Uyuni - De spiegel van de wereld

Gepubliceerd op 22 mei 2026 om 04:00

Na een klein weekje San Pedro zijn we intussen wel gewend aan wekkers die vroeg hun geluid door de slaapkamer knallen. Zo ook op de vroege ochtend van 22 mei 2025 waarop we iets na vier in de morgen uit onze dromen worden gewekt zijn. We gaan voor vier dagen terug naar het door protesten en wegblokkades geteisterde Bolivia, maar wel naar een gebied waar de natuur zó onherbergzaam is, dat er geen kip hier z’n huis bouwt, waardoor de protesten die de onveiligheid naar Bolivia brengen, hier een verre koortsdroom zijn. Een weloverwogen keuze en we zijn er zeker van dat onze veiligheid in onze trip naar het Boliviaanse Uyuni geen moment in het geding zal komen. Want hoewel het bezoeken van Uyuni de afgelopen weken óók een verre koortsdroom leek, hebben we nu tóch de mogelijkheid om onze langgekoesterde nummer één droombestemming in vervulling te laten gaan, want we betreden een van de mooiste natuurgebieden van de hele wereld.

Dag 1

En dat moet dus al vroeg. 4:30! Waarom dat zo vroeg moet? We hebben geen idee. Eerst stel ik ons reisgezelschap even voor: we zitten in een busje vol mede Uyuni-gangers. Naast ons is de enige andere Nederlander Siphra. Daarnaast zitten de Italiaanse Deya en Gaia en de Britse Izzy en Ariah ook in de bus en wordt de rest van onze bus gevormd door een stel Duitstaligen. De Zwitserse Luc en Gianlua, de Oostenrijkse Birgit en de Duitse Lily, Luis en Felix. Nu nog onbekenden, straks waarschijnlijk niet meer. Het is nog geen zeven uur in de ochtend voordat we achteraan sluiten bij een rij busjes die van Chili de grens naar Bolivia willen oversteken. Hoewel we dankzij Google Maps al lang weten dat de grensovergang pas om 8 uur haar deuren opent, springt onze hyperactieve chauffeur Jorge meermaals uit de bus om poolshoogte te nemen - wat allesbehalve bevorderlijk is voor de temperatuur in de bus - en tuigt op een gegeven moment maar eens een inklaptafeltje op waardoor we rond zevenen kunnen ontbijten. Het ontbijt is prima, ware het niet dat we onze vingers niet meer kunnen voelen van de kou. Die grensovergang ligt namelijk weer op een indrukwekkende 4600 meter hoogte en hoewel de vlakte waarop we staan, geflankeerd door imposante vulkaantoppen, prachtig is, is de temperatuur ver beneden nul en niet om over naar huis te schrijven. Als gloeiendhete, kokende koffie geen enkele opwarming biedt, dan weet je het wel: we zijn in een gebied beland waar zelfs een ijsbeer het nog koud zou hebben.

Maar waar zijn we dan beland? We zitten op de Altiplano, een gigantische hoogvlakte die van Zuid-Peru tot Noord-Chili en Noordwest-Argentinië loopt. De op één na grootste hoogvlakte van de wereld (na Tibet) en van noord naar zuid een afstand van (ongeveer) midden-Nederland naar Zuid-Frankrijk. Even om jezelf een beeld te geven. Wat dat oplevert? Een landschap dat onherbergzaam en ruig, maar ook buitenaards mooi, uniek en bijzonder is. Op de eerste dag van onze vierdaagse tour die ons door het zuidwesten van het mysterieuze Bolivia brengt, gaan we al meteen ontdekken wat voor immense, diverse, dramatische en ruige landschappen de steppe die dit deel van de Altiplano vormt, ons te bieden heeft. Want we gaan niet alleen even die zoutvlaktes op en af: nee, er vindt een hele opbouw plaats naar dat hoogtepunt op dag drie. Dat is ook het voordeel van de zoutvlaktes bezoeken vanaf het Chileense San Pedro de Atacama: deden we deze tour vanuit Bolivia, dan zou je dag één al aftrappen met dit ongeëvenaarde natuurmirakel. Hoewel gevoelsmatig die zoutvlaktes door niets gaan worden overtroffen, zijn dat gelukkig niet de enige mooie plekken hier in het zuidwesten van Bolivia.

