Tilcara - Klein-Zuid-Amerika

Gepubliceerd op 4 juni 2026 om 11:30

Olaf heeft dus een flinke oorlogswond opgelopen op die ruige Ruta 79. Echt, als je ooit in Salta of omgeving een auto op de kop wil tikken: tenzij je een 4x4 hebt, sla dit stuk over. Dat los bungelende stuk blik ontdekken we als we parkeren bij onze eerste highlight van de provincie Jujuy waar we nu in zijn: de Salinas Grandes.

Bolivia in Argentinië

Een zoutvlakte! We zitten nog relatief dichtbij Uyuni en dat betekent dat je in deze regio op wel meer plekken die indrukwekkende, buitenaards mooie witte zoutvlaktes kunt vinden en zo ook hier in Noordwest-Argentinië in Jujuy. De (verharde, geasfalteerde, godzijdank) Ruta 52 loopt dwars over deze adembenemend mooie zoutvlaktes heen. En met dwars eroverheen, bedoel ik ook écht dwars eroverheen: het asfalt snijdt over een smaller gedeelte van de zoutvlakte van de ene naar de andere kant, wat maakt dat-ie enorm toegankelijk is, maar doordat-ie zo toegankelijk is, is het hier ook wat drukker dan dat we in Uyuni gewend waren.

We parkeren de auto en maken een rondje. Het is grappig om te zien: op de zoutvlaktes staan gidsen keurig in het gelid, gescheiden door een metertje of tien. Bij iedere gids staat een groepje toeristen en allemaal zijn ze hier hetzelfde aan het doen: van die gekke, ludieke perspectieffoto’s maken op de zoutvlaktes die als geen ander jouw inschatting voor dieptes voor de gek weten te houden. Wij gaan daar vandaag geen deel van uitmaken, want we zijn al in Uyuni geweest. Hoewel het fenomeen van een hagelwitte zoutvlakte geweldig en uniek is, vallen de Salinas Grandes wel een beetje tegen: we zijn al in Uyuni geweest.

De Salinas Grandes zijn namelijk toegankelijker (je kunt er letterlijk met je driewieler naartoe trappen als je wilt) en ze zijn kleiner. Beide factoren zorgen voor een veel grotere concentratie toeristen op dit stukje zoutvlakte en er staan tal van souvenirkraampjes en locals die hun slaatje uit het zout willen slaan. Bovendien is die eindeloosheid van Uyuni de reden dat het voelt alsof je ergens op een planeet in een ander sterrenstelsel rondloopt. Hier heb je dat niet. Salinas Grandes is kleiner dan Salar de Uyuni, dus die eindeloosheid ervaar je hier niet zo. En bovendien zijn de zoutvlaktes gewoon niet zo mooi als in Uyuni. Begrijp me niet verkeerd, het is nog steeds prachtig en we zijn blij om hier te zijn (zeker omdat we bij een schattig vrouwtje twee overheerlijke tortilla’s weten te scoren), maar waar Uyuni wit, wit en niets anders dan hagelwit is, is er op de zoutvlaktes van Salinas Grandes ook hier en daar wat modder te vinden waardoor het geheel niet volledig wit is. Eigenlijk heeft Uyuni gewoon vanaf nu iedere zoutvlakte op de hele wereld voor ons verpest.

Toch blij dat we er even geweest waren, tuffen we met Olaf door naar de plaats van overnachting. En de route daarnaartoe? Dat is er eentje uit het boekje en misschien wel de mooiste route die we ooit gereden hebben. Dat mag ook gezegd worden na het fiasco van Ruta 79: hoewel deze regio zelfs binnen Argentinië nog niet heel bekend is, denk ik dat je qua roadtrippen moeilijk aan noordwest-Argentinië kunt tippen.

De bergpas van ruta 79

Waar we rijden? Door de Cuesta de Lipán. Zegt dat je niks? Bekijk dan de foto’s maar even. Wat is het hier ONGELOFELIJK MOOI! Dit zijn de wegen waar je als autofabrikant je reclames opneemt. Dit zijn de plekken waar Topgear documentaires over maakt. In één woord: WAUW. De bergen zijn enorm. We rijden naar een plek op 2200 meter boven zeeniveau, maar op het hoogste punt zitten we op een duizelingwekkende 4100 meter wanneer Geertje over de bergpas Abra de Potrerillos crost. Overal waar je kijkt, zijn de hoogste bergen die je je kunt voorstellen. De bergen zijn onbegroeid, maar het gesteente kleurt een donkergroen dat we nog nooit gezien hebben. 


