Taupo - De vulkanen van Sauron

Gepubliceerd op 3 juli 2026 om 16:30

Kamperen

Geertje wilde eigenlijk een campervan huren in Nieuw-Zeeland. Geef haar eens ongelijk? Nieuw-Zeeland, een land dat z’n PR sowieso al goed op orde heeft en een bijna mythische status heeft verworven, is volgens de meeste mensen die we ooit gesproken het best met een camper te verkennen. Wildkamperen in de mooiste natuur, ontwaken bij het gezang van vogeltjes, ’s avonds je vlees van de barbecue halen terwijl de zon in één van de fjorden ondergaat… Wat een idyllisch plaatje, hé? Alleen zitten wij met Elsa te kijken, een doorgewinterde Suzuki Swift met meer dan 200.000 kilometers in de benen. En daar zijn we blij mee, want het is winter en kamperen in de winters van Kiwi-land, kan héél koud worden. Je ontwaakt door de kou in plaats van door het gezang van vogels, de mooiste natuurcampings zijn ’s winters dicht of ontoegankelijk en de zon is al lang en breed onder voordat je je barbecueworstje nog maar uit de verpakking hebt gehaald. Nee, een auto leek ons een betere keuze. Vanwege de winter heeft Geertje water moeten doen bij de wijn die haar droom van een camperreis door Nieuw-Zeeland was: geen camper, wel Nieuw-Zeeland. Maar voor twee nachtjes in Taupo dat maar een steenworp ten zuiden van Rotorua ligt, komt haar droom wél eventjes voor 100% uit. Wij slapen twee nachten in een caravan!

En die twee nachten hebben ons doen inzien dat de maanden juni en juli absoluut níét de beste maanden zijn om met een camper of caravan door Aotearoa te reizen. Kijk, het gebrek aan voorzieningen maakt niet zo veel uit. Dat we in plaats van op de rand van een klif, kamperen op de oprit van een Sri Lankaan die deze caravan heeft omgebouwd en nu verhuurt en dat dat dus niet de meest idyllische plek van Nieuw-Zeeland is, maakt niet uit. Wel ontdekken we dat het ’s nachts inderdaad heel koud is. Maar dan ook echt: HEEL KOUD. Gelukkig is er een ingebouwde verwarming, maar voordat die de ruimte tot ook maar een enigszins aangename temperatuur weet te verhogen, zijn we bij wijze van alweer drie boerenbridgespelletjes in drie lagen kleding verder. Kamperen in Nieuw-Zeeland: check. Maar ga je in de winter? Huur dan maar gewoon een Elsa!

Welcome to Mordor

Veel warmer zal het de dag erna niet gaan worden, want we trekken de hele dag de natuur in voor een stevige daghike. Bepakt met vijf lagen zetten we koers naar Whakapapa Village, een afstand die Elsa moeiteloos in anderhalf uur weet te overbruggen. Goed voorbereid lopen we met vier lagen per persoon naar buiten en hebben we onze rugzak naast de standaard hikeproviand ook voorzien van een optionele extra laag en een paar kip-volkorenwraps voor tijdens de hike. Vandaag volgt namelijk het slotstuk van de queeste van The Fellowship of the Ring: we hiken naar Mount Doom in het hartje van Mordor en het feit dat je deze blog nu leest, betekent dat we met gerust hart kunnen zeggen dat we de diverse aanvallen van de orks en de andere troepen van Sauron hebben overleefd.

Maar even al die Lord-of-the-Ringsonzin terzijde: als ik de informatiesites mag geloven, dan is het inderdaad helemaal niet zo vanzelfsprekend dat we Tongariro National Park – het natuurgebied dat in Lord of the Rings dus het decor was voor de vulkaan waar Frodo de ring in het vuur moest mieteren – levend verlaten. De Tongariro Crossing is de populairste daghike, maar er wordt ten strengste afgereden om dit wandelingetje zonder gids te lopen in de Nieuw-Zeelandse winter, wegens ijs en sneeuwval en lastige stukken waar je echt een ervaren alpinist voor moet zijn. Even kijken wat een gids kost… 181,50 euro. Ik krijg nog liever een baksteen naar m’n hoofd gesmeten dan dat ik dat geld neertel. Als alternatief vinden we de onbekendere Tama Lakes Track. Een iets kortere wandeling van 18 (die Tongariro Crossing is 19,5) kilometer en nog steeds schijnt het oppassen geblazen te zijn in de winter, maar deze mag gelukkig wel zonder gids getrotseerd worden. Met een klein beetje gezonde nervositeit, gaan we op pad.

