San Pedro de Atacama - Schoolregeltjes verbreken

Gepubliceerd op 16 mei 2026 om 18:50

De lege, gortdroge Atacama. Vanaf de spookstad Humberstone en de verlaten raffinaderij Santa Laura is het één lange rechte weg naar het zuiden, naar San Pedro de Atacama. Geen mooie rit, deze keer. Geen enorme vier- en vijfduizenders zoalstijdens onze rit naar Lauca. Geen diepe kustkloven die we moeten trotseren zoals de weg naar Iquique dat doet. Gewoon woestijn. Uitgestrekte dorre vlakten, met urenlang dezelfde bergen op de achtergrond. Hoe is het mogelijk dat iemand deze hel getrotseerd heeft, nog voor er een keurig geasfalteerde weg dwars doorheen liep? Het is niet gek dat dat Chileense Spaans zo onverstaanbaar is omdat ze net zo veel letters niet uitspreken als de Fransen: van noord naar zuid vormt de Andes een natuurlijke grens met haar allerhoogste bergen en de enige vlakke toegangspoort in het noorden is deze woestijn die een zekere uitdrogingsdood betekent voor de dwaas die er 200 jaar geleden doorheen besloot te wandelen. Toen was hoofdstad Santiago alleen per schip te bereiken. Dat Spaans hier heeft eeuwenlang geïsoleerd z’n eigen gang kunnen gaan.

Calama

We stoppen nog niet in San Pedro de Atacama. De rit daarnaartoe is een lange en als we na het bezoeken van de spooksteden vertrekken, weten we al dat het pas laat in de avond gaat worden voordat we bij een hostel kunnen inchecken, maar we hadden al ontdekt dat we dat lange ritje in de woestijnzon konden inkorten door gewoonweg een nachtje in Calama, een mijnstad anderhalf uur voor San Pedro, te verblijven. Ook als we rond zevenen (net op tijd – we kunnen maar tot de rare tijd van zeven uur inchecken en daarna niet meer) in Calama arriveren heeft de zon vandaag al afscheid genomen. Op zich geen ramp, maar bij Calama krijgen we het gevoel dat het nou niet bepaald een stad is waar je na de schemering lang op de straten wil blijven rondhangen.

We rijden de straat in waar ons hostel zou moeten zijn. Qua verkeer is het een drukke straat, d’n deze, maar ons hostel vinden lukt ons niet, zelfs niet als we onszelf pontificaal met de alarmlichten aan midden op de weg installeren. We rijden om het blok heen om het nog een keer te proberen. Een paar ongure types lopen op de verlaten straten. De gebouwen zijn vervallen en prikkeldraad boven de muren viert hoogtij. Dan rijden we weer de straat binnen en wéér is er geen spoor van dat hostel te bekennen. Waar zit dat ding in godsnaam? We parkeren de auto in een van die lugubere straatjes, doen de lampen uit, de deuren op slot en Geertje zoekt contact met het hostel. Het is immers bijna zeven uur. Naar verluid sluiten dan de deuren. Gelukkig krijgt ze snel contact en wat blijkt? Het hostel heeft geen bordje! Héél handig wanneer de helft van de toeristen in Chili met de auto gaat en je je verstopte hostel in een super drukke straat posteert! Wel wordt ons onderbuikgevoel door de hostess bevestigd: Calama is na zonsondergang niet ’s werelds plezierigste plek op aarde en op zakkenrollen en straatroof loop je een exponentieel hogere kans wanneer de zon plaatsmaakt voor de maan. Calama is een echte mijnstad en mijnsteden zijn wereldwijd altijd ruige plekken. Mijnsteden trekken opportunisten aan, kansarm volk dat een laatste gooi doet naar een welvarend leven. Voor velen brengt dat succes, voor een hoop ook niet. En door die tweede groep zijn mijnsteden – wat heel begrijpelijk is – doorgaans niet de leukste steden waar je kunt vertoeven. We krijgen een parkeergarage toegewezen en de hostess belooft dat iemand ons even op komt halen en voor we het weten zitten we rustig en veilig in ons hostel dankzij het bijzonder vriendelijke, geïnteresseerde, zorgzame echtpaar dat het hostel runt. Geertje wilde eigenlijk nog wat boodschappen doen bij de Jumbo, maar we concluderen dat dat misschien niet zo heel verstandig is. Ons diner? Droge pitabroodjes met lijnzaad uit een broodrooster met wat saus, nog wat knoflookbroodjes die over zijn, een blik ananas en een rolletje Oreo! Ook helemaal prima, maar als we morgen weer wakker worden, gaan we toch maar snel door naar San Pedro.

