Rotorua - Het geothermische land van de Maori

Gepubliceerd op 1 juli 2026 om 19:00

Rotorua. Geothermische hotspot midden op het Noordereiland en de plaats waar de grootste Maori-populatie (de inheemse bevolking die hier al een paar eeuwen woonden voor de Europeanen er kwamen) van Nieuw-Zeeland woont. En we slapen ook nog eens in een motel. Niet dat een motel ook maar enigszins verband houdt met de Maori, maar ik moest toch een bruggetje verzinnen, nietwaar? Op mijn verzoek, want ik vind motels toch wel tot de meest iconische overnachtingsplaatsen behoren die je je maar kunt bedenken. We kennen ze allemaal van de films, nietwaar? Van die hotels pal aan drukke wegen waarvan de deuren meteen op je parkeervak uitkomen. En in de films een beetje sketchy, natuurlijk, want als de hoofdpersoon gezocht wordt of ergens voor op de vlucht is, dan kun je je klok erop gelijk zetten dat-ie in zo’n motel overnacht.

Avonturen op kampercamping

We worden naar onze kamer gebracht door een al te vriendelijke Indiase jongen die ons een rondleiding geeft door de kamer. De kamer is zo basaal als het maar zijn kan: douche met een gordijn uit de dichtstbijzijnde kringloopwinkel, een bed met lakens met inspiratieloos motief en dito kleuren en een simpel elektrisch kookstelletje waar we absoluut geen vijfsterrenmaaltijd op gaan kunnen bewerkstelligen. En maar één wijnglas! Maar in de badkamer zit nog een extra ruimte en compleet tegen de verwachting in die het volledige pand van binnen en van buiten wekt, zit er opeens een veel te grote, compleet uit de toon vallende JACUZZI in onze badkamer! Dat hoef je ons geen twee keer te zeggen. De twee dagen dat we hier zitten, zal die kuip beide dagen vollopen.

Dan lopen we nog even naar buiten waar de Indiase gastheer ons laat zien waar we mogen parkeren en geeft-ie ons nog een viertal tips voor een bezoek aan India nadat we hem naar waarheid vertelden dat het land heel hoog op ons lijstje staat. Precies op dat moment gaan we ontdekken dat Nieuw-Zeelandse motels (althans, in ieder geval deze) net zo sketchy zijn als in de films. Een grote, brede gast met het gezicht vol tatoeages en een capuchon komt opgefokt een deur uitgelopen. Onze Indiase gastheer fluistert ons dat we beter niet kunnen kijken, terwijl hij lukraak op een paar ramen van willekeurige kamers staat te bonzen. Intimiderend. Dit zal niet het eerste voorbeeld zijn van het gegeven dat zo'n motel net een kampercamping blijkt.

Terwijl we onze asociale hottub laten vollopen en Geertje vegetarische orzo kookt, klopt de Indiase gastheer op de deur en komt-ie met wat excuses aanzetten voor die getatoeëerde zenuwpees. We hoeven niet bang te zijn, benadrukt hij ons. Dat waren we niet, maar alsnog heel lief dat-ie zo bezorgd was. Een halfuur later wordt er weer aangeklopt, maar deze keer is het niet de Indiër die voor de schuifdeur van onze motelkamer staat, maar is het een knappe jongedame voor wie ik de deur open doe. Veel make-up en een outfit die wellicht iets te stijlvol is voor een doorsnee motelbezoek. Ze vraagt me of ik Peter heet. Ze is op zoek naar een kamer waar ene Peter te vinden is. Ik heet geen Peter en schuif de deur weer dicht, maar Peter gaat een leuke avond tegemoet. Dit was geen dame die een motelkamer geboekt heeft. Dit was een dame die zelf geboekt is. Eén ding is zeker: onze hottub is niet de enige hottub op dit moment aan het vollopen is.