En dan die afdalingen. Ik zei het al: zo’n bergen hebben we nog maar zelden, waarschijnlijk zelfs nog nooit getrotseerd. Op een zeker moment is Geertje zelfs zo’n twintig à dertig minuten met één en dezelfde afdaling bezig en zitten we alsmaar in dezelfde vallei tussen een paar enorme giganten van bergen in. Dat is overigens niet omdat ze met een slakkentempo rijdt. Integendeel zelfs: Geertje raast zo nu en dan de nodige medeweggebruikers het snot voor de ogen, maar de bergen zijn zó ontzettend hoog, dat we gewoonweg honderden haarspeldbochten nodig hebben om beneden te komen. Ongekend. En wat een variatie ook: van de reuzecactussen van Ruta 33, naar de steppe van Ruta 79. Van het kat-en-muisspel met het spookspoor van de Tren a las Nubes op Ruta 51 tot de haarspeldbochten van deze enorme unit van een berg op Ruta 52. De roadtripliefhebber krijgt een natte droom van Noordwest-Argentinië.

Alle kleuren van de regenboog

En dan zijn we er nog niet. Dan rijden we de Ruta 9 op en die loopt weer dwars door de Quebrada de Humahuaca. Wéér een ander landschap! Tuurlijk, we blijven in de bergen en hoewel deze bergen wat minder hoog zijn dan die van de Cuesta de Lipán, is dit ravijn dat Olaf aan het trotseren is, er één die volledig gehuld gaat in bergen in honderdduizend verschillende kleuren. Dan zijn de bergen bruin, dan zijn ze groen. Dan zijn ze wit, dan zijn ze beige. Even later worden ze zwart. Dan weer rood. Alsof een kind de bergen van de Quebrada de Humahuaca mocht schilderen en al z’n vingerverfpotjes eroverheen heeft laten vallen. Ongelofelijk.

We rijden Tilcara binnen. De komende dagen staan in het teken van het ontdekken van de vele hoogtepunten die de Quebrada de Humahuaca rijk is. We hadden de keuze tussen drie dorpjes. Humahuaca, het grootste dorp, dat het meeste in het noorden ligt, Purmamarca, dat het zuidelijkst ligt, of Tilcara, dat ertussenin ligt. Ertussenin klinkt ons het beste in de oren als we willen bepalen wat een goede uitvalsbasis wordt, dus de keuze voor Tilcara is snel gemaakt. Maar goed, dat wist je al als je de titel had gelezen. We hebben een kamer in een basale lodge die alleen het hoogstnodige biedt, maar we zitten wel tussen de bergen midden in de natuur. Aanvankelijk plaatste ik nog een paar vraagtekens bij de locatie gezien de hobbelige zandweg waar we de toch al gewonde Olaf overheen moeten brengen, maar uiteindelijk komt het allemaal goed Primitief is het huisje, de wifi stamt nog uit de Renaissance, maar rustgevend, mooi en relaxt is het wel. Hier kunnen we wel tot rust komen.

Tilcara

Het is een halfuur lopen naar het dorpje en omdat de zon al achter de bergen begint te zakken, verzoeken we Olaf ons nog even naar het dorpje te brengen. Overigens: Olaf is weer genezen! Bij aankomst in de middag was Olaf een beetje aan het piepen, dus Geertje besloot troost te bieden. Blijkbaar schuilt er een verborgen automonteur in mijn verloofde, want met een paar flinke klappen (in plaats van een automonteur is de titel “Oezbeekse worstelaar” dus misschien wel passender voor Geertje) tegen Olafs rechterwang, zit dat bungelende stuk blik plots weer vast en is er niets meer van de schade te zien! Hopelijk blijft deze pleister nog twee weekjes zitten.

Tilcara is een rustiek, sereen dorpje. Er zijn meer dan genoeg sfeervolle restaurants te vinden, het centrale dorpsparkje dat je in ieder plaatsje in Zuid-Amerika vindt, is sfeervol en wordt versierd door een levendig marktje en het is precies druk genoeg om een heerlijk gezellig sfeertje te creëren. Cachi blijft ons favoriete dorpje van Argentinië, maar die is dan ook heel erg lastig te overtreffen. Tilcara mag er ook zeker wezen. Kijk, San Antonio de los Cobres, zó creëer je een sfeer.

Administratie en geregel

Onze eerste dag in Tilcara is een regeldag. Want och, wat moet er een boel geregeld worden. Onze alpacatruien worden handmatig gewassen middels een ingewikkeld bevochtigings- en weeksysteem dat we bedacht hebben, waarna ik alvast het dorp in ga. Geertjes les Spaans met Wesley valt door de slechte wifi in het water dus duurt het niet lang voordat Geertje zich naast mij in het koffietentje Kactus (geen spelfout) installeert. Vandaag zien we meer van de schermen van onze iPad en laptop, dan van Argentinië.

