Mendoza - Gaucho's, asado's en het vloeibare rode goud

Gepubliceerd op 16 juni 2026 om 21:00

Het afscheid van Olaf is geweest. De onmiskenbare schade die we op de route van San Antonio de los Cobres richting de Salinas Grandes hebben opgelopen, is na keurig vakmanschap van Geertje en kunstenaar Sergio zelfs niet door een automonteur die voor de verhuurder een check heeft gedaan, opgemerkt. Maar goed ook: na het verlies van die 300.000 peso’s in Cafayate, was een (wellicht terechte) extra rekening van de autoverhuurder in Salta op z’n plaats geweest, maar had die wel als een emmer zout op onze wonden gevoeld. Maar daar zijn we dus weer. In Salta, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. En we zitten in de koffiebar Bixi. Onze thuishaven inmiddels, waarvan we het interieur intussen wel kunnen dromen denken we. De stad waar we Argentinië binnenkwamen. Waar we een intens anti-heimweegevoel hebben ervaren. Een stad waarvan we zijn gaan houden. Niet om haar bezienswaardigheden, maar gewoon om haar gevoel, om haar barretjes en cafés en vooral om haar vibe, om even in hypermoderne taal te spreken. Salta is ons Argentijnse thuis geworden.

Toch verlaten we die avond deze fijne, figuurlijk warme stad. Onze roadtrip mag dan wel voorbij zijn, onze reis in Argentinië is dat nog niet. We hebben nog één laatste stop. Bij de geleerde Zuid-Amerika-kenner zal misschien een lampje gaan branden, want hoewel het gebied waar we de afgelopen drie weken doorheen gereisd hebben nog niet op de radar der toerisme staat, is de stad waar we vandaag heen gaan er één die voor velen wél bekend is. We gaan namelijk naar Mendoza. Waar Cafayate een internationale onontdekte wijndiamant, is Mendoza de stad die internationaal wél al wereldberoemd is om de wijn. Als je ooit een rode wijn op hebt, dan is de kans redelijk aanwezig dat het een Malbec was geweest. Malbec is een naam die menig wijnliefhebber bekend in de oren klinkt. Die Malbec? Die komt uit de bijna één miljoen tellende west-Argentijnse stad Mendoza.

De klok tweemaal rond in de bus

Maar om daar te geraken, hebben we een intensieve reis voor de boeg. Kijk maar op die kaart die we hierboven hebben toegevoegd. Daar zie je Mendoza, maar probeer maar eens te zoeken naar Salta. De kans bestaat dat je die stad niet gaat vinden op de kaart, want een bus van ruim 20 uur staat op de planning. TWINTIG. UUR. En we rijden ook nog eens grotendeels over een vlakke, rechte weg, niet eens over een bochtige bergroute. Om er nog een schepje bovenop te doen: we zijn nog niet eens halverwege de lengte van Argentinië, terwijl we 1259 kilometer afleggen. Zó groot is Argentinië. Uiteindelijk worden die twintig uur er zo’n 23. Ergens halverwege, ter hoogte van La Rioja, vindt de politie het nodig om een buscontrole van meer dan twee uur te organiseren. Als ik toch maar eens poolshoogte ga nemen, zie ik twee vrouwen van rond de vijftig zenuwachting bij de politie staan, maar de details van die zoetsappige roddels hier zal ik nooit achterhalen.

Het mirakel van Messi

Om 20.30 ’s avonds stappen we EINDELIJK uit de bus en als we onze Polarsteps route bekijken, zien we het enorme stuk dat we hebben overbrugt. We duiken snel de naastgelegen McDonald’s in voor een snelle bodem, want vandaag is het 16 juni. Dat betekent dat Argentinië haar eerste WK-wedstrijd speelt tegen Algerije en in een stad als Mendoza, moet dat toch wel een te gekke ervaring zijn.