Omdat SAN Pedro de meest toeristische en dus de duurste plek van Noord-Chili is, doen we in Calama nog wat boodschappen om wat peso’s te besparen. Met een kar vol waren en een beeld van complete varkens die bij deze Jumbo in de vriezer lagen voor eeuwig op haar netvlies gebrand, kunnen we door. De weg van Calama naar San Pedro is aanvankelijk zo saai als de rit van Iquique naar Calama, maar de laatste vijftien minuten worden we op een buitenaards landschap getrakteerd, dwars door een droge, dorre vallei die rood, geel en bruin kleurt met indrukwekkende rotsformaties aan alle kanten waar we kijken. Achter dat valleitje ligt San Pedro de Atacama en als we San Pedro binnenrijden, is het meteen duidelijk dat we na Lauca, Iquique en in mindere mate Arica het gebaande pad weer op gereden zijn. Figuurlijk dan: want de geasfalteerde weg maakt vrijwel onmiddellijk plaats voor stoffige zandwegen. Niet dat dat erg is: San Pedro de Atacama is met haar lemen huizen en sfeervolle architectuur beeldschoon en die zandstraatjes dragen alleen maar bij aan dat pittoreske plaatje. Alsof je door een gebied in een willekeurig pretpark rijdt waarvan het thema 1001 nachten is. Dat sfeertje en die esthetiek wordt door ons (onbemande) hostel vrolijk voortgezet: ouderwets, alleen van de meest basale gemakken voorzien, maar wel alles is van leem en het voortuintje dat onze drie kamers rijk is, is als een minuscule oase in een zandwoestijn. Niet dat we daar vandaag lang van genieten, want we willen al meteen door naar de grootste trekpleister van San Pedro. 

De vallei van de maan

El Valle de la Luna ligt op maar acht minuutjes rijden! De naam van dit natuurkunstje laat zich wel raden: een vallei die net doet alsof-ie op de maan lijkt. In San Pedro is werkelijk waar een boek te schrijven over plekken die je kunt bezoeken en activiteiten die je kunt ondernemen, maar El Valle de la Luna is zo populair omdat het maar een luttele acht minuten van het dorp vandaan is. Met de auto dan: reizigers die geen auto huren, kiezen er doorgaans voor om een fiets te huren en met de fiets te gaan. Ook die optie is populair: we zien talloze backpackers op een mountainbikeje door de brandende zon ploeteren over de open vlaktes van de woestijn waar geen boom voor een beetje schaduw te vinden is. Gelukkig mogen we ook met Snowie naar binnen om met de auto het park te verkennen en blijft de ellende van een derderangs stalen ros ons gelukkig bespaard.

De grote duin

En gelukkig maar: waar wij rustig over de heuvels rijden (met 20km/u: er geldt een schijnbaar streng gehandhaafd snelheidslimiet hier), wordt er door de fietsers gezwoegd alsof het hun laatste dag is. Wij hoeven alleen te zwoegen bij de wandelpaden die ons naar de uitzichtpunten brengen, want de paden omhoog bestaan louter uit los zand en als je omhoog wandelt, is een verhard paadje toch een heel stuk beter dan een overgehevelde zandbak. Maar goed, we zijn tenslotte in de woestijn en bij Duna Mayor maken we een wandeling van een klein uurtje. Maar die omgeving… die komt ons toch wel heel bekend voor! Verrek: El Valle de la Luna is precies diezelfde vallei waardoor we naar binnen reden toen we van Calama naar San Pedro gingen! Niet dat dat uitmaakt, want El Valle de la Luna maakt haar naam waar. Gooi een zwart-witfiltertje over deze dramatische landschappen heen en je waant je op de maan.

Uitzichtpunt Achaches

Op onze route zijn vier stops, maar helaas beginnen we bij het hoogtepunt. Er staat een stevige wind vandaag, dus bij Mirador Achaches is een deel van het pad voor de veiligheid gesloten. Daar zijn we niet zo rouwig om, want we doen een heuse speedrun door El Valle de la Luna. Om kwart voor zes is de zonsondergang en ons kaartje geeft buiten de poorten die entree verschaffen tot het park ook nog toegang tot een plek waar de zonsondergang uitzonderlijk mooi schijnt te zijn en omdat we al in de middag gegaan zijn, gooien we de vaart erin, maar dat komt ons bijna duur te staan.

Mijn van de overwinning

Nadat we bij Mina Victoria weggaan zonder de kleine zoutmijn te vinden die hier ergens verstopt zou moeten zijn, druk ik het gaspedaal íéts te hard in. In plaats van 20 km/u rijd ik veel en veel te hard: met 26 km/u race ik als een wegpiraat over de verlaten, brede, rechte wegen en zwaaiend komt er een ranger – die allemaal gewapend zijn met van die snelheidsmeters – aangesneld. “Foei!” zegt ze en ik word op m’n vingers getikt. Nog één snelheidsovertreding en dat kaartje gaat door de papierversnipperaar. Ze heeft ook gelijk: met zo’n astronomisch hoge snelheid breng ik het gevaar van al die bezoekers hier natuurlijk in het geding.

De drie maria's

De laatste stop, Tres Marías, is ook niet meer zo’n bijzondere. Drie stenen steken uit de grond. Heel mooi, maar we doen het raampje open, kijken een minuutje, schieten een foto of twee en maken ons uit de voeten. Wel met 20 km/u, deze keer. Op naar die zonsondergang.