Daghike

Het begin valt nog reuze mee. We wandelen door de bossen van Tongariro en door het bladerdek heen zien we dat het zonnetje schijnt. Die vier lagen die we dragen zijn voor nu nog lichtelijk overdreven, want het zweet loopt al over de ruggen. Eén laagje uit, dan maar.

Taranaki Falls

Na een uurtje wandelen arriveren we bij het eerste hoogtepunt van de hike. We lopen over een diepe kloof waar het water met een kracht van jewelste doorheen gutst en dat is nog maar een opwarmertje voor het schouwspel dat ons tweehonderd meter verderop staat te wachten: de machtige Taranaki Falls. Een twintig meter hoge bron van hevig watergeweld die haar water op de vijver beneden klettert met indrukwekkende kracht: de vijver is in z’n geheel bevroren door de vriezende nachten van het Noordereiland, maar op de plek waar het water in de vijver stort, is een brede cirkel zonder ijs te vinden. De Taranaki Falls geven het water geen kans om te bevriezen. Ook indrukwekkend is de kom van zwart gesteente te midden van de bossen waarin de waterval naar beneden valt. Tongariro is een vulkanisch gebied en toen de vulkaan Mount Ruapehu die hier ook ergens te vinden is 15.000 jaar geleden een flinke natte scheet liet, is er een enorme lavastroom ontstaan. Die lavastroom? Dat zijn de zwarte rotsen waar die Taranaki als een oorlogsmachine overheen dendert.

The Fires of Mount Doom

En er zijn nog meer vulkanen. Net na die Taranaki Falls verwacht het wandelpad dat we een steile klim omhoog maken om de rest van de route af te leggen naar de Tama Lakes die het doel zijn van onze reis en zodra we boven die waterval staan, zijn de Lord of the Rings-vibes in vol ornaat weer terug. Of ja, bij mij. Geertje weet nog steeds niet wie Gandalf, Frodo of Sauron is. Jij misschien ook niet, maar ondanks dat beloof ik dat het interessant genoeg is hier om te blijven lezen. Het bos heeft de komende twee uur definitief plaatsgemaakt voor een dorre open vlakte die slechts door struiken wordt bevolkt. Ja, dames en heren: we lopen dwars door het land dat in de Lord of the Rings-films voor de eindhalte van de reis van het gezelschap van de ring gebruikt werd. En dat is een onherbergzame, ruige omgeving. En als we in Mordor zijn, kan er in Tongariro één ding niet ontbreken. Juist: de iconische Mount Doom, de vulkaan waar Frodo z’n ringetje in moet deponeren. Om de queeste echt tot me te nemen, maak ik m’n eigen ringetje van een takje. Geertje haalt zuchtend haar schouders op en laat me maar even m'n gang gaan. Als ik vandaag plots Russisch kon spreken en dat de hele dag zou doen, zou ze er net zo veel van snappen als mijn geratel over queesten naar vulkanen om ringen in het vuur te dumpen.

