Cusco - Dubieuze delicatessen

Gepubliceerd op 17 april 2026 om 20:30

Cuzco. Cusco. Cuzco. Cusco. Of Cuzco? Of toch weer Cusco? Nou, ik ben als een regelrechte borderliner weer lekker geswitcht! Vanaf vandaag wordt Cuzco Cusco. Met een s dus. Cuzco kan bij het vuilnis. Het ziet er toch veel zachter uit, dat Cusco in plaats van Cuzco? En bovendien heb ik het idee dat we het woord Cusco in de stad net wat vaker treffen dan Cuzco. 60-40, zo is het een beetje. Dan neem ik dat rode streepje van de autocorrectie in Microsoft Word maar even voor lief.

Terug in Cusco dus. Gevoelsmatig is de eindsprint van Peru na het bezoeken van Machu Picchu ingezet. Een behoorlijke eindsprint, dat dan weer wel, want we hebben nog drie onwijs leuke stops op de planning staan. Voor de eerste van die drie blijven we in Cusco, want Cusco is een beetje de Makro onder de locaties tot nu toe, want je zou hier met gemak een maand kunnen zitten en nog niet alles kunnen zien wat deze ongelofelijke omgeving te bieden heeft. Cusco ligt in de Heilige Vallei. The Sacred Valley. El Valle Sagrado. Zie die Heilige Vallei dan maar weer als de Efteling van Peru, want iedere keer dat je hier je hoofd van links naar rechts draait, word je weer getrakteerd op een nieuwe bezienswaardigheid. We hebben ook al gemerkt dat Cusco één van de meest toeristische plekken van onze reis is en we weten ook dat de meeste mensen een dag door die vallei heen knallen middels een tour. Dat gaan wij anders aanpakken. We trekken twee dagen uit en gaan op zoek naar de verborgen pareltjes naast de grote publiekstrekkers en we spenderen de nacht ergens in die Heilige Vallei. En dat doen we niet zomaar, maar voor het eerst in 2026 gaan Geertje en ik weer plaatsnemen achter het stuur van een auto.

Maar eerst een rustdag! We zijn pas laat terug in Cusco en hebben een nieuwe AirBnB gevonden die bij aankomst de hygiëne niet bovenaan de prioriteitenlijst had geplaatst (Geertje voelt zich na het douchen nog viezer dan ervoor), dus Geertje gaat na het inchecken gelijk op zoek naar een nieuw appartement voor wanneer hier twee nachten uitgezeten hebben. Er is ook wel wat positiefs te benoemen, hoor: we hebben wel een fenomenaal uitzicht over de stad omdat dit huisje aan de bergwand gelegen is en we hebben twee lieve honden die buiten de voordeur altijd op dezelfde plek liggen. Bruno en Woef, zo heten ze, als ik Geertjes aanname mag geloven.

Zaterdag rustdag begint voorspoedig en zorgeloos. Zo vroeg mogelijk uit die vieze hut en de blog typen onder genot van een kopje koffie. Alleen de wolken achter de bergen verraden dat er een figuurlijke storm op komst is, want het knusse cafeetje waar we in de ochtend plaatsnemen, is in alles geïnspireerd door sprookjes en biedt slechts vredigheid en sereniteit (en heerlijke koffie). Het einde van de ochtend baan ik mezelf naar het ziekenhuis en blijft Geertje nog even hier. Ik ben nu twee dagen klaar met de kuur, ik voel me goed, maar ik wil toch nog even een controle. Die Giardia-parasiet is immers al drie keer teruggekomen (vier keer last van gehad), dus ik wil zeker zijn van m’n zaak. Die eerder genoemde figuurlijke storm, laat zich nu wel raden, nietwaar?