De eerste tien minuten missen we (eigenlijk door die dekselse politiecontrole van twee uur in de nacht en we stonden dus lang stil), maar als we door de uitgaansstraat Arístides Villanueva rijden en alle terrassen op straat opeens exploderen, hoef je geen raketgeleerde te zijn om te begrijpen dat de eerste goal gescoord wordt. Even later klinkt er gevloek en getier van de straten. Het is alweer 1-1. Als we ons installeren in een ietsjes rustigere Irish Pub (de terrassen buiten zitten allemaal vol en we hebben geen zin om nog meer tijd te verspillen) zien we tot onze verbazing dat het 0-0 is. Beide goals afgekeurd! Nou, dan hebben we niks gemist. Wat zeg ik? Vijf minuten later staat de legende Messi op om heel Mendoza en waarschijnlijk heel Argentinië in extase te brengen. Uiteindelijk wordt het zelfs 3-0. Driemaal Lionel Messi. Shirtjes van Alvarez, McAllister of Martinez zie je in Mendoza bijna niet. Wel wordt het voetbalshirt van de Albicelestes overal gedragen. Maar dan met nummer tien en de vijf letters M-E-S-S-I achterop. Die man is intussen gewoon een god hier. En Geertje tel ik vrolijk mee, want die loopt er met haar tenuetje tussen als een genaturaliseerde Argentijn.

Toch moet ik onszelf als Nederlanders even een schouderklopje geven. Heel Zuid-Amerika – met name Argentinië en Brazilië – worden de hemel ingeprezen als landen die voetbal ‘ademen’. “Zoals die Zuid-Amerikanen voetbal ervaren, zo moeten wij dat ook doen!” is een boodschap die mij al vaak ter oren is gekomen. Van wie? Vooral van mensen die nog nooit in Brazilië (wij ook niet) of in Argentinië zijn geweest. Wij zijn nu in Argentinië. Tijdens het WK-voetbal. Tijdens een wedstrijd van datzelfde Argentinië in een heel erg grote stad. En ons oordeel? Wij doen het allemaal nog helemaal niet zo slecht in Nederland. Tuurlijk, de straten zitten vol, de terrassen zitten vol en veel kroegen zitten vol. Tegelijkertijd spotten we ook een kroeg waar er maar acht zitten te kijken terwijl proppers naarstig klanten proberen te werven. Onze Irish Pub heeft een stuk of twintig-vijfentwintig gasten. In het beeldscherm gezogen dat de wedstrijd uitzendt, dat wel, maar er zijn ook nog een aantal tafeltjes vrij. Als het laatste fluitsignaal klinkt, barst het feestgedruis los en wordt er gezongen en getoeterd, maar de straten zijn nog geen onbegaanbare bolwerken van verticaal blauwwit gestreepte shirtjes. Wij doen het in Nederland dus best aardig: een gemiddelde Nederlandse stad doet echt niet onder voor Mendoza. Dat neemt niet weg dat het toch wel een bucketlistdingetje is om de legende Messi een hattrick te zien maken tijdens een WK-wedstrijd terwijl je zelf in Argentinië bent en dat het héél bijzonder om de ‘oranjegekte’ in het blauwwit in volle glorie mee te mogen maken.

We zijn doodop. Het is één uur geweest en na die gebroken nacht in de bus, kunnen we wel wat goede slaap gebruiken. De dag erna is een heel erg bijzondere. We gaan namelijk vierentwintig uur zónder elkaar doorbrengen. Geen paniek, geen relatieproblemen of iets in die trant, maar gewoon, een experiment. Voordat La Paz geteisterd werd door blokkades, bestond mijn plan om drie dagen een zesduizender te beklimmen. Geertje zou in die tijd Spaanse lessen volgen. En dat maakte ons benieuwd: we hebben altijd samen gereisd, dus hoe zou het zijn zonder elkaar? Dus hebben we een paar weken terug onze eerste dag in Mendoza op die manier gepland: 24 uur alleen.

Soloreizigers

Voordat het zover is, halen we in het centrum nog een shotglaasje voor de verzameling en betalen we een tour die we een dag later zullen gaan doen. Mendoza is een grote, moderne stad die op sommige momenten een beetje Amerikaans voelt. Veel reclame in de straten en van die kiosken langs de weg waar hoofdrolspelers van films en series altijd hun krantje en coffee-to-go halen, weet je wel. Op het eerste oog wel een leuke stad, maar dat kan ook haast niet anders, aangezien we de laatste jaren steden steeds meer zijn gaan waarderen en we verliefd worden op bijna elke stad die we bezoeken. De temperatuur is ook aangenaam. Het klimaat in Argentinië (dit deel althans, het is natuurlijk een mokergroot land) is wel vergelijkbaar met Nederland. In de zomers kan het kwik zo nu en dan de 30 aantikken en valt er ook de nodige regen, maar de winters zijn koud. Of ja koud: daar zit wel het verschil. Hier is het in de herfst en winter tussen de 10 en 15 graden, dus wel net iets warmer dan Nederland, maar je snapt de boodschap. En het is doorgaans droog met heldere, blauwe luchten. Met een truitje en een jasje aan, is het in Argentinië rond deze tijd van het jaar dus heerlijk toeven.

