De reis naar Argentinië maakt dat we weer een uur in de tijd gereisd hebben. Dichterbij de tijd van ons Kikkerlandje, wel te verstaan: van zes uur vroeger naar vijf uur vroeger. Een prettige rit was het allerminst. Hoewel we het leeuwendeel bij daglicht bereisd hebben en de route die we rijden een prachtige schijnt te zijn, hebben we de gordijnen grotendeels dichtgehouden. Na Zorro en Snowie willen we in dit stuk Argentinië weer een auto gaan huren en op een gegeven moment óók dit deel rijden en de pret verpesten willen we natuurlijk niet. Stiekem spieken wordt ons wel wat makkelijker gemaakt: ik lig aan de raamkant en Geertje zit dus in het midden en waar Geertje in Uyuni nog aan het kotsen was, begin ik me aan het begin van de middag niet lekker te voelen en voor ik het weet hang ik in een hoek van vijfenveertig graden over de wc van de bus om m’n maaginhoud te legen. Geertje is ook nog niet helemaal beter, maar het is duidelijk dat ik hoe dan ook het stokje ga overnemen. (En nee, dat ligt niet aan die heerlijke Milka-reep.)
Het is bij aankomst iets na zevenen dan ook dat we onverwachts al afscheid nemen van Aryah en Izzy, die op de bovenverdieping zaten en die in tegenstelling tot ons maar twee nachten – en dus kort – in Salta blijven, alvorens ze doorreizen. Wellicht was het leuk geweest om een dag later samen nog wat te eten of zo, maar ik begin koortsachtig te worden en hunker slechts naar een bed en een wc-pot om lichaamssappen in te deponeren. We hadden al besloten om in Salta lekker tot rust te komen, maar daar gaan we morgen alvast aan beginnen. Wij hebben écht rust nodig. Aryah en Izzy: wie weet tot ooit.
Misselijkmakend begin
Eenmaal in het hotel begin ik al meteen te overgeven en Geertje, die blijkbaar ook nog niet helemaal boven Jan is, volgt onmiddellijk. Daar zitten we dan met z’n tweeën. Waar Geertje wel nog wat eten besteld (sushi, duh), volgen voor mij de drie hachelijkste uren van de hele reis, want de koorts en de misselijkheid schieten opeens de pan uit. Maar als ik uit zwetende koortsdromen ontwaak na tienen, voel ik me wel weer wat beter. Alsof mijn lichaam zich die Giardia van twee maanden geleden nog kon herinneren, bij zichzelf dacht dit gaan we niet nog een keer doen en vervolgens besloot om in één keer alle beschikbare manschappen in de vorm van ziektebestrijders in te zetten voor een frontale kamikazeaanval. Zo snel als het er was, zo snel lijkt het ook weer weg te zijn. Drie uur lang ben ik doodziek. Maar daarna eigenlijk niet zo meer. Op onze eerste echte dag in Argentinië, zijn we weliswaar vermoeid, maar voelen we ons ook weer behoorlijk goed. Gelukkig maar.
Toch lijkt het ons verstandig gehoor te geven aan de roep om rust die ons lichaam deed. Geertje heeft vandaag om twaalf uur Spaanse les. Geertje leert vandaag vragen en wedervragen stellen en leert van Wesley te omschrijven wat ze van dingen vindt. Gelukkig: nu kan ze in drie talen omschrijven hoe geweldig ze mij vindt.
Ik ga de stad in met het laptopje. Na een paar drukke weken valt er nog een heleboel te schrijven en ik vind een cafeetje met een cappuccino die een top drie klassering van deze reis waardig is. Héérlijk. Sowieso is het leuk om door Salta te struinen. Salta is geen stad van honderdduizenden bezienswaardigheden of onmiskenbare musea. Vijf dagen in Salta is dan misschien ook wat lang voor de toerist met zonnebril, fotocamera en felgekleurd bloemenblouseje, maar de stad Salta heeft niet voor niets de bijnaam La Linda. Dat betekent De Schone, want volgens de inwoners van de stad is de hunne namelijk de mooiste van Argentinië. Veel vergelijkingsmateriaal hebben we nog niet, maar ik zal je vertellen waarom we dat statement wel kunnen begrijpen.
Oriënteren
Salta is een grote stad. Ongeveer 650.000 mensen noemen Salta hun thuis, maar ondanks dat grote aantal, heerst er wel een rust en sereniteit in de stad die helemaal niet bij die omvang past. In Salta ben je niet voor de indrukwekkende, niet te missen bezienswaardigheden, maar in Salta ben je voor de sfeer. Salta moet je voelen. En da’s niet moeilijk als je door de straten loopt. Het is nooit te druk op de straten en claxonneren gebeurt bij uitzondering. Mensen glimlachen je zelfs in het stadscentrum toe en alle straten, ook buiten het centrum, kenmerken zich door mooie gebouwen van zowel moderne als koloniale architectuur, stadsparkjes die ogenschijnlijk op willekeurige momenten opdoemen en de plotseling verschijnende knusse koffietentjes, restaurantjes en barretjes die je bij ieder blok opnieuw tegenkomt. Bovendien is het maar eens te meer duidelijk dat we weer van de Zuid-Amerikaanse backpackersroute afgeweken zijn. Je weet al dat we vinden dat het toerisme in Zuid-Amerika sowieso niet in de buurt komt van de Zuidoost-Aziatische proporties, maar sinds we vanaf Puno naar Arica in Chili gereisd zijn, hebben we de stereotiepe backpackerswereld gedag gezegd. We zijn in Argentinië en hier leven de Argentijnen.
