Napier - Voetbal kijken in het echte Nieuw-Zeeland

Gepubliceerd op 6 juli 2026 om 13:45

The Three Lions

Het is een druilerige dag. De kroeg zit vol. Aan het plafond hangen grote vlaggen van diverse landen, maar om de nekken van de kroeggangers hangen slechts witte vlaggen met rode kruizen. Het is de Engelse vlag. Er wordt geschreeuwd en er wordt gescholden. Dan wordt er weer gejuicht. Soms is het ook een minuut lang muisstil, muisstil van de spanning. Een spanning die mij maar al te bekend voorkomt, hoewel het weer twee jaar duurt voordat ik ‘m weer ga voelen. Het lijkt alsof ik op een grijze zaterdagmiddag ergens in de krochten van Engeland ben, maar niets is minder waar. We zijn in Napier, de Nieuw-Zeelandse kuststad en de meest oostelijke plek waar wij ooit zijn geweest en misschien wel ooit zullen komen. Tevens de meest zuidelijke plek waar we ooit zijn geweest, maar dat record zullen we over twee dagen vast alweer gaan verbreken. Toch voelen we ons ook even twee Engelse eilandbewoners wanneer het laatste fluitsignaal heeft geklonken en Engeland ten faveure van Mexico door is na één van de mooiste wedstrijden die we dit WK gezien hebben. Is het niet om de Britten die hier de kroeg bevolken, dan is het wel omdat al onze WK-poules Engeland in de kwartfinale terug willen hebben.

We hebben met Rotorua, Hobbiton en de Waitomo Caves al behoorlijk wat toeristische hotspots van de lijst van het Nieuw-Zeelandse Noordereiland weten te vinken. Met Napier doen we dat niet: toerisme is hier niet per se vreemd, maar het is allesbehalve een stad die doorgaans in de niet te missen highlights van het Noordereiland terug te vinden is. Toch sprak het ons wel aan om even naar de oostkust van het Noorereiland te reizen. Gewoon, om weer even twee dagen een pas op de plaats te maken en ook omdat we merken dat we het WK een beetje missen. Ja, echt. Vanaf Cafayate hebben we het WK op de voet gevolgd, maar dat was in Zuid-Amerika zo makkelijk als een legpuzzel van vier stukjes. ’s Avonds de wedstrijden, overdag de boel ontdekken. Nu zijn de wedstrijden in onze ochtenden. En da’s niet zo handig: Nieuw-Zeeland heeft al zo weinig daglicht in de winter en overdag willen we dingen doen, dingen zien, zeker omdat we weinig tijd in Nieuw-Zeeland hebben en we tegen onze natuur in als een raket door het land racen en onze dagen tot aan de laatste minuut toe volplannen. En toen zagen we Napier. Waar dorpen en stadjes ons tot nu toe bijzonder tegengevallen zijn, lijkt Napier een stuk aangenamer. En hier gaan we eens lekker van de 1/8e finalewedstrijden genieten die op 7 juli toevallig op het programma staan. En dus ook de wedstrijd Engeland - Mexico op 6 juli, omdat we op tijd in de kuststad zijn. We zien dus zelfs in onze haastige 19 dagen Nieuw-Zeeland de kans om van de gebaande paden te duiken. Of ja, ieder pad is in Nieuw-Zeeland in bepaalde mate wel gebaand natuurlijk, maar toch: gaan we het ‘echte’ Nieuw-Zeeland zien?

Hostel Crash Palace

Dat zullen we de eerste avond nog niet ontdekken. Nadat we Engeland naar de overwinning hebben gejuicht, checken we in bij ons hostel en hoewel we een ijskoude kamer hebben, vermaken we ons goed binnen de muren van ons hostel. Een pooltafel (die overigens niet met de waterpas gecheckt is (Geertje weet er zelfs één keer met de zege vandoor te gaan) en een potje boerenbridge bieden (mijn eerste boerenbridge-overwinning in Nieuw-Zeeland laat nog op zich wachten) ons voldoende vertier voor de avond. Met een flesje wijn uit Nieuw-Zeeland, uiteraard, waardoor we het stadscentrumpje van Napier nog even links laten liggen. Voor de derde keer sta ik deze reis in de keuken om wat simpels te maken en ja, en hoewel dit hostel top is, merken we natuurlijk wel weer dat we in een hostel zitten.

