Efate - De afsluiting in het paradijs

Gepubliceerd op 22 juli 2026 om 12:30

Hoe kan Yasur nog overtroffen worden? Niet alleen deze reis, maar voor alle reizen die we de rest van ons leven zullen maken? Op de rand van een krater misschien wel twintig uitbarstingen van lava zien (en horen) is iets wat nog duizend keer machtiger is dan dat het klinkt. Het antwoord is dat we dit waarschijnlijk nooit gaan overtreffen. Maar dat is niet erg. Dat hoeft ook helemaal niet. Na 45 landen op de teller, hebben we ook geleerd dat het juist de kunst is om te genieten van iedere plek op z’n eigen manier door te kijken naar wat ieder plaatsje waar je ooit komt, uniek maakt. We hebben nog vijf nachten te gaan op het eiland Efate, het Vanuatuaanse eiland met haar hoofdstad Port Vila. En we hebben na een kleine week Vanuatu al tig dingen gevonden die dit land bijzonder en uniek maken en waar we tijdens onze eerste drie nachten vooral de hoofdstad onder de loep genomen hebben, zullen onze laatste dagen van de hele reis vooral in het teken staan van het ontdekken van wat dit eiland nou allemaal te bieden heeft. Yasur van Tanna overtreffen zal het niet. En zoals gezegd: dat is helemaal niet erg, want er gaan ongetwijfeld weer genoeg dingen te vinden zijn die dit land - nee, dit eiland uniek en speciaal maken.

Maar het duurt nog even voordat we daar achter komen. De eerste avond bestellen we sushi in ons luxe appartementje waar we voor het eerst deze reis mogen genieten van niet één, maar twee verdiepingen. Voordat we daar komen, halen we nog onze ene grote backpack op bij het hostel waar we het achtergelaten hadden voor we naar Tanna gingen. Daar ga ik aan het typen en daar loopt Geertje de deur uit voor een boodschap. Het is tijdens deze wandeling waar Geertje - wederom alleen - de geschiedenis laat herhalen: een hondenaanval, net als in Huaraz! Gelukkig is daar een alerte vrachtwagenchauffeur die al claxonnerend de hondenaanval weet af te weren en zo ontspringt Geertje ook deze keer de bijtdans der straathonden. Sterker nog: ze houdt er één beschermheilige viervoeter aan over! Ja, niet iedere straathond heeft het hard op de verkeerde plek en er is er vandaag zelfs eentje die Geertje de hele wandeling naar de supermarkt vergezeld. Onderweg kwamen er zelfs kleine Vanuatuaantjes, nog kleiner dan Geertje zelf, naar haar toe om te vragen of dat hondje de hare was. Eens een hondenvriend, altijd een hondenvriend, ook al lijkt er ook een valse hondenmagneet aan Geertje te kleven.  

Ook de dag erna ontdekken we nog niet zo heel veel nieuwe dingen over Vanuatu, want we gebruiken dit heerlijke appartementje aan de Second Lagoon, een lagune die door het rustige water wel wat wegheeft van een meer, om het grootste deel van de dag te chillen. Eigenlijk wilden we vandaag scooteren, maar vandaag is de laatste dag dat de weerberichten nog ietwat wisselend zijn, dus besluiten we nog één dag om even niet het onderste uit de kan te halen. Toch blijkt het weer vandaag vooral mee te zitten en is het heerlijk toeven en het doel van onze laatste dagen op Efate is naast het onderste uit de kan halen, ook uitrusten en energie opdoen voor de lange vlucht naar huis die komen gaat. Aan het eind van de dag worden de voetjes toch onrustig. Hup, naar het centrum van Port Vila.