Plaza Independencia

Na een klein ontbijtje van empanada’s en een koffie geserveerd door de enorm vrolijke Jesus die toegeeft dat-ie met een kater werkt na de overwinning van Argentinië van gisteravond en z’n vrolijkheid inzet om z’n hoofdpijn te verdoezelen, lopen we naar het Plaza Independencia. Het is hier, in dit bruisende stadspark, waar het gonst van de sportende mensen, muziek die aan alle kanten uit speakers galmt en waar zelfs een politieagent met een burger een schaakspel speelt op een levensgroot schaakbord, waar we afscheid nemen van elkaar. Of ja, afscheid: het is natuurlijk maar voor vierentwintig uur.

De dag van Geertje

Het is ironisch en symbolisch dat Geertje vierentwintig uur lang haar onafhankelijkheid gaat tonen vanaf het Plein van de Onafhankelijkheid. Geertjes individuele vierentwintig uur zijn nou niet bepaald een actiefilm te noemen: waar het in het moderne Mendoza ontbreekt aan musea, grossiert het in winkelstraten en shoppingscentra. Vandaag is dan na zes maanden dé uitgelezen dag voor Geertje om niet alleen al die winkels binnen te lopen, maar om dat te doen zónder mijn aanhoudende gezeur en gemekker over wéér een schap dat we langs moeten.

Dat is dus Geertjes dag. Winkels kijken en door de stad slenteren en toegegeven: dat tweede gedeelte lijkt me ook best een leuke daginvulling. Hoewel het Geertjes sport is om zoveel mogelijk winkels te bezoeken, zonder iets te kopen, is het ook niet zo dat ze met lege handen thuiskomt. Met een souvenirtje voor haar ouders en gezichts- en haarmaskertje voor wat welverdiende zelfverwenning in de avond, keert ze huiswaarts. 

In ieder geval blijkt wel dat Mendoza anti-diefstal is. Klinkt als een vrij logisch statement, maar dat statement wordt nog even bekrachtigd door de afsluitbare tasjes waarop Geertje in letterlijk elke winkel getrakteerd wordt. Daar moeten dan jouw spullen in. Eigenlijk gaat jouw tas dus in een andere tas die met een bepaalde beveiliging wordt dichtgemaakt. Als je hebt afgerekend, haalt de beveiliger van dienst het slot er weer af. Zo’n beveiligingslabel die alleen de medewerkers eraf kunnen halen, weet je wel. En niet alleen jouw tas, maar voor ieder product dat je uit de schappen haalt, is er een medewerker als de kippen bij om weer een extra, kleiner slottasje voor specifiek dat product aan je te geven. Raar is dit, hé? Nou ja, het werkt dus wel, want diefstal is op deze manier wel bijzonder lastig, maar het zet ook aan het denken. Normaal denken we er nooit een seconde over na om iets te stelen, maar juist nu, met zo'n regelgeving, zijn we tot in den treure aan het bedenken hoe we in die winkels in Mendoza iets kunnen ontvreemden. Werkt dit systeem nu nog steeds naar behoren?

Het zal je niks verrassen dat Geertje al een maand van tevoren een Nikkei-restaurant in Mendoza gevonden had. Zo gaat Geertjes leven intussen: leven van Nikkei-restaurant tot Nikkei-restaurant. Daar eet ze overdag en om de sushiverslaving nog wat kracht bij te zetten, zal ze die vanavond ook nog bestellen. Met sushi, allemaal verschillende soorten zelfverzorging, een heerlijke douche en een combinatie van het WK en een kerstfilm, heeft Geertje een heel relaxte avond.

De dag van Niels

Ook mijn dag is eigenlijk helemaal niet boeiend. Ik kom erachter dat Mendoza helemaal niet zo’n oude stad is. Een stad zonder boeiende ontstaansgeschiedenis, zonder oorlog met de Spanjaarden, zonder een eeuwenoud Precolumbiaans volk dat hier ooit met de scepter zwaaide. Musea bestaan louter uit de kunstvarianten ervan en laat ik daar nou precies niks mee hebben. Waar ik me lang verheugde op het grenzeloos bezoeken van musea, valt dat plan nu enigszins in het water. Gelukkig biedt de tijd van het jaar uitkomst: wederom vier WK-wedstrijden vandaag!

