Ja lieve lezers: ik heb er toch maar voor gekozen om de blog van het Titicacameer in tweeën te splitsen. Waarom? We zitten iets langer op ’s werelds hoogst bevaarbare meer vast dan we hadden verwacht. Dan we hadden gehoopt. Flexibiliteit wordt op de proef gesteld, dat is één ding wat zeker is. Waarom we hier even vast zitten, dat lees je straks wel. Maar je kent ons intussen: we maken er altijd het beste van.
Nog een keer het Fiesta de la cruz
De dag na onze hike over het Isla del Sol en de gezellige avond met de Zweeds-Irakese Sandra, pakken we na een mooie zonsopgang en na het ontbijt (of ja, na mijn ontbijt) de boot terug naar het vasteland. Geertje is nog wat langer in dromenland, want we ontdekken dat Geertje toch wel meer last heeft van de hoogte dan ik. Als ze al op tijd in slaap weet te vallen, wordt ze 's nachts kortademig, benauwd en naar zuurstof snakkend wakker. Dat klinkt eng, maar dat kan doodnormaal zijn op hoogtes - ik heb het al duizend keer gezegd, maar de kracht zit 'm in de herhaling: er zit minder zuurstof in de lucht. Hoger dan aan de oever van het Tititcacameer hebben we deze reis nog niet geslapen, dus dat heeft even tijd nodig. We gaan het zien. Het arme kind heeft ook nog eens verzameling blaren, dus naast de - mag ik de koe al bij de horens vatten? - hoogteziekte, zullen ook haar slippers uitkomst moeten bieden.
Terug naar Bolivia: onze eerste dagen in Bolivia hebben – je zag het al aan de vorige blog – al veel verwachtingen overtroffen. De serene natuur, de rust in combinatie met de bedrijvigheid en de mensen zelf zijn bizar behulpzaam, vriendelijk en gastvrij geweest zonder er ook maar een kiezelsteen voor terug te verwachten. Maar we zijn nog niet klaar. We hebben nog twee nachten in Copacabana te spenderen. En voor de eerste overnachting trekken we even het kleine dorpje in - nadat we op de boot als legbatterijen in een kippenhok gestopt worden en er speciaal voor ons een paar plastic stoelen worden gehaald om tóch met de boot mee te kunnen.. En warempel: dat bruisende Fiesta de la Cruz is nog steeds niet voorbij.
We gaan in de middag lekker terrassen als de optocht van twee dagen een weer langs gedenderd komt. Het is een beetje als carnaval: die dansers zien er een stuk gehavender uit dan twee dagen geleden, de gezichten zijn vermoeider en het dansen gaat minder gecontroleerd. Of dat alleen vermoeidheid is of dat dat ook aan die enorme kanonskogels van bierflessen (620 ml, weet je nog?) ligt waarmee de Bolivianen hier over straat zwalken, mag je zelf invullen. De geoliede machine van twee dagen eerder piept en kraakt in elk geval aan alle kanten.
Niels mag meedansen
Natuurlijk gaan we wel even een kijkje nemen en vlak nadat een wat forsere Boliviaanse cholita bijna haar enkels breekt tijdens het dansen, word ik opeens door een willekeurige kerel de menigte ingesleurd. Als z’n tong niet dubbel is, dan issie wel driedubbel, maar de boodschap is duidelijk: ik moet mee in de optocht. Geertje blijft liever in de luwte en weet met haar Boliviaanse lengte aan de zijkant te blijven. Gelukkig is de choreografie van de Boliviaanse dans niet ’s werelds ingewikkeldste (ik ben natuurlijk ook wel carnaval van vorig jaar gewend – if you know, you know) en het kost me maar een paar seconden alvorens ik als een volleerd Boliviaan in de optocht meedans!
Als een kind zo blij ben ik om dat meegemaakt te hebben en ben ik blij, maar het is ook prima wanneer het weer voorbij is. Vanaf dat moment zijn Geertje en ik twee heel interessante bezienswaardigheden voor de Bolivianen geworden. De een na de ander komt op ons af gelopen, vragend waar we heen gaan, wat we van hun land vinden, waar we vandaan komen, of we met ze op de foto willen, wat we van het feest vinden, je kent het wel. Geweldig. Dat de meeste zo zat als een stoet kamelen zijn, doet daar niks aan af. Het heeft ons slechts twee volle dagen gekost om volledig verliefd te worden op de Bolivianen. Dit is een middag om nooit meer te vergeten.
Onze laatste dag in Copacabana starten we rustig op. Ergens aan de rand van het dorp vinden we een lunchcafé gerund door een Ierse en die heeft haar plek uitstekend uit weten te kiezen. Een meter of vijftig hoger dan de rest van het dorp met een fenomenaal uitzicht over het dorp en het Titicacameer. Er zijn mindere uitzichten te bedenken.
In de middag ga ik alleen op pad. Geertje voelt zich vandaag niet zo lekker. Weer diarree, misselijk, hoofdpijn en snel buiten adem. We zitten nu wel op een punt dat ieder beetje misselijkheid en alle uitscheiding in iets minder vaste vorm al meteen de alarmbellen doet laten rinkelen, maar die kopzorgen zal ik jullie besparen: morgen zal het alweer een heel stuk beter gaan en het is gewoon die intense hoogte waar ze last van heeft. Wel moet Geertje iets heel moois gaan missen, want ik trek even van het gebaande pad af en maak een wandeling naar de Islas Flotadas in het naastgelegen dorpje Chañi.
