Van de kaart af en aan de andere kant er weer op
Een slijtageslag. Een slooppartij. Een loopgravenoorlog. Zomaar wat synoniemen om onze trip naar Nieuw-Zeeland vanaf het Chileense Santiago te omschrijven, want mijn hemel wat hakt deze rit erin. Op de planning staat een reistijd van 28 uur. Iets minder nog dan de 38 uur die we hebben geboekt voor de terugweg over een maand, maar gezien de tijdstippen en tijdverschillen, denk ik dat de reis van Chili naar Nieuw-Zeeland een pittigere is. Op 26 juni is het 13.00 (Chileense tijd) wanneer we in het vliegtuig stappen. Een herculiaanse vlucht van 14 en een half uur brengt ons via Antarctica (daar vliegen we letterlijk overheen (zo dichtbij zijn we nog nooit geweest)) naar Sydney. Voor de twijfelaars: de Aarde blijkt inderdaad rond te zijn, klinkt onze conclusie. In Sydney landen we iets na 18.00. Maar dan is het opeens 27 juni. Onze vliegreis van Chili naar Australië brengt ons over de datumgrens heen en we skippen dus het grootste deel van 27 juni, de datum die per toeval ook de verjaardag van onze (schoon)moeder betekent. Nee, we hebben dit echt niet bewust gedaan.
Door dit goocheltrucje van de datumgrens waarin we dus eigenlijk een soort westwaartse tijdreis naar het oosten van de wereld hebben gemaakt, slaan we dus bijna een complete dag over! Andersom had het nog gekker gekund: vlieg je van Sydney naar Chili, dan zou je met een goede timing op 26 juni kunnen vliegen en op 25 juni aan kunnen komen. Ik ben de complete 14 uur in het vliegtuig gefascineerd door de feitjes die het passeren van de datumgrens én de route over Antarctica met zich meebrengen, dat het zelfs zonder Geertje aan m’n zijde (ze zit twee rijen voor me) voelt alsof de vlucht in een knip van de vingers voorbij is. Maar het zwaarste gedeelte van de reis naar Auckland zit ‘m niet in deze langste vlucht die we ooit genomen hebben, maar in de overstap in Sydney. We landen in de avond en pas de volgende ochtend gaan we door naar Auckland en ik denk dat het niet gedurfd is om te zeggen dat het avontuur dat wij in Sydney beleven héél anders is dan de avonturen die andere mensen in Sydney beleven.
Het avontuur van Sydney Airport
Om te beginnen, blijven we op het vliegveld. We bestellen wat koffie en wat andere versnaperingen en tot mijn vreugde vind ik binnen no-time die heerlijke sausage rolls waar ik twee jaar terug in Perth nog aan verslaafd was. We buigen ons over wat regelzaken, bellen onze lieve (schoon)moeder nog een paar uur jarig is in onze tijd en op een gegeven moment vinden we dat het tijd wordt om de nacht te overbruggen. We vinden een paar Kiwi’s op de banken die net als wij de nacht in Sydney spenderen en morgenvroeg een vlucht naar Auckland nemen. Een gezin met drie kinderen, een praatgrage man met zijn vrouw in een bloemetjesjurk en een paar Chinese meiden die ook naar Nieuw-Zeeland willen. Met dat groepje claimen we een aantal banken die we als bedden gaan gebruiken. Want zo gaat dat, op luchthavens: heb je een lange overstap die een nacht duurt? Dan probeer je wat slaap te vangen op één van die banken. Helaas gaat dat in Sydney net even wat anders.
