De vermoeidheid is groot als we inchecken bij ons hostel. Een gebroken nacht in de bus naar La Paz vol spanning en adrenaline, ietwat bijgeslapen in Puno en daarna een nachtbus die om zes uur ’s ochtends al z’n eindpunt bereikt. We hoeven ons dus niet te schamen als we na een empanada bij het busstation onze eerste uren in Chili slapend doorbrengen. Er moet een hoop geregeld worden, dus na redelijk bijgeslapen te hebben, zetten we hier in het Chileense Arica onze to-do-lijst voort. Op naar het winkelcentrum.
Het minst Zuid-Amerikaanse land in Zuid-Amerika
Op basis van de eerste indrukken, is Chili misschien wel het meest afwijkende land van alle vijf de landen die we tot nu toe hebben bezocht. Ietwat voorbarig wellicht, maar dat is wat opvalt. Het winkelcentrum ligt op vijftien minuten lopen en nu zien we al dat Chili in tegenstelling tot al die andere landen veel meer op het gebruik van auto’s is ingesteld. Nog geen enkele motor, scooter of tuk-tuk is ons gezichtsveld binnengereden en overal zien we enorme parkeerplaatsen die vol staan met auto’s. Op een van die parkeerplaatsen scheiden onze wegen: Geertje gaat boodschappen doen (we zijn in het duurste land van Zuid-Amerika in plaats van in Bolivia, het goedkoopste land op onze reisroute, dus als we ergens op kunnen besparen, dan is het wel het eten) en ik ga op zoek naar een pinautomaat voor wat contante Chileense peso’s en ik ga, ook niet geheel onbelangrijk, voor de tweede keer deze reis op zoek naar een vervanger voor de batterijoplader die ik deze keer in Colca Canyon naar de vergetelheid heb gestuurd. En dat gaat allemaal prima, maar ik krijg wel een flinke cultuurshock te verwerken wanneer ik Geertje een handkusje toestuur zodra ze bij de supermarkt naar binnen loopt.
Bij de straat sta ik te wachten en opeens stoppen de auto’s die me van links tegemoet gereden komen. Ze… ze laten me… oversteken? En dan kijk ik op de straat en zie ik een zevental witte banen en opeens herinner ik me weer wat ik daar zie. Dat is een zebrapad! In Chili heeft een zebrapad dus wél bestaansrecht en stoppen de automobilisten gewoon! Even later nader ik een stoplicht en warempel: de auto’s WACHTEN gewoon bij rood! Evenals de Chilenen die mijn medevoetgangers zijn! Daarna besluit ik te luisteren. Gewoon, rust! Het valt meteen op na het passeren van de grens: in Chili heerst de kalmte. In Chili worden regels gehandhaafd. In Chili is het opgeruimd en gestructureerd. Chili mag dan wel een aanslag op onze portemonnee gaan vormen; we zijn dan ook in het meest welvarende land van Zuid-Amerika. En dat merken we na een halve dag al aan alles.
Ons hostel is weer echt een stereotype hostel, trouwens. Wiet gaat als kraanwater over de toonbank en er lopen weer fantastische types rond waar je een terrasjesbingo in recordtijd mee kunt vullen. Als je binnenkomt ben je het onderwerp van gesprek zo lijkt het wel, want iedereen kijkt je aan en het is vooral Geertje die hier spontane schurft van krijgt. Vanzelfsprekend is er ook weer een intieme groep vrijwilligers die de gemeenschappelijke ruimte tot hun woonkamer claimt en er is een meisje dat heel knap met drie kegels kan jongleren, maar volgens mij de hele dag niks anders doet dan de ruimte vlak naast de ingang als haar oefenruimte gebruikt en luidkeels met iedereen contact zoekt die ook maar binnen een straal van tien meter dreigt te komen. Laat mij af en toe gewoon lekker m’n blogje typen!
