Ik lig op de bank en de deuren zijn dicht. Zelfs de rolgordijnen zijn omlaag, terwijl het midden op de dag is. Het is heet. Bloedheet. Alles zet ik in m’n werk om het zo koel mogelijk te krijgen in dat appartement. Je zult me nooit horen klagen over de hoeveelheid vakanties die ik als docent in de schoot geworpen krijg, maar die laatste week van de zomervakantie… dat is er toch altijd eentje waarbij je sterk het gevoel krijgt dat het allemaal wel weer mag beginnen. Zo was dat ook op die hete zomerdag in augustus 2020, toen we nog samen een appartementje in Cuijk deelden. Geertje was aan het werk, ik was thuis, de dagen aan het aftellen totdat de vakantie weer voorbij was. Ook toen was de droom er al. De droom om de wereld voor langere tijd rond te reizen, onwetend dat we dat niet één, maar twee keer zouden gaan doen. Terwijl ik op de bank lag in een verwoede poging aan de hitte te ontsnappen, struinde ik YouTube af. Dat deed ik vaker. Dan zoek ik naar reisvlogs. Naar documentaires. Al het beeldmateriaal dat voorhanden is om ook maar enigszins inspiratie te geven voor nieuwe plekken die ik kan bezoeken. Het liefst obscure plekken, plekken die niet op het gebaande pad liggen. En in die laatste week van de vakantie stuit ik op een filmpje dat ik nog nooit heb gezien, een filmpje dat precies voldoet aan alle wensen die we hebben, een filmpje dat alles heeft waar ik naar zoek. Iets unieks. Een vulkaan. Maar niet zomaar eentje. Eentje die uitbarst. Continu. Lava en gesmolten steen die aan één stuk door de hemel in geschoten worden. Ik onthoud de naam van dat filmpje en als Geertje later klaar is met werken, laat ik ‘m haar weer zien. “Hier gaan we ooit heen”, zei ik tegen haar. Geertje stond met open mond te kijken. Die is een groot vulkanenfan. “Sowieso”, klinkt het antwoord.
De reis naar de droom
Vandaag, op 19 juli 2026, bijna zes jaar nadat dat ene filmpje ons een nieuw doel gaf, zitten we in het vliegtuig dat ons van Port Vila naar Tanna zal brengen. Dat filmpje ging over Mount Yasur. Een actieve vulkaan op Tanna, een van de 83 eilanden van de archipel Vanuatu. En dichterbij die droom dan nu zijn we nooit geweest. Het is maar een vlucht van 40 minuten die ons van Port Vila naar Tanna brengt. Het toestel van AirVanuatu stijgt op, geeft één keer flink gas, en weet op Tanna te landen. Het enige toestel van AirVanuatu dat geschikt is voor commerciële vluchten, trouwens. AirVanuatu ging ooit failliet, maar recent hebben ze een doorstart weten te maken en nu vliegt dat ene vliegtuigje van AirVanuatu dagelijks tussen Tanna, waar we heengaan, Efate, waar we van kwamen en Espiritu Santo, het grootste eiland van Vanuatu. Dat er maar één groot vliegtuig voorhanden is, levert nog wel eens problemen op. Er was eens een dag dat het gras rondom het vliegveld in Tanna te lang was. Makkelijk op te lossen, zou je denken, maar de enige grasmaaier op Tanna was kapot. Onderdelen om de grasmaaier te vervangen, hadden de Vanuatuanen niet, dus die onderdelen moesten van Port Vila komen. Maar het vliegtuig kon in Tanna niet landen vanwege het te hoge gras. Maar dat kon weer niet gemaaid worden, omdat de grasmaaier weer niet gemaakt kon worden, omdat het vliegtuig de onderdelen niet kon bezorgen, omdat het niet mocht landen omdat het gras gemaaid moet worden, wat niet kon omdat de grasmaaier… je snapt het. Hoe Tanna uit deze vicieuze cirkel is ontsnapt, weet ik niet.
Je kunt je wel voorstellen dat we naar een heel bijzondere plek gaan wanneer je beseft dat het hele eiland Tanna, dat ongeveer 3 keer zo groot is als Texel, afhankelijk is van één grasmaaier om het gras op het vliegveld te maaien. Of nog gekker eigenlijk: dat er dus überhaupt gras gemaaid moet worden om een vliegtuig te laten landen. Het zal hier allemaal best snel groeien, maar toch: één vliegtuig! Want meer inkomende vluchten op een dag zijn er niet, afgezien van de airtaxi die plek biedt aan acht mensen waar je een hele erfenis voor neer moet leggen om 'm te kunnen nemen. Eén dag eerder was die ene vlucht van Port Vila naar Tanna gecanceld wegens hevige winden op Tanna, maar hoewel ik vermoed dat het vliegtuig nu ook is volgeladen met de mensen die gisteren zouden vliegen, is het vliegtuig alsnog maar voor iets meer dan de helft gevuld. Dit moet wel een van de meest afgelegen locaties zijn die wij in de hele wereld ooit bezocht hebben.
Het vliegveld White Grass Airport waar we landen, is er in ieder geval wel één voor in de boeken. Het luchthavenhuis is één groot houten hutje met golfplaten als dak. Binnen is één incheckbalie en één wachtruimte. Controles zijn in geen velden of wegen te bekennen. Naast het gebouw wordt de landingsstrook afgeschermd door een gaas dat je ook voor een kippenhok zou kunnen gebruiken. Een groepje van twintig Vanuatuanen kijkt gefascineerd naar het vliegtuig dat geland is. De dagelijkse landing en het daaropvolgende vertrek (waar wij uit het vliegtuig stappen, stappen de mensen die Tanna verlaten nu het vliegtuig weer in) zullen voor de Vanuatuanen op dit eiland net zo fascinerend zijn als de uitbarstende vulkaan die diagonaal aan de andere kant van het eiland te vinden is. We wachten op onze bagage. Het zal je intussen niet meer verwonderen, maar een automatische bagageband gaan we op Tanna niet aantreffen. Wat we wel vinden is een gat in de muur met een verhoogd platform waar één voor één de koffers en de tassen handmatig worden gedumpt en we als in een ballenbak moeten graaien om onze rugzak te vinden. Links van ons ligt een doos gevuld met waterflessen. Dat staat in het Bislama geschreven: namba wan wota. Je kunt zelf bedenken wat dit betekenen. Dit is nu al een fantastische plek.
