Santiago. Een raar, kriebelig gevoel bekruipt ons. Precies zes maanden geleden was het 23 december. Twee dagen voor kerst. De voorbereidingen waren in volle gang. Geertje voelde zich destijds goed voorbereid. Ik voelde me minder goed voorbereid. Frappant, want voor onze reis naar Azië was het tegenovergestelde waar: ik voelde me goed voorbereid en Geertje wat minder. Maar om die reis naar Azië en Australië gaat het nu niet. Deze keer lag het door ons prachtig gewaande Latijns-Amerika voor ons. Een enorme regio die iedere verwachting heeft overtroffen. Het eten is lekkerder dan we hadden verwacht. De steden zijn bruisender en boeiender dan we hadden verwacht. De natuur is indrukwekkender dan verwacht. De mensen zijn duizenden malen vriendelijker en gastvrijer dan we hadden verwacht. De steden zijn veiliger dan we hadden verwacht. De cultuur is diverser en interessanter dan we hadden verwacht. Werkelijk alles aan Latijns-Amerika (niet alleen Zuid-Amerika, want het Noord-Amerikaanse Panama tellen we uiteraard ook mee) heeft onze toch al hoge verwachtingen weten te overtreffen. En al die tijd zat Santiago, de Chileense hoofdstad, in ons achterhoofd. De stip op de horizon. Het eindpunt van onze reis door Latijns-Amerika. Eigenlijk zelfs van de hele reis, tot het fiasco van Bolivia om de hoek kwam kijken en Nieuw-Zeeland plots in beeld trad. Het einde van onze bedevaart. Altijd heeft Santiago zo ver weg gevoeld. Tot het een stad werd die de afgelopen weken dichterbij kwam. En de afgelopen dagen nóg dichterbij. En vandaag dichterbij dan ooit. We zijn er namelijk. Onze maandenlange bedevaart loopt ten einde. We moeten afscheid gaan nemen van Latijns-Amerika.
Dus is het zaak om het maximale uit de Chileense hoofdstad Sint Theo te gaan halen. Het is altijd wat met die namen, hé? Santiago, San Antonio, San Pedro… de Spaanse variant klinkt altijd net wat indrukwekkender dan de Nederlandse, duffe vertalingen Sint Theo, Sint Anthonis of Sint Pieter, vind je niet? Inderdaad, dus houden we het maar mooi bij Santiago. We worden in ieder geval niet geholpen in ons enthousiasme door taxichauffeur Jesus, die ons na ons korte, anderhalf uur durende, laatste busritje (in Nieuw-Zeeland gaan we alles met de auto doen) van deze reis, naar ons hotel nabij de fleurige wijk Barrio Italia brengt. Jesus is een leuke, gezellige kerel maar tegelijkertijd ook totaal geen fan van Santiago. Hij surft veel liever aan de kust, vertelt-ie, maar hij is hier nu eenmaal geboren. En hij waarschuwt ons: in het donker niet over straat lopen en je waardevolle spullen heel goed in je broekzak houden.
Veiligheid
Het is een beetje een terugkerend motief in Latijns-Amerika, hé? Voordat de reis begon, hebben we de ongevraagde adviezen en waarschuwingen ook al tig keer naar ons hoofd geslingerd gekregen. “PaS je wEL oP?!” “iS hET nIet GeVAarlIJk daAr?!” “KuN jE Wel VeILiG oVEr sTRaAt?!” Ja-ha, dat kan. Gewoon gezond verstand gebruiken en geen domme dingen doen, dan komt het goed. Maar die latino’s hebben ook wel een beetje dat stigma van onveiligheid zelf gecreëerd. Lima is al lange tijd geleden en voor het eerst sinds Lima bevinden we ons weer in een miljoenenstad. Met zes tot zeven miljoen inwoners zijn we weer in een stad zo groot als het Colombiaanse Bogotá. En het is waar: in Latijns-Amerika kun je niet overal lopen waar je wilt lopen. Je moet alerter zijn dan in Azië of in Europa. In zo’n miljoenenstad als Santiago is meer criminaliteit, maar we hebben ons buiten dat uitje in de achterbuurt van Panama-stad en tijdens de Boliviaanse blokkades NOOIT onveilig gevoeld in Latijns-Amerika. Het is een beetje aanmanend, betweterig en pretentieus om te zeggen, maar in die latino’s schuilt iets fatalistisch en ze overdrijven de veiligheidssituatie soms behoorlijk, denk ik. Hoe het zit? Latino’s lijken namelijk nog het meest op jouw oma.