De grensovergang

Dat zien we al meteen bij onze eerste stop. Wil je mooie foto’s zien? Nog héél even wachten, want eerst wil ik je even meenemen in de chaos die de grensovergang tussen Chili en Bolivia is. Als we na bijna twee uur kou lijden ein-de-lijk ons exitstempel kunnen zetten (blijkbaar vertrekken we zo vroeg uit San Pedro om niet ‘achteraan’ in de rij te staan, maar wij waren de vijfde van achter dus die vlieger gaat niet op), zijn we er nog niet. We rijden een halve kilometer om daar voor de tweede keer de Boliviaanse entreestempel te zetten, maar ook dat valt niet mee. Het is hier waar we ontdekken dat ‘onze’ groep nog een busje omvat (de Nederlandse Rebecca, nog een groepje Nederlanders dat in Santiago studeert (Amber, Britt en nog twee namen die ik niet meer weet) en een groep van zes Spaanse meiden (Martina, Nora, Berta, Julia en nog twee namen die ik eens te meer niet meer weet). Klein probleempje: omdat wij als een van de laatsten de grens van Chili overgestoken zijn, staan we ook voor onze Boliviaanse entreestempel bijna achteraan in de rij. Wachten geen probleem? Nou, wel als er maar één loket met één stempelaar open is bij wie het woord ‘haast’ niet in het woordenboek voorkomt en die ijzige wind bij vriestemperaturen buiten nog altijd ons doet wensen dat we ergens bij een haardvuurtje in een knus houten huisje onze handen hadden kunnen warmen. God, wat is het koud.

De witte lagune

EINDELIJK MOGEN WE DOOR! Zelfs in de jeep van Arturo (wij zijn auto nummer twee en we hebben Siphra, Luc, Aryah en Izzy als autogenoten) is het veel te koud, maar vergeleken met de vrieskist die de Boliviaanse Altiplano is, is de jeep met drie tot vier lagen kleding een godsgeschenk. De eerste stop van onze immens mooie tour is heel dichtbij: Laguna Blanca, een rustig, weids, sereen bergmeer met een laagje ijs erop waarover we kunnen lopen. Dat is best wel leuk, zo blijkt: bij iedere stap zakt dat ijs op een heel rare manier in alsof je op het matras van een luxe boxspring met memory foam loopt.

De groene lagune

We rijden een stukje verder. Laguna Verde staat op de planning en waar verde groen betekent, is het immense meer dat onder ons ligt eerder blauw en turquoise dan groen. Voor Geertje geen probleem: dit meer is haar favoriet van de dag. Ik ben benieuwd waarom vandaag voor de kleur blauw gekozen is. “Porque hay mucho viento”, wordt ons door hoofdchauffeur Elvis (ja, echt, zo heet-ie) uitgelegd. Onze Arturo wist het antwoord niet. En inderdaad: veel wind is er zeker. Hoewel we nog voor het middaguur al doorhebben dat we een vierdaagse tour door een van de mooiste en meest indrukwekkende natuurgebieden van de wereld aan het maken zijn, hebben we ook al wel door dat het vinden van warmte als het zoeken naar een speld in een hooiberg zal zijn. Gelukkig weten we dat de eerste dag de koudste is (anders zouden we het einde niet halen) en zal het beter worden, maar dat het koud zal blijven, is een gegeven. Dat komt niet alleen door de extreme hoogtes waar we rondrijden en de temperatuur die altijd rond en vaak zelfs onder het vriespunt zit, maar ook door de enorme windkracht. Het waait hier zó hard, dat ik denk dat als je hier tien windmolens neerzet, je heel Zuid-Amerika een jaar van stroom kan voorzien. Echt: dit is een van meest onherbergzame gebieden die we ooit hebben gezien. En dat zegt wat, aangezien we net vanuit die Atacama-woestijn komen gereden. Buiten een hoop struiken, planten en hier en daar wat verdwaalde vicuña-families, is hier geen kip die het een verstandig idee vindt om in deze zware omstandigheden te leven. Zelfs met zes à zeven lagen kleding staan we nog te bibberen alsof we net de Nieuwjaarsduik genomen hebben. 

Salvador Dali's woestijn

Maar wij bikkelen ons wel even door die ijskoude omstandigheden heen. Want wie dat doet, wordt in Zuidwest-Bolivia goed beloond. Van twee prachtige bergmeren in de mooiste kleuren, staan we ineens in een klein zandwoestijntje te koekeloeren. Desierto Salvador Dalí, inderdaad vernoemd naar die knaap die wel kundig was met zo’n kwast in z’n handen. Niet dat Dalí hier ooit geweest is, overigens: de naamgevers vonden gewoon dat het plaatje van deze woestijn zomaar eens een schilderij van ‘m had kunnen zijn.

De jacuzzi van Polques

Het is lunchtijd! Tot onze zaligheid vindt die lunch plaats in een klein restaurantje nabij een hotspring! De trouwe bloglezer weet intussen dat wij grootse fans van hotsprings zijn, maar Polques hotsprings heeft een wel heel speciaal plekje in ons hart veroverd. DIT IS DE BESTE HOTSPRING OOIT! Kijk, als je een bad vult, dan krijg je ‘m nooit op de juiste temperatuur. Lukt gewoon niet. Altijd te heet en als-ie genoeg afgekoeld is, moet je op een gegeven moment dat water weer bijvullen omdat het te koud is. Hier bij Polques niet. Hoewel dit water puur natuur is en er niks verwarmd wordt, is de temperatuur nog perfecter dan perfect. Beter kan gewoonweg niet. En terwijl je je omkleedt en je in je zwembroek door die ijzige kou en die snijdende wind van de Altiplano loopt (mannelijke geslachtsdelen krimpen doorgaans de helft bij deze temperaturen), is het gevoel wanneer je teen voor het eerst dat water raakt, onbeschrijfelijk. Man, man, man, zo lekker hebben we ons zelden gevoeld.