Een dag later slapen we lekker uit. In eerste instantie niet het plan, maar de wedstrijd België - Senegal op de iPad zal de moeite waard blijken. Ook is de portemonnee daar wel blij mee. We hebben flink doorgeknald de afgelopen dagen en veel rustmomenten hebben we door de strakke Nieuw-Zeelandse planning niet, dus we nemen het ervan deze morgen. We besluiten rond het middaguur het stadje Rotorua in te lopen om daar even de was te doen en van het centrum te genieten, maar als ik m’n vuile was uit de auto ga halen komt spichtige figuur nummer drie op ons afgelopen. Met een sigaar in z’n muil, een capuchon op z’n hoofd en ogen die zo groot zijn als wijnglazen krijgen we de vraag op ons afgeworpen of we hem misschien een reserveband van een auto kunnen verkopen. Da’s nog eens een openingszin, hé? Nou, dat kunnen we helaas niet, dus de man gaat z’n motel binnen waarvan de deur diagonaal ten opzichte van Elsa te vinden is. Zo gezegd, zo gedaan, zou je denken, hé? Nog geen drie minuten later gaat de deur weer open en klinkt er agressief geschreeuw en een meisje bij wie de persoonlijke hygiëne ook niet bovenaan de takenlijst staat en wie zo'n twintig jaar jonger is dan die louche kerel, komt stampvoetend naar buiten gelopen. Die vreemde snuiter loopt telefonerend in haar kielzog: “if she comes at your door, you tell her to FUCK OFF!” klinkt het. De middelvinger gaat omhoog en het meisje stapt furieus de auto in, rijdt met piepende banden weg en die aparte kornuit met z’n wijnglasdoppen smijt de deur in het kozijn met een kracht dat het een godsmirakel is dat de glazen er nog inzitten. Wat the hell is dit voor plek? Dit is toch Nieuw-Zeeland en geen Zuid-Soedan toch, of zo?

Nieuw-Zeelandse dorpen en stadjes? Meh

Er is in ieder geval genoeg om over te lachen. We gaan aan de wandel. Eerder vonden we Nieuw-Zeeland totaal niet op Australië lijken, maar nu we hier in Rotorua lopen, komen we daar toch op terug, want de stadjes en dorpen lijken wat meer op die van hun buren aan de overkant van het water. De woonwijken van Rotorua bestaan uit brede straten en grote, gelijkvloerse woningen. Zo kennen we het ook weer van Australië, alleen is het nu veel kouder, hier in de winter. Een leuke stad is het tot dusverre niet. Toegegeven: we zijn in de buitenwijken en het centrum bepaalt doorgaans de sfeer, maar Rotorua voelt een beetje treurig en troosteloos aan. We lopen namelijk naar een winkelcentrum waar ook een zelfwasserette te vinden is om de kleding te wassen (we moeten contant betalen, dus lopen ook nog even naar een pinautomaat en zijn dus de hele middag zoet omdat we tijdens het wassen ook op de kleding moeten wachten) en het valt op dat er hier weinig gegroet en gelachen wordt. Ook zien we een aantal vrouwen lopen met vreemde tatoeages op hun kin. Als we de eerste zien, kijken we nog raar op, maar na de vijfde beseffen we dat het iets is wat hier normaal schijnt te zijn. En wat dat precies is, ontdekken we vanavond. Het begin van onze tijd in Rotorua is ietwat vreemd, maar vanaf vanavond gaat het hier heel erg leuk en interessant worden. We hebben namelijk een Maori-avond in Mitai.

De Maori van Mitai

In een grote zaal nemen we plaats aan een tafel voor tien personen. Van zulke tafels staan er in totaal een stuk of twintig, dus met een avondje Maori-cultuur-snuiven, kunnen er een hoop zielen mee. De lichten worden gedimd, wij wachten vol smacht met een Hazy IPA en een Corona en de spotlights gaan op de charismatische Kyle, een afstammeling van de plaatselijke Maori-stam Mitai, die op de kruk gaat zitten en met het meest komische Nieuw-Zeelandse accent aller tijden de zaal te woord staat. Kyle neemt ons mee door het avondprogramma. Ik heb het al eerder verteld: nog voordat de Europeanen ooit voet aan Nieuw-Zeelandse grond zetten, waren het de Maori die Nieuw-Zeeland bevolkten. Een Polynesisch volk, die Maori, en de Polynesiërs leefden in de zogenaamde Polynesische driehoek die grofweg tussen Nieuw-Zeeland, Hawaii en Paaseiland ligt. Een enorm gebied, maar met heel weinig land en vooral een heleboel liters zout zeewater.

