Snowie is er ’s ochtends al vroeg klaar voor. Een roadtrip door het uiterste noorden van Chili uitstippelen valt nog niet mee. Arica is vooral populair voor surftoerisme en dient louter als doorreislocatie naar Peru en als je van de andere kant komt, ga je eigenlijk uitsluitend naar San Pedro de Atacama, een dorp waar toerisme wel belangrijk is, maar wat nog een heel stuk zuidelijker ligt. Maar bij die gedachte beginnen wij alleen maar meer te watertanden, want ook in deze gebieden waar de toerist nog in een doolhof loopt, moet meer dan genoeg te vinden zijn. Op onze roadtrip die wel in San Pedro de Atacama eindigt – ligt grofweg in dat gebied waar Bolivia, Chili en Argentinië aan elkaar grenzen, overigens – zetten we twee extra stops op de kaart. Wellicht hadden we er nog meer kunnen op de route kunnen zetten, maar Noord-Chili is duur en op de route zuidwaarts, hebben we de twee stops uitgekozen die ons het meest kunnen bekoren. De eerste van die stops is Lauca National Park, een groots, adembenemend mooi natuurpark ten oosten van Arica, vlak voor de grens van Bolivia.
Wolken, mist en een grote verrassing
Het is maar tweeënhalf uur rijden naar Lauca, maar we gaan onszelf wel testen op onze verdraagzaamheid qua hoogte. Arica ligt op zeeniveau (duh), maar het hoogste punt van Lauca dat wij gaan bezoeken, dus zelfs zonder de bergtoppen meegerekend, ligt op een imposante 4750. Dit is met afstand de grootste stijging die we tijdens onze hele reis in één dag hebben gemaakt en ook gaan maken. Ik hoor je al denken: maar jullie zijn toch al hoger geweest? Zeker waar, maar iedere keer als je vanaf een hoogte boven de pak ‘m beet 2500-3000 meter terugkeert naar zeeniveau, ook al is het maar voor één dag, dan gooi je alle acclimatisatie direct bij het oud papier en kun je weer opnieuw beginnen. Dat is, zeker voor Geertje die doorgaans wat minder goed gaat op hoogtes, best spannend, want in Lauca spenderen we immers maar één volle dag. Om de zorgen nog groter te maken, lijkt het weer voor één van de eerste keren deze reis dat het weer tegen lijkt te zitten (oké, het Noord-Colombiaanse zondvloedfiasco niet meegerekend natuurlijk). Als we Arica uitrijden en een uurtje onderweg zijn, kleurt de lucht grijs en is het door de mist onmogelijk om 100 meter verder te kijken.
Maar dan zijn we nog maar 1000 meter gestegen en moeten de echte bergen nog komen. Gelukkig is die mist maar tijdelijk en worden we even later getrakteerd op één van de mooiste, meest spectaculaire dingen die we ooit hebben gezien. Van het een op het andere moment rijden we die mistbank uit, volgt er bijna meteen een haarspeldbocht en rijden we steil tegen een bergwand naar boven. Geertje slaapt nog, maar met open mond wek ik haar meteen: rechts van ons is de vallei van goudbruine zandbergen waar we net doorheen reden en blijkbaar is er een wolk die vallei in gezakt. Het is ongelofelijk wat we zien: de vallei is gigantisch en een wolk vult de volledige vallei! Het is alsof we naar een gigantisch meer kijken, maar dan is die wolk het water en schieten aan alle kanten de prachtige bergen uit de wolken die de oevers vormen. Wat een surrealistisch beeld! Ongelofelijk. Zoiets hebben we nog nooit gezien. En dit is geen uitzichtpunt, geen stop op de route, maar gewoon een goocheltrucje dat Moeder Natuur met ons aan het uithalen is. Fenomenaal en woorden schieten tekort. En dan zijn we nog niet eens in Lauca aangekomen.