De Giardia-soap

Ik zal niet zeggen dat het nietsvermoedend was toen ik in het ziekenhuis een verbijsterde arts voor me zag zitten met de boodschap dat die ellendige Giardia-parasiet na drie kuren NOG STEEDS niet weg is. Ik bedoel, het is een vicieuze cirkel geworden. Ik heb buikpijn en diarree, ik word ziek, ik ga naar de arts, ik prik bloed en ik lever een kakmonster in, ik krijg medicijnen, ik word beter, ik voel me na de medicatie een paar dagen goed. En dan herhaalt de cyclus zich. Het vertrouwen in mijn lichaam en in de medicatie had al een historisch dieptepunt bereikt. Verrast dat die parasiet nog steeds in mijn lichaam zat, was ik niet. Terneergeslagen was ik wel.

NOG zwaardere medicatie dus. Een week lang. Maar dat niet alleen, want de verbouwereerde arts zat ook met de handen in het haar. Giardia is een veelvoorkomende parasiet in Zuid-Amerika. Zou niet zo veel gedoe moeten opleveren en dat kutbeest had al lang weg moeten zijn, dus denkt ze aan een onderliggende ziekte die ervoor zorgt dat die parasiet maar blijft zitten. Ik krijg dus een afspraak met een MDL-arts in m’n schoot geworpen. Maandag, 11.20. Die tweedaagse roadtrip door de Heilige Vallei valt dus in het water en met nieuwe medicatie verlaat ik het ziekenhuis voor de zoveelste keer.

Onze mentale staat van zijn...

Hoe ik me voel? Fysiek heel goed. Mentaal? Heel erg raar. Ergens is er iets gebarsten. Na de initiële terneergeslagenheid, word ik een soort van manisch anarchistisch, wat zich begint te uiten in vreemde invasieve gedachtes. Ik wil banden van auto’s lek steken. Ik wil in de drankjes van onschuldige voorbijgangers spugen. Ik wil bloemen uit de grond trekken en ze op straat gooien. Ik wil suikerpotjes in restaurants leeggooien. Zo’n wazige gewaarwording dat het je allemaal niks kan schelen. Ik koop zelfs een pakje sigaretten. Sigaretten! Dan is het hek wel flink van de dam, denk ik zo.

Geertje heeft intussen ook een bijzondere ochtend gehad. Bij dat sprookjescafé (El Duende) is er een Brits stel dat haar bij het weghaalt nog achterna rent omdat ze haar tas is vergeten, waarna Jack’s Cafe haar lunchplaatsje werd, maar de chagrijnige, non-verbaal agressieve eigenaar daar verpestte het overheerlijke maal toch wel behoorlijk. Geertje krijgt hier ook de uitslag van mij via de telefoon en is voor de eerste keer ook even terneergeslagen, terwijl zij juist degene was die het langste positief bleef en er vertrouwen in had. Het duurt daarom niet lang voor Geertje zich naar La Fabrica, een sportsbar in een straatje verderop, begeeft, waar ze ook weer die Engelsen tegenkomt die haar rugzak bij El Duende van de verdwijningsdood gered hadden. Het is ook daar dat we elkaar weer zien en eens even goed in gesprek gaan over hoe nu verder. 

Voor mensen die misschien de lichte hoop hebben dat deze hardnekkige parasiet ervoor zorgt dat we vroegtijdig naar huis komen: gooi die hoop maar in de prullenbak. Ik ben natuurlijk al meer dan vijf weken aan het kloten met die parasiet, maar wat mijn parasietje samen met ons heeft mogen meemaken, is natuurlijk onwijs bijzonder. We hebben zieke bergmeren gezien in Huaraz, we hebben de Regenboogberg beklommen, we hebben gesnowboard van zandduinen, we hebben zeeleeuwen en pinguïns gezien, ik heb geabseild in een prachtige kloof en we hebben Machu Picchu gezien. Dat kan óók allemaal. We zitten nu ongeveer halverwege de reis en als ik nog drieënhalve maand zo blijf aanmodderen, dan is dat maar zo. Wij laten ons dit niet afpakken. Zodra de arts zegt dat ik door kan, dan gaan we door. We laten Giardia toch potverdorie niet van ons winnen!? We gaan er gewoon voor en we wachten maandag af.