De bus van Port Vila

Die appartementjes waar we zitten zijn best een stukje van het centrum verwijderd. De benenwagen zal meer dan een uur onderweg zijn wanneer we besluiten om te lopen, dus maken we gebruik van het openbaar van Vanuatu: de bus. En die zijn echt one of a kind hier. Het is een uitzonderlijk simpel systeem waar de Ni-Vanuatu gebruik van maken, maar het is ook bizar effectief. Het enige openbaar vervoer in Vanuatu, is de bus. Maar die bussen, die rijden niet op vaste tijden of vaste trajecten. Er zijn ook geen lijnen die je kunt nemen. Nee, in het verkeer van Port Vila rijden de bussen kriskras door elkaar en de bestemmingen worden door de passagiers bepaald. Je plant je poten gewoon in de berm langs de weg of ergens op een oprit en je zwaait wanneer je zo’n busje aan ziet komen. Dan stoppen ze, zeg je waar je heen moet en dan zegt die chauffeur weer of die je mee wil nemen of niet. Ja? Mooi. Nee? Dan wacht je op de volgende. De busjes zijn oude minivans die bijna uit elkaar vallen. Afdankertjes uit rijkere landen die de Vanuatuaanse overheid in vrachtladingen importeert. Makkelijk te herkennen, want als het kenteken met een rode hoofdletter B begint, dan weet je dat je met een bus te maken hebt en je je klauw de lucht in kunt steken. En je hoeft niet lang te wachten, want die busjes rijden OVERAL rond. Ik loog niet toen ik zei dat de overheid ze hier in vrachtladingen importeert en ik overdrijf dus ook niet als ik zeg dat zo’n 15% van de voertuigen hier op straat zo’n afgedankte minivan is met een rode B op de kentekenplaat. Sterker nog: als je ons zou vertellen dat het aantal OV-busjes in Vanuatu de 20% zou aantikken, zouden we je serieus geloofd hebben. Die busjes werken als een Japanse kogeltrein: als je er eentje mist en de tweede de andere kant op rijdt, dan staat de derde paraat om je mee te nemen. En dat gebeurt allemaal doorgaans binnen een minuut. Echt, een ode aan het doodsimpele, structuurloze doch uiterst efficiënte Vanuatuaanse OV. 

En dan staan we weer in de stad. Aan het strand, wel te verstaan. Nog specifieker: bij een strandbar. Banyan Beach Bar. Vernoemd naar die hele grote bomen hier op Vanuatu, weet je wel. Maar hier zijn die niet te vinden. Hier zijn het slechts palmbomen die uit de grond groeien. En een zonsondergang om van te genieten, want het strand kijkt uit op het westen. En zo prachtig als die zonsondergang is, zo lekker is het eten en zo goed vallen Geertjes bruisende wijntjes en mijn cocktails. Het is weer vakantie! 

Om de dag af te sluiten, worden we op een fantastische sterrenhemel getrakteerd. We liggen aan de rand van de enorme, dunbevolkte Stille Oceaan en ook vanuit Port Vila is er weinig licht. Straatverlichting is op Vanuatu nog niet uitgevonden: iedere avond moeten we zaklampen meenemen, want anders is het levensgevaarlijk op de pikkedonkere straten die door auto's, scooters, fietsers en voetgangers gedeeld worden. Dat gebrek aan lichtvervuiling heeft gelukkig wel een prachtig effect op de hemel van de nachten. Wauw.

Niet dat we alleen maar gaan lopen luilakken de laatste dagen, nee, nee: deze blog heeft niet voor niets Efate in de titel staan in plaats van sterrenresort in Port Vila. Nee, als ik die blog de naam van het eiland geef, dan betekent dat dat we ook gaan ontdekken wat Efate nou precies voor eiland is! En dat doen we per scooter. Helaas geen Aziatische prijzen voor een gemotoriseerde tweewieler hier in Oceanië, maar we doen het er maar mee. We huren een benzinescooter bij eBikes Vanuatu. Dat rijmt niet helemaal, maar we voelen ons iets meer senang bij een benzinescooter dan bij een elektrische variant, dus klagen zul je ons niet horen doen. De half-Vanuatuaanse, half-Nieuw-Zeelandse kerel van een jaar of vijftig die ons de scooter verhuurt, lijkt nog wel het meest op een Oceanische variant van David Hasselhoff. Groot, breed geschouderd, een goed paar zongebruinde kuiten, goede bos haar, lekker zomers outfitje en een brede glimlach en dito kaaklijn. Alsof je ‘m rechtstreeks uit Baywatch trekt. En nog een leuke vent ook. Ik had een foto moeten maken: de vrouwelijke doelgroep van deze blog van de leeftijdscategorie om en nabij de 50 had bij deze kerel wel lekker weg gezwijmeld. Of mannen. Ik zag namelijk ook wel dat dit een goed exemplaar was.

Een rondje Efate

Efate is ideaal om rond te rijden. Het eiland kent namelijk één lange ringweg. Die kun je met de klok meerijden en die kun je tegen de klok in rijden. Heel ingewikkeld is het allemaal niet. Omdat de reis bijna ten einde is en we maar wat graag terug de tijd in zouden willen reizen, rijden wij ‘m tegen de klok in. Het is heerlijk rijden over Efate: het zomerzonnetje schijnt heerlijk op onze armen (eindelijk) en het verkeer is rustig en relaxt en waar je overal in de wereld jezelf van je brutaalste kant moet laten zien in het verkeer, geldt die regel in Vanuatu niet: voorrang geef je hier uit de goedheid van je hart op de meest willekeurige moment die je je maar kunt voorstellen. Dus ook als je tachtig rijdt, je op die ringweg rijdt en er een auto met tien kilometer per uur van een zandpaadje gereden komt. Je remkabels moeten hier dus niet versleten zijn.