Hoewel de gevoelstemperatuur in de slaapkamer op standje koelkast staat en de norm hier is dat alle ramen blijkbaar wagenwijd open moeten staan, is dit hostel qua sfeer wel een van de leukere die we gehad hebben. Er hangt een sociale vibe, maar omdat we aan het einde van de reis zitten, hebben we niet zo veel behoefte meer aan sociaal contact (waarom dat is, kunnen we ook niet verklaren, maar dat is gewoon zo), maar je kunt hier wel gewoon lekker je ding doen en mensen hier zijn voor de verandering goed in staat om aan mijn lichaamstaal af te lezen dat ik geen zin heb om te vertellen waar ik vandaan kom en waar ik allemaal ben geweest. Of ja, op drie witte, westerse reizigers na die ik bij het koken tegen het lijf loop. Waar ik bij de Waitomo Caves en Hobbiton nog afgaf op Aziatische toeristen, scoren ze nu wel punten ten opzichte van de westerse reiziger. Ik sta in die keuken bij m’n pannetje en al die witte Europeanen zijn contact aan het zoeken. Continu. Met blikken mijn kant op. Met grapjes. Er is zelfs een meisje dat naast me een pollepel neerlegt, naar de andere kant van het fornuis loopt en me vervolgens vraagt of ik die pollepel aan kan geven! En kijk, het is allemaal heel lief bedoeld en als we nog in Panama of Colombia zaten of zelfs nog helemaal in Argentinië, was dit heel gezellig geweest allemaal. Maar we hebben nog maar drie weken en die willen we met elkaar doorbrengen. Ik weet zeker dat mijn lichaamstaal verraadt dat ik geen zin heb om sociaal te zijn, maar backpackers en lichaamstaal aflezen, vormen geen gelukkig huwelijk. Er zijn ook vier Japanse meiden – blijkbaar ontsnapt aan het standaard Nieuw-Zeelandtoerismepakket. Die doen lekker hun eigen ding. Samen koken, aan tafel de boel verorberen terwijl ze met z’n viertjes op een laptop naar van die wazige Japanse tv kijken waarbij een volwassen man in niets dan een luier wegrent voor een kalkoen. En lachen dat ze doen. Maar ze laten me wel lekker m’n eigen ding doen.

De 1/8 finales

Als we wakker worden is het WK-dag. Portugal speelt om 8 uur in de morgen tegen de Spanjaarden. Maar… het is 7 juli, toch? Portugal – Spanje is toch op 6 juli? Jazeker! Maar het tijdsverschil is zó groot, dat wij op ‘onze’ 7 juli heel andere wedstrijden voorgeschoteld krijgen! Met de dekens nog over onze lichamen, installeren we ons met wat ochtendsnacks lekker voor de pot die Ronaldo even later naar huis zal sturen. Héérlijk, zo’n dag die wat rustiger is. Dat is wel effe lekker en dat zal ook betekenen dat we er de komende tijd weer flink tegenaan kunnen. Niet dat we de hele dag in het hostel zitten, want nadat het lot van de Portugezen in de blessuretijd bezegeld wordt, lopen wij naar buiten om Napier te gaan ontdekken.