Uiteraard komt er een moment dat die lunch gereed is en hoe lekker die hotsprings ook waren: je moet er ook weer uit. Iets minder prettig, kan ik je vertellen, want een strenge vrieswind op een nat, ontbloot bovenlijf stond dan weer niet op de bucketlist, zeker niet als je weet (op dat moment wisten we dat nog niet) dat dit de laatste keer is geweest tijdens deze tour dat we echte warmte hebben kunnen voelen. De matige lunch van klamme pasta en gekookte groentes die na tweeënhalve seconde alweer is afgekoeld, stond overigens ook niet op de bucketlist. Ach, dit is geen luxetour, maar een vierdaags avontuur door een van de ruigste gebieden waar we ooit geweest zijn. Een luxemaaltijd zou alleen maar afdoen aan de ervaring.

Geisers van de morgenzon

Met gevulde magen gaan we door naar de Géisers Sol de la Mañana. Stoom en een lichte stank van zwavel (niks vergeleken met de rotte eieren die je in IJsland kunt ruiken). Indrukwekkend! Maar we zijn hier wel in de middag en de geisers zijn niet zo actief als dat ze in de ochtend zijn en omdat we twee dagen geleden nog bij El Tatio stonden te kijken, zijn we niet zo onder de indruk. Maar goed, ondergrondse stoomlocomotieven bekijken blijft altijd leuk.

Nog één stop te gaan. Het is op de route van de geisers naar de laatste stop waar chauffeur Arturo wat steekjes begint te laten vallen, want opeens staan we stil. Lekke band! Pats boem klats. Luc en ik zijn er als de kippen bij om Arturo te helpen met het vervangen van de band, maar dat is geen mogelijkheid. Hij wil het helemaal zelf fixen. Gelukkig is onze groep over vier andere jeeps verdeeld en is daar binnen no-time jeep nummer 3 om Arturo te helpen met het vervangen van de band - collega's mogen dat wel doen. Dit is overigens waar we onze chauffeur Arturo echt beginnen te leren kennen. Het eerste moment dat verklaart waarom we met Siphra, Luc, Izzy en Aryah één dag later Arturo tot ‘stagiair’ zullen gaan dopen.

De gekleurde lagune

Gelukkig komen we wel aan bij Laguna Colorado. Waar Geertje Laguna Verde als hoogtepunt zag, is dit bergmeer dat voor mij. Het grootste bergmeer dat we tot nu toe hebben gezien. Niet blauw. Niet wit. Niet groen. Nee, het rijke kleurenpalet van de Boliviaanse Altiplano heeft besloten om dit meer met al haar mineralen een bloedrode kleur te geven! Bizar. Op de Nullarbor in Australië zagen we al ooit een fascinerend roze meer, maar rode meren hadden we nog niet van de checklist gevinkt. Die honderden roze flamingo’s helpen overigens ook een aardig handje mee. Fantastisch!

Nooit meer warm

We zijn aangekomen in Villa Mar, het dorpje waar we de eerste nacht spenderen. Het woord ‘basaal’ is voor plekken als deze uitgevonden. Geen internet, geen verwarming en een douche met een zielig straaltje dat ervoor zorgt dat driekwart van je lichaam koud blijft. Die kou ja; toch wel een beetje de rode draad tot nu toe, hé? Wen er maar aan, want die rode draad zal blijven bestaan. We dineren met de jassen aan en door de dag die zo vroeg begon, belanden we ook vroeg weer in bed. Een bed dat overigens ook nauwelijks warmte biedt, want buiten vries je weer de oren van je kop en huizen isoleren is in deze afgelegen contreien nog niet uitgevonden. De vier dikke dekens die samen het lichaamsgewicht van een professioneel bankdrukker hebben, bieden wel wat comfort, maar iedere keer als je het waagt om ook maar even je hoofd onder die deken vandaan te halen, word je er weer aan herinnerd dat de kou hier de baas is.

Dag 2

We mogen uitslapen. Vergeleken met gisterochtend en de dagen dat we in San Pedro al vroeg naar Piedras Rojas en El Tatio vertrokken, is een vertrektijd van 8.00 in de morgen een luxe die ons niet heel bekend meer is. Vandaag staat onze dag in het teken van stenen. Piedras, piedras en nog eens piedras. De wind van gisteren is grotendeels gaan liggen. Het waait nog steeds, maar die ijzige, snijdende, scherpe wind behoort tot het verleden. Oftewel: Dronie mag weer gaan laten zien waar hij goed in is!