En in die Argentijnse wereld zijn ook supermarkten en het is voor Geertje weer tijd om grote boodschappen te doen. Die Argentijnse variant verschilt net zoals al die andere Latijns-Amerikaanse supermarkten, behoorlijk van de Nederlandse. Rijen kunnen tot in de tientallen lopen, maar 'vier-op-een-rij-kassa-erbij' is in Latijns-Amerika nog niet uitgevonden. Daarnaast hebben ze die boodschappenband voor Jan met de korte achternaam neergeploft, want wanneer je bijna aan de beurt bent, is het laatste wat er van je verwacht wordt dat je alvast je boodschappen uit gaat stallen. Ook al is de band leeg en rekent je voorganger al af. Nee, je wacht op het seintje van de medewerker! En dan zelfscankassa's: als je al de code van de onnodig ingewikkelde werking van een Latijns-Amerikaanse zelfscankassa weet te ontcijferen (ieder land hier heeft weer een ander achtdelig raadsel bedacht), dan mag je 'm pas gebruiken als je minder dan vijf artikelen op je verlanglijstje hebt staan. Dan hebben we het nog niet over plastic tasjes gehad: in Chili betaal je keurig voor je plastic tasje, in Colombia krijg je een heel plakboek vol tassen bij een boodschap mee. Hier in Argentinië worden ze er telkens ongevraagd bijgegeven, zelfs al is Geertje - die tegenwoordig als een beer voorbereid is door altijd twee eigen tassen mee te nemen - in het gezicht van de medewerker haar eigen tassen staat in te pakken. Inpakkers heb je overigens ook. Die staan in Panama steevast achteraan de kassa om je tas alvast in te pakken voordat je ook maar een kans hebt om er zelf aan te beginnen. En dan de prijzen! In de meeste landen betaal je gewoon wat je ziet, maar Chili haalt doodleuk de grap uit om bij het afrekenen pas de belasting erbij op te tellen! Wat je in je mandje gooit, kan dus zomaar eens anderhalf keer duurder worden. Argentinië is ook niet vlekkeloos als het om prijzen gaat, overigens. Doorgaans wil je wel weten wat je nou betaalt voor je koekjes of je broodjes, toch? Nou, hier is het een grote verrassingsshow. Onder de flessen water staat de prijs van een limoen en bij de tandpasta kun je vinden wat je kwijt bent voor een kilo rundergehakt. Ze kunnen nog wel wat leren van de Nederlandse efficiëntie. Maar de grote boodschap van vandaag is het wel waard: morgen gaan we met heel veel lekkers namelijk de hele dag films en series kijken. En niemand die ons vertelt hoe lui we zijn.
Over dag twee valt dus niks te schrijven. Ik kom twee keer buiten de deur vandaag. Eén keer om de was op te halen. Eén keer om het bestelde avondeten op te halen. Geertje? Die zal alleen de muren van onze hotelkamer zien vandaag. De afspraak was dat we op dag twee helemaal niks zouden doen en dat neemt Geertje wel héél letterlijk. Een welverdiende rustdag na meer dan drie weken als zotten geracet te hebben. Een reset, opdat we van de Zuid-Amerikaanse eindsprint die Argentinië is, optimaal kunnen genieten. En zo’n reset werkt het beste met een paar goede series en een borrelplankje met zelfgemaakte eiersalade en bruschetta die Geertje als de beste in elkaar weet te knutselen.