Wat bedoel ik daarmee? Als je bij je oma op bezoek gaat, word je vertroeteld. Altijd is ze blij. Altijd staat de koffie klaar. Altijd krijg je een warme knuffel. Altijd krijg je een koekje. Altijd voel je je welkom. Maar die grote, boze wereld buiten de veilige deuren van het huis? Daar moet ze niks van hebben. Oh wee als je een weekje met je vrienden naar Mallorca gaat. Dan krijg je een boodschappenlijst aan waarschuwingen en adviezen waar je je aan moet houden. “Doe dit niet! Doe dat niet! Pas op hiervoor! Pas op daarvoor!” Zelfs als je een boodschap doet, krijg je de waarschuwing naar je hoofd geslingerd dat je op het kruispunt goed naar links of rechts moet kijken. Ja-ha, oma, ik zal oppassen. In de praktijk gebeurt er maar zelden wat. De vergelijking tussen jouw oma en de latino’s? Gastvrij. Vriendelijk. Open. Vrolijk. Aimabel. Maar achter iedere boom zit een vijand en ze stappen de deur uit met de veronderstelling dat er iets slechts gaat gebeuren.
Dit merk ik in alle situaties hier in Latijns-Amerika. Mensen zijn er als de kippen bij om je voor van alles en nog wat te waarschuwen, maar in de praktijk krijg je pas problemen als je het opzoekt en wordt alleen de grootste pechvogel het slachtoffer van een straatoverval. Dat fatalistische, dat verwachten dat er iets misgaat als je naar buiten gaat, dat zit er in bij de latino’s. Ik lees het op online-fora van elk land tot nu toe (leuke manier om een volk beter te leren kennen is om op Reddit lokale fora af te struinen terwijl je op een bus ofzo wacht) en mensen bevestigen het ook in het echte leven, de ogenschijnlijk paradoxale combinatie van levendigheid, vrolijkheid en voorzichtigheid waarmee de latino door het leven gaat. Taxichauffeur David in Ayacucho vertelde het. Jaime vertelde het in Yopal. Javier, de portier uit Panama-Stad vertelde het. Maar alsnog nemen we het advies van Jesus om in Santiago extra op onze spullen te passen, bloedserieus.
De Italiaanse wijk
We beginnen onze vierdaagse Santiago in onze naastgelegen wijk. Waar Santiago in alles voelt als een enorme megastad, is dat in Barrio Italia niet zo. Barrio Italia zit vol kroegjes en restaurantjes en vormt het perfecte decor om in de middag alvast op een terrasje met een wedstrijd van de Portugezen op de achtergrond (met gruwelijk lekkere tonijntartaar en ceviche) een eerste gevoel van de stad Santiago te krijgen. En die foto's zag je hierboven ook al. Ik moet wat hé, om de tekst te onderbreken. Populair onder backpackers is de stad niet, maar onze eerste indruk is meer dan prima. Allemaal met de hand op de broekzak, op advies van Jesus natuurlijk. Bij terugkomst kijken we nog even heerlijk serie op de bank (dit voelt tijdens reizen als luxe) en wassen we de kleren nog één laatste keer op dit continent.