De vermoeidheid is met een schoonheidsslaapje rond het middaguur nog niet weggemoffeld, dus wanneer we terugkomen van ons supergestructureerde wandelingetje naar de nabijgelegen winkelcentra, slaat Geertje aan het koken en belanden we na een gezellig avondje met de uit München afkomstige Elena die tegen ons aan begint te lullen, al vroeg op bed. En dat die vermoeidheid van de heftige, intense en enerverende dagen die we in Bolivia en Puno gehad hebben, er nu uitkomt, dat blijkt wel. Om 10 uur gaan mijn ogen dicht en pas om 9 uur in de ochtend gaan ze weer open – een persoonlijk record! Ik kan me niet eens meer herinneren wanneer ik voor het laatst elf uur geslapen heb. Geertje maakt het nog een stukje bonter: die heeft de klok namelijk compleet rondgeslapen! We zullen het wel nodig hebben gehad.
En dan is Arica de perfecte plek om te vertoeven. We hebben hier drie nachten geboekt en de eerste hebben we er weer op zitten. In Arica is namelijk niet zo heel veel te doen. Topactiviteit op Tripadvisor zou namelijk zomaar ‘maximaal chillen’ kunnen zijn. Waarom? Voor het eerst sinds we Anita in Huacachina uitzwaaiden (meer dan een maand geleden, oh my god), zijn we weer beneden de 2000 meter getreden. En niet alleen beneden de 2000 meter; we zitten gewoon weer aan de kust. We zien DE ZEE! Aanvankelijk hadden we niet verwacht dat we de zee nog zouden terugzien voor het einde van de reis, maar ja, Boliviaanse blokkades vragen om een drastisch aanpassingsvermogen. En omdat we nu in het dure Chili zijn in plaats van het spotgoedkope Bolivia, moeten we even het vervolg van onze reis gaan uitdokteren. Niet alleen op financieel, maar ook op logistiek gebied. Peru is al enorm uitgelopen. Bolivia skippen we, maar we reizen wel zuidwaarts langs de Boliviaanse grens en Bolivia blijft nog altijd bovenaan de bucketlist staan. Mocht de veiligheidssituatie het weer toelaten, dan duiken we linea recta weer bij de Bolivianen naar binnen en in dat geval wordt de reis niet alleen door Peru verlengd, maar ook door het stuk Noord-Chili dat we nu aan het bereizen zijn en hoewel we nog plusminus drie maanden de tijd hebben, staat de planning nog bomvol. En Arica? Dat bestaat alleen maar om te chillen. Ideaal voor administratieve dagen zoals deze en om onze bypassoperatie rustig te beginnen.
Chinchorro Beach
Maar niet voordat we een strandwandeling hebben gemaakt. Want Arica ligt aan zee en een stad met de bijnaam ‘stad van de eeuwige lente’ met een enorm strand móét natuurlijk wel van een wandelingetje voorzien worden. Niet heel origineel overigens, de stad van de eeuwige lente, want zo zijn we er volgens mij al drie eerder tegengekomen, maar goed: lekker is het wel om weer even na al die koude plaatsen in het korte broekje rond te kunnen lopen. Het strand van Arica (Chinchorro Beach) is lang en groot, maar bovenal heel erg leeg. Prachtig! We hoeven deze zandvlakte met bijna niemand te delen! Wel twijfelen we over welke kant we op moeten lopen, maar of we naar links of rechts gaan, weten we niet. We kiezen rechts. Een slechte keuze, want onze wens om met de voeten in het zand ons eerste Chileense biertje te drinken, komt hier niet in vervulling. Geen van de strandtentjes die we daar vinden schenkt alcohol! Dan maar weer terug. Daar vinden we het bier wel.
En het zonnetje schijnt haar stralen ook heerlijk. Arica ligt in de Atacama-woestijn. Je kent de Sechura-woestijn nog wel van Huacachina en Paracas in Peru, maar op een gegeven moment gaat die Sechura-woestijn dus over in de Atacama-woestijn. Waarom? Geen idee, maar laten we dit gebied nou maar gewoon de Atacama noemen, zoals dat van ons verwacht wordt. De Atacama is de allerdroogste woestijn van de wereld. Droger dan de Gobi, droger dan de Sahara, droger dan de Kalahari. Arica is dan ook de droogste stad van de wereld. Hier regent het gemiddeld twee keer. Twee keer per dag? Nee. Per week? Ook niet. Per maand? Ook niet! In Arica regent het gemiddeld twee keer PER EEUW. PER EEUW! Als je als inwoner van Arica je stad je hele leven nooit verlaat, is er gewoon een aanneembare kans dat je nooit in je leven regen zult zien! Regen is hier gewoon nog zeldzamer dan een pot met goud aan het einde van een regenboog. Oh nee, want voor een regenboog heb je weer regen nodig. Laat maar.