Geen heimwee
Dag drie gaan we écht weer iets doen. We beginnen in de sportschool van ons hotel, maar hoewel we onszelf wel uit de naad gewerkt hebben, hebben we (eigenlijk vooral ik) bij binnenkomst meteen al spijt van onze komst. Waarom sportscholen zo populair zijn, is ons eens te meer een raadsel. Ja, iedereen kan lekker in z’n eigen bubbel zonder sociaal te hoeven doen zichzelf lekker voelen omdat ze weer een stap dichterbij dat geïdealiseerde Insta-lichaam zijn, maar niemand kan me wijsmaken dat op eigen houtje in een sportschool hangen ook maar enigszins bevorderend werkt voor een aangenamere invulling van je ochtend, middag of avond. Kijk, thuis zijn we fervent crossfitters, maar dan ben je nog enigszins sociaal bezig, ben je in een groep, heb je een soort stok achter de deur en kun je je in recordtijd helemaal de vernieling inwerken waardoor je goed bezig bent voor je lichaam én je veel tijd overhoudt voor dingen die het leven wél leuk maken. Zelf een paar stukken ijzer optillen of zwaaien met zo’n kettlebell (overigens de lelijkste naam voor een ding ooit) kan je toch ONMOGELIJK leuk vinden? Ik bedenk me dat ik me, zelfs na anderhalve maand intiem geknuffeld te hebben met een Giardia-parasiet, fitter en gezonder voel dan ik me ooit in Nederland heb gedaan. Bijna dagelijks de 10.000 stappen of zelfs meer aantikken (oké, hier in Salta vooralsnog even niet), vers en gezond eten, bier drinken omdat het lekker is in plaats van om jezelf de vernieling in te zuipen. En dat terwijl ik de binnenkant van een sportschool nu vijf keer in vijf maanden heb gezien. Voor Geertje geldt eigenlijk hetzelfde, hoewel ze misschien een paar keer vaker in zo’n sportschool is geweest. Ja, die sportscholen zijn goed voor de gezondheid, maar er zijn tig andere, leukere manieren om gezond te blijven. Als er een lezer is die de sportschool leuk vindt, dan hoor ik het graag en ook vooral waarom. Mij zie je er de laatste twee maanden van onze reis in ieder geval niet meer.
Daar begint ook het sentiment dat de komende dagen in ieder geval in Salta ons leidende sentiment zal gaan zijn. Een anti-heimweegevoel. Dus geen heimwee, maar juist het tegenovergestelde. Anti-heimwee. Absoluut niet naar huis willen. We houden van Nederland. Maar vandaag begint het gevoel van afkeer voor alles wat ons leven in Nederland vertegenwoordigt en niet alleen de sportschool waar iedereen en z’n moeder heengaat. Tuurlijk mis ik de snackbar en een goeie frikandel speciaal (heel tegenstrijdig met het pleidooi van de vorige alinea, maar twee dingen kunnen naast elkaar bestaan en daar moet je het maar mee doen). Ik denk vaak aan familie en vrienden, maar echt missen doe ik ze nog niet. Geertje denkt daar ietsjes meer aan. Die zou ze wel eventjes willen zien. Eén dagje, misschien twee, en weer door. Ik ook hoor, maar het bellen op afstand volstaat voor ons beiden, maar zeker voor mij, prima. We vermaken ons nog altijd prima. We horen zo heel af en toe dat we in een reisbubbel leven, maar daar ben ik het niet mee eens. Als we straks terugkeren, gaan we geen bubbel uit, maar gaan we terug de bubbel in. Een bubbel waarin niet bestaande problemen weer problemen worden omdat we in Nederland niet verder kunnen kijken dan de landsgrenzen van ons pittoreske minilandje. Waar we klagen over huizenprijzen, terwijl op veel plekken in de wereld een dak boven het hoofd geen zekerheid is. Over de prijzen van de verwarming, waar elders warmte een vage koortsdroom is. Ik zag op m’n Instagram-feed een filmpje van Lidewij de Vos langskomen die predikt over 'omvolking', terwijl er geen cijfer is dat dat kan onderbouwen, terwijl we met z’n alle iedere vrijdag en zaterdag gewoon de vrijheid hebben om na tien bier uit volle borst André Hazes mee te zingen zonder dat er binnen een straal van twee kilometer ook maar iemand op z’n knieën richting Mekka aan het bidden is. Nederland, waar we klagen over luxeproblemen en soms zelfs over problemen die er helemaal niet zijn.
En dan de verwachtingspatronen en de voorspelbaarheid van het Nederlandse leven. DIE VERWACHTINGSPATRONEN. DIE VOORSPELBAARHEID. Ik krijg er al jeuk van als ik eraan denk. Als ik voor mezelf spreek, zie ik niet zo tegen het werkende leven op, hoor. Geertje heeft dat wel weer wat meer dan ik, maar mij kan het niet zo heel veel boeien dat ik straks weer aan het werk moet. Maar de sleur waarvan ik weet dat die komen gaat, speelt mijn brein soms parten. Over twee maanden zijn we terug in het Nederland waar spontaniteit een luchtkasteel is. Vanochtend hebben we besloten dat we in de middag een kabelbaantje gaan bezoeken. En als we daar vanmiddag geen zin meer in hebben, doen we dat niet. Geen verwachtingspatronen en ook geen oordelen. Dat wekt dan even de vraag: waarom hebben wij Nederlanders dat zo veel? Zo veel verwachtingen, zo veel drang naar controle en voorspelbaarheid? Wat ik bedoel? Luister. Ik zie me al een voorstel opperen aan vrienden of familie om vanmiddag een biertje te doen. Om te wandelen, om een kaartje te leggen. ‘Geen zin’, mag in Nederland dan nooit en te nimmer een antwoord zijn. Je moet óf wel kunnen, óf je moet al iets te doen hebben. En als iemand dan tóch geen zin hebt, dan vinden we er allemaal wat van. Maar eerlijk, om nu, vanmiddag, iets te gaan doen, dat zit er bij ons in Nederland niet in hé. Dat gaat niet. We zitten zo volgepland, dat dat nooit kan en als je dan onverhoopt tóch kunt, koester je dat beetje me-time dat je binnen die maandenlang volgepropte agenda nog hebt en ga je er met een smoesje vandoor. “Ik moet nog even boodschappen doen voor oma”, “ik heb een afspraak bij de tandarts”. En dat verzin je dan wel eens. Want oh wee als je geen zin hebt. De culturele contradictie van ons vaderland. Collectieve hypocrisie. We hebben allemaal wel eens geen zin, maar daarvoor uitkomen doen we maar zelden. En daar vervallen we straks vrolijk weer in terug.