...En onze mentale weerbaarheid

En tuurlijk heb ik heimwee gehad op zulke momenten. Natuurlijk was ik na drie dagen op bed in Huaraz en Lima wel even met mijn hoofd in Nederland. Natuurlijk denk je als je in een Peruaans ziekenhuis wel even dat je liever in het Radboud of het CWZ had gelegen. Maar dat was nu eenmaal niet zo. In de tussentijd hebben we al zo veel mooie dingen gedaan, al zo veel mooie dingen gezien en we durven zelfs de uitspraak te doen dat we ondanks al die ziekte en ellende in het mooiste land zitten waar we ooit geweest zijn. Dat zegt wel wat, gezien het feit dat we al richting de 40 stuks gaan. En als we nu terugdenken aan Lima, aan Huaraz, aan Paracas, aan alles in Peru: dan is die parasiet opeens bijzaak. Ik heb me, mede door de medicatie, vaker goed dan slecht gevoeld. Die goede herinneringen, die nemen nu al de overhand. En ik voel me fit. Ik voel me goed. Dat manisch anarchistische gevoel is wel een lekker, vrijgevochten gevoel. Daar kan ik wel wat mee. En Geertje ook.

Hoewel Giardia intussen een verboden woord geworden is, laten we ons niet leiden door een stomme kloteparasiet. Die roadtrip in de Heilige Vallei? Die gaat er gewoon van komen, maar die stellen we twee dagen uit. Voor de volgende blog dus. Nog drie dagen in Cusco spenderen dus. Ook geen straf, want Cusco is misschien wel het leukste en mooiste stadje van de reis tot nu toe.

Heimwee bij de ballen grijpen

Dus neem ik je even mee door de hoogtepunten van drie dagen Cusco-stad. Na de sportsbar vinden we Massimo-café. Een MUST voor iedere Nederlander. Waarom? Bitterballen! Jawel, een Peruaanse vrouw spreekt ons in uitstekend Nederlands aan in een prachtig café waarvan iedere vierkante centimeter is gedecoreerd met schilderijen in Rembrandt-stijl, Amsterdamse bordjes met drie kruizen en zelfs met een fiets met daaronder de waarschuwing ‘verboden fietsen te plaatsen’. Mevrouw komt uit Cusco maar is getrouwd met een Hagenees! Ze wonen nu in Peru en hebben een Nederlandse bar. En wij hebben bitterballen. Win-win dus, zeker als we ook nog eens het geluk hebben dat de mevrouw een aantal Peruanen van een fucking appeltaart laat proeven om te oordelen of het een winstgevende menuoptie kan zijn. Die heimwee tijdens het ziek zijn was helemaal weg, maar goh, wat is de Nederlandse snackcultuur toch fantastisch! Het is heerlijk. En we hebben ons binnen no-time ook weer lekker herpakt. Na vier sigaretten uit het pakje dat mijn impulsaankoop was, trek ik al snel de conclusie dat bitterballen en appeltaart toch beter smaken. Met het verdwijnen van dat pakje in de prullenbak, is onze wederopstanding definitief.

Daydrinking

Op dag twee zitten we om 10.30 aan het bier. Het is 19 april en twee jaar geleden was dit de datum dat we thuiskwamen vanuit Australië en het is niet de weemoed of de melancholie die ons aan het bier helpt, maar het is de bekerfinale tussen AZ en NEC die ervoor zorgt dat het ontbijt met een biertje wordt vergezeld. Als Cuijkenaar is de voorkeur voor NEC duidelijk en gelukkig krijg ik Geertje daarin mee, maar de uitslag is net zo tegenvallend als het weer. Dus dan maar weer bitterballen eten en donker bier en cava drinken bij Massimo Café.