Blue Lagoon

Was Tanna het eiland van hemel en hel? Nou, van de hel misschien, maar voor de hemel moet je op Efate zijn, want die Tannezen zijn allemaal nog nooit bij de Blue Lagoon aan de oostkant van het eiland Efate geweest. Bij onze eerste stop komt de zwemoutfit tevoorschijn en het innerlijke kind naar boven, want in dit kleine paradijsje met het blauwste water dat je ooit hebt gezien, is het dolle pret geblazen wanneer we samen en om de beurt van het duikplateau springen en uit de boom aan touwen onszelf het water in gooien. Alleen maar lachen, gieren, brullen is het overigens niet, want nadat Geertje zichzelf midden in een zwaai van de hoogste boom als een paaldanseres langs dat touw naar beneden laat vallen, zal ze de Blue Lagoon verlaten met twee pannenkoeken van blauwe plekken op de binnenkanten van haar bovenbenen. Ik sla m’n hand maar weer voor m’n gezicht. Gelukkig lijkt de hypothese die ik twee weken geleden in het Nieuw-Zeelandse Hokitika op die hangbrug deed, correct: de hoogtevrees van Geertje lijkt wonderbaarlijk genoeg verdwenen te zijn!

Eton Beach

Op Eton Beach, vijf minuten brommeren verderop, zal zelfs ’s werelds grootste angsthaas nog geen last van hoogtevrees hebben. Die angsthaas zal nergens last van hebben, trouwens, want als je alleen maar op het strand ligt, heb je ook niks te vrezen.

Le Life Resort

Voor een lunch rijden we naar Le Life Resort aan de noordoostkust. Heerlijk eten, maar verder kan ik je er niet zo veel boeiends over vertellen, buiten het feit dat Geertje het lieve huishondje dat bij ons komt liggen stiekem de restjes van de lunch voert. Dus dan wijd ik één alinea aan misschien wel de allerleukste bevolking van de hele reis: de Ni-Vanuatu. Oftewel, de Vanuatuanen. Die hebben we volledig in ons hart gesloten en of ze echt de leukste mensen van de reis zijn, valt te betwisten, maar in ieder geval delen ze met de Colombianen en de Argentijnen (ja, echt waar, de Argentijnse bevolking lijkt in weinig op de rasidioten van hun nationale ploeg) het podium. Aan de ene kant zijn het de meest verlegen mensen die we hebben ontmoet, anderzijds worden we overal het hemd van het lijf gevraagd en hebben we zelden het gevoel gehad dat er mensen zó geïnteresseerd in ons waren. Of nou de chauffeur of een passagier in een van die fantastische B-bussen aarzelend een gesprek met ons aanknoopte, of als het nou een voorbijganger is die ons nieuwsgierig benadert: iedereen is op een verlegen manier geïnteresseerd in ons en zonder uitzondering is het blozende rood op iedereens wangen zichtbaar wanneer we vertellen hoe erg we onder de indruk zijn van de schoonheid en de gastvrijheid van hun obscure doch oh zo bijzondere land ergens in de Stille Oceaan. Op de route die we over de ringweg van Efate rijden, is dat niet anders. Iedereen zwaait. Man of vrouw. Jong of oud. Het maakt geen kakkerlak uit, want in Vanuatu is men er voor elkaar en zorgt men voor elkaar. Aan het eind van de dag zal mijn hand rood zijn van het highfiven met de kinderen die enthousiast langs de kant van de weg onze aandacht proberen te vangen. David Hasselhoff van de scooters zei het nog het beste toen hij uitlegde hoe je de scooter op slot moet zetten: “eigenlijk hoeft dat niet, want in Vanuatu bestaat bijna geen criminaliteit”. En dat is echt bijzonder, maar ook tekenend voor hoe Vanuatu terecht op ons overkomt. Vanuatu is één grote liefdevolle gemeenschap waar aandacht is voor iedereen en waar iedereen elkaars gelijke is. Als hier een cheque van één miljoen euro uit je achterzak valt, dan zal iemand het eiland oversteken om 'm naar je terug te brengen. Terwijl we de ringweg afgaan om te lunchen bij dat resort, is er nog een golfplaten huis met een stuk of vijf kinderen dat begint te gillen en te zwaaien uit enthousiasme. Ik claxoneer als respons. Het hadden overigens net zo goed volwassenen kunnen zijn, want die zouden ook zo staan te springen. Vanuatu heeft in recordtijd een heel speciaal plekje in ons hart bemachtigd. Dat is niet alleen te danken aan die vulkaan, maar ook voor een groot deel aan haar innemende bevolking.