Pukará de Copaquilla
Terwijl het verlies van Bolivia langzaam maar zeker steeds meer in de vergetelheid begint te raken, tjoekt Snowie vrolijk verder. Over prachtige, dorre bergen en door diepe, intimiderende valleien. Wat een roadtrip is dit, nu al. Voordat we Lauca binnenrijden, stoppen we nog even bij het uitzichtpunt Pukará de Copaquilla. De diepte van de vallei voor ons geeft kriebels in de buik, maar de fotocamera draait weer overuren. We zijn bijna alleen hier. Het meeste verkeer op de weg van Arica naar de grens van Bolivia (en dwars door het Nationale Park) komt van Boliviaanse vrachtwagens, vertelt een jolige politieagent ons tijdens een controlestop iets voorbij dat uitzichtpunt. Bolivia heeft natuurlijk geen zee en Ruta 11, de weg die we rijden, is de kortste route voor Bolivia om de zee te bereiken. Gelukkig voor die truckers hebben ze in Chili geen roadblocks.
Welkom in Lauca National Park
Socoroma
Want van toeristen is geen sprake hier. Alle plekken die we nog gaan bezoeken, delen we met bijna niemand. Ook als we naar Socoroma rijden, het pittoreske bergdorpje waar we overnachten en even onze spullen willen dumpen alvorens we Lauca gaan ontdekken, wijst niks erop dat hier ook maar ooit een westerse ziel binnengewandeld komt. De stilte in het dorpje is oorverdovend, Socoroma is luttele stegen groot, in de straten passen nog geen twee 45-kilometer-per-uur-wagentjes naast elkaar, de huizen zijn ouderwets en als we al iemand zien wandelen, is het steevast iemand van boven de zestig. Op het kleinste dorpspleintje dat we deze reis hebben mogen aanschouwen, is een parkje van een stuk of acht perkjes te vinden, geflankeerd door een piepklein kerkje met een rieten dak. Hostal San Pedro is het enige hostel van het dorp en wij zijn de enige gasten die de buitengewoon gastvrije dame van Boliviaanse komaf vandaag ontvangt. De tijd in Socoroma staat al eeuwen stil.
Na het inchecken in het intieme hostel, verzoeken we Snowie ons weer verder te brengen. Snowie is verrassend sterk en de steile helling die Socoroma van de doorgaande weg Ruta 11 scheidt, blijkt een peulenschilletje te zijn. Socoroma ligt ook in Lauca National Park en je hebt meteen in de gaten dat je in het National Park rijdt. De bergen zijn nog altijd dor en onherbergzaam, maar een stuk groener dan het eerste stuk van die adembenemende woestijn-bergroute die we al gereden hebben. We besluiten meteen door te rijden naar het allerhoogste punt van onze roadtrip. Het toeval wil dat dat op 4750 meter hoogte gelegen puntje ook meteen een gruwelijk mooie is.
Lagunas Cotacotani
Dat is onze eerste echte stop in Lauca National Park. Maar we zijn wel moe. Ik kan je vertellen: als je zó enorm veel stijgt in één dag, dan ramt dat erin als een hamer bij een spelletje spijkerslaan tussen een twaalf neuzen tellende dronken vriendengroep. Een powernapje van een kwartier in de auto, dus. Wie maakt ons wat? Er komt hier toch niemand, dus wat zou het. Alleen gaat dat niet van harte. Zoals we al gewaarschuwd waren: je eerder verworven acclimatisatie kan regelrecht de prullenbak in. Onze longen vragen zich af wat we vandaag in godsnaam met ze flikken, dus iedere keer als we wegdutten, worden we hijgend wakker alsof we aan een beademingsapparaat gehangen moeten worden. De realiteit van een powernap-poging bij zo'n plotse stijging, is dat we om de haverklap een halve minuut hyperventilerend wakker worden. Toch maar Snowie uit, dus.
Wat ook geen straf is. Kijk eens even. Meertjes in allerlei verschillende kleuren, rechts van ons de perfect kegelvormige vulkaan Parinacota van een schamele 5950 meter hoogte en als kers op de taart nog een familie vicuña’s die ons gedag komt zeggen. De natuur op z’n aller indrukwekkendst.
Lago Chungará
We rijden door naar het grootste bergmeer van Lauca: Lago Chungará. Bij het uitstappen worden we meteen verwelkomd door een Chileense ranger die ons ongevraagd van allemaal feitjes over het natuurgebied voorziet. Iemand ongevraagd met allemaal feitjes bombarderen? Dat komt Geertje toch wel héél bekend voor.