We gaan namelijk bijna naar huis. Of ja, bijna: het is nog twee maanden vanaf dit moment. Als je twee maanden op vakantie gaat, dan kun je bij vertrek al tranen van afscheid verwachten, maar als je al vijf maanden weg bent, dan voelt het alsof dat einde opeens al angstvallig dichtbij gekomen is. En voor dat einde moet wat geregeld worden. Wel meer dan ‘wat’. Geertje heeft nog altijd geen baan (zo snel gaat dat natuurlijk ook niet, hé) en we willen nog naar Nieuw-Zeeland. Waar we de vlucht naar Nieuw-Zeeland vanaf Santiago, Chili al geboekt hadden tijdens de eerste avond in Tilcara, gaat het vervolg nu in z’n werk. We vliegen op 26 juni naar Nieuw-Zeeland en dat is ietsjepietsje eerder dan de planning, maar als de prijs gunstig is, gaan we natuurlijk niet dwarsliggen. Geertje boekt dus het restant van de overnachtingen die we in Zuid-Amerika gaan hebben, boekt een empanadaworkshop voor in Salta en ik leg de busritjes die ons van A naar B naar C en naar D brengen vast. Een beetje tegen onze natuur in om drie weken vast te leggen, maar er staat nu dus daadwerkelijk een vlucht op ons te wachten. We willen nog genoeg zien en doen. Dan toch maar even een planning maken. Zo wennen we ook alvast aan Nederland voor straks.

Maar dat is niet het enige wat we moeten regelen. Nieuw-Zeeland vereist namelijk een toeristenvisum. Gelukkig is dat behoorlijk snel gebeurd en wordt er van ons verwacht dat we allebei een ongemakkelijke selfie nemen (waarbij geen enkele emotie verraden mag worden en lach de foto's niet uit, a.u.b.), maar het venijn zit ‘m in de overstap. Voor we in Auckland, Nieuw-Zeeland landen, hebben we een overstap van een kleine tien uur in Sydney. Geen probleem, zou je verwachten, maar als je langer dan 8 uur een overstap hebt in Australië, moet je een transitvisum regelen. Klinkt eenvoudig, zo’n transitvisum. Je hoeft immers maar toestemming te vragen voor een visum van niet meer dan 72 uur. Wat kan daar nou aan schelen? Spoiler: een heleboel.

Ieder jaar kijken we met Kerst All You Need Is Love. Kijkt heerlijk weg en de kerstgedachte is bij ons dan op en top aanwezig. Je hebt dan altijd van die lui die verliefd worden op exotische bestemmingen en graag zo’n tropische verrassing mee naar huis willen nemen (we zijn al lang blij dat we elkaar hebben want anders was ons dat misschien ook wel overkomen). Het regelen van een visum blijkt dan altijd een ingewikkelde zaak te zijn, waardoor reddende engel Robert ten Brink in actie moet komen. Wij hebben met een Nederlands paspoort een bizar sterke uitgangspositie als het om reisjes rond de wereld gaat en dat we drie jaar terug voor een Australisch werkvisum het nodige werk te verzetten hadden, was logisch. Het werk dat we moeten verrichten voor een transitvisum voor een overstap op een f*cking vliegveld? Compleet van de pot gerukt zijn ze, die Australiërs. We kunnen ons nu maar al te goed voorstellen dat een Schengenvisum (het visum voor Nederland) voor een willekeurige Keniaan onmogelijk te bemachtigen is.

Ik begin met het transitvisum voor Geertje. Een hels karwei. Meer dan anderhalf uur zit ik over m’n laptop gebogen, maar daarna ben ik nog steeds niet klaar. Ik moet bijvoorbeeld een overzicht geven van alle data en alle landen die ik de afgelopen vijf jaar heb bezocht. Exacte data, wel te verstaan. Alsof dat nog niet vervelend genoeg was: het is niet zo simpel als een Excelbestandje maken en insturen, maar ik moet iedere locatie waar we de afgelopen vijf jaar (dat is twee wereldreizen en nog een heleboel landen tussendoor – ik laat de tankbezoekjes aan onze oosterburen maar even weg) allemaal apart van elkaar in een onhandig, omslachtig systeem van de Australische immigratiedienst invoeren. Als ik alles heb ingevuld (om alle ingevulde informatie te zien, kan ik op het controlescherm zeven seconden omlaag scrollen op mijn beeldscherm), kom ik voor het volgende obstakel te staan: het insturen van documenten. Paspoorten, bewijs van werk (we zijn werkloos, dus tover ik oude loonstrookjes uit de hoed), een doorreisbewijs, bewijs dat ik terug kan keren naar m’n land van herkomst, een scan van IEDERE pagina van m’n paspoort en de berg die ik niet kan trotseren: een visum van het land waar ik heenreis. Nieuw-Zeeland. Maar dat visum is natuurlijk nog niet goedgekeurd. Jeetje, Australië, we hoeven alleen maar van vliegtuig te wisselen, hoor.