Na een ijsje van de allerlekkerste ijssalon deze reis (die ook verrekte snel smolt in deze woestijnstad), belanden we bij een terrasje aan het strand. Hier zetten we ons laatste dagje plannen voort. We spelen een spelletje dat nog niet uit de backpacks is gekomen en daarna buig ik me over de reisroute die vanaf nu wat strakker gaat zijn en Geertje gaat aan de gang met de declaraties voor alle kosten die we omtrent het ziekenhuis hebben gemaakt en voor alle kosten die gaan over die wegblokkades in Bolivia (nice, er is een kans dat je de gemaakte kosten in die Boliviaanse ellende ook vergoed krijgt, weten we niet, maar alles is mooi meegenomen toch?). Na drie dagen aan het laptopscherm en het iPadscherm gekluisterd zitten voor wat geregel – wat overigens wel even nodig was – zijn we weer bijtijds thuis. Hopelijk kunnen we morgen, op onze laatste dag in het relaxte Arica, wel weer wat ondernemen.
Geertje laat haar kookkunsten ’s avonds eens te meer zien en Elena, de Duitse aan wie we gisteren een Mexicaanse wrap hebben gegeven, vereffent vanavond haar (niet bestaande, want we delen uit de goedheid van ons hart) rekening met ons en we krijgen een heerlijke, zelfgemaakte aardbeienshake van haar cadeau. Weer is het leuk om ’s avonds samen wat te kletsen, maar we nemen alweer afscheid. Andere reisrichting, weet je nog? Elena is liftend van Zuid-Argentinië en Zuid-Chili naar het noorden aan het reizen en steekt morgen de Peruaanse grens over. De winter begint binnenkort in de zuidelijke regionen van Zuid-Amerika, dus eigenlijk is het ook niet zo gek dat mensen die we ontmoeten in tegengestelde richting reizen.
’s Ochtends vroeg haal ik bij het vliegveld onze auto op. Om tien uur staat de ophaalafspraak gepland, maar wegens een beetje lanterfanten in het hostel in de ochtend, ben ik een kwartier te laat. Ik zit dus op flink opgewarmde kolen in de taxi, want als ik te laat ben, kan m’n auto vergeven worden. Geertje waarschuwde me hier al voor, ik weet het, maar goed het is nu wat het is. Roadtrips maken door het desolate Noord-Chili zou prachtig moeten zijn, dus ik ben als de dood dat ons autootje aan de eerste de beste wordt afgegeven. Gelukkig bleek ik bang voor m’n eigen schaduw. Er is namelijk geen reiziger op het vliegveld. En met geen reiziger bedoel ik ook echt geen reiziger. De hal die als aankomst- en vertrekhal dient is op een schoonmaakster na, volledig verlaten. In het spiksplinternieuwe, blinkende vliegveld, is de enige aanwezige die hier niet in loondienst is, ondergetekende. De eerstvolgende binnenkomende vlucht landt om 18.00. De eerstvolgende vertrekkende vlucht vertrekt om iets voor middernacht. Maar goed, verder een compleet bizarre gewaarwording: een luchthaven die zo modern als die van Dubai is, zonder ook maar één reizende ziel. Misschien ben ik daarom van m’n à propos en lukt het me niet om de overduidelijk aangegeven autoverhuurder te vinden waar ik twee keer langsloop. Afijn, onze spierwitte Suzuki Baleno heb ik wel.