De kledingkast

Twee wasjes geleden ben ik mijn trui met capuchon kwijtgeraakt en ook Geertje heeft twee shirtjes aan de waskaboutertjes gedoneerd, dus het wordt ook weer tijd om de uitgedunde kledingkast aan te vullen. Bestemming voor de namiddag? De H&M in een winkelcentrum! Een beetje aangeschoten denderen we door dat winkelcentrum heen. Het is lang geleden, zo’n winkelcentrum, maar wel altijd leuk: in alle continenten op Europa na, lijken die winkelcentra dé plekken te zijn waar alle bevolkingslagen samenkomen. Buiten het feit dat Geertje een trui en een shirtje scoort en ik mezelf verblijd met twee truien, is het ook gewoon een leuke middag die we met een fantastische maaltijd bij een Indiaas restaurant afsluiten. De Peruaanse keuken komt waarschijnlijk in onze top 3, maar of die ook kan tippen aan de Indiase keuken? Dat is nog maar de vraag.

De Mdl-Arts

Dag drie starten we op het schilderachtige Plaza de Armas in het oude centrum met koffie en een ontbijtje terwijl we op een terrasje op een bovenverdieping (terrasjes op bovenverdiepingen in Peru zijn een must) uitkijken over het prachtige plein. Mijn teruggekeerde Giardia is een geluk bij een ongeluk: het is al twee dagen slecht weer en als ik niet die doktersafspraak had, dan waren we nu met die roadtrip bezig geweest. Nu is de planning dat we morgen gaan, en wie weet wat het weer morgen doet. Maar het is bijna 11.20. Het moment van de waarheid, op naar die MDL-arts.

Maar die waarheid laat zich nog raden. Lang verhaal kort: de MDL-arts staat met de mond vol tanden en heeft nog nooit gezien dat iemand na al die kuren NOG STEEDS met een Giardia-parasiet rondhuppelt. Laat ik vooropstellen: ik vind het altijd erg storend als mensen zichzelf op een soort verheven platform plaatsen en denken dat ze in wat voor manier dan ook uniek zijn. Doe gewoon normaal, denk ik dan. Maar nu, nu voel ik me toch even zo. Waarom overkomt ons dit? Waarom ben ik volgens hem dan weer net die eerste ooit? Gelukkig kan ik er zelf niks aan doen, zegt de arts. Eens te meer krijg ik de welkome bevestiging dat dit domme pech in plaats van eigen schuld dikke bult is. Ik lever m’n poep weer in, laat m’n arm weer gebruiken als bloedzakje en er volgen een paar intensievere, uitgebreide onderzoeken. Vier dagen gaat het duren voordat ik een uitslag krijg, dus er zit niks anders op dan onze tijd in Cusco verder rekken tot de uitslag vrijdag, want Arequipa - de volgende bestemming - heeft geen MDL-arts in huis. Dus dan maar hier blijven voor de zekerheid, je weet het nooit. Zoals je wel weet is Cusco geweldig en een leuke stad om te verblijven, maar inmiddels zijn we de twee weken in Cusco al gepasseerd. We voelen ook dat we eraan toe zijn om weer een keer door te reizen. Maar goed, vermaken doen we ons toch wel.

De Free Walking Tour hervat zich

Qorikancha

De middagplanning hadden we gelukkig al gemaakt: weet je nog dat we een AI-Walking Tour hadden gedaan? En dat die door een hereniging met oude bekenden even een pas op de plaats moest maken? Nou, die walking tour gaan we vandaag afmaken! Wel in tegengestelde richting: we slapen nu in het Oude Centrum, dus we eindigen in San Blas deze keer. Onze eerste stop is Qorikancha, de belangrijkste tempel van het hele Incarijk, de tempel gewijd aan de Zonnegod Inti. En toen kwamen de Spanjaarden om de hoek kijken in de 16e eeuw en die hebben op het fundament van de tempel het klooster Convent van Santo Domingo gebouwd. Mooi gebouw.

