Machu Picchu. Wie aan Peru denkt, denkt aan deze verstopte Inca-ruïnes, ergens in het Andesgebergte rondom de Heilige Vallei van Cuzco. Eén van de zeven wereldwonderen en als ik de lijst er even bijhaal, dan lijkt me dit ook wel de indrukwekkendste op basis van foto’s. Bijvoorbeeld de Taj Mahal. Draai je om en je ziet een lelijke stinkstad. Net als het Collosseum in Rome: niet bepaald een stinkstad, maar ook weer geen prachtig achtergronddecor en lijdend aan het Taj-Mahal-effect. De Chinese Muur en Christus de Verlosser in Rio zijn natuurlijk wel indrukwekkend, maar Christus is uiteindelijk maar gewoon een beeld van Jezus en die Chinese Muur kun je niet in één oogopzicht zien. Chichén Itzá in Mexico lijkt me wel indrukwekkend, maar da’s gewoon in een bos. En dan houdt je Petra in Jordanië over. Die lijkt me qua omgeving in de buurt te komen, maar Machu Picchu, gelegen op en verborgen tussen bergen van honderden meters hoog… gevoelsmatig zijn er maar weinig plekken die deze mystiek kunnen evenaren.
De reis naar Aguas Calientes
Maar dat moeten we nog zien. Vier uur, geeft de klok aan als we naast ons bed staan om naar het busstation te gaan. Nog voor de zon opkomt, zitten we al in de bus die ons naar Ollantaytambo, een dorpje in El Valle Sagrado, brengt. Althans, dat dachten we. We stappen niet in Ollantaytambo maar in Pachar uit, vanwaar we in een nog lege trein stappen. Later wanneer we daadwerkelijk in Ollantaytambo stoppen, zal de trein nog vol geraken (niet NS-vol, gelukkig), maar gedurende het korte stukje is het genieten geblazen in het treintje dat ons naar Aguas Calientes, dé uitvalsbasis voor het bezoeken van Machu Picchu, zal brengen.
Het is deze rit wel duidelijk dat we uit de jonge, westerse backpackersfuik zijn. Iedere backpacker ooit lijkt een meerdaagse trektocht naar Machu Picchu te doen (waren wij ook van plan, maar ja, iets met die Giardia-parasiet) en nu we in de trein naar Aguas Calientes beland zijn (zonder trek naar Machu Picchu dus), zitten we opeens tussen de vakantiegangers van Generatie-X en de babyboomers. We zijn van de backpackersroute af en we hebben ons vermengd met de ‘normale’ toeristen. En dan krijg je dus een trein met asociale Chinezen die een hoop kabaal maken, gezinnen met chagrijnige pubers en over het paard getilde Amerikanen die zichzelf wat verheven voelen boven hun mede-aardbolbewoners.
Peru is een sprookje. Ik raak niet uitgerateld over het sprookje dat Peru vaak lijkt te zijn. En ook nu weer. De trein is – naast de benenwagen - de enige manier om in Aguas Calientes te komen en de route die we maar iets sneller dan stapvoets afleggen, is mysterieus en magisch. In de Heilige Vallei is de natuur weer heel anders dan we gewend zijn: nog altijd zijn we in de Andes te vinden, maar de omgeving is nu weer een stuk groener dan we gewend zijn, omdat we nét onder de 2000 meter boven de zeespiegel rondtuffen. Het spoor volgt de loop van de machtige Urubamba-rivier die kolkt en beukt en nog een stuk wilder oogt dan die Chicamocha in San Gil, Colombia. Grote, groene bergen steken steil en spits af tegen het relatief vlakke boerenland dat zich aan de oevers van die Urubamba uitstrekt. De minuten vliegen voorbij en met iedere minuut komen die steile, spitse bergen dichterbij en wordt het platteland steeds kleiner, totdat het helemaal verdwijnt en het alleen nog wij met de trein, de bergen en de Urubamba zijn. Alsof we de met dit treintje de poorten van een feeënwereld naderen.
