Als San Pedro de Atacama een grote kerkklok had gehad die om het halfuur haar klokken zou luiden, dan zou die nu tienmaal geklonken hebben. Naar verwachting zou die eigenlijk één of misschien twee keer moeten klinken, maar dankzij Arturo’s laatste huzarenstukje waarin hij niet alleen van onze groep, maar van alle Uyuni-tours die terugkeren naar San Pedro, als allereerste bij de grens met Chili is, zijn we zo’n 3 à 4 uur voor verwachting in San Pedro de Atacama. Normaliter is de tijd het allerlaatste waar we ons tijdens het reizen druk om maken, maar deze vierdaagse tour van vroege ochtenden met dramatische landschappen en intense weersomstandigheden, maakt de hunkering naar een bed groot. Al helemaal voor Geertje, want die heeft nog steeds last van haar voedselvergiftiging. Aan die hunkering kan vooralsnog geen gehoor gegeven worden, want om drie uur vanmiddag kan er pas worden ingecheckt. Tot zover dus het magnum opus van Arturo. In ieder geval zijn de omstandigheden waarin we wachten iets warmer en prettiger dan op die godvergeten, ijskoude grens tussen Chili en Bolivia.
De middag doden
Dan maar ergens bij een café gaan zitten koekeloeren. Ook in de ochtend is San Pedro een levendig klein dorpje en het lemen decor dat de huizen die knusse woestijnoase-sfeer geeft, maakt dat de ochtend ondanks de vermoeidheid redelijk snel voorbij vliegt. Het laptopje en de iPad zijn weer open, foto’s worden bewerkt en verwerkt en iets na de middag krijgt Geertje een fijn bericht: we kunnen eerder inchecken!
Omdat het eerste hostel dat we hadden in San Pedro ons zo beviel (de tweede B&B niet: het fornuis was defect en de eigenaar deed net zo veel als een luiaard boven in een boom om daar iets aan te doen), keren we er weer terug. Keukentje, rustige buitentuin, schaduw door de vele planten en dus zon naar keuze: wij zaten wel goed. Helaas valt onze terugkomst in een bad met ijskoud water. Geertje gaat al wat eerder naar het hostel en samen met de eigenaresse kunnen ze de sleutel niet vinden in het kastje waar de sleutel in zou moeten zitten. We kunnen er dus niet in. Dubbele boeking? Kamer niet beschikbaar? Ingestort? Meteorietinslag? Nee, niks van dat alles: de vorige gast heeft de sleutels meegenomen
Gelukkig staat de jonge Palestijns-Chileense eigenaresse Maria (met het onterechte schaamrood op de kaken) ons meteen meer dan genoeg te hulp. Ze heeft kennissen die een mooi hotel hebben om de hoek en daar kunnen we wel terecht. Dat de prijs drie keer zo duur is, maakt niet uit: Maria belooft ons dat we ons betaalde geld terugkrijgen, bij het nieuwe hotel (Terracota) alleen het oorspronkelijke bedrag hoeven te betalen en dat ze zelf de rest bij betaalt. Heel lief, maar ze kan ook gewoon het geld dat we al betaald hebben houden en bij Terracota alles betalen, maar goed, het zal wel.
Lief als ze is loopt Maria ook nog mee om ons de weg te wijzen, ook al hoeven we maar één keer af te slaan. Daar komen we er ook achter dat Maria iets met ons gemeen heeft: net als ons is ze ook nog nooit bij dit hotel geweest en ze is meermaals hoorbaar – terecht - onder de indruk van het hotel. “Oh, wat een mooie boog van bomen over dit paadje heen”, “wauw, wat een prachtig zwembad” of “oeh, wat een schone, uitgebreide keuken”. Maria heeft het daarbij geen enkele keer bij het verkeerde eind: deze plek gaat het budget dat we doorgaans hanteren te boven en het niveau van de overnachting doet een beetje denken aan de tijd dat Anita nog bij ons bivakkeerde. Kunnen we in ieder geval even een nachtje van genieten, hé?
En genieten wordt het zeker, maar niet op de manier waarop we dat verwacht hadden. Geertje is nog niet helemaal honderd procent fit en besluit dat het voor vanmiddag verstandiger is de oogjes nog even toe te doen nadat ze een aantal keer weer boven de wc heeft gehangen. Ik ben daarentegen al lang over die vermoeidheid van vanochtend heen, dus neem ik m’n e-readertje mee om buiten met het woestijnzonnetje op de ontblote scheenbenen eens even lekker wat te lezen. De rust van de desolate, dunbevolkte woestijn waarin San Pedro ligt is voelbaar en na weken van gerace en het ene na het andere hoogtepunt onder de loep genomen te hebben, is het heerlijk om weer even een middag niks te hoeven. De rust is compleet. Althans, zo denken we.