Polynesiërs met gezichtsscan

Maar wel een gebied met mensen. Heel interessante, mooie mensen. Polynesiërs hebben een statig uiterlijk, wild en gracieus tegelijk. Iedereen kent acteur Jason Momoa wel, toch? Nou, dat is ook een Polynesiër. Een uit marmer gehouwen godenversie van een Polynesiër, dat dan weer wel, maar dan weet je een beetje aan wat voor mensenras je moet denken, zeg maar. Die Maori zijn ook Polynesiërs en bij de meeste oude Polynesische stammen, is tatoeëren een belangrijk onderdeel van de cultuur. De Maori gingen daar nog een stapje in verder: zij tatoeëerden hun gezichten. Wat zeg ik? Dat doen ze vandaag de dag nog steeds. We zagen gister al die opgefokte gast die op de deuren bonkte. Wellicht was hij een Maori, want de Maori-mannen hebben gezichten die echt vol zijn getatoeëerd. Vrouwen gaan met wat mildere gezichtsinkt door het leven en hebben slechts een tatoeage die hun kin bedekt (aha! Dat verklaart die vrouwen vandaag). Sterker nog: die tribal-tatoeages die een lange periode in het westen zeer populair waren, zijn rechtstreeks toe te voeren op tatoeagekunst die door de Maori wordt gebruikt. De tatoeages vertellen veel verhalen: vrouwen zijn hoeders van de kennis en beschermers van kinderen, maar bij mannen gaan de grote gezichtstatoeages nog wat verder. De oude Maori-cultuur had geen geschreven taal en middels patronen op de gezichten werd duidelijk gemaakt welke functie een Maori had: was het een jager? Een handwerker? Of juist een sterrenlezer? Ook werden de gezichtstatoeages de ‘gezichten van voorouders’ genoemd. Iedere familie had unieke kenmerken in hun tatoeages waardoor je aan de tatoeage ook kon zien tot welke familie een drager behoorde en wie zijn voorouders waren. Het ziet er allemaal onwijs intimiderend uit en je zou zo zeggen dat die Maori die je in Nieuw-Zeeland - en dus vooral in de Maori-hoofdstad Rotorua - op straat tegen het lijf loopt ontsnapte bajesklanten zijn, terwijl het in feite gewoon Polynesische lui met identiteits-QR-codes op hun gezichten zijn.

Traditioneel vreten

Kyle gaat ons voor in een rondleiding door het dorp en als eerste maken we kennis met de traditionele Maori-manier van eten maken: een hangi. Zo’n omslachtige manier om een broodje pindakaas op je bord te krijgen, hebben we nog nooit gezien. Die Maori graven eerst een kuil en stoken er dan een vuurtje in aan. Op dat vuur gooien ze het hittebestendig vulkanisch gesteente en dan laten ze dat vuur branden tot die stenen loeiheet zijn. Dan gaat het eten (aardappelen, kumara (zoete aardappel en pompoen – schapenvlees, kip en varkensvlees) dat ingewikkeld is, in die kuil, op die stenen (het vuur is intussen uit - het vulkanisch gesteente houdt de hitte heel lang vast) en wordt het geheel met aarde op natte doeken afgeschermd zodat er uit de kuil geen stoom en warmte kan ontsnappen. En dat stoomproces duurt uren. Maar echt uren, want het kan goed 4/5 uur duren voor het een keer etenstijd kan zijn. De hangi, dus. Onze avondmaaltijd voor later.