Hidden Gems
Van het gebaande pad af, dus. Als het gaat om plekken vinden in landen die door toeristen nog niet ontdekt zijn en waar je op reissites niks over kunt vinden, kunnen we onszelf wel een welverdiend schouderklopje geven denk ik zo. De vraag van hoe we die plekken vinden, krijgen we namelijk regelmatig, ook van medereizigers. Hoe kom je in godsnaam op plekken als Los Llanos in Colombia? Of Ayacucho in Peru? Nou, de waarheid is dat we er zo nu en dan proberen om een sport te maken van het zoeken naar en het vinden van dit soort plekken. En het is vrij makkelijk. Kijk gewoon eens op niet Nederlandse sites. Ayacucho bijvoorbeeld: gebruik de Peruaanse Google (of de Google van het land waar je bent) en er openen nieuwe deurtjes die er eerder nog niet waren. Of in dit geval, wanneer je wel op een locatie bent waar toerisme een belangrijke factor is van de plaatselijke economie: struin de kaart van Google Maps eens af en tik eens wat plaatsen aan waar je op sites niet over gelezen hebt. Op die manier, jongens en meisjes, beland je op leuke, bijzondere plekken waarvan 99% van de andere reizigers en vakantiegangers nog nooit gehoord heeft. Het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn.
De wandeling naar Chañi
Geertje haalt wat drinken, veel water en gaat lekker op bed liggen om uit te zieken en ik trek de wandelschoenen aan en loop naar Chañi. Zoals je weet, heb ik Chañi gevonden via Google Maps. We zijn in Zuid-Amerika, dus altijd even navragen of de wandeling erheen veilig te bewandelen is en er niet een of andere drugskartelgast je uit de bosjes bespringt, maar negen van de tien keer (waarschijnlijk vaker, maar 9,8 van de tien keer staat ook zo lelijk) is het antwoord ja. Dus ga ik op pad. Het is een korte wandeling van 5,5 kilometer en gelukkig ook een makkelijke wandeling. Ik loop Copacabana uit en voor me strekt zich een weids boerenland uit. De wandeling is vlak, maar wel mooi. Het prachtige, serene Titicacameer heb ik immer aan mijn zijde en op de boerderijen is de lokale bevolking hard aan het werk op het land. Hier en daar krijg ik nieuwsgierige blikken toegeworpen en kleine kindjes roepen me enthousiast een goeiedag toe vanuit de ramen van hun huisjes. Het leven gaat hier in slow-motion.
Drijvende kinderarbeid
Als ik Chañi nader, moet ik een stukje klimmen. Geen probleem, want we (Geertje heeft er nu uiteraard geen profijt van) zijn intussen al ervaren hikers en het uitzicht wordt er exponentieel beter op. Het gigantische Titicacameer strekt zich als een zee uit tot voorbij de horizon en 80 meter onder me doemt het pittoreske Chañi al op maar haar drijvende terrasjes. Ja, je hebt nu de optelsom één en één is twee kunnen maken: de Islas Flotadas waar ik eerder over sprak zijn rieten terrassen die drijven op het water van het Titicacameer.
Ik zigzag tussen wat huizen en weilanden door alvorens ik eindelijk een trapje naar beneden vind en eenmaal daar is de keuze reuze. Chañi kent een stuk of zes verschillende terrasjes en ik kies er een uit die het dichtstbij de trap is die ik heb gebruikt om af te dalen. De keuze om hierheen te wandelen is er een waar ik geen spijt van krijg: het woord ‘idyllisch’ is voor plekjes als deze uitgevonden.
Achter de bar zitten twee kinderen, een jongen en een meisje, met een leeftijd waarop ze net de tafel van zes hebben geleerd. Moet ik hier m’n Huari bestellen? Nou ja, dat probeer ik dan maar. “Un Huari, por favor,” klinkt het. Als een volleerde barman springt het jochie van nog geen zeven overeind, trekt zo’n Huari van 620 milliliter uit de krat en maakt ‘m behendig voor me open. “Veinticinco Bolivianos, por favor.” Ik geef ‘m er dertig en hij loopt even weg om wisselgeld te halen. Aan alcohol schenken zit in Bolivia geen leeftijd verbonden, is mijn vluchtige conclusie.
Veinticinco is vijfentwintig, overigens, en de Boliviano is de Boliviaanse valuta (ja, echt). 25 Bolivianos is drie euro. Drie euro voor een enkeltje aangeschotenheid, want nogmaals: 620 milliliter per fles hiero. Bolivia maakt de verwachting van het goedkoopste land van onze wereldreis tot nu toe meer dan waar. Met m’n kolos van een pilsje installeer ik me op het rieten terras. Geen westerling te bekennen. Enkel een paar Bolivianen die van de middagzon aan het genieten zijn. Net als ik. Wat is het hier mooi en wat is het hier rustig. Gelukkig heb ik de tijd en kan ik met volle teugen genieten van die enorme fles pils in m’n handen. Bier drinken op het Titicacameer. Niet aan, maar OP het Titicacameer. Hoe vet!
Op de terugweg beklim ik voor 2 Bolivianos nog even een rots voor een mooi panoramisch uitzicht over het meer en dan is het tijd om terug te gaan. Eenmaal thuis heeft de rust Geertje goed gedaan. Hoewel ze baalde, was uitrusten in dit geval de beste oplossing, want de contouren van het toilet kan ze intussen tot in detail beschrijven. Het is echt de hoogteziekte. De batterij is nog niet voor 100% opgeladen, maar het gaat weer de goede kant op. Je kunt je dus ook gewoon niet lekker voelen zonder meteen geïnfecteerd te zijn met Salmonella of een of andere gare parasiet. Belangrijk om daar even aan herinnerd te worden. Even het dorp in en lekker eten, dus.
Boliviaans hobbyen
Na een goede nachtrust ben ik een nog fittere Geertje rijker. Ze geniet eerst nog even van het uitzicht vanaf ons hostel en na een koffietje zetten we koers naar het vervoersbedrijf aan het pleintje in het dorp vanwaar de bus vertrekt die ons naar een van de hoofdsteden (ja, hoe zit dat dan precies!?) La Paz moet brengen. Maar dan begint de ellende: onze bus rijdt niet.