Een bomvolle dag
Waar de eerste dag gekenmerkt wordt door rustig genieten en thuis eten maken, is dag twee in de Chileense hoofdstad er één waarin we maar weinig van de muren van de hotelkamer te zien krijgen. Althans, dat geldt voor mij. Voor Geertje staat haar laatste les Spaans in de ochtend om tien uur op het programma, wat voor mij betekent dat ik me weer uit de voeten dien te maken. Ik zou Geertje maar eens Spaans zien praten tegen een iPad-scherm…
De koffie en de metro
Niet getreurd, want ik vind op de hoek een koffietentje om de dag op te starten. Het zijn allerminst vroege vogels hoor, die Chilenen, maar in vergelijking met de Argentijnen waar de eerste gordijnen doorgaans pas rond tienen open gaan, mag ik toch wel van ‘vroeg’ spreken als ik om half negen ergens een cappuccino weet te bestellen. Na wat getikt te hebben, buig ik mezelf over het openbaar vervoer van Santiago. We zijn EINDELIJK in een stad met een metro. Ik ben fan van metro’s. Handig, efficiënt en een genot voor de portemonnee. En als ik zo’n puzzelkaart met door elkaar lopende lijnen in verschillende kleuren zie, gaat het zo nu en dan ietwat autistische brein dat ik in m’n bovenkamer huisvest, helemaal aan. Heerlijk! Hoe kom ik van ons thuisstation Irarrázabal het snelst bij Parque O’Higgins? Groen… geel… rood… ik heb het door. Hup, die metro in, want zoals het een paar uur zonder Geertje betaamt, ren ik zo snel ik kan weer een museum binnen.
Maar de metro duurt er heel lang over, ontdek ik. Ligt niet aan de metro, maar puur aan mezelf. Ik loop door het enorme Parque O’Higgins, maar van een museum is nergens sprake. Goh, hier moet toch dat Museo de la Memoria y los Derechos Humanos zijn? Gebouwen zie ik niet. Werklui die aan een of andere muur bezig zijn, zie ik wel. Ik krab nog een keer op m’n achterhoofd en raadpleeg Google Maps nog maar een keer. Parque O’Higgins, Museo… warempel. Ik heb mezelf naar het verkeerde park gestuurd! Met de staart tussen de benen check ik nogmaals in bij de metro. Op naar Quinta Normal, wél het goede station om uit te stappen, deze keer.
De nalatenschap van Pinochet
Ja hoor, top drie museum van de reis. Met gemak. Het is er één met bergen aan informatie, dat dan weer wel, dus ik ben maar wat blij dat ik hier in m’n eentje rondloop en Geertje niet hoef bloot te stellen aan tweeënhalf uur lang infobordjes lezen en vertalen. Maar wat is het dan voor museum? Nou, dit museum vertelt over het Chili tussen 1973 en 1990, ten tijde van dictator Augusto Pinochet. Een van ’s werelds bruutste dictators in die tijd en een pikzwarte bladzijde in de Chileense geschiedenis. Om Chili beter te begrijpen en beter te waarderen, is het begrijpen van de bloedige, intense geschiedenis die nog schrikbarend recent is, een absolute must. En ja, ik ga je kort even vertellen wat er in Chili allemaal aan de hand was veertig jaar geleden.
De staatsgreep
We gaan even terug naar 11 september, 1973. Salvador Allende was aan de macht. Salvador zag het communisme wel zitten, maar we weten intussen allemaal wel dat het communisme niet ’s werelds succesvolste ideologie is. Maar dat maakt niet uit: men was tevreden met Allende en bovendien was de beste man democratisch verkozen. Misschien weet je ook nog wel van eerdere blogs dat flirten met het communisme binnen de Amerika’s evenmin een succesvolle optie is, want grote broer de Verenigde Staten wilde in haar ‘achtertuin’ ten tijde van de Koude Oorlog natuurlijk geen land dat de hamer en de sikkel voerde. En dus kwam er een coup. Een militaire coup, waarschijnlijk deels gefinancierd door de CIA in de Verenigde Staten (googel eens naar ‘Operatie Condor’, bizar fascinerend). Salvador Allende? Dood. Op 11 september 1973 kwam na de coup die slechts één dag duurde, militair generaal Augusto Pinochet aan de macht en begon er in Chili een militaire dictatuur. Het 9/11 van de Koude Oorlog, zullen we maar zeggen.