En typisch Cusco, overigens. Er is een héél erg duidelijke bouwstijl zichtbaar in Cusco. Een bouwstijl uniek in de wereld. Overal zie je dat het fundament van de gebouwen in het oude centrum uit uitgeslepen, ongelijke natuursteen bestaat. Vaak een metertje of twee à drie hoog. Daarbovenop verdwijnen de stenen en verschijnt een muur van wit. Het fundament van de Inca’s, de uitbreiding door de Spanjaarden. Dat was niet altijd zo. Toen de Spanjaarden de Inca’s van de troon stootten, bouwden ze hun eigen dorpen, huizen en kerken. De pech wil dat de Andes een behoorlijk aardbevingsgevoelig gebied is en bij elke aardbeving stortten die Spaanse bouwwerken als kaartenhuizen ineen. Maar die ruïnes van de Inca’s die ze al grotendeels gesloopt hadden, bleven staan. ‘Verrek’, zeiden die Spanjaarden tegen elkaar, ‘die Inca’s konden bouwen als Bob de Bouwer’, waarna besloten werd om de laatste ruïnes niet te vernietigen. In plaats daarvan werden die stevige Inca-muren gebruikt als fundament voor Spaanse koloniale gebouwen. Omdat die Inca’s zich met name in Cusco en de Heilige Vallei concentreerden, is deze architectuur alleen hier zichtbaar! Gelukkig zaten er geen Inca’s bij mij in groep 4 tijdens de bouwdag van de Kindervakantieweek. Dat had m’n ego niet aangekund.

Piedra de los doce ángulos

Die bouwstijl van de Inca’s is nog steeds in veel mysterie gehuld. Dat zien we namelijk maar al te goed bij de Piedra de los 12 ángulos. Zonder te overdrijven is dit zonder achtergrondverhaal misschien wel de minst opzienbarende bezienswaardigheid van de hele wereld. We zijn er namelijk al drie/vier keer langsgelopen zonder door te hebben dat er überhaupt een bezienswaardigheid was, maar als je het verhaal erachter kent, is het toch bijzonder boeiend. Oké, ik wil je graag dezelfde ervaring geven, dus hier heb je eerst even een foto. Een foto zonder context. Kijk maar.

Totaal niet boeiend hé? Ja, oké, ’t is een mooi muurtje, maar zo zijn alle muren in Cusco, dus uniek is het niet. Totdat je deze steen ziet en de kennis tot je komt dat dit hét toonbeeld is van de mystieke Inca-bouwstijl waarvan we vandaag de dag nog steeds niet weten hóé ze die tot stand hebben kunnen laten komen met de kennis en de middelen die indertijd beschikbaar waren. De Piedra de los 12 ángulos heeft namelijk hoeken. 12 hoeken. En die hoeken waren er eerst nog niet, maar die hebben de Inca’s zelf gemaakt! Dít is de Inca-bouwstijl: natuursteen die in hoeken zijn afgesneden waardoor de muren als perfecte puzzelstukjes in elkaar vallen. En de meest indrukwekkende daarvan is de 12-hoekige die voor ons ligt. Hoe dan!? De gereedschappen om te snijden of de meettechnieken die gebruikt werden om die snijhoeken te bepalen, zijn nooit meer gevonden sindsdien. Waarlijk één van de vele grote mysteries die zich in Peru huisvesten.

Pleintjes

Dat een ogenschijnlijk willekeurige steen nog zo interessant kan zijn, hé? Hadden wij ook niet gedacht. We lopen vlak ervoor ook nog even over het Plaza de Armas met haar prachtige koloniale kerken en het standbeeld van Pachacuti, de negende Inca-koning, wiens cosplayer even later bij de Piedra de los 12 ángulos rondhangt. Vlak erna lopen we over het Plazoleta de las Nazarenas, waar de meest exclusieve hotels van Cusco liggen, waarna we gedwongen worden om onze free walking tour voor de tweede keer te staken: het begint keihard te regenen! Nog een voordeel van je eigen free walking tour organiseren: als het noodweer wordt, hoef je niet tegen wil en dank in die hele wandeling af te slenteren, maar duik je gewoon de kroeg in voor een biertje.