Gelukkig kan ik al dat gedane werk wel online opslaan. Ik buig me maar over een route door Nieuw-Zeeland. We willen met genoeg geld terugkomen om zo snel mogelijk een huis te kunnen kopen, dus we besluiten ook het restant van de reis na Zuid-Amerika gedeeltelijk vast te gaan leggen. Naast de route (die nog compleet flexibel is, overigens), legt Geertje vast de autohuur vast. We reizen in de Nieuw-Zeelandse winter, dus overal wordt een camper vanwege de temperatuur afgereden (Geertje balen). Bijkomend voordeel is wel dat de prijzen ons 100% meevallen. Misschien wel het meest confronterende wat we vandaag doen: we boeken een vlucht naar huis. 27 juli is de dag dat we huiswaarts keren en na een herculiaanse vlucht die maar liefst 38 uur zal duren, zullen we op 28 juli weer voet aan Nederlandse bodem zetten. 

Weer naar het ziekenhuis?

Die vlucht boeken we overigens een dag later. Eigenlijk willen we dat doen als we ’s avonds huiswaarts keren, maar de wifi is zo ontzettend slecht, dat het bereik tijdens de betaling uitvalt. Het resultaat? Mijn rekening wordt geblokkeerd wegens verdacht verkeer! Jeetje. Geertjes rekening had de limiet reeds bereikt door al die dingen als autohuur, bussen en resterende overnachtingen. Het zat even tegen op deze zware werkdag. En dat wordt nog erger: de kat van de buren die onze vaste bezoeker is, krabt Geertjes vinger open. Weet je wat het kan betekenen wanneer je in het buitenland wordt gekrabd door een kat, gebeten door een hond of gelikt door een dwerghamster? Juist ja: kans op rabiës.

Dat is hondsdolheid, voor degenen die het niet kennen. Dat kon er nog wel even bij. Het plan voor morgen om Tilcara en haar omgeving te gaan ontdekken, moet dus even op de schop. Eerst even langs de plaatselijke huisarts om rabiës uit te sluiten. Het krasje op Geertjes vinger is maar beschamend klein en de kat lijkt rustig, maar toch: voor dit soort dingen wil je zonder enige twijfel weten dat je geen rabiës hebt, want anders kun je voor de zomer van 2027 gewoon de pijp uitgaan. Niet dom doen en luisteren naar professionals.

Op onze eerste échte dag in Tilcara, is ons eerste tripje dus naar de huisarts. De bedoeling is om dat vroeg te doen. Om 8 uur staan we naast ons bed en om 9 uur zijn we bij het kleine ziekenhuisje dat midden in het dorpje te vinden is. Maar we zijn wel de enigen. Eén ding zijn we even vergeten: we zijn in Argentinië. De ochtend is hier de nacht en bruisen op de straten doet het nog allerminst. Wel weten we dat het ziekenhuisje om 9 uur open is en we worden wel te woord gestaan, maar ook met de boodschap dat de arts er pas over een uur zal zijn om ons te woord te staan. Die moet natuurlijk ook uitslapen, hé.

Argentijnse ochtenden

Dan gaan we maar even op zoek naar een koffie, maar ik zei het al: het is ochtend. Argentinië is nog niet ontwaken en er zijn vijf kippen en een hond op straat te vinden, maar geopende koffietentjes op dit onchristelijk vroege tijdstip vinden is als het zoeken naar die pot goud aan het eind van de regenboog. Toch vinden we na lang zoeken ein-de-lijk die pot goud. Eén café dat haar deuren om half tien opent! Wij hebben geluk. Niet alleen met die cappuccino die eens te meer overheerlijk is - Argentinië ontvouwt zich tot het onverwachte walhalla van cappuccino’s – maar ook doordat de angst voor rabiës ongegrond bleek. De kans dat de kat gevaccineerd is, is volgens de arts die we na onze koffie bezoeken, enorm groot. Het was een huiskat en Argentinië is een land waar huisdieren uitstekend behandeld worden (geen stad ter wereld heeft meer huisdieren per hoofd van de bevolking dan hoofdstad Buenos Aires) en bovendien is het krasje zó klein, is het geen open wond en is er nooit bloed geweest, waardoor hondsdolheid uitgesloten kan worden. Alhoewel Geertjes dolheid op honden nooit genezen zal worden.

We kunnen dus op pad. De middag begint al te naderen en na anderhalve dag hebben we nog eigenlijk niks gedaan en is dit qua foto’s tot nu toe een barsaaie blog. Daar gaan we verandering in brengen, want we gaan op zoek naar de mooiste natuur die we in Argentinië gaan zien. Tot nu toe, althans. En de blog heet Klein-Zuid-Amerika. Die titel is tot op heden ook nog niet verklaard. Laten we daar maar eens verandering in gaan brengen. Op naar de Inca-ruïnes van Tilcara.