Terwijl ik Snowie (Geertje zal later vandaag deze doop verrichten) ophaal, is Geertje druk bezig met een videocall. Is ze aan het solliciteren? Is ze met familie aan het bellen? Geen van alle. Geertje hangt met de Limburgse Wesley aan de lijn. Wesley is in La Paz en verzorgt Spaanse lessen en als we La Paz gehaald zouden hebben, dan was Wesley in La Paz haar docent geweest. Het verhaal van de Boliviaanse blokkades hoef ik je niet nog een keer uit te leggen, dus op afstand stelt Wesley een lesplan voor Geertje klaar. Als het veilig genoeg is om weer naar La Paz te reizen, dan zal Geertje fysieke lessen gaan volgen, maar voor nu is het zo klaar als een klontje: Geertje gaat à la Corona lekker thuisonderwijs volgen.
Rijden in Chili is werkelijk waar heerlijk. Toen we met Zorro over de Peruaanse straten van Cusco paradeerden, was het nog een chaos van jewelste en was het continu uit je doppen kijken en uit iedere hoek een claxonnerende kamikazepiloot verwachten. In Arica is dat niet zo. Ik zei het al, maar op de weg herken ik het ook: regels zijn weer regels. Zebrapaden hebben weer een functie en stoplichten zijn meer dan alleen straatdecoratie. Ik vind mezelf redelijk kundig in het verkeer, maar dat ik zo relaxt met Snowie kan rondrijden, is alleen maar een godsgeschenk.
Het centrum van Arica
In de middag doen we alvast een warmdraairitje met Snowie. Eerst rijden we voor een lunch bij de Mac voor een Quarter Pounder waar Geertje al weken naar hunkert, het centrum van Arica in, want dat hebben we ook nog niet gezien. Best een leuk stadje, dat Arica. Vrolijke kleuren, rustig en totaal anders dan de steden die we in Zuid-Amerika gewend zijn. Sowieso is dat Zuid-Amerikaanse gevoel dat we ons de afgelopen maanden in Zuid-Amerika hebben aangepraat in Chili het meest afwezig. Althans, dat is onze eerste indruk. Chili is modern, gestructureerd, flink op de auto georiënteerd. En dat zien we terug in het centrum. Structuur, keurige paadjes en moderne winkels. Ook wel weer eens lekker.
Wel zijn er veel schooiers en bedelaars in Arica. Een vrouw in de Mac komt naar ons toe, maar als ik doe alsof ik geen Spaans spreek en weiger, foetert ze ons in het weglopen uit als domme Europeanen. Even later komt er nog een man naar ons toe als we met Snowie willen vertrekken en die vraagt om een kleine fooi voor het in de gaten houden van onze auto. Nou, hoeft niet per se, maar oké, vooruit, hier een paar peso's. Zijn Aricanen asociaal? Nee, valt wel mee. Noordelijkste stad van Chili, dus in Arica verzamelen zich een hoop Venezolaanse, Haïtiaanse en andere vluchtelingen en treurig genoeg vervallen die natuurlijk in dit soort praktijken. Dat vluchtelingensysteem zit hier net wat minder goed in elkaar.
Azapa Valley
En dan gaan we landinwaarts, naar de Azapa Valley. Arica is de droogste stad van de wereld, maar dat betekent niet dat er nergens water te vinden is. Een deel van de watertoevoer komt van een rivier (die nu overigens droog ligt) die vanuit het oosten richting Arica stroomt en die stroomt dan weer door de Azapa Valley heen. Een groene oase in een dor en droog gebied en in het dorpje San Miguel de Azapa vinden we het Archaeology Museum. En die is best bijzonder, dus terwijl Geertje zich vermaakt met een digitale legpuzzel en een paar filmpjes van dansende Aymara, struin ik het museum in alle rust af.
Archaeology museum
Ik zal je niet met een ellenlange geschiedenisles vermoeien, dus doe ik het even in het kort. De belangrijkste bewoners van dit gebied voor de Spanjaarden hier kwamen, waren de Chinchorro. Visser-verzamelaars net als veel andere kustvolkeren, goden voor de zon en de maan, bla-bla-bla. Nu heb je met de Inca’s, de Chimú en de Wari intussen al een complete verlanglijst voor Sinterklaas aan pre-Columbiaanse volkeren gehoord, dus ga ik vooral even wat dieper in op wat die Chincorro nou bijzonder maakte, wat ervoor zorgde dat ze eruit sprongen ten opzichte van die andere volkeren.