Mount Doom heet natuurlijk helemaal niet zo. Die heet Mount Ngauruhoe. 2291 meter in de lucht, een perfecte, symmetrische kegelvorm en een berg die als een wolkenkrabber boven het desolate heuvellandschap van Tongariro uitsteekt. Deze dag begint zich te ontvouwen als het hoogtepunt van onze reis door Nieuw-Zeeland, want het is hier ongekend mooi (alhoewel voor Geertje de dag van het scheppen op Hot Water Beach voor eeuwig in haar geheugen gegrift zal staan als haar favoriet). De hike is lang, maar ook helemaal niet zo zwaar. We waren een beetje huiverig, maar komen er al snel achter dat Nieuw-Zeeland ook een beetje aan het Nederlandsyndroom leidt, want god, wat zijn ze hier voorzichtig zeg. We mogen dan wel aan de andere kant van de wereld zijn: als je eenmaal in Nieuw-Zeeland bent, is het wel een beetje level 1 reizen. Je wordt me een partij gewaarschuwd over kou en over sneeuw en over de lengte en de inspanning en weet ik veel allemaal wat. Ik krijg bijna het gevoel dat we die Tongariro Crossing makkelijk hadden kunnen doen, want al die waarschuwingen zijn tot nu toe overbodig. We hebben nog geen kwart van ons water gedronken, de route is bijna volledig aangelegd en van de vijf lagen die we ter isolatie droegen zitten er inmiddels drie in de rugzak verstopt waardoor de grootste uitdaging van deze hike het ruimtemanagement van onze rugzak is. Dat is ook niet erg, want kilometers maken we toch wel vandaag en dan zit die fysieke inspanning er toch wel in. Het hoogste punt van deze hike ligt ook 1440 meter boven zeeniveau en vergeleken met hikes als de Colca Canyon, Laguna 513, Isla del Sol en nog wat andere, korte hikes op hoogtes boven de 3000 meter, is deze hike echt een peulenschilletje. Het is ook wel een verschilletje met Zuid-Amerika of Azië, waar je gewoon gaat. Waar je in Azië of Zuid-Amerika bijna onbeslagen ten ijs komt voor een hike of een andere bezigheid in de natuur, waar bovendien vaak geen keurig aangelegde paadjes te vinden zijn en waar je dus gewoon maar gaat en wel ziet waar en of het schip strand, zijn de Kiwi’s bijna een soort controlefreaks die je bijna beangstigend tot je tanden toe willen bewapenen. Nog een voorbeeld dat we weliswaar aan de andere kant van de wereld huppelen, maar dat we cultureel gezien helemaal niet zo ver van huis zijn. Maar daar maken we ons niet druk om. We lopen over de mooie paadjes door de prachtige uitgestrekte vlaktes en door een kloof die als windtunnel (hier waait het even kneiterhard) fungeert waar ik de orks van Lord of the Rings zo doorheen zie marcheren. Met Mount Doom (of Mount Ngauruhoe) immer over ons wakend.  

En nog een kleine toevoeging: de temperaturen hier laten sneeuw en ijs toe. Mijn 1,58-meter lange wederhelft is door het dolle heen en als een kind zo blij dat ze eindelijk weer sneeuw en ijs in haar handen heeft. Ik zal het maar toegeven: sneeuw en ijs blijft ook gewoon heel mooi, hé. 

De Tama Lakes

Lower Lake

Tama Lakes is meervoud. We arriveren na krap tweeënhalf uur hiken het Lower Tama Lake, het laagst gelegen meer van de twee. De twee meren zijn twee kratermeren. 15.000 jaar zou de Nederlandse ambassade voor Aotearoa een donkerrood reisadvies hebben gegeven, want toen waren de vulkanen op het Noordereiland bezig met een eeuwen durend hardcorefeest. Vulkanen, kraters, lavastromen: het was hier een groot gekkenhuis van levensgevaarlijk natuurgeweld. Toen het wat rustiger werd, konden die kraters dus met smelt- en regenwater vollopen, want plekken voor dat water om weg te stromen had je natuurlijk niet. Kratermeren dus. Dat Lower Tama Lake is één zo’n kratermeer. En ik denk dat de foto’s genoeg over haar schoonheid vertellen.