Peru in Argentinië

Hoor je dat goed? Inca-ruïnes? Jazeker. Die Inca’s hadden echt een soort veroveringsdrift die ongeëvenaard was voor volkeren in die tijd. Iets ten westen van Tilcara ligt de Pucará de Tilcara. Bekt lekker, maar het kijkt zelfs nog lekkerder weg. Op een heuvel vol cactussen ligt een prachtig gerestaureerd Incafort, waar de plaatselijke archeologie ontzettend goed z’n best op heeft gedaan. Misschien wel iets té goed, want soms ziet het er nét wat te mooi uit om écht dat ruïne-gevoel te geven. Of ja, ruïne-gevoel: wat dat nou precies is, weet ik eigenlijk ook niet zo.


Die heuvel hadden de Inca’s niet voor niks gekozen. Vanaf deze heuvel kijken we prachtig uit over de vallei en zijn er panoramische vergezichten in alle windrichtingen. De met cactussen bezaaide bergkammen geven een soort Breaking Bad-vibe waardoor je bijna denkt dat je in één van de huisjes Walter White met een geïmproviseerd Crystal-Methlab aan gaat treffen. Natuurlijk gebeurt dat niet en verwonderen we ons over het dorpsgedeelte van de Pucará, de restanten van de lamastallen die we aan de voet van de heuvel zien, de muren die honderden jaren geleden handwerkplaatsen vormden en de ruïnes van een altaar (die nu domweg ‘de kerk’ genoemd wordt) waarop in vervlogen tijden mensen geofferd werden (was vroeger een eer, hé) en waar vandaag de dag twee geofferde lichamen en een hoofd – de rest van het lichaam is spoorloos – gevonden zijn. Onze laatste Incaruïne is alweer een tijdje geleden, dus we kijken onze ogen uit. En dat komt dus niet alleen door die prachtige ligging.

Waar we ons ook over verbazen, is een monument dat achteraan op de heuvel is gebouwd. Een soort piramidevormig monument om het werk van de archeologen te eren, voor de duidelijkheid. Geen Incaruïne dus, maar dat is zo klaar als een klontje: de bouwstijl is compleet anders dan die ruïnes en het materiaal lijkt, buiten de enigszins overeenkomende kleuren, ook in niets op een vervallen Incaruïne. Wat blijkt? Toen ze dit monument opgetuigd hadden, hebben oude ruïnes van huizen en een compleet marktplein plaats moeten maken voor dit monument! Dat is toch compleet mesjogge!? Je hebt hier zó veel ruimte. Zó veel plek. En dan molesteer je een volledig marktplein om je piramide tentoon te stellen. Alsof je het slotstuk van een groep-8-musical onderbreekt om de juffrouw even met een bos bloemen in het zonnetje te zetten. Je verzint het maar.

Tevreden zoeken we een dakterrasje op in het centrum van Tilcara. Die vlucht van gisteren? Die boeken we hier. Geertjes onverklaarbare competitiedrang maakt dat we in onze familiegroepsapps een prijsje beloofden aan degene die de exacte vliegdatum wist te raden. Aan beide kanten hebben we een winnaar, overigens. Geertjes daglimiet is weer gereset waar mijn rekening nog geblokkeerd is. Met uitzicht op de fabelachtige Quebrada de Huamaca kunnen we ons slechtere plekken voorstellen om een vliegticket te boeken. Geertjes onverklaarbare competitiedrang maakt dat we in onze familiegroepsapps een prijsje beloofden aan degene die de exacte vliegdatum wist te raden. Aan beide kanten hebben we een winnaar, overigens.

Dag drie is een dag die we flink volgepland hebben. Vanaf Tilcara kunnen we een hike van 10 kilometer (retour) van Tilcara naar een waterval maken buiten het dorp maken. Eigenlijk wilden we die een dag eerder doen, maar door het uitgelopen ziekenhuisbezoek hebben we die hike naar vandaag geplaatst. Tien kilometer is ver en we willen nog meer doen en zien hier in Tilcara, dus besluiten we om met Olaf (die weer helemaal genezen lijkt, zeker na twee dagen van welverdiende rust) een onverharde, hobbelige bergroute af te leggen naar de parkeerplaats van die waterval. Dan hoeven we alleen de laatste kilometer zelf te lopen. We gaan de keel van de duivel in.

De Gargante del Diablo

Want dat betekent Gargante del Diablo. De Keel van de Duivel. Waarom die zo heet zouden we niet weten: er is geen hellevuur, de lucht kleurt hemelsblauw in plaats van vuurrood en we zien ook geen duivels rondlopen. Wat we wel zien, is een prachtig ravijn waar we doorheen wandelen die door de ochtendzon schitterend geel en beige kleurt. Via een beekje dat we af en toe moeten oversteken via een paar stenen alsof we hinkstapsprong spelen, lopen we in een minuut of twintig naar het eindpunt: een beeldschone waterval die we met niemand hoeven te delen behalve met elkaar.