Bij de ingang plassen we nog en in de verte zakt de zon al rap achter de bergen. Het is nog een klein halfuurtje naar die zonsondergang en precies via het stuk vallei dat ons vanochtend ook van Calama in San Pedro bracht, moeten we terug. Hoe ver de zon omlaag is, zien we niet, want aan onze rechterhand waar de zon zich bevindt, stijgt een enorme rotswand recht omhoog. En dan… er is pardoes besloten om aan de WEG TE GAAN WERKEN! Tju. En flink ook: de helft van de weg is afgesloten en er staat zo’n stoplicht op de weg. Dus moeten we wachten. En wachten. En nog meer wachten. DERTIEN MINUTEN!!! Hallelujah, wat gaan die minuten traag als je weet dat er achter die rotswand een magistrale zonsondergang gaande is. Je voelt de bui al hangen: als we eindelijk door mogen en om deze enorme rots heen gereden zijn, is het schouwspel al verloren gegaan: in de verte is de zon al treurig de woestijn in gezakt. SHIT! We stoppen nog even bij een mooi uitzichtpunt, maar daar is het net zo druk als in de MediaMarkt op Black Friday. Met de staart tussen de benen keren wij snel weer huiswaarts. Maar eerlijk? Het is nog steeds prachtig, ook als we met Snowie terugrijden naar ons hostel.

Lang buiten zitten we niet na het eten in onze buitenkeuken, want het koelt verrassend snel af in de woestijn. Bijna geen begroeiing om ’s nachts de warmte vast te houden en ook geen zee om de temperatuur wat stabieler te houden, dus ’s avonds is het alsof San Pedro de ijskast induikt. Wisten we al dat dat ging gebeuren, maar toch. Komt eigenlijk alleen maar goed uit: ons kleine weekje in San Pedro zal vooral gekenmerkt worden door vroege ochtenden. Daar kijkt Geertje dus totaal niet naar uit.

Lagunes bezoeken

Naar het opstaan bedoel ik dan. Naar de activiteiten wel. San Pedro is qua activiteitenaantal een beetje het Cuzco van Chili. Echt, je kunt hier twee weken blijven en iedere dag iets anders zien en hoewel we dat best graag hadden willen doen, is de bankrekening wat minder content met meer dagen in Chili doorbrengen. We hebben daarom samen een keurig uitgedokterd plan voor de komende dagen klaarliggen tot we onze auto op de 20e moeten inleveren en als klap op de vuurpijl gaan we terug naar Bolivia. Geen zorgen! Geen gevaar op de weg deze keer: we doen een vierdaagse tour om Uyuni, de nummer één van mijn bucketlist, te bezoeken in het uiterste zuiden van Bolivia, waar men nog met paard en wagen rijdt, ver van het noorden waar de ellende zich rondom hoofdstad La Paz concentreert. Maar eerst: het wonderlijke San Pedro de Atacama. El Valle de la Luna bezoeken was een open deur. Adembenemend en om de hoek en perfect voor een vluchtig middagbezoek. Vandaag staan er twee plekken wat verder van de voordeur op de planning: Laguna Tebiqnuiche en Lagunas Piedra en Cejar. Te beginnen met die eerste.

De verlaten vlaktes zijn rustig op de vroege ochtend en we racen moeiteloos over de weg die ons in één uur naar Laguna Tebinquiche brengt. Terwijl de dorre struiken ons voorbij razen, blijven de machtige bergen in de verte immer op hun plaats, alsof we in een musical zitten en iemand dat bergdecor wel héél gedetailleerd geschilderd heeft. Alles gaat crescendo, totdat we een huisje zien met wat stopbordjes waar we onze auto moeten parkeren om ons entreekaartje te kopen. Daar word ik andermaal op de vingers getikt: waar ik bij het stopbord de auto aan de kant had gezet, moest ik pal vóór het stopbord stoppen en wachten! Maar… maar… ik ben toch uitgestapt en netjes naar binnen gelopen, in plaats van de auto midden op de weg te parkeren? Geen gemaar! Gewoon de weg blokkeren alsof we in Bolivia zijn!

De ogen van Zout

Ze zijn wel van de regeltjes hier in San Pedro de Atacama, zo blijkt maar weer. Gelukkig wordt de natuur er niet minder mooi van. Bij dat parkeerplaatsje met die stopborden vinden we ook de Ojos de Salar, twee perfecte cirkelvormige kratermeertjes in de grond. Mooi.

Tebinquiche lagune (sorry, deze kan ik niet vertalen)

Laguna Tebinquiche is dan wel weer van een andere orde. Eigenlijk stond dit meer niet op onze planning, maar na wat puzzelwerk heeft Laguna Tebinquiche tóch een plekje op de shortlist bemachtigd. Dat er in de Atacama veel zout gevonden wordt, blijkt hier wel even. Een enorm meer doemt opeens op midden op de zoutvlakte. Het meer wisselt af tussen een witte zoutlaag en een laag stilstaand water waarin we de bergen op de achtergrond in een perfect spiegelbeeld kunnen zien. We lopen door een witbruin landschap waarin zout met gesteente vermengd is en buiten een paar watervogels (hier kunnen ook flamingo’s een bezoekje komen brengen, maar dat geluk hebben we vandaag niet) leeft hier door de extreme omstandigheden – een extreem hoog zoutgehalte, ondrinkbaar water en door vulkanisme een grond gevuld met chemische, giftige stoffen – op een paar bacteriën en andere micro-organismen na, bijna helemaal niks. Fun fact: de micro-organismen die hier leven, behoren tot de allereerste ooit op deze aardbol!