Het schrikbewind van Augusto
Maak je lijstjes van mafklappers, dan zal je onze Pinochet hoge ogen zien gooien, want het was al meteen duidelijk dat Augusto ze niet allemaal op een rijtje heeft: het parlement werd ontbonden, politieke partijen werden verboden en vrijheden als persvrijheid, oppositie en protestrechten kon je ergens op de bodem van een afgedankte prullenbak terugvinden. En dat was nog maar het begin van de ijzeren vuist waarmee Pinochet Chili besloot te gaan regeren, want hij richtte een dictatuur op die er een sport van maakte om zowat elk bestaand mensenrecht te schenden. Pinochet bepaalde: kunst in alle vormen van poëzie tot muziek en van schilderkunst tot dans werden verboden of als je zelfs ook maar kritiek leverde wanneer de scheiding van Pinochet iets te veel naar rechts zou hangen, zouden er consequenties volgen. Wat voor consequenties? Wat gebeurde er als je werd betrapt? Dan ‘verdween’ je plotseling. Het aantal mensen dat onder het bewind van Pinochet vermoord werd, verbannen werd naar het buitenland of simpelweg plotseling 'verdween', loopt op tot in de tienduizenden. Het is bizar en in dit museum bekruipt een zelfde soort gevoel me als wat ik destijds in Phnom Penh in Cambodja voelde.
De levende herinnering
Want wat dit museum mooi maakt, zijn de persoonlijke verhalen. Daar zit het museum vol mee. Dagboeken, foto’s, verhalen, over mensen die het overleefd hebben, of over mensen die door de door Pinochet ingestelde geheime politie vermoord werden. Vandaag de dag zijn er nog steeds nabestaanden die het lot van één van hun familieleden, vrienden of geliefden niet kennen, geliefden die zijn verdwenen tijdens het bewind van Pinochet. Bizarre kerel, die Augusto Pinochet, maar daarom is dit museum des te meer bijzonder, ook wetende dat een heleboel van de mensen die we hier zien lopen, het schrikbewind van deze malafide gek gewoon heeft meegemaakt.
Winkels en betonreuzen
Tijd voor wat luchtiger zaken. Geertje is na haar les Spaans de wijk Providencia ingetrokken, waar de betonreus Sky Costanera te vinden is. Een gebouwtje die met 300 meter de wolken in Santiago aait – en wolken zijn er genoeg op deze grijze Chileense winterdag. Gewoon even tussendoor: dit is het allerhoogste gebouw van heel Zuid-Amerika! We mogen dan wel al veel gezien hebben in ons leven, dit is de eerste keer dat één van ons een vinkje weet te zetten achter het zien van het hoogste gebouw van een continent! Hoogbouw is in Zuid-Amerika niet zo alomtegenwoordig, dus dat we in Kuala Lumpur een kolos hebben gezien die meer dan twee keer zo hoog is als deze trotse pauw van ramen en beton, maakt dat Geertje alsnog behoorlijk onder de indruk is. Hoge gebouwen zijn gewoon heel indrukwekkend.