Modderpoelen met de pentecosters

We zetten onze koers voort naar de Takara Mud Pools in het gehuchtje Baofatu. Die eerste naam laat weinig tot de verbeelding over: modderpoelen. Tot onze vreugde zijn er ook warmwaterbronnen waar we daarna in kunnen springen. Ook hier, in dit pittoreske dorpje Baofatu aan de noordkust van Efate, zijn de harten van de mensen van puur goud. Eens te meer zetten we onze scooter niet op slot en is het een kwestie van minuten voordat de eigenaar met de liefde van Aphrodite op Valentijsdag mij in het modderbad staat in te smeren met modder en ons met passie vertelt in welke volgorde we de baden moeten afleggen. Wéér een plek waar we ons werkelijk meteen welkom voelen. 

Waar ik in m'n zwembroek rondloopt, blijft Geertje gehuld in shirt en korte broek. Er zijn geen toeristen te bekennen en het zijn slechts Vanuatuanen die hier rondlopen en in de Vanuatuaanse cultuur is het niet gebruikelijk om in je bikini rond te huppelen en bedekken vrouwen de schouders en buik in het openbaar nagenoeg altijd. Alle kleren vol met modder is het gevolg, maar we zitten in iemands achtertuin (dit blijkt letterlijk de achtertuin te zijn van de man die mij staat in te smeren) en een beetje respect hebben voor de ongeschreven regels, zal niemand kwaad doen.

Als we onze huid weer wit wassen met de douche en in één van de warmwaterbaden gaan zitten, komen we bij een familie van acht uit Pentecost terecht. Naast het Engelse woord voor Pinksteren, is Pentecost ook nog één van de 83 eilanden van Vanuatu en nog eens een heel bijzondere ook: naast het feit dat deze familie ook weer bijzonder vriendelijk, geïnteresseerd en gezellig is, vertellen ze ons ook in geuren en kleuren over de wereldberoemde activiteit die ontstaan is uit een traditie die op Pentecost begonnen is: bungeejumpen. Jawel: veel mensen zullen denken dat bungeejumpen uit Nieuw-Zeeland komt, maar dat is niet waar. In het Nieuw-Zeelandse Queenstown werd bungeejumpen voor het eerst commercieel uitgevoerd, maar degene die dat in werking zette, heeft het idee van de stammen op Pentecost. Op Pentecost is namelijk een legende: ooit was er een vrouw die werd misbruikt door haar man. Ze vluchtte. Goeie keuze – zou Geertje ook eens moeten doen. Haar man kwam daar al snel achter en zette de achtervolging in. Vrouw raakte in paniek, dus klom ze in een boom, maar die man, zo gek als een deur, die klom erachteraan. Die vrouw natuurlijk ten einde raad, dus die sprong de boom uit. Dom? Ja, maar ze had een troef: ze had een liaan om haar enkel gebonden. Haar man, zo gek als hij was, sprong achter haar aan, maar viel dood op de grond neer, terwijl die vrouw veilig aan die liaan bleef bungelen. En nu, vandaag de dag, om die legende te eren worden er jaarlijks – tijdens de maanden waarin de lianen soepel genoeg zijn – torens gebouwd op Pentecost waar mensen dus aan lianen vanaf springen. De eerste vorm van bungeejumpen ooit, waar het bungeejumpen dat wereldwijd populair is, z’n oorsprong aan te danken heeft.

Terwijl de familie uit Pentecost ons zo blij als kinderen in een speeltuin ons uitzwaait, rijden we door. Ons rondje Efate zit erop, we rijden de zonsondergang tegemoet en vanavond zullen we in Port Vila aan het water nog wat eten naar binnen werken. Er resten ons nog twee volle dagen in een land zó klein maar zó bijzonder en we willen vroeg op om daar maximaal van te genieten.