De wereldbeker

Dat begint bij La Copa del Mundo. We komen bij de eerste stop van rotsformaties. “That looks like a human face”, besluit Geertje. We kijken naar de rotspartij en zijn het allemaal roerend met haar eens. Ik bedoel, normaal is er voor rotsformaties altijd een behoorlijke dosis fantasie nodig om bepaalde vormen te ontwaren, maar deze is zo klaar als een klontje: dit is een mensengezicht! “Nee, nee”, besluit Arturo, “dit is de wereldbeker van het WK-voetbal!” Die vergelijking zien wij totaal niet. Kijk, dat die Bolivianen nog nooit ook maar in de buurt van het behalen van die wereldbeker zijn geweest, betekent niet dat ze niet effe hadden kunnen googelen en hadden kunnen zien dat deze rotsformatie allesbehalve op een wereldbeker lijkt. Oh nee, hier is geen internet. Dat kunnen ze inderdaad niet. Laat maar.

De kamelenrots

Afijn, de tweede stop hebben ze het wat meer bij het juiste eind. La Roca del Camello doet precies wat-ie beschrijft. Een kameel. Die zien we meteen en deze keer zijn we het wel met Arturo eens. Op de weg naar stop 3 stijgt de informatie denk ik naar Arturo’s hoofd, want hij rijdt verkeerd. Gewoon verkeerd! Kan gebeuren, toch? Inderdaad, maar over oplossingsvermogen blijkt hij niet te beschikken, want we blijven stilstaan op onze plek, totdat we worden opgehaald door een van de andere jeeps. Zou dit de eerste keer zijn dat Arturo dit rondje aan het rijden is?

De stenenstad

Gelukkig komen we toch ongedeerd aan bij de derde stenenstop van de dag: La Ciudad de Piedra. De indrukwekkendste, als je het ons vraagt, want de rotsformaties hier zijn imposant en gigantisch. Hier is een grote rotsboog, daar een enorme stenen heuvel. En het leukste: we kunnen de rotsen beklimmen! Als er ergens geklommen kan worden, dan ben ik helemaal in m’n nopjes en binnen no-time sta ik bovenaan. Geertje ook, overigens, die haar hoogtevrees bijna huilend weet te trotseren en na het maken van een shot met Dronie als de wiedeweerga weer beneden bij Siphra staat die ook niet geklommen heeft. Ik niet: met onze nieuwe Duitstalige vrienden blijf ik lekker even boven koekeloeren.

De Grand Canyon van de Anaconda's

Via een veld vol lama’s waar we een wandelingetje maken, belanden we bij een mini-Grand Canyon, de Gran Cañon de Anaconda. Het is maar een korte stop en het is er natuurlijk super mooi, maar door de immense overload aan bizarre natuur van vandaag, gisteren en eigenlijk ook van de afgelopen weken met San Pedro en Lauca, raken we hier niet zo van onder de indruk. Als we uitstappen zegt Arturo dat de kloof ongeveer duizend meter diep is. Bekijk de foto’s eens. Erin vallen zal niet tot onze grootste wens behoren, maar duizend meter? Haal daar maar een nulletje af en zelfs dan zijn we coulant. Maak dat de kat wijs, Arturo. Duik nog maar even de lesboeken van Gids worden in Uyuni in.

Heilige Chris

Dag één was een alcoholvrije dag. Helaas, er was geen alcohol bij dat armetierige hotelletje en er was ook geen alcohol te vinden bij een van de stops onderweg. Vandaag vinden we wel alcohol. Of ja, vinden: we worden op een plek gedumpt waar bijna niet aan alcohol te ontkomen valt. In the middle of absolutely f*cking nowhere zijn opeens een paar gebouwen neergeploft die een paar verroeste oude treinstellen (waar we weer op kunnen klimmen, oh yeah) flankeren. Het nut van deze gebouwen? Vertier in de vorm van alcohol bieden aan reizigers! Ja, echt: uit het niets staan daar opeens een paar kroegen en we laten ons de kans niet ontnemen om in deze bizarre omgeving een ijskoude (ze staan niet in de koelkast, want koelkasten zijn hier niet nodig) Huari en Corona naar binnen te kegelen. Welkom in het gehucht San Cristobal! Héérlijk! Aan een tafeltje met Siphra, Aryah, Izzy, Rebecca, Gaia en Deya (ik ben one of the girls, maar reizen lijkt per slot van rekening toch nét wat vaker een vrouwenhobby) is het bijzonder lekker om de middag even af te sluiten. Alhoewel; er volgt vandaag nog één laatste stop op dag twee.

Cactussen

Hoe interessant zijn cactussen? Hoe boeiend zijn ze? Voor de luie huizenbezitter die toch nog een beetje groen op de vensterbank wil hebben, biedt de cactus uitkomst. De cactussen die wij zien? Om die thuis te hebben, moet je een kathedraal bezitten. Tot TIEN METER HOOG kunnen ze worden! Tien meter! Hallo, zeg! Althans, dat beweert chauffeur Arturo weer. In werkelijkheid vinden we een paar uitschieters van zo’n zes, misschien zeven meter hoog, maar dat is dan ook echt de uitzonderlijke max. Alsnog een van de hoogtepunten van de dag, maar Arturo doet goed z’n best om ons verwachtingspatroon té hoog te krijgen. Genieten doen we gelukkig alsnog, want het zijn prachtige plantjes.