We maken een wandelingetje over een perfect aangelegd paadje – inmiddels wel al gewend, want de optelsom ‘natuur’ + ‘Chili’ geeft als antwoord ‘keurige wandelpaden’ - en na een uurtje vinden we het gezegend: op naar de volgende stop: Laguna Piedra en Laguna Cejar. En dat zijn niet zomaar twee meertjes, dat zijn twee heel erg bijzondere meertjes.

DE steenlagune en de wenkbrauwlagune

Maar waarom dat zo is, ga ik je nu lekker niet vertellen. Waarom niet? Als we bij de ingang arriveren, is de slagboom met het stopbord (deze keer zou ik keurig vóór de ingang gestopt zijn) al dicht! Wat blijkt: Laguna Cesareo en Laguna Piedra moet je tussen 9 en 12 in de ochtend bezoeken! Hé, toch. Dan schuiven we dit bezoek maar op naar morgen of overmorgen. In de middag gaan we dus maar eens dat dorpje San Pedro in, maar eerst thuis even een eigen lunch maken en verorberen en wat regelzaken doen.

Ik zei al dat San Pedro de Atacama een super sfeervol dorpje is. Lemen huizen, zandstraten en een echte oase-in-de-woestijn-feeling. Kunnen we wel aan wennen. We willen natuurlijk een biertje vandaag, maar dat valt niet mee. Zou je al kunnen raden waarom? Ja? Nee? Chileense regeltjes! In de provincie Antofagasta (waar we zijn, duh) moet je een speciale vergunning hebben om alcohol te schenken zónder het verkopen van een hapje. Er is maar één kroeg die dat heeft, maar die zit vol met van die stereotiepe backpackers die bij je binnenkomst al ongevraagd contact met je gaan zoeken, maar daar hebben wij niet altijd trek in, dus geven we er de brui aan. Gelukkig vinden we in een zijstraat van de hoofdstraat een rustiek pleintje met rustige witte huizen waar we voor de vorm maar een bordje enchilada’s bestellen – een regel overtreden is hier in San Pedro echt uit den boze - om dat langverwachte biertje maar binnen te kunnen harken.

Dag drie. We hebben nog flink zitten prakkeseren een avond eerder. Disclaimer: vergeef me als je onze gedachtespinsels in deze alinea niet kunt volgen. Vandaag zouden we eigenlijk naar de geisers van El Tatio gaan, die naar onze verwachting het hoogtepunt van San Pedro gaan vormen, maar die twee Laguna’s die gisteren dicht waren, hebben roet in het eten gegooid. Aanvankelijk wilden we die Laguna’s dan maar op dag vier erbij gooien, maar we moeten de auto inleveren in Calama anderhalf uur verderop. Dat wordt opeens wel heel krap, bedachten we ons, dus een paar uur voordat Klaas Vaak zand in de ogen komt strooien, hakken we de knoop door: dag drie wordt dag vier en dag vier wordt dag drie! Vandaag naar die Laguna’s dus! Maar eerst zetten we koers richting de Argentijnse grens, want daar is ook een magnifiek stukje natuur te vinden: de Piedras Rojas.

Als we om kwart voor zes aan de koffie zitten en Geertje het lunchpakketje in de vorm van kipwraps aan het inpakken is, komt Geertje erachter dat we voor Piedras Rojas verplicht om zijn van tevoren online kaartjes te kopen. Nog snel even online een bestellinkje doen, de auto in en gaan. Maar dat blijkt nog niet alles te zijn: zodra we uit het dorp zijn en op de grote weg zitten richting Piedras Rojas (een dikke twee uur rijden in totaal), ontdekt Geertje dat we in het dorpje Socaire – zo’n vijftig minuten voor onze eindbestemming – nog moeten stoppen om ons kaartje goed te laten keuren. Anders kunnen we vijftig minuten verderop dat park niet binnen. ’t Is wat hier met de regels, maar we besluiten ze toch maar gewoon te volgen. We hebben intussen wel door dat die lui in San Pedro behoorlijk lekker gaan op een lijstje wellicht te strenge regelgeving.

De rode stenen

Overtreden we dan ein-de-lijk geen regels vandaag? Tuurlijk wel. Bij de ingang krijgen we een preek te verduren van de ranger ter plaatse. Geen eten, niet roken, niet van de paden wijken, bla-bla-bla. We kennen het wel, toch? Nou, blijkbaar niet. Ik besluit toch honger te hebben en loop terug naar de auto om zo’n lekker wrapje van Geertje een enkeltje maag-darmkanaal te bezorgen en terwijl ik m’n wrap rustig baas maak bij de auto, wuift er een of andere Chileense tourgids alsof hij zojuist een wilde kangoeroe in Chili heeft gespot. Die kangoeroe? Dat ben ik. Hij haast zich als het irritantste jongetje van de klas dat z’n klasgenootjes bij de juffrouw gaat verklikken bij die ranger van eerder en op hoge poten komt ze (die ranger was een vrouw) op me afgelopen. “NIET ETEN!” “Oké, oké, maar ik ben toch nog niet in dat park van jullie?” “DOET ER NIET TOE! NOG EEN KEER EN JE KAARTJE IS ONGELDIG! DE RANGERS IN HET PARK HOUDEN JE IN DE GATEN!” Jemig zeg, wie bedenkt dat die regels dus blijkbaar ook voor DE PARKEERPLAATS gelden!? San Pedro is het Noord-Korea van Zuid-Amerika.