Dus dan krijg je voorspelbaarheid. De voorspelbaarheid van het gebrek aan spontaniteit.
A: “Zin een koffie vanmiddag?”
B: “Nee, ik kan niet, ga naar m’n moeder toe.” (Wat er eigenlijk staat: “Geen zin, maar durf ik niet te zeggen, dus smoes.”)
A: “Ah, jammer.”
B: “Ik kan over drieënhalve maand rond 18.00 op vrijdagavond 25 september wel, wat jij?”
A: “Prima, doen we dat dan! Ik ga daarna wel een potje curling spelen om 20.00, dus blok maar van zes tot zeven. Op tijd aan het eten beginnen, hé!”
Jeuk, jeuk, jeuk. Overal jeuk. Maar ja, dit gaat dus wel weer de realiteit worden. Sterker nog, dit is waarschijnlijk al jaren onze realiteit geweest zonder dat we er zelf bij stil staan. We vinden het best leuk om koffie te drinken. Maar dat gevoel hebben we vandaag. Wie zegt dat we over drieënhalve maand geen kutweek op het werk hebben en we die avond gewoon even willen bijkomen op de bank? Wie zegt dat we zin hebben om koffie te drinken tegen die tijd, over drieënhalve maand, want dat weten we nog helemaal niet? We zullen in ieder geval niet zeggen dat we géén zin hebben, want geen zin hebben is en blijft een taboe.
Wat moet je hier nou mee? Dit is toch potverdorie een reisblog? Ja, klopt, maar wel even het gevoel dat vandaag overheerst en als we dit later teruglezen en onze agenda het hele jaar alweer vol hebben staan met gender reveals, koffiedates met verre kennissen en verjaardagen van hamsters en lievelingsplanten, weten we weer precies hoe we ons gedurende onze eerste dagen in Argentinië hebben gevoeld. Ik weet dat ik ook geen bergen gaan verzetten met deze hartenkreet, met deze zielstekst. Dit stuk verschijnt immers niet in het AD of de Volkskrant, maar zal met hooguit een paar honderd lezers in de krochten van het internet verdwijnen. En uiteindelijk houden we van Nederland hoor, maar vandaag even niet en van deze gewoontes willen we zó dolgraag af, terwijl we weten dat het een fatalistische hoop, een verloren verlangen is. Maar toch: bedenk je even bij jezelf: waarom plannen we ons leven zo vol? Waarom is geen zin hebben een taboe, waardoor spontaniteit met een levenslange gevangenisstraf bestraft lijkt? Waarom klagen we over problemen waar we eigenlijk maar bar weinig last van hebben? Waarom zijn we soms te bekrompen om buiten onze eigen huizen te kijken? Waarom moet ons leven zo voorspelbaar, gecontroleerd en gestructureerd zijn? Waarom staan we tegenwoordig allemaal in de sportschool? Waarom speelt iedereen padel? Waarom is één van de eerste vragen die jullie ons gaan stellen wanneer we terugkomen 'hoe het nou zit met werk'? Waarom is 'werk hebben' en 'huizen kopen' het ultieme doel, het hoogste streven, hetgeen wat het leven zin geeft terwijl we net zeven maanden bezig geweest zijn om ons leven meer zin te geven dan enig ander? Laat ons maar effe lekker nagenieten als we terugkomen. Tuurlijk hoort werk er straks bij, maar hallo, even niet, oké?
Genieten van het moment
We zijn nog twee maanden in de wijde wereld. Niet in een bubbel. Nee, in de echte wereld. Dít is de echte wereld. Over twee maanden keren we juist weer terug in de onvermijdelijke bubbel die ons dagelijks leven is, ons dagelijks leven zal gaan zijn, waar er maar weinig zijn die écht begrijpen wat we hebben meegemaakt en wat we van het leven gezien hebben. Tegelijkertijd is het ook enorm moeilijk om uit te leggen wat we allemaal hebben meegemaakt en hoe het voelt om zo lang weg te zijn. Ergens voelt het als een heel lange vakantie. Ergens voelt het ook weer totáál niet zo. Hoewel het misschien zo klinkt, bedoel ik alles wat ik gezegd heb echt niet hooghartig, neerbuigend of pretentieus of zo. Maar juist met die gedachte, wandel ik en later Geertje op dag drie de stad in. Om van de onvoorspelbaarheid, de pracht en de schoonheid van het leven te genieten. Nog eventjes, nu het nog kan. Want het is een gevoel dat sneller ten einde zal komen dan ons lief is.