Dat doen we middels een free walking tour die door Geertje uiteengezet wordt, waarbij we eerst 45 minuten moeten wandelen. Het begin mist nog wel wat spektakel, want we lopen dwars door de arbeidersbuurt heen. Niet voor niks, want we willen uiteindelijk in de haven komen waar een sportsbar te vinden is die Geertje heeft weten te vinden. Wel weer een andere dan gisteren, uiteraard. Ik zei het al: we willen even de WK-sfeer proeven en België neemt het op tegen de Verenigde Staten én tegen de directe telefoonlijn die tussen Trump en Infantino loopt. Waar het gisteren in die andere kroeg een drukte van jewelste was vanwege de hoeveelheid Britten hier in Napier, zijn wij de enigen die voor België aan het juichen zijn. Of ja, namens Europa. Er zitten namelijk een stuk of zes gepensioneerden – drie vrouwen, drie mannen - aan een tafeltje te pimpelen en die hebben ook denkbeeldige vlaggetjes voor België meegenomen. Voor het geval je het niet weet: dit is de pot waarvoor de Amerikaan Balogun eigenlijk geschorst was, maar waar een belletje van Trump ervoor heeft gezorgd dat-ie toch aan de aftrap kon verschijnen. Dat nieuws heeft de Kiwi’s ook bereikt, want de bejaardenbrigade op het terras maakt de ene na de andere grap om de draak te steken met Trump en z’n telefoonlijn en wanneer onze zuiderburen het netje vinden, wordt er door de oude Kiwi’s gejuicht. Lukaku maakt nog 4-1. “Do you think Trump is able to call for three extra goals?”

De duistere zijde achter de PR-Machine van Nieuw-Zeeland

We genieten met volle teugen van onze ochtend- en middagbiertjes en -wijntjes, en ook van de heerlijke friet. Zuid-Amerika, je bent geweldig, maar friet bakken kunnen jullie TOTAAL niet. Die Kiwi’s weten wel van aardappels frituren. Verder is dit ook maar weer een treurige kroeg. Het is nog maar dinsdagochtend en hoewel we vrolijk worden van de gepensioneerde levensgenieters op het terras buiten, is er één ruimte in de kroeg die nog een heel stuk voller zit dan het kroeggedeelte. Jawel, ook deze kroeg heeft weer zo’n casino vol met fruitmachines en andere gokkasten. En het zijn schrikbarend veel mensen op dit onorthodoxe tijdstip aanwezig, mensen die op het eerste gezicht doodnormaal zijn. Maar dat zijn ze niet. Want het is dinsdagochtend. Een ordinaire dinsdagochtend, zoals alle andere dinsdagochtenden. En als je uren aaneen in een casino zit op dinsdagochtend, gaat er iets niet goed. 1 op de 5 Nieuw-Zeelanders kampt met lichte gokproblemen tot zware gokverslavingen. Ik zou het bijna schrikbarend willen noemen, maar als je kijkt naar de hoeveelheid casino’s waar je gewoon naar binnen kunt lopen in alle kroegen in de dorpen en kleinere stadjes hier, dan schrik ik daar helemaal niet zo van. Als we later verder lopen, zien we ook al snel dat dit niet de enige kroeg is met zo’n casino. Kroegen adverteren er schaamteloos mee. Een bekend probleem in Nieuw-Zeeland, maar toch zijn er nog zo veel te vinden. Laat ze die dingen maar eens sluiten, lijkt me zo.

Als we nog even naar de wc gaan, valt mijn oog op nóg een rare lijst die aan de muur hangt. Een muur van jongen vrouwen in ondergoed die door een volle kroeg lopen. Wat blijkt? Water Bar houdt hier om het jaar een missverkiezing. Als ik aan missverkiezingen denk, dan denk ik aan knappe vrouwen in mooie jurken op chique podia. Niet aan vrouwen in ondergoed die hun kont omhoog tillen voor de camera. Dit… dit is toch Nieuw-Zeeland? Gebeurt het hier serieus dat er een soort louche, goedkope show wordt georganiseerd waar jonge vrouwen uit de omgeving een worst van 2000 dollar aan prijzengeld wordt voorgehouden? Een schijnvertoning die eigenlijk alleen maar bestaat voor oude viezeriken om aan hun trekken te komen? Vergelijk het eens met je plaatselijke dorpskroeg. Stel je voor dat daar eens per jaar de rode loper wordt uitgerold en dat de meisjes uit het dorp wordt verteld dat er eentje duizend euro kan verdienen door halfnaakt terwijl het hele dorp daar met een pilsje in de hand zit te kijken naar die meisjes. Want dat is dit gewoon. Meisjes in Napier die in hun ondergoed over de rode loper rollen terwijl het publiek bestaat uit mannen met een gemiddelde leeftijd van zestig jaar. Ik krijg er een beetje een naar onderbuikgevoel van, maar goed, misschien is dit cultuur in Napier. Ik weet het niet.