Upper Lake

We willen ook nog naar het Upper Tama Lake. Ik hoef je niet vertellen of dat meer hoger of lager ligt dan het Lower Tama Lake en zeker niet wanneer ik je vertel dat er nog een klim staat te wachten. Een onorthodoxe klim, wel te verstaan, want om de top van berg te bereiken die ons naar het Upper Tama Lake brengt, moeten we een klim maken ZONDER PAD! Jawel, Nieuw-Zeeland heeft buiten de lijntjes van de kleurplaat gekleurd, hoor: we mogen klimmen op de bonnefooi! Natuurlijk: waarschuwingen over dit laatste stuk hebben we al honderdduizend keer gehoord en gelezen, maar we wagen ons er toch aan en het valt allemaal weer reuze mee. Tuurlijk: boven zijn we even buiten adem en de klim is best steil, maar vergeleken met alles wat we in dat andere continent hebben gedaan (mede door de extreme hoogtes daar) doet het ons goed dat we ontdekken dat onze hikersvaardigheden zich dusdanig ontwikkeld hebben, dat de klim naar de top van de berg die de twee meren splitst, eigenlijk doodeenvoudig is. En ja. Ja, daar voelen we ons best stoer over. Maar dan even naar dat toppunt, naar die berg. We zijn al zes maanden op pad. Na zes maanden moet ik toegeven dat je ook een beetje verwend raakt. Nu weten we onze reislust goed te verdelen en zintuiglijke rust te pakken wanneer het nodig is om ervoor te zorgen dat we natuur, cultuur en eten weer opnieuw ten volste gaan waarderen. Toch sluipt die automatische piloot waarop je van A naar B gaat er af en toe een beetje in. Dat je dan na zes maanden bovenop zo’n berg kan staan, met twee meren aan je zijde en de machtige Mount Doom van Lord of the Rings die imposant boven je uit torent, en je opnieuw onder de indruk bent, is alleen maar een ode aan hoe mooi reizen altijd zal blijven en aan hoe mooi het Tongariro National Park is. En het is zonder meer waar: als je ergens moeite voor moet doen, wordt datgene waar je moeite voor doet, nog honderd keer zo mooi. Je kunt met je auto naar een uitzichtpunt rijden, uitstappen, ‘wauw’ zeggen, een foto maken en weer door rijden, maar je kunt ook een hike van 3 uur maken die je 9 kilometer ver een natuurgebied in brengt. En als je dan om je heen kijkt, als je dan even stopt wanneer je op die stip op de horizon bent, dan kun je urenlang van dat ene uitzicht genieten. De beloning van een inspanning: iedere reis wordt exponentieel mooier, zolang je maar naar die inspanning en die beloning zoekt.

In iets meer dan twee uur weten we terug te lopen en de terugweg is een peulenschil. Fier stappen we de auto in en geven onze telefoontjes aan dat de hike door Tongariro op een stevige plek 3 van van de ‘meeste stappen op één dag’ belandt, nét boven de hike door de Peruaanse Colca Canyon en de Panamese India Dormida in El Valle de Anton, net onder de Peruaanse hike naar Laguna 513 (de zwaarste van de reis) en de koploper van het Boliviaanse Isla del Sol. Het zal aan mede aan de hoogtes liggen van de eerdere hikes, maar hopelijk ook aan onze verbeterde hikeconditie en -vaardigheden, maar dit was wel de makkelijkste. Maar daarom niet minder mooi.

Beloning na het verbannen van de ring

We hebben dus wel een avondmaaltijd verdiend en we gaan in het dorpscentrum van Taupo uiteten. Voor het eerst deze reis in Nieuw-Zeeland kookt Geertje niet (die hangi van de Maori tellen we even niet mee)! Waar gaan we voor deze bijzondere mijlpaal heen? Een vijfsterrenrestaurant? Een lokale kok bedreven in de Nieuw-Zeelandse keuken? Nee. Nee, nee, nee. Waar we wel heengaan? Naar de McDonald’s!!! Ik weet het, dat klinkt suf, maar de Mac in Taupo staat op onze bucketlist, want deze variant van de grote gele M is tot de ‘coolste van de wereld’ benoemd. Waarom? Nou, er is een vliegtuig in de tuin geploft dat als restaurantgedeelte fungeert! Hoe cool is dat? Het zou in ieder geval nog cooler zijn wanneer dat vliegtuig na vijven ook geopend zou zijn (we zijn er om half zes en dat gegeven ontdekken we pas na het bestellen), dus we eten gewoon in het restaurant. Maar goed, dan hebben we dus een heel goede reden om de ochtend erna (met een avond waarin onze verwarming kapot blijkt, maar waar de eigenaar gelukkig snel een tijdelijke vervanger voor ons regelt) nog een keer terug te komen. Waar Geertje het netjes bij een ijskoffie houdt, tikt mijn vinger heel erg per ongeluk een cheeseburger op het scherm aan. En ja hoor: op dag twee zitten we wél in het vliegtuig MacDonald’s te eten als ontbijt. Wie kan dat nou zeggen? 