De sluiting
Kijk. Australië heeft best wel wat bekende steden, hé? Iedereen heeft wel eens gehoord van Melbourne of van Perth. En anders misschien wel van Adelaide of Brisbane. Fier bovenaan de lijst van bekende Australische steden, moet Sydney wel staan, toch? Met recht een wereldstad te noemen en zo’n naam die bij iedereen tot de verbeelding spreekt. Zo’n wereldstad als deze, zal toch ook wel een vliegveld van formaat hebben, toch? Nou, dat valt reuze mee. Het vliegveld in Sydney blijkt namelijk niet eens een 24/7-vliegveld te zijn. Dat betekent dat het vliegveld niet de hele dag geopend is. De openingstijden? 2.30 tot 23.00. Drieënhalf uur per dag sluit dus Sydney Airport dus haar deuren. DRIEËNHALF UUR PER DAG! En dan te bedenken dat het hier stikt van de vroege vluchten en mensen die de nacht op het vliegveld door willen brengen vanwege een niet geheel ideale tijd met overstappen. Dat hebben wij ook en een dure accommodatie zoeken in een peperdure stad als Sydney voor een halve nacht terwijl we om drie uur de slaap alweer moeten onderbreken omdat we die grote backpack moeten inchecken, klinkt ook niet als een super gunstig plan. Dat idee hebben meerderen, want ik ben de eerste van ons twee die een poging tot powernappen gaat doen op de bankjes samen met die groep medereizigers die naar de oostrand van de wereldkaart wil, maar die poging wordt ruw verstoord. Waarom zo’n vliegveld ervoor kiest om twintig en een half uur geopend te zijn en dan voor drie en een half uur de deuren te sluiten, is ons een raadsel.
Dat geldt ook voor onze medereizigers wanneer een kale beveiliger met gepikeerde doppen als ogen ons op hoge poten de deur uit komt vegen. De praatgrage Nieuw-Zeelandse man besluit nog even flink de discussie aan te gaan met de beveiliger. Buiten regent het, is het koud (het is immers winter in deze contreien) en hij staat op het punt om pompeus niet alleen een paar reizigers, maar ook een drietal kinderen de kou in te sturen. Het makkelijk geprikkelde mannetje is standvastig in z’n mening en de mate van stugheid en onbuigbaarheid van de regelgeving die de kleine beveiliger - die nog wel het meest lijkt op een varken op twee poten - hanteert, doet denken aan de rechtlijnigheid van Nederland. Baat heeft de discussie dus niet en even later staan alle reizigers buiten. Ergens heeft het ook wel een grappig effect: voor de kiwi’s die bij ons op de banken lagen, is dit alleen maar munitie om op het imago van Australië te vuren. “These things can only happen in fucking Australia”, “so glad I’m a kiwi and not one of those Australian idiots”. Toch wel lachen, dus.
De gek van de garage
We kunnen wel lachen, maar we staan wel midden in de nacht te kijken buiten in een Sydney waar het regent dat het giet. Samen met de Kiwi’s die met hun kinderen reizen, besluiten we een plekje in de parkeergarage te zoeken die nabij de vertrek- en aankomsthal ligt. Groot gebouw, het waait niet hard maar het beetje wind dat er wel staat, wordt ons hier bespaard en we zitten sowieso droog. De familie gaat ergens naar de derde verdieping, wij installeren ons op de eerste verdieping. Alleen niet voor lang. Terwijl ik beneden onze spullen bewaak en Geertje de roltrappen gebruikt om een goede plek te vinden, valt het oog van een of andere wazige, verdwaalde, in zichzelf pratende zwerver op Geertje en van het een op het andere moment heeft Geertje er een ongewenste superfan bij die haar door het gehele gebouw heen volgt. Geertje gaat dus maar snel op zoek naar mij, maar zelfs als ik erbij kom, blijft de man die een of ander goedje aan het roken is, ons volgen en contact met ons zoeken. Jongens: we hebben zes maanden in het onveilig gewaande Latijns-Amerika vertoefd, ons zelden onveilig gevoeld en tijdens onze eerste uren in nota bene een stad zoals Sydney, in het oh zo veilig geachte Australië, tracht Aphrodite met haar pijl een drugsverslaafde creep aan Geertje te koppelen. Waanzin.
Het spreekt dus voor zich dat we ons niet in de parkeergarage nestelen voor de nacht, maar evenals de meesten gewoon maar bij de harde bankjes bij de ingang gaan zitten. Eerder belden we Geertjes moeder nog voor haar verjaardag (die is inmiddels voorbij), maar toen zaten we nog gewoon aan de koffie. Nu, een uur of vier later, is het mijn moeder die we bellen, maar het beeld is iets surrealistischer dan de vorige keer. De regen klettert op de daken, we zitten buiten in het donker op een bankje op een verlaten vliegveld en in de verte probeert een aantal reizigers het zich ondanks de omstandigheden zo comfortabel mogelijk te maken. En wij? Wij hebben het laptopje op dat bankje op de schoot om te videobellen naar huis terwijl we de gratis vliegveldwifi die gelukkig wél 24/7 geopend is, blijven tappen. Het is bijna hallucinant te noemen.
