook. Tropisch is Kaitoke Regional Park allerminst, maar een regenwoud wel. Hoofdstad Wellington staat al bekend om slecht weer en veel regen, maar in dit park dat maar 45 minuten ten noorden van de hoofdstad ligt, regent het per jaar bijna twee keer zo veel. Oké, Kaitoke, jij mag jezelf wel een regenwoud noemen.

Door weer en wind

Ondanks de regen is de wandeling prachtig. We lopen een indrukwekkende hangbrug over die ons over de machtige Hutt brengt, een rivier die gevaarlijk en gewelddadig onder ons stroomt. Na maanden van reizen door de fantastische bergen van de Andes, is het heel bijzonder om weer in zo’n bosrijke omgeving te zijn. Er staan hier bomen in alle soorten en maten: van kleine boompjes die ik met slechts twee handen nog kan omwikkelen, tot enorme woudreuzen met omtrekken van 10 meter die boven het bladerdek uitsteken en de wakers van dit regenwoud zijn. Verfrissend om weer eens in zo’n groene omgeving te zijn. Sterker nog: dit is misschien wel één van de groenste bossen die we óóit gezien hebben, want zelfs op al die bomen stikt het van de planten, grassen en mossen die op de stammen groeien.

De wandeling vormt een rondje en na die eerste indrukwekkende hangbrug komt op het punt halverwege wéér zo’n brug. We steken natuurlijk de Hutt over om via de andere kant van de rivier weer terug te keren. En man, wat een unit van een bouwwerk, midden in het niemandsland dat deze natuur is. De Kaitoke Pipe Bridge. Eigenlijk een enorme pijp die over het water heen gaat om Wellington van water te voorzien, maar toen dachten de bouwers van ach, laten we er ook maar een voetgangersbrug bij bouwen. Nou, het resultaat mag er wezen hoor.

Ook nemen we nog een zijpaadje dat afdaalt naar de oever van de Hutt. Een bruine, ruige, kolkende rivier die woest tegen de struiken en bomen van het regenwoud vecht. Nieuw-Zeeland lijkt echt een patent te hebben op de ruigste rivieren die we ooit gezien hebben. Hier ga je het met je zwemdiplomaatjes A en B niet volhouden.

De erfenis van de elven

Maar tot slot de reden waarom we écht dit bosje voor een wandeling hebben uitgekozen: we zijn gearriveerd op Lord of the Rings-locatie nummero drie van de Nieuw-Zeelandreis! Dit regenwoud was namelijk de filmlocatie van elvenstad Rivendell. Logisch: de mystieke, verborgen aard van Rivendell kun je perfect vangen in dit dichte, kleurrijke regenwoud. Een kort rondje brengt ons langs de plekken waar Frodo werd verzorgd na zijn verwondingen en de iconische plek waar de Raad van Elrond plaatsvond. De niet-fantasyfan zal zijn schouders ophalen, maar ik vind het vet, zelfs al is de complete set afgebroken en staan er alleen informatiebordjes die vertellen wat er gebeurde op de open plekken waar we naar staan te kijken. Ter ere aan de films is er nog wel een replica van de Elven Archway geplaatst. Mystiek en mysterieus en een schitterend aandenken aan de filmkunst die hier ooit gemaakt is.

Noodweer

De regen begint toe te nemen en we vervolgen onze rit naar het zuidelijkste punt van het Noordereiland, naar de baai waarin Wellington gelegen is. Met maar 208.000 inwoners is Wellington-Zeeland en slechts een fractie van het veel grotere Auckland, maar toch is het de hoofdstad van het land dat uit twee eilanden bestaat. De bijnaam van Wellington is er ook wel eentje die ons weet te bekoren: ‘Windy Welly’. Het schijnt hier nogal eens te waaien. Wanneer we boodschappen gedaan hebben, onze auto twee blokken van het hostel geparkeerd hebben en teruglopen, blijkt die bijnaam te kloppen. Wat is het hier in Windy Welly een verschrikkelijk KUTWEER. Het grootste kloteweer van deze reis tot nu toe, want het regent pijpenstelen en het waait hier zo ontiegelijk hard alsof je een ventilator maar dan tweeduizend keer zo groot op standje drie recht naast de stad hebt gezet. Echt zo’n typische Nederlandse herfststorm die hier gaande is, waarbij je met je winterjas naar buiten gaat en door die smerige regen en die keiharde windstoten na vier seconden alweer spijt hebt dat je überhaupt een stap buiten de beur hebt gezet.