Laat je hier niet door afschrikken. San Pedro en haar omgeving is ongekend mooi. En Piedras Rojas dus ook weer. Wederom zo’n keurig wandelpaadje brengt ons naar een oever bestaande uit bijna neppe rode rotsen die perfect in elkaar passen terwijl we uitkijken over een weergaloos mooi bevroren zoutmeer in wel honderd verschillende kleuren, met de immer hoger wordende vijf- en zesduizenders van de machtige Andes op de achtergrond. En je leest het goed: een bevroren meer. Wat is het hier KOUD! Onderweg tikte het kwik alweer de -5 aan en ook nu waait de wind met snelheden waar in Nederland code oranje voor gegeven zou worden en wordt het uit de jaszakken halen van je handen bestraft met een ijskoude steek door je hele lichaam.

En dan nog even die superstrenge regels: hoewel we (eigenlijk vooral ik drie keer op rij) er een sport van maken om de regels van San Pedro onbewust te overtreden, hebben ze wel nut. San Pedro is toeristisch. Iedere plek die we hier bezoeken, delen we met medetoeristen. Soms heel veel, zoals in El Valle de la Luna, soms met weinig zoals hier en gisteren bij Laguna Tebinquiche. Maar overal kun je van de grond eten. We hebben op geen enkel wandelpad ook maar een kauwgombal of sigarettenpeuk weten te spotten. Die herculiaanse regels mogen dan wel schier onuitvoerbaar zijn: het resultaat is wel dat de natuur in Chili zowat perfect gewaarborgd blijft. En dat is misschien wel nog veel meer waard.

De steenlagune en de wenkbrauwlagune (poging 2)

Snel de auto in, wrapje met kip naar binnen (de honger is groot inmiddels) en door naar die laguna’s. Ga ik je nu eindelijk vertellen waarom die meertjes Piedra en Cejar zo speciaal zijn? Nee! Alweer niet! Onderweg komen we er namelijk achter dat we de verkeerde keuze hebben gemaakt om dag drie en vier om te draaien: op dinsdag (het is vandaag dinsdag 19 mei) zijn ze de hele dag gesloten! Wéér niet vandaag. Dan volgt morgen maar de titanenklus om én naar El Tatio te gaan, én naar die laguna’s te gaan én terug naar Calama te rijden om die auto in te leveren…

Een andere planning zit er niet meer in. Waar ik vanmiddag het dorpje induik met de laptop, gaat Geertje haar eerste Spaanse les volgen. Die wilde ze eigenlijk in La Paz doen met een Nederlander die daar lesgeeft, maar intussen kunnen we allemaal het verhaal van de protesten in Bolivia opdreunen alsof het de tafel van twee is, maar gelukkig kan de Nederlandse docent Wesley ook onlinelessen aanbieden. Vandaag de eerste dus! Maar eerst even ik: ik installeer me weer bij een ander tentje waar ik een paar inktvisringen moet bestellen om de weg naar bier veilig te stellen, waarna Geertje me een uurtje later komt vergezellen om me onder het genot van een tonijntartaartje alles over haar eerste lesje Spaans te vertellen.

Het viel aanvankelijk niet mee. Na wat stoeien met de wifi die bij Wesley in La Paz net zo slecht lijkt als de politieke stabiliteit daar, was het uiteindelijk gelukt om een fatsoenlijke verbinding te behouden. De eerste les? Voorstellen! Jawel, Geertje kan zichzelf nu vloeiend in het Spaans voorstellen, precies vertellen hoeveel lentes haar leven telt en wat voor werk ze doet. De volgende les is alweer ingepland: overmorgen!

Op naar de volgende dag. Kan het nog vroeger dan de dag van Piedras Rojas? Ja, dat kan! Op dag vier gaat de wekker om half vier ’s nachts. Hoewel de temperatuur buiten nu rond het vriespunt ligt, is de koffie nog net zo lekker als een dag eerder en zelfs nog meer nodig dan gisteren. Vandaag gaan we naar het geiserveld El Tatio en de pech wil dat de geisers van El Tatio echte ochtendmensen (dan wel -geisers) zijn, want tussen zes en acht zijn ze het actiefst. Omdat ze ook niet bepaald om de hoek liggen, maar bijna twee uur ten noorden van San Pedro, is deze onchristelijke tijd om op te staan de enige juiste keuze. Wel twee voordelen: we hebben tijd om poging drie van een bezoek aan Laguna Cejar en Laguna Piedra te wagen en bovendien betekent zes uur ’s ochtends een zonsopgang op één van de bijzonderste plekken die je je maar kunt voorstellen.