Als er één land is dat je niet moet bezoeken als je alles van tevoren wilt uitstippelen, dan is het Bolivia wel. Waarom? Wegen blokkeren is in Bolivia een nationale sport. Ergens ontevreden over? Blokkeer de weg. Is er iets te duur? Blokkeer de weg. Laat de buurman een iets te erg stinkende scheet? Blokkeer de weg. Vandaag is het vijf mei. Bevrijdingsdag voor ons Nederlanders, maar voor de Nederlander in Bolivia is dat stukje vrijheid even ver te zoeken, want wegen worden geblokkeerd alsof de wegen een open dag georganiseerd hebben. We zullen hiernaast/hieronder even een kaartje toevoegen. Op dat kaartje is ieder blauw icoontje met een witte hand een wegblokkade vandaag. Waar wij zitten? Aan de linkerkant bij de grens, ongeveer halverwege van boven naar beneden bij dat grote meer (het Titicacameer, dus) dat je aan de rand ziet. De weg naar La Paz? Die is niet te berijden vandaag. Ik denk dat alle leden van Extinction Rebellion ooit een keer in Bolivia zijn geweest om hier inspiratie op te doen. Dit hele land zit vast vandaag.
Wegen blokkeren is dus een populair tijdverdrijf in Bolivia, maar vandaag is het wel heel erg extreem. Het heeft iets te maken met schaarse benzine weten we links en rechts op te vangen, maar hoe de vork precies in de steel steekt, weten we niet. Het vervoersbedrijf zegt dat we met hetzelfde kaartje, morgen weer verder kunnen reizen. Er zit niks anders op dan nog een nachtje bijboeken.
Dus wat gaan we doen? We gaan maar ergens bier drinken en voetbal kijken. Kijk, als het Fiesta de la Cruz hier niet plaatsvindt en je niet op dat magische eiland Isla del Sol bivakkeert, is Copacabana opeens niet zo’n bijzonder plaatsje meer. Het is er niet zo heel mooi en er is ook niet zo heel veel te doen. Dan kun je beter in het Braziliaanse Copacabana zitten. Gelukkig heb je intussen wel door dat bier hier per ton over de toonbank gaat, dus als we er een bestellen, zijn we al gauw weer een uurtje verder, dus dat is de middagplanning, blogs bijwerken en plannen maken/regelen/oriënteren voor als we naar La Paz kunnen gaan. Geertje is voornemens Spaanse lessen te volgen en ik wil die Huayna Potosi van 6088 meter beklimmen.
Het bruisende stadscentrum van metropool Copacabana
We maken voordat we bij de bus aankwamen nog een wandelingetje. Ik zei al, het dorp stelt niet zo veel voor. Er zijn wat control-c-control-v-winkeltjes die we al miljoenen hebben gezien en dat Bolivia ook het armste land is van de landen die we bezoeken, is op straat ook zichtbaar. Slechte wegen, afgetakelde gebouwen; je kent het wel. Wel lopen we nog even over een leuk marktje en moeten we toegeven dat de kerk op het centrale plein wel een heel erg mooie is en dat de bijzondere bomen ons als twee (ex-)hoveniers wel heel erg weten te bekoren. Allemaal erg mooi! Maar ja, als we ’s avonds gaan eten en Geertje een pasta met kip en ik een chicharrón (de Peruanen maken de chicharrón vele malen beter), is de conclusie dat we liever naar La Paz gereden waren vandaag, een makkelijke om te trekken.
De wegblokkades blijven bestaan
Eén dag later besluiten we eens te meer om wat informatie in te winnen bij de vervoersmaatschappijen, maar het oordeel vandaag is snel geveld: de bussen naar La Paz vertrekken niet. Weer niet. Misschien vanavond, ontdekken we wanneer we in de chaos van gestreste backpackers (wij blijven uiteraard weer de rust zelve, maar blijkbaar is niet iedere reiziger de kunst van flexibiliteit toebedeeld) de Groningse Nathan en Britt ontmoeten, waar Geertje via de Nederlanders-groepsapp al in contact mee was gekomen. De wegblokkades richting de Boliviaanse hoofdstad zijn toegenomen en er wordt hevig gediscussieerd tussen de overheid en de bevolking. Vanavond nog maar een keer terug.
Voordeel van die extra dagen Copacabana – waar je een kanon kan afschieten en niemand ervan wakker schrikt – is wel dat we een heerlijk lunchtentje vinden waar een tweejarig jochie die ik met het huiswerk van z’n broer help stug blijft beweren dat-ie vier jaar is (lees dat nog maar een paar keer goed na om het te begrijpen) en dat we die middag stranden met een stel knallers van een Huari’s met Bayern München tegen PSG op de tv. Die had ik anders moeten missen. Dat de tweede helft van het tweeluik niet kon tippen aan de eerste (en dat ik de handsregels van voetbal na vandaag totaal niet meer begrijp), mag de pret niet drukken. Zes gooien lukt niet altijd.
In de avond lopen we Nathan en Britt weer tegen het lijf en komen we ook met Julius en Dagmar in contact. Het is een chaos van jewelste op het Plaza Sucre waar de vervoersmaatschappijen zich huisvesten. Er zijn meer backpacks en rolkoffers dan Bolivianen en geen man weet waar die aan toe is. De vervoersmaatschappijen zelf overigens ook niet, want dat Zuid-Amerikaanse politiek een kruitvat is omringt door duizenden kaarsen, is de afgelopen dagen wel gebleken. Nog geen halve week terug waren de straten vol met dansende Bolivianen en was het hosanna en lang leve de lol, een paar nachtjes slapen en het land wordt op z’n kop gezet. En wat blijkt: de onderhandelingen hebben niet zo veel uitgericht vandaag. De fucking president besloot wat afgevaardigden te sturen omdat-ie zelf geen zin had om met de vakbonden te praten. Nou, als je een ontevreden menigte nog bozer wil maken, dan heeft meneer de president dat op deze manier perfect voor elkaar gekregen!
Een taxi naar de hoofdstad?