De tradities van de Maori

We lopen een donker pad af en stoppen naast een smalle beek. In de verte zijn strijdkreten te horen en niet veel later komt er een boot onze kant op gepeddeld met een zevental krijsende Maori-mannen. Kijk, dit is natuurlijk een act, want deze lui hebben ook gewoon telefoontjes, Instagram, wifisignaal en die lappen traditionele kleding zijn ook alleen maar voor de show uit de kast getrokken. Als ze overdag naar school of werk gaan net zoals jou en mij, dan wordt er ook gewoon een setje van de H&M uit de kast getrokken. Daar maken we ons geen illusies over. Maar de Maori-cultuur in Nieuw-Zeeland is onder de afstammelingen nog springlevend en gebruiken, rituelen, vaardigheden en kunsten worden nog steeds van generatie op generatie doorgegeven. Hoewel het geheel dus een beetje plastisch en gemaakt is, is deze roeiboot XL nog steeds indrukwekkend. Onder luide strijdkreten komt in de verte een boot geflankeerd door fakkels aangeroeid. Het is best intimiderend: de mannen hebben hun gezichten natuurlijk getatoeëerd en in Maori-cultuur was het intimideren van vijanden belangrijk, door grote ogen te maken en tongen ver uit te steken. Het mag dan wel een act zijn: het is wel een act die ons kennis laat maken met de tradities en een act die wel historisch 100% accuraat is. En ze weten goed de indruk te wekken dat je ze in een donker steegje het liefst niet wil tegenkomen.

We banen ons een weg naar de wharenui, een soort gemeenschappelijke zaal waar traditionele dansen opgevoerd worden. De Maori kennen veel verschillende dansen en wanneer er ook een vijftal vrouwen met kintatoeages bij komt en de tribal chief van deze Maorifamilie wiens gezicht helemaal vol zit ons verwelkomt in de inheemse taal Te Reo Maori, kan het spektakel beginnen. Intimidatie blijft een indrukwekkende sleutelrol spelen, want iedere dans kenmerkt zich door plotselinge, harde kreten, explosieve, krachtige bewegingen en er worden continu houdingen aangenomen die kracht en zelfverzekerdheid uitstralen. Een van de laatste dansen is een bekende: de strijddans haka. Die is intussen wereldwijd bekend geworden dankzij het legendarische Nieuw-Zeelandse rugbyelftal The All Blacks en laten we het zo zeggen: we hebben wel eens minder indrukwekkende dingen gezien! Wat een macht, lef en dapperheid straalt zo’n echte haka uit! Tegenwoordig is die haka ook een duffe teambuildingsactiviteit in Nederland, maar ik kan je verzekeren dat deze Maori daar iets beter in zijn kalende Jos van de finance-afdeling, met z’n brilletje met suf montuur, doorsnee overhemd en de Quasimodo-bochel door te veel naar Excel te hebben gestaard op z’n kantoortje.

De Hangi verorberen

Daarna is het eindelijk etenstijd! Die ondergronds bereide hangi is klaar om verorberd te worden en wat is het veel en wat is het lekker! In de welkomsthal met al die grote dinertafels is een lopend buffet voor ons klaargezet. Kip, vis, zoete aardappel, rijst, varkensstoofpot, gemengde groentes in een sausje, kreeften, typisch Maori-brood in de vorm van rewena… ik heb nu ongeveer 20% van het gigantische buffet opgenoemd, maar reken er maar op dat wij zo veel mogelijk verschillende dingen gaan proeven. Als klap op de vuurpijl vinden we ook nog eens een schaal deegbollen die gewoon bijna precies als een Nederlandse oliebol smaken! Als die Maori vijfhonderd jaar ook zo aten, dan hadden ze het zo slecht nog niet.

Waitomo Caves of toch Rotorua?

Na het diner neemt Kyle weer plaats op z’n kruk om in de spotlights z’n charisma weer op de microfoon te botvieren. We krijgen nog wat verhalen te horen over Maori-legendes. Mijn favoriet is de onbetwistbare waarheid over de Nieuw-Zeelandse ontstaansgeschiedenis: het Zuidereiland is de kano van halfgod Maui en toen die in z’n kano aan het vissen was met z’n magische vishaak, trok hij zo het Noordereiland onder het wateroppervlak vandaan. Nu weten we allemaal honderd procent zeker hoe Aotearoa (de Maori-naam voor Nieuw-Zeeland) is ontstaan. Na wat verhaaltjes in het plat Nieuw-Zeelands, lopen we nog één keer naar buiten want ook in de gemeenschap Mitai zijn van die prachtige glimwormen te vinden. Het zijn er bij lange na niet zo veel als in de Waitomo Caves, maar dat mag de pret niet drukken. Deze beestjes, die heilig waren voor de Maori, zijn ook in kleinere aantallen een genot voor het oog.