Keuzestress door circuits
En die feeënwereld is Aguas Calientes, waar we rond 9 uur al voet aan de grond zetten. Vandaag gaan we Machu Picchu nog niet zien, dus waarom zijn we er zo vroeg? Nou, omdat dat Machu Picchu net een Rubik’s Cube is. Een ogenschijnlijk onmogelijk op te lossen puzzel. Er zijn drie verschillende circuits waarvoor je een ticket kunt kopen. Ieder circuit biedt dan weer tussenopties (1A t/m 1D, 2A, 2B en 3A t/m 3D, waarvan sommige weer alleen in het hoogseizoen beschikbaar zijn en andere weer niet), waarvan je geen flauw benul hebt welk circuit welke route volgt. Er zijn tig meerdaagse tours die je naar Aguas Calientes brengen, waar soms dan al zo’n ticket bij zit. Wij hadden die vierdaagse Inca Jungle Trail, maar dan zonder kaartje voor de ruïnes want die zijn al maanden van tevoren uitverkocht. En aangezien we niet precies wisten wanneer we hier zouden zijn, is het voor ons onmogelijk om van te voren online kaartjes te kopen. Voor dit soort toeristen is er een oplossing: er zijn de dag van tevoren in Aguas Calientes 1000 toegangskaartjes voor al die verschillende routes beschikbaar, maar dan moet je er wel vroeg bij zijn. Daarom zijn we vandaag in ieder geval bijtijds in Aguas Calientes. Dan kunnen we het beste ticket in de wacht slepen.
Volg je het nog? Nee? Maakt niet uit, dat deden wij ook niet. Voordat we inchecken, lopen we dus eerst naar het Machu Picchu ticketbureau. Welk circuit en welk tijdslot (ja, er zijn ook nog eens tien tijdsloten waaruit je kunt kiezen) we gaan doen, weten we nog altijd niet zeker, maar bij het ticketbureau wordt opeens heel erg veel heel erg duidelijk. Net als bij die Rubik’s Cube, is het eigenlijk best makkelijk als je eenmaal weet hoe het werkt en omdat we niet in het hoogseizoen zitten, hebben we nog kans op ieder circuit met iedere tussenoptie. En wij? Wij kiezen ticket 2A. Om 7 uur 's ochtends. “The Complete Ticket”. Ja, ik zie Anita (onze (schoon)moeder) al fronsen, aangezien ze ons zo’n honderd keer heeft geadviseerd om Huayna Picchu, de iconische berg áchter Machu Picchu, te beklimmen, maar dat ticket (de klim naar Huayna Picchu zit alleen bij Circuit 3A) is een stuk duurder (en dit is al het duurste gebied van onze reis) en bovendien loopt de route maar voor een heel kort deel door Machu Picchu zelf. Bovendien is dit ticket samen met Circuit 2B ook het mooiste ticket. Aldus de adviezen van de locals. Dus sorry Anita, geen Huayna Picchu, maar Circuit 2A.
Met het technische gedeelte achter de rug, maken we ons klaar om Aguas Calientes te verkennen. Overigens, de naam Aguas Calientes bezorgt ons kopzorgen. Dit dorp staat dus bekend in het toerisme en op websites als Aguas Calientes, maar op Google Maps staat er Machu Picchu Pueblo, en nergens in het dorp vind je de naam Aguas Calientes terug, maar Machu Picchu Pueblo vind je er in overvloed. Ik houd het lekker bij Aguas Calientes, ook al heet het misschien wel helemaal niet zo. Machu Picchu Pueblo is ook maar zo inspiratieloos. Aguas Calientes verkennen, dus. Veel andere opties dan dat hebben we niet vandaag. Dus wat kunnen we hier in godsnaam dan gaan doen?
Aguas Calientes: parel in de bergen of tourist trap?
Aguas Calientes bestaat bij de gratie van Machu Picchu. Zonder Machu Picchu, was er geen Aguas Calientes. Toen Machu Picchu als toeristische bestemming – na het westerse ‘her’ontdekken in 1911 – bekend werd en door de jaren heen als toeristische attractie begon te exploderen, was hier namelijk helemaal geen dorp te bekennen. Ieder gebouw dat hier staat, staat dus in het teken van toerisme. Want wat kun je hier doen? Uiteten, souvenirs kopen, gemasseerd worden, slapen in de hotels en bier drinken. Verder niks. Helemaal niks.