De dag zit er weer op. In het donker arriveren we bij één van de bijzonderste overnachtingsplekken van de reis tot dusverre. De naam ben ik even kwijt, maar dat doet er niet toe: dit hotel is gebouwd van het zout van de zoutvlaktes. Een zouthotel. De muren zijn wit. De plafonds zijn wit. De vloer is wit. Zelfs de incheckbalie en de kozijnen zijn wit van het zout waarvan ze gemaakt zijn. Verbazing viert dus hoogtij. Goed voor de isolatie is dat zout overigens niet echt, denken we, want ook deze avond en de nacht die komen gaat, kenmerkt zich door de kou. Die immer aanwezige kou. ECHT KOUD! Maar daar stel je je op in. Verwacht geen luxe in dit bijzonder arme deel van Bolivia. Maar verwacht wel sfeer. Met Aryah, Izzy, Felix en Rebecca delen we de tafel wanneer we tot onze grote verbazing zelfs een fles rode wijn krijgen die we met z’n zessen maar wat graag soldaat maken. Dat geeft dan toch een beetje warmte.

Het inchecken verloopt overigens niet zo heel soepel. Het is hier waar warhoofd Arturo voor het eerst z’n bijnaam stagiair door mij en Luc toebedeeld krijgt. Bij het verlaten van de auto wijst hij ons chaotisch naar de incheckbalie. Eerst inchecken, dan doen we de backpacks, zegt-ie. Dat advies houdt weinig stand, want even later krijgt Arturo een reprimande te verwerken omdat-ie z’n eigen plan getrokken heeft. Eerst die backpacks van de jeeps af, daarna pas inchecken! In de chaos benen we ons dus weer de ijzige kou in om die backpacks naar de kamers te krijgen. Ach ja, die jongen doet ook z’n best.

Dag 3

Laat wordt het eens te meer niet. Morgen staat de wekker weer als vanouds vroeg: 3.30 zal ons alarm door merg en been gaan en om 4.00 terwijl de nacht nog domineert, zal de jeep vertrekken. Maar dat zal het naar verwachting waard zijn, want we vertrekken vroeg op dag drie naar Salar de Uyuni. Het hoogtepunt van deze tour. Wat zeg ik? Vooraf was de verwachting dat dit het hoogtepunt van deze reis zou worden. Of zelfs het hoogtepunt van alle reizen die we ooit in ons leven gemaakt hebben. Wie weet. Dat zal gaan blijken, maar het is wel duidelijk dat de korte, koude nachtrust van vannacht niet voldoende was, want onderweg naar de zoutvlaktes doen alle zes de inzittenden van auto 2 nog een slaapje om nog een paar grammetjes extra energie te verzamelen.

De magie van het leven

En dan zijn we er. Het is nog pikkedonker. Salar de Uyuni is uniek in de wereld. De aller-, allergrootste zoutvlakte van de wereld is – zoals ik al ellendig vaak heb verkondigd volgens mij – al jaren de nummer één van mijn bucketlist. En intussen ook op die van mijn wederhelft. Zou het de moeite waard zijn? Zou het mijn verwachtingen overtreffen? Of zou het tegenvallen? Eén ding zat op voorhand al tegen: het is eind mei en hoewel de zoutvlaktes altijd buitenaards mooi zijn, is dit niet het allerbeste moment van het jaar om te gaan. Het is winter en dat betekent dat er minder regen valt. Minder regen is toch goed? Nou, in dit geval niet. Regen zorgt namelijk voor een laagje van een paar centimeter water op de zoutvlaktes en door de mineralen die naast het zout ook nog in de grond zitten, krijg je dan een wonderlijk, surrealistisch spiegeleffect. Maar wat blijkt: we hebben geluk. In het uiterste oosten van de zoutvlakte staat nog een groot deel van Salar de Uyuni onder water. En daar zijn we nu, wachtend tot de zon opkomt. Wij gaan de Spiegel van de Wereld aanschouwen.