Wat was dat dan? Mummificatie. Duizenden jaren voor die dekselse Egyptenaren hun mummies al in piramides verstopten, was hier ergens in een dorre, desolate uithoek van het Zuid-Amerikaanse continent dus al een bevolkingsgroep die waarde hechtte aan het mummificeren van hun overleden broeders en zusters. Laat me je vertellen dat die Chinchorro dat bloedserieus namen. Iedereen werd gemummificeerd. Maar dan ook echt iedereen. Niet alleen overleden mannen en vrouwen, maar ook kinderen die de dood vinden, worden gemummificeerd. Zullen we nog wat olie op het vuur gooien? Zelfs doodgeboren baby’s worden gemummificeerd. Nog niet genoeg olie op het vuur? Dan steek ik nu de stad in brand. Embryo’s en foetussen worden, wanneer een zwangere vrouw overlijdt, uit het lichaam gehaald om, jawel, gemummificeerd te worden. Het akeligste van dat alles is: die mummies kunnen we hier gewoon aanschouwen. Oók dat embryo. Zullen we een spelletje zoek het embryo spelen?
Alsof we door de ramen naar een schoolklas kijken, staan er achter het raam een aantal tafels keurig in rijtjes opgesteld met daarop allemaal gemummificeerde lichamen van millennia-oude Chinchorro’s. Luguber en onbehaaglijk, maar even verderop worden er dus inderdaad ook gemummificeerde foetussen en baby’s tentoongesteld. Heel macaber, maar wel een heel bijzondere inkijk in wat zevenduizend (!) jaar geleden belangrijk was in de samenleving die hier in deze godvergeten woestijn leefde. Dat mummificeren was me een karweitje, hoor. Eerst werd de huid verwijderd en daarna de organen en het complete skelet werd dan gevuld met klei en een of ander mengsel van groente en vezels. Bedenk het maar. Als kers op de taart werd het gevilde gezicht daarna weer op de schedel geplakt. Zo dachten ze namelijk dat een overledene in het volgende leven z’n uiterlijk weer mee kon nemen. Je zou maar een veel te grote neus hebben en hopen er na je dood vanaf te zijn. Zit je in je volgende leven door je intensief mummificerende buurman weer met die grote neus te kijken.
Bizar natuurlijk, maar wel heel interessant en indertijd uiteraard doodnormaal, maar dat kunnen we ons nu niet voorstellen. We hebben geluk dat we die mummies allemaal nog kunnen zien, want het is een wonder dat die mummies niet vergaan zijn door de tijd. Of ja, eigenlijk is dat niet gek. Het klimaat is hier zo ontzettend droog, er valt hier zo ontzettend weinig regen, dat die mummies in combinatie met het hoge zoutgehalte in de grond nooit vergaan. Een fantastisch stukje geschiedenis waar wij dankzij een helpend handje van Moeder Natuur mooi van mogen leren.