En in dat enorme gebouw is een fantastisch winkelcentrum te vinden op de eerste vijf verdieping. Geertje kreeg nog even het megalomane idee om bij de H&M een winterjas aan te schaffen, maar ze is daar toch maar op teruggekomen. Gelukkig maar, want het is nog maar een kwestie van weken voor we in het zonovergoten Nederland terugkeren, dus blijft het bij een warme teddy-trui die op een zomeravond in Nederland ook nog een verrijking voor de outfit kan zijn, maar nu gewoon lekker is om overdag te dragen. Het is wel druk hier. Mierenhoop-druk, weet je wel. En dat Chili het welvarendste land is van de landen die we bezocht hebben, merk je hier ook weer terug. Het is gewoon zo dat wanneer een land toeneemt in welvaart, dat de mensen die er wonen ook individualistischer worden en dus ook soms plat gezegd wat minder aardig. Nou zijn de Chilenen nog steeds een leuk volk, maar de Argentijnen zijn doorgaans net wat spontaner en vrolijker. En die Argentijnen? Die mist Geertje in de mierenhoop van Sky Costanera wel eventjes.
Ik reis na mijn museumbezoek met de metro ook naar Providencia en ben net zo onder de indruk in het bruisende zakendistrict dat zich om die Sky Costanera concentreert als Geertje en ik ben bovendien net op tijd om haar te betrappen op de Nikkei lunch die ze besteld heeft. Waar ik natuurlijk ook van meegeniet. Maar echt, het wordt tijd voor een interventie op Geertjes nikkeiverslaving.
Terug in Albufeira
Snel naar een nieuwe wijk, dus. Gisteren was het Barrio Italia, vandaag wordt het Bellavista waar Geertje zichzelf op een pisco sour trakteert en waar ik een Chileense Austral laat brengen. Ik had je al ooit verteld over de Pisco Food War tussen Chili en Peru, toch? Nou, het spijt Geertje Chili: je Pisco is prima, maar die van Peru is toch echt wat lekkerder. Als Santiago een eigen Mallorca had gehad, dan was Bellavista dat Mallorca geweest. Ik denk dat ik je verder ook geen uitleg meer hoef te geven over wat voor wijk dat Bellavista dan is, maar dat het vooral door kroegjes vormgegeven wordt, moge duidelijk zijn. Uitbater Micheladas die immer haar pand in een groengeel jasje steekt, springt er met vijf afzonderlijke kroegen bovenuit. Het is niet alleen zuipen-ziekenhuis in de uitgaansstraat van Santiago, hoor. Nee, we scoren ook een shotglaasje voor de verzameling en lopen nog een übertoeristische markt aan de voet van stadsheuvel Cerro San Cristóbal over. Multifunctioneel wijkje dit, maar het meest genieten we van de alcohol die we op het terras nuttigen. Soms zijn we ook gewoon simpel, hé.
Vandaag is overigens een bijzondere dag. 24 juni. Kenners? Wat is er vandaag aan de hand? Juist! We vieren vandaag dat we na precies drie jaar verloofd te zijn, nog stééds niet zijn getrouwd! Ter gelegenheid is Geertje degene die vandaag de plasketting om mag en mag bepalen waar we gaan eten om dit te vieren, maar door te vertellen dat die keuze bij Geertje ligt, is de verrassing er ook meteen vanaf denk ik. We eten iets wat een mengsel is tussen Japans en Peruaans. Ra-ra, wat zou het zijn? Eén tip zal ik je geven: het is in ieder geval ongelofelijk, tongstrelend lekker!