’s Avonds geen bussen dus. Wel staan er een hoop taxibusjes op het Plaza Sucre die voor een flinke mep wel willen proberen om de roadblocks te trotseren. Met z’n zessen besluiten we toch maar een poging te wagen, we staan immers al uren te wachten en besluiten om 17:00 samen een taxi te regelen. We eten sandwiches als avondeten, maar die zijn Geertje te machtig dus vindt ze een hondje om de hare mee te delen en we maken met z'n zessen een plan. Julius en ik trekken een taxichauffeur aan de haren die ons voor 1500 Boliviano’s naar La Paz wil brengen. Da’s bijna 200 euro, maar als we dat bedrag door zessen delen dan is het de moeite waard. Als een puber die de hele klas opruit om te gaan spijbelen en dan zelf op het laatste moment toch wél naar de les gaat, besluit ik na het sluiten van de deal toch uit ons pact te stappen. Mijn onderbuikgevoel zegt dat het niet oké is om te gaan en Nathan is het met me eens. Ik bedoel: de vervoersmaatschappijen achten het niet veilig genoeg, dus waarom zouden we dan met de eerste de beste beunhaas op dat plein in zee gaan? We krijgen Geertje en Britt mee in ons onderbuikgevoel en waar Dagmar wat twijfels vertoont, heeft Julius z’n vizier als een havik op La Paz gericht. Waarom precies, weten we niet, maar hij moet en zal gaan. Goed als we zijn helpen we ‘m nog wel met het fixen van een groepje. Julius en Dagmar naar La Paz, wij blijven met z’n vieren nog in het slaperige Cabanaconde, waar Geertje een slaperig maar schattig hostel gevonden heeft in de straat van de busmaatschappij. Het plan? Dat hebben we nog niet, maar dat er vanavond bier gedronken gaat worden staat buiten kijf.
Een herhaling van zetten
Dag zeven in Copacabana. De bussen rijden vandaag nog steeds niet want de onderhandelingen verlopen in het tempo van een sprintende schildpad. We ontbijten met z’n vieren (uiteindelijk Geertjes enige maaltijd van de dag), wachten geduldig op updates en we worden verblijd: de kans bestaat dat er vanavond minivans richting La Paz ingezet gaan worden! Bovendien hebben Julius en Dagmar (Geertje onderhield contact met Dagmar) ondanks de wegblokkades La Paz relatief eenvoudig bereikt! Hoopvolle berichten! Gretig schrijven we onze namen op de lijst voor de bus van vanavond en als de busmaatschappij besluit te gaan rijden, zijn we van een plekje verzekerd, want we staan met z’n vieren bovenaan de lijst.
Wel gaan die bussen pas in de avond en is het pas vroeg in de morgen. Het is een grote brok aan onzekerheid en onduidelijkheid hier over de in en rondom La Paz, maar we hebben intussen wel wat meer informatie over de aard van de protesten die gaande zijn. Net zoals overal in de wereld zijn er benzinetekorten, met dank aan de Trumps queeste voor aandacht. Bolivia is wel arm. Armer dan de meeste Zuid-Amerikaanse landen en al helemaal een stuk armer dan Nederland. Benzinetekort is hier dus een nog veel groter probleem. Gelukkig heeft de overheid een oplossing bedacht en dat die oplossing één van de domste oplossingen is die je je maar kunt bedenken, maakt dan even niet uit. Wat ze hebben gedaan? Water toevoegen aan de benzine. WATER TOEVOEGEN AAN DE BENZINE. Het gevolg? Iedere autogarage in Bolivia moet overuren draaien want die auto’s zijn natuurlijk allesbehalve blij met een flesje Chaudfontaine bij de benzine. De Bolivianen zijn er klaar mee en wel precies op het moment dat wij in Bolivia arriveren.
Als klap op de vuurpijl is Geertjes maag-darmkanaal vandaag nog altijd een beetje van streek. Geen verdere ziekte of iets dergelijks, maar gewoon, iets wat er zo af en toe bij hoort, zeker met die hoogtes. Gelukkig heeft dat geen invloed op haar alcoholtolerantie en spenderen we de middag lekker op een terras, uitkijkend over het Titicacameer. Niet alleen, maar onze nieuwe vrienden Nathan en Britt vergezellen ons de hele middag op dat dakterras. Het klikt als vier legoblokjes en de middag vliegt voorbij. We mogen dan wel gevangen zitten in een politiek web vol problemen, de warme zon op de huid, de lekkere Huari’s, Paceña’s en Corona’s en een heleboel gelach en gezelligheid doet het ongemak van het moment even vergeten.
Rond half zes lopen we maar weer terug naar de busmaatschappij om te kijken of de bussen vanavond naar La Paz gaan rijden en dan krijgen we goed nieuws en slecht nieuws. Eerst het goede nieuws? Of eerst het slechte nieuws? Oké, eerst het goede nieuws. Er wordt een minivan voor veertien personen ingezet die vanavond om 8 uur naar La Paz vertrekt! De busmaatschappijen durven het aan! En daar willen wij in, want de keuze van een busmaatschappij vertrouwen we meer dan de beunhazen die – ongetwijfeld met de beste bedoelingen – op het plein alleen maar dollartekens zien, omdat ze tenslotte met één ritje op en neer een half maandloon binnen kunnen harken. Maar daar zit ook het slechte nieuws: wij zitten niet in de minivan! Dat lijstje dat ons vanochtend nog verzekerde van een plek is ergens bij het oud papier beland of zo, want er wordt een nieuwe lijst gemaakt. Zitten we dan wéér een nacht in Copacabana?
Wel? Niet? Wel??? Niet??????