Knuffelende platen
Dan wordt Geertje wakker en gaat ze even doomscrollen, waarna ze op een gegeven moment ruw wordt onderbroken. Het plafond maakt geluid. Een kat op het dak… jeetje. Of nee. Het gaat wat harder. Waarom moeten die bovenburen zo stampen? Of ja, het is natuurlijk niet midden in de nacht, dus het is logisch dat je niet met iedereen rekening houdt die in de namiddag opeens een schoonheidsslaapje moet doen. Maar wacht… Terracota Hotel is gelijkvloers en de kamers zijn naast elkaar gebouwd. We… we hebben helemaal geen bovenburen. Zou er dan iemand op het dak aan het werk zijn.
Buiten denk ik dat ik gek word. De muren beginnen te bewegen en ik hoor een soort gebulder alsof m’n maag al een week geen voedsel meer te verteren heeft gehad. Heh? Dan denk je dat je gek wordt, toch? Ik ben de dertig inmiddels gepasseerd, maar om nu al demente visioenen te krijgen, lijkt me wel héél vroeg. En dan besef ik dat ik niet gek ben. Geertje schreeuwt dat het huis beweegt, dat het bed beweegt en dat ze denkt dat ze in een achtbaan zit. "Het huis is van elastiek!" roept ze. Voor me bij het zwembad gebaart een rokende meneer dat we naar ‘m toe moeten komen, dus sommeer ik Geertje ook zo snel mogelijk naar buiten te komen, want het geschud en gebulder blijft aanhouden. We zijn in een AARDBEVING beland!!! Alle stroom is uitgevallen als ik bij het zwembad sta dat inmiddels in een golfslagbad veranderd is en al het water is al over de zwembadranden naar buiten geslingerd. Geertje komt op haar blote voeten aangesneld, in een haastig geïmproviseerde outfit waar mijn veel te grote trainingsbroek ook deel van uitmaakt. En dan stopt het weer. Hoe lang het geduurd heeft? Plusminus een minuut? Vijftien seconden heel hard? Meer niet. Maar wel een bizarre gewaarwording om opeens midden in een aardbeving te hebben gezeten.
En nog een zware ook. Onze handen trillen van de adrenaline, maar er zijn geen muren ingestort en er is ook niets kapot gegaan. Nog compleet van de leg probeer ik het lezen te hervatten terwijl Geertje ook nog buiten is, wanneer een Chileens koppel dat naast ons slaapt het terrein op komt gelopen. “Voelde je dat ook?” vroeg hij ons. Retorische vraag. Tuurlijk voelden we dat. Hij moest lachen en deed er luchtig over. “Voor veel landen zal dit een zware aardbeving geweest zijn,” vervolgt hij z’n vraag, “maar voor ons is dit normaal”. Het klinkt een beetje als stoer doen, maar dat is het niet. We zitten namelijk in een gebied dat extreem gevoelig is voor aardbevingen, maar helemaal gelijk heeft hij ook niet. Even later ontdekken we dat het epicentrum van de aardbeving op zo’n 35 minuten rijden van onze locatie ligt en dat de zwaarte van de aardbeving een kracht van 6,7 (!!!) op de schaal van Richter wist te noteren. Da’s veel, kan ik je vertellen en het nieuws van de Belgen wist er zelfs een kracht van 6,9 van te maken. Er zijn veel aardbevingen in de Atacama-woestijn, maar aardbevingen met zulke sterkte komen hier maar eens in de zes-zeven jaar voor, dus helemaal waar was de spierballentaal van onze Chileense buurman nou ook weer niet. Maar goed: we zijn veilig en niets is kapot. Ze zijn hier inderdaad wel voorbereid op aardbevingen: het is enorm dunbevolkt, er is veel laagbouw en de bouw die er is, is aardbevingsbestendig gebouwd. San Pedro de Atacama valt dus niet wanneer twee tektonische platen elkaar een high five geven.