De chemische velden van Rotorua

Wanneer we uitchecken de volgende ochtend, hebben we nog een volle dag voor de boeg. In Rotorua komen namelijk twee iconische kenmerken van Nieuw-Zeeland samen: die Maori-cultuur, maar ook het vulkanisme. Er zijn hier tig geiservelden te kiezen om te bezoeken, maar wij maken de weloverwogen keuze om naar Wai-O-Tapu Thermal Wonderland te gaan. Dat klinkt als een binnenspeelparadijs, maar in feite is het een enorm gebied dat bol staat van geothermische wonderen (ha-ha, vandaar het wonderland).

Een squirtende vrouw

Buiten het park dat vol ligt met netjes geplaveide wandelpaden met bijbehorende uitgestippelde wandelroutes, ligt Lady Knox, dé reden waarom Wai-O-Tapu het geiserveld naar keuze is geworden. Iedere dag rond iets na tienen in de ochtend, spuit Lady Knox haar water tot wel 20 meter hoog de lucht in! Nou, dat lijkt ons indrukwekkend, maar bij aankomst valt het toch een beetje tegen. Wij zijn niet de enigen die Lady Knox aan het werk willen zien deze ochtend en rondom de geiser is een soort amfitheater gebouwd en ik denk dat er wel tweehonderd toeristen de telefoontjes klaar hebben om een squirtende Lady Knox op bewegend beeld te krijgen. Maar hoe time je nou zoiets? Zeker als zo’n geiser maar één keer per dag haar water spuit? Nou, heel eenvoudig. Het is hier dat we ontdekken dat de geiser niet van nature spuit, maar dat-ie elke dag met biologisch afbreekbare zeep geforceerd wordt… Daar zitten we dan. Weliswaar op de voorste rij, maar het is kwart over 10 wanneer er een werknemer met een zak zeeppoeder naar de geiser loopt om Lady Knox tot haar hoogtepunt te brengen. En dat is toch wel een beetje jammer, want het voelt een beetje alsof je als single denkt de ware ontmoet te hebben, maar vervolgens ontdekt dat haar hele lichaam van de plastische chirurgie aan elkaar hangt. Zeker als de vrouw die de boel aan elkaar lult ook nog eens door haar microfoon gaat zingen (wat ze weliswaar mooi kan, maar toch) tijdens Lady Knox’ squirtpartij, doet het geheel toch een beetje als een overdreven Amerikaanse show aan, ook al is het echt wel indrukwekkend om dat water de lucht in te zien spuiten. Het oorsprongsverhaal van Lady Knox mag er overigens wel wezen: je had hier een gevangenenkamp dat door ene meneer Knox geleid werd en toen ze dit gebied ontbosten en deze geiser vonden, vond meneer Knox het zo indrukwekkend dat-ie de geiser naar z’n dochter vernoemde. Maar kijk even naar het ding. Geisers zijn vet, maar inherent lelijk. En ze stinken naar rotte eieren. Ik weet niet of ik de dochter van meneer Knox zou willen ontmoeten.