Financieel Fiasco in Argentinië

Op de terugweg vinden we nog een hoop stenen. In één oogopslag een weinig opzienbarende hoop stenen (op de heenweg zijn we er immers zo langs gelopen), maar het oplettende oog ziet wat meer. Er zit geld in! Een heleboel geld. Het barst namelijk van de biljetten die tussen de stenen gestoken zijn. Een beetje als zo’n fontein waar je je vijf en tien eurocenten in mikt, weet je wel? Wat doen wij? Ook geld geven? Ja, maar we jatten er ook geld uit!

Dat vereist uitleg. Wij hebben een verzameling. Een geldverzameling. Tuurlijk, iedereen verzamelt geld op z’n bankrekening, maar wij sparen buitenlandse valuta en in ieder land dat we komen, willen we zo veel mogelijk briefjes meenemen. In Argentinië zijn we spekkoper: de Argentijnse Peso kent geen muntjes meer en alles wordt betaald met briefgeld, maar in deze stapel stenen zien we iets wat we niet eerder hebben gezien. Briefjes van 10 en 20 peso’s! Door de enorme inflatie zijn die briefjes niet meer in omloop en omgerekend 0,006 en 0,012 euro waard, dus een fortuin stelen we niet, maar twee zeldzame briefjes zijn we wel rijker. Het lot willen we niet tarten dus om de negatieve karma om te zetten in positieve, doen we een briefje van 200 peso’s terug.

Nog even over die inflatie, want dat is wel interessant: op papier is Argentinië na Venezuela het armste land van Zuid-Amerika. In de praktijk zien we dat niet zo terug, maar het is wel frappant: MEER DAN DE HELFT van de Argentijnen leeft onder de armoedegrens en dat terwijl Argentinië in het begin van de 20e eeuw nog in de top 10 rijkste landen van de hele wereld terug te vinden was. Wat is hier in godsnaam gebeurd? Argentinië is kampioen in dingen verpesten op economisch vlak. Daar zal ik niet te veel over uitweiden (de blog is al lang genoeg aan het worden, maar zoek dit maar eens op, is echt interessant), maar één van de dingen die Argentinië heeft verneukt, vind ik wel compleet bizar. Er is natuurlijk enorme inflatie en dat heeft deels te maken met het feit dat Argentinië van oudsher een gesloten economie heeft. Weinig export, weinig import. De Argentijnen willen meer importeren en exporteren, maar dat komt niet van de grond. Dus wat heeft de Argentijnse president een paar jaar terug gezegd? Van de één op de andere dag is onze Argentijnse peso de helft minder waard! Dat je dat zomaar kunt bepalen, wist ik niet, en een econoom mag me uitleggen hoe dat precies zit, maar als je voor je waren ineens minder geld krijgt binnen het eigen land, dan is export natuurlijk de oplossing. Dat kunstje van de president kent natuurlijk een brute keerzijde: door die halvering van de waarde, treedt er een hyperinflatie op, want de prijzen van je boodschappen, je huur en de benzine verdubbelen met een knip in de vingers. En het loon? Dat blijft natuurlijk hetzelfde! Hoppa, massale armoede na één keer in de handjes klappen.

Zoals ik zei, zie je daar op straat niks van terug. De huisjes zijn keurig, we vinden in Argentinië verreweg het minste afval langs de wegen van alle landen gedurende deze reis en er heerst nergens onrust of onveiligheid. Maar dat het halve land onder de armoedegrens leeft, is wel een bizar gegeven, vind je niet?

Nog meer Peru in Argentinië

We rijden door naar het zuiden, naar een van die andere dorpjes. Purmamarca. In Purmamarca vinden we de Cerro de los Siete Colores. Een regenboogberg. Waar hebben we die eerder gezien? Juist ja, in Peru! Hier kost het geen intensieve wandeling van anderhalf uur om bij de berg te komen, want wanneer we de auto parkeren hoeven we alleen maar door het dorp te lopen om deze prachtige berg te aanschouwen! Hoe bijzonder is dit? Purmamarca is aan de rand van een berg gebouwd en ze hebben de locatie fantastisch uitgekozen. Wát een mooi uitzicht! De berg wordt de heuvel van zeven kleuren genoemd, maar wij kunnen er wel tien vinden.

We duiken voor een koffie en een verse tortilla van de straat het terras op. Purmamarca zit vol met winkels, kraampjes en leuke, gekleurde huisjes. Wel zijn we blij dat we in Tilcara onze nachten doorbrengen, want dit dorpje is een keer of zeven/acht zo toeristisch als het relatief rustige Tilcara. Die zevenkleurige heuvel trekt de nodige bekijks. Voordat we gaan tikt Geertje ook nog even een Argentijns voetbalshirtje op de kop. De kleuren lichtblauw met war goud bevallen haar, beweert ze tegen wil en dank, maar met het WK voor de boeg heeft ze wat mij betreft wel kleur bekend.