Ik kan er alinea’s over volschrijven, maar daarvoor lees je natuurlijk geen reisblog. Ik ga kroegje in, kroegje uit. Laptopje open, laptopje dicht (na het vele regelwerk de afgelopen twee weken, kan ik de blogs ook weer heerlijk bijschrijven). E-readertje aan, E-readertje uit. Wat ik die avond eet? Voor de tweede keer McDonald’s. Ik zal het maar gewoon toegeven.

Is er dan zo weinig te doen in Mendoza? Nou, helemaal niet. Er is genoeg te doen. Maar als je ergens vier nachten bent en je slaapt één nacht zonder elkaar wetende dat je die andere dagen nog samen hebt, dan ga je die hoogtepunten toch samen willen doen. En bovendien: als je eindelijk een keer écht alleen bent na bijna een halfjaar is het gewoon lekker om niet te veel te willen en te hoeven doen, maar is het juist prettig om gewoon lekker te ontspannen en je eigen ding te doen. Ik start de dag op bij een koffietentje om de hoek waar ik de laatste letters van de achterlopende blogs aftyp. We zijn er weer klaar voor. Klaar om de laatste vijf en een halve week met elkaar blijvende herinneringen te maken.

Als we een dag later na iets meer dan vierentwintig uur herenigd worden, weten we het toch voor elkaar te krijgen om elkaar, om wat voor reden dan ook, de oren van het hoofd te praten over onze afzonderlijke dagen. Samen dingen meemaken is het leukste, maar af en toe even met helemaal niemand rekening houden, lukt doorgaans niet als je met z’n tweetjes reist. Vooral daarom was deze dag echt even heerlijk.

argentijnse Cowboys

Een taxi rijdt ons een klein halfuurtje de stad uit. In de taxi worden we aan een Braziliaans koppel voorgesteld. Giancarlo uit Florianopolis en Isadora uit São Paulo. Isadora! Ik ben meteen verliefd. Niet op de Braziliaanse zelf, maar op de naam. Later zal ik voorstellen aan Geertje om onze eventuele dochter die we misschien wel ooit mogen krijgen, Isadora te noemen. Helaas voor mij was Geertje lang niet zo overtuigd als ik, want bij het ‘Dora’-gedeelte van de naam verschijnen er immer beelden van een geanimeerd zevenjarig meisje met een pratende paarse rugzak en een aapje als huisdier. Het spreekt voor zich dat Isadora net zo snel van de namenlijst verdwijnt als dat-ie erop kwam. Wel is de klik er in de auto al meteen: naast een boeiend middag- en avondprogramma, zou dit ook nog wel eens heel gezellig kunnen worden. ‘Boeiend’ wordt even later ook meteen bevestigd wanneer we uitstappen bij Rancho el Jarillal, een karakteristieke veeboerderij waar we door Javier welkom geheten worden. Een levensechte gaucho.

We zijn aan de grenzen van gaucho-land. In Colombia hadden we de llanero’s op de savannes van Los Llanos. Hier in Argentinië zitten de gaucho’s: evenals de llanero’s kun je de gaucho’s zien als de Zuid-Amerikaanse equivalent van een cowboy, alleen is de gaucho-cultuur tig keer groter dan de llanero-cultuur. De grote, open vlakte die zich perfect leent voor paardrijdende cowboys, is hier op de pampa’s (zoals de enorme uitgestrekte velden in zuid-Zuid-Amerika heten) veel groter dan het relatief kleine Los Llanos in oost-Colombia. Heel Uruguay, het centrale gedeelte van Argentinië, de zuidelijkste staat van Brazilië, grote delen van Paraguay en zelfs flarden in Chili en Bolivia worden bevolkt door de gaucho’s die al in de 18e eeuw naam voor zichzelf begonnen te maken. Javier is het toonbeeld van zo’n gaucho: stevige, leren laarzen in een wijde bombacha, een broek die zich perfect voor het paardrijden leent, een karakteristieke cowboyhoed, een rood-witte zakdoek om zijn nek, een blouse in een leren gilet en een riem met een mes, een facón, erin. Praktisch, altijd klaar om te rijden, maar oh zo stoer en indrukwekkend. Zuid-Amerikaanse cowboys, dus. Als deze dag ook maar 10% zo leuk en boeiend is als die vier dagen op de boerderij in Los Llanos, dan belooft dit een topmiddag en -avond te worden.