Het is enorm frustrerend. Vanochtend waren we met z’n vieren al voor openingstijd om ons te melden en nu zitten we niet eens in de bus. Ergens is het ook wel te begrijpen: rondom het Plaza Sucre is het een chaos van jewelste met backpackers die niet weten waar ze aan toe zijn (waarvan de helft een beschamend kort lontje heeft) en Bolivianen die ook willen weten waar ze aan toe zijn. En er zijn maar veertien plekken in die minivan. Als we verhaal gaan halen is er gelukkig een Fransman die met zijn vrouw en drie dochters op vakantie is en morgenvroeg een vlucht vanuit La Paz naar Parijs moet halen. Met negen man lukt het ons om tot ons genoegen nog een minivan te regelen, waar we uiteindelijk met een man of vijftien in zullen zitten. Het lot bepaalt dat we wél mee mogen. Op naar La Paz dus!
Voordat de minivan net na achten vertrekt, krijgen we nog een briefing. Normaliter is het wat minder dan 4 uur naar La Paz, maar door de blokkades mogen we op het dubbele rekenen. Op een kwart van de route steken we met de bus een pondje over. Als we een blokkade tegenkomen waarbij de lokale bevolking verwacht dat we betalen, dan moeten we betalen zonder veel vragen te stellen. En dan volgt de geruststelling: de Boliviaanse bevolking is – terecht – furieus op de overheid, maar er heerst veel respect voor buitenlanders en toeristen. Voor de chauffeur zal de route gevaarlijker zijn dan voor ons. Wat er vanavond en vannacht ook zal gaan gebeuren: een avontuur wordt het zeker. Wij doen de stoelriemen dus vast en doen jullie dat ook maar: dit wordt een achtbaanrit om nooit meer te vergeten.
Het hart in de keel
We vertrekken met de twee bussen en na veertig minuten volgt de eerste blokkade en dat is me er al eentje. We sluiten aan achter een kolonne van vrachtwagens. Onze chauffeur stapt uit en loopt richting de blokkade om te onderhandelen over het doorlaten van ons busje. De motoren van de minivan gaan uit en daar zitten we. Met vijftien man (er zit nog een Frans stel bij, een wat ouder, aimabel Australisch koppel en een Duits duo dat gedurende de hele rit op mute staat) zitten we in een enorm krappe minivan. Buiten is het aardedonker en binnen zie je dus ook geen hand voor ogen. Er hangt een gespannen, maar nooit een angstige sfeer. Op een gegeven moment, na zo’n drie kwartier wachten en stilzitten, besluiten we de deur maar te openen en toch even buiten een kijkje te wagen. Ik ben niet écht claustrofobisch, maar kleine ruimtes zijn allesbehalve mijn favoriete plekken en als zo’n bus in het pikkedonker compleet stil staat, merk ik dat ik op een gegeven moment mezelf rustig moet proberen te houden. Niet vanwege de wegblokkades, maar vanwege de krapte van die minivan, die door het donker en de niet draaiende motor om de een of andere reden alleen maar krapper wordt. Geen slechte keuze om even naar buiten te gaan, overigens. Te midden van een onvoorspelbare, chaotische situatie, worden we getrakteerd op een kraakheldere Melkweg die misschien wel mooier is dan de sterrenhemel die we in de Tatacoa-woestijn voorgeschoteld kregen. Ook in onzekerheid is genieten van de kleine dingen immens belangrijk.
Anderhalf uur staan we stil wanneer de chauffeur eindelijk terugkomt met de boodschap dat we erdoor mogen. De vrachtwagens niet: die moeten blijven staan. Luid applaus voor meneer de chauffeur en we racen naar de pond en voor we het nauwste stuk van het Titicacameer met het pondje oversteken, komen we nog één blokkade tegen. Die komen we vrij simpel door en de hoop La Paz te bereiken, wordt steeds groter. Geertje vindt het wel spannend, maar gelukkig fungeert mijn hand als haar stressbal.
Maar zo’n blokkade: hoe ziet zoiets er nou uit? Nou, gezien het feit dat wegen blokkeren het favoriete tijdverdrijf van de Bolivianen is bij onvrede, kun je je klok erop gelijk zetten dat ze daar behoorlijk wat variatie in weten te vinden. De eerste blokkade was een druk bemande: auto’s stonden kriskras op straat geparkeerd, er was een hoop volk op straat en een paar kampvuren van hout of in brand gestoken autobanden geven de Bolivianen wat warmte in de ijskoude nachten hier op bijna 4000 meter hoogte. De tweede blokkade was wat rustiger: een man of vijf hebben een paar omgehakte bomen op straat gegooid en er ligt ook een geïmproviseerde muur van stenen en een spijkermat. Na het pondje zijn er ook nog stukken van een paar honderd meter bezaaid met stenen die de chauffeur dan maar even opzij probeert te leggen, waarna we behendig met ons busje door een mijnenveld van stenen en rotsen navigeren. Op drie plekken is er zelfs een betonnen rijbaanscheiding kapotgetrokken en liggen er dus betonnen muren die de volledige weg blokkeren waardoor we veroordeeld zijn tot rijden door de berm en soms zelfs tot spookrijden.