En is dat erg? Helemaal niet. Omdat het enige bestaansrecht van Aguas Calientes toerisme is, betekent dat wel dat de lelijkheid van veel Peruaanse dorpen en steden (afval, onafgemaakte gebouwen, etc.) hier totaal niet zichtbaar is. Alsof alle hotels, bars en restaurants een onderlinge, super competitieve miss-verkiezing hebben. Gelegen tussen die immens hoge, steile, spitse bergen (de natuur lijkt hier wel op Aziatische plekken als Khao Sok in Thailand, Vang Vieng in Laos of Ninh Binh in Vietnam, maar dan met bergen die drie keer zo hoog zijn), besteedt het ene gebouw nog meer aandacht aan de esthetiek dan het andere en is het enige wat ontbreekt om van Aguas Calientes de locatie van de nieuwste Kerstfilm van 2026 te maken, de sneeuw. Als je had gezegd dat we in een idyllisch Zwitsers bergdorpje waren geweest, dan hadden we dat ook geloofd.
En dan de markt die ze hier hebben! Niet te doen. Hét epitoom van roofkapitalisme als je het ons vraagt. Een enorme overdekte markt moet je verplicht doorkruisen wanneer je het treinstation verlaat en tig winkeliers verkopen prullaria tot in de tienduizenden, maar geen enkel kraampje onderscheidt zich van z’n buurman. Ieder winkeltje heeft de lamatruien opgestapeld tot aan het plafond en laat geen vierkante centimeter onbenut om te decoreren met een koelkastmagneetje of een shotglaasje. Ik denk – nee, ik weet zeker - dat hier wel een miljoen nutteloze hebbedingetjes tentoongesteld liggen. Hoe een winkelier hier in godsnaam winst behaalt (iedereen heeft zonder te overdrijven wel meer dan duizend producten liggen), is mij een raadsel. Giftig toerisme ten top.
Als je snel overprikkeld bent, dan is Aguas Calientes niet jouw plek. Prachtig, maar hyperkapitalistisch en ultratoeristisch tegelijk. Maar het is wel het laagseizoen, dus hoewel iedereen die we hier zien een toerist is (de enige mensen die hier wonen, wonen hier omdat ze hier een zaak geopend hebben), is het niet echt filelopen tussen de medetoeristen. En da’s wel gunstig. Na een lunch op een terras op de tweede verdieping met een trein die af en toe langskomt alsof het Perron 9¾ van Harry Potter is (hoe idyllisch), eindigen we bij een terrasje dat een schaakbordje voor ons heeft terwijl het bier rijkelijk vloeit. Na twee keer het snot voor de ogen geschaakt te zijn, is Geertje al wat aangeschoten als we naar het restaurant gaan. Ik ook, trouwens. Maar goed, we hebben denk ik sinds onze veertiende in vier maanden tijd niet meer zo weinig gedronken als nu. De alcoholweerstand is aan het afbrokkelen.
En dat restaurant is ook weer een idyllisch plaatje, trouwens. Geertje doet zich tegoed aan een pizza met toppings die ze zelf gekozen heeft, terwijl ik een trio van vis naar de Peruaanse keuken voor me heb liggen: ceviche, trucha frita en seafood rice. En dat allemaal terwijl we naast een glazen wand zitten vanwaar we de zon achter de enorme bergen zien ondergaan en waar het geweld van de Urubamba beneden ons hoor- en voelbaar is. Tevreden en voldaan liggen we op tijd op bed, want een dag later gaat de wekker vroeg: de hike die ons naar één van de zeven Wereldwonderen moet brengen, begint om 5 uur in de ochtend.
Machu Picchu
De trek
Ons hostel zadelt ons rond half vijf op met zo’n bruin papieren lunchzakje dat je ook bij alle hoofdpersonen en bijfiguren van ieder Amerikaans High School drama ooit ziet. Ik heb ‘m na een halfuur al volledig soldaat gemaakt, waar Geertje wacht tot ze Machu Picchu beklommen heeft en hem zelfs daar nog niet eens de baas weet te maken. Voordat we aan de klim beginnen, is het dolen door het duister van Aguas Calientes. Natuurlijk: een stad die teert op toerisme leeft al wanneer hij weet dat er toeristen – uitsluitend jonge backpackers – tegen die steile bult op gaan lopen, maar eenmaal buiten de dorpsgrenzen op weg naar de start van de trail, is het muisstil en luisteren we slechts naar de geluiden van de natuur en naar elkaar.