Gaucho's te paard

Wij gaan natuurlijk ook de gaucho uithangen vanmiddag. Javier geeft ons een rondleiding over z’n ranch waar het natuurlijk vooral om de paarden gaat en dat is logisch: in de wei van Javier lopen een paar statige, pezige paarden ter grootte containers. Er zitten werkelijk een paar units tussen: zo groot hebben we paarden nog nooit gezien. Het is hier waar de spanning in Geertje al langzaam op begint te borrelen. Ook zitten er een paar muildieren en muilezels tussen. Je weet wel, kruisingen tussen paarden en ezels. In de praktijk zijn het gewoon paarden met de kop van een ezel. Die zijn een stuk slimmer, vertelt Javier, en waar paarden in paniek raken en op hol slaan bij het zien van poema’s (nergens voor nodig als je de paardenequivalent van Arnold Schwarzenegger bent, maar ze doen het toch) blijven muilezels en muildieren rustig staan en raakt zo’n poema in de war. Ideaal als je geen verscheurde veulens in de ochtend in je weide aan wil treffen.

Ondanks Geertjes angst, vertrekken we gewoon te paard. Vijf stuks (Javiers collega Miguel rijdt ons voor, dus we zijn met vijf) worden uitgerust met zadels, stijgbeugels en teugels en wanneer we één zijn geworden met deze majestueuze beesten, kunnen we op pad. Mijn paard is Samwel Tarly uit Game of Thrones. De grootste, dikste en pezigste van de vijf en ook de sloomste en net als bij Samwel, moet iedereen continu op 'm wachten. We zitten bijna twee uur op de paarden, maar ik moet ‘m zo’n drieëntachtig keer tot een drafje aansporen om de groep niet kwijt te raken, want hij sjokt alsof hij levensmoe is. Die van Geertje niet. Dat is de spastische ADHD’er. Terwijl Miguel rustig voorop rijdt, is Geertjes witte merrie twee uur lang bezig met een grondige inspectie van de kringspier van Miguels ros, een inspectie die alleen wordt onderbroken door spastische nektrekjes die doen vermoeden dat het beest Gilles de la Tourette heeft. Dat komt die spanning van Geertje niet ten goede: Geertje is vroeger een keer of tachtig van een structureel ongehoorzame Shetlander (haar woorden) gevallen en dit bakbeest is nog wel een paar maten groter, dus je kunt begrijpen dat er wat bangigheid zit en dat ze wel zou kunnen janken van de angst. Gelukkig blijkt tijd in dit geval de beste heelmeester.

Ik rijd met Samwel Tarly achteraan en vandaar lijkt het paard van Geertje helemaal niet zo'n ramp om te berijden. Buiten het spasme van het paard, loopt ze stabiel en rustig en zijn al die losse rotsen geen partij voor het dier. Als ik een plaspauze verzoek en besluit Geertjes paard te gaan aaien om haar toch een beetje de liefde te geven die ze van de 1,58-meterlange bange amazone die haar berijdt, niet krijgt. Dan blijkt wat er aan scheelt: het beest beukt haar hoofd tegen m’n borst en gaat ermee op en neer. Ze had gewoon een enorme jeuk en die kringspierinspectie en die spastische uitspattingen waren dus puur vanwege het gebrek aan handen om te krabben! Arm beestje. Geertjes spanning en angst zijn na de plaspauze nog niet weg (paardrijden is gewoon simpelweg niet haar ding), maar gelukkig kan ze er nu wel meer van genieten en waardeert ze wat we nu aan het doen zijn. Die angst en spanning zijn overigens dingen waar ik nooit last van had. Als kind vond ik paardrijden echt duf, maar daar kom ik wel van terug. Het is machtig om op zo’n sterk beest te zitten dat mijn 90 kilo weet te tillen alsof wij als mensen ons kopje koffie naar de mond bewegen. En kijk ook even waar we het doen: op de vlaktes van Mendoza, waar de centrale pampa’s beginnen, is paardrijden een genot, een privilege. De ondergaande zon werpt prachtige, mystieke kleuren op de bergketens die het begin van de Andes betekenen. Te paard ben je niet alleen één met je dier, maar ook één met de natuur waar je loopt. En laat deze natuur nou mysterieus mooi zijn.