En dan de menselijke, druk bemande blokkades. De meeste vallen mee en mensen zijn voornamelijk gemoedelijk. Het lijkt af en toe wel op een of ander illegaal straatfestivalletje waar de lokale gemeenschap bij elkaar komt. Er staan kampvuurtjes, mensen zijn aan het zingen en de kratjes bier stapelen zich naast elkaar op. Gezichten staan vriendelijk en hoewel er vaak intimiderend met zaklampen naar binnen geschenen wordt, vind ik het, in tegenstelling tot Geertje, nooit echt eng worden. Het is soms bijna carnavalesk te noemen. Het scheelt ook dat wij ergens achterin de bus zitten, waar bijvoorbeeld Nathan bij de deur zit en vol in het licht komt te staan iedere keer wanneer die deur wordt opengetrokken. Helemaal gerust worden we er dus nooit op: het is intussen al twaalf uur ’s nachts geweest, en de kratjes alcohol wijzen op mensen die gedronken hebben en we weten maar al tegoed: alcohol maakt de mens een stuk minder voorspelbaar. Op een gegeven moment wordt het een beetje grimmig. Bij een blokkade, de drukst bemande van de hele nacht, moet de chauffeur naar buiten, wordt-ie door een groep opgetild en als een baby denigrerend op z’n achterste geslagen en klimt er iemand op het busje waar onze backpacks liggen. Doen niks, gewoon intimideren. Eén man trekt de schuifdeur open en begint naar binnen te schijnen. “Buenas noches. GRINGO’S!” wordt er geschreeuwd en de rest van de meute buiten begint hard te lachen en mee te schreeuwen. Even voelt het alsof je aan het spit een kannibalendorp in wordt gedragen en de inwoners watertandend beginnen te juichen. De bus blijft stil, maar alleen Geertje besluit in een impuls de man ook een goedenavond in het Spaans toe te roepen in een verder muisstille bus. NIKS ZEGGEN EN GEEN CONTACT ZOEKEN, GEERTJE! Gelukkig maakt haar impulsieve uitspatting niks uit, want we mogen even later ook weer door. Ik verwachtte dat ook: de gezichten van de protesteerders spreken van boekdelen. Deze blokkade was gewoon wat bangmakerij, maar uit veel bleek dat ook de mensen van deze blokkade er op een soort jolige manier maar het beste van proberen te maken.
Maar dan gaat het mis. We zijn op ongeveer een uur rijden van La Paz als we moeten stoppen bij blokkade nummer twaalf van vannacht. De klok geeft intussen half twee ’s nachts aan. Waar de gezichten van vorige protesteerders nog gemoedelijk waren, zijn de ogen van deze lui groot en staan de gezichten ernstig. Agressief bijna, bedenk ik me. Mensen hebben gereedschappen vast en in de verte zie ik mannen hun zakken vullen met stenen. Dat onderbuikgevoel van gisteren begint weer op te spelen: dit voelt niet goed. En dan gaat het snel. Eén kornuit met een bijzonder agressieve kop sprint naar het linkerachterwiel haalt met iets in z’n handen uit naar de band en een knarsend geluid volgt en met de reactie van een topkeeper gooit onze chauffeur de van in de achteruit, draait om en maakt dat we wegkomen en rijdt naar de andere weghelft. We zijn door het oog van de naald gekropen, want de poging om onze achterband lek te steken te midden van een agressieve, waarschijnlijk dronken menigte van zeer ontevreden Bolivianen, is mislukt. Die gek raakte slechts de velg. Die opluchting maakt al meteen plaats voor angst en bezorgdheid: de andere van komt er niet zonder kleerscheuren vanaf: twee banden zijn opengescheurd. En als zij vast staan, dan staan wij midden in de nacht ergens in de middle of nowhere óók vast.
Hachelijke minuten verstrijken. In het wegrijden worden we getrakteerd op een regen aan stenen en rotsen die tegen de van gegooid worden. De andere minivan weet op twee lekke banden ook enigszins weg te komen en waar wij blijven zitten in de van, gaat onze chauffeur naar buiten, het hol van de leeuw in. Onduidelijkheid. Onzekerheid. We zitten in het donker, langs de weg, in die van. Onze compagnon heeft twee lekke banden en wat de komende uren gaat brengen, weet niemand. Een paar honderd meter verder klinkt enkel geschreeuw en gejoel van een ontevreden, aangeschoten menigte. Aan de andere kant van de weg staan twee trucks waarop die agressievelingen klimmen en ons busje in de gaten houden, maar de chauffeur, die intussen een beetje tot onze beschermengel verheven is, is bij die andere van. De jongste dochter van het Franse gezin begint te huilen en haar moeder probeert haar tevergeefs te troosten. En letterlijk IEDEREEN in de bus moet plassen. Godverdegodver.
Voorin zitten de Australiërs. Die mogen eerst de blazen legen. Dat gaat goed. Eén voor één is het plan. Nathan, die bij de schuifdeur zit, opent de deur. En dan komt de frustratie. Britt en ik roepen het ter verduidelijking nog: “let’s go one by one, that seems a lot safer”, buiten het zicht van al die gekken. Maar Frankrijk is weer zo onuitstaanbaar als de vooroordelen die we over ze hebben. Britt gaat als eerste naar buiten, maar compleet tegen de afspraak in dendert de Franse familie – die helemaal achteraan in de van zit – als een vijftal olifanten door de minivan heen. Opeens staan ze met vijf tegelijk met de broek uit in de berm. Gejoel en geschreeuw klinkt nog steeds in de verte. We kunnen de koppen van die lui wel van hun strot draaien. We zitten ALLEMAAL met een bomvolle blaas, stelletje idioten!
Gelukkig komt dat goed, want als er een paar protesteerders traag langs ons busje loopt, zitten we allemaal weer muisstil binnen. Intussen heeft de chauffeur de reserveband van ons busje gepakt en gebruikt hij die, samen met de reserveband van het andere busje, om de banden van de van te vervangen. We hebben enorm veel geluk gehad dat die poging om onze band lek te steken, mislukte. Met drie lekke banden, kun je de logische som maken dat we aan twee reservebanden niet genoeg hadden gehad. Het is half twee ’s nachts inmiddels en dan hadden we écht een groot probleem gehad.
Na een onzekere drie kwartier in de van komt de chauffeur terug met slecht nieuws. We mogen er niet langs. Alleen de toeristen mogen verder, maar dan met de benenwagen. De twee trucks volgeladen met die met gereedschap bewapende hooligans zijn vertrokken. Niet in de richting van Copacabana, maar in de richting van La Paz, bij de volgende wegblokkade. Het lijkt ons dan ook totaal géén logisch idee om midden in de nacht, met vijftien kilo op de rug én nog een daypack, midden in de nacht door een chaotisch Bolivia te lopen. Het is een halfuur lopen tot de volgende blokkade, zegt de chauffeur. En een halfuur na die blokkade tot het eerstvolgende dorp. Misschien kun je daar wel een taxi regelen, zegt-ie. Amehoela. Dan ben je daar rond half vier ’s nachts. In een dorp waar je niemand kent, met je spierwitte gezicht terwijl er gewapende kapers op de kust zijn. Dat ‘respect voor buitenlanders en toeristen’ geloven we prima, maar het lijkt me een oerdomme gok om te wagen. Toch?