De geisers van Tatius

De weg ernaartoe is er ook eentje hoor. Als we internet mochten geloven, dan zou een two wheel drive zoals onze Snowie niet volstaan. Maar Snowie houdt er niet van om onderschat te worden en zeker nadat we gehoord hebben dat de Duitse Elena die we in Arica ontmoetten ook met haar budget-huurbak de kraterweg richting El Tatio getrotseerd had, wil Snowie maar wat graag het ongelijk van het wereldwijde web bewijzen. Dus begint Snowie’s motor al welig te tieren. Maar dat de weg naar El Tatio slecht is, is niet gelogen. Wat zeg ik? Dit is misschien wel de meest abominabele weg waar ik ooit overheen gereden heb. In het pikkedonker rijden we over een weg met meer gaten dan een Emmentaler en ellenlange stukken ‘wasbordwegen’ met van die overdwarse ribbels waar je overheen stuitert alsof je in een levensgrote vibrator bent gestapt en dat zijn dingen waar Snowie niet héél vrolijk van wordt. Logischerwijs stoppen we onderweg een keer om bij te komen van het gestuiter en hoewel het kwik op haar dieptepunt -14 graden heeft aangegeven en het buiten ijs- en ijskoud is, levert die stop wel wat op. Kijk eens even naar deze immense sterrenhemel!

Tijdens al dat gestuiter krijgt Geertje het voor mekaar om lekker te blijven slapen, maar als we om vijf voor zes aansluiten bij de nog gesloten ingang van El Tatio, stroomt bij mij de adrenaline nog volop door de aderen. Lang hoeven we niet te wachten tot de poorten open gaan en dan volgt een van de absolute hoogtepunten van Chili tot dusverre: de macht van de Noord-Chileense natuur zien we in volle glorie.

Het is nog altijd ijskoud (ik draag vijf lagen en Geertje heeft zichzelf in zeven lagen weten te verstoppen) en die hele hobbelrit zijn we (lees: ik; Geertje sliep) alweer vergeten.  El Tatio is een enorm geiserveld. En dan ook echt enorm. Een gigantische vlakte binnen een vallei met stoomgaten waar je ook kijkt. Stoom tot tientallen meters hoog, kleine waterfonteinen die de natuur zelf produceert en de achtergrond met bergen en vulkanen maakt het geheel helemaal af. Wát een schitterende plek.

En dan komt de zon op. Terwijl een familie vicuña’s als in een mythe door het geiserveld wandelt, geeft de zonsopgang deze plek nog dat beetje extra magie. Kleuren veranderen en het stoom van de geisers kleurt als een toverachtige wolk die boven de velden uitwaait. Waar we in IJsland de geur van rotte eieren gewend zijn van dit soort plekken, valt dat hier wel mee. De stinkende zwavel schijnt al opgelost te zijn in het water. Tuurlijk, het ruikt nog steeds niet helemaal zoals je favoriete eau de parfum, maar wasknijpers op je neus zijn allerminst een vereiste. El Tatio: een absolute must in San Pedro de Atacama – óók als je geen 4x4 hebt. Snowie heeft haar gelijk bewezen.

Onze volgende stops zijn Laguna Piedra en Laguna Cejar die naast elkaar liggen. We waren bang dat we zouden moeten haasten omdat die dekselse meertjes om 12 uur alweer hun deuren sluiten, maar gelukkig waren we vroeg bij El Tatio (van de tientallen auto’s en tourbusjes waren wij als vijfde binnen) en kunnen we ook al snel weer door. Om acht uur. De dag begint net, maar we hebben er al meer dan vier uur op zitten. Op de terugweg in het daglicht zien we pas hoe mooi de route was. Kronkelachtige wegen door de bergen, meren in groene en blauwe kleuren, flamingo’s en andere watervogels die rustig op het water hun dag beginnen… de terugweg duurt wat langer, maar dat is puur omdat we wat vaker stoppen.

De steenlaguna en de wenkbrauwlagune (poging 3)

De wenkbrauwlagune

Dan onze laatste stop die we met Snowie mogen delen: Laguna Cejar en Laguna Piedra. En ja: na drie pogingen gaat het eindelijk lukken! Om stipt elf uur stappen we uit bij de lagunes. Uiteraard krijgen we een enorme preek van de ter plaatse zijnde ranger. We hebben El Tatio bezocht ZONDER regels te verbreken en we denken dat dat hier ook wel gaat lukken, zeker als ik keurig netjes achteruit inparkeer (vooruit mag niet van de rangen-mevrouw). Ik had al verteld dat dit héél bijzondere meertjes zijn en oké, Laguna Cejar valt wel mee. Het is super mooi en als we erlangs lopen is foto’s maken natuurlijk een vanzelfsprekendheid, maar het gaat hier vooral om Laguna Piedra, dat nog geen vijf minuten wandelen verder ligt.