De muziek van de asado

Wanneer de zon onder is, arriveren we bij Javiers ranch. De avond is nog maar net begonnen en van de gaucho-cultuur gaan we nog veel meer dingen meemaken. Uit een koepelvormige steenbarbecue verraadt de rook al dat er een maaltijd aan gaat komen. En niet zomaar eentje: de lekkerste van heel Argentinië, want de barbecuecultuur van Argentinië is er één die serieus genomen wordt. Het is wat met landen op het zuidelijk halfrond en barbecues: Australië heeft hun barbies, Zuid-Afrika heeft de braai en trots vertellen Giancarlo en Isadora die uit het uiterste zuiden van Brazilië komen over hun churrasco. In Argentinië en Uruguay is men zo trots als een pauw op hun asado. En geef ze eens ongelijk. Dit is ongelofelijk lekker. Geertje is lekker met Javier aan het socializen. Javier komt uit de toerismesector, maar werkte in loondienst als gaucho bij een andere boerderij. Van 't één kwam uiteindelijk het ander en nu gebruikt hij de boerderij die hij twintig jaar geleden helemaal zelf gebouwd heeft op een vlakte waar nog niks stond toen-ie 'm kocht, om z'n gauchocultuur naar toeristen te exporteren. Geweldig, toch? 

Bij een asado draait het erom dat vlees lang op de barbecue ligt. Slow cooking is het toverwoord van een goede asado. Terwijl wij nog aan het rijden waren, stond de asado namelijk al lang aan en waren de biefstukken (tja, het blijft Argentinië), het varkensvlees en de worsten al langzaam aan het garen. Wachten hoeft overigens niet saai te zijn: de Malbec-wijnen (die Malbec is afkomstig uit deze streek) komen in glazen kannen op tafel en honderduit kan er onder het genot van een glas wijn gepraat worden over paarden en over het plattelandsleven. Wanneer de vlees dan eindelijk klaar is, draait de knop van genieten met de overheerlijke Chimichurri-saus (daarover later meer) nog een kwartslag hoger. We kunnen ons niet herinneren wanneer we voor het laatst zo’n lekker vlees gegeten hebben.

Waar cowboys zijn, is ook een gitaar en muziek. Dat zagen we in Colombia toen llanero Joaquin zijn prachtige muziek oreerde en hier op Racho el Jarillal is het buurman Diego die z’n gitaar voor de gelegenheid even meeneemt en laat horen waar zijn stembanden toe in staat zijn. Wauw, wat is het mooi. Deze man kan bizar goed zingen. Als The Voice of Argentina een ding zou zijn, dan moet Diego gewoon meedoen. Javiers zoon (ook Diego genaamd) wil in zijn voetsporen treden. In een van de schattigste schouwspellen die we ooit hebben meegemaakt, gaat kleine Diego (Diegito) naast grote buurman Diego staan, met z’n vijfjarige handjes op z’n rug en puppyogen die we vroeger allemaal bij onze allereerste spreekbeurt ook hadden. En dan begint hij met Diego mee te zingen. Isadora en Geertje hebben tranen in de ogen. Je beseft even hoe simpliciteit het leven soms heel mooi kan maken. Geweldig. Al wordt Diegito maar half zo goed als z’n grote buurman: dat zou al betekenen dat hij een wonderschone stem heeft.

De avond is fantastisch. Met Giancarlo en Isadora hebben we een fantastische klik (we hebben alweer een slaapadresje wanneer we ooit naar São Paulo gaan (en Brazilië staat ook nog eens héél hoog op de bucketlist)) en Javier spreekt fantastisch Engels. Waar Giancarlo wel vloeiend Spaans kan, kan Isadora dat gelukkig niet (ze spreekt wel Engels alsof ze in hartje New York geboren is), dus doen we veel in het Engels. We hebben het over onze levens, we horen over het leven in Brazilië (en de heerlijke wrok die Giancarlo nog steeds jegens Nederland koestert na de WK-kwartfinale in 2010) en natuurlijk over het leven van de gaucho. Intussen slingert Diego er serenade na serenade in met zijn gitaar en zijn magistrale stem. Want dat is gauchomuziek: serenades, serenades en nog eens serenades. Aan vrouwen. Aan paarden. Aan het leven op het platteland. Wéér een avond om nooit meer te vergeten.

We hebben nog één dag over. Niet alleen in Mendoza, maar in heel Argentinië. Een bourgondisch dagje, hebben we besloten. We nemen een taxi naar Maipú, een wijk aan de rand van de stad die bekend staat om datgene waar Mendoza wereldwijd bekend om staat: de Malbec-druif die hier vandaan komt. We gaan in Maipú een fiets huren om de wijngaarden af te gaan. Van het fietsfiasco in Cafayate hebben we dus niets geleerd, zie je wel weer. Gelukkig is Mendoza vlak en is er een geasfalteerd fietspad, dus de trappers zullen hier iets makkelijker hun rondjes kunnen maken dan in Cafayate. Voordat we dat doen, gaan we even naar het postkantoor. Elena, de Duitse die we anderhalve maand geleden in het Chileense Arica ontmoetten, was in Argentinië vergeten een kaartje naar huis te sturen (dat doet ze in ieder land - haar verzameling), dus verrichten we een goede daad en doen we dat even voor haar. Dat we weer even als postbode zouden fungeren tijdens deze reis, hadden we ten tijde van pak 'm beet Kerst 2025 niet gedacht.