De beklimming van Machu Picchu is zwaar. Zowel de ruïnes als de berg waarop de ruïnes zelf liggen, heten Machu Picchu. Machu Picchu is namelijk Quechua voor 'Oude Berg'. De berg Machu Picchu is een enorm stijle berg uitgesleten in het bergachtige landschap waar de Urubamba tussendoor meandert. Op het moment dat we de klim starten, valt de batterij van mijn hoofdlamp in een winterslaap, maar dat deert niet: de zon begint net op te komen en van noodzaak is precies op dat moment dus geen sprake meer. Van uitputting wel, want zoals ik al zei: Machu Picchu is steil. Enorm steil. Gelukkig zitten we niet meer op de 3000 meter – we klimmen van 2040 naar 2430 meter – dus de hoogte is geen issue, maar het is wel benauwd, en het pad is een en al trap. We danken God dus maar weer op onze blote knieën als we boven zijn.
Aan de top
Iets na zevenen mogen we naar binnen. Het is toch wel een beetje spannend. Het grote Machu Picchu, en wij staan nu op de drempel om deze mythische plek die tot ieders verbeelding spreekt te betreden. En laat me je vertellen: het valt allesbehalve tegen. Ons Circuit 2A verplicht ons onmiddellijk een aantal trappen te beklimmen en zonder enige waarschuwing staan we opeens oog in oog met de ruïnes die we al duizenden keren op foto’s hebben bewonderd. Ons netvlies wordt op iets onwerkelijks getrakteerd, op iets wat zelfs onze wilde fantasieën overschrijdt. Wat is dit mooi.
En we hebben geluk met het weer. Ver in de achtergrond zien we besneeuwde bergtoppen en om ons heen zijn alle bergen tot in detail zichtbaar. Zo ook de iconische Huayna Picchu, de magistrale berg die potsierlijk achter de ruïnes naar de hemel reikt. Eens te meer sorry, Anita, maar ook nu zijn we blij dat kaartje voor de beklimming van Huayna Picchu níét te hebben. De Huayna Picchu op de achtergrond is fabelachtig en maakt het plaatje nog zeven keer zo mooi, maar het is net als die gigantische betonreuzen van Kuala Lumpur (voor degenen met een ijzersterk geheugen): kies het lelijkste gebouw uit om te beklimmen, zodat je uitzicht des te mooier is. Net als die Huayna Picchu dus: beklim je 'm, dan zie je ‘m niet meer. Wij zijn blij.
De inca's
Ik kan nog wel eeuwen uitweiden over de schoonheid van Machu Picchu, maar het mooiste uitzicht dat we krijgen is vanaf het iconische viewpoint waar we gestart waren, dus ik ga maar lekker over de Inca’s vertellen. Wie ze waren, wat ze deden en waarom ze deden wat ze deden. En tussendoor een paar prachtige kiekjes om lekker bij weg te zwijmelen. Want kennis over Machu Picchu en de Inca’s hebben we intussen meer dan genoeg, allemaal dankzij gids Sergio. Want ja, we zijn nu eindelijk bij Machu Picchu en dan willen we toch graag weten waar in vredesnaam naar aan het koekeloeren zijn. Sergio – een Quetchua wiens Quetchua-naam Aukie is – spreekt oké Engels, maar hij heeft een zwaar accent dus alles volgen lukt ons niet. Het went wel, zelfs gezien het feit dat de manier waarop hij ons toespreekt voelt alsof hij een nerdy videotheekeigenaar in de 90’s is die een kring van groep 6 jongens een griezelverhaal aan het vertellen is in het donker met zo’n zaklamp voor z’n gezicht. Echt, de manier waarop Sergio vertelt waarom de stenen liggen zoals ze liggen, doet vermoeden dat er nog een tiental kwade geesten in huizen en dat Spider-Man ieder moment de hoek om kan komen vliegen om de boel te redden. Naast griezelverhalenverteller waant Sergio zich ook fotograaf, want we lopen geen vijf meter voordat Sergio weer een uniek shot uit z'n hoge ideeënhoed tovert. Achteraf zijn we hem daar alleen maar dankbaar voor.
Maar zonder gekheid: die stenen zijn dus wel interessant. Alle stenen die je in de gebouwen ziet, zijn in perfecte hoeken gesneden en geslepen (net als in Sacsayhuamán in Cuzco) waardoor de stenen van de muren als puzzelstukjes van een ingewikkelde puzzel in elkaar vallen. En da’s heel bijzonder, want vandaag de dag heeft nog steeds niemand door hoe die Inca’s dat in godsnaam voor elkaar boksten, want die steen die hier gebruikt wordt is bijna zo hard als diamant en decoupeerzaagjes hadden ze in het Pre-Columbiaanse Zuid-Amerika natuurlijk niet voorhanden.