Het derde dorp

Met Olaf racen we weer naar het noorden. Tilcara voorbij en op naar het derde dorpje in de Quebrada de Humahuaca. Het dorpje waar de bergketen naar vernoemd is, overigens, en de grootste van de drie. Hier willen we El Hornocal bezoeken (wat dat is, volgt zo meteen wel), maar de weg ernaartoe is een ruige: 25 kilometer aan wasbordjes en losse stenen in verraderlijke haarspeldbochten. Omdat Olaf nog maar net hersteld is van zijn wonden, besluiten we een jeep in de armen te slaan. Die vertrekt pas om 3 uur en we delen ‘m met twee andere toeristen voor een lagere prijs, maar het is pas half 2. We gaan niet dom om ons heen staan kijken, dus we gaan maar even Humahuaca verkennen.

Wegpiraat

En Geertje zit achter het stuur. Ik heb ooit gezegd dat ze een uitstekende chauffeur is, maar die woorden moet ik voor vandaag even inslikken. Terwijl ze door de knusse straatjes van Humahuaca navigeert, worden we plots opgeschrikt door een harde klap. Olafs spiegel high-fivet een spiegel van een geparkeerde auto! Geertje denkt eerst dat ze ergens overheen rijdt. Scherven brengen doorgaans geluk, maar vandaag niet: de spiegel van de geparkeerde auto is compleet gebarsten. Uiteraard willen we het netjes oplossen, denken we dat de vrouwtjes van de winkel de eigenaar is van de auto, dus willen haar geld geven, maar dan blijkt dat ze de eigenaar niet is van de auto en omdat de eigenaar van de auto in geen velden of wegen te bekennen is, laten we met behulp van een winkelier een briefje achter met ons telefoonnummer erop, zodat we dit met of zonder verzekering in elk geval netjes kunnen oplossen. Meer dan de helft van de Argentijnen leeft in armoede hé. Dan kan zo’n spiegeltje geen welkome kostenpost zijn. Olaf heeft het deze roadtrip in ieder geval zwaar te verduren.

We drinken de stress maar even op een terrasje weg met een rood, goedkoop lijkend bierblik dat een beetje de Argentijnse equivalent van een Schültenbrau lijkt die we samen delen. Zo smaakt-ie ook. Humahuaca is weer mooi en sfeervol. We kijken tegen een prachtige heuvel aan, afgetopt met imposant beeldhouwwerk. Je hebt hier zo veel kraampjes op straat dat je er met gemak een paar kwartetspellen van kan maken en het kleine kerkje is gebouwd in diezelfde typisch noordwest-Argentijnse stijl die we in Cachi en San Antonio de los Cobres ook al zagen. Toch verbaast het ons: ook Humahuaca is een mierennest aan toeristen. De regio’s Salta en Jujuy staan totaal niet op de radar van internationale toeristen en toerisme in Argentinië focust zich vooral op Patagonië, Buenos Aires en Iguazú. Maar hier in Humahuaca en ook in Purmamarca, is het toerisme wat immer de boventoon voert. En dan is het in Tilcara, wat eigenlijk schattiger en tussen deze twee dorpen in ligt, een stuk rustiger. Wie weet waarom, mag het ons uitleggen. Wij zijn in elk geval blij dat we in Tilcara verblijven, waar meer rust heerst.

El Hornocal

Het is drie uur en we keren terug naar de jeepchauffeur. De andere toeristen gaan niet mee, omdat ‘er eentje zich niet lekker voelt’ (ja, ja, je hoopte gewoon op nog twee aanmeldingen dus zei je dat je die al had zodat wij sowieso ja zouden zeggen voor een lagere prijs). We moeten voor de jeep dus opeens het dubbele betalen. Dat zit ons niet zo lekker, maar wanneer we 10.000 peso’s (een euro of zes) van de prijs afgeluld krijgen, besluiten we het toch maar te doen. Olaf hebben we al genoeg belast, dus die mag ‘m even uitzitten en we willen deze berg toch echt wel gaan zien.

En daar zijn we toch wel blij mee. De jeep van chauffeur David racet over de gravelweg alsof het een formule-1-circuit is en van al die gaten en wasbordjes op de weg, hebben we totaal geen last. Onderweg komen we een vicuñafamilie tegen waarvoor we even stoppen. David oppert enthousiast dat we foto’s maken en dat doen we maar. David denkt dat we nog nooit vicuña’s hebben gezien en we hebben ook geen zin om heel erg uit de hoogte te doen door te zeggen dat dit vicuñagezin nummer 622 van onze reis is, dus doen we het raampje open en botvieren we onze cameralens op die schattige, hertachtige alpacaneefjes.