Met de tweewielers door Maipú

Het fietsen in Maipú is inderdaad een stuk makkelijker dan in Cafayate. We zitten namelijk nog in de stad Mendoza, dus als we de bergen die het achtergronddecor van onze fietstocht vormen, wegdenken, is het met de toevoeging van de fietspaden bijna alsof we door de Nederlandse polders fietsen. En als we de Argentijnse vlaggen wegdenken. En de naambordjes. Oké, het lijkt buiten de vlakke weg eigenlijk in niets op Nederland. Maar dat is dus fijn: zo is het flink prettiger om die twee bodega’s en twee wijnwinkels vanmiddag te bezoeken. De vrolijke fietsverhuurder die een beetje toeristisch Nederlands praat (‘Tot ziens!’ ‘Proost!’ ‘Lekker!’) geeft ons twee van z’n honderdvijftig fietsen mee. Er worden er vandaag maar vier van die honderdvijftig verhuurd. Laagseizoen, zegt-ie. In het hoogseizoen beweert-ie dat de fietsenstalling elke dag leeg is.

Met een kaartje gaan we op pad. Er zijn tien bodega’s/wijnhuizen in de regio die een kortingsdeal hebben wanneer we er een fietsje van Maipú Bikes in de stalling plaatsen. Hoe makkelijk het fietsen naar die wijnhuizen ook is: Argentinië is geen fietsland. Zeker in de buitenwijken vind je dan ook geen stoplichten die speciaal voor fietsers in de grond gestoken zijn. Je bent dan dus gewoon een weggebruiker en je kijkt naar de stoplichten van je medeweggebruikers. Geertje had die memo niet ontvangen. Onderweg naar Tempus Alba, de eerste bodega, moeten we linksaf bij een stoplicht. Het onze staat op rood, maar omdat de auto’s achter ons logischerwijs allemaal stilstaan, denkt Geertje dat ze met haar fietsje het kruispunt diagonaal kan oversteken. Zonder ook maar één keer over haar schouder te kijken (zelf beweert ze het tegendeel) gooit ze haar stalen ros het kruispunt op en schiet ze voor een personenbus langs die vol in de ankers schiet en nu met oververhitte remblokken kampt . En Geertje? Die fietst als een spring in ’t veld vrolijk verder. Alleen reizen voor Geertje zit er niet in, want hoe vaak ik haar wel niet van de straat moet trekken omdat ze blind wegen op rent, is nog niet op tien handen te tellen.

Bodega 1: Tempus Alba

Bekomen van de schrik (mijn schrik, volgens mijn wederhelft viel het allemaal wel mee), installeren we ons in de picknicktuin van de prachtige bodega Tempus Alba. Een van de mooiere van de dag en hoewel de bodega’s vandaag ook weer prachtig zullen zijn, is de esthetiek van de bodega’s in Cafayate nog van een nét wat hoger niveau. Maar goed, die lijken me ook schier onmogelijk om te overtreffen. Omdat we met Maipú Bikes zijn, betalen we slechts 8000 peso’s (6 euro) per persoon voor een proeverijtje van drie heerlijke wijnen. We lunchen er ook een smaakvolle lunch, waaronder een bruschetta (niet bij de prijs ingegrepen, maar we hadden honger) en vermaken ons met de verzameling landenvlaggen die sfeervol in de tuin zijn opgehangen. Na de eerste slok voelen we het al meteen: vandaag gaan we genieten met volle teugen.

Bodega 2: Mevi

De tweede bodega is iets verderop. Tot onze teleurstelling rollen we met de fiets naar beneden. Nu is dat lekker, maar zo dadelijk moeten we dus ook weer omhoog. Niet alles in Maipú is vlak, dus. De tweede bodega is de mooiste van de vier die we bezoeken. Mevi heeft een prachtig verhoogd terras dat uitkijkt over de wijngaarden en de beginnende Andesbergen in de achtergrond en de wijnen zijn ook hier weer overheerlijk. De honger is nog steeds niet gestild en een paar empanada’s moeten uitkomst bieden. Vandaag staan veel dingen in het teken van ‘nog één laatste keer’. Zo ook nog één laatste keer die Argentijnse empanada’s, die zich ontvouwd hebben tot Zuid-Amerika’s lekkerste. Net als de wijnen: ook Zuid-Amerika’s lekkerste.