San Miguel de Azapa
We hebben na anderhalf uur genoeg mummies gezien en gaan het dorpje San Miguel in. Die Azapa Valley is fascinerend. Het dorp wordt geflankeerd door zandduinen van honderden meters hoog en dat het dorpje San Miguel de Azapa zo groen is, lijkt wel op een luchtspiegeling. Eigenlijk voelt het weer alsof we in Huacachina zijn, maar dan zonder toeristen. Hier moeten we wel een biertje bestellen, denken we, maar net zoals dat gisteren al het geval was, valt dat niet mee. We vinden een hondsouderwets restaurantje, maar cerveza’s incasseren behoort hier niet tot de opties. De jongedame die op het punt stond ons te bedienen, wijst ons vriendelijk de weg naar een winkeltje aan het eind van de straat, maar ook daar is geen bier voorhanden en we worden naar een winkeltje uit 1910 gestuurd aan de overkant. Een slijterij, maar dan wel met dikke vette stalen tralies die ervoor zorgen dat we niet binnen kunnen lopen en ik moet aanbellen alvorens ik geholpen wil worden. Terwijl Geertje wordt aangesproken door een gast uit het Amerikaanse Utah die als missionair en evangelist hier in Noord-Chili het woord van God rondbazuint (dit klinkt alsof ik een wazige vergelijking heb bedacht, maar dit is de random realiteit en er zit geen letter beeldspraak bij) en een uitnodiging voor de mis van zondag afwijst, krijg ik twee Coronaatjes mee en terwijl ik lachend ‘si’ antwoord op een onverstaanbare zin die de verkoopster in het Spaans (Chileens Spaans is onverstaanbaar, maar daarover komt in een andere blog nog wel meer), steek ik weer over om met Geertje die Corona’s te nuttigen op de plastic stoelen voor het winkeltje. Maar dan komt de winkelier weer naar buiten: we worden weggestuurd! Dat klinkt bruut, maar dat doet ze allervriendelijkst, want blijkbaar mogen we in het openbaar geen alcohol drinken hier in Chili! Tot nu toe bevalt Chili ons geweldig, maar geen bier op het terras? Dat is een domper. Maar het kan ook niet anders dan dat dat iets genuanceerder ligt. Dat gaan we nog wel ontdekken denken we zo.
Mirador Las Llosyas en de geogliefen
Snowie ontwaakt uit zijn middagdutje en brengt ons naar een uitzichtpunt: Mirador las Llosyas. In Arica mag moderniteit dan wel hoogtij vieren; buiten de steden blijkt het armoetroef te zijn in Chili. Aftandse huisjes die met golfplaten en doeken ellendig aan elkaar hangen en vuilnisbelten langs de wegen die bijna tegen het Peruaanse aanleunen. Tegelijkertijd is dat ook de charme van het hebben van een huurauto. We kunnen nu overal komen waar we willen en dus ook de lelijke kanten van het land zien. Wij reizen ook niet alleen voor schoonheid, maar ook voor de rauwe, lelijke realiteit van plekken en juist dat zien we dankzij ons nieuw vriendinnetje Snowie. Snowie brengt ons ook naar boven, naar die mirador. Het is er een bende. Aan de glazen die er liggen oordelen we al snel dat we hier zonder zorgen onze Corona de baas kunnen maken. Er is één prullenbak, maar die puilt uit als een oogbal buiten z’n kas en op de grond gaat de enorme verzameling afval vrolijk verder. Wat heb je in godsnaam aan een prullenbak als je ‘m nooit leegt?
Wel is dat uitzichtpunt de moeite waard, want in de verte kunnen we op een bergwand een geoglief ontwaren! Weet je nog, El Candelabro uit Paracas? Zo’n enorme zandtekening, immuun voor de greep van de tijd? Die vind je in deze regio ook. Zandtekeningen die uit de wind liggen en daarom nooit zullen vergaan. El Candelabro is wel indrukwekkender dan Geoglifo del Cerro Sagrado, maar om met z’n tweeën in de steeds lager hangende zon naar dit geoglief te staren met een nog altijd koude Corona in onze handen, is allesbehalve een straf.
Morro de Arica
Voor zonsondergang gaan we terug naar Arica. We hebben nog één heel erg mooie stop voordat we wat gaan eten: Snowie tuft ons richting Morro de Arica, een grote zandheuvel pal aan zee ten zuiden van de stad met machtige, weidse uitzichten in alle richtingen. Maar niet alleen voor de uitzichten rijden we naar Morro de Arica: het is ook een heuvel die voor de Chileens-Peruaanse geschiedenis heel belangrijk is.