Ik ga er dus wel lekker op. Voor ons ligt ’s werelds grootste meer boven een hoogte van 4500 meter. Ik moet toegeven, de ranger is wel echt aan het reachen met dit feitje, want dan zijn de feitjes van het Titicacameer toch wel een stuk indrukwekkender. Ik bedoel, ik ben liever het hoogst bevaarbare meer én het grootste meer van Zuid-Amerika, dan dat ik de twijfelachtige titel van grootste meer boven de 4500 toebedeeld krijg. Wat ik wel weer mooi vind, is dat we midden in een bos staan. Zo ziet het er niet uit, maar de bergwand is gevuld met struiken die dus helemaal geen struiken, maar bomen zijn. We zijn in een bos, maar ik kan wel gewoon kilometers ver weg kijken. De nerd in mij staat weer aan!
Maar kijk ook even: wat een plaatje. Episch. Lago Chungará is hét paradepaartje van Lauca en er is bijna geen plaatje dat we hebben gezien deze reis dat zó erg lijkt op het doek van een schilderij als dit plasje bij de Boliviaanse grens. We maken een wandeling waarmee ik de rol van de ranger overneem en Geertje bombardeer met feitjes. “Wist je dat we vanaf hier naar Bolivia aan het kijken zijn?” “Zie je? Je kunt hier zeven verschillende bergtoppen van boven de 5500 meter zien!” “Kijk naar die Parinacota-vulkaan! De grens tussen Chili en Bolivia loopt daar dwars overheen, maar bij de krater maakt de grens een halve cirkel, dus de krater ligt volledig in Bolivia!” “Wist je dat die berg daar, de Acotango, een van ’s werelds makkelijkst te beklimmen zesduizenders is?” “Zie je daar, in de verte, die berg? Dat is de Sajama, de hoogste berg van Bolivia!” We mogen dan wel in een van Chili’s best bewaarde geheimen in de vorm van Lauca zijn: ik denk dat Geertje intussen gewoon naar bed wil.
Parinacota
Dan gaan we naar Parinacota. Nee, niet naar de vulkaan, maar naar het nabijgelegen dorpje van vier straten groot dat aan de voet van die prachtige kegelvulkaan ligt. Kijk, Parinacota is zo’n magisch dorpje, net als Socoroma, waar de tijd stil heeft gestaan. Maar wel zo’n dorpje waar wij het nog geen week zouden uithouden, want hoewel de natuur mooi is en het spierwitte kerkje (dat nog kleiner is dan die van Socoroma) rechtstreeks uit een sprookje van de Gebroeders Grimm lijkt te komen, is hier werkelijk geen klap te beleven. Hier rijdt de politie nog op een varken en als je eenmaal weet wat wifi is, vertrek je zo snel mogelijk naar geciviliseerdere oorden. Bovendien pas ik niet eens onder die daken hier. Dat maakt niet dat het niet geweldig leuk is om hier even een halfuurtje doorheen te struinen en jezelf te verwonderen over het leven dat deze mensen nog leven. Het is wel de eerste plek tot nu toe die we met anderen moeten delen, want uit compleet onverwachtse hoek is er vlak voor ons een heus toeristenbusje dat hier geparkeerd is. We observeren ze wat, we luisteren ze een beetje af en trekken de conclusie dat het een busje is van een georganiseerd reisgezelschap uit Spanje. Dat hoor ik met mijn intussen ver ontwikkelde Spaans meteen aan al die kneiterharde s-en die ze continu oreren. Maar goed: alleen maar mooi dat er dus ergens een Spaans reisbureau is dat deze plek wél ontdekt heeft.
Roze vogels
Op de terugweg zien we nog wat meren rechts, waar we ook even stoppen. Geen uitzichtpunt, maar gewoon met de alarmlichten riskant in de berm naast de weg. Waarom? Naast fenomenale vergezichten is Lauca ook een hemel voor diertjes en beestjes die het prima toeven vinden op onmenselijke hoogtes zoals hier. Die vicuña-familie van eerder blijkt intussen een van de vele te zijn, maar hier, op een willekeurig meertje aan onze rechterzijde is een compleet dorp aan flamingo’s neergestreken! Ook een primeurtje, want hoewel ze plusminus een jaar geleden op de Kraaijenbergse Plassen in Beers waren neergestreken, waren wij er toen níét als de kippen bij. Nu gelukkig wel! Prachtbeesten.