De budgetairline van oost-aarde
Het is 2.30 in de nacht als er zich een rij met reizigers buiten de deuren van het vliegveld vormt. Het is alsof we te vroeg zijn bij de Efteling en met smacht wachten tot de poorten eindelijk openen en we naar binnen kunnen, maar dan een Efteling met maar één ritje die naar de naam ‘vliegtuig’ luistert. Ons ludieke avontuur in Sydney is nog niet ten einde als de deuren opengaan, want een halfuur later kunnen we onze ruimbagage ook inchecken. Bij Jetstar, mensen. Een luchtvaartmaatschappij die jou waarschijnlijk niks zegt, maar wij komen er kwaadschiks achter dat dit de Ryanair van Oceanië is.
We hebben 20 kilo ruimbagage geboekt. Eén stuk ruimbagage, want Geertje reist alleen op handbagage. Die handbagage is 7 kilogram per persoon. En daar gaan we overheen. Kijk, de schuld ligt volledig bij ons dat we een vlucht boeken en het gewicht niet checken (na zes maanden reis je écht op de automatische piloot), maar intussen zijn we ook al wel zo gepokt en gemazeld in het reizigersleven (dat klinkt wel heel pretentieus, sorry), dat we weten dat die handbagage niet zo heel nauw komt. Het is daarom ook dat we pas in Sydney ontdekken dat we op onze tweede vlucht van het tweeluik van Santiago naar Auckland letterlijk DE HELFT van het gewicht van de eerste vlucht mogen meenemen in zowel ruim- als handbagage. Totdat we Ursula (niet haar echte naam, maar Geertje vond dat wel een passende) ontmoeten, de Jetstar-medewerkster die met iedere mier in heel Australië geneukt heeft en wanneer we willen inchecken maar wat graag kijkt of er bij ons nog een mier rondloopt waar ze de daad mee kan verrichten. En dat lukt Ursula. Want nog voor we ons paspoort terug hebben, worden we gesommeerd om onze handbagage op die loopband te leggen om de boel te wegen! Dat is voor het eerst ooit dat we dat moeten en het resultaat is beschamend: we zitten met onze handbagage zo’n 6 kilo te hoog, maar het tevreden gezicht van Ursula dat een overdosis geluk verraadt dat ze weer iemand erbij heeft kunnen naaien, geeft ons een gevoel dat we er het liefst een paar dartpijltjes in willen gooien. “That’s 100 dollars per kilo, or you can throw some stuff away.” 100 Dollar per kilo!?!?! Dat gaan we die zelfgenoegzame grijns van Ursula niet gunnen. Wacht maar, we komen zo terug met legere handbagage. Een echte Ursula is dit, vindt Geertje. Het uiterlijk en innerlijk van een schurk die alleen maar uit is op wraak omdat ze daar lekker op gaat of zo.
Terug naar het begin van de rij, want daar staan twee van die bagageweegschalen. We pissen er nog net niet omheen om ons territorium af te bakenen, maar we gaan er wel bij zitten en leggen onze spullen zo neer zodat het voor het hele vliegveld luid en duidelijk is dat deze twee weegschalen het komende halfuur bezet zijn. Alle spullen passeren de revue: schoenen, kleren, spelletjes, electronica, tassen, souvenirs, toiletartikelen, opladers: je kunt het zo gek niet bedenken, maar één ding is zeker: deze ronde wint Ursula niet van ons. Uiteindelijk gooi ik mijn schoenen die toch al aan het einde van hun latijn waren weg (ik koop in Nieuw-Zeeland wel nieuwe) en zeg ik gedag tegen een shirtje en ook aan mijn foeilelijke keramieken kikker die ik in Cafayate heb gemaakt. Dat doet wel een beetje pijn, maar hij is gewoon echt lelijk en hij weegt een heleboel. Geertje moet binnenkort een nieuwe bikini kopen en een paar oude kleren blijven van haar ook voor goed in Sydney achter. Over de handdoek twijfelen nog, maar toch nemen we die mee, want we hebben nog een tropisch toetje na Nieuw-Zeeland op de planning. Simpele dingen als shampoo en tandpasta weten we ook snel te lozen, maar helaas redden twee paar spelletjes – waaronder Phase 10 die we ironisch genoeg twee jaar terug hier in Australië kochten – het ook niet tot de eindselectie. De inspanningen mogen er zijn. Ik draag vier en Geertje vijf lagen kleding (veel te heet) en ik heb Geertjes keramieken potje in m’n jaszak verstopt en Geertje haar powerbank en drone in haar jaszak gedaan met nog wat kleine spulletjes. Fier met de borst vooruit lopen we Ursula weer tegemoet. Maar dan worden we weer genaaid.