We krijgen waterdichte laarzen. Die voelen zowaar nog kouder aan dan onze schoenen, maar we durven het niet aan om met onze eigen waterdichte schoenen naar buiten te gaan. Het laagje water is wel vijf centimeter diep en in sommige kuilen die je moeilijk ziet kan het nog dieper zijn en het laatste wat je wilt is dat je ondanks je waterdichte wandelschoenen met natte sokken door het steenkoude water komt te staan. Wanneer Geertje zich in acht lagen en een baby-alpacasjaal gewikkeld heeft en ik na veel stoer geroepen te hebben dat ik geen muts nodig heb, toch de extra muts van Geertje over m'n hoofd trek, gaan we met onze enorme loodgieterslaarzen buiten staan. En dan begint het. Het aanschouwen van een van de meest spectaculaire, excentrieke, verbluffende, betoverende, duizelingwekkende, sublieme dingen die we ooit gezien hebben. Terwijl de zon langzaam, héél langzaam opkomt, ontvouwt zich voor ons een levensechte spiegel op dat dunne doch ijskoude laagje water (de sokken blijven droog, maar onze voeten zijn nog nooit zo koud geweest). Een spiegel van de bergen in de verte. Een spiegel van de jeeps. Een spiegel van onszelf. Zoiets schitterends hebben we nog nooit gezien. Bang waren we dat we na het jarenlange inwendige ophemelen van Salar de Uyuni teleurgesteld zouden worden. Opgelucht en euforisch zijn we dat al dat ophemelen de moeite en het wachten waard was. Als het hier dertig graden warmer was geweest, dan zou dit zomaar de hemel kunnen zijn. Letterlijk: soms krijgen we het gevoel dat we in de wolken lopen, dat we niet op de planeet Aarde zijn. En geef ons eens ongelijk? Dit… dit kan toch bijna niet echt zijn, niet de realiteit zijn? Toch is dat wel zo. Toch begeven we ons in de realiteit, de realiteit van de onwerkelijke zoutvlaktes van Bolivia. De foto’s die je ziet: daar zit nog geen 0,3% fotoshop op. Ik kan het zelf bijna niet eens geloven wanneer ik dit typ. Dit is reizen, dames en heren. Dingen zien en dingen meemaken die je nooit, maar dan ook nooit meer gaat vergeten.

ontbijten en vlaggeneiland

En dan is de dag nog niet eens afgelopen. Wanneer de zon volledig boven de bergen is verschenen en de hemelkoepel van zuid naar noord en oost naar west volledig azuurblauw kleurt en weer een nieuwe dimensie geeft aan deze ongelofelijke wereldspiegel, zetten we onze reis voort. De zoutvlaktes zeggen we nog niet gedag, want we stoppen even later midden op de zoutvlakte bij een basaal restaurant, volledig gemaakt van zout, waar we ons ontbijt gaan nuttigen. Op dit stuk van de zoutvlakte is het water verdwenen en zien we de droge variant van de zoutvlakte. Bijna net zo indrukwekkend en buitenaards als die spiegel, want in alle windrichtingen kleurt een oceaan zo wit als sneeuw. Zout, zout en nog eens zout. Alleen een paar bergen verstoren af en toe een anders hagelwitte horizon. Ongelofelijk.

Of het de emotie en de euforie van het moment is, weten we niet, maar we eten met jeep 2 ons lekkerste ontbijt van deze trip. Goed brood met dulce de leche – een soort karamelachtig smeersel dat we ongetwijfeld in Nederland gaan proberen na te maken - en even later vertrekken Geertje en ik naar buiten om na een bezoekje aan het vlaggeneiland even Dronie los te laten gaan over de eindeloze witte vlaktes. Dat we onze tenen na de vrieskou van dat laagje water nog steeds niet voelen en dat het nog zeker twee uur gaat duren voordat we doorhebben dat we überhaupt nog tenen hebben, deert met deze schoonheid helemaal niet.

Eindeloos wit

Dan gaan we met onze hele groep naar de zoutvlaktes. Arturo pakt z’n telefoon erbij en initieert het maken van een paar ludieke foto’s en filmpjes. Wat je blijkbaar op de waterloze zoutvlaktes van Uyuni hebt, is een soort perspectiefgoocheltrucje. Er zijn geen bomen. Er zijn geen gebouwen. Het is zo plat als een pannenkoek, dus er zijn geen hoogteverschillen. Er zijn geen duidelijke referentiepunten of horizonpunten. Het gevolg? Je brein vindt het een stuk moeilijker om afstanden in te schatten. Oftewel: speelgoeddinosaurussen die opeens levensgroot lijken, Pringles-bussen die tunnels worden en Geertje die we nog kleiner kunnen maken dan ze al is!

Stagiair Arturo heeft ze alleen niet allemaal op een rijtje blijkt maar weer. De andere groepen maken nog véél meer foto’s en waar hij z’n opperbest door tijdens het fotograferen in houdingen te gaan liggen die maken dat z’n gewrichten geen lang leven beschonken zullen zijn, dringt het nog niet tot ‘m door dat het ook wel handig kan zijn om af en toe op het scherm te tikken om de boel even scherp te stellen. Als klap op de vuurpijl maken we nog een filmpje (te zien op de Insta’s) waarin we uit die bus Pringles springen om vervolgens van die reuzedinosaurus te schrikken en weg te rennen. Dat komt best wel nauw, dus alsof we een professionele film aan het maken zijn, zijn er meerdere takes nodig om dat filmpje goed te krijgen. Na take honderdduizend lukt het dan eindelijk!  Blij juichend dat we niet meer als een stel malloten hoeven te springen en dansen op de muziek van de stilte van de zoutvlaktes, doorbreekt Arturo de euforie: “Otra vez, otra vez!” klinkt het. Arturo is vergeten om op het rode opneemknopje te drukken.

Ook proberen we Arturo ervan te overtuigen om het beeld ietsjepietsje te draaien zodat de andere auto's uit beeld zijn, maar dat krijgen we 'm niet aan het hoofd gepraat. Ook blijkt later als we al lang en breed terug zijn dat het filmpje met de dinosaurus en de Pringles-bus totaal niet klopt. De timing is compleet ruk. Maar ach, plezier hebben we zeker gehad.