Waar Google Maps zegt dat we El Hornocal in 50 minuten bereiken, doet de robuuste jeep van David het kunstje in de helft van de tijd. Wat volgt, is een absoluut hoogtepunt van onze reis door Argentinië en dat komt niet alleen door het bordje dat aangeeft dat we weer op 4250 meter boven de zeespiegel zitten. Een wandeling met een steile afdaling (die we later ook weer puffend en hijgend moeten overwinnen, want de hoogteacclimatisatie is volledig absent) brengt ons naar een uitzichtplateau, waar zich voor ons een natuurmirakel ontvouwt. El Hornocal staat bekend als de veertienkleurige berg. Aanvankelijk om te pochen over de schoonheid en om even die miraculeuze heuvel in Purmamarca te overtreffen, dachten we, maar die bijnaam is El Hornocal meer dan waard. Het uitzicht is immens en episch en die veertien kleuren weten we met speels gemak te ontwaren. De bergen zijn hier gigantisch en strekken zich over ons complete blikveld uit. De camera doet geen recht aan de werkelijke schoonheid van het schouwspel dat we voorgeschoteld krijgen. Evenals de Rainbow Mountain nabij Cuzco, worden de kleuren hier (en ook in Purmamarca) gecreëerd door de veelvuldigheid aan mineralen in de grond. Het is adembenemend mooi. Alsof Vincent van Gogh zelf dit kunstwerk van Moeder Natuur heeft geschilderd. Zelfs in stijl komen ze overeen, als je het mijn ongetrainde schildersoog vraagt: El Hornocal is een opeenstapeling van kwastenstroken in alle kleuren die je je maar kunt voorstellen. Adembenemend.

Zoutvlaktes, Incaruïnes, regenboogbergen… snap je nu waarom deze blog de titel Klein-Zuid-Amerika heeft? We rijden terug naar Tilcara om aan te schuiven bij een restaurant waar we genieten van een authentieke, Argentijnse lendebiefstuk die volgens Geertje zowaar nog lekkerder is dan de chorizosteak in Salta. Overigens heeft Geertje ook al bericht van de eigenaar van de auto wiens spiegel ze eraf geknald heeft. We hebben wat onderzoek gedaan en het vervangen van een spiegeltje kost tussen de 6 en 10 euro hier in Argentinië. Dat is tussen de 10.000 en 17.000 peso’s. De meneer van wie de auto is, beweert dat dat stukje glas hem wat meer kost. Daarover later meer. 270.000 peso’s (boven de 160 euro)! We hebben al snel door dat we met een oplichter te maken hebben, want een bonnetje van de garage weet-ie niet te overleggen. Dikke vinger voor deze meneer, want even later gaat-ie akkoord met de helft maar geven wij er de brui aan. Dan wil je goed zijn en wil je iemand helpen, vraagt iemand bijna het twintigvoudige! Wij zijn niet van gisteren; deze man kan naar z’n geld fluiten. Hopelijk trekt-ie zo droge sokken aan en gaat-ie in iets nats staan. Dat zal ‘m leren.

De ruta 9 naar het zuiden

Het is tijd om Tilcara te verlaten. Terwijl de ochtendzon haar stralen op Tilcara schijnt, rijden we via Ruta 9 zuidwaarts door de Quebrada de Humahuaca heen. Nog één keer een blik werpend op de bergen die alle kleuren bevatten die je je maar kunt bedenken. De bruine bergen. De diepgroene bergen. De rode bergen. Beige. Wit. Geel. Mintgroen. Wat is het hier toch mooi. EXTRA POORT OPENING GW LOPEN HAHA GRSPPIG VONDEN WIJ TOHHHH

Colombia in Argentinië

Halverwege de route buigt Ruta 9 af en neem ik het stuur over. We schrikken: geen nieuwe schade voor Olaf, maar water. Water uit de lucht. Het… het… REGENT (jullie hadden Geertje eens moeten horen)! Het is bijna twee maanden geleden toen we in de Heilige Vallei van Cusco voor het laatst regen hebben gezien! Ik heb een pure haatverhouding met regen, maar zelfs ik weet ervan te genieten! Het is ook kenmerkend voor de route die we afleggen: het laatste anderhalf uur van de Ruta 9 rijden we op een weg die zo breed is als een fietspad door een omgeving die compleet anders is dan alles wat we in Argentinië hebben gezien tot nu toe. Het is hier groen alsof we in de tropen zitten. Een nevelwoud, weet internet ons te vertellen. Een bochtige route door een mistig bos, groen, groen en nog eens groen. Het is letterlijk maanden geleden dat we ons in zo’n omgeving bevonden, en hier op de grens van de provincies Salta en Jujuy doemt opeens een nevelwoud te midden van allemaal indrukwekkende bergketens op. Laten we dat stukje Klein-Zuid-Amerika maar afmaken: het is net alsof we weer in de Colombiaanse jungles zitten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.