Gelukkig is het luchthaventransport wel geregeld. Of ja, dat denken we. We slapen in een bungalow aan het strand, maar we ontdekken al snel dat die eigenaar daarvan zich vergist heeft en dat-ie denkt dat we een dag later komen. Potver, maar ja: dat hoort er ook bij. We schakelen snel en trekken een buschauffeur aan de oren die ons naar de Alofa Beach Bungalows brengt net boven het hoofddorp van het eiland Lenakel. Tanna blijkt nog primitiever dan we dachten: er is één geasfalteerde weg die langs de kust loopt en langs de wegen wonen de mensen die op teenslippers en blote voeten de weg gebruiken om van A naar B te komen. Huizen op Tanna zijn niet meer dan opeenstapelingen van golfplaten, houten planken, bamboe en stro. Hier en daar zijn wel wat gebouwen te vinden als tankstations, schooltjes of gemeenschapshuizen: van steen gemaakt en door de overheid gebouwd. Maar dit is typisch zo’n plek, midden in de rimboe, waar de technologische vooruitgang nog lichtjaren van Nederland verwijderd is.
Alofa Beach Bungalows
De bus rijdt ons over een hobbelweg en we stappen uit in een paradijsje. Net buiten Lenakel liggen de strandbungalows van John en Veronique, twee geboren en getogen Tannezen/Tannanen/mensen uit Tanna die hier hun eigen miniresortje hebben opgezet. Vanuatuanen zijn verlegen en zelfs volwassenen zijn tot dusverre soms net kinderen gebleken: van een afstandje zwaaien om vervolgens giechelend weg te kijken wanneer we oogcontact maken. Natuurlijk: onze witte lichamen zijn bezienswaardigheden op zich in onbekende landen met zwarte bevolkingsgroepen, maar hier voelt het heel bijzonder. Datzelfde overkomt eigenaresse Veronique, een vrouw die naar schatting de veertig is gepasseerd, wanneer we zeggen hoe mooi de plek is die ze heef. Een mompelende tangkiu tumas en blozend wegkijken is het antwoord waarop we worden getrakteerd.
Hoe mooi en idyllisch de huisjes van riet, hout en bamboe ook zijn, hoe wit het strand dat de paden vormt ook is en hoeveel palmbomen dan ook waaien in de wind, van luxe is er allerminst sprake. Je hebt het intussen al door, maar benadrukken kan ik het niet vaak genoeg: luxe is op Tanna niet aan de orde. In het dorp hiernaast zijn geen restaurants (denken we, maar dat zal achteraf misschien iets anders blijken te liggen) en we zullen driemaal daags moeten eten wat de pot schaft in het kleine gemeenschapshutje waar Veronique iedere dag achter de bescheiden balie ons van dienst is. Om te drinken zijn er drie opties: water, cola en bier. Met die derde zijn we natuurlijk maar al te blij. Wifi is een utopie en ook op een internetsignaal hoef je hier niet te hopen. Buiten het strand, het pittoreske dorpje waarnaast we liggen, het strand en dit hutje, is hier niks. Helemaal niks. Terug naar de basis van het leven.
Hoewel de traditionele manier van leven en de rudimentaire wijze waarop we de komende drie dagen zullen doorbrengen ons enorm kunnen bekoren, is er maar één reden waarom we eindelijk naar Tanna kwamen: die droom van Mount Yasur te realiseren die zes jaar terug begon te leven. Wanneer we geïnstalleerd zijn in ons basale hutje en naar buiten gaan voor een biertje, is ook Veroniques man John gearriveerd. Een amicale kerel die de komende drie dagen alleen maar z’n shirt van de Engelse nationale ploeg zal dragen. Wat ik vertelde in Port Vila over voetbal, is ook op Tanna van toepassing: men is fan van landen, niet van voetbalclubs. En met de wk-finale (morgen) voor de boeg, is de anticipatie op dit afgelegen eilandje op z’n allerhoogst.
We zitten een uur of twee met John te lullen. In tegenstelling tot z’n landgenoten, is John geen verlegen kerel, maar juist een heel open gast die geen gêne kent en een lach heeft om van te smelten. Het gesprek gaat natuurlijk al snel over de olifant in de kamer: Mount Yasur, de beruchte vulkaan is de god van het eiland. “Kijk naar de bomen om je heen. Naar het groen. Je bent in de hemel. Dit is de hemel. Morgen zul je het gaan zien. Je gaat naar god, de enige god. Naar Yasur. Want op dit eiland vind je niet alleen de hemel, je vindt er ook de hel. En onze god, de enige kracht van dit eiland, Yasur, die woont in de hel.” Zelden hebben we ergens meer naar uitgekeken dan morgen wanneer we om half drie in de middag naar een natuurspektakel gebracht zullen worden dat we nog nooit hebben gezien en waarschijnlijk ook nooit meer zullen zien.