Dat doe ik alleen, want Geertje heeft alweer Spaanse les nummer vier op de planning staan. Thuis aan het tafeltje vertelt Wesley vanuit het La Paz met oranje reisadvies hoe laat hij opstaat zodat Geertje dat in het Spaans ook kan doen. Een uur later weet ze zelfs te vertellen hoeveel broers en zussen ze heeft, wie haar ouders zijn en vertelt ze me ook hoe laat ze ’s avonds naar bed gaat. In het Spaans natuurlijk. Geertje is na vandaag een Spaans familiemens en ook in de tijd zal ze zich niet meer vergissen.
Dat vertelt ze me later, want zoals altijd mag ik niet in eenzelfde ruimte zijn met Geertje wanneer ze lessen aan het volgen is. Dus loop ik naar het Plaza 9 de Julio. Geen Plaza de Armas dus, zoals we er al zoveel hebben gezien, maar een Plaza 9 de Julio. Naast al die Plazas de Armassen is het een Latijns-Amerikaanse favoriet om de pleinen naar belangrijke data uit het verleden te noemen. Op 9 juli is er in Salta dus ooit een keer iets voorgevallen, zo blijkt. Ik neem plaats in het parkje en laat m’n brein de volle toeren draaien over het reizen en over het evidente, onvermijdelijke terugkeren in Nederland dat ooit gaat gebeuren. Aan de overkant staat een man met een zwarte zak luidkeels limoenen te verkopen. In het park spelen drie kinderen van een jaar of vijf een spelletje dat ik niet weet te doorgronden. Beurtelings klimt er een op de verhoging van het standbeeld om een leeg flesje Fanta naar de anderen te gooien. Het lijkt erop dat de vanger de rol van de werper daarna mag overnemen. Een oude man met een groot brood komt naar me toe geslenterd. Of hij naast me mag zitten, vraagt hij me. Uiteraard mag dat. Ik wens hem smakelijk eten. Hij bedankt. Hij breekt stukjes brood af en werpt ze naar een duif die in de buurt huppelt. Je weet hoe het gaat: binnen no-time staan er twaalf duivenfamilies bij de man en dus ook bij mij te schooien. Of ik het vervelend vindt dat die duiven nu allemaal komen, wordt me gevraagd. “Nee,” luidt mijn antwoord. Niet dat het veel zin heeft: als ik het wel irritant vond, was dat nu al veel te laat geweest. “Doet u dit vaker?” vraag ik. “Zo nu en dan”, antwoordt de Argentijn. Hij vertelt me dat hij gepensioneerd is en nu met de dag besluit wat de dag brengen gaat. Soms even de parken in, andere dagen even niet. Soms bezoeken z’n dochters hem waarvan er één in Cordobá woont en de ander in een stad waarvan ik de naam niet heb kunnen onthouden, maar vaker niet dan wel. Afstanden in Argentinië zijn niet zoals we die in Nederland gewend zijn. Die zijn groter, veel groter. Doen wat de dag brengt. Alsof het onderbewustzijn van vandaag deze man in het begin van de middag op me af gestuurd heeft. Precies op de dag waarop die intense, interne anti-heimweebeweging begonnen is. De Duitsers hebben er een woord voor. Fernweh. Het verlangen om weg te zijn van huis. We zitten in Argentinië, bijna aan de andere kant van de wereld. Fernweh hoor je hier niet te hebben, want we zijn al ver van huis, maar toch hebben we hier het tegenstrijdige gevoel van huis te willen zijn terwijl we bijna niet verder van huis hadden kunnen zijn.
Ik klap mijn laptopje open. Heel ironisch ben ik bij het Van Gogh Café beland. Een knus, sfeervol, karakteristieke koffiebar met serene Spaanse muziek en jawel, aan de muren barst het van de replica’s van misschien wel de bekendste schilder van ons vaderland. Tegenover me hangt een schilderij met gele zonnebloemen die uit een vaas steken. Die ken je ongetwijfeld wel. Deze dag hangt vol met tegenstrijdigheden, maar als Geertje klaar is met haar les en we allebei wederom een heerlijke koffie voorgeschoteld krijgen (wat is dat met Salta en topkoffie?) terwijl we lekker aan onze blog en aan onze socials werken, leven we wel weer heerlijk in het moment. Nog twee maanden. We zijn eigenlijk ook nog lang niet thuis.
De teleférico
In de middag slenteren we wat door La Linda. Met meer dan 600.000 inwoners is Salta een stad zo groot als Rotterdam, maar zo groot voelt ze nooit. We belanden in een parkje waar een soort koningsspelen voor kinderen gaande zijn en waar zich ook de entree van een teleférico bevindt die ons naar de Cerro San Bernardo zal brengen. We hebben een schitterend uitzicht over de stad en een klein wandelingetje langs allemaal waterpartijen en aangelegde watervallen, voelt sereen en rustgevend en met een biertje sluiten we onze dag af op het terras met een spelletje, terwijl het uitzicht op het prachtige Salta alleen door de bergen aan de horizon onderbroken wordt.