Maar zelfs voor Windy Welly is dit kloteweer niet normaal. Nieuw-Zeeland werkt blijkbaar ook met kleurcodes om de weerernst weer te geven en vandaag bleek code oranje afgegeven te zijn, want er zijn windstoten van 120 kilometer per uur voorspeld. Sterker nog, er is op het Zuidereiland een winterstorm van unieke proporties aan de gang. We beseffen maar al te goed dat we nog minder dan drie weken te reizen hebben, maar het zal vanavond wanneer we lekker hamburgers in ons leuke, gezellige hostel eten, al snel blijken dat dit geen stressvrije drie weken zullen worden. Onze volgende stop na Wellington zal Kaikoura zijn, een dorp aan de oostkust van het Zuidereiland. De bedoeling is dat we vrijdag 10 juli met de veerboot oversteken naar Picton op het Zuidereiland, vanwaar we naar Kaikoura doorreizen. Alleen blijkt Kaikoura de afgelopen twee dagen getroffen te zijn door een winterstorm. Een heel erg zware winterstorm. Zo zwaar, dat de wegen van en naar dit kustplaatsje zijn overstroomd en er viaducten zijn ingestort. In twee dagen is er een hoeveelheid regen gevallen die er normaal in twee maanden valt. Zo veel regen, dat zelfs het rijke, goed georganiseerde Nieuw-Zeeland er niet tegen opgewassen is. Kaikoura is zowel vanuit noord en zuid onbereikbaar op dit moment. De tweede noodstorm na de Noord-Colombiaanse waar we mee te kampen krijgen deze reis en ik zei het toen ook al: het zou ons Nederlanders sieren om wat meer buiten de landsgrenzen van ons piepkleine minilandje te kijken als het om de problemen van de klimaatcrisis gaat. Elders in de wereld, zelfs in de rijke, westerse wereld, zijn de gevolgen van de crisis nog vele malen beter zichtbaar.

Maar goed, dat is over twee dagen pas. Het weer in Nieuw-Zeeland schijnt veranderlijk en onvoorspelbaar te zijn volgens de tongen die er verstand van hebben, dus we wachten af. We zijn deze reis al vaker getest op onze flexibiliteit, dus we komen er wel uit. Eén dag later, door een héél slechte nacht van mijn kant, starten we ietsjes later op. We brunchen fijn in het hostel en besluiten op pad te gaan. Hoewel we in de hoofdstad Wellington zijn, gaan we vandaag de stad uit. Het schijnt een leuke stad te zijn hoor, maar ik zei het al vaker: we hebben maar beperkt de tijd en Nieuw-Zeeland bezoek je vanwege de natuur. En je hoeft deze stad maar uit te lopen en je staat zonder moeite middenin de ongerepte, ruige natuur die dit land kenmerkt.

Uitwaaien aan zee

In het meest zuidwestelijke deel van de stad, rijden we langs het gutsende zeewater van de Owhiro Bay naar het Te Kopahou Visitor Centre. Vanaf hier beginnen we onze korte hike van een kleine 4 kilometer (heen en terug hebben we er straks dus 8 in de benen) naar de Devil’s Gate, het meest zuidelijke punt van deze uitstulping op het Noordereiland. Op de parkeerplaats is het rustig: het is droog, maar het weer is nog steeds niet goed. Code oranje heeft plaatsgemaakt voor code geel (gevaarlijke windstoten vormen de reden), dus we denken dat dat de rust te wijten is aan dat er maar weinig mensen trek hebben in een dagje in de buitenlucht. Wij hebben echter maar één volle dag in Wellington en wij willen het weer wel trotseren.

Maar het weer van Windy Welly vandaag is inderdaad heftig. We lopen de heenweg naar Devil’s Gate strak tegen de wind in. En dit is niet zomaar wind. Er werden waarschuwingen van windstoten van 120 kilometer per uur afgegeven. Dat is alsof Zeus hier ergens in je gezicht staat de blazen. We kunnen ons ooit herinneren dat we in Donegal, Ierland bijna van de kliffen afgeblazen werden, maar de wind hier in Wellington is nog wel een paar tandjes erger. Desondanks wordt de wandeling nooit echt zwaar en blijft het op een paar kleine buitjes (die wel meteen ijskoud aanvoelen door die zieke wind) na, behoorlijk droog tijdens de wandeling.