“Maar je moet wel goed weer hebben”, vertelt John ons. Heb je wel eens een kampvuur gemaakt? Zo ja, dan heb je het waarschijnlijk ook ooit gedoofd. Gooi je water op het vuur, dan krijg je stoom. Heel veel stoom. Hetzelfde gebeurt bij Mount Yasur. Als het katten en honden regent bovenop die berg, dan valt de regen in die krater, in die krater vol met lava. En lava is heet. En water niet. Dus dan krijg je stoom. Heel veel stoom. Een beetje regen kan wel, maar als het dus hard regent, dan zie je door de stoom niks van die uitbarstingen. En laten wij nou net pech hebben: tegen het einde van de middag begint de hemel grijs te kleuren waardoor de felgroene en azuurblauwe kleuren van de hemelzijde van het eiland ook minder florissant worden. De weergoden zijn ons niet goed gezind.
Onheilspellende vooruitzichten
Als we een dag later om zes uur opstaan, lijken diezelfde weergoden vandaag niet heel veel anders voor ons in petto te hebben, want ook bij het vroege opstaan is de lucht zo grijs als cement en doet de regen vermoeden dat we aan een Nederlandse herfstdag beginnen, in plaats van dat we op een tropisch eiland zitten. Daar waren we die nacht al bang voor: onze hele nachtrust werd vergezeld door het kabaal van regen en wind. Door het openstaande raam woeien de gordijnen alle kanten op en door het lekke dak lag er een vijvertje met water op de vloer. We zijn vroeg op om één reden: de WK-finale staat op het programma. John had ons verteld dat we bij vrienden van hem de finale konden kijken en de voetbalgekke John zelf verheugde zich daar ook al op, ook al lag ‘zijn’ Engeland er al uit. We worden iets te laat wakker en een paar minuten voor de aftrap, verschijnen we in de minuscule gemeenschapsruimte… maar John is daar niet. We roepen voorzichtig wat met de hoop niemand wakker te maken, maar we krijgen nul op ons rekest. Niemand. Ook geen John. Waar is die flaris? Later die dag zal John schaterlachend aankondigen dat-ie pas om zeven uur wakker was omdat-ie zich verslapen had. Afspraken op Tanna staan niet zwart-op-wit, maar worden met een tak in het zand geschreven. Als het dan regent en waait, vervagen die afspraken meteen.
Toch trotseren we weer en wind en zetten we om zes uur in de ochtend, gehuld in regen werende kledij, koers naar Lenakel, dat pittoreske hoofddorp van het eiland Tanna. Tegen de harde wind in waait de regen venijnig in ons gezicht, maar we laten ons niet kennen. We moeten en zullen achterhalen of het Argentinië of Spanje gaat zijn die er met die gouden bokaal vandoor gaat. Maar dat blijkt een onbegonnen missie. In Lenakel is nog niemand ontwaken en zijn de houten en golfplaten deuren nog gesloten. Op straat is geen kip te bekennen (of ja, eigenlijk zien we wel kippen, maar je snapt wat ik bedoel). De zandpaden die hier de wegen vormen veranderen langzaam maar zeker in modderbaden en de kledinglijnen die troosteloos in de wind en regen heen en weer waaien, zullen vandaag leeg blijven. En internet of een onderkomen waar het enigszins ook maar een beetje mogelijk is om die finale van vandaag te volgen, is slechts een verre, wazige koortsdroom. We moeten ons gewonnen geven, want het zit er niet in.
Dus zijn we op tijd terug voor het ontbijt. Aan tafel zit de Russische Mikhail - die maar iets ouder is dan dat wij zijn - en het gepensioneerde koppel uit Melbourne, Australië bestaande uit Don en Veronica. Mikhail is de enige met een beetje bereik op z’n telefoon en houdt ons op de hoogte van de vorderingen van de WK-finale, terwijl we tussendoor een beetje kletsen. Zowel Mikhail als Don en Veronica zijn al op de top van Mount Yasur geweest, maar de voorbode is slecht. Mikhail heeft helemaal niks gezien en Don en Veronica hebben slechts één uitbarsting door de stoom heen kunnen waarnemen. Tegen elven in de ochtend komt John zelfs naar ons toe om te vermelden dat de tour naar Mount Yasur voor vandaag volledig gecanceld wordt. Het heeft totaal geen zin in deze barre omstandigheden.
Dus we blijven in de Alofa Beach Bungalows. Een oord dat normaliter als een hemel is, voelt vandaag aan als een gevangenis. Want als het hier slecht weer is, heb je niks. De bungalow is primitief en is slechts voorzien van de meest basale gemakken, de gemeenschapsruimte telt vier kleine tafeltjes en dat zijn de enige twee plekken waar je veilig bent van de regen. Want regenen doet het de hele dag en het zal geen minuut aaneen droog zijn vandaag. Dit is geen tropische storm. Dit is gewoon een herfstdag. Internetbereik of wifi is er ook niet, dus lezen, gamen en kaarten en we een beetje om de dag door te komen. Soms schrijf ik wat aan de blog en op die momenten probeert Geertje persoonlijke snelheidsrecords patience te verbreken. Veronique (de vrouw van John, dus niet de Australische Veronica die hier ook verblijft) verontschuldigt zich voor het weer. John en Veronique kunnen zich niet herinneren wanneer het weer voor het laatst zó slecht was in de droge periode van het jaar. Want dat is het, hé. Het is juli, de droogste maand van het Vanuatuaanse jaar. Maar ook hier is klimaatverandering een groot probleem omdat het weer steeds onvoorspelbaarder wordt. Het begint een rode draad te worden tijdens deze reis: de klimaatverandering waar we in Nederland nog veel van wegkijken, maar waar we zeker tijdens deze reis hebben ontdekt dat er elders in de wereld veel acutere problemen zijn. Ook hier op Tanna, waar men leeft van wat de natuur geeft. In een periode waarin geoogst moet worden, verdrinken veel landbouwproducten en is het deze bevolking die totaal geen mondiale vuist kan maken die lijdt, terwijl we in Nederland zo nodig allemaal de airco aan moeten zetten omdat het kwik een keer boven de dertig uitstijgt. Natuurlijk is dat wat gechargeerd gezegd en is de airco maar een héél klein onderdeel van het probleem, maar in mijn ogen ook wel tekenend voor het gebrek aan urgentie dat het klimaatprobleem is. Die urgentie hebben wij namelijk met eigen ogen meerdere malen kunnen zien en daar zijn we, en zeker ik, stiekem toch wel dankbaar voor.