Een broodmagere snorkeltour in een duur jasje

En om het meeste uit die resterende dagen te halen, hebben we een tour van een halve dag geboekt. Een tour naar één van de kleine eilandjes aan de westkust van Efate waar we gaan snorkelen en een lokale barbecue krijgen. Ik kan je van tevoren vertellen: allebei die beloftes gaan níét uitkomen. We rijden naar een strand dat weliswaar prachtig is, maar het is geen eiland. En we hebben 65 euro betaald hé. Dus we willen dat eiland op ons bordje krijgen. Maar dat krijgen we dus niet. We blijven de hele ochtend op dat strandje op dat eiland zitten. Wat we ook niet op ons bordje krijgen, is een barbecue. Wanneer we onze tour afsluiten en we een uitgebreide barbecue voorgeschoteld hopen te krijgen, zien we tot onze teleurstelling gewoon een bordje met rijst, wat vlees en wat groentes. Laat ik de boel eens even samenvatten: 65 euro voor een snorkel, een snorkelmaskertje en een povere maaltijd die je op de afdeling urologie van het ziekenhuis om de hoek in nog betere kwaliteit krijgt. Kleine kanttekening: wel verse bananen van de bomen hierzo. En die zijn een heel stuk smaakvoller en verser dan we gewend zijn.

Toch is die 65 euro het dik en dubbel waard. Dat komt niet door de maaltijd en zelfs niet door de banaantjes, maar door de onderwaterwereld waar het anderhalf uurtje snorkelen ons op trakteert. Geertje kampt nog steeds met een gaatje in het trommelvlies van het duiken in Santa Catalina dat zonder operatie niet heelt, dus snorkelen is het enige wat we kunnen. Tuurlijk, ik kan gaan, maar duiken is duur en om dan in m’n eentje te gaan terwijl Geertje ergens in een hoekje treurig snikkend de blaadjes van een bloemetje zit te plukken terwijl ik lekker onderwater zit met een zuurstoftank op m’n rug, vind ik dan ook niet zo aanlokkelijk klinken. We houden het dus bij snorkelen. En bij dat snorkelen zien we doodvontschelpen, gigantische schelpdieren die meer dan één meter lang kunnen worden, recht onder onze neus en ze lijken nog wel het meest op een of andere plant van een verre, futuristische planeet die hier in zee is gedumpt. Maar het hoogtepunt waar moedertje Natuur ons mee verrast: ZEESCHILDPADDEN! JA! Wat zijn we dolblij: al ontelbare keren hebben we gedoken op plekken waar we zeeschildpadden zouden moeten kunnen spotten, maar nooit kregen we die beesten te zien. Dat kan natuurlijk: wilde dieren laten zich niet voorspellen. Maar vandaag is het geluk aan onze zijde: twee zeeschildpadden (Geertje ziet ze allebei omdat ze slim genoeg vooraan in de groep besloot te zwemmen, maar ik zwem achteraan in de groep en spot er maar eentje) zwemmen sereen en vrij in het azuurblauwe water onder ons. De tour mag dan wel abominabel slecht zijn en inhoudelijk een diepe onvoldoende scoren: de twee zeeschildpadden pakken ze ons niet meer af

De middag is wat meer van hetzelfde. Snorkelen en stranden. Maar dan wel met een twist waar ik nog op terugkom. De tour van een halve dag zit erop, dus wanneer we thuis worden gedropt, pakken we het scootertje dat we vandaag de hele dag nog hebben om naar Hideaway Island te gaan, maar niet voordat we nog even wat laatste dingen scoren in Port Vila. Er moet natuurlijk wel het een en ander mee naar huis, want wie kan er nou zeggen dat-ie spullen uit Vanuatu of all places thuis op de kast heeft staan?

Nog een Vanuatuaans primeurtje

Vanaf Mele Maat, een dorpje ten oosten van Port Vila, nemen we het veerbootje naar Hideaway Island. We hebben al een indrukwekkende verzameling kroegfeitjes bij elkaar gesprokkeld, hé? Even een recap: de enige vulkaan ter wereld waar je op de kraterrand kunt staan om een vulkaanuitbarsting te bekijken, de grootste overwinning in een officiële voetbalwedstrijd ooit, per hoofd van de bevolking het meest taaldiverse land ter wereld, de onwerkelijke buscultuur op de eilanden, de uitvinders van het bungeejumpen en de pruikenobsessie in de winkels. Misschien vergeet ik zelfs nog wel wat,  maar ik ga er in ieder geval nog eentje aan dat lijstje toevoegen. Op Hideaway Island, dat piepkleine eilandje voor de kust van Mele Maat, vind je het enige onderwater postkantoor van de hele wereld.