Gelukkig maar, want daardoor hebben we genoeg kans om te genieten van de weergaloze natuur die zich precies naast de hoofdstad voor onze ogen ontvouwt. Rechts van ons zijn de prachtige kustbergen die met een hoogte van bijna 450 meter imposant boven ons uitkijken, terwijl links van ons het water van de Straat Cook, de ruige, onvergefelijke zeestraat die de het Noordereiland van het Zuidereiland scheidt, als een losgeslagen Spaanse rodeostier tekeer gaat. Echt, dit is het wildste water dat we ooit gezien hebben en dat zegt wat nadat we de rivieren Hutt en Waikato al tekeer hebben zien gaan en nadat we de golven op het zwarte strand van Napier hebben zien knallen. Hier woedt een oorlog tussen de kust en het zeewater van Straat Cook. En dat zeewater is de agressor. Alsof de versnelknop van 1x naar 1,5x is gezet. Voor het zeeleven maakt dat gelukkig niet uit: als we niet genieten van de prachtige bergen of het indrukwekkende, bijna beangstigende geweld van de zee, genieten we wel van de honderden zeevogels die opgelijnd staan langs het water, de ene nog mooier dan de andere. Alhoewel, als ik een van die zeevogels was, dan had ik net zoals de soortgenoten in Auckland mooi een visrestaurantje ergens aan de kust uitgekozen.

Rode rotsen

Een klein halfuurtje voor het eindpunt van de wandeling, komen we nog langs een ander interessant natuurfenomeen. De Red Rocks. Rode Rotsen. In het zeewater. In een omgeving waar alles blauw, zwart en groen kleurt, springen deze rode rotsen eruit als geiten in een kippenhok. En intussen blijft dat geweld van de Straat Cook maar vechten tegen de rotspartijen. De hele wandeling wordt het ons duidelijk dat de natuur en niet de mens hier de touwtjes in handen heeft. Straat Cook zwaait hier met de scepter. Morgen moeten we trouwens deze enorm brute, wrede, bloeddorstige zeestraat oversteken met de veerboot. Dat is wel even slikken, eigenlijk. Als je naar die golven kijkt, dan lijkt het alsof we een gegarandeerd zeemansgraf tegemoet gaan, maar die veerboot vaart dagelijks. De Kiwi’s zullen het wel beter weten.

Poort van de duivel

In de verte is Devil’s Gate al zichtbaar: een mysterieuze rotsformatie waarbij je dwars door een poort loopt die gevormd wordt door een enorme rotspartij aan de ene kant en door de bergen aan de andere kant. Maar we lopen geen vier kilometer (enkel) om alleen maar naar een paar stenen te kijken, nee nee: het gerucht gaat dat er op dit punt net na Devil’s Gate zich een aantal wezens schuilhouden. Benige schepsels met hoeven als poten en bokkenhorens op het voorhoofd? Nee, gelukkig leidt deze poort niet naar het letterlijke domein van de duivel. We zuiden hier een hele kolonie zeehonden moeten vinden en warempel: dat gerucht blijkt op waarheid gebaseerd te zijn. Zeehonden. Zeehonden. Zeehonden. En nog meer zeehonden. Een paar kilometer verderop ligt de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, maar hier, nét buiten die stad, zitten we midden in de ongerepte natuur en zitten we te kijken naar letterlijk honderden zeehonden die de rotsen als strandbedjes gebruiken en zich overduidelijk wat minder storen aan de motregen en de harde windstoten dan dat wij dat doen. Wat mooi. Wat bijzonder. De natuur op z’n aller-, allermooist. Hoe geweldig is het dat wij hier alleen – we delen de zeehondenkolonie met geen enkele menselijke ziel – mogen lopen, op bezoek, overgeleverd aan de machtige natuur en de schoonheid van deze prachtige dieren? Om nooit meer te vergeten.