Ursula is bezet en we mogen bij haar collega de boel inleveren. Deze lacht een stuk liever dan de norse Ursula en dat laat zich blijken. We hoeven onze handbagage deze keer NIET TE WEGEN!!! Al die spullen voor Jan Lul weggeflikkerd, maar we laten ons niet zomaar kennen: als mijn grote backpack van een flighttag voorzien is en is afgevoerd op de lopende band, keren we terug naar de prullenbakken om ons ritme weer in handen te krijgen. Als ze ons zo proberen te pakken, dan pakken wij ze terug. Hup, op Geertjes advies vlieg ik met m’n kop vooruit als een zwerver op zoek naar de laatste druppels uit een colablikje die prullenbak in om te kijken wat er nog te redden valt en tot mijn grote vreugde liggen mijn schoenen nog op een behoorlijk prettig plekje om zo uit het afval te vissen. Zonder viezigheid erbij! HAHAHA Ursula, ik hoef GEEN nieuwe schoenen in Nieuw-Zeeland aan te schaffen!
Eindelijk naar de kiwi's
En dan zitten we al op de 2000 woorden en dan zijn we nog niet eens Australië uit. Je zou Zuid-Amerika alweer bijna vergeten zijn. Na de grap van de sluitende luchthaven, de creep die op zoek was naar de honing op Geertjes kont en na Ursula van circusclownbedrijf Jetstar, is er ook het nodige gebeurd tijdens die korte overstap. De meeste mensen die naar Sydney gaan, hebben een andersoortig avontuur. Maar nu gaan we toch écht naar Nieuw-Zeeland. Het op één na laatste land (huh? Niet het laatste? Nee, inderdaad, er komt nog een héél bijzonder, uniek land als toetje, maar die houd ik nog even stil) van de reis en wanneer de vliegende kist van Sydney om 6.30 opstijgt om richting Nieuw-Zeelands grootste stad Auckland te vliegen in iets meer dan 3 uur tijd, zijn onze ogen al 34,5 uur geopend. Dat moet een persoonlijk record geweest zijn. Om de jetlag die ongetwijfeld komen gaat, zo veel mogelijk in bedwang te houden, willen we dat record nog wat verlengen, maar in het vliegtuig lukt dat niet. De vermoeidheid wint en eerlijk is eerlijk: drie uurtjes de oogjes toe maakt dat de vlucht net zo goed niet had kunnen bestaan en voor die jetlag is dit minislaapje eigenlijk alleen maar goed. Maar het belangrijkste: we zijn eindelijk in Auckland, Nieuw-Zeeland.
En hoewel we letterlijk aan de andere kant van de wereld zijn – Nieuw-Zeeland is geometrisch gezien het land dat het verst van Nederland verwijderd is – helpt dat niet voor ons energiepeil. Die powernap in het vliegtuig is verre van voldoende en met de ziel onder de armen staan we op het internationale vliegveld van Auckland (verreweg Nieuw-Zeelands grootste stad, maar niet de hoofdstad) te kijken wat we in vredesnaam met onszelf aan moeten. De middag is nog maar net aangebroken en we weten dat we, om die jetlag tegen te gaan, de dag nog moeten rekken, maar we willen niets liever dan neerploffen op een zacht bed. Maar dat gaat niet, want we moeten onze vierde huurauto van deze reis ophalen. Na Zorro, Snowie en Olaf hebben we hier in Nieuw-Zeeland een Suzuki Swift die op ons wacht. Een witte, evenals de vorige twee, wat de naamgeving voor Geertje een stuk lastiger maakt. We zeggen gewoon maar dat onze Suzuki Swift te verlegen is en zijn of haar naam nog niet durft te zeggen.