Las Cuevas
De volgende stop is Las Cuevas. Spaans klinkt altijd zwoel en tropisch, maar Las Cuevas betekent niets meer dan ‘De Grotten’. En de grotten, dat zijn het. Geertje begint haar meerdere te erkennen in de hoogte van het park en na een kort deel van de twintig minuten durende wandeling die hier is uitgezet, keert ze na het zien van een compleet willekeurige hotspring in een schuurtje, terug naar de auto. Ik maak het rondje wel even af. Grote grotten krijg ik niet te zien, maar wel een paar kleine die uit een aflevering van The Flintstones lijken te komen. Zo’n weide, niet al te diepe grot waarbij je zo het beeld hebt dat er een paar neanderthalers een vuurtje aan het stoken zijn. En warempel: die vergelijking blijkt ook nog accuraat, want het is hier waar bewijs is gevonden voor de allereerste menselijke bewoners van Chili, zo’n 11.000 (!) jaar geleden. Vandaag de dag zijn hier natuurlijk geen mensen meer, maar bewoond worden De Grotten hier nog wel: viscacha's (uit de kluiten gewassen wilde konijnen), vogels en vicuña's. Ze zijn hier in overvloed.
In de titel van deze blog noem ik Lauca een verborgen diamant. Verborgen is-ie inderdaad want hoe wonderbaarlijk het ook is: buiten dat Spaanse reisorganisatiegroepje is hier werkelijk waar geen enkele toerist te vinden. Het is bizar: Lauca past qua natuur met speels gemak tussen de toppers qua natuur in een Zuid-Amerika dat sowieso al uitpuilt als het gaat om bizarre, magische, adembenemende natuurfenomenen. Hoe het kan dat dit gebied niet drukker bezocht is, mag Joost weten. En zelfs Joost weet dat niet. Niet dat het ons deert, want de onwerkelijke, ongekende rust hier maakt alles nog veel mooier. Maar een ongeslepen diamant is Lauca niet. Lauca is geslepen. Bij iedere stop waar we komen, is al een keurig pad dat uitgestippeld, staan informatieborden klaar voor wat achtergrondkennis en zijn er huisjes met rangers te vinden die je van hulp willen voorzien. Lauca is klaar voor toerisme. Maar het toerisme is er nog niet. We delen dit park op dat busje Spanjaarden na met helemaal niemand. Geweldig toch?
Termas de Jurasi
Wat we wel moeten delen met anderen, is de laatste stop van de dag: de hotsprings Termas de Jurasi. Het busje Spanjaarden was Las Cuevas al voorbij gereden en heel Spanje ligt al in het zwembad wanneer wij onze auto parkeren op een parkeerplaats bij een boerderijtje waar Geertje meteen verliefd wordt op de opa en zijn hond, waarna we afdalen naar het bad dat een paar steile trappen beneden ons ligt. Heb je ergens hotsprings, dan vind je ons er wel een keer, want hoe lekker is het om na een dag actief bezig geweest te zijn in het koude Lauca, even een warmwaterbron te plonsen, midden in de rust van een dramatisch gebergte? Heerlijk, ja toch? Uiteindelijk wel, maar de eerste stapjes voelen alsof je je bad hebt laten vollopen maar erachter komt dat het water veel te heet is. Je weet wel, dat je met je teen begint te voelen en je als een kleuter zo’n kreetje slaakt wanneer je van schrik je voet weer terugtrekt. Het water in de bergen Lauca staat op standje zon, maar als we met pijn en moeite de hitte toch trotseren en de Spanjaarden zich richting hun busje benen en we de hotspring voor onszelf hebben, is het toch wel enorm genieten geblazen. Perfecte afsluiter voor een heerlijke dag. Een dag die nog niet voorbij is, want op de terugweg trekken we het winnende lot uit de loterij.
De mythe van de bergen
Als we van Ruta 11 afwijken om de paar kilometer af te dalen naar Socoroma, springt een meter of honderd opeens een hert vanuit het dal de weg op en aan de andere kant de weg weer op. Vicuña? Nee, daar leek het niet op. Een rendier van de kerstman, luidt Geertjes beste gok. Ook niet, uiteraard. Het dier blijft aan onze rechterzijde nieuwsgierig staan, dus besluiten we rustig dichterbij te komen. Het beest is niet bang en blijft curieus naar onze auto kijken, op een luttele tien meter afstand. Daarna weten we het duizend procent zeker: dit is geen vicuña. Het beest is groot, grijs en statig en heeft twee hoorns. Het lijkt wel een antilope die we ook in Namibië of Botswana tegen het lijf hadden kunnen rijden. Maar wat het dan wel is? Geen idee, maar hoeveel geluk we hebben, beseffen we op dat moment nog niet.