De rest van de dag loopt soepel, hoewel ik mezelf bijna schuldig maak aan winkeldiefstal door per abuis maar één van de vijf artikelen van mijn winkelmandje te scannen bij de zelfscankassa (tip: gebruik nooit zelfscankassa’s in het buitenland, ze werken allemaal heel anders) en de bewaker mijn onbewuste poging tot diefstal doorziet. Ik vond het al raar dat het aantal Argentijnse peso’s dat ik moest betalen wel heel erg laag was, maar het zou wel, dacht ik. Gelukkig was de bewaker met het goede been uit bed gestapt en beginnen we al gauw over voetbal te praten (een Argentijn paai je door over voetbal te beginnen). Wel vindt-ie het nodig om over het WK te beginnen. Een pijnlijke herinnering en hoewel deze meneer mij een gunst bewezen heeft waardoor ik niet voor hoef te komen bij de Argentijnse rechter, moet ik ‘m toch wel even herinneren aan de kwartfinale van het WK in Qatar. Dat ik dat niet vergeten ben en dat we ‘jullie’ dit jaar smeer geven als een jachthond.
De ochtend daarna slapen we lekker uit. Nog steeds voert de anti-heimweebeweging een winnende strijd in onze onderbuiken, maar die laten we ook maar lekker bestaan. Is ook veel beter dan een intens heimweegevoel ervaren met nog twee maanden op de klok, toch? Inderdaad, dus duiken we eens te meer de stad in, maar deze keer om weer wat regelzaken te verrichten. In Peru pinden we een karrevracht aan Amerikaanse dollars, omdat je die voor een bijzonder gunstige koers in Bolivia voor Boliviano’s kon wisselen, maar ja, we weten allemaal op wat voor fiasco Bolivia is uitgedraaid, dus zitten we nog met 1000 contante dolares te koekeloeren. Een vluchtig onderzoek van niet langer dan tien minuten wees uit dat de beste plek om ze te wisselen dan maar Argentinië was, dus daar gaan we even naar op zoek. Ook zoeken we een oplader van de batterij van de camera, omdat die ene uit Arica niet volstond. Waar het zoeken naar zo’n oplader als het zoeken naar een speld in een hooiberg is, schieten we hier in Salta dan eindelijk raak! We vinden een oplader, de allerlaatste in het assortiment, maar we kopen ‘m nog niet. WAT!?!?!? Rustig, ik leg het uit. We hebben te weinig cash en met cash krijgen we 35% korting. 35%!!! Die korting willen we wel, maar over een kwartier gaat de winkel dicht (siësta; er gaat nog wel meer volgen over Argentijnse luiheid) en pas maandag gaat-ie weer open, dus we besluiten maandag (vandaag is het zaterdag) met voldoende cash terug te komen. De kans is toch klein dat ze die oplader het komende kwartier of op maandag voordat we ‘m komen ophalen, verkopen, toch?
Daar gaan we maar vanuit als we ons in een karakteristiek cafeetje installeren naast een van de vele parkjes die Salta rijk is. Het tijdsverschil met Nederland is vijf uur, dus alles begint hier op een vroeger tijdstip dan in Nederland. Wat dat wil zeggen? De Champions League finale in de middag kijken! Tevens worden er ook wat regelzaken verricht: Geertje boekt onze auto voor onze Noordwest-Argentijnse roadtrip en de overnachting voor de eerste locatie van die roadtrip, wordt ook al van een boeking voorzien. Allemaal onder het genot van empanada's. De lekkerste empanada's van heel Zuid-Amerika, durven we wel te stellen. En dat zullen niet de laatste zijn.
Onze laatste dag in Salta plannen we tot aan de nok toe vol. Niet met bijzondere activiteiten of unieke bezienswaardigheden, want die heb je in Salta niet. Weet je nog? La Linda moet je beleven en voelen. Beleven in de vele koffietentjes, in de leuke barretjes in de mooie cafeetjes. We stippelen een kroegentocht uit. We hebben alleen één onvoorzien probleem waar we pas achter komen wanneer we door de stad wandelen. Het is zondag.