We krijgen weer een proeverij van drie wijnen voorgeschoteld en de een is nog lekkerder dan de ander. Ook hier wordt sporadisch een Torrontés-druif verbouwd, de wijn die we in Cachi in de Saltaregio hebben leren kennen. We gaan natuurlijk niet de hele middag alleen maar rode Malbec drinken, want de variatie weet ons meer te bekoren. Dat die variatie hier op de wijngaarden te vinden is, maakt ons wel blij: waar ik de Argentijnse Malbec uitstekend vind, blijft Geertje toch de voorkeur geven aan Cabernet. Gelukkig hebben ze die hier ook in overvloed.

Olijfgaard 1: La Melesca

Wijngaard drie is geen wijngaard, maar een olijfgaard. Bij olijven denk je toch meer aan mediterrane oorden als Griekenland in plaats van koudere oorden als het landelijke Mendoza dat door de Andes en de Pampa geflankeerd wordt, maar blijkbaar doen ze hier ook aan olijven. Je hebt hier een paar olijfgaarden en als men hier een olijfgaard heeft, dan verkoopt men blijkbaar ook wijn. Dat gaat hand in hand, zo blijkt. Bij La Melesca staat een goedlachs meisje van nog geen achttien jaar ons te woord en krijgen we naast een wijntje (waarvan ze lachend toegeeft niet te weten wat voor wijn het is) ook brood met drie soorten olijfolie gepresenteerd. Heerlijk voor de afwisseling.

Olijfgaard 2: Entre Olivos

Of ja, afwisseling: onze laatste stop is Entre Olivos en de naam verraadt het al: we zijn bij weer een olijfgaard beland. Hier bestellen we allebei nog een Malbec en krijgen we eens te meer zo’n schaal met brood en drie soorten olijfolie gepresenteerd, maar om het geheel nog wat extra schwung te geven, krijgen we ook nog vijf dipjes om de broodjes in te deponeren: een rood-roze jam, twee olijfdipjes (een van groene, een van zwarte olijven), een dip waarvan we niet weten wat het was en onze favoriet: de chimichurri. Chimichurri ken je misschien wel: een overheerlijk multifunctioneel dipje dat we nu dus met het brood eten, maar één dag eerder ook nog over de biefstuk in het varkensvlees van de asado smeerden. Naast de empanada’s nog een gerecht van Argentijnse (en Uruguayaanse, in dit geval) komaf die je bij een avondje bier drinken in ons toekomstige huis op de door Geertje gefabriceerde borrelplank kunt gaan aantreffen. Chimichurri is vanaf nu vriend van de blog.

En dan zit het erop. Niet alleen Mendoza, maar heel Argentinië. Er zit genoeg wijn in het bloed dus vanavond relaxen we lekker in ons topappartement net buiten het centrum van Mendoza met een paar WK-potjes op de TV terwijl Geertje een simpele maaltijd voor ons twee bereidt. Het is tijd om het verrassende Argentinië, het Zuid-Amerikaanse land waar we verreweg het minste onderzoek naar hadden gedaan, gedag te zeggen. Terug naar Chili, naar onze laatste twee stops van het – mag ik het zeggen? – continent dat volgens ons tot nu toe het mooiste van de wereld is.

Bijna de Aconcagua

Maar toch nog één alinea. Eentje maar. Want die busrit, daar mogen we het ook nog even over hebben. De Los Libertadores, de pas die de grensovergang tussen Argentinië en Chili vormt. WAT EEN ROUTE! Een paar van de machtigste bergen steken als epische kunstwerken aan alle kanten boven ons uit. Mijn plan om series te kijken in de bus, vervalt volledig. Naar buiten kijken is nog honderd keer mooier. We rijden ook nog vlak langs de Aconcagua op. De wat? De Aconcagua. De hoogste berg van beide Amerika’s. De hoogste berg van de wereld buiten de Himalaya en haar uitlopers. 6961 indrukwekkende meters richting de wolken. Op heldere dagen kun je de top vanuit de bus in de verte zijn, maar de lucht is grijs en we zien ‘m niet vanwege de bewolking, maar toch vinken we ‘m van het lijstje, want de rest van deze onherbergzame, ruwe, rauwe natuur is adembenemend.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.