Hoogmoed komt voor de val
Er staat nog één avondactiviteit op deze buitengewoon dichtbebouwde woensdag op het programma en daarvoor stappen we op tijd de metro in. We zijn zes maanden in Latijns-Amerika geweest en beroofd zijn we nog nooit. Dat is wel opvallend eigenlijk, hé? Het oh zo gevaarlijke Zuid-Amerika, waar je in het donker naast de ogen in je hoofd ook nog een paar ogen op je rug en voor de zekerheid ook nog maar een paar op je schouders moet hebben om veilig te blijven, toch? Nou, wat ons betreft zal de oplettende toerist die weet hoe hij niet op moet vallen, zich volkomen veilig voelen in alle landen waar wij ook geweest waren. Maar taxichauffeur Jesus predikte onheil een dag eerder: LET OP JE SPULLEN HIER IN SANTIAGO, klonk zijn duistere profetie. En vandaag, op de op één na laatste volledige dag in Latijns-Amerika, word ik voor het eerst het slachtoffer van een poging tot diefstal. Onderweg van metrostation Salvador naar Quinta Normal (hé, dat metrostation kennen we nog) is de metro stervensdruk. Als sardientjes in een blik staan we buik aan rug en rug aan buik. Een klimaat waar de zakkenroller bij gedijt, nietwaar? Inderdaad, want ik waan me veilig met mijn trainingsbroek. Er zitten wat gebruikssporen aan mij zwarte tweepijper van Adidas, maar dat is alleen maar gunstiger: de ritsjes van de broekzakken zijn al wat stroever. Als ik daar m’n portemonnee en m’n telefoon in doe, kan mij niks gebeuren, toch? Dat bleek te kort door de bocht, want de boeven uit Santiago zijn gehaaid. De metro vermindert vaart terwijl het hart van de boef steeds sneller gaat, want wat doet een zakkenroller in de metro? Wachten tot de deur opengaat op een station en dan jezelf heel snel uit de voeten maken. Wanneer de metro stilstaat en ik het geluid van de deuren hoor, voel ik opeens iets bij mijn rechterheup en instinctief maak ik een beweging en voel ik een hand uit de broekzak gaan waarin mijn telefoon zit. Maar… die rits van die broekzak was toch dicht? Gelukkig is ‘zit’ de tegenwoordige tijd, want m’n telefoon zit er nog steeds in diezelfde broekzak. Maar m’n hart klopt wel in m’n keel en bij Geertje (die zei dat ze het zag gebeuren maar besloot om niet in te grijpen) ook: ik was een fractie van een seconde snel genoeg om te beseffen wat er gebeurde waardoor m'n zakken op één haar gerold zouden zijn . De dader wilde ik in de ophef in die drukke metro meteen confronteren, maar doordat de timing logischerwijs gelijkliep met het opengaan van de metrodeuren en dus het massaal verlaten van de metro, heb ik hem nooit gezien. De sluwe vos. Maar vos Niels was vandaag iets sluwer. Blijkt die waarschuwing van Jesus toch nog wel wat voeten in aarde gehad te hebben, maar gelukkig word ik niet twee dagen voor het einde van Latijns-Amerika alsnog beroofd.
You're a wizard, Niels
MET telefoon op zak, lopen we het metrostation uit. We zijn op Quinta Normal, daar waar ik vanochtend ook was voor dat indrukwekkende museum. Wat ik je niet verteld heb, is dat ik die ochtend op dit station nog iets anders zag. Nog iets heel bijzonders. Linksaf sloeg ik bij het uitlopen van de metro om bij het presidentieel paleis en dat museum te komen, maar terwijl ik linksaf sloeg, vingen de rechterhelft van mijn zicht iets op. Op een grote, lelijke witte wand die daar maar tijdelijk staat, stond in grote letters de naam van een fictieve jongeman die me al mijn hele leven een soort warm, fantasierijk onderbuikgevoel weet te geven. Een gevoel dat het leven net wat meer is dan de saaiheid en voorspelbaarheid van het leven van alle dag. Dat er misschien wat meer is. Wat staat daar dan? Nou, dames en heren: op de muur staat in karakteristieke letters de naam Harry Potter geschreven!