Australië en Nieuw-Zeeland
Als we in Auckland inchecken in ons hotel is het alweer drie uur geweest. De rit zelf duurde nog zo’n halfuur – wat gezien onze enorme vermoeidheid en het feit dat we in Nieuw-Zeeland links moeten rijden misschien niet het aller veiligste idee ooit was, maar het is goed gekomen – en we hebben ook nog even boodschappen gedaan – in de Woolworths! Dat zegt je waarschijnlijk nog minder dan de anatomie van een muilezel, maar ons zegt dat heel veel. Deze supermarktketen werd onze favoriet twee jaar geleden in Australië! Het voelt als een warm bad om door de deuren van Woolworths te lopen en het is alsof we twee jaar terug in de tijd zijn gegaan. We zijn immers weer in Oceanië en de twee bekendste landen van dit exotisch verre continent lijken in een paar opzichten veel op elkaar. Kijk maar naar die Woolworths. Maar tegelijkertijd zijn het op het eerste oog ook twee totaal verschillende werelden.
Als je op de kaart van de wereld kijkt, dan zijn die twee verre landen in Oceanië als twee broers van elkaar. Inwisselbaar, zou je bijna denken. En er zijn overeenkomsten: ze hebben allebei een raar accent en ze rijden allebei links. En zoals we nu ook weten: er is een supermarkt en er zijn ook nog een heleboel andere ketens die je alleen in Australië en Nieuw-Zeeland vindt. Maar daar houdt het bij op. Kijk, om te beginnen, liggen die twee landen niet eens zo dichtbij elkaar als je denkt. Een vlucht tussen Auckland en Sydney bedraagt drie uur. In drie uur ben je van Amsterdam in Malta en van Malta zeggen we doorgaans ook niet dat het een blokje om is, toch? Ook qua natuur kunnen de twee landen niet meer van elkaar verschillen. Australië en Nieuw-Zeeland lijken op een andere planeet te liggen als je de natuur van de twee landen naast elkaar legt. Klinkt gek, maar eigenlijk is het logisch, want het land Nieuw-Zeeland heeft een COMPLEET ander oorsprongsverhaal dan het land Australië. Super interessant, maar er zijn nog genoeg super interessante dingen te vertellen, dus die bewaar ik voor blogs die nog komen gaan.
Metropool Auckland
Moe en uitgeteld vallen we op bed, maar slapen doen we niet. Ook voor het humeur is de vermoeidheid allesbehalve goed en in plaats van de tijd te doden met nuttige leuke dingen, zijn we door de vermoeidheid eigenlijk alleen maar op elkaar aan het vitten zonder aantoonbare verklaringen. Het is daarom dat ik besluit om er maar even op uit te gaan. Geertje blijft in het hotel, maar ik merk dat mijn vermoeidheid me echt ieder moment kan uitschakelen als ik op bed lig en als ik aan de wandel ben, acht ik de kans wat kleiner dat ik in mekaar zak van vermoeidheid.
En wat is Auckland een mooie stad. Je voelt echt onmiddellijk dat je in een andere wereld bent na zes maanden door Latijns-Amerika gehuppeld te hebben. Het mag hier dan wel net wat minder swingen en bruisen dan in een Salta, Medellín of Cusco, maar dat maakt Auckland goed met de prachtige wolkenkrabbers die de stad een echte big city vibe geven. Als ik de straat naar beneden loop (de hoogteverschillen van Auckland doen aan Valparaíso denken) doemt daar opeens de Sky Tower op. 328 meter aan pompeusheid, aan spierballen tonen. Zo hebben we nog nooit het hoogste gebouw van een continent gezien en zo zie je in één week twee hoogste gebouwen van een continent. Jawel, want waar de Sky Costanera in Santiago het hoogste gebouw van Zuid-Amerika is, is deze Sky Tower de hoogste van Oceanië. Qua esthetiek wint de Chileense betonreus het wel van deze luchtnaald, want eerlijkheidshalve is die Sky Tower in tegenstelling tot de rest van de gebouwen in Auckland maar een gedrocht. Niet dat het uitmaakt, want hoge gebouwen zijn per definitie heel gaaf. Ik zei het al: Auckland is niet de hoofdstad van Nieuw-Zeeland maar door de vibe die de stad heeft en gezien het feit dat het met 1,8 miljoen inwoners Nieuw-Zeelands grootste is, heeft het wel de allure van een hoofdstad en een echte place to be.