Uiteindelijk komt het toch goed. We plaatsen nog even de vier auto’s van onze groep naast elkaar voor een paar algehele groepsfoto’s in dit unieke, adembenemend mooie witte landschap. Dronie wordt weer uit de hoge hoed getoverd en met behulp van bijna de hele groep weten we van bovenaf nog de letters Uyuni (met een uitroepteken, opdat iedereen die wilde mee kon doen) met onze lichamen te vormen en dan is het tijd om de zoutvlaktes te verlaten. We hebben in totaal ruim vijf uur op de vlaktes vertoefd. Van de spiegel van de wereld, tot het vlaggeneiland. Van het zoutrestaurant tot de oneindige witte vlaktes van zout. Dit is zonder twijfel een van de meest unieke en indrukwekkende landschappen van de hele wereld.

We stoppen nog even in het dorpje Cochani, een dorpje dat bestaat bij de gratie van de zoutvlaktes. Hier wonen de mensen die een hard en zwaar bestaan hebben en in de ruige omstandigheden die de Boliviaanse Altiplano ze biedt, dag in, dag uit bezig zijn met de zoutwinning. En met toerisme. In de hoofdstraat staat het namelijk vol van de copy-paste souvenirswinkeltjes. Wij kopen niks, want de backpacks zitten vol genoeg en we moeten ze nog zeker twee maanden meesjouwen.

De begraafplaats der treinen

De op één na laatste stop is ook een bijzondere. Een klein stukje naast de zoutvlaktes ligt El Cementerio de Trenes. Gisteren zagen we al een paar oude verroeste treinwagons, maar hier wordt daar nog een schepje bovenop gedaan. Honderden meters aan oude treinen, bruin en verroest door de tand des tijds. Luguber en mysterieus, vooral omdat ze in een deze onherbergzame omgeving liggen, vergeten en verlaten. Het doet een beetje denken aan spookstad Humberstone nabij Iquique. En er mag weer geklommen worden. Ik ben weer als een kind zo blij om even over die treinen heen te denderen.

Het dorp Uyuni

De laatste stop van deze fantastische, onvergetelijke dag is Uyuni. Het dorp Uyuni, wel te verstaan. Salar de Uyuni is namelijk naar dit dorp vernoemd. Salar de Uyuni = Zoutvlaktes van Uyuni. We lunchen een smerige lunch en struinen nog wat door het dorp. Of ja, ik lunch een smerige, Geertje heeft al heel de dag geen honger en werkt geen hap naar binnen. Na twee weken Chili is het maar wat duidelijk dat we in Bolivia zijn, want de armoede spat er vanaf. Het is rommelig, huizen zijn aftands en het asfalt is slecht. De sfeer in het dorp is ook vreemd te noemen. Niet slecht, maar vreemd. Uyuni is namelijk dé uitvalsbasis voor tours naar de gelijknamige zoutvlaktes, maar in de afgelopen weken zijn de protesten en wegblokkades alleen maar toegenomen en erger geworden (het reisadvies voor Bolivia is intussen zelfs deels oranje geworden). Tours vanuit hoofdstad La Paz worden niet meer gedaan en over land reizen naar Uyuni, behoort dus niet meer tot de mogelijkheden. Waar normaal Uyuni zou moeten bruisen door het toerisme, zijn de straten nu rustig en verlaten. Voor de bewoners van Uyuni een vloek, voor ons een zegen. Wij hebben de immense zoutvlaktes alleen hoeven delen met de toeristen die vanuit het Chileense San Pedro een tour geboekt hadden. En dat waren er een heel stuk minder.

De laatste avond en een zware maag

Een lange rit zuidwaarts staat voor de boeg. Geertje is de hele trip al de docent van Luc aan het uithangen, want ze leert hem de ene na de andere Nederlandse zin en we hebben ontdekt dat het accent van een Duitstalige Zwitser perfect is voor het uitspreken van Nederlandse zinnen. Nederlands spreekt onze Luc natuurlijk niet, maar wanneer hij Geertje nazegt, klinkt hij bijna als een geboren en getogen kaaskop. Op de route terug naar het basale hotel waar we de eerste nacht sliepen, gebeurt dat lesgeven overigens niet: Geertje begint ziek te worden. Als Geertje wakker wordt uit haar schoonheidsslaapje in de auto, is ze kotsmisselijk. Wagenziek? Geen idee, maar het is wel overgeven geblazen. Izzy zat voorin en wisselt van plek met Geertje. Bij de toiletpauze ontdoet Geertje zich van haar lichaamsvloeistoffen via een andere uitgang en als we een halfuur van ons hotel verwijderd zijn, wordt de nood eens te meer te hoog en stopt Arturo nét op tijd, want het had geen twee seconde langer moeten duren of het dashboard had een galwasje gekregen. Het is eruit en we kunnen weer door. "Exelente!" roept Arturo. Iedereen in jeep 2 gooit de handen zuchtend voor het gezicht.