Jawel, dames en heren, voor degenen die het niet weten (waaronder ik dus): de Harry Potter Experience is van halverwege april tot begin juli in SANTIAGO!!! Buiten het feit dat ik niet wist dat die Experience nu in Santiago te vinden is, wist ik überhaupt niet wat dit was. Nou, in Santiago is er dus een ‘Verboden Bos’-ervaring (in het Spaans heel swingend El Bosque Prohibido geheten) en is dat park bij Quinta Normal tussen 24 april en 5 juli omgetoverd tot een verboden bos! HEERLIJK. Mij heb je meteen te pakken en gelukkig weet ik Geertje ook mee te krijgen in dat Verboden Bos (Geertje heeft de films ooit verplicht mee moeten kijken, maar uiteindelijk vindt ze lichtjes in het donker in wat voor jasje dan ook altijd de moeite waard) en kijken we samen naar eenhoorns, centaurs en dementors, ontmoet ik eindelijk Aragog, Hagrid en Scheurbek, weten we met toverspreuken paddenstoelen te verlichten, een kist te laten ontploffen en blauwe elfjes te bevriezen (ja, beeld je dat maar eens in) en voer ik zelfs een heus toverstokgevecht met Geertje waarin nota bene ZIJ als de winnaar uit de bus komt! Dat mag de pret natuurlijk niet drukken, want het kind dat niet zo heel diep in mij verborgen zit, heeft de avond van z’n leven gehad. Terwijl de telefoon nog gewoon veilig in de broekzak zit.
De interactieve tegenvaller
Wat wel een tegenvaller is, is het museum van de volgende dag. Waar we overigens BEIDEN heengaan. Jawel, het is me gelukt om Geertje een museum in te sleuren, want het Museo Interactivo Mirador is een interactief wetenschapsmuseum en waar Geertje met de handjes aan de slag kan, is Geertjes brein een stuk alerter. Waar we zin in hadden, was een groot wetenschapsmuseum met allemaal proefjes en spellen die je kunt doen om op speelse wijze wat te leren. En dat krijgen we ook, maar toch valt het museum tegen dat we voorgeschoteld krijgen nabij het metrostation Mirador waar we uitstappen. Wat we niet weten is dat wij niet bepaald de doelgroep zijn van dit museum. Wie de doelgroep wel is? Een Google zoekopdracht naar waarom het op een ogenschijnlijk doodnormale donderdag zo druk is, vertelt ons dat we ons in de eerste week van de tweeweekse winterschoolvakantie bevinden. Het stikt hier van gezinnen en families met kinderen. We kunnen er onze kont niet keren zonder een kleuter tegen de grond te trappen en ieder experiment heeft een rij van vaak vijf kinderen waar wij vrijwel altijd de oudsten zijn. Het Museo Interactivo Mirador lijkt me fantastisch, maar dan wel met je kroost aan je zijde en NIET midden in een schoolvakantie waardoor het lijkt of er zevenentachtig kinderfeestjes tegelijkertijd aan de gang zijn.
We besluiten dus weg te gaan. Het is onze laatste dag in Santiago. Onze laatste dag in Chili. Onze laatste dag in Zuid-Amerika. Onze laatste dag in Latijns-Amerika. Die gaan we toch niet laten verpesten door een mislukt museumbezoek? Nee, onze laatste dag gaan we vullen met de bijzonderste bezienswaardigheden! Met activiteiten die een ode brengen aan het Zuid-Amerikaanse continent! We VIEREN de landen waar we geweest zijn! … …. Toch? De realiteit uit zich in een bliksembezoek aan de winkels onder de immense, machtige Sky Costanera, afgesloten met een paar biertjes en bubbeltjes op een terrasje in de Barrio Italia terwijl we lekker aan het mensenkijken slaan. De ideale manier om met weemoed terug te kijken op de afgelopen maanden. Ook word ik nog even geïnterviewd door een paar dames op het metrostation over hoe ik de metro ervaar. Dat is overigens net zo random als dat het klinkt.