We zetten onze dag voort bij een koffietentje in Taupo en Geertje onderbreekt de zit even om een nieuwe bikini te kopen en slaagt uiteindelijk bij de kledingwinkel die tegenover het raam te vinden is waarachter ik mijn koffie aan het nuttigen ben. Die bikini hadden we immers weggegooid tijdens de grote opruiming voor de Jetstarvlucht van Sydney naar Auckland. Ik noemde Cambridge nabij Hobbiton een paar dagen geleden het meest doorsnee dorpje van Nieuw-Zeeland, maar Taupo dingt ook mee om die titel, want Taupo is net zo doodgewoon als Taupo. Natuurlijk: Nieuw-Zeeland bezoek je niet voor de dorpjes, maar voor de natuur. De koffie smaakt naar behoren hier, maar toch hadden we van de dorpjes in Nieuw-Zeeland wat meer verwacht, maar het is allemaal een beetje van hetzelfde laken een pak. Brede straten, volledig georiënteerd en ingericht op auto’s en veel laagbouw. Het is allemaal wat sfeerloos in de dorpen en kleinere stadjes als Rotorua en Cambridge tot nu toe, maar we blijven dorpjes natuurlijk gewoon bezoeken. De komende twee weken laten we ons nog graag verrassen.

De volgende vulkaan

Dan maar dat meer op. Ja, want Taupo ligt aan het Lake Taupo: het grootste meer van heel Oceanië en ongeveer zo groot als het eiland Ibiza. En het is niet zomaar een meer, maar net als die Tama Lakes van gisteren een enorm, uit de kluiten gewassen kratermeer! Ja, Taupo is eigenlijk een caldera (een ingestorte vulkaantop) van een nog altijd actieve vulkaan en zelfs eentje die 1800 jaar geleden één van de allergrootste uitbarstingen sinds mensenheugenis heeft veroorzaakt, een uitbarsting die ervoor zorgde dat de Grieken en de Romeinen zelfs schreven over maandenlange vreemde rode gloed in de lucht en tijdens zonsop- en -ondergangen die dus zelfs in Europa zichtbaar waren. Even om je een beeld te geven dat dit vulkaanmeertje niet te vergelijken is met die zwemplas vijf minuten verderop.

En dat-ie mooi is, staat ook buiten kijf. Via de Nieuw-Zeelandse tegenhanger van Vakantieveilingen vinden we een goedkoop kaartje om dat meer op te gaan (we merken dat we na de landelijke berglandschappen van Zuid-Amerika het water toch wel wat gemist hebben). Vanaf het bootje glinstert het water mooi in het zonlicht van de zon waar we vandaag in de Nieuw-Zeelandse winter wederom mee gezegend zijn. De heuvels in de verte – die waarschijnlijk ook vulkanen zijn – maken het prachtige plaatje van Taupo en haar omgeving compleet. En al helemaal als er een prachtige, pikzwarte zwaan met dieprode ogen ons even komt uitzwaaien wanneer we de kade verlaten en onder het genot van een plaatselijk Tui-pilsje en een Sauvignon Blanc voor Geertje het meer opgaan. Geertje hoopt alleen maar dat dat eenzame zwaantje zijn vriendjes weer terugvindt als we weg zijn. 

Het is niet zomaar een rondje op de bonnefooi dat we over het meertje varen: nee, we hebben een doel. We varen namelijk naar de Mine Bay Maori Rock Carvings die alleen via het water te bereiken zijn. Een hele mondvol, maar eigenlijk kijken we simpelweg naar een verzameling enorm gedetailleerde beeldhouwwerken in de rotswand, waarvan de hoofdgravure zelfs 14 meter hoog is. Het is indrukwekkend om te horen dat de Maori dit hebben gemaakt ter ere van hun cultuur, maar net weer iets minder indrukwekkend wanneer we horen dat die gravures tussen 1976 en 1980 gemaakt zijn. Maar alsnog: mooi eerbetoon aan de Maori-cultuur en de lens van de fotocamera heeft vandaag een grote blij. Als we bij terugkomst aanmeren en er zwemmen opeens twee prachtige zwarte zwanen zij aan zij, is Geertje ook helemaal tevreden. De zwaan heeft zijn vriendje gevonden.