Dat treurige dat we in die kroeg ervaren, zet zich nog even voort. Het is intussen middag. Ik zei het al: een doodgewone dinsdagmiddag. Daarnaast is het ook nog eens het toeristische laagseizoen en is Napier geen stad die op de voorpagina van de Lonely Planet-gids over Nieuw-Zeeland staat. Dat weten we. We verwachten dus ook geen carnaval in Rio op de straten van Napier. Toch worden we een beetje verdrietig als we door Napier wandelen. Een stad die zou moeten uitblinken om haar Art Deco-stijl. Een stijl die staat voor moderniteit, luxe en elegantie. Dat zien we in het mooie National Tobacco Company Building terug, maar verder is het maar een sombere stad. Mensen lachen niet, het is verlaten op straat (ja, het is een winterdinsdag, maar alsnog) en er is verrassend veel armoede die heel erg zichtbaar is in de vormen van zwervers en in zichzelf pratende mensen met baarden die bijna tot hun navel reiken. Waar het in Nederland vaak welgestelde mensen zijn die in de dorpen leven, zie je in Nieuw-Zeelandse dorpen en kleine stadjes zoals Napier juist vaker de armoede terug. Die gokverslavingen die ik hiervoor benoemde, zijn schijnbaar in die kleinere stadjes veel zichtbaarder. Door de luchtbel die het ideale beeld laat zien dat Nieuw-Zeeland naar het buitenland exporteert, weten wij in plaatsen als Napier en Rotorua met relatief gemak doorheen te prikken.

De zon gaat schijnen

Gelukkig blijkt Napier twee gezichten te hebben. Na het havengebied banen we ons een weg naar de oostkant van de stad. Dat doen we door dwars door het steile heuvellandschap te wandelen waar de woonwijken van Napier zich bevinden. Geen plek waar volgens mij ook maar enig toerist ooit doelbewust doorheen wandelt, maar toch. In die woonwijken? Daar is het mooi. Daar is het écht heel mooi. De prachtige, gelijkvloerse huizen die over de heuvels verspreid zijn langs zigzaggende straatjes die een schitterend doolhof vormen van stijl, luxe, elegantie en optimisme, stralen maar één boodschap uit: hier wil je wonen.

Wij willen nog een kers op de taart na één uur wandelen en die krijgen we ook: de wijk Bluff Hill die volledig op die enorme heuvel aan de kust ligt, kent ook nog een uitkijkpunt. De creatieve naamgevers van Napier wisten met Bluff Hill Viewpoint op de proppen te komen en hoewel ik zucht bij het gebrek aan inventiviteit in de naamgeving, hoef ik niet te zuchten bij het uitzicht, want na een pittige steile klim op die heuvels (met wat bier en wijn in de nek is een bergopwaartse wandeling exponentieel zwaarder) is de beloning middels uitzichten op Hawke Bay en Port of Napier genieten geblazen.