De geiservelden

Daarna maar een rondje Wai-O-Tapu. Een stuk authentieker dan de circusact van Lady Knox met haar tas vol zeep, want de geothermische speeltuin waar we doorheen lopen, doet ons van de ene verbazing in de andere vallen. En het had zelfs mooier kunnen zijn: in de Nieuw-Zeelandse winter die doorgaans gebukt gaat onder slecht weer, zijn we tot dusverre bijzonder gelukkig met koude maar heldere dagen zonder ook maar een drupje regen. Vandaag hebben we wat minder geluk met de dichte mist waarin Rotorua gehuld gaat en zijn er een paar uitzichtpunten in Wai-O-Tapu die door de mist wat minder worden, maar alsnog is het alsof je rondloopt in één of andere fantasiewereld. Waar ik tijdens het roadtrippen in Nieuw-Zeeland eerder de vergelijking maakte dat Nieuw-Zeeland met haar vrolijke, groene heuvels en blije veehouderijtjes net op Wereld 1 van een willekeurig Super Mario spel lijkt, zijn we nu plots in Wereld 8 beland waar doorgaans iedere vierkante meter aarde waar je op kan lopen levensgevaarlijk is. Zo voelen de geiservelden van Rotorua: een verzameling van vijandige landschappen, meren in chemische kleuren die puur natuurlijk zijn, maar er juist allesbehalve natuurlijk uitzien, velden waar de stoom door de vulkanische hitte uit de grond komt, gassen die uit gaten, kieren en gleuven vrijkomen die vol zitten met stinkende gassen die onmogelijk gezondheidsbevorderend kunnen zijn en kraters waar het macabere borrelen van de bloedhete modderpoelen van bovenaf te horen is. Als je hier de hekken weghaalt, je een blinddoek opzet en rond gaat wandelen, dan wordt het je binnen één minuut fataal. Het domein van monsters. Met recht een Super Mario-eindbazenlevel.

LEvend verbranden in je stadspark

Wai-O-Tapu was slechts één van die vele velden, maar we zouden in herhaling vallen om nog een entreekaartje voor nog zo’n park te kopen. Dan nog maar even dat centrum van Rotorua in en waar de hele regio rondom Rotorua door vulkanisme een geothermische hotspot is, wordt het stadscentrum van Rotorua natuurlijk niet opeens van vulkanisme bespaard. We lopen het Kuirau Park binnen en dat is op het eerste gezicht een doodnormaal stadsparkje zoals je er wellicht anderhalf miljoen in de hele wereld hebt. Maar dit parkje is anders. Dit parkje ligt op het gebied dat de scheiding tussen de Australische en de Pacifische plaat vormt (oh yeah, platentektoniek). En wat betekent dat? Stoombaden midden in het park! Geertje werd al een keer wakker van de zwavellucht, maar nu is het duidelijk waardoor het hele dorp naar rotte eieren stinkt. Maar ook zijn er voetenbadjes! Loeihete voetenbadjes! Ik heb na dit badje wielrennersbenen en Geertje heeft een gratis benenharsbeurt achter de rug, maar om in een natuurlijk badje te baden midden in een stadspark, is wel heel erg bijzonder!

En dat is overigens niet het enige: het hele park ligt vol met nog veel meer natuurlijke heetwaterbronnen en modderpoelen. Het woord ‘heet’ is hierin overigens het belangrijkste gedeelte, want er zijn wel twintig baden wier stoom metershoog de lucht ingaat en modderpoelen die onheilspellend borrelen en koken van de hitte. Gelukkig is iedere vijver des doods hier netjes met hekken omheind, want anders had de gemiddelde levensverwachting van Rotorua een stuk lager gelegen.

Om Rotorua af te sluiten, drinken we in een centrum nog een biertje. Gisteren viel het stadje zelf ons een beetje tegen en was de sfeer in de buitenwijken een beetje somber. Dat vonden nogal gek, gezien het feit dat Rotorua één van de meest bezochte toeristische plekken van heel Nieuw-Zeeland is. Maar goed, dat centrum hadden we nog niet gezien en het centrum van een stad bepaalt toch doorgaans voor 90% wat we van een stad vinden. We vinden een barretje en het biertje dat we er drinken is lekker, maar nee: Rotorua scoort geen voldoende op de gezelligheidsschaal van Niels en Geertje, helaas. Mooi voor de Maori-cultuur, net zo mooi voor een paar stinkscheten van moeder Aarde  maar in het stadje zelf ga je geen onvergetelijke herinneringen maken. Bier naar binnen, Zwitserland kegelt Algerije nog even uit het WK en op naar de volgende bestemming. Toedeloe, Rotorua!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.