Indrukwekkend dus. Ook indrukwekkend is het hoe ze hier dus een dorp voor zo’n 400 mensen (indertijd best groot, tegenwoordig als een druppel op de voorruit van de auto) hebben kunnen bouwen. Het scheelt dat er dichtbij dus een steengroeve te vinden is, maar alsnog moest alles met de hand of per lama omhoog gesjouwd worden. Kijk, die Inca’s waren slim, maar blijkbaar kregen ze het niet voor elkaar om het wiel uit te vinden. Waar ze wel slim genoeg voor waren, is om te beseffen dat grote piemels in de vorm van oorlog voeren niet alles zijn, maar dat diplomatie en kennis toch wel wat meer bergen verzetten (daar zou de huidige wereldpolitiek wel wat van kunnen leren). Zoals je misschien van vorige blogs weet, zijn de Inca’s alleen maar zo bekend vanwege het feit dat zij de grootste bevolkingsgroep waren toen Spanje hier in de 16e eeuw voet aan de grond zette. De Inca’s waren op dat moment nog geen 100 jaar een bevolkingsgroep van betekenis. Maar die korte tijd die ze in de spotlights hebben gehad, hebben ze wel met beide handen aangegrepen.
Het meest fascinerende van het Inca-rijk is in mijn ogen Qhapaq Ñan, het gigantische wegennet dat de Inca’s tussen hun dorpen steden en de dorpen en steden van andere volkeren wisten te bouwen. Vanaf het zuidelijkste puntje in Chili tot in het zuiden van Colombia nabij het hedendaagse Calí: die volkeren en steden zijn allemaal door de Inca's met elkaar verbonden – met voetpaden wel te verstaan: daar kan de Nijmeegse Vierdaagse niet tegenop. Dat gaat al onze verwachtingen te boven. Ik zei het al: diplomatie in plaats van een wedstrijdje wie de grootste teelballen op tafel kan leggen. Er zat veel talent in die Pre-Columbiaanse beschavingen: in het gebied van de Nazca in Zuid-Peru had je fantastische kledingmakers en de Moche uit Noord-Peru waren buitengewone boeren met innovatieve irrigatiesystemen. En die Inca’s? Die blonken natuurlijk uit in hun bouwkunst (duh, kijk naar dat wegennet - Qhapaq Ñan, zo heet het - en de fantastische steden van Sacsayhuamán en Machu Picchu). Maar waar ze ook extreem bedreven in waren, was astrologie.
Ja, astrologie is alles voor die Inca’s. Ze bouwden tempels waarmee zonnestralen op bepaalde plekken zouden schijnen waardoor ze wisten dat er bijvoorbeeld een nieuw jaar aanbrak en ze gebruikten de nachtelijke sterrenhemel (het voormalige Inca-rijk is gebouwd in een rechte lijn met de Melkweg mee) om aan de hand van het verschijnen van sterrenbeelden periodes van regen en droogte te voorspellen en ze wisten het zelfs zo gek te krijgen dat alle steden (in deze regio in ieder geval, daarbuiten waarschijnlijk ook wel maar dat weet ik niet) de vorm van heilige dieren hebben gekregen. Een stad de vorm geven van een heilig dier! Hoe krijg je dat nou weer bedacht!? Nou, Cuzco, de hoofdstad van de Inca’s, heeft de vorm van een poema. Ollantaytambo, dat treindorp, heeft de vorm van een lama. En Machu Picchu? Die heeft van bovenaf de vorm van een condor! Nog een schepje erbovenop: de naam van het Andesgebergte. Die kan waarschijnlijk hiernaartoe herleid worden. Ooit kwamen die Spanjaarden hier aan land en dan ben je dus ten westen van die machtige Andes. Daar was de zee, ten oosten van de Andes is de ondoordringbare Amazone, dus da's logisch. Maar waar komt de zon op? Juist: in het oosten. Dat betekent dat de zon dus altijd opkomt uit de Andes en ondergaat in de zee (halleluja, prachtige Peruaanse zonsondergangen!). Een veelgebruikt Quechua-woord van vervlogen tijden voor zonsopgang was Antisuyu. Dan gaat het in de praktijk dus zo, stel je het maar eens voor: het is 1538 en een Inca en een Spanjaard klinken hun houten mokken op de ellende van het kolonialisme in een aftandse taveerne. Ze zuipen de hele nacht door, en dan komt de zon op. “Antisuyu!” zegt die Inca, terwijl die naar de bergen wijst waar de zon opkomt. Antisuyu, denkt die Spanjaard, dat zijn die bergen! Antisuyu. Antisu. Antis. Antes. Andes! Ta-da!