Terwijl we nog even wat extra foto’s van de zeehonden met jullie delen, even wat achtergrondinformatie. De vergelijking tussen Nieuw-Zeeland en Australië zal door iedereen altijd gebeuren. Australië meer wilde dieren, Nieuw-Zeeland de indrukwekkendere natuur. Deels waar, maar zo zwart-wit is het niet. Met bijvoorbeeld de Bunda Cliffs en de kust van Esperance is er genoeg natuurschoon te vinden in Australië, maar dat er bijna geen wilde dieren te vinden zijn op Nieuw-Zeeland, klopt naast deze zeehonden hier op de rotsen, eigenlijk wel. Maar hoe zit dat nou? Eigenlijk zijn Australië en Nieuw-Zeeland TOTAAL niet met elkaar te vergelijken. Om te beginnen liggen ze helemaal niet dichtbij elkaar. Dat denken we altijd, maar we hebben in Europa en vooral in Nederland eigenlijk geen flauw benul van afstanden. Vind je dat Amsterdam dichtbij Algiers ligt? Waarschijnlijk weet je niet eens wat dat is, maar Algiers is de hoofdstad van Algerije. Dat ligt niet dichtbij Nederland. Nou, voor jouw beeld: Nieuw-Zeeland en Australië liggen op het smalste punt in de Tasmaanse Zee ongeveer zo 'dichtbij' elkaar. Ten tweede liggen allebei die landen op een compleet andere plaat. Dat is alsof je de Italiaanse keuken met de Japanse vergelijkt: één kan natuurlijk wel de voorkeur hebben, maar ze zijn zó verschillend dat ze eigenlijk in niets op elkaar lijken, buiten het gegeven dat je zowel een pizza als sushi in je mond moet stoppen. Australië heeft altijd boven water gelegen, maar Nieuw-Zeeland ligt op het continent Zeelandia. Nog nooit van gehoord? Nou, dan heb ik wat leuke weetjes voor je. Zeelandia is een continent dat vroeger (biljoenen jaren geleden), evenals Australië aan het supercontinent Pangea vastzat waar alle landmassa die we vandaag de dag hebben, hun oorsprong van kennen. Zeelandia bleek een echte waterrat onder de continenten te zijn en dook in z’n geheel onder water. Heel Zeelandia zonk dus. Nou, die landdieren natuurlijk allesbehalve blij, want die gingen allemaal de pijp uit en miljarden jaren lang zag Zeelandia het licht van de dag alleen door het zeeoppervlak heen. Tot ongeveer 30 miljoen jaar geleden. Toen besloot Aotearoa even boven water te komen. Nieuw-Zeeland dus. Het enige stuk Zeelandia dat níét onder water ligt. Landdieren? Die hebben ze hier dus niet! De Jezus onder de landdieren die op het water kan lopen, heeft de evolutie ons nog niet gegeven, dus daarom kent Nieuw-Zeeland geen grote landdieren. Alleen vogels (er was zelfs een 3,5 meter grote loopvogel, maar die is na de komst van de Maori en de Europeanen uitgestorven) en de enige zoogdieren op Nieuw-Zeeland zijn twee soorten vleermuizen en boerderijdieren die per boot zijn meegebracht.

Overleven in Windy Welly

Wanneer we weer terugkomen in Wellington, zijn onze broeken doorweekt. Windy Welly besloot tijdens de laatste tien minuten van onze wandeling naar de weergaloos mooie zeehondenkolonie, ons op een flinke stortbui te trakteren. Qua natuur besluiten we dat Wellington het van stedenbroer Auckland wint, maar de stad Auckland zelf is toch wel wat leuker. Dat zal degene die Nieuw-Zeeland bezocht heeft verbazen, want doorgaans wordt Windy Welly wat meer gewaardeerd dan Auckland, maar ik denk ook dat men er massaal voor kiest om met dit verschrikkelijke teringweer (de middag in Wellington kenmerkt zich weer door een gruwelijke Nederlandse herfstbui) lekker thuis te blijven en de stad niet in te gaan. Hoewel het allemaal best mooi en modern is hier in Wellington, zijn de straten een beetje leeg. Maar ja, dat is dus wel logisch aangezien ik zo 82 dingen uit de mouw kan schudden die met dit weer leuker zijn dan in dit kloteweer door een stad heen banjeren. Zoals bier drinken en heerlijke krokante kip naar binnen werken in Cuba Street, de leukste straat van Wellington.

Of zoals naar de bioscoop gaan. Na twee drankjes lopen we bibberend in een kwartiertje naar The Embassy, misschien wel de beroemdste bioscoop van Nieuw-Zeeland. In dit statige gebouw – van binnen en van buiten – zijn namelijk alle films van The Lord of the Rings én The Hobbit in première gegaan. Van historisch belang in de kunstwereld dus. Wij kijken er geen fantasyfilm, want Geertje heeft de broek der keuzes vandaag aan. Twee uur later gaan we weer buiten na volop van Toy Story 5 genoten te hebben. 