Niet voor iedereen. Wij besluiten met z’n vieren terug te gaan naar Copacabana. Deze gok gaat ons véél te ver. Dat oudere Australische koppel gaat met ons mee. De Duitsers wiens stemgeluid we nog steeds niet kennen, ook. Dat jonge Franse stel? Zij wagen de gok. En de Franse familie? Met drie kinderen waarvan de jongste in doodsangst de bus bij elkaar aan het janken was? DIE GAAN LOPEN! Echt waar, m’n klomp breekt. Ze hebben een vlucht naar huis in La Paz om half negen in de ochtend (ze hebben het geluk van anderhalf uur vertraging). Maar echt, fuck die vlucht dan toch? Je neemt toch niet JE KINDEREN midden in de nacht mee door een land dat geteisterd wordt door intense protesten? Terwijl je net een groep agressievelingen bent tegengekomen die je bus hebben proberen lek te steken en die je met stenen hebben bekogeld? Dan boek je toch die godvergeten vlucht om? Dat geld is toch niet belangrijker dan je veiligheid, en al helemaal niet belangrijker dan de veiligheid van je kinderen!? Blijkbaar wel. Geertjes pogingen om op die man in te praten, zijn tevergeefs. We hebben het te doen met die kinderen, maar het respect voor die ouders is met een enkeltje naar de maan vertrokken.
Wij gaan terug. We hebben het geprobeerd, maar La Paz zit er niet in voor ons. Misschien zit Bolivia er zelfs niet in voor ons, maar we zijn moe. Te moe om daarover nu al een goede beslissing te maken. De terugweg is een stuk makkelijker gebleken. De mensen bij de blokkades herkennen ons nog en omdat we La Paz niet hebben gehaald, hebben de protesteerders deze ronde gewonnen. Doorgang krijgen op de terugweg blijkt dus vele malen makkelijker. Om half vier ’s nachts staan we bij het pondje in een rustig, vredig Tiquina. Gelukkig is het rustig en vredig, niet alleen zodat we even naar buiten kunnen en niet over onze schouders hoeven kijken, maar ook omdat het midden in de nacht is en het pondje pas vanaf vijf uur ’s nachts weer bemand wordt. Als we om kwart over zes na meer dan 10 uur nutteloos reizen weer terug zijn in Copacabana, waar de dag nog niet is aangebroken, zijn we op, gesloopt. Wanneer hier en daar een deur opengaat vlak voor zevenen, pakken we onze nachtrust maar iets verlaat op bij het hostel waar we een dag eerder ook zaten. Ik denk aan Guus Meeuwis. Dit is een nacht die je normaal alleen in films ziet.
Een pijnlijk vaarwel
Met een iets helderdere kijk worden we wakker op dag acht in Bolivia. Nog stééds in Copacabana. En met die iets helderdere kijk op de situatie, nemen we met z’n vieren de enige keuze die logisch lijkt: we gaan terug naar Peru en zeggen gedag tegen Bolivia. De busmaatschappijen verwachten dat de grenzen zondag (het is nu vrijdag) gesloten moeten gaan worden. You win some and you loose some. We balen enorm omdat we zó onwijs naar Bolivia hadden uitgekeken, maar weggaan lijkt de enige keuze die we hebben. In La Paz geraken we niet. En als we er al zouden geraken, dan zit je daar weer vast. In La Paz zitten de meeste overheidsinstanties, dus de grootste problemen concentreren zich vooral op de wegen in en uit La Paz en in de uithoek die Copacabana is, leiden de enige twee wegen naar La Paz en naar de grens met Peru. De situatie is onvoorspelbaar en het kan ook zomaar opgelost zijn, maar hier blijven gaat ons sowieso windeieren laten leggen.
De informatie die we krijgen moeten we sowieso lokaal inwinnen. We hebben ook contact gezocht met de Peruaanse ambassade in Peru (Bolivia heeft geen Nederlandse ambassade, dus voor Boliviaanse problematiek moet je contact opnemen met de Peruaanse), maar die informatievoorziening is lachwekkend, beschamend abominabel. Ik vraag om advies omdat het lokale nieuws 266 verschillende verhalen kent en het reisadvies online nog steeds keurig geel is en als antwoord krijg ik dat ik naar de locals moet luisteren en dat er een geel reisadvies is. DAT ZEG IK NET. Bij Nathan en Britt gaat het nog een tandje verder: ze krijgen tot drie keer toe informatie over het Braziliaanse reisadvies terwijl ze continu aangeven dat ze advies willen over de route van Copacabana naar La Paz. LA PAZ. DE HOOFDSTAD VAN BOLIVIA. Hoe krijg je Brazilië niet een, niet twee, maar drie keer in je botte kop!? Serieus: je naam foutloos spellen moet bij de sollicitatie genoeg zijn geweest om een baan toegewezen te krijgen.
Relativeren kun je leren
Britt en Nathan hebben ook een vlucht vanaf La Paz die ze hadden willen redden, maar in tegenstelling tot die idiote Franse ouders (hoe het daarmee gaat? Geen idee), hebben zij wél besloten dat geld maar geld is als je veiligheid op het spel staat. Zij gaan vliegen via Cusco in Peru. Wij hebben ook al voorzichtig een nieuw plan gemaakt, maar verder dan het terugreizen naar Puno in Peru ga ik je nog even niks vertellen. Het staat in ieder geval buiten kijf dat we weggaan en voor nu ons verlies nemen. Dat betekent niet dat de Peruaanse busmaatschappijen hetzelfde denken, overigens: wanneer we eind van de ochtend allemaal wakker zijn en bij Mambo (stamcafé intussen) aan de koffie zitten, komt er weer een volle bus toeristen vanuit Puno, Peru Copacabana binnen gereden. We zijn ontsteld. Hoe kan het zo zijn dat er IEDERE DAG weer een volle bus toeristen arriveert in een plek waar de enige weg de terugweg is? Als lokale tourgidsen banen we ons maar een weg naar de onwetende uitstappende toeristen en gelukkig weten we er een aantal mee te krijgen die dezelfde dag nog in de bus stappen, terug met ons naar Puno.