Een vrolijke Ni-Vanuatu bij de ingang van het resort staat ons te woord en drukt ons twee ansichtkaarten en een potlood in de handen. "De ansichtkaarten zijn waterproof", zegt ze en op haar bruine ogen besluiten we haar te geloven. Na het betalen van de entree krijgen we instructies mee van hoe we nou het beste bij dat postkantoor onder het wateroppervlak kunnen komen. Het is wel grappig: van tevoren waren er twee dingen die we over Vanuatu wisten en die we per se wilden doen: de vulkaan Yasur beklimmen op Tanna én het onderwater postkantoor van Efate bezoeken. Dat valt nog niet mee, overigens, want het water is troebeler dan het azuurblauwe oppervlak doet vermoeden en op drie meter diepte is het zonder duikapparatuur toch een freedivesessie waar we allebei niet helemaal op voorbereid waren. Geertjes gaatje in haar trommelvlies is nooit genezen, maar die van mij gelukkig wel, dus doe ik allebei onze brieven (die we voor elkaar hebben geschreven - lief hé?) op de post. Geertje probeert het nog wel, maar tevergeefs: de druk op oren is toch te veel. En warempel: ze zijn inderdaad waterbestendig. Hopelijk krijgen we over een paar weken allebei een verrassing op de deurmat. 

De rest van de namiddag chillen we wat in de zon en gaat Geertje met de drone op pad. Op Hideaway Island is het toerisme van Vanuatu wel zichtbaar, want dit is net als Iririki Island (ietsje rustiger is het hier, weliswaar) een resort en hoewel Vanuatu totaal niet toeristisch is, heeft het wel een paar resorts die toeristen huisvesten. Het beetje toeristen dat zich aan Vanuatu waagt, komt uit Australië. Niet eens uit Nieuw-Zeeland: nee, uit Australië. Iedere buschauffeur vraagt waar we in Australië wonen en hoe lang we in Vanuatu blijven voor we teruggaan naar Australië. Er is simpelweg geen andere optie denkbaar voor de Vanuatuaan dan dat wij uit Australië afkomstig zijn. Het is dan ook iedere keer opnieuw heel grappig wanneer we uitleggen uit Nederland te komen en de desbetreffende Ni-Vanuatu ons verwonderd aankijkt. Maar goed: die toeristen? Die vind je op de resorts. Loop je door Port Vila? Dan zie je hier en daar een westerling (lees: Australiër), maar de kans is niet super groot. Zit je op één van de resorts? Dan zit het er vol mee. Vanuatuaans toerisme is er dus vooral voor de zon en het lekkere weer, maar nog niet voor de cultuur en wat het land écht te bieden heeft.

En dat is best zonde, eigenlijk. Wij proberen doorgaans ver weg te blijven van resorts. Het zit een beetje in de aard van het beestje (beestje = resort in deze vergelijking) dat je met het bezoeken van een resort de lokale economie totáál niet helpt. Sterker nog: resorts werken de portemonnee van de lokale bevolking zelfs vaak tegen. Dat is met resorts in Turkije, Egypte en Spanje zo en dat blijkt ook zo te zijn in Vanuatu. Iririki Island en Hideaway Island zijn twee kleine eilandjes voor de kust van Efate. Prachtig, idyllisch en hét plaatje van een tropisch paradijsje. Maar wel allebei privéterrein. En geen privéterrein van een Ni-Vanuatu, maar van Australiërs die het eiland gekocht hebben en er een privéresort van gebouwd hebben waar je dus alleen mag komen als je er een duur hotel boekt of wanneer je een paar Vatu neerlegt voor een dagpas. Voor de doorgaans behoorlijk arme Vanuatuaan is dat niet te bekostigen, dus worden ze door een paar Australiërs die dollartekens voor hun ogen zien eigenlijk geweerd in hun eigen land. Weten we zeker dat kolonisatie nog niet voorbij is?

Kijk, Vanuatu is nog niet zo lang onafhankelijk. 46 jaar, want in 1980 werd het volkslied ‘yumi, yumi, yumi’ geschreven en sindsdien mag Vanuatu zichzelf ‘land’ noemen. Maar ben je onafhankelijk, dan heb je geld nodig. Komen er een paar rijke investeerders om je wat geld te geven voor een paar eilandjes, dan zegt zo’n opstartende overheid natuurlijk ‘ja’, maar uiteindelijk betalen we rechtstreeks mee aan de tweede Lamborghini van een veel te rijke Australiër om naar Iririki en Hideaway te gaan. Kijk, bij Iririki wisten we dit nog niet en Hideaway… tja. We wilden gewoon écht heel graag dat enige onderwater postkantoor zien, snap je? Toch met plezier wat Vatu neergelegd voor Hideaway Island dus. Trouwens, mooie biljetten hebben ze, die Vanuatuanen. Als we een top vijf mooiste valuta zouden moeten maken, zouden Vanuatu, Nieuw-Zeeland en Australië alle drie in die top vijf staan. Die Oceaniërs zijn prima geldontwerpers, mag gezegd worden. Maar goed, dat terzijde: bij het onafhankelijk worden horen buitenlandse investeringen, maar laten we hopen dat de Vanuatuanen hun eigen mooie plekjes over een jaar of twintig echt weer zelf in handen kunnen hebben.