De steenlagune

Voor we aan de wandeling begonnen, waren we al een kleedkamer ingestapt. De wandeling maak ik namelijk in m’n zwembroek en ook Geertje huppelt in haar blote benen rond. Laguna Piedra is namelijk een floating lake, een meer met zo’n hoog zoutgehalte, dat je erop blijft drijven! Lang leve vulkanisme! Buiten het feit dat het mooi is hiero, kunnen we dus ook een duikje wagen. Of ja: één van die regels was niet kopje onder gaan in Laguna Piedra, dus dat doen we ook niet. Veel regels, maar wel logische regels deze keer. Buiten een heel hoge concentratie zout, zitten er door de vulkanische activiteit van de regio ook nog een heleboel chemicaliën in het water waarvan we de namen nog niet zouden onthouden al gaf je er ons duizend euro voor. Gevaarlijk dus, zeker voor je ogen, je mond, je neus en je oren. Langer dan twintig minuten floaten is dan ook ten strengste verboden. Sieraden en horloges zijn ook verboden, maar hoe we die twintig minuten gaan timen? Geen idee.

Toch springen we erin. We beginnen met pootje baden en dan beginnen de twijfels al. Dit water is KOUD! 12 graden, weet de tweede ranger van de dag ons wijs te maken. Het dunkt ons dat dat nog hoog is ingeschat, want hoewel de zon heerlijk schijnt (het blijft bizar dat we vanochtend met vijf tot zeven lagen buiten rondliepen en nu in onze zwembroek rondhuppelen en het lekker warm hebben), geeft het water onmiddellijk kippenvel. Al snel weet ik het verstand op nul te zetten, maar Geertje heeft meer tijd nodig, maar onder aanmoediging van drie Engelsen die ook liggen te floaten, liggen Geertje en ik even later zij aan zij te drijven op het wateroppervlak. Floaten zal nooit onze hobby worden, want als je eenmaal in dat water ligt is het net zo prima om gewoon te zwemmen, maar om een keer te ervaren hoe het is om niet onderwater te kunnen gaan, is wel een heel bijzondere ervaring. Zeker in zo’n bizar mooie omgeving als deze.

Een emotioneel afscheid in Calama

De middag die volgt is een moeilijke. Het is namelijk tijd om afscheid te nemen van ons vriendinnetje Snowie. Nog één laatste ritje terug naar Calama wordt met Snowie volbracht en we stellen het afscheid nog een beetje uit. We geven haar nog wat benzine te drinken, ze mag nog even douchen in de wasstraat en nog even uitrusten in de parkeergarage van een winkelcentrum terwijl wij op zoek gaan naar een oplader voor de batterij van onze camera. Maar… je had toch al een oplader in Arica gevonden!? Ja, dat klopt, maar die werkt dus niet hebben we ontdekt. In Lauca is de batterij voor het laatst overleden tijdens het flamingospotten, dus alle foto’s van Iquique én deze blog, zijn met de telefoon genomen. Meer foto’s van de camera komen er voorlopig ook niet, want in Calama behalen we geen succes en de volgende kans in een grote stad komt pas weer als we in Argentinië zijn. Gelukkig hebben we onze andere vriend Dronie wel mooi z’n camera kunnen laten botvieren op de wegen die ons naar de diverse hoogtepunten gebracht hebben. Alleen op de wegen trouwens: ik hoef je denk ik niet te vertellen wat de regels voor dronegebruik vertellen op de plekken waar we hier aan sightseeing gedaan hebben. Die laten zich na de strengheid der regels die we hier ervaren hebben, wel raden.

Het afscheid van Snowie geschiedt zonder tranen te laten vloeien. Ons huwelijk was tijdelijk, maar onze vriendschap is voor altijd. Aan het schoonmaakgedeelte van Snowie - die in de woestijn zoveel stof als een kruimeldief gevangen heeft - hoef ik me niet te wagen. Ik haal een muntje voor de stofzuiger en Geertje roept: "mag ik dat doen!?" Tuurlijk, meisje. Dan haal ik een muntje voor de handmatige wasstraat en ook dan staat Geertje weer te springen alsof ze zojuist te horen heeft gekregen dat ze nog vijf minuten langer op de schommel mag blijven zitten. "Mag ik dat OOK doen!?" Tuurlijk, meisje. Jij poetst maar een eind weg. Tijdens het schoonmaken vinden we tot onze schrik wel wat schade bovenop het dak en hoe graag we hier ook een mooi verhaal van willen breien: die schade hebben wij ergens een keer veroorzaakt. Onwetend en onbewust, maar anderhalve week geleden zat dat gaatje er nog niet. Ook is het programma van die wasstraat al ten einde wanneer we nog niet eens op de helft zijn en waar we op dat moment oordelen dat Snowie wel voldoende gedoucht heeft, zien we tijdens het opdrogen dat dat héél duidelijk niet het geval is. Bij het inleveren loopt een typische streng ogende Latina, rond de 1.30 meter maar vol met vuur, met ons mee om de auto te controleren en met de blik van een schooljuffrouw slaat ze de auto gade. Ze kijkt gelukkig strenger dan dat de daadwerkelijke controle is: de viezigheid is geen probleem en gezien ze een lengte heeft die bij mij tot net boven de heup komt, zou ze zelfs met een trapje die schade op het dak nog niet gezien kunnen hebben. Ach ja, Snowie wilde zelf die tatoeage, hé? Enigszins tegen de verwachting in, pakken we een taxi die ons naar Calama brengt om het kostenvrije afscheid van Snowie te vieren alvorens we de bus terugnemen naar San Pedro. Hoe we dat gaan vieren? Geertje had al een restaurant op het oog en als we naar binnen lopen, zucht ik hoorbaar. Ze heeft weer een Nikkei gevonden!