Ik duik nog even een kroeg in waar Engeland tegen Panama speelt op een groot scherm. Die wedstrijd is door het tijdsverschil al lang en breed voorbij, maar toch schuif ik aan en wanneer ik bij de bar m’n bestelling wil gaan doen, spring ik een gat in de lucht: de hele tap zit vol met Hazy IPA’s! Hazy IPA is echt onze favoriete biersoort en twee jaar terug bleek al dat de Australiërs ook helemaal gek zijn en honderden soorten Hazy IPA hebben en na de tap hier te zien, krijg ik het vermoeden dat de Australiërs en de Kiwi’s dus nog iets met elkaar gemeen hebben. Na twee van die overheerlijke Hazy’s (wel van twee verschillende brouwers uiteraard) heb ik het gevoel alsof er een trein tegen m’n hoofd gereden is. Ik ben werkelijk waar nog nooit zo moe geweest in m’n leven. Ongekend. En twee biertjes slaan dan in alsof je een volle fles spiritus in drie seconden richting de verdoemenis hebt gekloekt.
Jetlek
Eenmaal thuis ben ik niet de enige die een zware strijd tegen het bewustzijn voert, want Geertje heeft inmiddels de strijdbijl met haar vermoeidheid begraven en toegegeven aan haar innerlijke hunkering: ze slaapt. Ik maak haar wel wakker, want we moeten de strijd winnen, maar ik zal je al vast verklappen dat we de strijd van onze jetlag vandaag niet gaan winnen, want als het ongeveer half negen is (Geertje zal het nog een uur langer volhouden, omdat ze fanatiek haar WK poule nog moest invullen), kan ik zelfs staand niet eens meer wakker blijven, hoe zeer ik m’n best ook doe.
Het ritme is door die bizarre vlucht echt compleet om zeep geholpen: ik word namelijk wakker. Ik kijk op de klok en daar staat 00:45. Ik ben klaarwakker. Maar tegelijkertijd voelt het ook alsof m’n lichaam carnaval gevierd heeft en besloten heeft om de carnaval nog een week te verlengen. Een tegenstrijdig, paradoxaal gevoel, ik weet het, maar dat krijg je van zo’n jetlag. Bizar is het eigenlijk, hé? Je bent nog nooit zo moe geweest als deze dagen, maar jouw innerlijke systeem besluit dat je na vierenhalf uur slapen (na overigens 48 uur aan één stuk door wakker te zijn geweest met één korte onderbreking in het vliegtuig naar Nieuw-Zeeland) gewoon je dag moet beginnen. Omdat jouw hoofd nog in de Zuid-Amerikaanse modus staat, omdat het in Santiago op het moment dat ik wakker word al 08:45 is. Een jetlag. Geertje heeft er vaker last van, maar ik ga er doorgaans goed op. Maar deze keer, na 28 uur vliegen van Santiago naar Auckland, worden we allebei geveld door de westwaartse tijdreis naar het oosten die de verjaardag van onze (schoon)moeder heeft doen overslaan.
Een wekker zetten hoef niet. Ook Geertje zal die nacht een paar keer wakker worden omdat de natuurlijke klok iets anders wil, maar we weten ons te dwingen om tot zes uur te blijven liggen. De Nieuw-Zeelandse winter betekent dat de zonuren minder in aantal zijn dan de nachturen, maar gelukkig is een voordeel van Nieuw-Zeeland ten opzichte van Chili en Argentinië dat er weer wat leven in de brouwerij is voor tien uur in de morgen. Dus gaan we op pad. Klaarwakker, maar dat zijn we gevoelsmatig al uren.