Hotsprings

In de middag zijn we iets minder tevreden. Taupo ligt praktisch om de hoek bij Rotorua en dat meer is de caldera van een actieve vulkaan, dus vulkanisme en Taupo kun je doorgaans ook wel in één zin noemen. Warmwaterbronnen in overvloed, dus. Een daarvan is gratis en laat het woord ‘gratis’ in een duur land aan het einde van een zeven maanden durende reis ons nou als onze lievelingsmuziek in de oren klinken. Bij het inparkeren komen we tot een vervelende ontdekking: we zijn onze badhanddoek kwijt! Hoe kan dat nou? Het is inmiddels al bijna een halfjaar terug dat ik de mijne in San Blas op een idyllisch eiland heb laten liggen (sindsdien doen we het met één badhanddoek, maar in Zuid-Amerika waar het aan goede stranden ontbreekt, was dat geen enkel probleem), maar die van Geertje hadden we twee dagen geleden bij dat voetenbadje in Rotorua nog gebruikt. Waar. Is. Dat. Ding!? We keren Elsa helemaal binnenstebuiten, maar vinden doen we ‘m niet. Om het nog erger te maken, komen we ook tot de ontdekking dat Geertje een linnen broek kwijt is. Wat krijgen we nou? We checken iedere ruimte bij het weggaan wel driedubbel, dus bij gebrek aan zelfreflectie beschuldigen we een wasserette. Nog met de monden vol tanden, krijg ik een topidee: we zijn vanochtend uitgecheckt bij onze opritcaravan en gaan nu naar een hostel en als we daar inchecken, lenen we gewoon even de douchehanddoeken die ze daar ongetwijfeld in de aanbieding hebben. Dus dat doen we: als twee geheim agenten manoeuvreren we ons over de gangen met de twee handdoeken in de gelederen en dan keren we terug en dan zijn we terug bij die warmwaterbronnen. Alleen dat valt tegen. Kijk de foto’s: het is een prachtig, verborgen plekje, maar als Geertje de kat uit de boom kijkt, stap ik met een koppel bestaande uit een Nederlandse en een Kiwi het water in om tot de ontdekking te komen dat ‘warm’ een overstatement is. Kijk, het water is niet koud, maar het is winter in Nieuw-Zeeland. Die winters zijn best wel fris en als het water niet warmer te duiden is dan ‘lauw’, dan gaan we hier geen lekkere chillmiddag beleven. Dan moet Geertjes debuut in haar nieuwe bikini maar even op zich laten wachten tot Vanu… wacht eens even, dat ga ik nog niet verklappen!

Tijd om te koken. Voor het eerst in Nieuw-Zeeland hebben we dus weer een hostel. Hostels bieden een fijne plek met kamers die vaak veel geven als je kijkt naar wat je ervoor betaalt. Dat hebben we best gemist, maar dat we de stereotiepe hostelcultuur níét gemist hebben, is ook een gegeven. Geertje kookt een preipannetje met zalm in de gemeenschappelijke ruimte, terwijl ik aan het typen ben en ieder hostel, ook hier in Nieuw-Zeeland, zo blijkt, kent altijd een paar van die long stays die gemeenschappelijke ruimtes luidkeels claimen alsof die ruimte de hunne is en dat gaat zonder enige uitzondering gepaard met een bepaald type mens. Sorry als ik iemand voor het zere been stoot, maar ik observeer objectief. Een jongen met touw als haar die in een driedubbele zeemansknoop vastgebonden zit met zeven verschillende kleuren elastieken loopt luidkeels zingend door de ruimte. Even verderop staat een meisje met opgeschoren haren: het doelwit van de wandeling van de touwjongen. Hij loopt naar haar en een innige omhelzing volgt. Het meisje begint mee te blèren op de denkbeeldige muziek. Als je je ogen tot spleetjes maakt en erdoorheen kijkt, kun je jezelf nog wijsmaken dat ze de liefde bedrijven. Dit zijn typische long stays. Types die ongevraagd indruk maken met hun oh zo interessante reiservaringen en elkaar daar continu mee proberen te overtreffen - zo irritant - terwijl ze de gemeenschappelijke ruimtes claimen door de gehele kamer te gebruiken om muziek af te spelen, te dansen, luidkeels met elkaar te praten en veel te hard te lachen om grappen waar iedere vorm van humor in ontbreekt, alleen maar omdat ze zichzelf dat recht toe eigenen omdat ze hier wat langer zitten dan de gewone bezoeker die wél normaal kan doen. Ik durf met zekerheid te stellen dat meer dan de helft van de hostels dit soort irritante lui over de vloer hebben. Hier is dat niet anders. En wellicht is het ietwat discriminerend, maar naar honderden hostels bezocht te hebben, valt het intussen toch wel op: ze hebben ALTIJD dat onverzorgde, verwilderde hippie-uiterlijk.