Vuurwerk met vreemdelingen

We nemen de veerboot terug naar Efate, waar we aanschuiven bij The Beach Bar in Mele Maat. We hadden gereserveerd met z’n tweeën, maar in dit restaurant (dat gekoppeld is aan Hideaway Island, wat betekent dat dit restaurant gerund wordt door een Australiër en wat betekent dat er ook alleen maar toeristen te vinden zijn) betekent een reservering voor twee niet dat je per definitie ook een tafel voor twee krijgt. Nee, we krijgen een plek toebedeeld aan een achtpersoonstafel waar al twee koppels zitten. Effe serieus: dat is toch raar? Je kunt je het ongemak wel voorstellen, nietwaar?

Nou, dat is dus normaal hier. Iedere vrijdag (en in het toeristische hoogseizoen ook op zaterdag – zoals vandaag) is er een enorme vuurshow te bewonderen door een stuk of tien bijzonder getalenteerde Vanuatuanen. Hoe zich dat uit? De meest gekke en bizarre capriolen met vuurslingers, vuurpijlen en vuurhoepels worden hier op het strand door de Vanuatuanen van stal gehaald. Het is geweldig! Als de Avatar écht had bestaan, dan hadden de vuurmeesters op Efate gewoond. Het is ongelofelijk dat er geen van de mannen of vrouwen in een wandelende fakkel is veranderd. Het zal je dan ook niet verbazen dat we met veel plezier een grote fooi in de pot doen wanneer de vuurkunstenaars langs komen lopen. Zo gaat het geld naar de echte Vanuatuaan.

Maar goed, vanwege die vuurshow is het hier dus een volle bak en worden alle tafeltjes tot aan de laatste stoel gevuld. Heel Vanuatu-minnend Australië weet namelijk van die vuurshow af en iedereen die hier na zo’n resortje gaat, neemt de moeite om even naar Mele Maat te gaan om zo’n showtje mee te pikken. Hoe ongemakkelijk het aanvankelijk met vier onbekende gezichten aan tafel ook is: we weten na onze jarenlange reiservaring (kots) dat dit soort momenten de perfecte opening bieden voor een onvergetelijke avond. We stellen ons voor aan onze tafelgenoten. Aan de ene kant hebben we Cord en Tracey, een knap koppel uit Sydney dat richting de vijftig gaat en aan de andere kant hebben we de jonge April en Jaimy uit het eveneens Australische Adelaide die voor het eerst in het buitenland zijn en over een paar jaar graag een lange reis naar Europa maken. Onze hypothese is correct: wanneer de eerste ongemakkelijkheid er vanaf is, hebben we een onvergetelijke avond. Wat een gezelligheid!

De laatste dag

En dan breekt de allerlaatste dag van onze reis aan. We moeten de scooter inleveren, maar dat hoeft pas halverwege de dag en dus gebruiken we die gelegenheid om nog even naar een schiereilandje ten zuiden van Port Vila te scooteren om de ochtend chillend op Honeymoon Beach door te brengen. Het water is blauw. De zon schijnt fel. De palmbomen waaien vredig. Hier en daar maken mensen een wandelingetje en in de verte ruiken we een barbecue die al vroeg op de ochtend aan staat. De laatste keer dat we nieuwe geuren en nieuwe kleuren mogen ervaren. De laatste keer dat we in volledige, ongeremde vrijheid mogen leven. Daar genieten we nog even met volle teugen van.

We leveren de scooter in en keren huiswaarts. We snellen nog vlug even een supermarkt in, waar we de pijnlijke conclusie trekken dat er op zondag geen alcohol verkocht wordt in de supermarkten. Maar... maar... maar dit is onze laatste dag! Geef ons nog even een lekker afsluitertje!