Pubcrawl in een slapende stad
Dat zondag voor de Argentijnen – naast al die siësta’s die ze hier houden – een rustdag is, blijkt al meteen. Het normaal zo bruisende centrum, is verlaten en zo’n 90% van de winkels in de stad heeft de deuren hermetisch gesloten. Maar als 90% gesloten is, dan betekent dat dat er 10% geopend is. En 10% in Salta is nog steeds meer dan voldoende. Dus zo brengen we de dag door. Met te lekkere koffie. Met verse vruchtensappen. Met bier. En met wijn. Een empanadaatje hier, een klein taartje daar. Het is heerlijk en rustig genieten en het helpt zeker mee dat de Argentijnen ondanks hun verachtelijke nationale voetbalelftal zomaar de top 3 leukste mensen van alle landen waar we geweest zijn binnenhuppelen. Overal zijn mensen geïnteresseerd in je, maken ze een praatje, zijn ze benieuwd naar je. Niet eens omdat ze weten dat je een toerist bent (Argentinië is het witste land van Zuid-Amerika, dus we vallen hier minder op), maar gewoon omdat dat in de aard van het beestje schijnt te zitten hier. Geertje wil een nieuwe screenprotector halen voor haar telefoon en wanneer we de winkel binnenlopen en hele geanimeerde gesprekken hebben met de drie vrouwen die er werken, houden we er een screenprotector en een nieuw lichtblauw hoesje voor Geertjes telefoon aan over. Zonder aantoonbare reden krijgen we als bedankje een oplader voor in de auto die we morgen gaan huren cadeau. Cadeau! “Un regalo, de nosotras.” Ik durf te wedden dat je in Nederland in een willekeurige telefoonwinkel niet zomaar een cadeautje toegestopt krijgt die niet in een of andere actie verpakt zit.
Tussendoor lopen we ook nog even een speelhal binnen die wonder boven wonder wel geopend is op de zondag. Daar maak ik maar niet te veel woorden aan vuil, want het potje airhockey valt niet in mijn voordeel en waar ik vooraf zeker weet Geertje te pakken met een basketbalspel, komt bij Geertje opeens de inwendige Michael Jordan naar boven. Die verliespartijen van mij leveren wel wat punten in de vorm van tokens op. Die wisselen we maar wat graag in en met de prijs van twee lolly's wandelen we tevreden naar buiten.
Op een terras aan het centrale Plaza 9 de Julio draait een oudere man zich pardoes om om een praatje te maken. Deze man is intussen al de tweede in Salta die ons eraan herinnert dat de Argentijnen vrienden zijn van de Nederlanders omdat onze koningin een Argentijnse is en dat levert de man een brede glimlach op. Ja, in Argentinië lijken ‘De Nederlanders’ bekend te staan als dat volk met een Argentijnse koningin. Dat is in ieder geval een heel stuk beter dan dat iedereen denkt dat je in Amsterdam woont en de hele dag door wiet rookt.
Bij het ondergaan van de zon lopen we nog even Calle Balcarce in. De uitgaansstraat van Salta. Als je op zoek bent naar pubs, barretjes en speciaalbiercafés, dan is dit de plek waar je even een rondje moet wandelen, want die hebben ze hier te over. We installeren onszelf in een lege kroeg, drinken een biertje en nemen wat sushi, waar Geertje ons behoedt voor een oplichtingspraktijkje van de barvrouw die ons een rekening met een verdubbeld bedrag probeert voor te schotelen. We zijn immers de enigen hier, dus een recordomzet zat er vandaag niet in voor deze kroeg. Dat is niet omdat het rustig is, maar omdat het vroeg is. De Argentijnen zijn nachtdieren: ’s ochtends zijn de straten stil, maar ’s avonds en ’s nachts is het druk. En met ’s avonds, bedoel ik ook echt in de avond. Net als de Spanjaarden dineert de gemiddelde Argentijn pas op de archaïsche tijd van 10 uur, dus waar wij om half zeven al sushi bestellen, ontwaakt de Argentijn nog maar net uit zijn siësta. Overigens: die sushi is maar een voorafje, want vanavond gaan ook wij als Argentijnen leven. En dat zal resulteren in een magistrale, onvergetelijke avond.
Argentijnse avond
Peña. Dat is hoe het leven op het Argentijnse platteland gevierd wordt. Of ja, het platteland: we zitten aan de voet van de Andes in een stad van 600.000 inwoners, maar met het ‘platteland’ bedoel ik in Argentinië alles buiten de hoofdstad Buenos Aires. En daar houden ze dus een peña. Dat Argentijnen nachtdieren zijn, blijkt wel uit die peña. Een peña is een diner dat gecombineerd wordt met traditionele Argentijnse dans en muziek. Niet dat je dan om half zes aan kunt schuiven voor een bordje geprakte aardappels in de jus, maar je moet even wachten. Doorgaans gaat zo’n peña pas rond half tien van start.
Als wij om negen uur met een knorrende maag het peñarestaurant La Vieja Estación binnen komen lopen, zijn we dus aan de vroege kant. Ondanks het aanvankelijke gebrek aan volk, is de setting wel al bijzonder: La Vieja Estación is groot en ruim opgezet en aan de linker lange zijde staat een podium. De eettafeltjes zijn met vele. Te veel, zou een binnenhuisarchitect gezegd hebben, want de vele tafels staan dicht op elkaar. Maar dat hoort bij een peña. Dat maakt de sfeer intiem. Het is alsof het diner van vanavond een activiteit ten behoeve van het groepsgevoel is en dat het eten iets is wat we vanavond samen, met z’n allen, gaan doen.