Op de heuvel vind je namelijk een mokergroot beeld van vriend van de reis Jezus Christus, maar ook een aantal oorlogsmonumenten, want in 1880 vond hier namelijk de Slag van Arica plaats. Kennen we allemaal toch, die Slag van Arica? Nee? Nou, laat me je er wat over vertellen, want dit is best wel interessant. In dit gebied kun je - als je goed graaft - een heleboel salpeter vinden. Belangrijke grondstof in die tijd, nu niet meer zo (gaat ongetwijfeld in een volgende blog nog terugkomen), maar in 1880 had je in deze contreien salpeter nodig als je bij de populaire jongens van de klas wilde horen. Bolivia dacht van ‘jongens, jullie hebben een megagrote kustlijn, wij willen ook een beetje’. Peru dacht: ‘ja maar ho even, dit land is gewoon van ons’, want het gebied rondom Arica was Peruaans grondgebied in die tijd. En Chili? ‘Ik wil gewoon nog meer salpeter hebben’. Toch wel veruit de zwakste claim van de drie, die van de Chilenen, maar toch wonnen ze de oorlog om Arica. Als een kind dat voorgetrokken wordt. Op die grote zandheuvel werd de Slag van Arica beslecht. Om er nog een schepje bovenop te doen, besloot Chili ongegeneerd een gewelddadige etnische zuivering uit te voeren. Hup, alle Peruanen ‘terug’ de grens over. Kan het niet goedschiks, dan wel kwaadschiks. Bepaald geen lieverdjes dus, die Chilenen. Hoewel het uiteindelijk lukte, bleek het geen walk in the park te zijn, want al die Peruanen trokken zich terug op de Morro de Arica, want bovenop die heuvel had je overzicht en was het relatief veilig en makkelijk jezelf te verdedigen.
Vandaag de dag, 146 jaar later, is het ze natuurlijk wel gelukt zoals je merkt, want deze blog staat onder het kopje Chili. Wat ook gelukt is, om een monster van een Chileense vlag op te hangen, want hier bovenop de Morro wappert de grootste vlag die we ooit in ons leven gezien hebben fier boven de stad uit. 27 bij 18 meter, zo groot als een basketbalveld. Niet normaal! Als we eronder staan, worden we er gewoon duizelig van wanneer we naar boven kijken. Het is in ieder geval duidelijk dat Arica vandaag de dag Chileens is.
Maar even los van al die bloedige geschiedenis… wat een zonsondergang. We zijn weer aan een westkust en och, wat raken we toch verliefd op westkusten. Als Geertje niet altijd tot in den treure ‘de zon zien zakken in de zee’ zou blijven zingen iedere keer wanneer de zon verdwijnt achter de horizon van de Grote Oceaan, dan zou ik hier iedere dag wel een zonsondergang kunnen kijken. Het is werkelijk weer magisch, terwijl tegelijkertijd, 139 meter onder ons, de lichtjes van de stad Arica de toenemende duisternis steeds meer verlichten. Wat een afsluiter van onze eerste stop in Chili.
De ogen zijn groter dan de mond
Alhoewel dat niet de afsluiting is. We rijden terug en passeren nog een vrachtwagen van een Nederlands bedrijf (ja echt) en we moeten ook nog eten. Naast ons hostel een grote foodcourt in de buitenlucht met, warempel, een heuse buitenbioscoop die voor de gasten een film met Spaanse voice-over draait. We weten nu in ieder geval hoe het Spaans van John Wick klinkt. Twee dagen gekookt, dus weer één dag buiten de deur. Na een bezoek aan de supermarkt voor wat proviand voor de roadtrip die op het punt van beginnen staat, benen we ons een weg naar die foodcourt. Super druk is het niet – het is immers een doodnormale dinsdag voor de Chilenen – maar sfeervol is het wel. Wat in Chili al vaker de norm blijkt te zijn, is dat je op plekken bij de ene balie bestelt en je je bestelling bij een andere plaats weer ophaalt. Ook bij foodcourts met de keuze uit tachtig verschillende kraampjes. Door de enorme stapel van menukaarten, raak ik een beetje van de leg en bestel ik iets waarbij ik friet met chicken wings zie. Geertjes sushi roll is ongeveer een vijfde van de prijs maar het begint nog niet te dagen, zelfs niet wanneer de meiden achter de balie lachen wanneer we met ons bonnetje richting de kraampjes benen. Wat zitten jullie te lachen, denk ik nog.