Bij het hostel nemen we plaats aan een van de vier tafeltjes in de verder lege gemeenschappelijke ruimte waar we vanavond alleen door twee werklui vergezeld zullen worden. Restaurants zijn er niet in Socoroma, dus we hebben de chicken wings en uienringen die ik gisteren in Arica veel te veel gekocht had nog over (ze smaken intussen naar gesmolten Playmobil, dus ik eet ze op en Geertje wil niet meer) die door de gastvrouw in haar magnetron wordt opgewarmd. Daar improviseren we vanavond maar een maaltijd mee, eentje die gepaard gaat met alle resten die we nog in onze tassen konden vinden. De avond is relaxt en fijn. Geertje wint een potje boerenbridge (komt niet vaak voor). Het zevenjarige dochtertje van onze gastvrouw is buitengewoon geïnteresseerd in ons. Waar we vandaan komen (ze zal de hele avond naast het kleuren in haar kleurboek ook YouTube-filmpjes van Países Bajos bekijken), wat we van Chili vinden en waarom ik zo groot ben. Op een gegeven moment laat ik een foto van dat hert zien en de mond van het meisje valt open van verwondering en niet veel later staan mama en oma ook te kijken naar de foto. We hebben zojuist een andeshert/taruca gespot! Mega zeldzaam beest blijkbaar, die taruca. In heel Zuid-Amerika lopen er nog maar tussen de 12.000 en 17.000 exemplaren rond en hier in Lauca leven er slechts zo’n 750! Het kleine meisje had er zelfs nog nooit een in het echt gezien! En wij? Wij rijden er pardoes bijna een van z’n sokken! Toch een iets mooiere prestatie dan dat eekhoorntje spotten dat in de achtertuin de boom in klimt!
De volgende ochtend is het zo muisstil als altijd in Socoroma. Om de hoek blaft zo nu en dan een hond. In de verte kraait een haan. Voor ons was onze tijd in Lauca magistraal, fantastisch. Bizarre natuur, mijlenver verwijderd van toerisme. Schitterende flamingo’s, viscacha’s en vicuña’s en als kers op de taart nog even een illustere taruca die voorbij komt gehuppeld. Maar hier in Socoroma was gisteren een dag zoals alle andere en vandaag zal ook weer net zo’n dag voor ze worden. Een zorgenvrij, langzaam, weinig enerverend bestaan in een dorp waar het woord stress nog moet worden uitgevonden. Wat een bijzondere plek in een net zo bijzondere omgeving, een diamant die al geslepen is, meer dan klaar om in volle glorie bewonderd te worden, maar wel nog altijd ergens onderop in een stoffige doos achterin het magazijn. Maar wij hebben 'm gezien en gaan nu weer terug naar de kust, naar oorden waar het leven wat vluchtiger is dan hier in deze serene bergvallei.
Reactie plaatsen
Reacties
Wauw! Echt prachtig. En dat "konijntje" is een Viscacha? Cute, die ga ik dus nog even googelen.
Wat een PRACHTIGE foto’s met een evenzo mooi verhaal. Nerd of niet, ik geniet ervan!!
Zag ik nu wel twee schedels tussen die foto’s?
En die antilope leek echt de overtocht te hebben gemaakt vanuit Afrika 😂.
Magistraal!
-X-
Wat een schitterend blog! De kleuren, de bergen, fantastisch. Is dat een groen bergmeertje op de foto direct na het meer van wolken? Zijn dat menselijke schedels die zo gebroederlijk samen in de grot liggen met slingers om hun hoofden? Wat zou opa Jan blij zijn geweest met zo'n uit de kluiten gewassen konijn! Weer voor dagen te eten!! Na ieder verhaal denk ik: het kan niet meer mooier worden! Toch treffen jullie verhalen en foto's me telkens weer. Geniet met zijn tweeën en laat ons nog lang meegenieten 😘.
Lauca national park in één woord verrassendgeweldig! Fantastisch mooi en de vele mooie kiekjes zeggen alles!
2 leuke ingeslapen dorpjes, een hele kolonie flamingo's. Zoiets verveelt nooit. Ik vind eigenlijk alles een lot uit de loterij in deze blog. Alles is wel de vermelding "unieke" beleving waard!