Argentinië staat bekend om haar biefstuk en bij een peña, waar het woord 'traditie' nog net niet met dikke verf op de muren is geschilderd, kunnen wij niet achterblijven. We bestellen een chorizo steak van een halve kilo die op Argentijnse wijze is bereid en bestellen tamales, nog zo’n Argentijnse specialiteit: maïsdeeg gemengd met vlees, ingewikkeld in een maïsblad waarna het gestoomd wordt. Ik ben fan, Geertje wat minder, omdat er veel gekookte aardappel in zit. Waar we beiden fan van zijn is de chorizo steak. Wat is die lekker! En dat zegt wat, want doorgaans ben ik niet degene die je blij weet te maken met koeienvlees, maar vanavond hier in Salta ben ik met tevredenheid gezwicht. Als ik kleine stukjes afsnijd en ze met zout en peper bewerk, smaakt die steak geweldig. En al helemaal wanneer het folkloristische gedeelte van de Peña begint. Het is ongeveer kwart voor tien wanneer de eerste dansers en danseressen het podium op klimmen. Prachtige traditionele gewaden: de vrouwen lijken wel balzaaldanseressen en de mannen hebben een pak aan dat impliceert of ze op het punt staan een stierenarena te betreden. De muziek en dans die erbij komt is net zo fantastisch. Wanneer de dansers en danseressen het podium afgaan, maken ze plaats voor een muziekgroep en gaat het tempo een beetje omlaag, maar dat maakt niet dat een aantal gasten van vanavond niet op kan staan om mee te dansen. Wij blijven zitten, maar kijken onze ogen uit en genieten met volle teugen. Een avond die we niet meer gaan vergeten.
Om 0.00 zijn we doodop als we naar huis slenteren en moeite moeten doen om onze ogen op te houden. Dit soort tijden zijn we niet meer gewend, joh! Intussen gaan de Argentijnen nog vrolijk verder. En de hele stad zit vol met die peña's. Zo’n peña kan namelijk tot een uur of drie in de ochtend duren. Geen wonder dat Salta ’s ochtends rond achten een spookstad lijkt en pas tegen het eind van de ochtend levendig wordt. Men leeft hier niet met het daglicht, men hanteert hier andere tijden. Die Argentijnen zijn gewoon een stel ordinaire nachtbrakers.
Hoewel we meer dan gewend zijn aan vroege ochtenden, is zo’n wekker om 7.00 ’s ochtends opeens wel heel vroeg. Ik ga er vroeg uit, want voor de derde keer deze reis zijn we van plan om een auto te gaan huren. Geertje mag blijven liggen als ik een Uber bestel en mezelf een minuut of tien buiten Salta bij de autoverhuurder laat droppen en de sleutels van een hagelwitte Renault Logan in m’n handen gedrukt krijg. Ik rij terug om Geertje op te halen, die intussen alles ingepakt heeft en broodjes gezond voor onderweg heeft gemaakt en we rijden nog even naar het centrum om nog meer contanten op straat (in Argentinië gebeurt geld wisselen op de meest sketchy manier die je je maar kunt bedenken: gewoon met lieden die aan de rand van de weg 'cambio, cambio' roepen) te wisselen en om die dekselse oplader voor de camerabatterij op te halen. Of ze ‘m nog hebben? Jazeker. Wij hebben een oplader! We gooien er nog een koffietje in en de roadtrip door Argentinië kan beginnen. In deze heerlijke, sfeervolle stad zullen we sowieso nog terugkomen.
Reactie plaatsen
Reacties
Deze parkeer ik even…
De schrik sloeg me om het hart toen ik jullie blog begon te lezen: de bacterie zal toch niet terug zijn? Ik denk echter dat het jullie eigen lichaam is dat zegt: Tot hier en niet verder. Ik wil RUST!! Misschien zijn de zelfopgelegde snipperdagen ook wel het begin geweest van de melancholieke gedachten over thuis en on-heimwee. In eerste instantie dacht ik: Pas op dat je niemand tegen de schenen schopt met je uitspraken maar hoe verder ik kwam het het lezen hoe meer ik toe moest geven dat je groot gelijk hebt. Hier in Nederland MOET er zo veel en wordt het je min of meer kwalijk genomen als je niet leeft volgens de regels en gebruiken die "iedereen" voor normaal aan ziet. Geniet dus nog voor 200% (of misschien wel 300%) van het leven zoals jullie dat zelf willen leven! Vergeet de hectiek van Nederland en houdt de rust in je hoofd!
Dat is het! Het is ook geen oproep tot egoïsme, allesbehalve, want het is natuurlijk super belangrijk om aan je medemens te denken en ook af en toe wat voor de ander te doen en over te hebben. Maar... dat verwachtingspatroon dat het leven op een bepaalde, rechtlijnige manier geleefd moet worden en de onverklaarbare drang naar controle die toch wel doorgaans in Nederland de boventoon voert... die gaf ons even een beetje buikpijn! De komende tijd gaan we voor 300% genieten.
En die/dat bacterie/parasiet/virus is gelukkig niet terug. 'Gewoon' een voedselvergiftiging, dat hoort er af en toe ook bij. We hebben immers een paar neanderthalermaaltijden in Bolivia te verorberen gehad!