Even later wordt het volkomen duidelijk. Ik heb een familiebox besteld. 12 chicken wings, 8 mozarellasticks, 12 gefrituurde uienringen en een bak friet waar ik heel Burundi mee zou kunnen voeden. Echt, ik krijg een enkeltje obesitas voorgeschoteld. Al hadden we samen een week niet gegeten, dan hadden we de helft nog niet op gekregen. Ik heb gewoon een compleet lopend buffet besteld. Geertje is na haar sushi roll ook niet voornemens om nog een steentje bij te dragen, dus vragen we met het schaamrood op de kaken maar een doggybag, nadat al meerdere Chilenen langs ons tafeltje gelopen zijn en bewonderenswaardig naar ons dienblad kijken. Die chicken wings en uienringen moeten morgen maar opgewarmd worden om nog steeds de moeite waard kunnen zijn, hopen we zo. Scheelt morgen ook weer geld toch?
Eenmaal terug in ons hippiehostel mikken we zo onopvallend mogelijk het gros van onze calorieënkanonskogel in de prullenbak en deponeren we alles wat morgen nog enigszins smaakvol kan zijn in afsluitbare plastic zakjes, waarna we zien dat er blijkbaar een tatoeëersessie aan de gang is in de gemeenschappelijke ruimte. Kegeljongleurmeisje heeft blijkbaar ook een tattoo gun ingepakt. Haar slachtoffer? De schuchtere, Boliviaanse vrijwilliger Diego waar we twee dagen eerder een kort gesprekje mee hadden gehad. Als Diego naar buiten loopt, besluit ik ‘m aan de tand te voelen. “Zo zo, tatoeage gezet?” "Ja", zegt-ie lachend, zichzelf geen houding wetend te geven zoals we het van ‘m kennen. “Ik had er nog geen”, zegt-ie. “Laat eens zien”, zegt Geertje nieuwsgierig. Hij laat z’n vingers zien. “Hier.” Daarna z’n onderarm. “Hier ook.” Dan zet-ie z’n rechtervoet naar voren. “En hier.” Zo, zo. “Ik had er eerst nog geen. Nu heb ik er acht. Ik durf m’n moeder niet te bellen.” Met stomheid zijn we geslagen. Morgen begint onze roadtrip in Noord-Chili pas echt, maar dit is een prima bevestiging dat het hoog tijd is om Arica te verlaten.
Reactie plaatsen
Reacties
Van de ene verbazing in de andere daar in Arica, maar wel hilarisch.
Prachtige trappen van mozaïek en griezelen bij de mummies.
Volgens Geertje zou ik naar Chili moeten gaan. Ik ben benieuwd.
Groetjes aan Snowie, Dronie en de hondjes.
-X-
Hadden jullie een beetje honger of zo?? Wel goed uitgekiend om wat te bewaren voor de volgende dag. Chili is compleet anders dan de vorige Zuid Amerikaanse landen die jullie bezocht hebben. Hopelijk trekt de portemonnee het een beetje (restjes bewaren helpt iig al wel!).
Wat grappig, die cultuurshock in Chili! 😂😂
Wat een mooie trip met Snowie. En dat museum, super verhaald en uitgelegd. Met prachtige en bizarre foto's erbij. Toch knap, dat mummificeren, toen al, 7000 jaar geleden!
Mirador etc. een mooie tocht, en morro, heel interessant over salpeter en de uitleg daarover.
Haha, die mega bestelling van jou, voor bijna een half weeshuis...ik lag in een deuk!3
Wat heftig zeg, dat zelfs embryo’s en foetussen werden gemummificeerd! 😳 Wtf, daar sta je toch wel even van te kijken.
Waarom mocht je eigenlijk geen bier drinken in het openbaar? Dat wordt nog afzien… 😂
Wat mooi trouwens, dat beeld van Jezus Christus. En wat een megavlag van Chili! Het lijkt net de hoogte van een windmolen
Wat een bakken eten zeg! 😂😂 Een gemiddelde Amerikaan krijgt zo’n portie fastfood misschien nog wel weg, maar als zelfs Niels de Grote het niet op krijgt, dan zegt dat genoeg ;)