Afscheid van het Noordereiland

De dag erna staat rond het middaguur alweer de ferry naar Picton op het Zuidereiland op de planning. Het wispelturige weer van Windy Welly geeft ons de ene minuut zon en de andere minuut regen, dus Straat Cook zal nog net zo wild en onstuimig zijn als gisteren. Geertje gaat boodschappen doen, de lunch bereiden en even de financiën weer overzichtelijk maken. Ik trek nog even naar Cuba Street voor een bakje koffie, maar ook nu zorgt het weer voor een verzopen sfeer op de straten en buiten een rij van honderden meters voor een sportwinkel waar een Meet & Greet met een rugbyspeler van de legendarische All Blacks plaatsvindt (Nieuw-Zeeland is hét rugbyland en rugbyspelers zijn hier supersterren), verwonder ik me nergens over. Ik loop terug naar het hostel waar Geertje aan het kokkerellen is, maar vind onderweg nog wel een leuk koffietentje waar ik mezelf nog trakteer op een Steak Mince Pie – een typisch Nieuw-Zeelands tussendoortje. Smaakt naar een pasteitje met ragout, dus lekker. Op naar de ferry waar we anderhalf uur (!) van tevoren aanwezig dienen te zijn. Eens kijken of dat zeemansgraf ons bespaard gaat blijven of niet.

Gelukkig is dat schip waar Elsa in geparkeerd staat er een van dusdanige proporties waar je praat over verdiepingen waar vrachtwagens in rijen naast elkaar geparkeerd kunnen worden. Straat Cook probeert ons met man en macht omver te gooien, maar winnen zullen de golven vandaag niet. Wel is het een rare gewaarwording, want gedurende de tocht duurt het zo’n twee uur voordat we de rustige wateren van de Marlborough Sounds invaren en tot die tijd is het alsof we stomdronken op het schip rondlopen door het geweld waarmee de golven van Straat Cook tegen de veerboot beuken. En we hebben niet eens wat op. Of ja, uiteindelijk bestellen we toch maar wat in de hoop (tevergeefs) dat min en min plus zal zijn, waar het me na tig potjes boerenbridge ein-de-lijk lukt om voor het eerst op Oceanische bodem van Geertje te winnen. Wel nadat Geertje de eerste ronde won. Toch zijn er wel dronken lui aan boord. Of ja, het kan toch niet anders dat je knoepzat bent wanneer je met dit weer in een korte broek rondrent? Nou, Nieuw-Zeelanders niet. We kijken al niet gek meer op wanneer we Kiwi's in de regen met temperaturen bestaande uit één getal, in korte broek rond zien lopen. Dat schijnt hier normaal te zijn. Kapseizen zal het schip nooit doen, maar ik weet nu wel dat de bedenkers van een schommelschip hun inspiratie waarschijnlijk tijdens de overtocht van het Noorder- naar het Zuidereiland hebben opgedaan. Precies wat wij doen: na twee weken zeggen we gedag tegen het Noordereiland en hebben we nog precies zes dagen om het maximale uit onze tijd op het Zuidereiland te halen.

Reactie plaatsen

Reacties

Jarno Windwoeshhhh
10 uur geleden

In Windy Welly heeft de wind ook een positief effect, zet er een paar windmolens neer en heel Nieuw-Zeeland kan erop draaien. En natuurlijk de gokautomaten in het bijzonder. 😜 Al is er wel een risico dat het hele systeem ermee ophoudt door die harde windstoten 😂

Wat leuk trouwens, die zeehonden aan de kust bij de Rode Rotsen! Dat is ook best bijzonder.

Haha wat vet dat jullie naar de bioscoop zijn gegaan! Dachten jullie: “Het abonnement van broertje Jarno is verlopen, dan gaan we maar een Disneyfilm kijken.” 😜 Ik geef je groot gelijk, Toy Stories is top!!!

Marianne
9 uur geleden

Jullie hebben groot gelijk dat je in Nieuw Zeeland niet de steden voorop laat staan maar de natuur verkiest. Daar horen helaas ook natte weersomstandigheden bij. Dapper om dit K..weer te durven weerstaan maar je wordt wel dubbel en dwars beloond. Ben jij Niels trouwens (bijna) familie Harrie van Harrie? Die houdt er ook van om zich in bomen te verstoppen bomen! die bruggen had je van me cadeau gekregen. Zal mooi zijn maar niet besteed aan tante M.
Och en die zeehonden... jammer dat er geen hartje op mijn toetsenbord zit.
Denk dat jullie na de ervaring met Windy Welly nooit meer zullen klagen als je tegenwind hebt bij een fietstocht over de dijk langs de Maas ;-) .
Op naar het Zuider Eiland! Wij gaan ons opmaken voor de finale Spanje-Argentinië!!