Voordat we dat doen, spenderen we met z’n vieren nog wat tijd op dat dakterrasje. De Huari’s, Paceña’s en Corona’s voor spotprijsjes gaan we wel missen en ik ben toch wel heel blij dat niet alleen wij twee, maar wij alle vier een dikke huid hebben. We zouden paniekerig kunnen gaan zitten janken, maar dat doen we niet. We voelen ons top. Het is gezellig. Na een horrornacht wordt er alleen maar gelachen. Wat gebeurd is, is gebeurd. En hoewel ik die gek met z’n gereedschap bij onze linkerachterband nooit meer zal vergeten, is er van een trauma of iets dergelijks ook allerminst sprake. En weet je: dit hoort misschien ook wel een beetje bij Zuid-Amerika. Waar Ecuador weer een stuk rustiger is, heeft Bolivia nu de plasketting van politieke onrust overgenomen. Zo gaat het hier. Je kunt honderd keer naar Zuid-Amerika gaan en er negenennegentig keer geen last van hebben. Dat wij nu de pech hebben dat we net nú die grens overstaken, is ook maar een hele minimale kans. Of ja, pech: dat we dit samen met Britt en Nathan hebben meegemaakt, heeft ons buiten een fantastisch verhaal ook nog eens een van de mooiste vriendschappen tijdens het reizen ooit opgeleverd. En dat hadden we ook niet willen missen. Zoals altijd: van geen enkele gemaakte keuze hebben wij tot nu toe spijt gehad. En met die gedachte, wetende dat deze keuze ons ook weer heel veel andere mooie, bijzondere nieuwe dingen op gaat leveren, stappen we om zes uur 's avonds de bus in. Terug naar Puno. Terug naar Peru. De Bolivianen die we hebben ontmoet zijn fantastisch (buiten die met gereedschap bewapende gekken natuurlijk). In één week hebben we onwijs veel liefde ontwikkeld voor de mensen op Isla del Sol en voor de optochtlopers in Copacabana. Voor de mensen in het dorp die zich duizendmaal hebben verontschuldigd voor de onrust veroorzaakt door een falende overheid in hun land. Voor de taxichauffeur die z’n leven (en echt, dit overdrijf ik niet) op het spel heeft gezet voor een stel toeristen in een busje. 8 enerverende dagen, maar wel twee prachtige ervaringen in het Isla del Sol en het Fiesta de la Cruz, een bizar cowboyverhaal en twee geweldige vrienden rijker. Bolivia, tot ooit.
Reactie plaatsen
Reacties
Het filmpje met het dansje heb ik gezien Nilis en als ik zeg dat het te vergelijken is met een omgebouwde olifant in oma's porseleinen schoenenkast dan zeg ik niets teveel. Maar goed, je hebt meegedaan, je hebt je stinkende best gedaan. Chapeau! En idem voor de lieve Bolivianen die toch een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten, waardoor je, in rustiger tijden, wellicht nog eens terug gaat.
Blij dat jullie de enige juiste keuze hebben gemaakt.
Veel plezier in Peru maar weer!
-X-
Pfff....een blog van uitersten! Heel lieflijk begin prachtige natuur, lieve menaen, mooie wandeling, het meer... maar dan...een niet na te vertellen "avontuur", waarvan ik blij ben dat je het zo na kunt vertellen, en blij dat ik van niets heb geweten en en hoop nooit meer zoiets te hoeven lezen!
Maar gauw vergeten dus! Blijf goed op elkaar passen kinders, liefs van ons 🫶
Poe poe wat een verhaal! Spanning ten top voor jullie als reizigers maar ook voor de lezers. Dat het zo'n enorme ervaring zou gaan worden realiseerde ik me in het begin niet pas bij: NIETS zeggen Geertje, bedacht ik dat het maar goed was dat jullie een bepaalde persoon niet bij jullie hadden omdat MOND HOUDEN niet in haar/zijn vocabulaire voorkomt!
Jammer dat je reis zo onderbroken wordt maar idd safety first! Er zullen beslist nog wat muntstukken uit een oude sok getoverd kunnen worden om de vliegreis te kunnen bekostigen. Verstandige beslissing van jullie tweeën!
Mocht ik ooit zo’n reis gaan maken, dan zou ik graag ook jullie tips willen horen voor een ongelofelijke reis. Niet zoals een standaard toerist, maar juist gebaseerd op alle wegen die jullie hebben doorkruist!
Met al die wandelingen vroeg ik me trouwens af: hebben jullie voordat jullie vertrokken nog nieuwe schoenen gekocht? Poeh, die schoenen hebben wat te verduren gehad
En die bierprijzen dan… Geen inflatie daar? Hier hebben we krimpflatie, daar …. ?
Ik lees dat Bolivia en Nederland toch iets gemeen hebben: wegen blokkeren. Alleen laten ze daar, net als een goede scheet, alles lekker vastlopen. Dat is echt top
Niels, al die kinderen die in de blogs voorbijkomen… een teken van de kosmos? Het antwoord en het nadenken daarover laat ik aan jullie over.
Oei, water bij de benzine toevoegen… Nee Bolivia, dat soort auto’s bestaan nog niet 😂
Jeetje, die blokkades en al die mensen die daar zitten. Misschien moeten ze in plaats van benzine iets doen met die flesjes van 0,6 liter bier. Dan kunnen mensen misschien weer normaal nadenken over de problemen in het land
Hoppa, doei Bolivia! Op naar Peru!