Als we voor onze laatste nacht ingecheckt hebben, zal Geertje dan ook niet mee-eten tot haar eigen teleurstelling. Niet teleurgesteld vanwege de kwaliteit van eten (het is weer huilen met de pet op, maar dat hoort er ook wel bij), maar vanwege de gezelligheid. Wij hebben wij een fles rode wijn meegenomen vanuit Chili voor de laatste avond en ook Luc, Siphra en Birgit hadden totaal onverwachts hetzelfde idee. Geertje is er enorm verdrietig om. Ook water blijft er niet in en met z'n allen trekken stellen we de diagnose van een kleine voedselvergiftiging. Het is een beetje cru, maar de laatste avond van de trip is onwijs gezellig en als ik om tien uur (morgen gaat de wekker wederom om drie uur) naar bed gaan, breien Luis, Siphra, Birgit en Luc er nog een uurtje achteraan, maar dat Geertje daar niet bij kan zijn, is toch wel een smet op een anderszins perfecte vierdaagse tour. Toch bekijken we het positief: de ziekte komt gelukkig pas nadat we alle hoogtepunten al achter de rug hebben.

Dag 4

Bij het klinken van het alarm gaat het gelukkig al wat beter met Geertje. Trek is er nog niet, maar er gaat in ieder geval niks meer via de orale weg naar buiten. Goed teken dus en ze is duidelijk aan de beterende hand. Een lange, hobbelige rit naar de grens met Chili die we drie dagen eerder ook overstaken, staat voor de boeg en we zijn maar wat blij dat Geertje die zonder over te geven (de teller staat intussen op tien - dit soort dingen houden we tegenwoordig bij na het parasitaire fiasco van Peru) weet te bereiken. Al diezelfde tourbusjes van drie dagen eerder, moeten ook nu weer de grens over, dus we willen vroeg zijn om niet weer uren in de kou te hoeven wachten. Maar helaas: wij hebben stagiair en beroepswarhoofd Arturo als chauffeur, dus de verwachtingen zijn laaggespannen. Totdat Arturo een verrassing uit de hoge hoed tovert: we zijn als eerste bij de Bolivaanse kant van de grensovergang! Niet alleen van onze vier jeeps tellende groep, maar gewoon van IEDEREEN! De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Stagiair Arturo staat op op het moment dat het van ieders grootste belang is. Stage plotsklaps volbracht als je het ons vraagt.

Het is dus nog maar kwart voor negen als we ons exitstempel halen en als een van de eersten doorrijden naar de grens van Chili. Een afscheid met Rebecca, de Duitstaligen (minus Luc) en de Italiaanse Gaia en Deya zit er dus onverwachts niet meer in. Dat is jammer, maar we kunnen wel sneller de warmte van San Pedro opzoeken. Salar de Uyuni is één van de absolute hoogtepunten van de reis. Misschien wel hét hoogtepunt van de reis. Maar hoe magisch mooi en onvergetelijk het dan ook mag zijn geweest, we zijn ook blij dat de tour nu afgelopen is. We zijn intussen alweer vergeten hoe het is om het warm te hebben.

Reactie plaatsen

Reacties

Marianne
een dag geleden

Stelletje nachtbraker! Daar moet je geen gewoonte van maken om om 04.00 uur op te staan. Andersom zullen jullie hoogstwaarschijnlijk wel gewend zijn 😉.
De zin over de kou en de ijsbeer had ik ook vaak paraat als iemand op de praktijk binnen kwam met Poe wat is het koud. Mijn reactie was standaard Als de ijsberen een jas aantrekken dàn is het pas koud!!
De rotsformaties zijn schitterend en je kunt er veel in zien. Volgens mij heeft er een model gestaan voor De Schreeuw van Munch!
Ik vermoed dat ik al eerder geschreven heb dat alle superlatieven bij elkaar niet onder woorden kunnen hoe mooi het landschap in Zuid Amerika is en dan wist ik toen nog niet eens dat het mooiste nog moest komen: die spiegel foto's! WoW, WoW, WoW! Fabeltastisch! En dan heb ik het ook nog niet eens over de gezichtsbedrog opnames op de zoutvlakte. Wie had er ooit kunnen vermoeden dat er een Brabantse Hans Klok in jullie camera's zou zitten?
Hopelijk zijn jullie tenen weer opgewarmd en hoeft Geertje haar eten niet meer in omgekeerde volgorde te bekijken.
Het was idd een draak van een blog maar jongejonge wat heb ik ervan genoten! Tot het volgende avontuur!

Opa en Oma
een dag geleden

Dè nummer 1 droombestemming! Uyuni Bolivia, eindelijk...dus toch!
Vroeg er uit, berekoud op ongeveer 4600 meter hoogte. Wat een beleving!
Ik kan er verder niets meer van zeggen. Net een droom, het hele verhaal en al die foto's spreken totaal voor zich, dus: ik ben sprakeloos en dat duurt nog wel even...hebben jullie dit écht beleefd??!! Zoiets maak je nooit meer mee. Onvergetelijk mooi!