Vulaanstranden

We dalen af naar de kust. Ik kan me voorstellen dat je niet helemaal zit te wachten op foto’s van stranden (ik hoef je immers niet uit te leggen hoe een strand eruitziet), maar geef ons toch maar even een kans. Buiten het feit dat die Bluff Hill een prachtig achtergronddecor vormt voor de zee, is het strand hier ook nog eens zwart. ZWART! Het is net IJsland waar we zijn. Fantastisch. We gaan weer op onze knieën en bedanken het vulkanisme, want waar vulkanisme is, wordt je getrakteerd op mooie dingen. Zo ook hier, want zwarte stranden strijdend tegen de heftigste golven die we tot nu toe hebben gezien (de golven van Huanchaco in Peru lijken hier wel kinderspel), vormen een aanblik die nog wel even op ons netvlies zal blijven plakken.

Na een ochtend waarin we ons letterlijk afvroegen wat we hier in godsnaam deden, zitten we bij zonsondergang in een wijnbar (ja, we zitten weer in een wijnregio) in het verrassend knusse Art Deco-centrum aan twee heerlijke wijntjes na te genieten van de prachtige dag die we achter de rug hebben. Dat is een bijna perfecte afsluiting, ware het niet dat ik als een natte baby wordt afgedroogd met een potje boerenbridge en met een monsterscore van 173 tegen 96 mijn meerdere moet erkennen in Geertje. Hoe dan ook, Napier is een stad met twee gezichten gebleken: in het westen de sombere, treurige haven waar gokverslaving en dakloosheid alomtegenwoordig is, of het luxere oosten, met haar prachtige zwarte stranden, indrukwekkende, bebouwde heuvels, lekkere, fleurige restaurants en verrassend mooie centrum. Waar we al zo veel toeristen hebben gezien, is Napier wel even een oase van rust en dat terwijl we niet eens in de natuur zitten. Het échte Nieuw-Zeeland, zowel goed, als slecht. Over restaurants gesproken: we zijn al meer dan een week in Nieuw-Zeeland. Hoog tijd om – buiten die Mac Donald’s in Taupo – een keer buiten de deur te gaan eten, toch?

De reis vervolgt

We slapen weer een koude nacht in het leuke maar slecht geïsoleerde hostel en dan is het weer tijd om te gaan. Maar we hebben nog ergens over gelezen. Over iets… ludieks. Want een klein anderhalf uurtje ten zuiden van Napier is een heuvel te vinden. Een weinig opzienbarende heuvel, wel te verstaan. Eentje waar eigenlijk niks bijzonders aan is. Op het eerste gezicht dan. Want er is één ding wat heel bijzonder is aan deze heuvel. Er is op de godganse wereld geen enkele plek met een naam die uit één woord bestaat die zo lang is als deze. Hoe de heuvel heet? Taumatawhakatangihangakoauauotamateaturipukakapikimaungahoronukupokaiwhenuakitanatahu. Nu jij weer.

En ik kan ‘m uitspreken, blijkbaar. Ik zweer het je. Dat kan ik echt. Natuurlijk moesten we even langs bij die heuvel (de locals noemen ‘m gewoon Tamatea trouwens, die zijn ook niet gek) om ‘m van de bucketlist te vinken, alvorens we onze vier uur durende rit naar de Nieuw-Zeelandse hoofdstad Wellington voortzetten. Onze laatste stop op het Noordereiland, alweer. Zoals de vogels vliegen, zo vliegt de tijd. God, wat gaat het allemaal snel, hé? Gelukkig is de route naar het zuiden een mooie. Zoals we het Noordereiland zijn gaan kennen, wisselen glooiende groene heuvels af met schapenboerderijen met honderden witte dolly’s die dom het gras uit de grond vreten. En dan sluit ik even af met een feitje. Nieuw-Zeeland telt 5 miljoen mensen. Plusminus. Schapen hebben ze 25 miljoen. Voor iedere Kiwi staan er dus ergens op Aotearoa vijf schapen te blaten. Als Thea morgen weer een domme Belgenmop vertelt bij het koffiezetapparaat, kun je mooi met dit schapenfeitje counteren. Bedank me later.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.