Auckland verkennen
We beginnen met een wandelingetje door het centrum waar we zitten dat gekenmerkt wordt door imposante hoogbouw. Ook Geertje vergaapt zich net als ik dat deed even aan die Sky Tower die dus lelijker, maar wel hoger is dan de Sky Costanera in Santiago. Waar we Australië gevoelsmatig vonden lijken op de Verenigde Staten zoals we het uit films kennen, heeft Nieuw-Zeeland met Auckland juist een veel meer Europese vibe. En een multiculturele vibe, trouwens. Dat zijn we na al die Latijns-Amerikaanse steden niet gewend, maar waar het grootste deel van de bevolking hier qua uiterlijk zomaar Nederlander had kunnen zijn (zo gek aangezien er – nogmaals - geen enkel land is van de 197 die ik tel dat verder van Nederland ligt dan Nieuw-Zeeland), zie je hier ook genoeg Vietnamese, Chinese, Japanse en Maleisische restaurants, lopen we zo nu en dan een inheemse Maori tegen het lijf en worden de hotels hier (evenals het onze) gerund door Zuid-Aziaten als Indiërs en Pakistanen. Multi-culti, dat stempel mogen we Auckland wel geven.
Devonport
Waar dat centrum gekenmerkt wordt door die big city feel, is dat in Devonport niet het geval. Auckland ligt prachtig aan het begin van een smal schiereiland en is aan alle kanten omgeven door water van de zee en van de rivieren. Devonport is een wijk van Auckland die precies aan de overkant van de haven ligt en in tegenstelling tot het levendige, gehaaste zakendistrict juist dorps en rustiek aanvoelt. Maar kijk eerst nog maar even naar de foto’s die we vanaf de ferry naar de overkant maken. De skyline van Auckland is er één die gemaakt is voor de cameralens.
Vulkanen
In Devonport gaan we aan de wandel. Langs de kade waar we de eerste vlag van Nieuw-Zeeland zien wapperen (westerse landen zijn doorgaans niet zo'n trotse vlaggenwaaiers) en door een speeltuin waar ik Geertje bijna loopings laat maken. Daarna gaan we zitten bij een koffietentje en genieten we van het leven in deze rustige buitenwijk en als we daarna weer aan de wandel gaan en een groene heuvel tegenkomen, besluiten we die maar te gaan beklimmen. Nieuw-Zeeland valt tot nu toe enorm op in haar groenheid. Het is groen hier. Maar dan ook echt heel erg groen. Alsof de Hulk z’n eigen land gemaakt heeft. Ik denk zelfs dat het groen van het Nieuw-Zeelandse gras en de Nieuw-Zeelandse bomen nog groener en nog feller uitstraalt dan het gras en de bomen in Nederland, maar Geertje denkt dat ik dat denk omdat we de afgelopen maanden juist heel veel in ruige, desolate, onherbergzame, indrukwekkende berg- en woestijnlandschappen hebben vertoefd. Eerlijk gezegd denk ik dat ze daar wel gelijk in heeft.
Op de top van de heuvel zien we de meest prachtige uitzichten over de skyline van Auckland maar ook over de ruim opgezette buitenwijken van Nieuw-Zeelands grootste stad. De uitstraling van Nieuw-Zeeland heeft iets keurigs, iets bourgondisch, of zo. Huizen zijn groot en de tuinen zijn mooi en goed bijgehouden. Alsof het land met iedere stoeptegel en ieder straatnaambordje wil zeggen dat Nieuw-Zeeland een land is voor de welgestelden onder ons. Tuurlijk: dat contrast wordt nog wel wat versterkt vanwege het feit dat we zes maanden in Latijns-Amerika hebben doorgebracht – wat allerminst de armste landen ter wereld zijn, maar waar de levensstandaard (zelfs in uitschieters als Chili en in mindere mate Argentinië) wel degelijk wat lager ligt dan in ultieme, ideale westerse landen waar Nieuw-Zeeland er toch ook wel eentje van is. Zo’n land dat feilloos aan het rijtje Denemarken, Canada, Noorwegen en Zwitserland kan worden toegevoegd, van die westerse landen waar we steevast tegenop kijken omdat het zowat de enige landen zijn waarvan we denken dat ze het nóg beter voor elkaar hebben dan Nederland. Of dat zo is, laat ik maar mooi in het midden.
Ik lees een bordje op de top van die heuvel en trek opeens een conclusie die ik niet verwacht had te trekken: we hebben zojuist blijkbaar een vulkaan beklommen! Geertje grinnikt: die wist dit gewoon, maar besluit zonder duidelijke redenen om die informatie gedurende de hele klim voor haarzelf te houden. Het is geen geheim dat het Noordereiland van Nieuw-Zeeland een vulkanisch eiland is, maar ik wist niet dat de stad Auckland tussen tien slapende vulkanen is gebouwd die je lukraak verspreid door de stad kunt vinden. Deze Mount Victoria – of Takarunga in de inheemse taal – is één van die vulkanen. Vet cooliejoelie.