Reünie
Met de adrenaline die nog door het lijf stroomt maken we ons klaar om een hapje te gaan eten buiten de deur. Ik een overheerlijke lasagne, Geertje - wier maag nog herstellende is - kiest voor wat broodjes met bruschetta om niet te veel in één keer naar binnen te werken. De naweeën van de aardbeving die de regio te grazen heeft genomen, is op sommige plekken zichtbaar en de stroom valt zo nu en dan een keer uit alsof San Pedro zelf ook nog niet helemaal hersteld is, maar er is geen Chileen te betrappen op ook maar het minste beetje zorgen of ongerustheid. Nou, dan lijkt het me verstandig dat wij ons ook niet helemaal gek gaan lopen maken.
Vanavond staat nog een tour gepland. Als je het nog weet te herinneren van de vorige blog van San Pedro: we hadden echt geen puf meer voor die sterrentour op de laatste avond. Geen enkele puf meer over. En dus? Geertje heeft MIJ ziekgemeld zonder overleg. Je weet intussen dat dat allemaal goed uitviel en dat we die sterrentour gewoon vandaag kunnen doen, maar die is wel pas om 8 uur. Nu is het net zeven geweest, dus nog even de kroeg in om de tijd te doden met een biertje, maar dat blijkt gezelliger dan verwacht. De deur gaat open en daar zitten Luc, Birgit, Siphra, Gianlua, Felix, Lilly en Luis! Een beetje Sneeuwwitje en de zeven dwergen maar dan Siphra en de zes Duitstaligen. Even later komen ook de Italiaanse Gaia en Deya nog binnengewandeld om de gezelligheid nog even wat op te schroeven. Toeval? Neu. Als je je (nogmaals) die vorige San Pedro-blog weet te herinneren, weet je dat er maar één etablissement in dit dorp is dat alcohol mag schenken zónder dat je daarbij eten hoeft te bestellen. Dan is het opeens niet zo heel gek meer dat we elkaar allemaal hier treffen.
De donkere lichte hemelkoepel
Door de gezelligheid hebben we bijna geen zin meer om naar die Stargazing tour te gaan, maar toch hijsen we onszelf in de benen om onze vermoeide lichamen naar het busstation te slepen vanwaar een tourbusje ons naar een lichtarme plek buiten het centrum moet brengen. Wel lieten we iedereen de gelofte afleggen dat ze niet naar bed mogen gaan vóór wij weer terug zijn. Het gebrek aan zin maakt gelukkig al snel plaats voor enthousiasme, want de vorige keer dat we bewust sterren zijn gaan kijken in de Tatacoa-woestijn, kan niet tippen aan wat we vanavond allemaal te zien krijgen.
Dat ligt niet aan de hemel, maar meer aan onszelf. Als ik mezelf even een veer in m’n achterste mag steken, dan vind ik dat ik een behoorlijk grote basis van algemene kennis heb. Van het nachtelijke luchtruim? Daar heb ik nog geen plakje kaas van gegeten. Ik vind sterren wel mooi, maar ik heb ze ook altijd maar een beetje zweverig gevonden. In Tatacoa lieten we onze hosteleigenaar ons naar een mooie plek rijden, op de bonnefooi, zonder gids, zonder informatie. Super mooi, maar waar we precies naar zaten te kijken? Geen idee. Nu is het anders. De verschrikkelijk pientere astroloog Alejandro die ook nog eens over een heerlijke vertelstem beschikt, heeft de Pisco en de wijn (ik ga voor de eerste, Geertje kiest een wijntje om de maag te testen) al klaar staan en weet bijna iedere vraag die we hebben van een geschikt antwoord te voorzien. En wat blijkt? Dat zweverige binnen de astrologie dat is er door charlatans (mijn bewoordingen, sorry als ik iemand tegen het zere been stoot) bij bedacht, maar de wetenschap achter die nachtlampjes in de hemel is bijzonder interessant.
Even een paar wist-je-datjes: wist je dat het licht van de sterren miljoenen tot miljarden tot biljoenen tot biljarden kilometers ver is? En dat het licht dat we nu van zo’n ster zien honderden tot duizenden jaren oud is omdat het zó lang duurt voordat dat licht onze ogen bereikt? Sommige sterren zijn dus misschien al dood en bestaan niet meer – maar dat weten we niet – omdat dat licht onze ogen nog niet bereikt heeft. Wist je dat jouw sterrenbeeld bepaald is door de plek van de zon? Als je net als ik geboren bent als leeuw, dan stond de zon bij je geboorte voor het sterrenbeeld 'leeuw'. Wist je dat er sterren zijn op het zuidelijk halfrond die je op het noordelijk halfrond nooit kunt zien? En vice versa?