Waikato River

Goed slapen doen we wel hoor. Want de kwaliteit van dit hostel is boven het gemiddelde niveau. En we hebben bovendien nog één laatste stop voor Elsa ons naar de volgende locatie brengt: de Waikato rivier. Dat schijnt wel een bijzondere te zijn. Waikato is misschien een woord dat je bekend voorkomt, want we zijn inderdaad weer vanaf Rotorua terug die Waikato Region ingereden waar dus ook Waitomo Caves, Coromandel en Hobbiton te vinden zijn. En nu weet je dus ook waar de naam Waikato vandaan komt: de machtige rivier die ontspringt vanuit dat enorme vulkaanmeer Lake Taupo. En verrek: er is zelfs een waterkrachtcentrale gebouwd midden op die rivier, die driemaal daags zijn dammen opent waardoor het water als een wildwaterbaan door de drooggelegde rivier gutst. Om 10 uur is de eerste opening van de dag. Daar móéten wij bij zijn.

Aratiatia Dam

We rijden naar de Aratiatia Dam toe en stappen vol verwachting uit Elsa. Twee campers met kiwi’s en een auto vol Chinezen staat ook al handjeswrijvend op de dam te wachten. De natuur is mooi, maar daar komen we niet voor. We komen voor dat water dat door de sluizen van die dam geperst zal gaan worden. Een alarm gaat af. Het signaal dat de dammen haar sluizen open. De spanning is voelbaar in de lucht. Wat gaat hier gebeuren? Wat voor machtig schouwspel gaan wij aanschouwen? En dan… het water beneden ons stijgt. En niets meer dan dat. In de verte zien we watervallen die wel wat rijker in volume worden, maar op de plek waar wij staan, stijgt de rivierspiegel een meter of twee in twintig minuten tijd. Als je de foto's naast elkaar plaatst, dan is het best mooi, maar het duurt zo lang dat je nauwelijks het verschil ziet ontstaan. Toch wel een tegenvaller. Alsof je naar een vuurwerkshow gaat en je er op het moment suprême zelf achter komt dat het vuurwerkrepertoire bestaat uit één gillende keukenmeid die bij het aansteken ook nog eens omvalt.

Maar… dat kan toch niet? Geertje had foto’s opgezocht van een woeste, vechtende rivier die genadeloos beukt tegen de rotswanden die de oevers vormen. Ik kijk even op Geertjes telefoon om de route te checken en ik sla m’n hand voor m’n gezicht. “Wat is er?” vraagt ze poeslief. Ik zucht. “We staan niet op een dam, we staan op een brug. Die dam is een kilometer stroomopwaarts.”

Huka Falls

We laten ons niet uit het veld slaan, want we willen een herkansing en deze keer natuurlijk wel bij de dam. Die twee uur overbruggen is niet zo moeilijk, want we hadden sowieso nóg een stop op de Waikato River: de Huka Falls, een stroomversnelling die uitmondt in een waterval die de teleurstelling van die dam/brug dik en dubbel goedmaakt.

Stel je een zandloper voor die je net omdraait. Alle kracht die de zwaartekracht heeft, wordt gebruikt om dat zand door die taille te trekken. In zo’n zandloper gaat dat gestructureerd, kalm en altijd even snel. De Waikato River heeft ook een zandloper en de Huka Falls vormen de taille van die zandloper. Alleen is het wel zo dat je een zandloper niet op een rivier kunt vertalen, want het resultaat van een zandloper in een rivier is dat het water met het machtigste en krachtigste geweld door die smalle taille wordt geperst. Dat zien we hier, want zo’n geweld hebben we nog nooit gezien in een rivier. Het water dondert en het buldert, het is onstuimig en het is woest en het is een schouwspel dat we nog niet zo vaak eerder hebben gezien. We wandelen langs het ongelofelijke natuurgeweld op naar het einde van die Huka Falls, waar het ‘Falls’-gedeelte van de naam bewezen wordt. Een machtige explosie van al het water dat na die smalle strook eindelijk de vrijheid krijgt om te bewegen, met water zó blauw dat zelfs de grijze lucht en de aanhoudende miezerregen die ons vandaag teisteren, er niet voor kunnen zorgen dat haar kleur verandert. Ongelofelijk.