Auckland Harbor
We nemen de ferry terug en brengen een bezoekje aan de Auckland Fish Market, een meer dan 100 jaar oude vismarkt gelegen in de haven van Auckland. Het is een enorm moderne en nieuwe markt en het ziet er zeker niet uit zoals die er eind 19e eeuw/begin 20e eeuw uitgezien heeft, want dan had je destijds echt een paar vooruitlopende architecten met baanbrekende technologie en ideeën. Hier gaan we even proeven. Fish & Chips (naast Brits schijnbaar ook typisch Nieuw-Zeelands) en een paar oesters. Ik vind het allemaal heerlijk en zelfs Geertje die normaliter helemaal niet van oesters houdt, weet van de oesters te genieten. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, maar eerlijk is eerlijk: deze reis heeft Geertje wel reuzestappen gezet als het gaat om het proeven van rauwe vis en zeevruchten. Het wordt nog wat met dat meisje.
Of ze van rattenplagen last hebben in Auckland, durf ik niet te zeggen. Vliegende ratten zijn hier wel een probleem, kan ik je vertellen. Niet in de vorm van duiven, maar in de vorm van die dekselse meeuwen. Dat zijn me een paar aaseters, maar we kunnen er wel om lachen. Als we buiten op het terrasje van de vismarkt ons tegoed doen aan het eten samen met een biertje en een wijntje, vindt er iedere keer dat er iemand opstaat, een race plaats tussen de schoonmaakster en een groep van een stuk of 20 meeuwen en een paar aalscholvers wie zich het eerste over de restjes weet te ontfermen. Verrassing: de schoonmaakster wint nooit, maar heeft na zo’n meeuwenaanslag iedere keer ineens het vijfvoudige schoonmaakwerk te verrichten. Even later pakken we bij een ander terras nog een biertje en een bubbeltje. Ook hier besluiten groepen meeuwen en aalscholvers keer op keer om een raveparty op de tafels te organiseren waar schoonmakers totaal niet tegen opgewassen zijn. In Auckland zou ik in ieder geval niet op zo’n terras willen werken, want dan word je iedere nacht zwetend wakker uit een aalscholvernachtmerrie.
Ponsonby
Als laatste stop wandelen we door de wijk Ponsonby. Die Sky Tower wilden we ook nog wel in, maar we hebben vanaf Devonport al een fantastisch uitzicht over de stad gehad en we moeten zelfs na het dure Chili wennen aan de prijzen die in Nieuw-Zeeland gemiddeld nog hoger liggen, dus de lift naar de top van de Sky Tower laten we links liggen. Ponsonby zou een leuke wijk moeten zijn, maar dat vinden we een beetje overrated. Niks mis mee hoor, maar ook niks bijzonders aan. Je kunt er wel bier drinken, dus doen we dat maar voor de zoveelste keer vandaag. Misschien niet het handigste idee van deze dag, want in de strijd met de jetlag vanavond moeten we eens te meer met de witte zakdoek zwaaien. Ook vandaag liggen we net nadat Geertje gekookt heeft (afzuigsysteem is overigens defect, dus we koken op advies van de Indiase hoteleigenaar maar met de deur open) en we gegeten hebben alweer te slapen voordat de klok negen keer geslagen heeft. Het is onmogelijk om wakker te blijven en ik weet het: de enige manier om te winnen van je jetlag is met doorzettingsvermogen, maar voor nu in Auckland was alleen dat doorzettingsvermogen nog even niet genoeg. Morgen nog maar een poging wagen. Dat het een lastige gaat worden, is in ieder geval zeker, want de natuurlijke wekker maakt dat we allebei om 5 uur samen klaarwakker zijn. We wachten tot de dageraad om Auckland te verlaten. Leuke stad hoor, maar een roadtrip Nieuw-Zeeland maak je in eerste instantie om de natuur. En die gaan wij nu eens bekijken met onze witte Suzuki Swift waarvan we nog steeds over de naam aan het twisten zijn.
Reactie plaatsen
Reacties