Lenakel (?)
De verveling wint het en we besluiten even richting het dorp te lopen richting het einde van de middag. Ondanks de regen is het fascinerend om te zien wat er allemaal in Lenakel gebeurt. Het is nog steeds niet druk vanwege het weer, maar het is al een stuk levendiger dan vanochtend om zes uur in de morgen. Hier en daar lopen varkens en koeien rond en een groep van tien/twaalf kinderen op een veldje laat zich door het droevige weer niet tegenhouden. Op hun lichamen is meer modder dan kleding te zien en de voetbalwedstrijd die de kinderen spelen wordt met een beleving gespeeld alsof het de WK-finale van vanmorgen was. De gastvrijheid en nieuwsgierigheid in combinatie met de Vanuatuaanse verlegenheid, is fascinerend. Mensen zwaaien en mensen roepen. Mensen lachen harde lachen en glimlachen stille warmte. Maar wanneer we kijken, kijken mensen gniffelend weg en is het verlegenheid dat de inwoners van Lenakel parten speelt. Hier op het primitieve Tanna worden levens geleefd die wij met onze moderne luxe en zaken waaraan wij gewend zijn, niet meer kunnen leven. Maar de geleefde levens hier zijn wel prachtig. Sober en minimalistisch. Waar wij vanmorgen naarstig zochten naar een internetverbinding, is hier brood op de plank krijgen de hoogste prioriteit. En dat alles gebeurt met glimlachen van oor tot oor. Een leven zoals wij dat nooit meer zouden kunnen, maar misschien wel zoals het leven ooit bedoeld was.
We vinden ook nog een winkeltje waar we als twee verzopen huiskatten aan de balie verschijnen en wat frisdrankjes op de kop tikken. Een winkeltje van niks is het, eigenlijk en op twee handen en twee voeten kom ik al een heel eind als je me zou vragen alle producten te tellen. Het tankstation aan die geasfalteerde hoofdweg biedt wat meer uitkomst en daar vinden we zowaar een echt winkeltje en vanwege de ellende die deze dag is, tik ik zelfs een pakje sigaretten op de kop voor vandaag. Je moet wat, hé? Ik had ook een pruik kunnen halen, want zelfs op Tanna is de Vanuatuaanse pruikenobsessie in het tankstation zichtbaar.
Gepokt en gemazeld in het reizigersleven
Ook als de grijze lucht plaatsmaakt voor de donkerblauwe lucht van de nachtelijke hemel, blijft de regen maar vallen. Het is werkelijk waar niet normaal. Geertje doet zich tegoed aan de enige T-bone steak die voorhanden was (het menu bij Alofa Beach Bungalows wisselt dagelijks, maar de T-bonesteak werd van de lijst geveegd zodra Geertje ‘m in de middag besteld had). We eten trouwens niet alleen: Mikhail en Veronique en Don zitten ook weer aangeschoven. En dat was eigenlijk niet de bedoeling geweest.
De drie zouden vandaag terugvliegen naar Port Vila op Efate, maar die vlucht gaat niet door. Overdag hebben ze de hele dag op het vliegveld gezeten, omdat er ergens in het noorden van Vanuatu een vulkaan is uitgebarsten en de aswolk die door die uitbarsting ontstaan is, hangt nu boven Efate. Vliegtuigen kunnen niet landen noch opstijgen. Vliegtuigen en aswolken vormen namelijk een bijzonder dodelijk huwelijk, mocht je dat niet weten. In plaats van vandaag, vliegen ze dus een dag later en zal dat ene vliegtuig van AirVanuatu twee keer tussen Tanna en het hoofdeiland pendelen. Ons hoor je niet klagen: met Don, Veronica en Mikhail hebben we onverwachts een bijzonder gezellige avond, want het blijken drie heel erg bijzondere mensen te zijn. Tanna is een plek op de wereld waar je niet zomaar komt. Dat is Vanuatu sowieso al, maar Tanna gaat nóg een stapje verder. Zelden hebben we het gevoel gehad dat we verder van de bewoonde wereld verwijderd waren. Tanna is een wereld waarin de tijd geen tien, geen twintig, maar in veel opzichten zelfs tweeduizend jaar stil gestaan lijkt te hebben. Met TUI of Corendon of de Australische equivalent van zo'n bedrijf, kom je niet op Tanna. Naar Tanna moet je bewust reizen. Daar moet je onderzoek voor doen, daar moet je moeite voor doen. Dít is een plek die het reizigersvirus waarmee wij geïnfecteerd zijn, nog sterker maakt en dat geldt ook voor ons gezelschap van vanavond. Don vraagt op een gegeven moment hoeveel landen wij in de wereld bezocht hebben. Trots zeggen we dat we al richting de vijftig gaan. Een aanzienlijk nummer, toch? Het is pas wanneer we de wedervraag stellen, dat Don vertelt dat Vanuatu hun 99e land op de lijst is. Ware het niet dat een reis naar Oman in het Midden-Oosten was gecanceld vanwege Trump die z’n spierballen aan Iran wilde laten zien, dan was Vanuatu het 100e jubileum geweest.