Nog eens naar die dam

Tevreden gaan we weer terug naar de Aratiatia Dam. Zonder enige verwachting stappen we uit en lopen we in drie minuten door het bos naar een uitzichtplateau dat we met een man of twaalf delen. Wel zijn we vroeg en hebben we de beste plekken. We zitten deze keer wel goed, want een meter of tweehonderd voor ons zien we de sluizen van de Aratiatia Dam waardoor het niet anders kan dat we nu wel goed zitten. Nogmaals vraag ik mezelf af hoe dom het was dat we een halfuur lang op een brug stonden zonder ook maar één seconde te bedenken dat het daadwerkelijk een brug in plaats van een dam was. In de verte naar de andere kant kunnen we die brug zelfs zien in de verte. Vanaf de brug zie je de dam niet, maar vanaf dit uitzichtplateau zie je zowel de dam aan de ene kant als die dekselse brug aan de andere kant. Er staan vier mensen op de brug in de verte waar wij vanochtend stonden, niet wetend dat er een totaal onopzienbarende ervaring voor ze te wachten staat. Voor ons wordt dat anders, hopelijk. De sirene gaat, en de sluizen gaan open. Recht omlaag is het uitzicht al prachtig: een riviertje van nog geen basisschoolliniaal breed stroomt moeilijk zichtbaar door een verzameling van grote, imposante zwarte rotsen. In de verte zie we het water uit de sluis stromen. Dat kleine beekje zal zo wel gaan veranderen in een woeste rivier, hopen we. Wat zeg ik? Het is een kwestie van drie minuten. Misschien zelfs maar twee. Met een denderend, bulderend kabaal wordt de kracht van het water na die indrukwekkende Huka Falls hier bij de dam eens te meer zichtbaar. Als één grote vloeibare anaconda vecht het water zich gewelddadig een weg door de rotspartijen. We zíén het waterpeil letterlijk stijgen! Waar twee minuten geleden nog een zielig beekje nietig werd gemaakt door de gigantische rotsen, is het even later het machtige, hemelsblauwe, kolkende rivierwater dat de strijd wint. Wát een magisch toneelstuk van de natuur. Kijk hieronder maar even: twee foto's van voor, twee foto's van na, met een tijdsverschil van drie minuten. En die foto's, die zeggen alles.

Helaas leer ik diezelfde dag nog (Geertje ontdekt het pas bij het plaatsen van de blog) dat de opening van de dam een act is. Die dam hoeft helemaal niet open, maar het is puur voor het toerisme dat die dam drie keer per dag haar sluizen opent om de aanwezige toeristen een watershow te geven, om ze te laten zien hoe de rivier zich vroeger voor de bouw van de dam een weg door de rotspartijen vocht. Dat is toch even jammer, vinden we. Na de Fata Morgana in Waitomo Caves, na de door mensen gebouwde huisjes van Hobbiton, na de toneelvoorstelling van de Maori in Rotorua die weliswaar indrukwekkend was en we nooit hadden willen missen, maar die daardoor toch ietwat plastisch aanvoelde en na de geiser Lady Knox die met biologisch afbreekbare zeep werd geactiveerd, blijft het 'ja-zo-kan-ik-het-ook-welgehalte' toch als een ietwat vervelende rode draad door ons bezoek aan Nieuw-Zeeland lopen. We dwingen onszelf daar niet te veel over na te denken, want desondanks is het een indrukwekkend schouwspel dat zich voor onze ogen heeft afgespeeld. Een schouwspel dat maakt dat er maar een conclusie rest: Taupo is, ook dankzij de Huka Falls en het fabelachtige Tongariro National Park, onze favoriete locatie van Nieuw-Zeeland.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.