Even terug naar Nederland
In de avond valt er nog wel een activiteit te volbrengen. Op klokslag 19.00 trapt ons vaderland de laatste poulewedstrijd tegen Tunesië af en Flannery’s Beerhouse zal het decor vormen. Via die groepsapp met Nederlanders komen we daar natuurlijk achter. Een groepsapp waar Geertje overigens niet in zit, want Geertje heeft het voor elkaar gekregen om op de zwarte lijst te komen voor ALLE 'Dutchies' groepsapps die er in de hele wereld zijn. Ze nam het voortouw met Koningsdag voor het vormen van een groepsapp, maar dat is haar niet in dank afgenomen. Een ietwat heftige maatregel als je het ons vraagt, maar oké. Goed, terug naar dat Beerhouse. Het mag dan onze laatste dag in Zuid-Amerika zijn: dat we ons die avond bijna weer in Nederland zouden wanen, hadden we ook niet gedacht. Het terras van Flannery’s Beerhouse zit BOMVOL met Nederlanders! Het is ongelofelijk dat we, waar we in de wereld ook gaan, overal Nederlanders vinden. In Santiago zit dat wel iets anders, want een backpackersbestemming met twintigers is Santiago totaal niet. Nee, het zit hier enerzijds vol met studenten (zoals wij vroeger ook naar Paramaribo gingen), maar het gros van het oranje-dragend volk in Flannery’s Beerhouse, is kantoorpikkie die door de baas naar Santiago verbannen is. Overal vijftigjarige mannen die ons eraan herinneren dat Nederlanders in het buitenland bijzonder irritant zijn en dan vooral even doelend op de mannelijke kant van het Nederlandse mensenras. Het is een vermoeiende strijd om de toppositie van de apenrots onder al die her en der verspreide Abrahams en wie het hardst de domste leuzen kan schreeuwen, mag de top van de rots bekleden. En het is ons echt opgevallen dat dit gedrag, dat overschreeuwen en dat stoer gevonden willen door hard te roepen, echt iets is wat alleen maar in de Nederlandse – nog niet eens in de Belgische, puur de Nederlandse – en de Britse cultuur voorkomt. Een pijnlijk reflecterende spiegel laat me zien dat ik ook wel eens ongevraagd idioot dingen ga schreeuwen. Laat ik maar proberen om dat straks in Nederland wat minder te doen, want eigenlijk ben je alleen maar irritant. Gelukkig wordt Tunesië met het grootste gemak van de wereld opzijgezet. En dan is zo’n avond in het oranje, waar we ook nog Melle, de student die ons vergezelde in de Uyuni-tour, eigenlijk alleen maar leuk.
Dan breekt het zonnetje op 26 juni door en schijnt haar licht op het nog slapende Santiago. Het slapende Santiago waar een dag aangebroken is. De dag waarop Geertje en ik de Spaanstalige wereld voor nu gaan verlaten. Ik loop even naar het balkon om te bezinnen. Geertje sluit even later aan. Het uitzicht is prachtig: ik kijk recht naar een grijze, haastig afgemaakte muur van de buren. Het appartement zit maar op twee hoog. Op ieder ander moment zou ik zeggen dat het lelijk is, het uitzicht op die mislukte muur met die saaie, sfeerloze kleur. Maar nu, op dat moment, daar op dat balkonnetje, dringt het besef door dat deze lelijke muur een van de laatste uitzichten is die ik in dit ongelofelijke mooie continent mag gaan zien.
In de taxi hebben we het lege gevoel in onze magen alsof de reis voorbij is. We herinneren ons twee jaar terug, toen we vanaf Singapore naar Perth vlogen. Toen hadden we zin gehad in die enorme verandering. Nu is de reis natuurlijk niet voorbij, maar Zuid-Amerika is wel klaar. En daar waren wij nog niet helemaal klaar voor. Natuurlijk, Nieuw-Zeeland gaat ook weer prachtige dingen geven en het is ongelofelijk dat dit überhaupt nog kan, maar wanneer we om 13.10 op 26 juni het vliegtuig instappen dat ons van Santiago naar overstapstad Sydney gaat brengen, hebben we definitief afscheid genomen van het continent dat het afgelopen halfjaar zo’n speciaal plekje in ons hart verworven heeft. Zuid-Amerika, geen vaarwel, maar tot ziens.
Reactie plaatsen
Reacties