Mikhail doet er nog een schepje bovenop. Die is bezig met een trip door de Stille Oceaan, komt net van Fiji en Tonga en heeft obscure plaatsen als Samoa, Kiribati, de Marshalleilanden, Nauru, Palau, Micronesië en Tuvalu op de planning staan. Ik weet zeker dat je van de meeste van die landen nog nooit gehoord hebt. De teller van Mikhail? Met Vanuatu staat-ie op 115 en de nog maar 34-jarige Rus zal na deze reis de 120 passeren. Het meest geaccepteerde totaalaantal (het ligt er een beetje aan wie je het vraagt) is 197. Om even een beeld te schetsen van het soort mensen dat je in dit soort afgelegen oorden kunt verwachten. En dit gezelschap van zwaargewichten in de reiswereld is een prettig gezelschap. Mensen met de meest fantastische verhalen, maar ook mensen die één en al oor zijn wanneer wij onze verhalen vertellen. Mensen die het reizen écht als hobby hebben, niet pronken met hun nummertjes en het niet gebruiken als verlengstuk van zichzelf om zichzelf beter te voelen dan een ander. Daar kunnen die wannabe-wereldreizigers uit toeristische backpackershostels die elkaar proberen te overtreffen door te vertellen dat yoga in Bali sowieso beter is dan in Nepal, nog wel wat van leren.
De avond zonder internet in een bamboehutje dat ons vijven tegen de regen beschermde, is onvergetelijk. Onvergetelijk slechts door het delen van en luisteren naar verhalen en ervaringen. Het plezier van die avond blijkt een goede voorbode te zijn: één dag later breekt tegen elven zowaar het zonnetje door! En wat is dit eiland met haar azuurblauwe water, haar intens groene palmbomen en haar prachtige stranden toch vele malen mooier wanneer de zon ervoor zorgt dat de kleur van het eiland er zo uitspringt. We hadden tegen John gezegd dat we deze dag sowieso naar de oostkant van het eiland wilden gaan om Yasur te zien, omdat we morgen sowieso al een vlucht terug naar Port Vila geboekt hadden, maar dat het weer vandaag voorlopig mee lijkt te zitten, is een geschenk uit de hemel. Eigenlijk zouden we vandaag naar de Blue Cave (een grot met blauw water om te zwemmen) gaan en een cultureel dorpje bezoeken, maar de eerste van die twee schrappen we ten faveure van de grote eindbaas van dit eiland: de vulkanische god Yasur.
We zullen pas in de middag vertrekken. De vulkaan zullen we in ieder geval zien. Of we ook de uitbarstingen zien, zal nog spannend worden en nog moeten gaan blijken. In ieder geval zijn we blij dat de zon schijnt en dat het eiland veel meer kleur krijgt dankzij de stralen van de zon. We halen dronie weer eens van stal. Al een tijdje niet gedaan, want Nieuw-Zeeland wekt de schijn heel soepel in dronegebruik te zijn, maar in werkelijkheid valt dat tegen. Dronen mag gewoon in Aotearoa. Althans, dat zegt men. In de werkelijkheid mogen natuurgebieden zelf hun regels bepalen en uiteindelijk bleek dus dat bijna ieder natuurgebied een regel bedenkt die vliegen met een drone verbiedt en als de regel een keer niet van kracht is, dan waait er wel een wind die doet vermoeden dat er een cycloon woedt. Geen kans dus. We vegen het stof van Dronies camera, maar ook vandaag mag het niet baten: DE APP MOET VOOR HET EERST GEÜPDATET WORDEN! En dan zitten we hier in niemandsland waar een internetsignaal nog zeldzamer is dan een pot met goud. Doorgaans vinden we het heerlijk in oorden waar we even zonder internet mogen zitten, maar hier in Tanna waar we dus niet kunnen dronen, de hele dag onder één dak in de regen hebben gezeten en ook nog eens de WK-finale aan ons voorbij hebben moeten laten gaan, kon de timing bijna niet slechter!
We gaan op pad
Gelukkig kunnen we dat traditionele dorpje op één dag wel combineren met de vulkaan, dus na afscheid genomen te hebben van Veronica, Don en Mikhail (die vandaag wél vliegen), komt Ivan (1,5 uur te laat) ons ophalen om zuidwaarts te rijden. En op die route komen we tot een openbaring. Tien minuten zitten we in de auto. Tien minuten. Dat zijn dus wel wat kilometers, hé? Na die tien minuten rijden we een druk bruisend dorp binnen met een grote markt als centrale punt. We kijken om ons heen en de ogen worden uit hun kassen gekeken. Alsof we door een dorp uit één van de uithoeken van het Romeinse Rijk rijden. Er is zelfs een voetbalveld te vinden, volledig uitgerust met een tribune (die waarschijnlijk niet door de bouwkeuring gekomen zou zijn, maar dat terzijde). Maar… onze strandbungalows lagen toch naast Lenakel, het hoofddorp van Tanna? Nou, hier in het dorp waar het bruist van Ni-Vanuatu, blijkt dat we een kleine miscalculatie begaan hebben. Dít is hoofddorp Lenakel en het dorp waar wij slapen heet Lowanatom - dat maar ongeveer 200 inwoners telt!
Kastom
De auto stopt aan de rand van Yakel. Yakel is een zogenaamde Kastomgemeenschap, dorpen op Tanna die nog volgens de traditionele wijze leven. Kowan heet ons welkom en je hoeft maar één blik op de foto’s te werpen om je te realiseren dat die lui hier niet preuts zijn. Als Kowan z’n achterwerk na een grote boodschap niet goed afveegt, dan zou je de restjes nog kunnen zien zitten. Wel zijn ze wat schuw voor erecties: het enige wat ze dragen is namelijk een namba. Wat dat is? Een peniskoker van natuurlijk materiaal. Dat is letterlijk het enige wat ze dragen. Nu is het dus zo dat die namba’s zo gemaakt zijn dat ze continu diagonaal omhoog wijzen, dus of het gereedschap van Kowan nou in een slappe of stijve stand verkeert, is een raadsel waar alleen Kowan zelf antwoord op heeft.