Weer thuis genieten we van ons nieuwe huisje. Het is relaxt, afgezien van het feit dat ik m'n badhanddoek in het zwembad van de buren laat waaien en 'm er snel ongezien uit moet proberen te halen. We hebben een upgrade gehad, omdat dat appartementje van ons niet meer beschikbaar was vandaag. Dit is een terrein met huisjes van Chinezen, overigens. De vuist van China is overal ter wereld zichtbaar en zeker in arme landen die nog maar net aan de vruchten van de onafhankelijkheid mogen ruiken. Zo ook Vanuatu. China stuurt een paar Chinezen naar die landen (in dit geval naar Vanuatu), geeft ze een zak geld mee en laat ze bouwen. De acht appartementen die op ons complex staan, zijn brandnieuw en van alle gemakken voorzien. Zelfs nu hebben we drie slaapkamers en drie badkamers die we allemaal af kunnen gaan en de Chinese man die de eigenaar van alle appartementen is, is ook nog eens bijzonder nederig en behulpzaam: we krijgen tien euro korting op deze unit van een luxe appartement omdat het warme water het in dat vorige appartement de eerste avond niet deed. Het enige jammere: de Chinezen hebben lak aan de plaatselijke bouwvoorschriften. Dat wordt ons verteld door een buschauffeur nadat we voor de vierde keer een lachende Vanuatuaan spreken die zich afvraagt 'of de appartementen van Chinezen zijn, omdat ze totaal niet cycloonbestendig gebouwd zijn'. Ja, Vanuatu, een land dat jaarlijks geteisterd wordt door immens zware cyclonen waarbij onze stormpjes in vergelijking net scheetjes lijken, heeft strenge bouwvoorschriften voor nieuwbouwprojecten, maar de Chinezen hoeven zich hier niet aan te houden. We zitten weer in een grijs gebied qua regelgeving waar wij maar al te hard om moeten lachen. Deze appartementen staan hier na een stuk of drie cycloonseizoenen waarschijnlijk niet meer.

Dat doet Geertje ook door in de middag nog even een massage te pakken. De vlucht die gepland staat is de langste van ons hele leven, dus wat lossere spiertjes kan Geertje wel gebruiken. Een harde, ruwe Thaise massage, maar de knopenverzameling die Geertje in haar spieren bijeen gespaard heeft, verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik voel me prima, dus ik duik hetzelfde terrasje op waar we een week eerder ook zaten, om een biertje bij zonsondergang te pakken. Een prachtige zonsondergang. De laatste zonsondergang van deze reis.

En dan gaan we dus ook voor de laatste keer uiteten deze reis. Die culinaire afsluiter wordt wel een knaller, want we schuiven aan bij een stone grill. Een must om heen te gaan, als ik mijn wederhelft mag geloven. Je weet wel, zo’n restaurant waarbij je een gloeiendheet stuk beton krijgt waar je je eigen vlees en vis op mag grillen. Ik zeg het wat kort door de bocht, maar gruwelijk lekker is het wel. En gezellig is het ook, zeker omdat we die Mark van 64 jaar die we op Tanna bij het vliegveld ontmoette ergens verderop zien zitten, maar hij ons gelukkig niet. Die hoorde zichzelf namelijk nét iets te graag praten. Het is de beste maaltijd die we in Vanuatu hebben gegeten en een waardige afsluiter van onze wereldreis die nu toch echt tot z’n einde aan het komen is. En wat we vinden van het feit dat we weer teruggaan naar huis? Daar vinden we veel van. Heel erg veel. Maar de terugreis is nog een lange en we hebben zelfs nog een lange tussenstop waarbij we nog één bonusland aan onze reis toe mogen voegen, dus er komt nog één extra blog, eentje waarin het maar wat duidelijk gaat worden hoe we ons nou precies voelen en wat het met ons doet dat onze tweede wereldreis ten einde is.

Reactie plaatsen

Reacties

Henry van Raay
19 dagen geleden

Beste Niels en Geertje,
Bedankt voor de mooie verhalen en de prachtige foto's. Jullie zijn een fantastische ervaring rijker.

Wilma Verbiesen
16 dagen geleden

Niels en Geertje,
Genoten van jullie mooie verhalen en foto's
Groetjes Wiet en Wilma

Marianne
13 dagen geleden

Wat een geweldige reis hebben wij met jullie mogen maken! We
- zijn in landen geweest die we alleen van de atlas kennen en nu en dan van het nieuws;
- hebben culturen leren kennen die we zelfs in boeken niet zouden hebben gevonden;
- hebben het weer in al zijn uitersten mee beleefd;
- hebben onuitsprekelijke woorden geleerd;
- hebben onbekende maaltijden voorbij zien komen;
- hebben workshops mee mogen maken;
- de flora en fauna aan de andere kant van de wereld mogen aanschouwen;
- hebben in spanning gezeten toen jullie in ziekenhuizen gingen logeren;
- hebben ongelooflijk mooie foto's mogen bewonderen;
- hebben zo'n pakweg drie hele boeken gelezen als we alle blogs achter elkaar plakken;
- hebben een fabeltastische 7 maanden met jullie door mogen brengen...
Dank, dank, dank, dank voor dit prachtige geschenk!