Ja, echt, deze mythische bergstad zit vol met verrassingen, raadsels, wonderen en eigenaardigheden en ik vergeet er waarschijnlijk nog een stuk of dertig, maar goed, we kunnen niet alles hebben. Dan sluit ik af met het allerlaatste Machu Picchu feitje: de bewaring van Machu Picchu. Die Spanjaarden hebben flink huisgehouden op dit continent en zoals we van Chan Chan nog weten, is dat roven en vernielen bij de Spanjaarden hoger in het vaandel stond dan cultuurbehoud en diplomatie. Machu Picchu had geluk: het was eigenlijk een soort van vakantiedorp voor de bevolking uit hoofdstad Cuzco (inclusief landhuis voor de Inca-keizer) en op het moment dat de Spanjaarden onaangekondigd aanbelden, was Machu Picchu dus verlaten en lieten die Spanjaarden het dus met rust. Enerzijds heel blij mee, anderzijds vraag je je af hoe mooi de wereld had kunnen zijn als de kolonisten niet zo destructief van aard waren en ietsjes meer cultureel besef hadden gehad. Weten zullen we het nooit.
Capitalism!
We kunnen rustig zeggen dat we een bucketlistdingetje van de lijst hebben kunnen strepen. Machu Picchu, bedoel ik dan hé, en niet die openbare lama-orgie waar we onwetend tegenaan lopen die je in de slideshow hierboven waarschijnlijk al gezien hebt. Wat was dit een unieke plek, al is het maar omdat je van te voren al zó veel over Machu Picchu hoort. Maar de moeite was het zeker waard. In het busje met een recordaantal nationaliteiten denderen we de 400 meter van de berg weer naar beneden, waar een koud biertje naast datzelfde schaakbord van gisteren op ons staat te wachten. Met een stand van 1-1 verlaten we het terras weer en maken we haast om de trein terug naar Ollantaytambo te halen. We zijn blij dat we weg mogen. Aguas Calientes is super mooi en gepolijst als een diamantje waar we gisteren intens van genoten hebben, maar vandaag zijn we er eigenlijk alweer klaar mee. Al helemaal als we in de rij van de trein door de microfoon onophoudelijk worden bedankt door een ingesproken zware, ultrakapitalistische mannenstem die ons bedankt voor het kiezen van PeruRail: turning your dreams into memories! Kots.
Nog nagenietend van dit prachtige wereldwonder, vertrekt te trein en hoeven we die eindeloze PeruRail reclame gelukkig niet meer aan te horen en zetten we koers naar Ollantaytambo. Om wat voor reden dan ook doet onze trein er de terugweg twee keer zo lang over en de luidruchtige Chinese boomerbrigade die lekker de toerist aan het uithangen is, wekt vooral Geertje heel erg op de zenuwen. Dat maakt de rit er niet prettiger op, maar als we uitstapten, hadden we gewenst dat we nog in die trein zaten. Ollantaytambo is de hel die het gevolg van overtoerisme kan zijn. Er staan meer verkopers dan stoeptegels, iedere steen van iedere muur is gedecoreerd met reclame en ieder oogcontact lijkt je hier wel een paar Soles te kunnen kosten. Wat een verschrikkelijke plek om te zijn! We komen voor ons miniroadtripje (ja, een mooie spoiler) nog even terug in Ollantaytambo, maar alles wat hier met bus en treinstations te maken heeft gaan we vermijden als een besmettelijke AIDS-uitbraak. Alles wat er mis is met overtoerisme, komt hier in een misselijkmakende cocktail bij elkaar. We zijn dus blij als we in de bus zitten en gelukkig duurt het maar een minuut of twee voordat het dagdromen bij Machu Picchu alweer de overhand genomen heeft.
Reactie plaatsen
Reacties