We wachten onder een dakje van gevlochten palmboombladeren. Op het grote gemeenschapsplein van Yakel hebben de weergoden besloten tóch roet in ons eten te gooien, want alle regen die vanochtend niet gevallen was, valt nu. Alsof er gigantische emmer water omgegooid wordt, niet normaal. We voelen dat we wat huiveriger worden, want onze enige kans voor het bezoek aan de vulkaan lonkt en onder deze omstandigheden zal het zien van lava onmogelijk zijn. De Yakel maken zich niet druk om de regen. Een klein jochie, dat een rok van stro draagt, danst vrolijk springend in de regen op het open plein terwijl achter hem waar een banyanboom imposant waakt over het dorp. En over de banyanboom moet ik ook even kort uitweiden, hoor: deze units van bomen vind je over de hele Grote Oceaan en die van Tanna schijnen één van de grootste subsoorten van de banyanboom te zijn en dat blijkt wel: kijk de foto’s maar. Ik herinner me de baobabbomen in Botswana nog, maar deze reuzen gaan daar nog wel overheen. Dit zijn de grootste bomen die we ooit gezien hebben.
Kowan neemt ons mee. Door de regen en door de nattigheid. Kowan spreekt vloeiend Engels en is de enige van het dorp die Engels kan. Wanneer Kowan ooit zal komen te overlijden, zal de intelligentste inwoner van Yakel gekozen worden om in Lenakel de Engelse taal te gaan leren, want zo is Kowan ook beheerser van het Engels geworden. De rondleiding die Kowan ons geeft is fantastisch. Hij neemt ons mee langs de huizen in het dorp. In het dorp, met huizen die bestaan uit hout, bamboe en gevlochten palmbladeren, is ook een extra sterk cycloonhuis te vinden waar mensen schuilen voor zware cyclonen in het cycloonseizoen. Ik moet het maar zien of die verzameling van takken overeind blijft staan wanneer moeder Natuur hier echt hard begint te blazen. Ook vertelt Kowan ons dat er in dit dorp vijf families leven. Er zijn nog vier andere dorpen in deze Yakelgemeenschap die allemaal dezelfde taal spreken. 138 personen dus, die samen één taal spreken die nergens anders ter wereld gesproken wordt. Ik zei het al, hé? Het meest diverse land qua talen in de wereld en hier op Tanna spreken de Yakel dus een taal die verder niemand weet te verstaan!
Het stikt hier, net als in heel Vanuatu, van de varkens. Het is niet dat varkens hier zoals in islamitische landen ’s avonds niet op het bord liggen hoor, maar de varkens zijn wel heilig. Op een iets andere manier heilig, dat dan weer wel. Zelfs die hoorn op de vlag van Vanuatu is een gekrulde varkenstand. Hier in de kastomdorpen van Tanna betalen ze niet met de Vatu, maar leggen ze varkens op de toonbank. Toen Kowan ging trouwen, betaalde hij z’n schoonvader met een plaatselijk gestookte alcohol die kava heet én met twee varkens. Toen Kowan die avond het huwelijk wilde consumeren en die peniskoker niet meer nodig was om z’n erectie te verbergen, moest-ie zelfs nog een varken bijleggen. Vandaag de dag is er een varkensinflatie aan de gang, want de Yakel hebben ontdekt dat hun manier van leven best wel heel erg bijzonder is en dat ze gewoon normaal mensengeld kunnen verdienen door hun speciale manier van leven aan de spaarzame toeristen die naar Tanna komen, te laten zien. Spaarzaam inderdaad, want wij zijn vandaag de enigen zonder peniskoker. Met mensengeld kunnen ze eigenlijk niet zo veel, maar daar hebben Kowan en z’n dorpsgenoten iets op bedacht. “Met jullie geld doen we eigenlijk niks. Maar met jullie geld heb ik wel genoeg om morgen weer een nieuw varken te kopen in het dorp!” Het papier dat wij ze geven, is puur en alleen voor de varkens. Of ja, ook voor één paraplu waar Kowan vrolijk mee rondhuppelt en voor een oud horloge waarvan Kowan het concept ‘tijd’ geleerd heeft. Zo gaat Kowan door het leven: met een paraplu, een horloge en een peniskoker. Yakel is nog net geen Kamasutrabeurs.
Om de tour af te sluiten, krijgen we in de stromende regen nog een voorstelling van traditionele dansen door de mannen van het dorp (we zien geen vrouwen, maar dat kwartje valt pas als we weg zijn, dus daar hebben we niet naar kunnen vragen). Op die open vlakte in de schaduw (als de zon geschenen had, tenminste) van die indrukwekkende banyanboom, krijgen we drie traditionele dansen door vijf mannen voorgeschoteld. De choreo is niet ’s werelds ingewikkeldste en de dans die ik als adjudant tijdens carnaval moest instuderen was wel van een iets hoger niveau, maar wel is het indrukwekkend. Er wordt gestampt en gezongen in een taal die ons onbekend is, maar mythisch klinkt en de kleiachtige aarde van het dorpsplein maakt dat iedere stamp van de Yakel doordreunt en door ons als kleine aardschokken ervaren wordt. We denken terug aan de Maori. Oók indrukwekkend, maar je weet ook dat het een voorstelling is en dat de Maori overdag ook gewoon op kantoor zitten te werken. Hier is dat niet zo. De Yakel laten het leven zien zoals ze dat iedere dag nog leven. En dat is nog veel indrukwekkender.
Een meet & greet met god
We stappen de auto in en hoewel de wolken wat rustiger worden, blijft het miezeren, dus blijven onze vingers gekruist voor een miraculeuze opheldering van de lucht. De weg naar de oostkust, waar Yasur te vinden is, is een lange en zal meer dan een uur in beslag nemen. Niet omdat de afstand zo lang is, maar omdat het wegdek zo slechts is. Ivan blijkt een kundig chauffeur, want de weg die de beide kanten van het eiland met elkaar verbindt, is met gemak de slechtste weg waar we ooit overheen gereden hebben. Hoe sterk Elsa en Olaf ook waren: op Tanna hadden ze hun meerdere moeten erkennen in de loopgraven die we hier talloze keren tegenkomen. Ivan is er met z’n bakbeest blijkbaar wel tegen opgewassen, want uit het niets staan we opeens oog in oog met de vulkaan wanneer we de beruchte Ash Plains oprijden. En dan is het alsof we een andere dimensie betreden.