De morbide kant van de Peruaanse keuken

Nu we onze tijd in Cusco toch nog verder moeten rekken, besluiten we deel drie van onze free walking tour op onze (hopelijk) laatste dag in Cusco na de ziekenhuisafspraak te doen. Voor nu gaan we uiteten. Op naar de Peruaan. En niet zomaar een maaltijdje. Eentje die ons nog héél lang gaat bijblijven, maar die tevens ook niet voor herhaling vatbaar is. We schuiven aan bij het restaurant Moray. Chic plaatsje is het wel en in m’n trainingsbroek met hoodie ben ik buitengewoon underdressed. Het voorgerecht? Een alpaca-carpaccio met een dressing van golden berries. Heerlijke zoete vrucht, die golden berries. Is ook Peruaans fruit, zo’n golden berry, en ze worden ook wel Inca berries genoemd en ze zijn nog wel het meest te vergelijken met een lampion, maar dan de fruitvariant. Werkelijk waar een overheerlijke carpaccio, maar waar het vandaag vooral om draait, is het hoofdgerecht: de cuy confitado.

En daar ligt-ie dan op je bord. De enige echte gekonfijte cavia. De cavia. Jawel, na bijna zes weken Peru zijn we overstag gegaan. De Peruaanse delicatesse cavia gaat een weg naar onze magen vinden. Het is een surreëel beeld: je ziet de ribben. Je ziet de poten. Ik voel me geestesziek als ik het pootje van het karkas af trek en met de gewrichten begin te spelen, want opeens beeld je je in dat je met een echte cavia aan de haal gaat. En dan dringt het besef door: dit is ook gewoon een echte cavia! Met onze eerste happen zet onze menselijkheid een paar stappen achteruit, maar hoe macaber het ook is om toe te geven: het is onwerkelijk hoe smaakvol een cavia is! En wij doen nog maar de mietjesversie, hé. Cavia wordt hier ook gewoon in z’n geheel geserveerd. Aan het spit, als zo’n varken uit de tekenfilms. En met feesten en partijen wordt zo’n gebakken cavia door de Peruanen zelfs nog aangekleed in traditionele kledij. Wees gewaarschuwd: volg die link op eigen risico. Na gevoelsmatig genoeg aan de botten geknabbeld te hebben, stoppen we er toch maar mee. De gedachte aan een huisdiertje dat vrolijk en onbezorgd door een kooitje huppelt (vooral Geertje zal nog weken nachtmerries over cavia's hebben), wint het van de heerlijke smaaksensatie. Een ervaring rijker, maar we houden het voortaan lekker bij een biefstukje en een kipfiletje. Bijzonder hè? Dat als je eenmaal weet wat je eet, het een hele andere ervaring kan zijn. Net als dat hart en die darm in Lima bij de foodtour… Bijzonder. Wil je de cavia niet zien? Dan waarschuwen we je: die staat in deze diavoorstelling, dus sla die dan lekker over en sluit de blog maar mooi af!

Met de cavia nog vers in het geheugen, staan we ’s ochtends vroeg bij het vliegveld. Maar we zouden toch nog in Cusco blijven? Ja, dat klopt, we gaan ook niet vliegen. We staan bij de autoverhuurder. Weet je nog? De komende twee dagen stappen we in de auto om de prachtige Heilige Vallei van Cusco te verkennen. En dat vertel ik je allemaal in de volgende blog.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
25 minuten geleden

Cuscooooooo ❤️🥰🍀
Op de cavia na dan 🤔🙄🤢