Maar bovenal is het gewoon mooi. San Pedro de Atacama geldt als één van de beste, misschien wel dé beste plek ter wereld, om sterren te kijken. We zijn in een woestijn waar het zelden regent en wolken zijn dan ook geen alomtegenwoordigheid. Daarnaast is hier enorm dunbevolkt en is er dus bar weinig lichtvervuiling en om die lichtvervuiling nóg minder te maken, vind je in het westen de grootste oceaan ter wereld (geen licht) en blokkeert de machtige Andes in het oosten het licht van steden in Argentinië. Het resultaat mag er wezen: een kraakheldere sterrenhemel en constellaties als de Schorpioen, de Centaur en het interessante Zuiderkruis (de punt hiervan wijst altijd naar de zuidpool en dus was het Zuiderkruis in oude navigatietechnieken een sterrenbeeld van onmetelijk belang) zijn altijd en immer zichtbaar.
Alejandro heeft ook nog twee koelkasten van telescopen meegenomen. We kijken naar Jupiter en zien haar manen. We kijken naar Alpha Centauri, de ster die het dichtstbij de Aarde staat. We kijken naar een ogenschijnlijk zwart stukje van de hemel, maar door de telescoop zien we tientallen sterren die met het blote oog onzichtbaar zijn. We kijken naar Sirius, de helderste ster aan de sterrenhemel, die door de telescoop flikkert in groen, rood en blauw als een discobal van een rollerdisco. We kijken naar de ster Antares in het hart van de Schorpioen, een zogenaamde rode reus, een ster die een onheilspellend roodoranje licht geeft wat impliceert dat die ster stervende is – of misschien dus al dood is. Maar het mooiste is de maan. Simpelweg, de maan. Want ook daar richten we de telescoop op en we kunnen de kraters op de maan tellen. Als wij een huis hebben, dan kopen we ook een telescoop beslissen we die avond. Dit is nog tien keer interessanter dan we hadden verwacht.
Nog één laatste biertje
Voldaan stappen we de bus in. Geertje merkt dat het biertje in de kroeg eerder en het wijntje tijdens het sterrenkijken nog niet helemaal goed vallen, maar afscheid nemen van onze nieuwe vrienden willen we wel nog even doen, zeker nadat ze beloofden op ons te wachten, dus houdt zij het bij een watertje vanavond. De groep heeft besloten massaal te gaan eten, dus we starten (om half elf) de reünie in een restaurant iets buiten het centrum en tot ons grote jolijt zijn ook Izzy en Aryah tegen de groep aangelopen en het duurt niet lang voordat we met de bijna complete groep weer in datzelfde kroegje zitten met een paar literflessen Escudo voor onze neuzen. Ook het water van Geertje mag de pret niet bederven en het is een avond vol gelach, gezelligheid, sterke verhalen en een afscheid dat voor iedereen te snel komt. Sommigen gaan via Arica naar Peru, anderen dalen af naar via La Serena aan de Chileense kant van de Andes en wij hebben al een verzamelmap vol tips en aanraders meegekregen voor de bestemming waar we morgen heengaan: de Noord-Argentijnse stad Salta.
Van iedereen afscheid nemen, hoeft deze keer nog niet. De Britse Aryah en Izzy hebben grofweg hetzelfde plan als wij en zitten morgen in dezelfde bus die ons in bijna twaalf uur naar het zesde land van onze reis, Argentinië, gaat brengen. De ochtend is wederom vroeg, zoals we intussen wel gewend zijn, want om 7 uur willen we bij de bushalte zijn. Terwijl Aryah, Izzy en ik nog even een of andere oliebolsnack scoren als ontbijt (Geertje ontbijt zeg maar nooit) gaan we lachend de bus in terwijl we ons ergeren aan een groep besnorde Britten (onze reisgezellen schamen zich de ogen uit de kop voor hun landgenoten) die met een grote boombox om 7 uur ’s ochtends besluiten dat iedereen mee moet genieten van de Engelse top 40. Dit soort mensen: onze grootste allergie. Gelukkig zitten wij onder en zij boven, evenals Aryah en Izzy, en is het aan hun om uit te dokteren hoe ze de komende elf en een half uur met deze allergieverwekkers gaan overleven. Op naar Argentinië.
Reactie plaatsen
Reacties