Wanneer een inwoner van Tanna sterft, belandt hij op de asvlakte aan de voet van Yasur. Een gestorven ziel zal over de asvlakte lopen, richting de vulkaan, richting zijn god. En je zult de vulkaan beklimmen, want waar een christen bij de poorten van de hemel wacht op het oordeel van God, wachten de Tannezen op de top van de vulkaan. In de hel. John zei dat je op Tanna de hemel en de hel vindt. Dat is waar. Vanochtend was de hemel, nu is de hel. Dat we over deze zwartgrijze, levenloze, desolate asvlakte rijden terwijl we vijf minuten eerder nog door de jungle reden die bruist van het leven, geeft een contrast dat haast niet groter kan zijn. Deze vlakte is de pikzwarte poort naar de hel. Ben je op de top van Yasur, dan zal Yasur een beslissing maken. Je ziel op de weegschaal leggen. In de verte torent Tukosmera boven Tanna uit. Dat is de hoogste berg van Tanna. Wij zien ‘m niet, want er hangen te veel wolken voor. Besluit Yasur dat je een rechtschapen leven geleid hebt? Dan gaat je ziel naar Tukosmera, naar die groene berg vol met leven. Ben je stout geweest? Dan wacht de zak van Sinterklaas in de vorm van het eeuwige vuur van de vulkaan Yasur.
Als het uitzicht aan de voet van de vulkaan, van waaruit we af en toe al gedonder horen, de complete tour was geweest, dan waren we al tevreden geweest. Maar dat is het niet. We gaan door naar de top. Ik heb al veel verteld over Yasur, maar wat Yasur zo bijzonder maakt, wat maakt dat Yasur al zes jaar samen met het Boliviaanse Uyuni aan de top van onze bucketlist stond, heb ik je nog niet verteld. Yasur is een actieve vulkaan die uitbarst. Die continu uitbarst. Om de twee minuten, zowat. Het is een van de weinige plekken waar je dus met het blote oog lava kunt zien. Maar dat is niet alles. Zelfs onder vulkanen die zó actief zijn dat je de lava kunt zien, heeft Yasur nog een troef achter de hand: het is de enige actieve vulkaan op de hele aardbol waar je op de rand van de krater kunt staan om uitbarstingen van lava te zien. Dat is krankzinnig. Mits je goed weer hebt, natuurlijk.
Ivan zet ons af bij het bezoekerscentrum. Aan deze kant van het eiland is nog een klein toeristisch dorpje gebouwd. Met de nadruk op klein, want er gaat één keer per dag een groep de vulkaan op en we zitten in het hoogseizoen en we zijn met een man of twintig. Dat is inclusief de rijke stinkerds die met die privé-airtaxi een peperdure dagtrip hebben geboekt. Toch maakt dit wel dat we blij zijn dat we aan de westkust van het eiland op een iets authentiekere plaats zitten, alhoewel authenticiteit op plekken als Tanna heel slecht verstopt is. Bij de briefing in de verzamelplaats (met de heerlijke naam in Bislama: haos blong volkeno) krijgen we het al te horen en wanneer Ivan in een colonne van een aantal 4WD’s ons naar boven rijdt en er een Ni-Vanuatu in oranje hesje klaarstaat om ons voor de klim nog één keer te briefen, horen we het ook: de kans dat we een uitbarsting gaan zien, is niet zo groot vandaag. Het is al een tijdje slecht weer en de uitspraak ‘wij kunnen de natuur niet dwingen’ vliegt ons meermaals om de oren. Vandaag is het gelukkig droog gebleven aan deze kant van het eiland, maar het is intussen weer gaan miezeren. De voorspellingen beloven weinig.
Het moment van de waarheid
Toch gaan we naar boven. Vanaf het haos blong volkeno is het nog twintig minuten over een nog slechtere weg, voor zover mogelijk. Hoe hoger we komen, hoe vreemder de omgeving wordt. Het lijkt wel alsof de aarde hier in brand staat. Zelfs voor de parkeerplaats komt de hitte die onder de grond gegenereerd wordt, als stoom naar buiten. Er is al een paar dagen weinig te zien bovenop Yasur, dus de belofte is gedaan dat mensen morgen gratis de vulkaan op mogen als er niks te zien valt. Daar hebben wij niks aan en de praatgrage Mark uit Californië ook niet, want net als wij vliegt hij morgen terug naar Port Vila. Desondanks laat Geertje er geen gras over groeien: de ranger van de vulkaan gaat naar boven en van de hele groep zorgt Geertje ervoor dat ze na de ranger de tweede in de rij is die de steile klim naar de rand van de krater trotseert. Alles voor de beste plekken. En dan komen we boven. In de verte is de onheilspellende, helse rook uit de vulkaan al zichtbaar, maar wij verwachten weinig. De miezerregen valt op onze gezichten. De krater zal wel één groot stoombad zijn. En dan opeens… het is alsof er honderd kasten vol porselein tegelijkertijd omvallen. Ongeveer tegelijkertijd begint de ranger in z’n oranje hesje ook te schreeuwen. “LOOK HERE! LOOK HERE!” Hij is zelf ook verrast en had ook niks verwacht vandaag. Voor ons ontvouwt zich een wonder.