Een dagje in het dorp

Onze laatste dag in San Pedro rusten we enigszins uit en veel boeiende dingen gebeuren er niet. Ik lig in een hangmat. Geertje volgt een Spaanse les van Wesley vanuit La Paz en kan nu ook in het Spaans vertellen hoe ze moet koken. Als huiswerk moet ze in de praktijk gaan oefenen en dat neemt ze serieus: morgen gaan we een tour doen waarbij het wel héél koud kan worden en dus hebben we sjaals en mutsen nodig. Die gaat Geertje zoeken en die vindt ze. IN HET SPAANS! Heeeel goed! We doen ook even de was. In de middag werken we de socials en de blogs bij in een superleuke, bijna Duitse biertuin en voor de avond zeggen we een sterrenkijktour af. Gewoon, geen zin in. Te veel geracet hier in Chili, dus even wat relaxen is wat we écht nodig hebben. Maar wees niet bang: die sterrentour gaat nog plaatsvinden. We zijn immers in misschien wel ’s wereld beste spot om sterren te kijken, maar we komen voor één avond nog terug in San Pedro en we weten die tour te verplaatsen naar die avond. Ben ik heel blij mee overigens. Geertje had namelijk als smoes gebruikt dat ik 'ziek' was. Ik hé, niet zij. Schuif dat probleem maar lekker bij mij in de schoenen. Als we 'm niet hadden kunnen verzetten, had ik voor de show bij dat sterrenkijken vanavond de hele avond nepziek kunnen spelen. 

Maar we gaan dus weg uit San Pedro en we gaan dus ook weer terug? Wat gaan we in ’s hemelsnaam doen? Niet schrikken: we gaan terug naar Bolivia. Inmiddels is de Boliviaanse onrust ook al op het Nederlandse nieuws geweest. We hebben dus de bijzonder pijnlijke keuze gemaakt om Bolivia definitief te skippen. Maar… net over de grens tussen Bolivia en Chili ligt Uyuni. En Uyuni is bijzonder. Uyuni is zó bijzonder, dat het al acht jaar bovenaan mijn bucketlist staat. En intussen ook bovenaan de bucketlist van Geertje. En het geluk wil dat het gebied rondom Uyuni niet zo dichtbevolkt is. Alle ellende in Bolivia focust zich rondom hoofdsteden La Paz en Sucre. Niet in Uyuni. Uyuni is dus veilig te bereizen, wat ook bevestigd wordt door een ambassadewerknemer die momenteel in La Paz zit. Hoewel Bolivia er in z’n geheel niet in zit, zijn we maar wat blij dat we toch die lang gekoesterde droom kunnen gaan waarmaken. Wij gaan naar Uyuni.

Reactie plaatsen

Reacties

Opa en Oma
6 dagen geleden

Tjee, Calama is maar een luguber stadje...snel weg wezen daar! Mooie aankomst in San Pedro de vallei van de maan apart mooi met die schitterende foto's. De 3 maria's zeggen mij niet veel. Maar die wondermooie luchten, niet normaal. De geisers van Tatius, een zware tocht, maar dan heb je ook wat! Brrr, zò koud, je moet er wat voor over hebben maar wel schitterend, bijna onaards mooi! Goh en die uitzichten op de terugweg.! Laguna Piedra, machtig meer.
Och die Snowie...waar een mens al emo van kan worden. Maar ze heeeft jullie AL die tijd veilig vervoerd!
En nu òp naar Bolivia!!

Marianne
3 dagen geleden

Waanden jullie je niet weer op school met al die regeltjes of zijn ze uitgevonden om jullie alvast te laten wennen aan het leven ná jullie reis? Mocht je wel een sch... laten zonder strafwerk of een boer? Wat ben je toch een snelheidsmaniak Niels om op een rechte, brede, autoloze weg zo maar 26 km/uur te rijden!!! Foei. Zat die ranger mevrouw jullie op de hielen of had zij al haar vriendinnen gemobiliseerd of uit te kijken naar een witte auto genaamd Snowie???
Het maanlandschap vond ik niet zo bijzonder maar de geisers, de zonsopkomst, de kleuren waren uniek. De transformatie van Michelin poppetje met vijf lagen kleren naar Baywatch hunk in zwembroek (en dat allemaal in hetzelfde uur) is ook iets wat je in het "normale" leven nooit meer mee zult maken. Kan dus afgestreept worden van je bucketlist.
Afscheid nemen van Snowie zal inderdaad niet makkelijk zijn geweest. Ze heeft jullie veel plezier bezorgd en ervoor gezorgd dat de instructies over het type auto herschreven moeten worden. Ze kan wèl trekken!!!
Pas goed op als je weer terug gaat naar Bolivia!