We hebben vaak gezegd dat het wel lijkt of we op een andere planeet waren. In San Pedro de Atacama. In Uyuni. In de Tatacoa woestijn. Zomaar wat plekken uit het blote hoofd die voldoen aan de omschrijving ‘een andere planeet’. Nog nooit eerder waren we in een andere dimensie. Een compleet andere tijdlijn. Een nieuwe realiteit. Daar zijn we nu wel. We zijn in de hel. We geloofden nooit in een god. Nu wel. Dit is god. Yasur is de enige god. Die lui op Tanna hebben best een goed punt. Yasur is god, alleen blijkbaar woont God niet in de hemel, maar in het vuur van de hel en het is slechts een houten hekje dat ik tijdens de bouwdag van de kindervakantieweek nog beter had kunnen bouwen, dat ons ervan weerhoudt dat we niet in de poorten van die hel vallen. Yasur barst uit. Gooit lava de lucht in alsof het spuug is. En nog een keer. En nog een keer. Het is niet één uitbarsting. Het zijn er niet twee. Ik wed dat het er wel twintig zijn. Dit is alles wat we gehoopt hadden. Nee, dit is nog veel meer dan dat. Dit is de natuur op z’n puurst. Schoonheid in de meest toverachtige vorm die denkbaar is. We hebben al zo veel mooie dingen in ons leven mogen zien en mogen meemaken. De tranen die bijna over Geertjes wangen lopen moeten genoeg zeggen. Onze droom is uitgekomen. Van al die dingen die we hebben gezien, van de uitzichten die we hebben gehad en van de natuurverschijnselen die we hebben mogen aanschouwen, hadden we nooit gedacht dat het oog in oog staan met de hel, het allermooiste zou zijn dat we ooit op aarde hebben mogen zien.
Het lijkt wel alsof het we in het holst van de nacht zijn als we terugrijden. De adrenaline zit nog hoog. De euforie stroomt van de kruin in ons hoofd tot in de puntjes van onze tenen. Wat wij hebben gezien, is het summum van onze reis. Yasur stond hoog op het lijstje, maar dat het álles zou overtreffen, hadden we nooit durven dromen. En daar ben ik trots op. Ik ben trots op ons. Yasur is geen plek die makkelijk te bereiken is. Sterker nog, het is een plek die heel obscuur is en moeilijk te bereiken is. Om hier te komen, moet je plannen, moet je betalen en moet je offers brengen. Je bent hier niet zomaar. En toch hebben wij, nadat we zes jaar lang zeiden dat het onze droom was om op de spiegels van Uyuni en op de top van Yasur te staan, dat wel gewoon bewerkstelligd. En dat kost wat. Dat kost moeite. Zoals de hele reis moeite, tijd, geld en energie heeft gekost. Maar het was onze droom. Hoe vaak hoor je om je heen mensen een zin beginnen met ‘ik zou wel…’? Als je zegt iets te zouden willen, dan is er geen excuus om het niet te doen. Geld is geen excuus. Tijd is geen excuus. Verplichtingen zijn geen excuus. Deze reis kostte geld. Deze reis kostte tijd. Dat alles terwijl we de verplichtingen van werk hadden, de verplichtingen van onze belasting afdragen, de verplichtingen van het onderhouden van contact met vrienden en familie. Maar we hebben het toch maar even gedaan. Van dat ene Youtube filmpje op een hete zomerdag in 2020, naar 21 juli 2026 waar we op de top staan van die uitbarstende vulkaan. Zes jaar lang wilden wij naar Mount Yasur. Zes jaar later hebben we het gedaan. Geen excuus. Gewoon doen. En daar ben ik best wel trots op.
De euforie proef ik terug in de ijskoude Tusker die Veronique voor ons op tafel zet bij terugkomst. Ze heeft ons diner al bereid en deelt mee in onze euforie, want zij had evenmin de verwachting dat we de god van Tanna zouden aanschouwen. Maar God heeft zijn gezicht laten zien. Het begint die avond wederom te regenen. Dat zal ons een rotzorg zijn.
Een vaarwel met een herinnering voor het leven
We verlaten Tanna een dag later. De zon schijnt haar prachtige stralen op het eiland waar hemel en hel eeuwig met elkaar dansen. Op het eiland dat voor eeuwig op ons netvlies gebrand zal staan. De strandwandeling die we die ochtend maken, is ook mooi. Het water is rustig, dus de locals uit Lowanatom (niet Lenakel dus) gaan de zee in. Duikend naar schaaldieren, hengelend naar vissen. Met de euforie van gisteravond nog vers in het geheugen, is het genieten geblazen.
Op het vliegveld gaan we weer terug en warempel: daar staat Mark, de 64-jarige kornuit uit Californië. Met z’n drieën doden we anderhalf uur lang de tijd (Mark is in 174 (!!!) landen geweest, eens te meer een bevestiging voor het type volk dat je op Tanna terugvindt), maar Mark is in tegenstelling tot Mikhail, Don en Veronica ietsje voller van zichzelf en alle reizen die hij heeft gemaakt, waardoor hij tijdens het wachten bijzonder vaak de neiging voelt om ons te onderbreken en een verhaal van wal te steken om ons te overtreffen. De man is zo vol van zichzelf, dat een paard er de hik van krijgt. Desondanks is het prettig om de tijd kletsend (lees: luisterend) te doden op het vliegveld waar niks te beleven is, maar is het tegelijkertijd ook prettig wanneer dat ene vliegtuig van AirVanuatu landt om tussen Efate en Tanna op en neer te pendelen. Iets te vroeg gejuicht: Mark zit in rij 1 en wij in rij 2. Het zal pas in Port Vila zijn wanneer we Mark, die alle vooroordelen over Amerikanen weet te bevestigen, weten te lozen. Gelukkig blijft die ene herinnering aan deze wonderbaarlijke vulkaan de overhand voeren. Hier, in een verre uithoek van een obscuur stukje van onze wonderlijke wereld, hebben we de mooiste ervaring van ons leven gehad.
Reactie plaatsen
Reacties